Van 29 april tot 25 mei 2001 maakte ik een treinreis van New York naar San Francisco. Hier en daar stapte ik uit om de omgeving nader te leren kennen of een vriend of familie te bezoeken. Tijdens de reis hield ik een soort dagboek bij. Dat vind je hieronder. De teksten in rood heb ik na thuiskomst toegevoegd.

29 april: van Amsterdam naar New York.

Deze vertrekdag stond ik om 5 uur naast mijn bed. Ik was om kwart over tien naar bed gegaan - dus redelijk uitgeslapen - maar toen ik midden in de nacht even wakker werd, schoot mij te binnen dat ik nog een verslagje van een vergadering moest maken. Na een kop thee heb ik dat dus gedaan en vervolgens via e-mail verzonden. Daarna had ik nog de laatste afwas willen doen, maar kwam toen tot de ontdekking dat ik geen afwasmiddel meer had. De hele zwik dus maar onder water met Glorix gezet. Vervolgens heb ik Dina (een vriendin) gebeld om te zeggen dat ik niet aanwezig kon zijn bij het afstuderen van haar zoon Laurens vanwege mijn verblijf buitenslands. Voor het weggaan nog de vuilniszak in de daarvoor bestemde container gegooid.

Op Schiphol werd ik 'uitgezwaaid' door Truus en Hans (mijn zus en zwager), zodat Hans zijn favoriete hobby kon beoefenen: vliegtuigjes kijken. Dat is uiteraard leuker dan erin zitten, want dat was ook vandaag weer uitermate vervelend. In Zürich had ik nog net even tijd om twee sigaretten te roken. Daarna acht uur vervelen. Het eten was ook weer zoals in alle vliegtuigen: een te ver doorgekookt stukje kip, te zoute pasta en boontjes die nergens naar smaakten. Het lekkerste was het flesje wijn, hoewel geen grand cru.

Van het vliegveld met de taxi naar het hotel. Dat duurde wat langer dan verwacht, omdat er ergens brand was, dus files. Toen ik aan de chauffeur vroeg waar we op een gegeven ogenblik waren, noemde hij de naam van de buurt en voegde daaraan toe dat er veel 'faggots' (flikkers) woonden. Toen ik hem vertelde dat in Nederland homo's sinds kort konden trouwen als iedereen, was hij duidelijk enigszins ontsteld. Dat had de Here God kennelijk niet zo bedoeld. We kwamen uiteindelijk toch bij West 34th Street. Het was een lange dag, dus ik ben maar snel naar bed gegaan.

30 april: een dagje New York.

Ondanks de lange dag gisteren, was ik toch weer om zes uur wakker en dus op. Wat doe je op zo'n tijdstip in New York? Inderdaad: televisie kijken, het nieuws. Dus bleek dat het een mooie zonnige dag zou worden. Dankzij het tijdsverschil is de vroege ochtend een geschikt tijdstip om het thuisfront te Weesp en Mesnil-Val even telefonisch te laten weten dat ik behouden ben gearriveerd.

Niet zo gebruikelijk in Amerika: het ontbijt is bij de prijs inbegrepen. Dat kon ook makkelijk, want dat stelde niet veel voor: meer keus dan die tussen bagles en muffins was er niet en het enige beleg was roomboter. De koffie kwam uit een machine. Ik heb geen keuze gemaakt, maar van beide soorten etenswaar een exemplaar tot mij genomen. Conclusie: bagles, waar de New Yorkers, geloof ik, zeer trots op zijn, zijn een zwaar overschatte vorm van brood.

Omdat ik New York al eerder bezocht heb, beperkte mijn verblijf zich tot deze ene hele dag. Het leek mij handig eerst te gaan uitzoeken waar Penn Station zich bevindt, omdat ik vandaar morgen om 9.00 uur naar Washington, DC, vertrek en ik heb geen zin om me te haasten. De dame aan de receptie kon het me snel vertellen: gewoon schuin de straat oversteken. Stations onder de grond vallen niet op. De rest van de dag heb ik mij beperkt tot het wat rondzwerven over Manhattan. Voor John heb ik, op zijn verzoek, een aantal BIC-ballpoints gekocht van types die in Nederland (nog?) niet te verkrijgen zijn.

Het hotel ligt op een steenworp afstand van de Empire State Building. De vorige keer in New York wilde ik daar niet in naar boven, maar deze keer heb ik dat toch maar gedaan. Tijdens het wachten voor het loket begonnen enige dames wat gillerig te springen. Een rat? Een muis? Nee, een gewone kakkerlak, die door een dienstdoende beambte aan een voortijdig einde werd geholpen. Dankzij mijn gevorderde leeftijd kon ik voor het 'seniortarief' naar boven. Dat scheelde mooi twee dollar. In Engeland en België heb ik dat soort kortingen voor ons oudjes ook al meegemaakt. Wanneer gebeurt dat in Nederland eindelijk?

Eenmaal boven bleek mijn verwachting bewaarheid: de auto's zien er een stuk kleiner uit. Ik heb de verplichte foto's gemaakt en mij na vijf minuten weer laten zakken.

Rond het middaguur zag ik bij de ingangen van diverse grote gebouwen groepjes beklagenswaardige typen staan, die een gemeenschappelijk kenmerk hadden: ze rookten.

1 mei: van New York naar Washington DC

Wat is treinreizen toch heerlijk, zeker vergeleken met vliegen. De trein vertrok tot op de seconde op tijd. Dat maak je bij ons niet of nauwelijks meer mee. Over de treinreis valt weinig te vertellen. Het uitzicht werd regelmatig belemmerd door gebouwen en bomen. De trein zelf is zeer in orde. Ik acht hem nog een graadje beter dan onze 'koploper'. Hij kwam, geloof ik, ook precies op tijd aan op Union Station in Washington DC. Dit is een prachtig station met een grote, schitterende hal. Het werd gebouwd in 1907 in een neoklassieke stijl.

Met de taxi van het station naar Adams Inn. De taxi betaal je hier (in Washington dus) niet volgens een meter, maar volgens een zonesysteem, zoals bij ons tram en bus. Adams Inn ligt in een zeer rustige buurt die, schat ik, gebouwd is in het begin van de 20e eeuw. Er lopen hier zelfs eekhoorns rond. Binnen mag nergens gerookt worden, maar gelukkig is er een overdekte veranda, waar (weer of geen weer; het is hier overigens zeer goed, zelfs warm weer) de verslaafden hun gang kunnen gaan. Omdat ik hier nog twee volle dagen ben, vond ik het niet zinvol nog even gauw downtown te gaan. Het Witte Huis staat er morgen ook nog wel. Ik heb dus wat rondgelopen in de buurt. Die buurt schreeuwt gewoon om terrasjes, de trottoirs zijn breed genoeg, maar ik vond er slechts één. Daar heb ik, believe it or not, een glas iced tea gedronken. (Ze schonken daar geen alcohol.)

Op mijn weg terug naar Adams Inn moest ik een rustige straat oversteken. Een auto stopte gewoon voor mij! Hopelijk ga ik daar niet aan wennen, want dan overleef ik Amsterdam niet meer.

Op de veranda een tijdje zitten praten met een Japanner die voor de Japanse tv in Amerika werkt. Hij vertelde dat je in Las Vegas overal mag roken: kroegen, restaurants, casino's. Ik ga toch niet naar Las Vegas, hoewel mijn broer dat aanraadde. Wat ik ervan gezien heb in films en tv-rapportages trekt mij absoluut niet aan. Verder heb ik wat zitten lezen: "A Heartbreaking Work of Staggering Genius". Dat is niet mijn beoordeling van het boek, maar de titel. (Het is inmiddels in het Nederlands vertaald en is een aanrader.)

Mw. Adams-Inn raadde mij desgevraagd aan te gaan eten bij "Pasta Mia, just around the corner". Ik was even gaan kijken en het zag er veelbelovend uit: het menu vermeldde geen pizza's. Maar toen ik daar om 18.30 uur kwam (de openingstijd) bleek het gesloten. ('Sorry for the inconvenience.') Dus het werd 'Ethiopian Cuisine'. Je moest met de handen eten, via pannenkoeken, maar dat had ik in Den Haag al eens meegemaakt. De cuisine hield niet over, maar daar zullen Ethiopiërs anders over denken.

Het stoppen van auto's voor voetgangers bleek geen incident te zijn. In de diverse grote en kleine plaatsen die ik bezocht heb, werd zonder uitzondering gestopt als ik de duidelijke intentie had over te steken. De keren dat ik met een gastheer of -vrouw in een automobiel rondreed viel het mij ook op dat het autoverkeer in Amerika aanmerkelijk gedisciplineerder is dan bij ons.

