Copyright © Evert van Wijk 2008
Deel 1: Voorspel
1.
Het was liefde op het eerste gezicht. Het huis ligt ongeveer een
kilometer buiten het dorp, een eindje van de smalle weg af, die een flauwe
bocht maakt. Aan de overkant van de weg ligt landbouwgrond, aan onze kant een
klein bosperceel. Van de weg af is het huis nauwelijks te zien door de meer dan manshoge
haag die erom heen staat. Door de opening in de haag kon net onze auto. Het huis
ligt in het midden van een vierkant grasveld van 64 bij 64 meter. Een grindpad
hebben we vervangen door tegels en om het
hele huis ligt nu een vier meter breed betegeld terras. Rondom het huis staan
vier platanen.
Het grondoppervlak van het huis is 16 bij 16 meter met afgesneden hoeken,
zodat een achthoek is ontstaan. Op de begane grond zijn twee kamers, een keuken en een badkamer/toilet.
De bovenverdieping bestaat uit drie kamers en een hal met toilet.
Het huis was structureel goed, maar geruime tijd niet onderhouden. Er moest nog
heel wat aan gebeuren, maar dat namen we graag voor lief. Voor Stef was het de
ideale plaats om te werken, dat wil zeggen het schrijven van zijn tweede boek.
"Langs de weg voor het huis komt nauwelijks verkeer", had de makelaar ons
verzekerd. Na een kilometer of twee loopt hij dood, als verharde weg dan. Eigenlijk komt er alleen af
en toe een boer op zijn tractor langs. Een kleine tachtig jaar geleden had de
wat excentrieke, ongetrouwde huisarts van het dorp het laten bouwen. Hij had ook
de haag laten planten. De laatste eigenaar, een achterneef van die huisarts, had
het nog gebruikt als vakantiewoning. De laatste vijf jaar had het ongebruikt
leeggestaan. Geen dorpeling taalde ernaar, anderen vonden het net te ver, net te
bouwvallig of net iets anders 'te'. De koopprijs was daarom niet geweldig hoog.
De opknap- en inrichtingskosten kwamen op het dubbele uit. Het had iets
goedkoper kunnen zijn, maar na veel aarzelen besloten we toch in de achtertuin
een zwembad aan te laten leggen. Een bouwvallig schuurtje vervingen we door een
garage. In het schuurtje lag nog allerlei oude rommel. Er lag een bewerkte plank
waarvan een deel was afgebroken. Er waren letters in gesneden of gebeiteld:
"SAAVE". Er zal wel meer op gestaan hebben. Misschien was het wel de naam die de
huisarts aan het huis had gegeven. De opening in de haag
lieten we iets verbreden. Er kwam geen hek in, maar eiken deuren. Uiteindelijk zag het er zo uit.
Die huisarts moet iets met vierkanten gehad hebben. Die vier bomen staan ook
precies op de diagonalen van het grote vierkant. Wij vonden het wel leuk dat
vierkantidee vast te houden bij de aanleg van het zwembad en de garage, die
beide precies tien bij tien zijn. We zijn
geen van beiden tuiniers, dus het grasveld bleef helemaal grasveld. Iemand van een
hoveniersbedrijf komt af toe het gras en de haag bijhouden.
We hadden het allemaal
ook niet verwacht, maar het eerste boek van Stef was een geweldig succes. Het
was in vijf talen vertaald. De uitgever had het een literaire thriller genoemd. Stef
vond het best. Zelf zei hij dat hij met maar één ambitie aan het schrijven
begonnen was: een lekker spannend verhaal schrijven. Twee jaar lang, we woonden
toen nog in een simpel flatje in Amsterdam, zag ik hem alleen bij het eten en
het naar bed gaan en opstaan. Elke avond, elk vrij uur in het weekend zat hij in
zijn kamertje te schrijven en zich te ergeren aan de tram die met veel lawaai
door de bocht ging en ander verkeerslawaai. Hij was de eerste om toe te geven dat zijn werk als leraar
Engels onder zijn schrijfdrift leed. Hij was eerlijk genoeg om te erkennen dat
hij veel te weinig aandacht aan mij besteedde. Hij deed één concessie: tijdens
onze vakanties, de lange en de korte, ging er geen laptop en geen schrijfblok
mee. Het enige schrijfgerei dat meeging zat in mijn tasje. Ik kon natuurlijk
niet voorkomen dat hij af en toe dwars door me heen keek naar de avonturen van
zijn hoofdpersoon, maar op de goede momenten had hij alle aandacht voor me.
Na de derde druk en de zekerheid dat er nog meer drukken zouden komen, wilde
Stef meer aandacht aan het schrijven, meer aandacht aan het gewone dagelijks
leven en vooral meer aandacht aan mij besteden. Voor het schrijven wilde
hij vooral rust, stilte. Hij zegde zijn baan op en de weekends besteedden we
samen aan het rijden door allerlei delen van het land, nadat we makelaarssites
op het internet afgestroopt hadden. We zagen veel mooie en leuke huizen, maar
altijd ontbrak dat ene essentiële element: stilte, gegarandeerde stilte, of de
prijs was ook voor ons te hoog. We
moesten er ook rekening mee houden dat ik nog een paar jaar zonder
onderbreking wilde doorwerken en dat ik, als het even kon, op de fiets naar mijn
werk wilde gaan. In het dorp zo'n acht kilometer van ons dorp vandaan kon ik op
de enige basisschool daar meteen beginnen in groep vijf en zes.
Stef gaat altijd methodisch te werk. Hij staat vóór mij op en maakt het ontbijt.
Hij fietst met me mee naar mijn werk en doet op de terugweg de boodschappen. Als
het een keer heel slecht weer is brengt en haalt hij me met de auto. Zodra hij
thuis is gaat hij aan het werk tot precies vier uur. Dan doet hij alle
voorbereidingen voor het eten. Tegen vijf uur ben ik meestal wel thuis. We
hebben alle tijd om met elkaar te praten over de gewone dagelijkse
beslommeringen en over belangrijkere zaken. Ik mag altijd lezen wat hij
geschreven heeft, maar ik mag er nog geen enkele mening over geven. Dat mag pas
als hij er mee klaar is. Bij het eerste boek ging het precies zo en dat heeft
tot aardig wat wijzigingen geleid. Ik was dan ook behoorlijk trots
dat op de titelpagina "Voor Annet" stond. Ik vroeg wat er dan in zijn tweede
boek kwam te staan. Dat vond hij nogal duidelijk: "Voor Katrien", mijn tweede naam.
"En je zesde boek dan?" Mijn ouders hadden niet meer dan twee grootmoeders en drie tantes te vernoemen.
"Tijd zat om daar goed over na te denken", vond hij.
2.
Een voordeel van ons huis is dat we altijd kunnen kiezen tussen
in de zon of in de schaduw zitten. We zitten dus heel vaak buiten een glaasje te
drinken voor het eten. De eerste keer dat we dat deden, een mooie dag in mei,
zei Stef: "Ik voel me een vuige kapitalist als ik hier zo zit. Mijn ouders
hebben zich van alles ontzegd om mij leraar te laten worden. Ze zitten nog
steeds zuinig te doen in hun flatje in Osdorp. Mag ik nog zeggen dat ik een
beetje links ben?"
Ik zei dat hij onzin zat te praten. Hij was er nooit op uit geweest om vreselijk
rijk te worden, maar het geld dat bij bakken binnenkwam, kwam op een heel
eerlijke manier binnen en hij zat niet één keer per jaar allerlei aftrekposten bij
elkaar te verzinnen. Bovendien had hij heel veel mensen een paar plezierige,
ontspannende uren bezorgd met zijn boek en met zijn volgende boek zou het vast
weer zo gaan. Ik vond het tenminste weer heel spannend.
"Ging het goed met Katrien vandaag?" Hij had nog geen titel voor zijn nieuwe boek, dus we
hadden het altijd over Katrien.
"Nee. Het is net als bij nummer één. Ik weet het eind al, maar ik weet nog niet
precies hoe ik het tot dat eind spannend moet houden."
Ik vroeg of ik een inhoudelijke opmerking mocht maken, geen mening, een
opmerking. "Ik zal echt niet zeggen wat ik ervan vind." Hij vond het goed.
"Katrien is romantischer dan nummer één. Die vrouw die er nogal vaak
in voorkomt zou je bijna een tweede hoofdpersoon kunnen noemen. Heb je dat
bewust gedaan? Wil je meer vrouwelijke lezers of zo? Wil de uitgever dat?"
"Ik ben er niet bewust mee begonnen. Ik begon haar na een tijdje aardig te
vinden, zoiets was het. Ze gedraagt zich, zeker in het begin, als een bitch,
maar dat is ze in feite niet. Ik heb vandaag ook hevig zitten denken of hij en
zij elkaar echt aardig moeten gaan vinden. Dat kan nu nog alle kanten op."
"Heb je enig idee hoe ze eruit ziet?"
"Fraaie vormen. Ze zou je tweelingzuster kunnen zijn."
"Je gaat me toch niet vertellen dat je me lief ging vinden, hoewel ik als een
bitch overkwam?"
"Je vroeg hoe ze eruit zag, niet wat haar karakter was. Ik vond je lief vanaf
het moment dat ik je zag. Dat weet je."
Daar moest ik hem gelijk in geven. Mijn ouders hebben een kampeerboerderij. Er
kunnen een stuk of tien tenten staan. Zeven jaar geleden was hij in zijn eentje,
in de meivakantie, een weekje door Nederland aan het fietsen. Zijn toenmalige vriendin had hem net de bons
gegeven. Hij was op een dinsdag aangekomen, vond de camping en de omgeving leuk
en besloot een paar dagen te blijven staan en van daar uit rond te fietsen. Ik
was net twintig, was aan mijn eerste baan bezig en woonde op een flatje in
Amsterdam. Ik had op dat moment geen vriendje en ook nog nooit een echt serieus
vriendje gehad. Het weekend ging ik nog vaak naar mijn ouders en toen was ik ook
op vrijdagavond gekomen.
De volgende ochtend wilde hij melk en kaas hebben. Dat verkopen mijn ouders ook.
Een schuurtje hebben ze als een soort winkeltje ingericht. Als ik er toch was
ging ik 's morgens in dat winkeltje staan, zodat mijn ouders weer eens konden uitslapen.
Stef was de eerste klant. Ik gaf hem zijn halve
liter melk en stuk kaas en hij betaalde. Hij liep naar de deur en bedacht zich
toen.
"Werk je hier altijd of alleen in de weekends?" vroeg hij.
"Af en toe in de weekends."
"Als het druk wordt of zo."
"Nee, als ik hier toch ben mogen mijn ouders uitslapen."
"O, op die manier. Aardig van je." Daarna ging hij weg.
's Zondagsmorgens kwam hij weer een halve liter melk halen en weer een stuk kaas.
Ik vroeg of hij dat stuk van zaterdag al helemaal op had. Dat bracht hem
enigszins in verwarring en hij had niet meteen een antwoord. Op dat moment
kwamen er andere mensen binnen en ging hij weg met alleen melk.
Het was die dag mooi weer dus ik ging 's middags in mijn bikini in de zon
zitten. Ik zag hem voor zijn tentje liggen lezen in een zwembroek. Ook van een
afstandje zag hij er leuk uit. Ik ga niet zo methodisch te werk als Stef. Ik ben
wat impulsiever. Ik ging dus naar hem toe en bij hem in het gras zitten.
"Je bent je kaas vergeten vanochtend", zei ik.
Hij moest lachen. "Ik hoefde geen kaas. Dat had jij ook wel door. Ik wou nog
even met je praten."
"Praat maar een eind weg", zei ik.
We waren er al gauw achter dat we zo'n beetje hetzelfde beroep uitoefenden,
allebei in Amsterdam woonden, vijf jaar in leeftijd verschilden en geen relatie
hadden. Drie maanden later vonden we onze relatie goed genoeg om in zijn flat te
gaan samenwonen. In de eerste week
vroeg ik hem wat hij gedaan zou hebben als ik die zondag niet naar hem toe was
gekomen.
"Ik lag niet te lezen. Ik lag vreselijk na te denken. Dat was ineens niet meer
nodig."
3.
We wonen wel wat afgelegen, maar we sluiten ons niet af. Het dorp heeft één
kroeg, Café Landrust, maar niemand zegt ooit dat hij naar "Landrust" gaat. Je gaat
naar "Adrie". Zo heet de uitbater, die zowel de kroeg als de naam van zijn vader en
grootvader heeft. We gaan zeker één keer in de veertien dagen op vrijdag- of
zaterdagavond naar Adrie. Het is geen echt eetcafé, maar ze hebben altijd goede patat,
een goede salade en een keuze uit kip, biefstuk of een karbonade. Als Adrie er weer eens zin
in heeft maakt hij een geweldige saté.
De tweede keer dat we er waren kwam een vrouw op ons af. "Volgens mij bent u
Stef van Aarden, de schrijver." Op de achterkant van nummer één staat een
duidelijke foto van Stef, dus hij kon het niet ontkennen.
"Geweldig boek", zei ze. "Ik heb het al twee keer gelezen. Weet u wat ik leuk
zou vinden?"
