foto van Boukje4 (geschreven op 25 februari 2007)

Mijn eerste echte vakantie na het overlijden van Boukje was een reis naar Nieuw-Zeeland, waar ik zou gaan fietsen. (Een vakantie in mijn eentje was geen noviteit. Dat had ik eerder, in Lapland, gedaan en het was een geweldige vakantie.) Ik vertrok op 10 december 1997. Ik hield daar op een 'handheld' computertje een soort dagboek bij. Helaas is de helft daarvan verloren gegaan, maar in wat ik nog heb, staan diverse tekenende dingen. Hier zijn enkele citaten.


14 december
Ik ga vroeg naar bed vanavond. Ik heb nog niet een echt vakantiegevoel.
17 december
Had overigens vanmiddag wel even een inzinking. Ik mis het overleggen met Bouk: zullen we dit of dat, hierheen of daarheen, trein of geen trein? Enig huilen hielp.
18 december
Af en toe toch wel een wat sombere bui, ook in de zin van: wat doe ik hier in mijn eentje?
(Op 19 december heb ik serieus zitten overwegen of ik niet beter terug naar huis kon gaan. Ik ging naar het station van Dunedin om in ieder geval vast te weten op welke tijd de trein naar Christchurch ging. Ik bekeek daar ook wat foldertjes. Een daarvan ging over een toeristische treinlijn. Je werd verondersteld op dezelfde dag heen en terug te gaan, maar een enkele reis kon ook en je kon zelfs je fiets meenemen. Dat heb ik toen gedaan.)
21 december
Gisteravond was ik aardig depri, nu ook nog wel. Het is eigenlijk geen vakantie, het is meer een leerperiode, waarin ik mezelf weer iets beter leer kennen. (...) In Lapland ging het destijds uitstekend, waarom nu niet meer? Om­dat ik weet dat ik geen mooie verhalen aan Bouk kwijt kan?
23 december
Daarna dacht ik wat rond te gaan fietsen, maar vond het eigenlijk niet leuk. Vind nog steeds weinig leuk, al is het hier dan mooi. Ben maar terug gegaan naar mijn tent om even uit te huilen.
25 december
Gisteren weinig gedaan, wel alle ansichtkaarten gekocht en geschreven. !n het algemeen ge­schreven dat ik het verhaal thuis wel vertel. Ik had weinig zin om vrolijke verhalen te ver­tellen, want echt vrolijk ben ik nog steeds niet.

Hierna ben ik een stuk kwijt, maar ik herinner me nog steeds heel goed de avond van Oudejaar. Ik kampeerde even buiten Greymouth, een plaatsje aan de westkust. Ik had gegeten in een soort eetcafé. Bij het drinken van de koffie dacht ik ineens: vanaf morgen kan ik niet meer zeggen 'Boukje is vorig jarig jaar overleden', maar moet ik zeggen 'Boukje is in 1996 overleden'. Het was een simpele vaststelling, maar ik ben huilend naar de camping gefietst en in mijn slaapzak gekropen. Van de jaarwisseling heb ik niets gemerkt.

Ik heb nog een aantal dagen gekampeerd in Arthur's Pass. Een gehucht dat in de bergen aan de spoorlijn Greymouth-Christchurch ligt. Ik heb daar weer heel wat afgehuild.

Op 2 februari, ik was al weer een paar weken thuis, heb ik nog een soort nawoordje bij mijn dagboek geschreven: Achteraf gezien is het, ondanks alles, goed geweest dat ik de reis naar Nieuw-Zeeland gemaakt heb. Ik heb me in mijn eentje door de depressies heen gewerkt. In feite heb ik ze over me heen laten komen en 'uitgezeten' of 'uitge­huild.' Een nadeel is wellicht dat ik bevestigd word in mijn gewoonte van 'mijn problemen los ik wel ik mijn eentje op', want zo langzamerhand weet ik ook wel dat me dat niet altijd lukt. De les die Boukje erin gehamerd heeft en die ik inmiddels weer wat beter geleerd heb.