2 mei: dagje Washington

In het holst van de nacht werd ik wakker door een geluid dat erop leek alsof er telefoon ging. Het duurde even voor ik me niet alleen realiseerde dat het inderdaad een telefoon was, maar mijn eigen mobieltje. Daarom zou ik dat ding dus ook niet aan laten staan, omdat men niet aan het tijdsverschil zou denken. Ik nam hem toch maar op. De andere kant vroeg of ik niet de heer Buis was. Ik moest hem teleurstellen. Waarom had ik dat mobieltje dan aan staan? Omdat ik inmiddels begrepen had dat ik geen voicemail kon afluisteren. Dat had ik vantevoren in Nederland moeten regelen. Dan had ik een wachtwoord gekregen. Je leert toch steeds weer bij in deze technische maatschappij.

Schuin tegenover Adams Inn bevindt zich een brandweergarage. Dat geeft een veilig gevoel, maar je gaat daar anders tegenaan kijken wanneer, als je net in slaap bent, de brandweer met veel lawaai van sirenes uitrukt.
Van wandelen door een grote stad krijg je binnen zeer korte tijd 'moeie hoeven', dat is een ervaringsgegeven. Fietsen is een stuk beter. In een foldertje had ik gezien dat er een zaak was, 'Blazing Saddles', waar je fietsen kunt huren. Daar dus heen via de metro. Washington heeft een nog relatief jonge, zo'n vijfentwintig jaar oude, metro, zeer ruim opgezet.

Er waren vijf typen fiets te huur. Ze zagen er allemaal prima uit, goed onderhouden en met 21 versnellingen. Die zijn ook wel nodig, want Washington is nogal heuvelachtig. De rest van de dag dus wat rondgefietst. Het voordeel van een tamelijk rudimentaire kaart is dat je er niet echt goed de weg op kan vinden. (Maar ik houd er nu eenmaal van wat ongericht door een stad te lopen of fietsen.) Toen ik eindelijk het Witte Huis gevonden had, constateerde ik dat ik er al twee keer voorbij gereden was. Op de tv zie je nooit dat het vanaf de weg grotendeels achter bomen schuil gaat. Zo kom je nog eens ergens. Deze keer dus, precies rond lunchtijd, bij een terras aan de oever van de Potomac. Ik heb daar een soep van de dag (broccoli, lekker) en - kan het veel Amerikaanser - een tuna salad sandwich besteld en een biertje, want het was warm.

Het was erg warm. Als wij zulk weer in de zomer hebben, vinden wij het een heel goede zomer. Fietsen met een spijkerbroek geeft dan al gauw een wat plakkerig gevoel en uiteraard had ik er niet aan gedacht een korte broek mee te nemen. Die heb ik dus maar gekocht, zodat het morgen wat prettiger fietsen is, want morgen schijnt het nog warmer te worden.

Tot mijn niet geringe verbazing zag ik vandaag iemand op een heuse ligfiets. Ze komen hier dus ook voor. Maar wat nog veel meer voorkomt zijn de joggers. Echt de hele dag door zie je hier overal mensen rennen. Vanavond was 'Pasta Mia' wel open en het eten was simpel, maar (dus) uitstekend: fussili broccoli met olijfolie, knoflook en rode pepers. In Amerikaanse reisgidsentaal: worth a detour.

Washington is een mooie stad met veel brede straten en veel groen. De hoge gebouwen zijn hier niet zo massaal aanwezig als, bijvoorbeeld, in New York en Chicago. Wel massaal aanwezig zijn de joggers, evenals in de andere grote steden. In de kleinere plaatsen zie je er veel minder. Wat voor oorzaak kan dat nou weer hebben?

3 mei: nog een dagje Washington

De Amerikanen eten veel te veel. Vanmiddag heb ik geluncht in Union Station. Omdat ik daar morgen vertrek, wilde ik even weten hoe en wat, want het is een nogal groot station. Onder 'sandwiches' zag ik iets als 'Turkey wrap', met uien, pepers en zongedroogde tomaten. Leek me lekker. Was het ook. Het bleken twee pannenkoeken te zijn waarin de hiervoor genoemde ingrediënten waren gerold. Eén zo'n rol had ik, qua lunch, al ruim voldoende gevonden, maar ik heb ze braaf allebei opgegeten. De bijgevoegde chips heb ik laten staan. Gisteren bij 'Pasta Mia' heb ik ook nauwelijks de helft opgegeten, hoe goed het ook was, van hetgeen mij voorgezet werd. Bij de rekening werd de rest mij spontaan in een 'doggy bag' aangeboden. Weliswaar beschikt Adams Inn over een gemeenschappelijke koelkast en je kunt gebruik maken van de magnetron, maar ik heb toch maar besloten de 'doggy bag' niet mee te nemen.

De dag heb ik grotendeels fietsend doorgebracht. Het was nog warmer en klammiger dan gisteren. Gelukkig hebben ze hier, langs de grote(re) wegen en straten veel bankjes staan waar je even in de schaduw kan zitten. Ik heb het Jefferson Memorial gezien, prachtig gelegen aan het Tidal Basin, het Lincoln Memorial en (bij toeval) het Watergategebouw.

De Amerikanen worden bij deze, voor hun, 'plekken van nationale trots', waaronder ook het Witte Huis, met busladingen aangevoerd. Ik heb niet het idee dat wij in gelijke mate het graf van Willem de Zwijger en het Catshuis bezoeken. Washington heeft ook veel prachtige musea, die een bezoek meer dan waard zijn, maar helaas was de tijd tekort. The Library of Congress heeft een miljoen boeken. Dat leek me een overdosis. Het diner was, merkwaardig genoeg, maar gelukkig, van bescheiden formaat. In de buurt bij Rocky's Cafe, op het terras (roken!) heb ik Yambalaya gegeten. En opgegeten!

Ms Carpenter had niet over de Yambalya (en de Porkfish Pie en de Filet Gumbo) moeten zingen, die had ze moeten eten. Dan had ze meer big fun kunnen hebben in de bayou.

4 mei: van Washington DC naar Chicago

Hear that lonesome whistle blow! Hier fluiten de treinen nog; niet af en toe, maar met tussenpozen van gemiddeld vijftien minuten. De redenen voor het fluiten heb ik niet kunnen achterhalen.

De trein ('The Cardinal' geheten) vertrok op een vertrouwd tijdstip: 11 minuten te laat. Dat krijg je natuurlijk als pas 10 minuten voor het vertrek de deuren opengaan naar het perron waar de trein staat. Deze trein, in het bijzonder de couchettes, zijn ook weer wat luxer dan bij ons. Het zijn tweepersoons coupés en je ligt hier in de rijrichting, niet dwars erop.

Deze trein heeft ook een 'smokinglounge', die constant te bezoeken valt. Ik heb daar niet voortdurend gezeten - het is zo ongezellig mogelijk ingericht, maar heeft wel zijn eigen airconditioning - maar het is een aardig idee, dat je kunt roken wanneer je dat wilt. In die grote Boeings en Airbussen moeten ze toch wel ergens zo'n ruimte kunnen maken?

Vanochtend aan de bar van het stationsrestaurant merkte een naast mij zittend Amerikaans heer op dat dit nog een van de weinige plaatsen was waar je binnen mocht roken. Hij dronk er dan ook iedere ochtend een kop koffie.

Tot ergens tussen kwart voor vier en kwart voor vijf reden we door Virginia. Het landschap deed Zuid-Limburgs/Ardennenachtig aan. Hier en daar bossen, hier en daar landerijen, af en toe een beekje of rivier(tje), mooi. Langzamerhand werd het terrein geaccidenteerder.

Hier en daar was in de rotsen gehakt om de trein doorgang te verlenen. Rond vier uur reden we door de Alleghanies. Zeer veel bossen, prachtig, vanuit de trein. Ik moet er niet aan denken er door te lopen of fietsen, want je ziet geen bal. Ik hoefde niet naar het speciale uitkijkgedeelte, want mijn coupé ligt op dezelfde hoogte. Ik kon ook nog eens zoveel koffie tappen als ik wilde. Some sleepers get all the breaks!

Het weer was aanvankelijk nog steeds zeer zonnig. Bij het voorbijrijden van stadjes zag je iedereen in korte mouwen lopen. Hoe warm het was, was vanuit de trein moeilijk te bepalen. Langzamerhand nam de bewolking toe.

