(Geplaatst op 15 juni 2010.)
Het dagblad Trouw publiceerde onlangs een 'Funditest': door het beantwoorden van een reeks
vragen kon je bepalen hoe fundamentalistisch je was. (Ik kwam als zeer liberaal uit de bus.) Je kon
een reactie schrijven, maar ook, als je wat meer woorden nodig meende te hebben, een 'betoog', dat dan op
de site van Trouw geplaatst zou worden. Ik kon de verleiding niet weerstaan en heb dus zo'n betoog
geschreven. Het leek me wel aardig dit ook hier te plaatsen.
In mijn 'Dikke van Dale' uit 1970 wordt
'fundamentalisme' nog beschreven als: "orthodoxe, anti-liberale kerkelijke
richting in de Ver. Staten"; het 'Woordenboek der Nederlandsche Taal'
schrijft: "(Godsd.) Zeer orthodoxe, kerkelijke richting of richting in een
bepaalde godsdienst, m.n. in het christendom en in den islam, die streng
vasthoudt aan den oorspronkelijken geest van de leer en die zich voorts kenmerkt
door haar anti-liberale en veelal ook anti-intellectualistische houding. Ook met
negatieve connotatie met de bijgedachte aan starheid. Oorspr. vooral ter aand.
van een derg. kerkelijke richting in de Vereenigde Staten van Amerika"; 'van
Dale online' houdt het kort: "uiterst orthodoxe theologische richting".
In Nederland kenden wij het fundamentalisme vooral als levensovertuiging van
enkele tamelijk marginale gereformeerde/calvinistische groeperingen. 'Wij' keken
er soms wat geamuseerd naar en lieten hen grotendeels hun gang gaan, omdat zij
geen wezenlijke invloed hadden op onze maatschappelijke ontwikkelingen.
Toch nog vrij recent gingen wij fundamentalisme vooral associëren met een
stroming binnen de islam. We zagen hoe de Taliban in Afghanistan eeuwenoude
Boeddhabeelden vernielde. We zagen vrouwen die zelfs hun gezicht moesten
bedekken en meisjes die niet meer naar school mochten. En we zagen de
terroristische aanslagen in New York, Londen en Madrid. Inmiddels constateerden
wij dat hele stadsdelen in eigen land in meerderheid door islamieten bewoond
werden. Zij stichtten hun eigen scholen. Zij bouwden hun moskeeën. Een deel van
de jongeren gedroeg zich onaangepast en één van hen vermoordde een spraakmakend
journalist/filmmaker. Bij velen ontstond de indruk, of werd die gewekt: islamiet
= fundamentalist.
Niet langer wordt het begrip fundamentalisme toegepast op religieuze stromingen.
In Trouw, althans de digitale vorm daarvan, kwam ik al eens de
term 'Verlichtingsfundamentalist' tegen. Er wordt gesproken over atheïstische
fundamentalisten. Wat is fundamentalisme nu precies? Van het internet haal ik
enkele beschrijvingen:
Seculier fundamentalisme wordt nog niet in verklarende zin vermeld.
Er is, in mijn visie, niets tegen rechtzinnigheid in de zin van: consequent zijn
in de toepassing van de door jou geaccepteerde normen en waarden. Anders wordt
het wanneer men geen enkele ruimte laat voor heroverweging op grond van
voortschrijdend inzicht of wetenschappelijke ontwikkelingen. (Ook de kerk kon er
uiteindelijk niet meer omheen dat de zon niet om de aarde draaide, maar de aarde
om de zon). Het kan ook geen kwaad van tijd tot tijd de fundamenten nog eens
goed te bekijken. Hebben wij met het badwater niet ook het kind weggegooid? Er
is zelfs niets tegen het bepleiten van strikte naleving van voorschriften van
welke aard dan ook. N.B.: ik schrijf 'bepleiten', niet 'opleggen'.
Het wezenskenmerk van het fundamentalisme is, naar mijn oordeel, de absolute
zekerheid dat de eigen opvattingen over oorsprong en doel van al het bestaande
in zijn algemeenheid en van het menselijk bestaan in het bijzonder de enig
juiste zijn. Dat op zich is nog geen probleem, ware het niet dat de echte
fundamentalist, zou hij voldoende macht en middelen hebben, zijn opvattingen
oplegt aan ieder ander, of straffe van ... (vul maar in). Het is de mentaliteit
van de kruisridders ("God wil het!"), van de inquisitie (Bekeren of verbrand
worden.) en de zendelingen (Wij weten wat het beste voor je is.). Voor de goede
orde: i.p.v. kruisridders, inquisitie en zendelingen kun je ook lezen gestaalde
kaders, geheime politie en partijleden.
Opvattingen/principes die wij hanteren bij het richting geven aan ons leven zijn
zonder uitzondering gebaseerd op een postulaat, een "stelling die theoretisch
onbewijsbaar is, maar noodzakelijk moet worden aanvaard om bepaalde feiten te
kunnen begrijpen". Voor velen is dat een levende God (resp. Jahweh, Allah,
Zeus, Osiris, Viracocha, Quetzalcóatl, Wodan, noem maar op) die alles geschapen
heeft en leefregels heeft voorgeschreven. Voor mij, agnosticus, is het
basisprincipe de onaantastbaarheid van het menselijk leven. Daaruit volgt, voor
mij, het even onbewijsbare recht op zelfontplooiing. Dat wij ons baseren op een
postulaat zou moeten leiden tot bescheidenheid. De fundamentalist kent die
bescheidenheid niet. Alleen hij (en zijn medestanders) hebben gelijk. De
Euclidische meetkunde kan verder met het postulaat "De kortste verbinding
tussen twee punten is een rechte lijn". Een stelsel van normen waarden volgt
niet zo direct uit "In den beginne schiep God de hemel en de aarde.", of
"Er is geen God dan Allah.", of "Ik denk, dus ik besta."
Had Multatuli gelijk? "Misschien is niets geheel waar, en zelfs dat niet."