"Mijn handtekening", zei Stef berustend. Hij weigert naar signeersessies te
gaan, maar als iemand het hem zo rechtstreeks vraagt wil hij niet weigeren.
"Ik woon om de hoek", zei de vrouw. "Ik ga het halen."
Ze was in een paar minuten terug. Ik had intussen het Post-it blokje uit mijn
tas gehaald. Stef zette zijn handtekening op een velletje en plakte het op de
titelpagina.
De vrouw was uiteraard verwonderd. "Waarom doet u dat zo?"
"In de eerste plaats", zei Stef, "houd ik niet van het schrijven in boeken. In
de tweede plaats wil ik niet dat mijn boeken ook maar een cent meer waard worden
alleen omdat mijn handtekening erin staat. In de derde plaats vindt u het over
een tijdje misschien toch niet zo goed, of u vindt mijn tweede boek waardeloos.
Dan kunt u de handtekening heel makkelijk verwijderen. Wilt u iets van ons
drinken? Dit is Annet, mijn vrouw."
De vrouw zei dat ze Ans heette en hoewel ze over die handtekening
duidelijk een beetje teleurgesteld was, werd het toch een leuk gesprek. Al gauw
wisten ook de andere gasten dat er een bekende schrijver in hun dorp was komen wonen. Nadat we
nog een paar keer geweest waren was het nieuwtje er wel vanaf en waren we niet
meer dan gewone stamgasten en hadden de andere stamgasten door dat bekende
schrijvers net gewone mensen zijn die na diverse biertjes en diverse glazen wijn
ook vaak een plasje moeten doen. We waren de enige 'import' in het dorp in lange
tijd en werden probleemloos geaccepteerd, al kwamen we er eigenlijk alleen voor
de kroeg. De dichtstbijzijnde supermarkt is in het dorp waar ik werk. Geen van
mijn collega's woont daar en behalve voor mijn werk en de boodschappen
komen we er dan ook nooit. De enige die we daar kennen is de man van het
hoveniersbedrijf.
Toen we zo'n half jaar in ons huis woonden werd in een boerderij een
eindje buiten het dorp, aan de andere kant, 's avonds laat ingebroken. De boer
werd mishandeld, zijn vrouw verkracht. Dat zette ons toch wel aan het denken
over ons idyllische plekje. We hadden het wel eens over zoiets gehad, als ver
verwijderde mogelijkheid. Ik had toen gezegd dat ik toch nooit alleen thuis was.
Samen thuis zijn bleek geen garantie voor veiligheid werd ons duidelijk.
Stef liet er geen gras over groeien. Hij nam nog diezelfde week contact op met
een veiligheidsbedrijf. Twee maanden later zei ik: "Dit huis heeft geen naam.
Zullen we het 'Ons fortje' noemen?"
Het was natuurlijk helemaal geen onneembaar fort geworden, maar wat we konden
doen om het wat veiliger te maken, hadden we gedaan. Ook dat veiliger was nog
een relatief begrip zei de man van het bedrijf ons. "U moet altijd beseffen dat
wat wij aangebracht hebben niet meer doet dan waarschuwen. Als het goed is heeft
u de tijd om 112 te bellen, u te verschansen en iets te pakken waarmee u zich
wat beter kunt verdedigen. De praktijk leert dat plotselinge verlichting en het
geluid van het alarmsysteem de meeste inbrekers afschrikken. De camera's laten
zien waar ze zich bevinden."
De lampen en de camera's hangen in de bomen aan de vier zijden van het huis. We
hebben een monitor in de hal en een in de slaapkamer. Ook bij de ingang, aan de buitenkant, hangt een
camera, zodat we kunnen zien wie er aanbelt. Op verschillende plekken in de haag
waren ook sensoren aangebracht.
De eerste zomer dat wij er woonden gingen we niet op vakantie. We voelden ons al
op vakantie. Stefs en mijn ouders kwamen een keer langs en diverse vrienden uit
Amsterdam. Het was een warme zomer en ons zwembad viel dus zeer in de smaak.
Onze beste vrienden bleven een paar dagen. Hij is een ex-collega van Stef, zij
werkt ook in het onderwijs, maar bij een andere school. Toen
we nog in Amsterdam woonden, fietsten we in weekends wel eens met ons vieren
naar het Twiske, omdat daar een plek is waar je bloot in de zon mag liggen. Ze
wilden na een fietstocht wel het zwembad induiken.
Anneke riep: "Stom, ik heb geen zwemkleren meegenomen."
Ik kon natuurlijk een lang verhaal houden, maar een praktische demonstratie leek
me duidelijker. Ik trok mijn kleren uit en dook het water in. De anderen doken
me al snel na. Anneke kwam naar me toe.
"Ik ben echt stom. Er komt hier geen hond langs en als er al een langs komt,
ziet hij nog niets. Jullie doen dit natuurlijk altijd. Vandaar dat je helemaal
mooi bruin bent." Bij de borrel op het terras zei ze: "Henk, ik wil ook een
huisje op het platteland waar je in je nakie in de zon een glaasje wijn kunt
drinken."
Henk zei dat als hij moest kiezen hij toch de voorkeur gaf aan het op elk
gewenst moment in korte broek door Amsterdam te wandelen.
4.
Het was de laatste zomerse dag van het jaar. Dat wist ik toen nog niet, ik wist
alleen dat het lekker weer was. Met een licht windje in de rug fietste ik rustig
naar huis. Stef zat op het terras aan de zijkant voor de open deuren van de
woonkamer. Er stond een pilsje op het tafeltje. Dat was ongewoon, hij begon
nooit te drinken voor ik thuis was. Aan zijn houding kon ik zien dat hij zich
niet happy voelde.
Ik zette niet eerst mijn fiets weg, maar liet die in het gras vallen. Ik gaf
Stef een zoen en ging bij hem zitten. "Zeg het maar, Stef. Ruzie met Katrien?"
Er kon in ieder geval een glimlachje van af. "Zo zou je het kunnen zeggen, ja.
Wil je wijn?"
"Schenk maar in en pak een handdoek. Ik neem even een duik."
Stef wachtte bij de rand van het zwembad en droogde me af. We gingen weer zitten
en ik nam mijn eerste slok. "Wat is er met Katrien?"
Hij dacht nog wat na. "Ik had niet moeten zeggen dat Petra, die vrouw, op jou
lijkt. Als ik nu over haar wil schrijven, zie ik steeds jou voor me."
Ik probeerde het nog luchtig te houden. "Je ziet me nu ook voor je, helemaal
naturel. Is dat storend?"
"Dat is helemaal niet storend, dat weet je ook wel."
"Wat is dan wel het probleem?"
"Ik heb je verteld dat ik zat na te denken of ik die twee elkaar aardig zou gaan
laten vinden. Het leek me wel interessant het die kant op te laten gaan. Hij,
Lex dus, begint door te krijgen, om te beginnen, dat ze er heel aantrekkelijk
uitziet. Dan moet je de lezers laten weten wat hij dan wel zo aantrekkelijk
vindt. Dan verschijn jij dus in beeld."
"Dan zou je toch een bijna lyrische beschrijving kunnen geven?" Ik stond op en
liet de handdoek die ik nog om mijn schouders had op de grond vallen. "Dit vond
je helemaal in het begin al mooi en toen zat er nog een bikini om heen."
"Ga maar weer zitten, lieverd. Daar zit precies het probleem. Als ik dat ga
beschrijven zie ik jou niet meer. Dan zie ik alleen maar een reeks buitengewoon
fraaie onderdelen. Ik voel me een voyeur, alsof ik binnen naar een monitor zit
te kijken terwijl jij je buiten uitkleedt en naar het zwembad loopt. Begrijp je
een beetje wat ik bedoel?"
Ik hoefde niet zo lang na te denken. "Dat is lief van je, Stef. Je wilt niet dat
ik niet meer dan een lekker lichaam voor je wordt, een lustobject om het nog wat erger
te maken. Dat weet ik toch?"
"Ja, dat weet je en dat weet ik, maar ik ben bang dat als ik je ga beschrijven
dat al het andere wat jij ook bent op de achtergrond raakt. Ik heb geprobeerd om
aan eerdere vriendinnetjes te denken. Dat vond ik ook niet eerlijk."
"Nou, als ik dan die Petra ben, dan ben jij die Lex, die haar duidelijk weet te
maken, na nog wat spannende dingen, dat ze meer voor jou is gaan betekenen dan
alleen maar een mooi lichaam."
"Nee, zo werkt het niet, bij mij niet tenminste. Ik ben alleen maar de
verteller, een buitenstaander."
"Weet je wat we doen?" zei ik. "We laten het even rusten. Ik ga deze
aantrekkelijke vormen verhullen. We wandelen naar het dorp en we gaan ons te
buiten aan bier, patat, biefstuk en wijn. Misschien zit alles wel mee en heeft
Adrie weer eens saté gemaakt."
Het zat inderdaad mee. We gingen aan de bar zitten en Adrie zei: "Als jullie
saté willen, moet je het nu zeggen, want ik ben er al bijna doorheen. Je mag
rustig eerst nog een pilsje nemen of meer, dan zeg ik wel dat jullie je portie
gereserveerd hebben."
Dat leek ons een goed plan. We wilden toch nog wel wat ongestoord doorpraten,
dus we gingen aan een tafeltje zitten. Bij Adrie is het een ongeschreven regel
dat twee mensen aan een tweepersoons tafeltje niet gestoord worden.
Tijdens de wandeling hadden we niet veel gezegd. Ik had lopen nadenken.
"Zou het anders zijn," vroeg ik, "als je geen thriller schreef, maar een gewone
roman, over intermenselijke verhoudingen, zeg maar? Nu is de verhouding tussen
die twee een zijlijntje, dat ook weer niet teveel van de hoofdlijn mag afleiden.
Op die relatie kun je niet al teveel ingaan, dus houd je het letterlijk bij de
oppervlakte."
"Een zijlijntje moet je ook netjes afwikkelen. De lezer moet zich aan het eind
niet hoeven af te vragen wat hij nou precies gedaan heeft met die fraaie
borsten."
"Hij laat zich niet afleiden van zijn opdracht en ziet haar ranke gestalte tegen
de achtergrond van de ondergaande zon in de verte verdwijnen. 'Zal ik haar ooit
weerzien?' vroeg hij zich af. The end."
"Ja, ik kan als tussendoortje iets voor de Boeketreeks gaan schrijven."
"Is het al duidelijk of ze bij de good guys of de bad guys behoort?"
"Voor mij wel, in het verhaal nog niet. Dat is nog niet zo ver."
"OK, wilde gok. Hij is eigenlijk behoorlijk verliefd op haar, maar ze hoort
inderdaad bij de bad guys. Zit daar een deel van het probleem? Die mooie vrouw
die jij voortdurend voor ogen hebt behoort helemaal niet tot de bad guys."
Stef stond op en liep naar de bar om de saté te bestellen en nog twee pilsjes te
halen. Hij wilde ook nog wat nadenken, wist ik.
"Je sloeg de spijker op zijn kop", zei hij. "Ik laat haar, denk ik, maar gewoon
de bitch blijven die ze in het begin was. Hij vindt hoogstens dat ze wel een
goed figuur heeft. Dan hoef ik niets te beschrijven. Geen romantiek. Dat is niet
mijn sterkste punt."
"In het gewone leven wel, hoor", zei ik.
5.
Het werd laat die avond, maar we konden de volgende ochtend uitslapen. We dronken
onze koffie aan de stamtafel, waar we ons door anderen konden laten afleiden. Ans
was er ook en vroeg wanneer Stefs tweede boek zou uitkomen. Dat vraagt ze vrijwel
elke keer als we haar ontmoeten en dat begon zo langzamerhand te irriteren. We zagen
haar nooit met een man komen of gaan, ook niet met een vrouw trouwens. Ze is een
jaar of veertig. Ze is geen uitgesproken schoonheid, maar ook zeker geen potje
waarop geen dekseltje zou passen. Ze is ook niet dom, want aan die stamtafel
kan ze over heel wat dingen meepraten zonder uit haar nek te kletsen. Ze heeft
alleen iets opdringerigs. Ze wil aandacht. Ik kan me voorstellen dat een
relatie op een voor haar vervelende manier is beëindigd en dat ze op één of
andere manier wil laten zien dat ze best de moeite waard is. Als ze wat minder
hard haar best doet zou dat best kunnen lukken. Ik ga niet zeggen dat
alle mannen alleen maar de vrouw willen hebben waar ze achteraan gejaagd hebben,
maar de meeste hoeven ook geen prooi die zichzelf komt aanbieden.
Stef riep maar weer eens dat het de ene dag vlotter liep dan de andere, maar dat
Katrien bij de eerstkomende Boekenweek zeker in de boekhandels zou liggen.
"Gaat het Katrien heten?" wilde Ans weten.