De reis ging verder door West Virginia. Tijdens een van mijn rookpauzes ontmoette ik mensen, niet eens veel jonger dan ik, die voor het eerst in hun leven in de trein zaten. Waar gaan wij heen? In ieder geval om zes uur naar het diner, want dat was bij de prijs inbegrepen. Ook het eten in de trein is beduidend beter dan in het vliegtuig. Je kunt in ieder geval gewoon van een bord eten. Er was een echt verse salade en ik had verder een uitstekende karbonade met aardappelpuree en 'lots of gravy'. (Amerikanen hebben iets met jus.) Tot slot was er een voortreffelijke chocolademousse. Een bijkomend voordeel van het eten in de trein, boven dat in een vliegtuig, is dat je ondertussen van het uitzicht kunt genieten. We volgden al langer een rivier, de New River hoorde ik, die door een smal dal stroomt, dat zich uiteindelijk vernauwde tot een 'gorge'. Een zeer goede optische begeleiding van het etensmaal.

(Na West Virginia rijdt deze trein nog door Kentucky, Ohio en Indiana, om tenslotte in Illinois te geraken, waarin Chicago ligt. Het is dan helaas te donker geworden om nog van het uitzicht op deze staten te genieten.)

Ik ben er later achter gekomen dat Amerikaanse treinen fluiten bij het naderen van iedere overweg.

5 mei: een dagje Elmhurst

De trein was, hoewel te laat vertrokken, ongeveer 15 minuten te vroeg in Chicago. Om zes uur zat ik als een van de eersten in het dinerrijtuig om het ontbijt te nuttigen: scrambled eggs en twee croissants. De 'hash brown' (een soort rösti, die de Amerikanen bij het ontbijt gebruiken) en de 'grits' mochten ze van mij houden. Ik had ook nog een screwdriver (wodka met jus d'orange) of een bloody Mary kunnen bestellen (die stonden echt bij het ontbijtmenu), maar ook daarvan heb ik afgezien. Het was nog donker, maar toen het wat lichter werd, zag ik dat het landschap bijna Nederlands vlak was, vooral landbouwgrond. Het regende lichtjes. Tijdens mijn bezoek aan de 'smokinglounge' begreep ik uit de gesprekken van de daar aanwezigen dat er de afgelopen nacht aardig wat afgedronken was. Ze vonden de drank in de trein wel duur. Daar had ik geen last van gehad, want ik was niet lang na negenen braaf gaan slapen.

Jan (Lindeman) zou mij van het station komen ophalen en dankzij de zegeningen van de mobiele telefoon had ik hem van mijn ietwat vervroegde aankomst op de hoogte kunnen stellen. Dankzij dezelfde zegeningen troffen wij elkaar ook na enige tijd bij de uitgang Jackson Street. Het was om 9.30 uur in Chicago aanzienlijk frisser dan in Washington; ik heb zelfs mijn jack weer aangedaan.

Jan verbleef niet echt in Chicago, maar in Elmhurst, het Amstelveen van Chicago, in een appartementencomplex waarbij inbegrepen een zwembad, een fitnesscentrum en een piano in de centrale hal. Daarnaast uiteraard een overdekte garage en de mogelijkheid om geld uit de muur te halen. Het is wel eens leuk om je een kapitalist te voelen.

We hebben ons die middag beperkt tot het bezoeken, in de directe omgeving, van een gigantisch winkelcentrum, een oversized computerzaak (gewoon rondkijken) en een boekhandel (Borders, dit was een van de kleinere filialen) waarin, als de boeken er niet waren, zeer goed een voetbalwedstrijd gespeeld zou kunnen worden met voldoende ruimte voor tribunes, kleedkamers en een kantine.

Er was ook een inpandige coffeeshop, waar men de (voorshands) uitgekozen boeken kon bestuderen en eventueel later terugzetten of, bij gebleken geschiktheid, aanschaffen. Desgewenst kon deze coffeeshop dus ook als openbare leeszaal gebruikt worden door diegenen die voldoende tijd hebben om regelmatig terug te keren voor het geheel uitlezen van een aangenaam boek. Na enig lezen heb ik mij laten verleiden tot de aanschaf van een boek over de National Security Agency, een zelfs binnen de VS vrijwel onbekende inlichtingen-, resp. spionageorganisatie, beduidend groter en duurder dan de CIA, maar minder 'glamorous'.

Europeanen willen zich nog wel eens wat negatief uiten over het (buiten de deur) eten in Amerika. Wanneer je, terecht, Mac Donalds, Burger King, Pizza Hut, Taco Bell en dat soort ketens mijdt, kun je in veel kleine eethuisjes (en uiteraard grote) echter voor weinig geld (naar Amerikaanse verhoudingen dan) een prima maaltijd krijgen. De enige kritiek die je erop kunt hebben is: teveel.

6 mei: een dagje Chicago

Vannmiddag heb ik Sue ontmoet. Dat klinkt misschien romantisch, maar het was geen ontmoeting die mijn leven drastisch zal veranderen. Het is zelfs niet zeker dat Sue een vrouw is. Of was, want zij/hij is 67.000.000 jaar oud. Het is namelijk een voor 90% compleet skelet van een Tyrannosaurus Rex. Zij werd in 1990 gevonden door een boer, die de botten voor 5000 dollar aan een buurman verkocht. Later is er iets wetenschappelijks mee gedaan door Sue Nog-Wat, vandaar de naam. Toevalligerwijs was deze Sue deze dag in het Field Museum, waar ze kliederde in door anderen aangedragen exemplaren van een boek van haar hand. Het spreekt vanzelf dat ik daaraan niet meegedaan heb. Behalve Sue was er nog veel meer wetenswaardigs te zien over (min of meer) tijdgenoten van (de oude) Sue en andere zaken van o.a. antropologische aard, maar de Amerikanen willen ook graag heel grote musea. Dus we hebben maar een deel gezien.

Van niet minder grote omvang is het nabij gelegen Shedd Aquarium. Het heeft, volgens een reisgids, de meeste waterdieren(soorten) ter wereld, zo'n 8000. We kregen de indruk dat cychliden hier sterk vertegenwoordigd zijn.

Het nadeel van het bezoeken van musea en aquaria is dat men van al dat drentelen behoorlijk moe wordt. Dus na het bezoek aan het aquarium zijn we terug naar het appartement gegaan. Ik had daar gisteren en vandaag enkele foto's gemaakt, want Jan had dat in het halve jaar dat hij daar zat nog niet gedaan. Dankzij de moderne techniek kon hij ze op de harde schijf van zijn pc zetten, zodat zijn thuisfront ook eens kan zien, waar hij al die tijd gewoond heeft.

Aan het eind van de middag begon het te regenen en was er ook wat onweer, wat ons er niet van weerhield te gaan eten bij 'Pappadeaux', waar ook een gedeelte was ingeruimd voor de nicotineverslaafden. Het eten was prima. In het appartement hebben wij ons nog te goed gedaan aan een bak ijs, Häagen Dasz. In mijn onschuld dacht ik altijd dat dit van Duitse oorsprong was, maar nee: het is puur Amerikaans. De bedenker ervan heeft ooit voor de naamgeving geprikt in het telefoonboek van Stockholm. Het was voorts een goede avond voor het lezen van een boek.

Op weg naar downtown heb ik nog een foto gemaakt van de skyline van Chicago. Een prominente plaats wordt daarin ingenomen door de Sears Tower, die ooit het hoogste gebouw ter wereld was, maar in Maleisië hebben ze inmiddels wat nog hogers gebouwd.

7 mei: van Chicago naar Albuquerque

Omdat ik vanmiddag Chicago weer verliet voor andere streken, was er niet veel gelegenheid meer om nog veel van Chicago te zien. Bovendien moest Jan, die zijn laatste week in Amerika vrij was, nog een kaart en een gidsje kopen voor een reisje naar/in Canada. Dat deed hij, door mij vergezeld, in die grote boekhandel waar hij bekend staat als 'mr. Moccha Berry', het type koffie dat hij daar veelvuldig gedronken heeft bij het raadplegen van o.a. de Financial Times. Ook de ochtend werd verstoord door enige regen. Nog zeer vroeg in de morgen werd ik opnieuw wakker door mijn telefoon: dezelfde man van een week geleden was nog steeds op zoek naar ene Buis.

Uiteraard was Jan zo vriendelijk mij naar het station te brengen, dat ook Union Station heet, maar lang niet zo mooi is als zijn Washingtonse naamgenoot. De trein vertrok weliswaar stipt op tijd, maar nauwelijks buiten het station stond hij een kwartier stil. Zo kan ik het ook. Ik had inmiddels begrepen dat vertragingen bij Amtrak bepaald geen uitzondering zijn.

