foto van Boukje5 (geschreven op 26 februari 2007)

Als ik tegenwoordig zie of hoor dat mensen van net in de twintig een vaste relatie (zeggen te) hebben, ben ik geneigd te denken: "Kinderen, weten jullie waar je aan begint? Jullie zijn nog zo jong." Dan moet ik mezelf weer bij de les trekken. Toen Boukje en ik elkaar ontmoetten was ik dan wel 28, maar Boukje was 'pas' 22. Toch was ze zeer wel in staat tot het aangaan van een relatie en daarin de nodige energie te investeren.

Het vele praten en tegelijkertijd ook iets zeggen was natuurlijk geen zaak van één dag. Dat was een leerproces, waarin ik de leerling was. Ik was geen slechte leerling in die zin, dat ik maar niet begreep waar het allemaal over ging. Ik begreep het exact, wist precies wat Boukje wilde. Maar een leerling moet zich ook, zoals ik mij van de kweekschool herinnerde, 'de stof eigen maken', het geleerde in de gewone dagelijkse praktijk willen en kunnen toepassen. Het kostte me geen enkele moeite om grondig gemeend te zeggen: "Ik houd van je." Ik hield niet op haar te vertellen dat ik haar buitengewoon mooi vond. Als zij weer eens, ietwat laatdunkend over zichzelf, riep dat ze niet vooraan gestaan had bij het uitdelen van de boezems, zei ik dat haar borstjes weliswaar niet groot, maar wel zeer fraai waren. Dat meende ik ook. Daar ging het uiteraard niet alleen om. Ze wilde me wel eens spontaan horen zeggen, bijvoorbeeld, dat ik het heel leuk vond wat we die dag gedaan hadden, in plaats van bevestigend antwoorden op haar desbetreffende vraag. Ik mocht ook zeggen dat ik het helemaal niks gevonden had, als ik maar niet overging tot de orde van de dag. Ze wilde best geloven dat ik gevoelens had, maar zou ik dat, alsjeblieft, zo af en toe eens helemaal uit mezelf willen laten blijken? Niet alleen aan haar, ook aan anderen. Ik was in die tijd nog niet zo'n snelle leerling. Er kwam een moment dat Boukje het wel gezien had met mijn hardleersheid.

In 1968 moest ik als dienstplichtig militair 'op herhaling', in Ossendrecht. Het zal in juni geweest zijn, want Boukje was in die tijd met enkele vriendinnen voor een korte vakantie in Egmond. Op de zaterdag van een vrij weekend ging ik ook naar Egmond. We hadden elkaar een week niet gezien en ik verheugde me dus nogal op het komende weerzien. Ze verbleven in een klein huisje. Boukje was er alleen en lag op bed. Ik zag meteen bij het binnenkomen dat er 'iets' was. Veel verder dan een bescheiden zoen kwam ik niet. Ze wond er geen doekjes om en vertelde me dat ze een eind wilde maken aan onze relatie. Ik bleef maar regelmatig mijn mond houden en in een kroeg had ze een man ontmoet die ze ook wel aardig vond. Die klap kwam hard aan! We hebben nog een tijd doorgepraat, maar uiteraard was ik niet in staat haar besluit even snel terug te draaien en ik vertrok met niet meer dan een sprankje hoop op een heel klein kiertje, dat er aan het eind van een heel lange gang wellicht zou kunnen zijn.

De daarop volgende zondag was niet de leukste van mijn leven. Ik ben 's middags naar de bioscoop gegaan, want met voortdurend broeden schoot ik ook niet veel op. Ik heb toen 'The Planet of the Apes' gezien. Ik weet ook nog dat er een refreinregel uit een popsong in mijn kop bleef zeuren: "For I know I'll never find another you." De rest van de tekst weet ik niet meer, maar de melodie ken ik nog helemaal. Zondagavond ging ik weer voor een week naar Ossendrecht. In die tijd had je nog niet van die handige communicatiemiddelen als mobiele telefoons en e-mail. Een retourtje Ossendrecht-Egmond op een avond zat er ook niet in. Ik heb dus de maandag- en dinsdagavond gebruikt voor het schrijven van een brief. Gelukkig kon ik toen al, met voldoende tijd, op papier precies uitdrukken waar ik mondeling niet toe kwam. Ik zou die brief graag nog eens herlezen, maar hij is teloor gegaan. Ik ben hem geëindigd met de mededeling dat ik op vrijdagavond rechtstreeks uit Ossendrecht naar haar toe zou komen, in de hoop dat ze in ieder geval nog één keer met me zou willen praten. Dat bleek Boukje wel te willen. Het werd een buitengewoon mooie avond.

Boukje is nooit voor de volle honderd procent tevreden geweest over mijn prestatie op het terrein van 'gevoelens laten blijken' of 'emoties tonen'. Ik ging maar met kleine stapjes vooruit. Laten we zeggen dat ik af en toe een voldoende haalde. Gelukkig wist ze een aantal eigenschappen in me te ontdekken die voldoende compensatie waren en heeft ze nooit meer zo'n drastisch besluit genomen.