Ik wilde voorkomen dat Stef zou vertellen waar Katrien vandaan kwam. Hij is
geneigd om op vragen het juiste antwoord te geven. Ik zei dus gauw dat er nog
geen titel was en dat Katrien een werktitel was. Waarschijnlijk zouden wij het
onder elkaar zo blijven noemen, zoals we het ook altijd over nummer één hebben en niet over
"Ongenode gasten", zoals nummer één echt heet. Toen hij het manuscript naar een
uitgever had gestuurd zei hij: "Let maar eens op, dat wordt nummer één in de top
tien." Dat bleek later te kloppen.
Aan de stamtafel ontspon zich een hevige discussie over soaps en andere
tv-programma's. Het ene woord haalde het andere drankje uit en het was bijna
half één toen we besloten maar eens naar huis te gaan.
Het bleek te regenen, niet hard, maar we hadden geen jassen aan en aan een
paraplu hadden we ook niet gedacht. Het was nog steeds niet koud dus we liepen
gewoon de regen in. Stef probeerde nog "Singing in the rain" te zingen, maar
toonvastheid is zeker niet een van zijn sterke kanten.
We waren een meter of tweehonderd op weg, toen er autolichten om de bocht
verschenen. Dat was vreemd, want het enige huis aan de weg is het onze. De enige
zijwegen zijn landweggetjes die alleen de boeren gebruiken. Ik ging nog wat
dichter tegen Stef aan lopen. Hij sloeg een arm om mijn schouders. De auto
minderde vaart en stopte. Er werd een raampje opengedraaid. Er staan maar een
paar lantaarns langs de weg en niet op het punt waar wij stonden. In de auto
ging ook geen lichtje aan. Ik zag niet veel meer dan dat het twee mannen waren.
"Kunt u ons misschien helpen?" vroeg de man achter het stuur. "We zijn een
beetje verkeerd gereden, geloof ik. Deze weg loopt dood."
Stef vroeg waar ze moesten zijn. Dat bleek het andere dorp te zijn. Stef vertelde
hoe ze moesten rijden. De man bedankte hem en ze reden door.
"Hoe kun je nou verkeerd rijden met zo'n gps-ding in je auto?" vroeg ik Stef.
"En wat moet je om deze tijd in dat dorp als je er in ieder geval niet
woont?"
"Zo'n gps-ding kan ook wel eens gestoord raken, daarom zijn ze verkeerd gereden
en daarom komen ze op een wat vreemd tijdstip bij vrienden of familie aan. Ze
waren misschien toch al verlaat door een file."
"En toevallig hadden ze geen mobieltje bij zich om vrienden of familie te bellen
waar ze zouden kunnen zitten en hoe ze moesten rijden."
Een van de weinige lantaarns langs de weg staat tegenover ons huis. In het natte
gras waren duidelijk bandensporen te zien. Het was zeer onwaarschijnlijk dat er
diezelfde avond nog een andere auto langs onze weg had gereden. Ik vond het niet
leuk en dat zei ik tegen Stef.
"Ze hebben hier even stil gestaan om op de kaart te kijken. Ons huis is het
enige herkenningspunt langs deze weg. Er is niets van voetafdrukken te zien."
Daar zat wel iets in. De houten deuren zaten gewoon op slot. We waren inmiddels
doornat, tot op onze huid. Ik kreeg een idee. Ik trok Stef mee langs het huis
tot bij het zwembad, duwde hem erin en sprong hem achterna. In het water trokken
we de kleren van elkaars lijf en deden we nog wat plezierige dingen.
We droogden ons af in de badkamer. Stef zei dat hij helemaal door zijn slaap
heen was en nog een cognacje nam. Ik wilde wel meedoen.
We praatten nog wat na over die avond. "Wat vind jij van Ans?" vroeg Stef.
Dat vertelde ik hem. "Misschien valt ze gewoon op jonge kerels", zei ik er nog
bij. "Voor een man van begin dertig zie je er nog best goed uit viel me net bij het
zwembad weer eens op. Ze houdt vast ook van dat viriele, atletische type."
"Of ze houdt van rondborstige jonge meiden die zich verkwanseld hebben aan een
succesvolle jonge schrijver."
"Drink je glas maar leeg, kunnen we gaan slapen."
6.
's Zaterdags gingen we samen met de auto boodschappen doen. Dat doen we een
enkele keer als we weer een voorraadje wijn en bier in huis willen halen, die
Stef liever niet bij het dagelijks boodschappen doen in zijn fietstas meezeult. Het
regende weer een beetje. Bij thuiskomst pakte ik de paraplu en deed de deuren
open. Tegen Stef zei ik: "Kijk even op die monitor in de hal of je me ziet
staan."
"Waarom dat?"
"Ik wil zeker weten dat er niet met die camera geknoeid is."
Een paar minuten later riep hij door de intercom: "Onder die paraplu zie je er net zo
beeldschoon uit als altijd."
Ik beperkte me tot: "Slijmbal!"
De rest van de middag besteedden we aan huishoudelijk werk. Stef bracht het
tuinmeubilair naar de garage. Ik deed de was in de wasmachine. Stef deed de
was in de droogtrommel. Ik lapte wat ramen aan de binnenkant, Stef aan de
buitenkant. Samen haalden we de was uit de droogtrommel om die over de diverse
kasten en laden te verdelen. Daarna pakten we ieder ons eigen boek.
Sinds Stef fulltime schrijver was waren de weekends en de avonden "voor ons".
Dat betekent niet dat we voortdurend tegen elkaar aan zitten te klitten. Het
betekent niet meer dan dat hij dan niet schrijft. Tijdens mijn schoolvakanties
schrijft hij overdag gewoon door. Dan moet ik hem ook niet storen. Hij
beschouwt zichzelf als iemand met een vijfdaagse werkweek, vier vakantieweken
en een stel snipperdagen.
"Ik ben geen gedreven schrijver die een boodschap wil uitdragen", heeft hij een
keer gezegd. "Ik ben geen kunstenaar. Ik kan toevallig een spannend verhaal
schrijven waar zoveel mensen geld voor willen neerleggen dat wij dit
alleraardigste optrekje konden aanschaffen. Als ik schrijf ben ik gewoon aan het
werk. Ik geef direct toe dat ik mijn snipperdagen niet tel. Als jij in de
herfstvakantie naar Parijs wil en in de voorjaarsvakantie naar Londen en je wilt
graag dat ik meega, ga ik niet kijken of ik nog wel vrije dagen heb. Het heeft
zich nog niet voorgedaan, maar het zou best kunnen dat ik een keer zeg dat je
maar met iemand anders moet gaan, omdat ik net heel goed op dreef ben."
Voor de zomervakantie zitten we natuurlijk aan de schoolvakantie vast, maar dat
is niet zo'n probleem. Voor twee fietsen en een klein tentje is altijd wel
ergens een plekje te vinden, zeker in Engeland of Frankrijk.
Om een uur of vijf, we hadden net wat ingeschonken, ging de telefoon. Ik zat er
het dichtst bij, pakte hem op en riep: "Met Annet." Aan de andere kant werd niets gezegd. Ik
zei ook niets. Op de achtergrond hoorde ik muziek, waarschijnlijk een radio.
Stef keek vragend naar me toen ik maar steeds niet zei. Ik deed mijn hand
ervoor en zei dat de andere kant niets zei. "Breek dan af", zei Stef.
"Kijken wie het het langst volhoudt. Zij betalen."
Zij, wie het ook waren of was, braken na ruim een minuut af.
"Dat was niet zomaar verkeerd verbonden", zei ik. "Beleefde mensen
verontschuldigen zich. Onbeleefde mensen breken zonder wat te zeggen af. Wat
voor mensen zeggen een hele tijd niets?"
Stef kwam naast me op de bank zitten. "Maakt het je bang of zo?"
"Ik weet het nog niet. Vannacht twee mannen in een auto die hier op die tijd
niets te zoeken hebben. Nu dat telefoontje. Is dat puur toeval? Wilden ze weten of
we thuis waren?"
"Lieverd, wat valt hier nou te halen? We hebben geen bijzondere kunstwerken of
zo. Ze komen niet helemaal hierheen om alleen een tv of computer te jatten."
"Misschien komen ze wel helemaal hierheen om een vrouw te verkrachten, nadat ze
eerst de man goed in elkaar hebben geslagen. Weet je nog?"
"Van die mensen wist het hele dorp dat ze nogal wat antiek in huis hadden."
"Het hele dorp weet dat hier een aantrekkelijke jonge vrouw woont. Dat durf ik
best van mezelf te zeggen. Weet jij of hier de afgelopen zomer niet mensen door
de haag hebben staan loeren terwijl wij hier vrolijk en nietsvermoedend in ons
blootje rondliepen? Ik vind het hier heerlijk en ik wil het hier, verdomme,
heerlijk blijven vinden."
Stef zij een tijdje niets. Hij hield me alleen maar vast.
"We hebben alle voorzorgen genomen die we konden nemen, Annet. In Amsterdam
zouden we allerlei andere gevaren lopen. Denk alleen maar aan het verkeer."
Hij had gelijk natuurlijk. Nergens kun je risicoloos leven. Ik heb ook nog het
geluk dat ik zelden of nooit alleen thuis ben. Ik loop meer kans op aanranding
als ik van school naar huis fiets langs ook niet zo'n drukke
weg, waar hier en daar bosjes lang staan. Bovendien zat ik me waarschijnlijk
onnodig allerlei enge dingen in het hoofd te halen, waren het gewoon twee mannen
die de weg kwijt waren en een puber die een willekeurig nummer op zijn mobieltje
had ingetoetst.
"OK, ridder Stef, stijg op je witte paard en rijd in de richting van de
wijnfles. Als het glas weer leeg is zal deze schone maagd opnieuw laten zien dat
zij ook wel een beetje kan koken."
Stef moest het laatste woord hebben. "Dat schoon, daar kan ik me iets bij
voorstellen. Dat maagd zegt me niets. Je zal voor mijn tijd wel eens met een schildknaapje
gespeeld hebben."
7.
In november liet Stef Katrien, geheel volgroeid, definitief van zijn harde
schijf verhuizen naar haar eigen woning: een cd-rom. Op de harde schijf zou
haar plaats worden ingenomen, daar gingen we tenminste vanuit, door Elise. We
hebben nog heel wat afgepraat over de relatie Petra-Lex. Stef wilde toch de
overgang van bitch naar "toch wel aardig" en misschien zelfs "heel erg aardig"
niet zomaar opgeven. Daarmee kon ze ook de overstap van bad guys naar good guys
maken. Dat paste beter in het verhaal. Na een week of twee kon hij ook over
Petra schrijven zonder dat mijn ranke gestalte steeds schoof voor de ranke
gestalte waar Lex met steeds meer plezier naar keek.
Er was nog één klein probleempje. "Hoever laat ik ze gaan?" vroeg Stef.
"Je bedoelt," zei ik, "doen ze 'het' of wordt er alleen gezoend, al of niet
hartstochtelijk?"
"Precies. Geen moderne lezer zal geschokt zijn als ze 'het' doen, maar dan kom ik bij de
volgende vraag: hoe ver gaat Stef van Aarden in de beschrijving van wat zich bij
'het' afspeelt? Ik hoef ook niet in de recensies te lezen dat Stef van Aarden nu
ook een gezonde portie seks in zijn overigens zeer spannende verhaal verwerkt
heeft."
Ik zei dat ik best over seks wilde lezen, maar dat wat mij betreft niet iedere
handeling minutieus beschreven hoefde te worden. "Je moet suggereren, dan
kunnen de lezers het geheel naar eigen wens en voorkeur invullen."
Daarna ging het als een trein. Ik had er vrede mee dat hij één hele zondag in
zijn schrijfhok zat, want daarna mocht ik commentaar leveren. Ik had aanzienlijk
minder commentaar dan bij nummer één. Ik moest hem er wel op wijzen dat
sentimenteel heel wat anders is dan romantisch en dat verliefde vrouwen net als
verliefde mannen ook hun hersens gewoon kunnen laten doorwerken. "En wat het
suggereren betreft ..." Ik liet hem even in spanning afwachten. "Die scène in
het voorlaatste hoofdstuk, waarin zij naar zijn kantoor komt voor het maken van
definitieve afspraken? Die scène wil ik nu best even helemaal invullen."
Stef maakte een afspraak met de uitgever om de cd-rom op zaterdag zelf te
brengen. Ik wilde ook wel weer een keer naar Amsterdam. We gingen met de trein.
We hadden in een café op het Leidseplein afgesproken en zouden daarna met de
uitgever ergens gaan eten. Ongecorrigeerde stukken had Stef al eerder aan de
uitgever gestuurd per e-mail, zodat die zich vast een oordeel kon vormen.
Het eerste wat Ad, de uitgever, vroeg, was wie Katrien was. Hij wist dat Stef met
ene Annet getrouwd was, maar had mij nog niet eerder gezien.
"Dit is Katrien", zei Stef."
"Ik dacht dat je net Annet zei."
We hielpen hem uit de droom en Stef vertelde Ad dat ik de titel, "De Tweede
Gast", had bedacht. Ik voegde eraan toe dat naar ons idee - "Jouw idee", zei
Stef - het volgende boek ook 'gast' in de titel moest hebben. De verhalen hadden
wel niets met elkaar te maken, maar als Katrien net zo'n succes was als nummer
één, zou het publiek gaan uitkijken naar een derde 'gast'.