De trein reed aanvankelijk (uiteraard) nog door Illinois, maar al snel bevonden wij ons in Iowa en kort daarna in Missouri. De omgeving werd weer iets geaccidenteerder en beboster. Wij kruisten en reden enige tijd langs de Mississippi, "Ol' man river". Heb ik die ook gezien. Het water stond behoorlijk hoog, maar aan dijken doen ze hier kennelijk niet.

Tijdens het diner heb ik aangenaam geconverseerd met twee dames. De keren dat ik daarna in de 'smokinglounge' kwam, was daar ook een jonge man, die met luide stem aan één stuk door ratelde over van alles en nog wat, maar over niets interessants. Hij wist te vertellen dat er in Amsterdam 'absolutely no crime' was. Ik heb er vanaf gezien hem te corrigeren.

Het gezamenlijk roken schept kennelijk een band, want er wordt wat afgekletst in die 'smokinglounge'. Als je een shaggie draait valt dat meestal op, want dat doen ze in Amerika niet veel, dus wordt er al gauw gevraagd 'Where are you from?' en 'Where are you going to?' Veel dieper gaat de conversatie over het algemeen niet, al heb ik wel mogen meegenieten van een uitgebreide beschrijving en vergelijking, door twee oudere heren, van hun beider open-hartoperaties. Ook de prestaties van kinderen en kleinkinderen zijn geliefde onderwerpen. "Wanna see the pictures?"

8 mei: aankomst in Albuquerque

Bomen zijn natuurlijk heel belangrijk en we kappen er veel te veel, maar toen ik wakker werd en naar buiten keek zag ik het landschap dat ik graag zie: bijna geen boom, wide open spaces. Hier zag ik voor het eerst koeien. Dit was vroeger, denk ik, prairielandschap, 'where the buffalo roamed'.

Aan het ontbijt trof ik enkele oudere Amerikanen, d.w.z. ouder dan ik, en zoals gebruikelijk volgde er enige conversatie. Deze Amerikanen waren blij dat Bush de rommel kwam opruimen die Clinton had achtergelaten. De man zei dat hij 'Polish' was. Het blijft merkwaardig dat de toch redelijk chauvinistische Amerikanen nog altijd hun herkomst bijhouden. Deze man was in Amerika geboren; zijn ouders waren in 1916 uit Polen gekomen. Het is nooit bij me opgekomen om mezelf een Drent te noemen, al komen mijn ouders daarvandaan. De Amerikanen zouden gek opkijken als Colin Powell zou zeggen dat hij een Ghanees (of zo) was.

Ik moest ook mijn horloge weer een uur terugzetten, want inmiddels zaten we in de zone van 'mountain time'. In de 'smokinglounge' vernam ik van medeverslaafden dat de luid- en veelpratende jongeman een gehele fles rum had geconsumeerd. Om elf uur lag hij (gelukkig) nog (zijn roes uit) te slapen.

Na tien uur werd de omgeving bergachtig en kwamen de eerste besneeuwde toppen in zicht. Tegen 11 uur werd het echt klimmen tot een hoogte van 7588 feet (ruim 2400 meter), Raton Pass. We zaten toen inmiddels in New Mexico, met nog vijf uur te gaan tot Albuquerque.

Na Raton gingen we weer naar beneden de prairie in. Daarna weer naar boven, Glorieta Pass, 7421 feet (bijna 2400 meter) en via Apache Canyon (Zouden Winnetou en Old Shatterhand hier rondgelopen hebben?) naar Lamy, de laatste stop voor Albuquerque, waar we 10 minuten te laat aankwamen.

Merkwaardig genoeg arriveerden we vervolgens bijna een half uur te vroeg in Albuquerque. Of die Amerikanen weten niet hoe ze met treinen moeten omgaan, of ze weten niet goed hoe ze een timetable moeten maken, want ik ga hierbij uit van een ritschema dat Amtrak zelf in de coupé had neergelegd.

Het was bloedheet in Albuquerque, maar de autochtonen dachten daar anders over: 's zomers wordt het hier pas echt warm. In ieder geval had ik een goed excuus voor het drinken van een biertje in de hotelbar, waar ik tot mijn niet geringe verbazing constateerde dat hier nog Buckler, het alcoholvrije bier van Heineken, verkocht wordt, dat Youp van 't Hek bij ons zo deskundig om zeep geholpen heeft. Maar hier vinden ze gewoon Heineken kennelijk ook een traktatie.

Voor de taalkundigen onder ons: 'Polish' is het enige woord in de Engelse taal dat van uitspraak en betekenis verandert wanneer je het met een kleine letter in plaats van een hoofdletter schrijft.

9 mei: dagje Albuquerque

Mijn opvatting dat in Amerika het ontbijt in het hotel in het algemeen niet inbegrepen is, moet ik kennelijk herzien, want ook hier is dat het wel het geval. Duidelijk uitgebreider dan in voorgaande gelegenheden. Ik kon zelfs twee boterhammetjes roosteren en, als ik dat zou willen, cornflakes of zoiets nemen. Vervolgens bracht de shuttle van het hotel mij gratis en toch voor niets naar 'downtown'. Ik had niet het idee dat Albuquerque als stad geweldig boeiend zou zijn, dus nam ik de bus naar 'Old Town'. Dat ziet er best aardig uit, want het is begin 1700 begonnen, maar het is, net als Volendam of soortgelijke plekken in Nederland, volledig in handen van de commercie gevallen, dus vrijwel elk winkelpand is verworden tot een winkel waar 'Indian crafts' en zo verkocht worden. Andere veelverkochte souvenirs hebben te maken met 'Route 66'. Ik weet dat het een beroemde highway is, maar waarom weet ik niet. Bob Dylan (geloof ik) heeft er een lied over gemaakt ('I get my kicks on Route 66.') en deze highway loopt door Albuquerque. Big deal!

Het was opnieuw prachtig weer, maariets minder warm dan gisteren, omdat er een verfrissend windje waaide. Tegen half drie werd het behoorlijk bewolkt en ging het, niet hard, regenen en behoorlijk waaien. Ik vluchtte een koffieshop in, (Starbucks Cafe, dat ik ook al in New York gezien had; fans van Battle Star Galactica vind je overal) en had een amusant uitzicht. Op het aanpalende plein was zoiets van een autoshow - niet gekeken - en daar stonden enkele tentjes omheen. Die moesten aanvankelijk met man en macht overeind gehouden worden, maar werden toen snel afgebroken.

Volgens mijn reisschema moet ik morgen om 17.30 uur uit Albuquerque vertrekken naar Flagstaff, Arizona. Die tocht zal zich voor ongeveer de helft in het donker voltrekken, dus ik dacht: 'Laat ik eens informeren welke treinen er nog meer en eerder gaan.' Dat viel tegen: tussen Albuquerque (600.000 inwoners) en Flagstaff (60.000 inwoners) rijdt één trein per dag, die van 17.30 uur. Het stationsgebouw van Albuquerque heeft een zodanige omvang dat het, qua kubieke maten, ongeveer 30 maal geplaatst kan worden in de hal van het station Amsterdam Amstel.

In het restaurant het menu bestuderend zag ik 'crabcake' staan. Ik vroeg Connie (de dame die mij bediende, dat stond op het bonnetje) wat dat mocht zijn. Dat kon ze mij niet vertellen, dus ik dacht 'What the hell, bestellen maar!' Na het verorberen wist ik het nog niet. Het waren in ieder geval vier dingen ter grootte van een kleine bamischijf in een paneermeeljasje. Er zat weinig smaak aan, ook niet aan het bijbehorende sausje. Omdat ik geen referentiekader had, heb ik maar gezegd dat het wel goed was. Ik neem aan dat er krab in verwerkt was.

Ik moet nog meer herzien wat betreft de Amerikanen. In de trein, bijvoorbeeld bij het eten, wordt direct gevraagd waar je heen gaat en waar je vandaan komt. In de bar waar ik weer enkele pilsjes dronk en waar ik bepaald niet alleen zat, heeft niemand getracht een gesprek met mij te beginnen. Geen probleem uiteraard, want ook in Amsterdam kan ik diverse pilsjes drinken zonder met iemand het woord te voeren. Overigens blijft het mij ook verbazen dat in deze bar muziek ten gehore gebracht wordt en bovendien twee tv-schermen aanstaan die respectievelijk, volgens mij life, honkbal en basketball laten zien, waar vrijwel niemand naar kijkt.

