foto van Boukje1 (geschreven op 22 februari 2007)

Verjaardagen, feestdagen, data die herinneringen oproepen aan bijzondere gebeurtenissen, ze zeggen me niets. Dat wil zeggen: ik heb er nooit zo'n behoefte aan op die jaarlijks terugkerende data iets bijzonders te doen, zoals het aanbieden van drankjes en hapjes aan familie, vrienden en bekenden. De laatste keer is al weer bijna acht jaar geleden. Ik werd toen zestig. De keer daarvoor is inmiddels zo'n achttien jaar geleden. Inderdaad, toen werd ik vijftig. Die leeftijden vond ik niet zo belangrijk, maar een mens wil wel eens wat (terug) doen en waarom zou je daar dan geen zogenaamde 'kroondag' voor gebruiken?

Als ik heel goed bij me zelf te rade ga, kom ik tot de conclusie dat er nu elk jaar niet meer dan drie data zijn waarbij ik even stil sta bij wat er op die datum in het verleden is gebeurd. Dat is veelal niet eens op de datum zelf, maar op de dagen die daaraan vooraf gaan. "Overmorgen, morgen is het zo lang geleden dat ...". Op twee van die data, 14 mei en 29 juli, was het vorig jaar precies "10 jaar geleden dat ...", maar ik heb die dagen niets bijzonders gedaan. Op 14 mei 1996 hoorde Boukje, volkomen onverwacht, dat ze niet lang meer te leven had; op 29 juli 1996 is ze overleden.

Langzamerhand ben ik mij gaan realiseren dat wat er op die derde datum gebeurde, allesbeslissend is geweest voor wat er gebeurde op alle dagen die erop volgden en nog zullen volgen. Ik ga hier niet schrijven dat het de mooiste dag van mijn leven was. Dat zou immers betekenen dat het daarna alleen maar minder mooi was en dat is pure onzin. Ik zou niet kunnen beschrijven hoe mooi het is om samen met je lief, na een dag sjouwen door de bergen en het doorwaden van diverse rivieren, voor je tentje te zitten met het uitzicht op een smal dal, waarin drie spiegelgladde meren op rij liggen. Ik kan niet uitleggen hoe mooi het is rond een uur of elf 's avonds samen naar het strand te gaan, je kleren uit te trekken en de zee in te lopen, om daarna aan de voet van het duin te vrijen.

Op 2 juni 2007 is het precies "40 jaar geleden dat ...". In de afgelopen weken kwam ik er steeds meer toe te besluiten die datum dit jaar nou eens niet ongemerkt voorbij te laten gaan. Ik weet nog niet wat ik die dag ga doen. Ik had een, vond ik, heel goed idee, maar helaas zat er wat anders in de weg en ik wil het per se niet op een andere dag doen. Als je dit leest, zet die datum dan maar vast in je agenda. Je bent uitgenodigd, voor wat het ook wordt.

Op 2 juni 1967 ging ik naar Texel, waar een kennis van mij een feestje gaf in een kroeg buiten de bebouwde kom van welk dorp weet ik niet meer. Ik had mijn tentje meegenomen, want ik had er een paar vrije dagen aan vastgeplakt. Dat feestje was meer een excuus om naar Texel te gaan. Op de pont viel mijn oog even op een mooi meisje met lang haar. Ik was toen en ben nog steeds geen type dat meteen afstapt op iedere aangenaam uitziende vrouw, maar ziedaar: in de kroeg waar het feestje gegeven werd, zag ik haar weer. Ze zat aan de bar. Ik had wat meer tijd om haar te bekijken. Ik vond haar heel mooi: ongeveer mijn lengte, slank, mooie benen, dat lange haar, bescheiden borstjes. Ik kan het ook niet helpen: een mooi uiterlijk valt eerder op dan een mooi innerlijk. Er was maar één probleem: ze zat voortdurend te praten met dezelfde vent. Jammer dus. Op een gegeven moment zag ik die vent niet meer naast haar zitten. Ik ging terstond een nieuw pilsje halen aan de bar. Daarbij stond ik naast haar. Tegen mijn gewoonte in, bijna tegen mijn natuur in, begon ik met haar te praten. Die vent kende ze verder ook niet, bleek. We praatten door. Die avond heb ik met vrijwel niemand anders gepraat. Ik wist toen al één ding heel zeker: ik wil morgen ook bij haar zijn en overmorgen en volgende week en volgende maand, enzovoort. Het feestje duurde voort tot ver na middernacht. Om een uur of drie zeiden enkele vrienden van mij dat ze naar het strand gingen wandelen. Boukje en ik gingen mee. Op een gegeven moment zei ik dat we verkeerd liepen. Dat meende ik ook serieus. Boukje was de enige die mijn richting wilde volgen. Dat zei wel iets, dacht ik. Het begon al licht te worden toen bleek dat ik het dus verkeerd had. Het strand hebben we die dag niet gehaald, maar dat vond ik niet echt erg. Jaren later had ik het met Boukje nog eens over die wandeling. Ze herinnerde mij eraan dat zij op een gegeven moment zei dat ze het wat koud begon te krijgen. Wat ze toen bedoelde te zeggen was: "Sla eens een arm om me heen." Ik ben nogal rationeel. Als een lief meisje zegt dat ze het koud heeft, mag ze mijn jack aan. Dat gaf ik haar dus.

 

blog stats