Stef legde uit wat ik met Katrien en nummer één bedoelde en daarna zei Ad dat
hij al had willen zeggen dat hij dat gastenidee heel goed vond. Over het verhaal
was hij zeer enthousiast. "Dat gaat weer als warme broodjes over de toonbank",
verzekerde hij ons. We gingen niet al te laat eten, want we wilden de trein
terug niet missen.
Van het station naar huis was met de auto, die bij het station stond, nog
twintig minuten. Ik sliep al half, maar was klaarwakker toen Stef vrij abrupt
stopte. We waren net de laatste bocht om. De lichten in de tuin waren aan! We
konden het alarm horen. Stef pakte zijn mobieltje en belde 112. Hij vertelde wat
er aan de hand was en waar. Hij luisterde nog even en zei: "OK!" Daarna zette hij zijn
mobieltje uit.
"Wat zeiden ze?" vroeg ik.
"Niet meer doen dan kijken en in de auto blijven zitten. Zo nodig wegrijden. Niet
flink en dapper doen. Ze zijn er met een minuut of tien."
Het waren tien heel lange minuten. De politiewagen stopte naast ons. Stef gaf
één van de twee agenten de sleutels. Zij lieten hun wagen staan en liepen naar
het huis, een van hen maakte het hek open. De andere liep buitenom naar de achterkant.
Ongeveer vijf minuten later kwam de andere tevoorschijn. Hij ging ook de tuin
in. Weer vijf minuten later kwam een van hen naar buiten en wenkte ons. We reden
de tuin in, gingen naar binnen en zetten het alarm af. De agenten kwamen ook
binnen.
Stef pakte de cognacfles en glazen. Ik schonk voor de agenten glazen fris in. Ze
vertelden dat er niets bijzonders te zien was. Er was niets beschadigd en er was
dus niet ingebroken. Het was heel goed mogelijk dat een dier, konijn, egel,
haas, het alarm had doen afgaan.
Stef zei dat de sensoren in de haag een meter boven de grond zaten, juist vanwege
dieren.
"Het is allemaal gevoelige apparatuur, meneer", zei een van de agenten. "We
maken vaker mee dat het om onduidelijke redenen in werking treedt. We kunnen
morgen als het licht is nog terugkomen om te zien of we sporen vinden."
Ik zei dat ik dat wel fijn zou vinden. Ze zouden er om een uur of negen zijn. We
bedankten ze en ze vertrokken. We dronken onze cognacjes en gingen naar bed. Ik
vroeg Stef wel of hij in ieder geval alle lichten handmatig weer wilde aanzetten. Dat
gaf me een toch iets veiliger gevoel. Erg goed geslapen heb ik die nacht niet.
8.
Het sporenonderzoek door de politie leverde niets op. De apparatuur gaf aan dat
het alarm net voor half twaalf was afgegaan, een kwartiertje voor we
thuiskwamen. Ik zat me af te vragen of dat nou weer toeval was. Stef zei dat
niemand kon weten hoe laat we thuis zouden komen. Daar had hij natuurlijk gelijk
in.
De daarop volgende maanden ging het leven zijn gewone gangetje. Er gebeurde
niets bijzonders. Stef was al weer druk bezig met de grote lijnen voor Elise. De
kerstdagen brachten we bij mijn ouders door, Oud en Nieuw kwamen Stefs ouders
bij ons. In de voorjaarsvakantie gingen we een lang weekend naar Antwerpen. Het was
slecht weer, maar we hadden een hoop lol.
Een week voor de Boekenweek lag Katrien in de winkels. Het werd weer een hit. Dat vonden
we een goede reden om de meivakantie te gebruiken voor een bezoek aan
Rome. Stef boekte via internet een behoorlijk luxe uitziend hotel in het centrum
van Rome en een gewone lijnvlucht. Ik stelde voor dan ook maar business class te vliegen,
maar hij vond dat we toch al vreselijk kapitalistisch bezig waren. We spraken met
Adrie af dat zijn zoon van zestien elke avond om een uur of tien even bij ons
huis zou kijken.
Rome was in één woord: indrukwekkend. Al het gesjouw door de stad was ook zeer
vermoeiend, dus na twee dagen lieten we ons door taxi's van het ene monument
naar het andere brengen. Ik zocht alles uit, Stef kwam braaf met me mee. Als je 'alles'
van Rome wilt zien, moet je er gaan wonen natuurlijk. We waren gewoon toeristen die ons tot
de hoogtepunten en lekker eten beperkten. Wat me het meest is bijgebleven is een tombe
waarin een aantal kapelletjes was gebouwd. Het bijzondere is dat al die kapelletjes zijn
samengesteld uit schedels en botten van mensen.
We hadden een gunstige vlucht terug, zodat we om een uur of vijf in ons dorp
arriveerden. We gingen eerst bij Adrie naar binnen, want daar kwamen we toch
langs. Zijn zoon had niets opgemerkt. Voor we gingen zei hij dat hij saté had.
We keken naar elkaar en zeiden allebei "Ja".
We reden naar huis, zetten de koffers uit de auto in huis, pakten de fietsen en
reden weer naar Adrie. Adries zoon, ook Adrie, was er ook net. We vroegen wat
wij terug konden doen voor zijn controles. Dat hoefde dus niet, kleine moeite en
zo, maar we drongen aan. Het hoge woord kwam eruit: hij had gezien dat wij een
zwembad hadden. Zou hij ....? Ik zei dat het prima was, als hij van tevoren
belde of het uitkwam. We zouden gasten kunnen hebben. Ik zei er niet bij dat de
gastvrouw en gastheer niet alleen zonder gasten, maar ook zonder kleren aan het
zwemmen of zonnebaden konden zijn.
We maakten het niet te laat. Om een uur of negen fietsten we naar huis. We
douchten, dronken nog een cognacje, Stef controleerde of het alarmsysteem nog
steeds aan stond en we gingen naar bed.
Hoogstens een kwartier later brak de hel los. Zo voelde het, maar het was ons
eigen alarmsysteem dat we voor het eerst en van zeer dichtbij en onverwacht
hoorden. Stef zette de monitor aan. Ik had het mobieltje al in mijn hand. Het
was geen dier dit keer. We zagen twee figuren, mannen, naar de toegangsdeuren
lopen en er overheen klimmen, naar buiten. Stef drukte op een knopje. We zagen
ze aan de andere kant van de deuren. Ze keken recht in de camera, maar hadden
van die bivakmutsen op. Ze wuifden en verdwenen uit beeld. Ik toetste 112. Stef
zette het geluid van het alarmsysteem af.
De politie kwam na een klein kwartier. Het waren twee andere agenten dan de
vorige keer. Stef liet ze de opnamen zien die het alarmsysteem automatisch
maakt. Deze keer kon de politie er niet omheen: de bivakmutsen toonden aan dat
het niet ging om een paar toevallige voorbijgangers. Stef maakte een opmerking die
mij al een tijd op de tong brandde: "Dat waren niet zomaar inbrekers. Ze wisten
wat er zou gaan gebeuren. Ze wilden ons intimideren of bang maken. Ze wuifden
naar de camera, naar ons. Weet u wat dat betekent, naar mijn idee?"
Ik gaf het antwoord: "Ze komen terug."
"Heeft u een auto gehoord, of een motor?" wilde een van de agenten weten.
Stef zei dat we niets anders gehoord hadden dan de herrie van het alarmsysteem.
De agenten gingen naar buiten om te zien of er sporen waren. Stef en ik zaten
elkaar een tijdje aan te kijken.
"Wil je hier weg?" voeg Stef.
Ik lachte. "Wat doe jij als je iets van mij gedaan wilt krijgen?"
"Je bedoelt: wat doe ik niet? Ik ga vooral niet lopen zeuren of drammen."
"Juist. Dan gooi ik de kont tegen de krib. Ik weet niet wat die kerels willen,
maar als ze denken ons op deze manier weg te jagen, hebben ze het goed mis."
"Ben je niet bang?"
"Ja, ik ben zeker bang. Niet nu, want ze zullen vannacht niet meer terugkomen.
Het is misschien meer bezorgd dan bang. Ik vind het een eng idee dat ik in de
gaten word gehouden. Ze wisten dat we weg waren en ze wisten dat we vandaag
zijn teruggekomen. We hebben in de kroeg verteld dat we een week naar Rome
gingen. Die kerels hebben een week de tijd gehad om ons huis in de brand te
steken of helemaal te vernielen. Waarom hebben ze dat niet gedaan? Dat
alarmsysteem maakt een hoop lawaai, maar horen ze dat in het dorp?"
Stef vond het heel vreemd dat er maanden lang helemaal niets gebeurd was, voor
zover we wisten. Er viel niets te bewijzen, maar hij was ervan overtuigd, en ik
was het daar helemaal mee eens, dat de twee mannen die we op de monitor gezien
hadden dezelfde waren als die we toen in die auto gezien hadden. Ze hadden ook
voor dat eerste alarm gezorgd. Het zou mij ook niet verbazen als zij dat
telefoontje gepleegd hadden.
De agenten kwamen terug en vertelden dat er geen enkele aanwijzing te zien was.
Het leek hun helemaal niet onwaarschijnlijk dat de mannen gewoon fietsen
gebruikt hadden. Ze keken nog een keer naar de monitorbeelden. "Naar
vingerafdrukken hoeven we ook niet te zoeken", zei de een. "Ze hadden
handschoenen aan." De ander zei dat ze rapport van het gebeurde zouden maken.
Het zou wel handig zijn als ze een kopie kregen van de monitorbeelden. Stef
beloofde dat hij die kopie zou maken en langs zou komen brengen. De agenten
vertrokken. Stef liep met ze mee om af te sluiten. Ik ging vast naar bed. Ik heb
niet meer gemerkt dat Stef bij me kwam liggen.
9.
De volgende dag, zaterdag, werd ik alleen wakker. Ik hoorde dat Stef in de
keuken bezig was. Na een minuut of tien kwam hij voorzichtig om de deur van de
slaapkamer kijken. "Het is lekker weer", zei hij. "Ik zal het ontbijt op het
terras serveren. Ben je zover?" Door uit bed te stappen en hem een zoen te geven
gaf ik aan dat ik er helemaal klaar voor was.
Het was lekker weer eens in de zon te ontbijten. We hadden nog een redelijk
kleurtje overgehouden van het vorig jaar.
"Is het wel verstandig dat we hier zo zitten?" vroeg Stef.
"Die kerels komen hier niet om zich aan een bloot stel te vergapen. Ik geloof
hoe dan ook niet dat ze overdag komen. De vraag is alleen: waarom komen ze? Is
het gewoon pesterij? Hebben we zonder het te weten een paar mensen in het dorp
op stang gejaagd of kwaad gemaakt? Ligt er een schat begraven ergens in de tuin,
die ze rustig willen opgraven als ze ons eruit gejaagd en het huis gekocht
hebben?"
Stef vond het ook nog mogelijk dat ouders van kinderen uit mijn klas om één of
andere reden kwaad op mij zouden kunnen zijn. Daar had ik nooit iets van
gemerkt. We besloten ons niet uit te putten in allerlei veronderstellingen en
eerst de gewone zaterdagse dingen te doen. Stef zette ook de monitorbeelden op
een cd. Die konden we dan meteen naar de politie brengen. Het bureau is vlak
bij de supermarkt. De man die daar de leiding had vroeg of we nog officieel
aangifte wilden doen. Per slot van rekening hadden die mannen zich zonder
toestemming op ons terrein bevonden. Dat regelden we meteen maar. De politieman
bekeek de monitorbeelden. Hij was eerlijk genoeg om te zeggen dat die beelden
alleen weinig aanknopingspunten boden. Hij had het rapport van zijn collega's
gelezen, dus ook wat wij over de andere incidenten gezegd hadden. Hij zei ervan
dat het niet of nauwelijks te bewijzen was dat er inderdaad een samenhang was,
zeker door de tijdsverschillen ertussen. "Afgelegen huizen hebben nu eenmaal een
zekere aantrekkingskracht, dat begrijpt u wel."
We begrepen het, maar daar schoten we geen fluit mee op, constateerden we toen
we 's middags op het terras aan de borrel zaten. Ik vroeg me af of we wel rustig
ontspannen een paar weken met vakantie zouden zijn. We konden Adrie junior wel
weer vragen of hij elke avond even ging kijken maar dat zou gauw genoeg ook
bekend zijn. Zouden we niet een ander stel die weken in ons huis kunnen laten
zitten? Die konden zich dan de kosten van een dure bungalow besparen. We konden
geen tropisch zwemparadijs aanbieden, maar ons zwembad bood waarschijnlijk meer
ruimte per persoon.
"Speciale aanbieding", zei Stef, "Son et Lumière", u aangeboden door de grote
onbekenden. Dat zullen we er toch minstens bij moeten vertellen. Denk je dat er
dan nog iemand zin heeft?"
We hadden destijds in het beveiligingssysteem kunnen laten opnemen dat er ook
elders een signaal gegeven werd als er iets aan de hand was. De deskundige had
erbij gezegd dat een beetje inbreker er vanuit gaat dat dit gebeurt en dat hij
dus snel moet toeslaan. We zaten alleen nergens in de buurt van een paar stevige
mannen die de zaak op zeer korte termijn konden komen klaren.