Vanuit mijn hotelkamer probeerde ik, mobiel, te bellen met mijn neef Chiel te Santa Cruz, om even met zijn moeder, mijn zus Truus dus, te praten, die daar gisteren is aangekomen. Krijg ik een automatische stem die zegt: 'Message ALB 75. Your call can not be completed at this time. Please try again to call later.' Hoezo 'land van onbegrensde mogelijkheden'? Dus heb ik het maar gedaan via de vaste telefoonlijn vanaf mijn hotelkamer. Van Chiel kreeg ik twee (zijn) reeksen van 11 en 14 cijfers, die ik voorafgaande aan, resp. volgende op zijn nummer van 11 cijfers moest intoetsen, waardoor ik tegen lokaal tarief kon bellen en dus even kon doorpraten.

De telefoon hebben ze in Amerika ook nog niet helemaal in de hand. Verschillende keren dat ik Chiel probeerde te bereiken, kreeg ik de mededeling dat alle 'circuits' in gebruik waren. De telefoon is sinds mensenheugenis in Amerika in commerciële handen, maar dat leidt kennelijk niet tot continue dienstverlening. Staat ons dat ook te wachten met ons geprivatiseerde telefoonverkeer?

10 mei: van Albuquerque naar Flagstaff

De dag dat je uit een plaats vertrekt is nooit zo boeiend. Je (ik in ieder geval) doet nooit meer iets bijzonders, maar probeert de tijd door te komen tot de trein vertrekt. Dus nadat de shuttle van het hotel mij bij het station had gebracht waar ik mijn koffer kon achterlaten, heb ik wat in de stad rondgehangen, koffie gedronken, geluncht (hamburgers die je niet bij Mac Donalds of zo koopt zijn een prima lunch), hier en daar wat zitten mensen kijken en even gepraat met enkele Down Town Ambassadors. Dat zijn jonge mannen in een rood shirt met een rode pet. Omdat ze vroegen 'how I was doing', vroeg ik maar wat 'they were doing'. Ze lopen dus de hele dag door downtown, helpen oude dametjes oversteken, wijzen vreemdelingen de weg, proberen ruzietjes te beslechten, enzovoort. En dat allemaal van de belastingcenten van de gewone Amerikanen, dus daar zal wel gauw een eind aankomen.

Het was jammer dat de tocht vandaag gedeeltelijk in de duisternis plaatsvond, de trein vertrok om 18.00 uur, want ik heb mijn ogen uitgekeken. Het was eigenlijk een heel merkwaardig landschap: enorme vlakten, bijna zo glad als een biljartlaken, met daaruit bijna loodrecht opstekende rotsruggen, niet geweldig hoog, misschien tot zo'n tweehonderd meter. Hier en daar was er een soort minicanyon, maar alle rivierbeddingen waren droog. Eigenlijk zou je door dit landschap moeten lopen of fietsen, maar de afstanden tussen pleisterplaatsen zijn nogal groot.

Om half tien werd in de trein omgeroepen dat we iets later dan gedacht in Flagstaff zouden aankomen, 22.15 uur. Dat zou dus drie kwartier te laat zijn, maar OK. Om kwart voor tien kwam er een mededeling dat er een 'congestion of freighttrains' was. We stonden toen, in het donker, gewoon stil en dat gedurende een klein uur. Goederentreinen schijnen de belangrijkste oorzaak van de vertragingen van Amtrak te zijn. Die dingen zijn dan ook vaak zo'n 120 wagens lang, dus het is niet zo vreemd dat het niet opschiet. Enige coördinatie lijkt me op zijn plaats. Hoe zou dat in Nederland gaan als elk baanvak zijn eigen vervoerder krijgt en goederenvervoer weer door een andere maatschappij gebeurt? Is privatiseren wel een goed idee?

Uiteindelijk kwamen we ongeveer twee uur te laat in Flagstaff aan. Dat zou half een in de nacht zijn geweest, ware het niet dat Arizona gewoon niet meedoet aan de zomertijd. Ik moest mijn horloge dus weer een uur terugzetten.

Ik werd nog even door het hostel rondgeleid. Er is hier een 'common room' waar gerookt mag worden. Prima natuurlijk, maar waarom moet er dan weer van die keiharde muziek aanstaan? Daarin verschillen de Amerikanen dus niet van ons: het wordt pas leuk als je elkaar niet meer kunt verstaan.

Het landschap, bleek mij later, had ik wat verkeerd ingeschat. Wat ik zag waren geen rotsruggen. Eigenlijk zat ik tegen een soort terrassenlandschap aan te kijken. Zo'n 'terras' eindigt dan met een steile rand. Maar hoe dan ook: het was mooi.

11 mei: Flagstaff verkennen

DuBeau Hostel ligt op een steenworp afstand van het station. Dat heeft zijn aantrekkelijke kanten, gisteravond was ik er binnen vijf minuten lopen, maar die goederentreinen rijden de hele nacht door en de bestuurders ervan schijnen er een pervers genoegen in te scheppen bij het passeren van het station zeer nadrukkelijk op het knopje van de fluit te drukken. Ik werd vannacht dus wel enkele keren wakker.

Na het ontbijt eerst een fiets gehuurd en vervolgens bij de 'Visitors Information' de nodige foldertjes verzameld en die bij een kop koffie bestudeerd. Zoals te verwachten was zijn er verschillende manieren om naar de Grand Canyon te gaan, maar ik vond er maar één (en dat slechts drie maal per week) voor het bezoeken van Monument Valley. Die regelt ook trips naar de Grand Canyon, dus heb ik maar voor deze touroperator gekozen. Zondag ga ik naar Grand Canyon en maandag naar Monument Valley. Vooral met het laatste gaat een al jarenlang gekoesterde wens dan eindelijk in vervulling.

De data houd ik hier niet echt goed bij, dus ik zag pas later dat het maandag 14 mei is, precies vijf jaar geleden dat Boukje te horen kreeg dat ze niet lang meer te leven had. Om de een of andere reden vind ik het wel passend dat ik juist dan in Monument Valley ben. Ik zou het nog mooier gevonden hebben als ik daar dan helemaal in mijn eentje had kunnen zijn.

De rest van de dag rustig fietsend doorgebracht. De Flagstaffers zullen het wel niet mij eens zijn, maar een geweldig boeiende plaats is het niet. De omgeving wel, maar dan heb je de versnellingen van de fiets ook wel nodig. De bergen in de omgeving komen tot boven de drieduizend meter.

Bij het drinken van een biertje hoorde ik dat het hier vandaag 'graduation day' was. De jongelui zijn klaar met hun collegeopleiding. Het is hier de gewoonte dat alle blijde kinderen, hun pappa's en mamma's, opa's en oma's enzovoort de stad ingaan om het te vieren. Het leek mij dus een goed idee om maar vroeg een restaurant op te zoeken. Ook daarvan is er één van vlak bij DuBeau Hostel, maar toen ik daar om kwart voor zes aankwam was het al vrijwel vol. Gelukkig hadden ze nog ergens een tweepersoons tafeltje onbezet, waar ik kon plaatsnemen en waar ik de ribeye bestelde. Je kunt veel slechts van de Amerikanen zeggen, maar tot nu toe heb ik ervaren dat ze wel goede biefstukjes leveren.

Tijdens het eten had ik het uitzicht op een wel ZEER dikke man van naar schatting midden veertig. Zijn gewicht schatte ik op boven de 200 kilo (no kidding!). Toch heb ik hem in ieder geval drie biertjes zien drinken en als voorgerecht een pizzaslice zien eten. Zijn hoofdgerecht heb ik niet meer gezien, maar ik vrees het ergste.

De man van de fietsenverhuur kon mij niet vertellen waarom Arizona niet aan zomertijd doet, maar het Navajoreservaat in deze staat weer wel. Het blijft overigens merkwaardig dat hier nog reservaten zijn met hun eigen rechtsregels, eigen politie, eigen rechters. Of moeten de Indianen er juist blij mee zijn, dat ze nog een paar stukjes land hebben, waar ze naar eigen inzicht kunnen leven. Ik ben daar nog niet helemaal uit.

Omdat ook in de common room ruim aandacht besteed werd aan graduation day leek het mij beter deze maar te mijden. Vroeg naar bed dus.

12 mei: dagje Flagstaff

Sommige dingen wennen snel: vannacht niet een keer wakker geworden door de trein. Pas rond zes uur hoorde ik de eerste, maar toen was ik ook wel uitgeslapen.

Omdat ik vroeg naar bed gegaan was, was ik uiteraard ook weer vroeg wakker. Dan moet er gerookt worden. Buiten was het nog wat fris, dus dan maar naar de common room. Daar trof ik nog wat slapende mensen aan, maar dat weerhield mij niet. Gezien het aantal lege flessen, was de graduation party hier nog zeer lang doorgegaan.

