9
(geschreven op 2 maart 2007)
Boukje en ik hebben, zeer bewust en expliciet, afgesproken elkaar nooit
te beloven voor altijd bij elkaar te blijven, tot de dood ons scheidt
and all that jazz. (Wat er bij de ambtenaar van de burgerlijke stand
allemaal gezegd is, beschouwden we als niet meer dan een formaliteit,
een regeling van zakelijke belangen.) Toen we zeker wisten dat we van
elkaar hielden en, op dat moment, nog wel een tijdje wilde samenleven,
hebben we, redelijk vroeg in het begin van onze relatie, afgesproken dat
we van tijd tot tijd samen zouden bekijken of we dat nog steeds wilden.
We hadden geen illusies, we hadden wel hoop en verwachtingen. We hadden
een beperkte zekerheid als we 's avonds naar bed gingen: als we morgen
wakker worden, houden we nog van elkaar. Daarna zien we wel weer.
Ik heb het altijd wat vreemd gevonden om Boukje 'mijn' vrouw te noemen.
Ze was niet 'van mij' en ik was niet 'van haar'. Ik heb er, ook naar
Boukje toe, nooit een geheim van gemaakt dat ik bij haar wilde zijn
niet, in de eerste plaats, om haar gelukkig te maken, maar omdat ik daar
zelf heel wat gelukkiger van werd. Liefde voor elkaar leidde niet tot
allerlei 'automatische' gevolgen. "Maar je houdt toch van mij?" kon geen
argument zijn om iets van de ander gedaan te krijgen. "Ik houd van jou"
kon wel een motief zijn voor: "Al ben ik het niet met je eens, we doen
het toch maar op jouw manier." We vroegen wel eens wat van elkaar, maar
we eisten nooit iets van elkaar. Liefde was de basis van onze relatie,
niet meer en niet minder. Liefde was de basis voor afspraken en
beslissingen waarop we ons samen leven en samenleven verder zouden
inrichten. Dat ging van simpele dingen als "Zullen we naar de film
gaan?" tot iets meer ingewikkelde als "Zullen we een ander huis kopen?"
Ik heb wel eens gezegd, ook tegen Boukje, dat een goede relatie staat of
valt met eerlijke 'ruilhandel': jij doet wat voor mij en als
tegenprestatie doe ik wat voor jou; al het andere is liefdadigheid of
afpersing. Natuurlijk gebruikten we geen meetlatjes, maar in grote
lijnen was de balans altijd in evenwicht.
Het is wat al te pretentieus om te zeggen dat Boukje een beter mens van
me gemaakt heeft. Door haar ben ik wel beter in het leven komen te
staan. Dat de tocht in mijn eentje door Lapland, waarbij ik tien dagen
aaneen geen mens gezien heb, een geweldige vakantie was, had twee
oorzaken: 1. ik kan me redelijk goed in mijn eentje vermaken; 2. als ik
thuis kwam zou Boukje er zijn. Ook tijdens die vakantie zat ik vrijwel
dagelijks te schrijven, gewoon met een potlood in een schrift. Het was
voor een klein deel gewoon een logboek, voor een groter deel
bespiegelingen over van alles en nog wat en alles bij elkaar een heel
lange brief aan Boukje. Ik was daar helemaal alleen, maar heb me geen
moment eenzaam gevoeld. Dat gevoel kende ik wel voor ik Boukje ontmoette
en ik ken het weer sinds haar overlijden. Ik heb niet leren leven met
haar afwezigheid. Dat wil ik ook niet leren. Als ik dat eenmaal geleerd
zou hebben zou ze uit mijn leven verdwenen zijn. Ik heb ermee leren
functioneren.
Bij geen enkele vrouw heb ik, op mijn eigen klunzige manier, zo mijn
best gedaan, vanaf onze ontmoeting, haar aan mij te binden en niemand
heb ik zo vrij gelaten als Boukje. Ik wilde niet dat ze bij me bleef om
mij een plezier te doen, maar omdat ze dat voor zichzelf graag wilde. We
deden veel dingen samen en we deden veel dingen apart. In dat apart
dingen doen ging Boukje ogenschijnlijk verder dan ik, door het aangaan
van een relatie met een andere man. Ik zeg 'ogenschijnlijk' omdat ik
geen principieel verschil zie tussen het feit dat zij mij af en toe voor
enkel dagen 'verliet' om bij die andere man te zijn en het feit dat ik
haar voor enkele weken 'verliet' om me enige tijd te bevinden in een
gebied met een hoog risico op het ontbreken van tijdige hulp bij
calamiteiten. Mocht je nu denken "Ja, wacht 's even, maar een andere
relatie heeft toch ook een seksuele component?" dan is mijn reactie:
"Ja, en? Wat is er dan wel zo vreselijk belangrijk aan seks?" Ik ben een
redelijk normale man, dus ik geef grif toe dat seks een zeer aangenaam
aspect van onze menselijke natuur is. Seks is een van vele aspecten van
een relatie en zeker niet het minst aangename, maar in mijn visie ook
bepaald niet de belangrijkste.
(Hier zou ik nog een hele tijd over door kunnen gaan, maar dan zou het
over mij, niet over Boukje gaan. Dat is niet mijn bedoeling.)
Onze relatie is geen moment door die andere relatie bedreigd. De enigen
die onze relatie konden bedreigen waren we zelf. Maar als het daar maar
een klein beetje op zou kunnen gaan lijken kwam de discussiegroep weer
bij elkaar.