"We kunnen het altijd aan Henk en Anneke voorleggen", zei ik. "Die zijn hevig
aan het sparen voor veranderingen in hun huis en zouden dit jaar niet op vakantie gaan. Zal
ik vragen of ze morgen komen?"
Stef vond het best en ik ging naar binnen om te bellen. Ik kreeg Anneke aan de
lijn, die meteen enthousiast was. "Ik zei een half uurtje geleden nog tegen
Henk: 'Die twee zitten nu vast met hun blote bofkonten in de zon.' Als we hier
morgenochtend om zes uur weggaan kunnen we bij jullie in de zon ontbijten."
Ik had een nog beter idee. "Als jullie nu weggaan, kunnen jullie vanavond nog
mee-eten. Wacht even, ik loop even naar buiten om Stef te vragen of hij iets
lekkers wil maken." Stef vond het al weer best.
We aten binnen want zonder zon was het nog net even te fris. Bij de koffie
sneden we het onderwerp aan.
"Wat doen we?" vroeg Stef me. "Eerst vertellen of eerst vragen?"
Eerst vertellen leek me het eerlijkst, anders maakten we ze misschien blij met
een dode mus. Stef deed het hele verhaal en het duurde wel enige tijd voor we
daarover uitgepraat waren.
"Jullie wilden ook nog iets vragen", zei Henk. Ik legde ons probleem en de
mogelijke oplossing voor.
"Tjee", zei Anneke. "Vinden jullie het heel erg als we niet meteen gillend
enthousiast roepen dat we het doen? Ik wil graag een paar weken in mijn blote
kont rondlopen, als het tenminste mooi weer wordt, maar ... uh ... nou ja, je
begrijpt wat ik bedoel."
We begrepen het heel goed. Ze hadden nog tijd zat om er goed over na te denken.
Ik sliep niet echt lekker die nacht. Ik was veel wakker en dan maalden er
allerlei gedachten en beelden door mijn hoofd en geen van alle was plezierig. Om
half acht hield ik het niet meer uit in bed. In de keuken maakte ik een kop thee
en bladerde ik nog wat door de bijlagen van de krant van zaterdag. Aan echt
lezen kwam ik ook niet toe. Daar was ik te ongedurig voor. Ik ging naar buiten.
Echt warm was het nog niet, maar ik had geen zin weer naar binnen te gaan om een
badjas aan te trekken. Door het natte gras liep ik naar de haag. Ik had er nog
nooit met mijn neus bovenop gestaan. Als je er doorheen wilde kijken moest je
wel heel erg je best doen om bladeren opzij te houden. Dat zou niet echt
onopvallend gaan. Ik liep de hele haag langs en zag nergens een plek waar je
zonder meer doorheen zou kunnen kijken, zelfs niet tussen posten waaraan de deuren hingen en
de haag door. Het gaf toch een iets geruster gevoel. Mensen mogen me best
bekijken, maar dan moeten ze wel zo sportief zijn om mij hun te laten bekijken.
Anneke was de tweede die uit bed kwam. Ze stond zich behaaglijk uit te rekken in
de zon. Het was al snel warmer geworden. Op de thermometer zag ik dat het 21
graden was, best veel voor eind mei.
Anneke had een hele pot thee gezet, waarmee we op het terras gingen zitten.
"Henk en ik hebben nog een tijdje liggen praten gisteravond", zei Anneke. "Het
is natuurlijk hartstikke verleidelijk om hier een paar weken te zitten. Je kunt
leuk fietsen in de omgeving. We kunnen een beetje zwemmen als we daar zin in
hebben en ik kan ook een keer lekker helemaal bruin worden. Die enkele keer
in het Twiske schiet ook niet op. Ik heb ook nog bedacht dat er maar weinig kans
is dat er iets gebeurt als wij hier zijn. We vinden het heel vervelend voor
jullie, maar het zou heel goed kunnen dat het niet meer is dan pesterij. Ik ben
er al helemaal uit. Dus als Henk ook wil, kunnen jullie je vakantie gaan
plannen."
10.
Het onderwijs in Henks en Annekes regio ging een week later met vakantie dan dat in mijn
regio. Ik had dus alle tijd de kampeerspullen bij elkaar te zoeken en te
controleren. De fietsen lieten we een complete servicebeurt geven, zodat we ons
alleen zorgen zouden moeten maken om lekke banden. Onze fietstocht zou direct
buiten het hek beginnen. Door de Ardennen zouden we richting Vogezen gaan.
Verder hadden we niet gepland. We konden ook altijd nog, als het weer daartoe
aanleiding gaf, een stuk met de trein naar het zuiden gaan. We wisten ook nog
niet hoe lang we weg zouden blijven, drie of vier weken. Het maakte Henk en
Anneke niets uit.
Stef had inmiddels een paar hoofdstukken van Elise geschreven. Ik laat hem
altijd eerst een tijd zijn gang gaan voor ik ga 'meelezen'. De eerste
nieuwigheid, voor Stef dan, was dat er een ik-figuur was. De tweede nieuwigheid
was dat deze ik-figuur en hoofdpersoon een vrouw was. Ze is begin dertig en
werkt bij een middelgrote gemeente als hoofd van de afdeling Welzijn. Ze heeft
een huwelijk van twee jaar achter de rug. Twee mishandelingen vond ze ruim
voldoende. In het begin van hoofdstuk drie ontmoet ze in een kroeg een
man die haar duidelijk aardig vindt en zij is ook wel gecharmeerd van hem. Hij
is een Irakees die asiel heeft gekregen. Hij drinkt vrolijk alcohol want is
helemaal van Allah los. Aan het eind van dat hoofdstuk gaat de telefoon als ze
net thuis is. De andere kant zegt niets.
"Is ze op zoek naar een huis op het platteland?" vroeg ik Stef. "Gaat ze met hem
op zoek naar zo'n huis?"
Stef wilde nog niet al zijn kaarten op tafel gooien. "Dat is een optie. Het zou
ook kunnen dat er wat vreemde dingen gebeuren rond dat huis."
"Het wordt toch niet deels een autobiografie, hè?"
"Nee hoor. Dat huis krijgt niet zo'n hoge haag en het is een heel fatsoenlijke
dame. Ze heeft zelfs geen bikini, maar een heel degelijk badpak."
"Saai mens."
"Karakters moeten zich kunnen ontwikkelen in een verhaal." Stef bleef zijn
boeken consequent verhalen noemen, geen romans. Toen Katrien uitkwam was hij
gevraagd voor een talkshow. De uitgever had behoorlijk aangedrongen: mooie
reclame. Stef zei dat voor reclame de STER was uitgevonden en dat hij voor een
onbenullig gesprekje van hooguit een kwartier geen vier uur heen en weer naar
een studio ging rijden. Katrien werd toch wel verkocht.
We zouden op zondag vertrekken. Henk en Anneke kwamen op vrijdagavond. Het was
wat druilerig weer, maar tot Annekes tevredenheid waren de vooruitzichten
gunstig.
Na het eten zaten we te dubben: moesten we anderen laten weten dat we een paar
weken weg waren, maar dat vrienden in ons huis zouden verblijven? We konden ons
niet voorstellen dat dezelfde personen Henk en Anneke zouden willen pesten. Het
zou voor hun een extra garantie kunnen zijn voor een ongestoorde tijd. We kwamen
er nog niet uit.
Henk had nog een andere vraag: "Stel nou, dat die grapjassen inderdaad weer
langskomen, maar het blijft opnieuw bij een geluids- en lichtshow. Willen jullie
dat dan weten?"
"Dat laten we helemaal aan jullie over", zei Stef. "Als jullie meteen naar
jullie eigen huis willen, moeten jullie dat om ons niet laten."
"Die klootzakken hebben in ieder geval bereikt, dat we ons met dat soort vragen
zitten bezig te houden", zei ik.
Ik was 's zaterdags het eerst op. Ik zette thee en koffie en ging de krant uit
de bus halen. Onder de krant lag een envelop. Er zat geen postzegel op. Met
ballpoint was erop geschreven "van Aarden". Ik wilde hem oppakken, maar bedacht
me. Ik vloekte hardop. Dit was een nieuwe stap van 'hun', daar was ik van
overtuigd. Ik liet de brief liggen en ging naar binnen. Ik wachtte rustig tot de
anderen uit zichzelf opstonden. Het was terrasweer. Na een half uurtje kwam Henk
als laatste naar buiten. Toen die ook zijn eerste koffie op had vertelde ik van
de brief.
"Waarom heb je hem niet meegenomen?" vroeg Stef.
"Vingerafdrukken?"
"Slimmerik. Ik bel de politie. Waar ligt het telefoonboek ergens? Laat maar, ik
kijk wel via het internet." Een paar minuten later kwam hij vertellen dat ze
iemand van de recherche zouden sturen. Die zou er rond een uur of tien zijn.
Hij belde om precies tien uur aan. We liepen met ons vieren naar het hek. De
rechercheur stelde zich voor als Hans van Berkel. Ik vertelde nog even kort
waarom we het nodig gevonden hadden de politie te bellen. "Mooi denkwerk", zei
hij. Hij haalde een grote envelop en een pincet uit zijn wagen. Ik maakte de
brievenbus open. Hij pakte de envelop eruit en deed die in de zijne. Dat was het
dan.
"We gaan er meteen mee aan het werk", zei Van Berkel. "Ik neem aan dat u er geen
bezwaar tegen hebt dat we de inhoud lezen? In de loop van de middag zal ik u
bellen. Wat zijn uw nummers?" Hij vertrok en wij gingen naar binnen.
Alle boodschappen had ik op vrijdag al gedaan. We zaten eigenlijk een beetje met
onze ziel onder de arm. Stef en Henk besloten maar een eind te gaan fietsen. Ze
zouden onderweg wel ergens een broodje eten. Anneke wilde meteen aan het
bijkleuren gaan werken. Ik wilde ook wel fietsen, maar ik besloot haar
gezelschap te houden. Van Berkel belde om drie uur. "Geen vingerafdrukken, daar
is over nagedacht. Er zat één velletje in de envelop. Daar staat niet meer op,
met een ballpoint geschreven, dan een datum, 18 augustus. Zegt die datum u
iets?"
Ik moest even nadenken. "Dan beginnen de scholen hier weer. Verder zegt het me
niets."
We gingen bij Adrie eten. We waren het over één ding eens: vóór 18 augustus zou
er niets gebeuren. We vertelden bij Adrie ook dat we een week of vier met vakantie gingen.
11.
Op zich was onze fietstocht heel plezierig. Het weer was niet geweldig, maar erg
veel regen hadden we ook niet. De temperatuur was in het algemeen voor het
fietsen door bergachtig terrein wel goed. Tot complete ontspanning kwamen we
toch niet. We bleven nadenken en dus praten over al het gedoe thuis.
"Door dat briefje met die datum zitten ze eigenlijk nog meer te zieken dan door dat
alarmsysteem te laten afgaan", zei ik tegen Stef toen we een dag of tien op weg
waren. "Daar is heel goed over nagedacht. Ze weten verdomd goed dat we ons tot
die datum toch een beetje zorgen zullen maken. Ze hoeven op die datum niks te
doen, want ze hebben toch al succes. Wie bedenkt zoiets? Wat hebben ze tegen
ons?"
Daar kon Stef ook geen zinnig antwoord op geven. "Weet je wat ik het liefst zou
doen? Omkeren en naar huis fietsen. Als ik mezelf toch niet helemaal op mijn
gemak voel, doe ik dat liever thuis."
"Kun je ook weer met Elise verder."
"Nee, ik houd me aan de vakantie. Die vier weken zijn niet voor Elise, maar voor
Annet. Die is nog steeds numero uno."
"Je bent een lieverd. Ik ga meteen Anneke en Henk bellen."
Ik kreeg Anneke aan de lijn en vertelde onze plannen. "Jullie hoeven echt niet
meteen op te krassen, hoor. Ik denk dat ik het zelfs wel plezierig vind als
jullie nog een tijdje blijven. Geeft wat meer afleiding. Ben je al aardig
bruin?"
"We hebben tot nu toe veel meer zon gehad dan jullie, als jullie tenminste nu
ergens in de Vogezen zitten."
"Zitten we. Ga er maar vanuit dat we over een weekje thuis zijn. We bellen nog
wel even."
We kwamen op dinsdagmiddag om een uur of half vier
thuis. Het was bloedheet. We namen nauwelijks te tijd om te zoenen en handjes te
schudden. We liepen meteen door naar het zwembad waar Anneke net uitgekomen was.
Ze had druipend de deur voor ons open gemaakt. "Heb je wel gekeken wie er
aanbelde?" vroeg ik haar toen ze langs dreef.
"Wie konden het nu anders zijn dan jullie?"
"De postbode, met een aangetekende brief."
"Postbodes willen ook wel eens verrast worden."
Bij de borrel zei Henk dat zij ons een maaltijd bij Adrie aanboden. Daar kon je
ook merken dat het vakantie was. "Ik had jullie nog niet verwacht", zei Adrie.