Na het ontbijt van twee geroosterde boterhammetjes met jam en een kop koffie ging ik weer de stad in voor een echte cappuccino: niet in een plastic of kartonnen bekertje, maar gewoon in een echt kopje, met echt schuim erop. Dat kun je niet mee naar buiten nemen (Je ziet hier, net als in de grote steden, voortdurend mensen met bekertjes koffie over straat lopen. Wanneer zouden wij dat gaan overnemen?) maar het is toch net iets lekkerder. In het algemeen zetten de Amerikanen een slap soort koffie, zelfs als je om de extra sterke vraagt.

Vervolgens heb ik opnieuw een fiets gehuurd en ben de stad de andere kant op uitgereden. Ook dat was weer een aardige, maar redelijk inspannende tocht. Flagstaff ligt op een hoogte van zo'n tweeduizend meter en daar moet je toch even aan wennen bij het leveren van fysieke inspanningen. Rond één uur zag ik zeer donkere wolken zich samenpakken. Het leek mij dus beter niet al te laat terug te keren.

'Never change a winning team.' Dus weer een biertje gedronken in dezelfde bar en gegeten in hetzelfde restaurant. De drukte van gisteren lag kennelijk niet (alleen) aan graduation day, want nu was het ook voor zessen al weer helemaal vol. Ik kon alleen aan de bar eten. Geen probleem en zelfs de pizza is hier goed. Ondertussen kon ik genieten van baseball op tv.

De (grotere) restaurants zijn in Amerika wel werkverschaffers. Er is één persoon die je aanwijst waar je mag gaan zitten, al ben je de eerste gast. Een ander zorgt dat je bestelling op tafel komt en weer een ander (vrijwel onveranderlijk iemand van een 'minderheid') ruimt de tafel leeg. Ik vrees dat geen van allen een hoog inkomen heeft. Merkwaardig is ook dat bij iets grotere gezelschappen, zeg vanaf zes personen, ineens automatisch bedieningsgeld (18%) in rekening wordt gebracht.

13 mei: de Grand Canyon

In alle vroegte, rond zes uur, zat ik vanochtend al te converseren met een jongeman die hier 's morgens de rotzooi in de common room komt opruimen. Hij had ooit vier maanden in Alkmaar doorgebracht en had daar nog wat Nederlands kleingeld aan overgehouden. Hij vertelde me dat ze ook hier in Flagstaff de trein wel graag weg, omgeleid, willen hebben, al was het alleen maar omdat ze niet steeds voor dat ding willen wachten. Hij vertelde verder dat de spoorlijn eigendom is van de Burlington Northern, een goederenvervoerlijn, waar Amtrak ook (tegen ruime betaling, neem ik aan) op mag rijden, maar het goederenvervoer heeft voorrang; vandaar de vertragingen bij Amtrak.

Om 8.15 uur stond ik braaf gereed bij het station voor de bus naar de Grand Canyon. Vanavond in de bar sprak een Amerikaan over 'The Big Ditch' (de grote greppel). Ergens las ik dat de Amerikaanse generaal Pershing eens gezegd heeft dat als de Grand Canyon tussen Duitsland en Frankrijk gelegen had, we geen twee wereldoorlogen hadden gehad. Ik zag geen bus en andere gegadigden voor de trip naar de grote greppel en wilde juist eens gaan informeren hoe en wat, toen er een klein busje van de Nava-Hopi Tours arriveerde. Ik liet hem mijn kaartje zien en ik bleek de 'mystery guest' te zijn: alle andere deelnemers waren door dit busje bij hun hotel opgehaald.

De tocht naar de Grand Canyon was ook al de moeite waard. Die voerde door een woestijnachtig landschap. De chauffeur noemde het ook een woestijn, maar daarvoor vond ik het nog wat te groen. Bovendien zie je in woestijnen zelden koeien, schapen en paarden rondlopen. Na een uur stopten we bij de 'Historic (1916) Cameron Trading Post'. Handel wordt hier nog steeds gedreven en het is vooral de bedoeling dat je hier 'Indian Arts en Crafts' aanschaft. Ik heb mijn aankopen beperkt tot een zeer eigentijds petje, tegen de zon.

Toen we bij de Grand Canyon aankwamen regende het en was het zelfs zeer fris (en had ik uiteraard geen jackje bij me). Wat moet je van de Grand Canyon zeggen? Je ziet maar een klein stukje, want hij is ruim 250 mijl lang. Je ziet hem, denk ik, pas goed als je er door heen loopt of vaart. De bus stopt hier en daar om even goed te kijken en foto's te maken, maar het stoppen geschiedt op initiatief van de buschauffeur.

Wat je ziet is natuurlijk mooi, indrukwekkend, spectaculair, 'niet met woorden te beschrijven' en nog een aantal gemeenplaatsen. Gelukkig hield het vrij gauw op met regenen en heb ik uiteraard wat foto's gemaakt, wat minder dan ik dacht, want ik had al doende ergens op een verkeerd knopje gedrukt. Toch wel mooi!

Ik heb me er weer over staan verbazen dat mensen foto's van de Grand Canyon maken en die vervolgens volledig verpesten door Mien of Piet en de kinderen ruim op de voorgrond te plaatsen.

De terugweg ging langs een andere route: eerst weer door de 'woestijn', later door een bos, waarin je veel bomen, maar weinig meer ziet. Het laatste deel ging door de San Francisco Peaks. (De naam werd ergens in 1500 door de Spanjaarden gegeven, die hier al veel eerder hebben huisgehouden dan de kolonisten uit Engeland en andere Europese landen.) Deel van de Peaks is Humphreys Peak, met zijn ruim 3600 meter de hoogste berg van Arizona, een slapende vulkaan, die best nog eens zou kunnen uitbarsten. Als er sneeuw op de top ligt zijn er enkele plekken waar deze eerder smelt en niet door de zon.

14 mei: Monument Valley

Vanmorgen moest ik reeds om 7.15 uur bij de bus paraat staan, want Monument Valley is een stuk verder dan de Grand Canyon. Hij ligt ook niet in Arizona, maar in het aanpalende Utah. De tocht ging wel weer langs de Cameron Trading Post, waar de 'verplichte' stop gemaakt werd, die ik kon gebruiken voor een ontbijt. Het was maar een klein groepje, acht personen, dat deze tocht maakte.

We reden grotendeels door een landschap van duidelijk vulkanische oorsprong, waar ik best wat langzamer door heen had willen gaan. Ook hier nog geen echte woestijn, maar wel mooie kale stukken, met veel kleine uitsteeksels en allerlei grillige vormen.

En dan kom je bij Monument Valley, de voornaamste reden voor mijn reis naar Amerika en ik werd niet teleurgesteld. De Grand Canyon is mooi, maar Monument Valley is, wat mij betreft, van een andere orde. Het zijn niet alleen die merkwaardige steil oprijzende rotsen, het is ook, misschien wel juist daardoor, die grote leegte er omheen. (Zo is een lege straat pas echt leeg, als er een hond loopt.) Als ik ooit uit Amsterdam verbannen zou worden, dan maar hierheen.

Na de lunch, aan de rand, werden wij door een Navajogids tweeënhalf uur rondgereden tussen al die rotsen. Ik had daar graag een tentje willen opzetten.

Uiteraard kregen we ook nog het een en ander te horen over de Navajocultuur (Monument Valley ligt in zijn geheel in een Navajoreservaat) en kregen wij in een hogan (een traditionele hut) een demonstratie van weven en maïs tot meel maken. De Navajo beschouwen, geloof ik, hun manier van hutten maken als vrij uniek, dus ik heb maar niet gezegd, dat de kota die de Lappen maakten, vrijwel identiek is.

De afgelopen twee dagen heb ik dus heel wat uren in een bus doorgebracht. Dat bevestigde mij in mijn opvatting dat het, voor mij, geen goed idee zou zijn Amerika met een Greyhoundbus door te reizen. Bussen zijn comfortabeler dan vliegtuigen. Ze stoppen om de paar uur nog eens, zodat je even de benen kunt strekken en van een rokertje genieten, het uitzicht is beduidend afwisselender, maar het blijft, t.o.v. de trein, behelpen.

Onderwegwees de chauffeur van de bus erop dat er zoveel lag te schitteren in de berm. Dat waren glasscherven. In het Navajoreservaat is (het gebruik van) alcohol officieel verboden, dus de gebruikers ervan gooien hun lege flessen uit de auto voor ze het reservaat binnenrijden. De chauffeur vertelde verder dat de Indianen een iets ander metabolisme dan 'wij' hebben, waardoor ze minder goed tegen alcohol kunnen. De juistheid van deze mededeling heb ik niet kunnen checken.

