7
(geschreven op 28 februari 2007)
Zit ik nou voortdurend Boukje te idealiseren? (Er gaat veel meer door
mijn hoofd dan ik hier schrijf.) Zit ik onze relatie te idealiseren? Na
ruim tien jaar zonder haar wil ik immers vooral de goede, positieve
dingen naar boven halen? De negatieve dingen zakken toch weg? Ik geloof
niet dat het, nu, bij mij zo werkt. Ik heb hoe dan ook zelden kritiek
van enig belang op Boukje gehad. Ik weet zeker dat ik maar één keer in
al die ruim 29 jaar naar bed, of waar dan ook heen, gegaan ben zonder
haar te zoenen. Ik was geïrriteerd. Waarom weet ik niet meer. Ik weet
alleen nog dat het in de Louis Davidsstraat was, onze laatste flat in
Den Haag. Ik zie mezelf nog staan en Boukje op de bank zitten. Ik
draaide me om en ging naar de slaapkamer. Ik heb geen lelijke dingen
tegen haar gezegd, of haar uitgescholden of iets van dien aard. Dat doe
en deed ik zelden of nooit bij wie dan ook, laat staan bij haar. Niet
omdat ik zo (zacht)aardig ben, maar omdat ik, inderdaad, mijn emoties
zeer goed onder controle heb. Het is heel goed mogelijk dat het - weer -
juist daarover ging. Misschien was ik die dag, door andere oorzaken, ook
wel moe of zoiets. Misschien had ik geen verweer tegen iets wat zij zei
en was ik daardoor gewoon gefrustreerd. Ik heb gezegd: "Ik ga nu naar
bed." Slapen is voor mij nu eenmaal een panacee. De dag daarop is de
discussiegroep weer bij elkaar gekomen en is het uitgepraat.
In het najaar van 1995 begon Boukje aan een cursus boetseren, één middag
in de week. Bij die cursus ontmoette ze een vrouw die in Kijkduin
woonde. Toen het een keer na afloop van de cursus regende, bood die
vrouw Boukje aan haar thuis te brengen, zodat ze niet door de regen naar
de tram hoefde. Ze kwam op weg naar de cursus bijna langs ons huis en
sindsdien kon Boukje elke keer met haar heen en terug rijden. Boukje kon
het heel goed vinden met deze vrouw. Ik heb haar nooit ontmoet, zelfs
niet via de telefoon gesproken. Het beeld dat ik uit Boukjes verhalen
van haar kreeg, was dat van een heel aardige vrouw. De middag van 29
juli 1996 heb ik familieleden en goede vrienden gebeld met het slechte
nieuws. Van nature ben ik helemaal geen attent persoon, maar ik vond
toen wel dat die vrouw uit Kijkduin niet via via geconfronteerd mocht
worden met Boukjes overlijden. Ik heb haar dus ook gebeld, d.w.z. zij
was niet thuis, ik heb het haar man verteld. Ook bij de crematie heb ik
haar niet ontmoet, ik kan mij dat althans niet herinneren. Er was in
ieder geval een bloemstukje van haar met een kaartje. Op dat kaartje
stond: "Ik heb je maar zo kort gekend." Dat simpele tekstje - waar ik
kapot van was - was en is voor mij de meest bondige samenvatting van hoe
anderen dan ik Boukje zagen. Het was voor mij toen, kort na haar
overlijden, maar nu nog steeds, de bevestiging dat ik deel uitmaakte van
een grote groep mensen, familie, vrienden, collega's, werkrelaties en
buren, die haar misten.
Typerend voor Boukje was de wijze waarop ze moeiteloos omging met een
groepje mannen. Een keer of zeven zijn we gaan wadlopen met een aantal
vrienden. Diverse keren was daar ook een aantal collega's van die
vrienden bij. (Die drie vrienden waren ook elkaars collega's. Eén van
die drie kende Boukje al voor ik haar ontmoette.) Zij was altijd de
enige vrouw. Wij gingen niet alleen voor het wadlopen. We gingen altijd
de dag ervoor, met de hele club, al naar Groningen of Friesland. Meestal
plakten we er ook nog een dag op een van de eilanden aan vast. Eén keer
hebben we de nacht doorgebracht op een zandplaat, het Simonszand. De
tijd voor en na het wadlopen werd vooral besteed aan uitgebreid en
intensief kroegbezoek. Door die andere mannen werd Boukje altijd
behandeld als "one of the boys". Ze was feministisch genoeg om door
allerlei haantjesgedrag heen te prikken en liet dat ook duidelijk
merken, maar op zo'n manier dat het sans racune werd geaccepteerd. Als
we gingen biljarten ging ze niet zitten pruilen, omdat toch minstens een
van ons haar gezelschap zou moeten houden. Ook van mij verwachtte ze dat
niet. Ze wist en accepteerde dat ze er even buiten viel, niet omdat ze
een vrouw was, maar omdat ze niet kon biljarten. Los daarvan gunde ze
die kerels hun pleziertje.