8
(geschreven op 1 maart 2007)
Twee momenten zijn belangrijk geweest in de relatie tussen Boukje en
mij. (Er waren er natuurlijk wel meer, maar deze twee wil ik hier
memoreren omdat ze iets zeggen over onze relatie.) Eén van die momenten
vond plaats in 1994, toen haar oog verwijderd werd in verband met dat
melanoom. Een aantal dagen na de operatie zei de behandelend arts dat op
een gegeven moment zij zichzelf moest zien zonder dat oog. Dat zou geen
makkelijk moment zijn: in een spiegel kijken en jezelf zo, voor het
eerst, zien. Uiteraard was ik erbij toen het zo ver was. We hadden
afgesproken dat ik het het eerst zou zien en dan pas Boukje zelf. Het
was een van die momenten dat ik heel blij was dat ik, zeker als er ook
nog anderen bij zijn, mijn emoties, mijn primaire reacties, vrijwel
volledig onder controle heb. Ik had mezelf voorgenomen geen schrik of
wat voor negatieve reactie dan ook te tonen, want Boukje zou daar op
letten en een negatieve reactie van mij zou het voor haar alleen maar
moeilijker maken. Ik hoopte ook nog iets te kunnen laten blijken van
"Het maakt me niet uit wat ik zie. Ik houd van je." Ik schrijf dat hier
niet om te laten zien hoe geweldig ik dat allemaal deed. Ik probeer daar
mee aan te geven dat Boukje de wil om dat te doen kon wakker maken. Toen
het verband eraf ging, was het, zeker zo kort na de operatie, niet mooi
om te zien. Voor Boukje was het nog veel erger om te zien. Ze moest veel
huilen, wat voor mij een goed excuus was om mee te huilen. Boukje heeft
zich daarna mentaal bewonderenswaardig snel hersteld, wat het voor mij
alleen maar makkelijker maakte.
Ik heb geaarzeld of ik dat tweede moment hier zou moeten memoreren. Een
beperkt aantal mensen kent dit moment en het vervolg erop. Sjouk
uiteraard en dus Willem, mijn zwager, mijn twee jongste zussen, enkele
goede vrienden en enkele andere mensen die ik vertrouw. (Wat niet wil
zeggen dat ik mensen die er niet van weten per definitie niet vertrouw.)
Ik beschrijf het hier toch omdat het de essentie van onze relatie
weergeeft.
Vooraf moet ik nog zeggen dat Boukje niet kon liegen of smoesjes
vertellen. Dat had niets te maken met een zeer verheven moraal. Ze kon
het gewoon niet. Ze had het idee dat wanneer ze loog, of een smoesje
vertelde, of iets belangrijks achterhield, iedereen dat direct aan haar
kon zien. Ze zou gaan blozen, of zo. Ik kon op een willekeurig moment
zeggen "Bloos!" en ze bloosde.
Het precieze jaartal weet ik niet meer, ergens in de tweede helft van de
jaren tachtig. We gingen dat jaar apart op vakantie. Boukje ging met een
vriendin naar Frankrijk. Het was een combinatie van een cursus
aquarelleren en uitstapjes maken. De man van die vriendin ging hun de
avond van hun thuiskomst met de auto ophalen bij station Den Haag CS.
Vriendin en man kwamen nog even binnen voor een kopje koffie. Ik zag
meteen dat Boukje me iets wilde vertellen, maar daarmee wachtte tot die
andere twee weg waren. Nadat die vertrokken waren, kwam direct het hoge
woord eruit: ze was verliefd geworden, had met die man gevreeën en wilde
hem blijven ontmoeten. Ze wilde absoluut niet bij mij weg, want ze hield
niet plotseling minder van mij. Ze wilde die ander ook. Hij heette Han
en was een jaartje ouder dan ik. Uit de, latere, verhalen van Boukje
bleek dat hij in sommige opzichten niet veel van mij verschilde.
Het was geen bekentenis. Het had niets te maken met "Ik heb iets
verkeerds gedaan. Wil je het vergeven?" Boukje vertelde gewoon wat er
gebeurd was en wat ze plan was. Op haar was toen, zoals vaak, van
toepassing wat Shakespeare schreef, (in 'Hamlet'):
This above all: to thine own self be true,
And it must follow, as the night the day,
Thou canst not then be false to any man.
Ik heb niet lang hoeven nadenken, niet
veel langer, ik denk zelfs korter, dan een minuut. Ik heb allereerst
gezegd dat van haar houden voor mij niet betekende dat ik haar leven en
haar keuzes daarin zou willen, kunnen of mogen bepalen. Ik had uiteraard
het volste recht mijn eigen keuzes te maken in reactie op de hare. Dat
heb ik ook gedaan. Ik was niet boos. Ik was niet verdrietig. Ik voelde
mij niet tekort gedaan of veronachtzaamd. Ik had niet iets van "Hoe kun
je MIJ dit aandoen?" Ik zou boos geweest zijn als ze niets verteld had
en ik er op een of andere manier toch was achtergekomen, maar dat was
hoe dan ook ondenkbaar. Dat paste domweg niet in onze relatie. Ik zou
verdrietig geweest zijn als Boukje me verteld had dat hij haar veel
beter begreep dan ik, dat ze bij hem veel meer kwijt kon dan bij mij. Ik
zou doodongelukkig geweest zijn als ze ervoor gekozen had bij me weg te
gaan. Maar het was allemaal heel simpel: ze was gewoon zichzelf en zo
was ze de vrouw van wie ik hield. Dat heb ik haar gezegd. Over
consequenties voor onze relatie hoefden we niet te discussiëren. Die
waren er niet. Ik ben er nog altijd van overtuigd dat als ik Boukje toen
gevraagd had ermee te stoppen, ze dat inderdaad gedaan zou hebben. Ik
heb het geen moment overwogen. Boukje heeft in een later stadium nog wel
een paar keer bezorgd gevraagd of ik het echt niet erg vond. Het
antwoord was steeds hetzelfde.
De relatie met Han heeft zo'n drie jaar geduurd. Boukje heeft haar toen
op eigen initiatief en geheel uit vrije wil beëindigd, omdat ze het
uiteindelijk toch te moeilijk vond met een 'dubbele loyaliteit' te
leven. Ze ontmoetten elkaar zo'n beetje maandelijks, meestal een
weekend, soms een paar dagen langer. Toen ze na het allereerste weekend
thuiskwam, zei ze dat ze het fijn gevonden had dat ik, toen ze wegging,
"Prettig weekend!" had gezegd. Dat meende ik ook voor honderd procent.
Knap, hè? Onzin! Wat Boukje deed paste naadloos in mijn
hoogstpersoonlijke visie op de relatie tussen levenspartners.
(Levenspartners zijn in die visie geen 'partners voor het leven', maar
partners die het nog altijd de moeite waard vinden om samen te leven.)
Morgen kom ik daar wat uitgebreider op terug.
Dit verhaal heeft nog een aardig detail. Sjouk was toen (en is nog
altijd) getrouwd met Willem, die al zijn hele leven gek op water en
zeilen is. Ze hebben dus ook jaren een eigen zeilboot gehad. Boukje was
getrouwd met een man die helemaal niets heeft met water en wat erop
drijft of erin zwemt (behalve als dat smakelijk is toebereid). Han was
een enthousiast zeiler en had een eigen boot. Boukje heeft dus ook
aardig wat met hem afgezeild. Ik heb me wel eens de, niet serieus
bedoelde, opmerking veroorloofd dat ze gewoon een verschil met haar
tweelingzus aan het compenseren was.