15 mei: de laatste dag in Flagstaff

De afgelopen nachtwerd ik om kwart over vier wakker doordat een van de medegebruikers het slaapverblijf betrad in vrouwelijk gezelschap, met wie hij het toch niet zo brede bed deelde. Mijn opvattingen zijn een stuk breder en ik ben, denk ik, redelijk tolerant, maar ik raakte toch enigszins geïrriteerd toen ze hun conversatie voortzetten, hetgeen met het nodige gegiechel gepaard ging. Mijn irritatie groeide toen ze het nodig vonden de radio erbij aan te zetten. Omdat ik vind dat je in een gemeenschappelijk slaapverblijf in het holst van de nacht enige consideratie ten opzichte van de medegebruikers moet tonen, heb ik ze zo vriendelijk mogelijk gevraagd of ze in ieder geval de radio wilden uitzetten. Daartoe waren ze gelukkig wel bereid.

Deze dag heb ik voornamelijk lezend doorgebracht, maar ter afwisseling heb ik enige contemplatie betracht, d.w.z. ik heb wat teruggekeken op de afgelopen twee weken Amerika. Na mijn reis door Nieuw-Zeeland drie jaar geleden was dit mijn eerste wat langer durende reis buitenslands. Het belangrijkste verschil is, dat ik in Nieuw-Zeeland niet zo zeer 'met vakantie' was, als wel aan het verwerken. Dat was niet de bedoeling, maar zo liep het nu eenmaal. In die zin was het een zeer geslaagde reis, maar eigenlijk zou ik er nog eens wat onbevangener opnieuw heen moeten gaan. Mijn reis door Amerika verloopt een stuk ontspannender. Ik kijk voortdurend mijn ogen uit. De Amerikanen zijn af en toe bijzonder irritant, maar even vaak, vaker eigenlijk, toch wel aardig. Het zijn kortom net Nederlanders. Alleen vragen ze wat vaker hoe het gaat, zonder een antwoord te verwachten.

De lunch heb ik voor de verandering maar eens bij een Thais restaurant gebruikt. Voor het eerst heb ik daardoor eens een salade met een pindadressing gegeten. Dat is weer eens wat anders.

Na de lunch heb ik downtown nog wat rondgelopen. Er zijn hier wel een paar aardige galerieachtige winkels, waar best mooie dingen te koop zijn. Maar die passen helaas niet in mijn koffer.

16 mei: van Flagstaff naar Los Angeles

Toen ik vanochtend vroeg in de common room mijn eerst shaggie ging roken, trof ik daar een oudere dame slapend in een stoel aan. Na een half uurtje werd ze wakker en begon tegen mij te praten. Het was allemaal niet even duidelijk, maar ik begreep dat ze hier vrij laat was aangekomen. Er was niemand meer bij de receptie, dus was ze in de common room gaan zitten en daar gewoon in slaap gevallen. Uit verdere verhalen, die ze half tegen mij, half tegen zichzelf vertelde, begreep ik dat ze feitelijk aan het zwerven was. De vorige nacht was ze ergens anders door de sheriff naar een shelter gebracht. Die sheriff had haar ook nog een pakje Drum en lucifers gegeven. Ze had wel wat vreemde ideeën over de Indianen. Die moesten maar terug gaan naar hun reservaten, 'waar ze hoorden'. En die klagende zwarten, die zo arm waren, konden toch zo naar Afrika terug, waar ruimte genoeg was? In het zuiden van Amerika werd zo iemand vroeger, misschien nu ook nog wel, als 'poor white trash' bestempeld. Ze durfde niet naar de keuken, dus ik heb nog maar een kop koffie voor haar gehaald.

Omdat het weer zo'n 'vertrekdag' was, heb ik gewoon weer wat rondgelummeld en verder gelezen. Het was eigenlijk niet alleen rondlummelen, want ik heb in een van die galerieën toch nog iets gekocht, wat een donker hoekje in mijn kamer enigszins kan opfleuren.

Had ik wat meer voor die oudere dame moeten doen? Dat heb ik me nog een tijdje zitten afvragen. Had ik uit moeten gaan van de gedachte 'Wie het breed heeft .... etc.'? Had ik haar wat geld moeten geven en hoeveel dan? Haar racistische opvattingen maakten mij ook niet guller.

17 mei: van Venice naar downtown

Tegen mijn gewoonte in had ik slecht geslapen, dus ik was blij dat ik om vijf uur kon gaan ontbijten (in de trein). Het was nog donker, maar tegen het einde van het ontbijt viel er weer van een fraaie omgeving en een mooie zonsopgang te genieten. Tegen zevenen was er sprake van laaghangende bewolking. Niet zo'n ramp, want tot de aankomsttijd, 8.45 uur, reden wij door wat leek op één groot industrieterrein. Op het station heb ik meteen maar vast de kaartjes (bus-trein-bus) voor de reis op zaterdag van LA naar Santa Cruz aangeschaft.

De taxi bracht mij naar Venice, een buiten(bad)plaats van LA. Het Venice Beach Cotel (een hostel) ligt ook echt aan het strand. In de hal van elke verdieping staat een PC, waarmee je, tegen vergoeding, het Internet op kan. In diezelfde hal mag gerookt worden.

Na het gebruik van een hotdog met cappuccino leek het mij handig eerst maar even het hotel op te zoeken, waar ik eind van de middag Chiel (mijn neef) zou ontmoeten. Dat hotel, de Wilshire Grand, staat in downtown LA aan de Wilshire Boulevard en Figueroa Street. De bus vertrok om de hoek en de chauffeur zou mij waarschuwen als we bij de Boulevard waren. Dat was na een minuut of tien het geval. Ik zou dus even doorlopen tot ik bij het hotel was en de rest van de dag wel zien. Na ongeveer een half uur lopen zag ik een politiewagen met het opschrift Santa Monica, ook zo'n buitenplaats, en begon ik even na te denken. Zouden beide plaatsen een Wilshire Boulevard hebben en zat ik dus op de verkeerde? Bij een bushalte zag ik dat lijn 20 naar downtown LA ging. Gelukkig gaan de bussen hier vrij frequent en tegen de billijke prijs van anderhalve dollar wilde die mij wel downtown brengen.

Ik zag de huisnummers oplopen tot tegen de elfduizend, (ter vergelijking: de Laan van Meerdervoort, één van de langste lanen in West-Europa, gaat tot even boven de elfhonderd). We kwamen door Beverly Hills en ineens zag ik weer huisnummers in de achtduizend en verder aflopen. (Ik heb de indruk dat Wilshire Boulevard lang genoeg is om een complete marathon langs te lopen.)

De busreis duurde bijna een uur, maar uiteindelijk hoorde ik de chauffeur 'Figueroa' roepen. Aan de andere kant van de straat stond de 'Ernst & Young Plaza'. Ik zat dus goed, want Chiel werkt voor deze multinational en eenmaal in de veertien dagen zit hij op donderdag in de Plaza.

Downtown LA is niet een van de boeiendste plekken op deze wereld. Het bestaat voornamelijk uit grote kantoorgebouwen en hotels, enkele winkels, parkeerplaatsen en -garages (2 dollar per kwartier). 's Avonds is hier dan ook niets te beleven en schijnt het zelfs beter te zijn hier niet alleen rond te lopen. Rondlopen, een pastramisandwich eten en zo heb ik dus gedaan. Toen ik even zat uit te rusten kwam een man met fiets aan mij vragen of ik Victor had gezien. Om met Carmiggelt te spreken: 'Ik ken zijn broer niet eens.' en dat bekende ik dus, waarop de man zei, dat Victor daar elke dag zat en dan gaf hij hem twee dollar. Zo'n mededeling roept weer veel nadenken op.

Even later ontdekte ik de Public Library. Ik heb wel iets met boeken en ben daar binnengegaan, tevens hopend dat daar een restroom was, niet om uit te rusten, maar LA heeft, net als andere bezochte steden in Amerika, een zeer duidelijk gebrek aan openbare toiletten. (Ook) wat dat betreft steekt Amsterdam met kop en schouders boven alles uit. De bibliotheek had ook veel boeken en een café waar ik van een iced tea kon genieten.

Tegen zessen begaf ik mij naar de Wilshire Grand. Ik wilde net binnenstappen toen ik werd aangesproken door Chiel. Wij hebben een pilsje gebruikt en zijn vervolgens naar Santa Monica gegaan, waar een gezellige drukte heerste. De rest van de avond hebben wij aangenaam converserend in een voortreffelijk Japans restaurant doorgebracht. Daarna vertrok hij naar zijn hotel en ik naar mijn hostel.

18 mei: een dagje aan het strand van Venice

LA is qua oppervlakte te groot om 'even gauw' te bekijken. Dus ik besloot om er maar helemaal niet aan te beginnen en gewoon in Venice te blijven. Het beloofde 'free breakfast' bestond, voor zover ik kon zien, uit koffie en/of thee. Ik kon daar een 'zaak' van maken ('Sue their pants off!'), maar het resultaat daarvan zou een bagle of een muffin geweest zijn en daar zat ik niet naar uit te kijken. Aan de overzijde van de straat was een gelegenheid die maaltijden, dus ook ontbijt verschafte en daar bestelde ik roereieren met twee getoaste bruine boterhammen. ('Hold the hash brown! Hold the fries') en een gewone cappuccino. Het was geheel bewolkt, maar nochtans was de temperatuur aangenaam. Van de Beach Boys had ik begrepen dat ze in California voornamelijk surfen, vanwege de mooie, hoge golven. Daar zou ik eens een paar indrukwekkende foto's van maken. Helaas: surf was NOT up. Dit soort golven hebben we bij Zandvoort ook. Toch maar een paar foto's gemaakt van de Pacific vanaf de oostkant gezien. (Drie jaar geleden had ik hem al eens van de andere kant gezien.)

Met alle andere badplaatsen in deze wereld heeft Venice gemeen: een onafzienbare rij van winkeltjes waar dingen verkocht worden die je net zo goed niet kunt kopen, afgewisseld met zaakjes waar je eetwaren kunt kopen, die je beter niet kunt eten. In ieder geval waren er bankjes genoeg om op te gaan zitten en het boek te vervolgen vanaf de plaats waar ik gebleven was.

Gelukkig was er ook nog een restaurant, annex boekwinkel, waar redelijke eetwaar verkocht werd. Hier werd weer eens duidelijk dat de Amerikanen veel verder zijn dan wij waar het betreft het opnemen van mensen met een handicap in het normale arbeidsproces. Bij ons komt iemand die zijn rechteronderarm mist, waar dan ook niet zo makkelijk aan het werk. Hier werkte iemand met dat 'probleem' in de bediening. Hij bracht in één keer het eten voor drie mensen op hun tafel. Hoezo 'gehandicapt' of 'invalide'?

Te laat, 's avonds dus, bedacht ik, dat ik van die 'gehandicapte' kelner eigenlijk - na goed overleg - een foto had moeten maken. Ook in Flagstaff, in het café waar ik diverse malen enige biertjes tot mij nam, stond achter de bar een man wiens rechterhand, naar ik aannam door een geboortefout, niet meer was dan een stompje met enkele kleine uitsteekseltjes. (Hieruit moet niet de conclusie getrokken worden dat in Amerika mensen met een handicap vooral in de horeca werken.)

19 mei: van LA naar Santa Cruz

Om vijf voor half elf vertrok de bus naar Bakersfield. De tocht ging aanvankelijk door een mooi bergachtig gebied, waaraan - landschappelijk gezien - bijna abrupt een einde kwam. Van toen af was het een grote vlakte die, voor zover ik kon zien, wel vrijwel geheel in cultuur is gebracht, o.a. met zeer uitgestrekte boomgaarden. Daar tussendoor wordt ook olie uit de grond gehaald.

In Bakersfield moest ik overstappen op de trein naar Stockton. De temperatuur in Bakersfield was van een hoogte die ik nog maar zelden heb meegemaakt. Ook de wind die er waaide was warm. De trein die over een half uur zou vertrekken, stond al klaar, dus daarin zou je lekker koel kunnen zitten. Maar zo werkt dat niet in Amerika: de deuren gaan pas open vijf minuten voordat de trein vertrekt. Tijdens de vier uur durende treinreis werd enkele malen een tussenstop gemaakt. Bij enkele daarvan werd de rokers toegestaan even naar buiten te gaan voor het roken van een (half) sigaretje. Het was op al die plekken even bloedheet en de omgeving was nog steeds diezelfde grote vlakte.

In Stockton stapte ik over op de bus naar Santa Cruz. De bus had een klein probleempje: de airconditioning werkte niet. Bij de heersende temperatuur was busreizen op dat moment geen onverdeeld genoegen. Onderweg naar Santa Cruz werd de omgeving weer bergachtiger en op een gegeven moment ontwaarde ik windmolens. 'Ze zijn dus niet helemaal gek', dacht ik. Bovendien stond er niet een rijtje windmolens, maar stonden er wel honderden, aan beide zijden van de weg. Ik denk dat ik ze lang niet allemaal gezien heb en het zou me niet verbazen als er een paar duizend stonden. Toch willen ze nieuwe oliebronnen aanboren in natuurgebieden in Alaska.

In San Jose, waar de temperatuur een stuk aangenamer was, zou de bus bijna anderhalf uur blijven staan. Gelukkig hoorde ik een vrouw tegen de chauffeur zeggen dat er toch ook een eerdere bus was. Inderdaad, die ging al over vijf minuten. Na een laatste mooi stukje busreis kwam ik een uur vroeger dan gepland in Santa Cruz. Telefonisch contact met Quirine leverde het aanbod op mij met het automobiel van het busstation te halen. Dat kon ik niet weigeren.

20 - 24 mei: Santa Cruz

De dagen in Santa Cruz waren een mooie gelegenheid voor het afbouwen van mijn reis door Amerika. Weliswaar was Chiel al voor enkele dagen naar New York vertrokken, die zou ik pas mijn laatste avond in Amerika weer zien, maar zijn vriendin Quirine is ook zeer aangenaam gezelschap. Santa Cruz is een alleraardigste kustplaats, met veel leven op straat. 's Zondags woedde er een 'Art, Wine & Jazz Festival', dat Quirine en ik bezocht hebben. De kunst was niet van hoog niveau, de wijn hebben wij niet geproefd en de jazz leek, wat mij betreft, meer op rock 'n roll. Maar het was toch wel leuk.

Eén dag heb ik gebruikt voor een bezoek aan San Francisco. Ik ging er heen met de bus tot San Jose en vervolgens niet met Amtrak, maar met Caltrain. Deze stopt bij iedere dikke boom, maar het aardige is, dat deze een geheel aparte ruimte heeft voor het meevoeren van fietsen tegen de prijs van $1. De zitplaatsen in deze ruimte zijn gereserveerd voor de mensen die hier hun fiets neerzetten. Een lichtend voorbeeld voor de NS. Van deze ruimte wordt ook veel gebruik gemaakt.

In San Francisco was ik al gauw aangeland op een plek waar de Golden Gate Bridge te zien was. Die heb ik uiteraard op de foto gezet en toen had ik het eigenlijk wel gezien. San Francisco is ongetwijfeld een bezoek van meerdere dagen waard, maar je kunt ook een overdosis aan indrukken opdoen en ik vond dat ik er inmiddels wel genoeg had gekregen. Dus heb ik lekker met uitzicht op de Pacific nog een tijdje zitten lezen.

Het weer was voortdurend zeer aangenaam en ik heb dus ook nog een middagje langs de kust gefietst. De daar aanwezig zeeleeuwen heb ik niet gezien, maar wel gehoord. Voor het eerst van mijn leven heb ik pelikanen in het wild gezien. De laatste avond hebben we Chiel van het vliegveld in LA gehaald en vervolgens in Los Gatos, niet ver van Santa Cruz, bijzonder lekker gegeten.

25 mei: van Santa Cruz naar Amsterdam

Chiel en Quirine waren zo aardig mij met het automobiel naar het vliegveld van San Francisco te vervoeren. Daar heb ik nog een Chinees maal genuttigd. Vervolgens heb ik het hele vliegveld afgezocht naar een ruimte waar rokers gedoogd worden. Vergeet het maar! Ik heb alle begrip voor mensen die last hebben van of bezwaar tegen roken, maar één klein hokje op zo'n groot vliegveld zou toch moeten kunnen.

Mede door het slikken van een slaappil heb ik voor het eerst enige uren in een vliegtuig kunnen slapen, zodat de vliegreis nog meeviel.

In Zürich zijn ze, qua roken, iets toleranter, dus daar kon ik tussen de twee vluchten door even aan mijn verslaving toegeven.

Op Schiphol werd ik opgewacht door twee zussen en een schoonzus, die mij naar mijn woning begeleidden en mijn eerste beknopte verhalen hebben aangehoord. En het weer was ook nog aangenaam.