"Er is toch niets vervelends gebeurd?"
Ik had geen zin om alles te vertellen. Niemand anders dan ik kent Stefs
schrijfgewoontes, dus ik zei maar dat hij een hevige aanval van creativiteit had
gekregen. Daar moest hij iets mee doen en gewoon schrijven op papier gaat allang
niet meer. Dat laatste is wel waar. Stef zit tijdens het schrijven al veel te
veranderen en op papier zou dat een storend rotzooitje worden.
Om een uur of tien kwam Ans binnen. Ze was ook verbaasd ons al weer te zien, zo
verbaasd dat ze helemaal vergat te vragen hoe het met Elise ging. Ze bleef ook
maar kort, niet langer dan één glas wijn. Ze had Katrien natuurlijk aangeschaft,
deed er zeer enthousiast over, maar had niet weer om een handtekening gevraagd.
Om een uur of elf wandelden we naar huis. Toen we de bocht in de weg naderden
voelde ik spanning in me opkomen. Ik wist meteen dat het onzin was. We zouden
allang het alarm gehoord hebben. Er waren ook geen lichten aan.
Stef deed, dat is een automatisme bij hem, de brievenbus open. Zijn hand ging
erin en kwam eruit met een envelop. Er stond niets op. Stef scheurde hem open.
Er zat één velletje uit een klein blocnote in. Er waren maar twee woorden op
geschreven: "Of eerder."
"Ze weten verdomme nu al dat we weer terug zijn", zei Stef. "Wie zaten er
allemaal bij Adrie?"
We gingen naar binnen. Het was nog warm genoeg om buiten wat te drinken. Anneke
zei dat ze terwijl wij weg waren niet bij Adrie waren geweest waren en dus ook niemand
verteld hadden dat wij eerder terug zouden komen. De mensen die we bij Adrie
gezien hadden kenden we allemaal minstens van gezicht.
"Zijn jullie door het dorp gekomen vanmiddag?" vroeg Anneke.
"En door het dorp waar ik werk", zei ik.
"Iemand heeft de moeite genomen om hier naar toe te komen en gezien dat we
lopend naar het dorp gingen. Ze kunnen intussen weten dat we dan naar Adrie gaan
en dus niet gauw terug zijn." Stef dacht even na. "Waar verstoppen ze zich als
ze ons willen bespioneren?"
Ik zag nog wel een andere mogelijkheid: "We komen langs hun huis als we naar
Adrie gaan. Ze hebben ons twee keer voorbij zien komen." In de omgeving van ons
huis konden ze zich alleen in het bos verbergen. Het is geen geweldig groot stuk
bos, alles bij elkaar niet veel meer dan vier voetbalvelden, maar er is genoeg plek
om je te verschuilen. Dat moest ik ook wel toegeven.
Henk vroeg of er aan de andere kant een weg of pad was. Daar loopt inderdaad een
pad waarop, als het niet te veel geregend heeft, makkelijk te fietsen is. Vanuit
het dorp kun je op verschillende manieren op dat pad komen.
We besloten de volgende dag dat stuk bos eens goed te doorzoeken. Misschien
zouden we iets vinden wat een aanwijzing zou kunnen zijn. We waren in ieder
geval ook een beetje constructief bezig.
12.
Bij het ontbijt de volgende ochtend bespraken we ons actieplan. Henk vroeg of er
veel mensen in onze buurt kwamen. Ik zei dat wij als we in de tuin zitten
natuurlijk ook niemand voorbij zien komen. Auto's horen we nooit. Een echt
toeristisch gebied is het ook niet. Het ligt net een beetje buiten alles. Stef
zit nog wel eens naar die crime scene films op tv te kijken. Voor het geval we
echt iets zouden vinden nam hij een plastic tas, diverse plastic zakjes en een
pincet mee. Om een uur of tien begonnen we aan de zijkant van het bos. We liepen
ongeveer tien meter uit elkaar. Ons geduld werd lang op de proef gesteld. We
kwamen van de achterkant vandaan en waren een meter of vijftien van de weg toen
Henk "Bingo!" riep. In dat gedeelte van het bos, zeg maar de kant van het dorp,
groeit ook wat laag struikgewas. Daar vonden we een leeg bierblikje en een
verkreukelde wikkel van een Marsreep. Stef pakte beide dingen op en deed ze in
een plastic zakje. Hij knoopte zijn zakdoek om een tak van de dichtstbijzijnde
boom. We deden voor alle zekerheid de rest van het bos ook nog, maar vonden niks
meer. We controleerden of iemand zich op die plek zo kon verbergen dat hij van
de weg af niet te zien was. Dat kon. Henk had zich 'verstopt'. Hij liet ons een
eindje in de richting van het dorp en weer terug lopen. We zagen hem niet, maar
hij kon ons goed volgen, zei hij.
We waren tegen half twee weer thuis en wel toe aan een koele duik en een lunch.
Stef belde met de politie. Van Berkel was er niet, maar ze zouden hem vragen ons
te bellen. Hij belde om een uur of half vier. Stef vertelde wat wij gedaan en
gevonden hadden. Hij wilde meteen langs komen. Hij kon met een half uurtje bij
ons zijn. We vonden het wel jammer dat we iets aan moesten trekken, maar gingen
er vanuit dat een politieman bij dat weer niet vreemd zou opkijken van twee
vrouwen in bikini, heel gewone bikini's, geen touwtjes tussen billen en een
klein driehoekje op een strategische plek.
Van Berkel - "Zeg maar Hans." - kwam weer precies op tijd. Hij zou best een
biertje lusten, maar nam toch koffie. We waren solidair en lieten de drank ook
nog even staan. Stef vertelde ook van het briefje dat we ontvangen hadden en gaf
het aan Hans. "Ik ben er maar van uitgegaan dat hier ook geen vingerafdrukken op
te vinden zouden zijn, maar stop het maar in je dossier. Ik heb tenminste het
idee dat het een dossier kan worden, al kijk ik daar niet naar uit." Hij gaf Hans
ook de andere 'bewijsstukken'.
"Jullie zijn lekker bezig geweest", zei Hans. "Ik mag wel zeggen: goed bezig
geweest. Kan ik jullie bellen als er een vacature bij ons is?"
"Ik bedenk het liever dan dat ik het meemaak", zei Stef.
Hans keek naar hem. "Krijg nou wat! Waarom zie ik dat nu pas? Jij bent de
schrijver Van Aarden. Ik denk altijd dat bekende schrijvers in Amsterdam wonen,
of op zijn minst in de Randstad. Woont er eentje bijna om de hoek. Je hebt in
ieder geval een begin voor een nieuw boek. Laten we maar hopen dat het een happy
end krijgt. Ja, sorry hoor, ik heb je boeken niet gelezen. Mijn dagelijkse leven
is vaak spannend genoeg. Ik lees heel gewone romans als ik weer eens tijd heb. Mijn vrouw heeft jouw
boeken wel gelezen. Zij zou je meteen herkend hebben. Maar goed, ter zake."
Hans was het helemaal met ons eens dat het heel onwaarschijnlijk was dat een
toevallige voorbijganger een eindje het bos zou inlopen om daar een Marsreep te
nuttigen en een blikje bier leeg te drinken.
"Jullie hebben echt geen idee wie hier achter zou kunnen zitten?"
Tijdens ons gepoedel in het zwembad had ik wel een idee gehad, waar ik met de
anderen nog niet over had gesproken. Dit leek me een goed moment. "Kijk, die
boeken van Stef lopen als een trein. Ieder mens zal begrijpen dat we daar een
aardige cent mee verdienen. Daarnaast heb ik ook nog eens een volledig salaris.
We lopen er niet mee op te scheppen. We doen niet mee aan jetsetterige dingen.
We gedragen ons niet als BN'ers. We zijn verknocht aan dit huis, maar vreselijk
bijzonder is het niet. De ligging is vooral belangrijk. Het enige opvallend luxe
is het zwembad, maar daar lopen we ook niet mee te koop. Waar ik mee zeggen wil
dat ik niet weet waarom iemand een geweldige hekel aan ons zou kunnen krijgen.
Ik kan me eigenlijk alleen maar voorstellen dat iemand ons aan het bang maken is
en ons vervolgens gaat afpersen. Betalen of er gebeurt echt iets ergs."
Dat was een mogelijkheid volgens Hans. Hij wilde ons niet bang maken, maar het
zou van alles kunnen zijn.
"En wat kunnen jullie er aan doen?" vroeg ik.
"Jullie begrijpen dat we niet voor onbepaalde tijd een peloton agenten om jullie
huis kunnen zetten. We kunnen op onregelmatige tijdstippen een wagen langs laten
rijden. Dat schrikt misschien wat af. Het lijkt me niet onmogelijk dat we op dat
blikje wel vingerafdrukken vinden, maar dat hoeven geen bekende vingerafdrukken
te zijn. Dan heb je voorlopig alles wel gehad wat we kunnen doen. Het spijt me,
echt."
We verzekerden hem dat we alle begrip voor de politie hadden en niet het
onmogelijke verwachtten.
Hans wilde ook de plek bekijken waar het bierblikje gevonden hadden. Stef en
Henk liepen met hem mee.
"Jullie mogen van mij de vier weken hier helemaal volmaken", zei ik tegen
Anneke, die het bovenstukje van haar bikini losmaakte zodra Hans zich omgedraaid
had.
"Als we jullie niet in de weg zitten, willen we dat best. Wat mij betreft zitten
we hier zes weken, maar we zullen toch een keer naar huis moeten."
"Ja, dan zullen wij in angstige spanning verder afwachten." Ik probeerde het op
een beetje luchtige toon te zeggen, maar slaagde daar niet helemaal in.
"Kom op, meid, misschien gebeurt er helemaal niets meer", zei Anneke. Ze stond
op, aaide me over mijn bol en trok het bovenstukje van mijn bikini los. "Geniet
van de zon, zo lang het kan. Je wilt vast wel een glaasje wijn."
We hadden net een slok genomen toen we de mannen, druk pratend, hoorden aankomen.
Hans kwam ook een paar stappen de tuin in en zwaaide naar ons. Wij zwaaiden terug.
Hij zei nog iets en vertrok.
"Wat zei Hans, voor hij wegging?" vroeg ik.
"Mannenpraat, je kent dat wel", zei Henk. "Wat een doordeweekse politieman zo al
zegt als hij onverwacht twee blote dames ziet."
Stef hielp me uit de droom. "Ik moet er helaas vandoor. Dat zei hij. Mogen wij
blijven?"
"Als jullie een aangename maaltijd bereiden wel."
13.
De anderhalve week dat Anneke en Henk nog bij ons waren, waren heel leuk. Ze zijn
geen mensen die je bezig hoeft te houden. Ze gingen diverse dagen samen fietsen
en als ze thuis bleven konden ze zich ook uitstekend vermaken met een boek. Het weer
werd wat minder mooi, meer bewolking en meer regen. Anneke vond het geen ramp,
ze was mooi bijgekleurd. De laatste vrijdagavond namen ze ons nog een keer mee
naar Adrie. Ze hadden geluk, want ze konden zijn saté voor het eerst
uitproberen. Ze waren laaiend enthousiast.
Om half elf op zaterdagochtend wuifden we Anneke en Henk na. We liepen hand in
hand terug naar het terras waar ik nog een keer koffie inschonk. We keken elkaar
aan.
"En nu maar afwachten", zei ik. "Ik weet niet meer wat ik wil, Stef. Het ene
moment wil ik hier weg, het andere moment ben ik kwaad op mezelf omdat ik weg
wil. Ik wil ons niet laten wegjagen. Dit is jouw werkplek."
"Ik voel ook zoiets, lieverd. Normaal krijg ik na een paar weken vrij de
kriebels. Dan wil ik weer schrijven. Dat heb ik nu niet. Ik weet niet eens of ik
maandag wel verder kan. Dat vind ik nog het ergste. Ze pikken mij mijn werk af.
Ze zijn ook zo onzichtbaar. Je hebt geen idee in welke richting je moet zoeken.
Ik weet dat het nergens op slaat, maar als ik maandag niet tot schrijven kom, ga
ik kijken of ik iets meer over die huisarts te weten kan komen die dit huis
heeft laten bouwen. Waarom is het stuk grond precies vierkant?
Waarom is het huis een achthoek en staat het precies in het midden? Waarom staan die vier
bomen ook precies in een vierkant? Waarom vallen de
diagonalen van die vierkanten precies samen?"
Ik zei dat Adrie me een keer verteld had dat Joop, een van de oudere stamgasten,
daar wel eens ingedoken was. We zouden een keer met hem kunnen afspreken bij
Adrie. Ik had nog twee weken vrij, dus dat kon ook op een middag.
We zaten nog wat door te filosoferen tot we een auto hoorden die stopte. Stef
liep vast naar de hal. Even later werd de deur van de andere kant opengeduwd.
Het was Hans. Direct achter hem aan kwam een vrouw.
"Dit is Loes, mijn vrouw. Ik had jullie al een paar dagen geleden kunnen
bellen," zei hij, "maar er kwam steeds wat tussen. We waren toevallig in de
buurt, dus ik dacht: laat ik dan meteen maar even langs gaan. Of komen we
ongelegen?"
"Nee hoor," zei ik. "Willen jullie koffie?"
Voor ik naar de keuken ging om nog wat koffie te zetten, vertelde Hans dat er
bruikbare vingerafdrukken op het bierblikje waren aangetroffen, maar zoals hij
al vreesde waren het geen bekende afdrukken. Toen ik met de koffie terugkwam was
Loes al in gesprek met Stef over zijn boeken, want over onze zaak kon Hans
verder geen nieuws vertellen.
"Zo, dan nu even eerlijk", zei ik. "Hans, je lijkt me niet iemand die zo'n
telefoontje niet gauw tussendoor kan plegen. Dus ik denk dat Loes je heeft
opgestookt een excuus te verzinnen om haar met de beroemde schrijver kennis te
laten maken."
Loes was eerlijk. "Klopt helemaal. Het kostte me enige overtuigingskracht, maar
hij kan me toch niets weigeren. Ik was ook een beetje nieuwsgierig naar het
huis, of liever: naar de hele plek. Voelen jullie je niet een beetje ingesloten
door die hoge haag?"
"Helemaal niet", zei ik. "Het geeft een hoop privacy."
"Dat heb ik begrepen, ja. Hans vertelde dat hij de vorige keer dat hij hier was
twee dames zag die dachten dat hij al weggegaan was."
Ik vond ze wel een leuk stel. Ze leken me een paar jaar ouder dan Stef, ergens
in de tweede helft van de dertig. "Ja, dat scheelt een hoop gedoe, als je op een
warme dag een paar keer een frisse duik wilt nemen."
"Wat! Hebben jullie een zwembad?"
Ik liet ze zien dat we geen sprookjes vertelden. "Het is natuurlijk vreselijk
kapitalistisch," zei Loes, "maar mag ik ook een beetje jaloers zijn?"
Het leek me wel leuk om ze wat beter te leren kennen. Het liep toch tegen
lunchtijd, dus ik vroeg of ze meelunchten. Ze aarzelden maar heel even.
Loes is directiesecretaresse bij een farmaceutisch concern. "Officieel ben ik
natuurlijk helemaal geen directiesecretaresse, maar managementassistent. Het is
ook wel een heel andere baan dan jaren geleden. Ik zit geen briefjes in steno op
te nemen en uit te typen. Ik zit vooral het dagelijks leven van drie belangrijke
heren in goed georganiseerde banen te leiden. Ik doe dat nu een jaar of vijf en
het bevalt me nog steeds uitstekend. Ik heb ze ook heel duidelijk gemaakt dat ik
alleen hun zakelijke leven regel. Ik houd niet bij wat hun trouwdag of de
verjaardagen van hun vrouwen en kinderen zijn en als hun vrouwen hun niet
begrijpen gaan ze maar naar een gezinstherapeut. Verder kan ik het goed met ze
vinden. Ik zou het ook wel fijn vinden als Hans wat regelmatiger thuis was, maar
ja, hij vindt zijn werk ook leuk."
Hans kon ook boeiend over zijn werk vertellen, dus het was al bijna vier uur toen ze
opstapten. Ik zei dat als ze een keer wilden zwemmen en zonnen ze welkom waren.
"Badkleding is toegestaan, maar wij doen er niet aan."
"When in Rome, do like a Roman", zei Loes. "Jullie zien ons nog, mij in ieder
geval, voor de zomer om is."
14.
De volgende week was rustig. Het gevoel van spanning begon zelfs wat op de
achtergrond te raken. 's Maandags wilde het schrijven van Stef inderdaad niet
goed op gang komen, maar dinsdag ging het al een stuk beter. Er kwam weer meer
zon, maar daar lag ik de meeste tijd alleen in. Vóór de lunch wilde Stef nog wel
eens een duik nemen, maar na drie kwartier ging hij weer gewoon aan het werk.
's Zaterdagsochtends belde Loes dat ze stond te trappelen. Ik zei dat ze vanaf één
uur welkom was. Ze was op een racefiets gekomen en had dus zo'n racebroek en
raceshirt aan. Toen ze die uitgetrokken had kon ik zien dat ze vaak fietste.
Haar benen en armen waren een stuk bruiner dan de rest. Ze zag hoe ik naar haar
keek en lachte. "Ik weet het, het is geen gezicht eigenlijk. Ik heb wel eens
gedacht 's winters elke week een keer in de zonnebank te gaan liggen, maar dat
vind ik overdreven. Hans vindt het trouwens wel iets grappigs hebben."
"Komt Hans ook nog?"
"Ligt eraan hoe laat hij klaar is. Zal ik eerst douchen voor ik het water in
duik? Ik fiets er altijd behoorlijk op los."
"Er is een douche bij het zwembad, een koude douche."
Stef lag bij het zwembad te lezen. Hij keek geamuseerd naar Loes. "Zou jou ook
wel staan," zei hij tegen mij, "zo'n strak zittend licht pakje. O ja, dag Loes.
Ik ben er vanuit gegaan dat jullie blijven eten."
"Shit! Ik bedoel, ja, leuk, maar ik heb niet eens een bloemetje meegenomen of
zo. Moet ik trouwens Hans wel even bellen, maar eerst een duik."
Na een kwartiertje ronddobberen liep Loes naar haar fiets. Met haar mobieltje
aan haar oor kwam ze terug lopen. "Ja, doe dat. OK, tot straks." Tegen ons zei
ze: "Hij denkt nog een uurtje bezig te zijn. Hij komt ook met de fiets. Dat zal
wel iets van vier uur worden."
"Wil hij wel gestoord worden als hij aan het werk is?"
"Ik stuur gewoon een sms-je, één letter. Dan kan hij zelf bepalen of hij
terugbelt. Smeer jij mijn rug even in?"
Hans kwam tegen half vijf. Hij droeg geen fietskleding, maar gewoon een korte
broek en een T-shirt. Uit zijn fietstas kwamen twee flessen wijn. Hij begon ook
met een duik in het zwembad.
We dronken onze aperitiefjes op het grasveld. We konden het uiteraard niet laten
ook over 'de situatie' te praten. "Neem nou eens aan," zei Hans, "dat jullie
wakker worden en jullie zien mannen niet van het huis weg lopen, maar ernaar
toe. Wat doen jullie, behalve 112 bellen?"
"Getver, Hans", zei Loes. "Zit ze nou niet bang te maken. Het is zo al lullig
genoeg."
Ik vond het niet erg. "Als er toch iets gebeurt, kunnen we er beter goed op
voorbereid zijn. We doen de slaapkamerdeur op slot en hopen dat de politie er
heel gauw is. Wat kunnen we nog meer doen?"
"Wel eens aan een flinke hond gedacht?"
"Stef is allergisch."
"Goed, ze breken zich door zo'n schuifpui en je hoort ze trap opkomen."
"Hans, kap nou!" riep Loes weer.
"Nee, ik begrijp al wat Hans bedoelt", zei Stef. "Die slaapkamerdeur stelt ook
niets voor. Daar kom ík nog doorheen. We moeten zorgen dat ze niet op de
bovenverdieping komen. Een stevig luik in het trapgat dus, met heel stevige
grendels."
Dat leek ons helemaal geen slecht idee, maar ik zag toch een bezwaar. "De heren
worden pissig en steken de zaak in de fik, voor ze weggaan. Springen wij uit het
raam?"
"Als je aan de vensterbank gaat hangen, ben je echt niet ver van de grond. Wat
dacht je trouwens van een touwladder? Los van de situatie nu zou dat toch al een
goed idee zijn, want een brandje kan altijd voorkomen. Gebruiken jullie wel eens
kaarsen?"
Ik zei dat we niet 'wel eens' maar vaak kaarsen aansteken 's avonds. Ik ben wel
eens uit bed gesprongen omdat ik er niet helemaal zeker van was dat ik alle
kaarsen gedoofd had.
Stef ging zich met het eten bemoeien. Hans ging met hem mee om een handje te
helpen.
"Die gaan nog een paar gruwelscenario's doornemen," zei Loes, "die niet voor
onschuldige vrouwenoren bestemd zijn. Ik vind het behoorlijk lullig voor jullie.
Woon je in een klein paradijsje waar je echt nog Adam en Eva kunt spelen van
voor de tijd dat ze een vijgenblad nodig meenden te hebben, krijg je dit. Als
dat stomme mens niet naar die slang had geluisterd had, hadden jullie al die
ellende niet gehad. Waren er alleen maar zeer brave mensen geweest."
"En had Hans een andere baan gehad, waardoor hij vaker thuis was. Hé, wacht, ik
zit nog wel eens na te denken over een naam voor ons huis. Je hebt me op een
idee gebracht: Hofje van Eden."
Loes en Hans gingen om tien uur weg. We riepen dat ze nog eens terug moesten
komen, ook als het regende of sneeuwde, en dat zouden ze zeker doen.
Tot een uur of elf dronken en praatten we nog wat. We gingen samen onder de
douche. Het spelletje dat we daar begonnen zetten we in bed voort, maar niet
voor lang.
Er ging geen alarm af. Er gingen geen lampen aan. We hoorden een geluid, buiten,
dat we eerst niet konden thuisbrengen omdat onze aandacht ergens anders was. De
tweede keer hoorden we het wel: een plons. Stef zette de buitenlichten aan. De
camera's staan op het huis gericht. We konden dus niet zien wat er bij het
zwembad gebeurde. Nog vijf keer hoorden we een plons. Een kwartier na de laatste
zei Stef: "Ik ga kijken."
Ik zei dat hij dat de volgende ochtend beter kon doen, maar hij wilde het meteen
weten. "Ze zijn niet op het terrein. Ze hebben volgens mij iets over de haag
gegooid. Blijf jij maar op de monitor kijken en houd de telefoon bij de hand."
Ik zag hem over het gras lopen en dacht: stommeling, je had op zijn minst wat
aan kunnen trekken. Ik vond hem er opeens heel kwetsbaar uitzien en was bang toen
hij uit beeld verdween. Hij kwam gelukkig weer gauw tevoorschijn en zwaaide naar
een camera. Hij kwam niet meteen naar boven. Ik hoorde hem in de keuken
rommelen.
"Wat doe je?" riep ik.
"Ik ben zo weer terug."
Ik zag hem met een steelpannetje in zijn hand naar het zwembad en weer
terug lopen.
"Het water is helemaal rood", zei hij toen hij weer naast me in bed zat. "Het
kan echt bloed zijn van een dier, maar het kan ook verf zijn. Dat moet de
politie maar uitzoeken."
We waren niet meer in de stemming om ons spelletje af te maken. We kropen wel
heel dicht tegen elkaar aan.
15.
Bij de thee belde Stef de volgende ochtend de politie om te vertellen wat er
gebeurd was. Ze zouden iemand sturen om het water met bloed of verf te komen
halen. Stef had het water in een lege wijnfles overgedaan. Al vóór de thee had
hij zeven plastic zakken uit het water gevist. We waren samen gaan kijken. Het
water was gelukkig al weer helemaal doorgespoeld en helder. Ik bleef toch
aarzelend aan de kant staan.
"Niet aan bloed denken", zei Stef. "Spring er in, anders doe je het misschien
nooit weer." Ik deed wat hij zei. Terwijl ik wat ronddobberde dacht ik na. "Haal
al die handen daar weg en luister", zei ik tegen Stef. "Ze hebben die zakken over
de haag gegooid, maar die zakken waren niet afgesloten. Een niet-afgesloten zak gooi
je niet omhoog, want die is vrijwel leeg voor hij in het water komt. De boomtakken
die in de buurt van de haag komen zijn niet stevig genoeg om op te zitten of aan
te hangen. Dus?"
"Dus?"
"Dus hebben ze ergens op gestaan, zodat ze over de haag konden kijken en die
zakken bijna konden laten vallen. Dus?"
"Dus moet ik aan de andere kant gaan kijken."
"Nadat je ten minste één kledingstuk heb aangetrokken en ik bedoel geen ijsmuts
of T-shirt."
Ik had thee ingeschonken toen hij terugkwam. "Er is een rechthoekige afdruk in
de grond te zien. Ze zouden op een kist gestaan kunnen hebben. Iemand die lang
genoeg is, zeg zo rond de één meter negentig, kan dan zo'n zak over de haag in
het water gooien. Ik ga in ieder geval een paar foto's maken van die afdruk. We
laten de politie er ook naar kijken."
Voor de politie kwam had Stef de foto's al overgezet op zijn pc en van daar weer
op een cd. De politieman ging ook nog even achter de haag kijken, maar verder
dan wij kwam hij ook niet. Hij vertrok met fles en cd. Wij gingen naar de
supermarkt voor de zware boodschappen. Op de terugweg gingen we het pad achter
het bos bekijken. Ik liep voor de auto uit. Ik zag niets bijzonders.
's Middags hielden we in het gras bij het zwembad krijgsraad. Stef dacht dat het
handig zou zijn Hans te bellen. Ik vond dat we dat niet moesten doen. "Hij hoort
volgens de normale weg wat hier gebeurd is. Dan moet hij zelf bepalen wat hij
ermee doet. Ik vind ze een hartstikke leuk stel, maar hij moet zich niet
verplicht gaan voelen ons een voorkeursbehandeling te geven of extra werk voor
ons te doen, omdat ze hier een middagje in hun blootje mochten lopen en dat
misschien nog wel eens willen doen. We moeten privé en zakelijk wel uit elkaar
blijven houden."
"We hebben er gisteren ook over gepraat."
"Dat vind ik ook niet erg, maar daar waren ze niet voor gekomen. Als hij vandaag
uit zichzelf zou komen, prima. OK, moeten wij nu ook camera's hebben die de
andere kant op kijken?"
Stef had nog iets anders bedacht. "Het alarmsysteem gaat pas af als ze al binnen
de haag zijn. Dan kunnen we ons verschansen en that's it. Ik zou wel
gewaarschuwd willen worden, als ze nog aan de andere kant van het bos zijn. Dan
zetten we zelf het systeem aan. Ik kan me niet voorstellen dat ze dan gewoon
doorlopen. Ik ga morgen eens bellen met die zaak die de beveiliging hier heeft
geleverd en vragen of daar apparatuur voor bestaat."
"Jij gaat morgen met niemand bellen. Jij gaat lekker met Elise spelen en ik ga
bellen. Ik vind het een heel goed idee trouwens. Hoe gaat het eigenlijk met Elise?"
Ik had al meer dan een week niets gelezen.
"Begint haar situatie al meer op de onze te lijken?"
Dat idee had Stef helemaal laten vallen. Het telefoontje waarin niets gezegd
werd had hij geschrapt.
"Is dat niets voor jou?" vroeg hij. "Ik fantaseer van
alles bij elkaar, jij schrijft een waargebeurd verhaal over dat charmante jonge
stel, dat door onbekenden wordt lastiggevallen. Dat kunnen we dan later aan onze
kleinkinderen laten lezen."
"Dan zullen we eerst kindertjes moeten maken en daar wachten we nog een paar
jaar mee. We kunnen nu wel wat oefenen, want dat is er gisteravond helemaal bij
ingeschoten."
We maakten er een serieuze oefening van en lieten ons in het zwembad afkoelen.
Daarna was het tijd voor drankjes, die ik ging halen. Terwijl ik daar mee bezig
was schoot me weer te binnen wat Stef had gezegd over dat waargebeurde verhaal.
Ik vond het eigenlijk een heel goed idee. Ik fantaseer niet zoveel, maar
schrijven kan ik ook wel. Ik had nog een week vrij en zou dus vast kunnen
opschrijven wat ons tot dan toe overkomen was in ons Hofje van Eden. De dingen
die daarna nog zouden gebeuren, al mochten ze van mij wegblijven, zou ik netjes
noteren, zolang ze nog vers waren. Dat zou ook nog wel eens belangrijk kunnen
zijn voor de politie. Het gaf me ook een gevoel van 'Ik zit maar niet een beetje
lijdzaam af te wachten tot zij weer iets bedacht hebben.' Het gevoel van
dreiging bleef voortdurend op de achtergrond hangen, maar ik was nog steeds niet van plan
eraan toe te geven.
Stef vond het een prima plan. Dat vond hij ook van 'Hofje van Eden'. Hij zag
meteen titels voor deel één en twee: "Paradise Lost" en "Paradise Regained". Ik
vreesde dat deel twee niet meer dan één zin zou bevatten: "En ze leefden nog
lang en gelukkig."
16.
De man van de beveiliging kwam op dinsdag. Stef nam een snippermiddag en kwam er bij zitten.
Wat wij wilden was technisch geen enkel probleem. Hij kon het hele bos volhangen
met bewegingsdetectoren. Ze konden zo afgesteld worden dat ze niet reageerden op
langsvliegende vogels. Ze werkten op batterijen die we van tijd zouden moeten
checken. Het kon ook zo geregeld worden dat wij een signaal op ons mobieltje
kregen wanneer iemand in de buurt van zo'n detector kwam.
"Lekker!" zei ik. "Wordt het een beetje laat in de kroeg, gaat dat mobieltje af.
Moeten we dan als de wiedeweerga naar huis racen?"
"Dat lijkt me niet zo verstandig. U kunt wel als de wiedeweerga de politie
bellen."
Precies op dat moment ging de telefoon. Ik schrok me, geheel onnodig, rot. Het
was Hans. Er was geen bloed in het zwembad gegooid, maar gewone waterverf van de
juiste kleur. Ik vertelde dat we net bezig waren met een waarschuwingssysteem.
Hij vond het een goed idee. Hij zei nog een keer dat ze het geweldig leuk bij
ons gevonden hadden en dat hij de hele zaak scherp in de gaten zou blijven houden.
Terwijl ik belde had de man een schetsje gemaakt van het bos, met daarin
mogelijke plekken om zo'n detector te bevestigen.
We gingen er maar vanuit dat de beveiligingsman meer verstand had van de beste
plekken voor de detectoren dan wij. Ze konden zo worden aangebracht dat ze vanaf
de weg niet te zien waren.
"We weten dat we op één of andere manier in de gaten worden gehouden", zei ik
nog. "Hoe weten uw mensen dat ze niet gezien worden terwijl ze die dingen
ophangen? Is het effect dan niet meteen weg?"
"Mevrouw, laten we om te beginnen hopen dat we ze voor niets ophangen, maar de
allereerste keer dat u gewaarschuwd wordt en maatregelen neemt, weten ze dat er
van die dingen zijn. Maar we nemen natuurlijk de nodige maatregelen om te
voorkomen dat andere mensen zien dát we ze ophangen en wáár we ze ophangen."
"Het begint toch meer op een Fortje van Eden dan een Hofje van Eden te lijken",
zei ik nadat de man vertrokken was.
Stef was er nog steeds niet helemaal van overtuigd dat we zelf de oorzaak van de
hele situatie waren. We hadden een keer gesproken met Joop die zich wel eens
verdiept had in het wel en wee van die huisarts. Toen die zich in het dorp
vestigde was hij net veertig geworden. Hij woonde eerst in het dorp zelf. Buiten zijn
werk had hij nauwelijks contact met andere dorpelingen. Hij had een huishoudster
die ook voor hem kookte. Vaak zagen de mensen hem op vrijdagavond weggaan, maar
niemand wist waarheen. Drie jaar later had hij het stuk grond gekocht en
daarop het huis laten bouwen. Joop had niet kunnen achterhalen
waarom alles op vierkanten gebaseerd was. Dat moest een reden hebben, maar welke? Het was ook niet
duidelijk wat een man alleen met zoveel ruimte moest. De meeste
wetenschap had Joop uit krantenarchieven gehaald. Het dorp was ook destijds niet
het middelpunt van de wereld. Alleen in de regionale kranten kwam het wel eens
ter sprake. Er was een foto van de huisarts die voor zijn huis staat. Stram
rechtop staart hij nors in de camera. Hij is net vijfenzestig geworden en is dus vijfentwintig
jaar huisarts
in het dorp. In het artikeltje bij de foto wordt geschreven dat de mensen
tevreden zijn met hun huisarts. Een opmerkelijk feit uit de dorpgeschiedenis is
dat er een keer een jonge vrouw verdwenen is, de dochter van de plaatselijke
kruidenier. Ze was begin twintig toen ze verdween. Ze is nooit gevonden.
Stef vroeg hoe lang de huisarts er toen was. Die was er toen een jaar of vijf.
"Je denkt toch niet dat die huisarts iets met die verdwijning te maken heeft?"
zei Joop.
"Ik verdien mijn geld met fantaseren. Ongetrouwde huisarts onderzoekt jonge
vrouw en ontdekt haar tot dan toe verborgen charmes. Hij raakt helemaal hoteldebotel en
wil meer. Zij is deugdzaam en wil dat
niet. Hij overweldigt en vermoordt haar en begraaft haar in het bos. Op het graf
laat hij een huis bouwen. Het slachtoffer ligt precies op het kruispunt van de
diagonalen van die vierkanten."
Stef zou er best een spannend verhaal van kunnen maken, maar in de alledaagse
werkelijkheid kon ik me er niet zoveel bij voorstellen. "Ik zie niet meteen een
verre achterneef van die deugdzame jonge vrouw ons hier wegpesten omdat hij op
zijn gemak de hele tuin wil afgraven en zelfs onder het huis wil kijken. Was die
huisarts rijk, Joop?"
"Hij was natuurlijk wel een van de rijkere mensen van het dorp, maar uit niets
blijkt dat hij idioot rijk was en dat hij ergens een schat of zoiets zou hebben
begraven. Waarom zijn jullie eigenlijk zo geïnteresseerd in die man?"
Het was toen nog niet in hele dorp bekend dat wij wel eens ongenode gasten
hadden, dus we vertelden het hem en dat we dachten dat het in theorie iets met
die huisarts te maken kon hebben. Hij was immers een beetje vreemde eend in de
bijt geweest.
"Ongenode gasten", dat was de titel van Stefs eerste boek. Het verhaal lijkt in
de verste verte niet op onze situatie, maar zou die titel iemand op de gedachte
hebben kunnen brengen? Was het allemaal geen bedreiging, maar een uit de hand
gelopen slechte grap?
Stef ging die middag niet meer aan het werk. We liepen nog eens om het bos heen.
Waar zou iemand het bos in gaan? De plekken die de beveiligingsman had
aangegeven leken inderdaad de meest waarschijnlijke. We keken ook nog bij de
plek waar we het bierblikje gevonden hadden. Er lag deze keer niets. Zou het hem
of hun zijn opgevallen dat het bierblikje was weggehaald?
Het was geen weekend, maar we liepen meteen maar door naar Adrie. Het was er nog
rustig. Adrie was wat verrast door ons bezoek op dat ongebruikelijke tijdstip.
"Jullie zijn toch niet het huis uit gevlucht?"
We stelden hem gerust. Er schoot me ineens iets te binnen. "Je zoon vroeg een
tijdje geleden of hij af en toe eens bij ons mocht zwemmen, maar hij is nog niet
geweest. Heeft hij watervrees gekregen?"
Adrie had geen idee. "Misschien gaat hij toch liever met z'n vrienden zwemmen.
In het grote zwembad is er natuurlijk ook meer gelegenheid om meisjes te
ontmoeten, nadat ze eerst uitgebreid bestudeerd zijn. Hij is nog een puber
tenslotte. Hij heeft op het ogenblik wel een vriendinnetje, geloof ik, maar hij
zal misschien niet durven vragen of ze mee mag komen. Daar heb je hem trouwens,
kun je het hem zelf vragen."
Ik had de indruk dat junior een beetje schrok toen ik het hem vroeg. Hij zei
zo'n beetje hetzelfde als zijn vader: hij ging met z'n vrienden zwemmen. Ik kon
later bij Stef niet checken of hij inderdaad wat geschrokken was. Die was door
blijven praten met senior. Er viel me nog iets op: ik ben niet echt klein, één
meter zesenzeventig, maar junior stak een kop boven me uit. We hebben hem
destijds een sleutel van het hek en het huis gegeven. Sleutels kunnen gekopieerd
worden.
Zondag 1 oktober, 15.15 uur
In de laatste week van augustus werden de detectoren in het bos aangebracht. Ze
werkten allemaal. De doordringende pieptoon die wij hoorden als er iemand in de
buurt kwam, was buiten de haag niet te horen. Ook het mobieltje van Stef ging
over. Begin september, het was nog een paar dagen prachtig weer, kwamen Hans en
Loes op een zondag weer een keer langs. We hadden al begrepen dat het onderzoek
helemaal stil lag. Er waren simpelweg te weinig harde feiten waar iets mee
gedaan kon worden. "Wat ze ook willen, veel haast hebben ze er in ieder geval
niet mee", volgens Hans. De rest van de maand september gebeurde er niets. Nu
ik dit schrijf is het 1 oktober en ben ik helemaal 'bij' met de beschrijving van
onze wederwaardigheden. Ik vind het bijna jammer, niet omdat ik wat meer
avontuur in ons leven wil, maar ik ben het schrijven leuk gaan vinden. Stef doet
altijd heel nuchter over dat schrijven, maar hij heeft natuurlijk een geweldige
'baan'. Hij kan het leven van een hele rij mensen naar zijn hand zetten. Hij kan
ze gelukkig of doodongelukkig maken. Ik heb hem wel eens gevraagd, zo halverwege
nummer één, hoeveel wensdroom er in zijn verhaal zat. Had hij hetzelfde willen
meemaken of doen als zijn hoofdpersoon? Helemaal niet dus. "Ik ben een gewone
brave burger met een rijke fantasie die toevallig ook nog aardig kan schrijven.
Als die fantasie opdroogt ga ik gewoon weer het onderwijs in. Vind ik ook leuk."
Die fantasie maakt het voor hem wel iets gemakkelijker om de rare dingen te
aanvaarden die ons overkwamen. In zijn boeken gaat het heel wat heftiger
toe. Van meer dan wat hartkloppingen en onlustgevoelens hebben wij nog geen last
gehad. Aan meer heb ik ook geen enkele behoefte.
Ik zit met een vraag: waar schrijf ik over zolang er niets meer gebeurt? