De foto
hiernaast is de laatste die van Boukje gemaakt is. De precieze datum weet ik
niet meer. Ik denk een week of twee vóór haar overlijden. Ze lacht nog steeds.
Proloog
(geschreven op 21 februari 2007)
De komende dagen lees je hier niet mijn reguliere blog, dat meestal gerelateerd is aan iets
dat ik de vorige dag gezien of gelezen heb. Het wordt een nogal persoonlijk relaas. Ik ga het
splitsen in vervolgafleveringen, omdat het een veel te lang verhaal wordt voor één dag. Ik schrijf
het vooral voor mezelf, maar laat het hier lezen aan iedereen die het maar wil lezen (Zeg het voort!),
omdat ik iets wil aantonen. Wat dat is vertel ik later misschien nog wel; misschien ook niet.
Het is niet helemaal toevallig dat ik dit relaas (ik ben er al aan begonnen) nu schrijf. De gedachte eraan
kwam, zij het in iets andere vorm, al een tijdje geleden bij me op. Waarom die gedachte opkwam wordt
al gauw vanzelf duidelijk. Ik schrijf, omdat ik zo het beste mijn gedachten en gevoelens kan ordenen.
Ik ben nu eenmaal verbaal ingesteld. Ik druk me bijna uitsluitend uit in woorden, niet in gebaren of
andere lichaamstaal.
In een wat ander verband heb ik recentelijk het een en ander geschreven dat je fictie zou kunnen noemen.
Zeer recent heb ik nog eens ruim 36.000 woorden aan elkaar geregen. Die worden niet openbaar gemaakt.
Fictie heeft hoofdpersonen, mannelijke en vrouwelijke. Teruglezend wat ik schreef, constateer ik dat
ik steeds de vrouwelijke hoofdpersoon sterk idealiseer. Ze is mooi, ze is lief en ze is een sterke
persoonlijkheid. Ze doet niets vervelends richting andere personen, tenzij het, binnen het verhaal,
algemeen erkende rotzakjes zijn. Ik laat haar niets ernstigers overkomen dan een hoofdpijntje. Ik weet
ook wel hoe dat komt. Bij het beschrijven van die denkbeeldige vrouwen heb ik het beeld voor ogen
van die ene vrouw die een doorslaggevende rol in mijn leven heeft gespeeld en in feite nog altijd speelt.
Ze lijkt fysiek misschien niet op die fictievrouwen en ook niet qua karakter, maar toch.
Als ik toch over Boukje schrijf - en daarmee over onze relatie - waarom zou ik dan aan het fantaseren
slaan? Ik kan de werkelijkheid niet nog mooier maken, al is er dan geen happy end. Ik wil die
werkelijkheid een keer beschreven en opgeschreven hebben. Het zal bij lange na niet de complete
werkelijkheid van ruim 29 jaar zijn. Ik noem het ook geen hoogtepunten. Het zal een serie herinneringen worden
- niet noodzakelijkerwijs in chronologische volgorde - waarmee ik mezelf over een aantal jaren, als
het geheugen toch wat achteruit gaat, graag weer eens wil confronteren.
Terwijl ik aan het schrijven ben luister ik af en toe via een oortelefoontje naar muziek op mijn harde schijf.
Die heb ik daar op gezet, zodat ik het naar mijn iPod kon kopiëren. Van allerlei cd's, populair en klassiek,
heb ik stukken overgenomen die mij om de een of andere reden aanspreken. (Enkele cd's heb ik integraal
gekopieerd.) Het kan best zijn dat ik af en toe vermeld waar ik op dat moment naar luister en waarom.
Over haar naam
Boukje wilde Bouk genoemd worden. Voor haar was Boukje een
verkleinwoord. Ze had in zekere zin gelijk. Haar (tweeling)zus heb ik
zelden of nooit Sjoukje, maar vrijwel altijd Sjouk horen noemen. Ik zei
en zeg zelf ook altijd Sjouk. Ik vond Boukje geen verkleinwoord, maar
was braaf en zei dus ook meestal Bouk. Er waren echter momenten waarop
ik nog net iets meer van haar hield dan gebruikelijk. Dan noemde ik haar
Boukje. In dit relaas noem ik haar consequent Boukje.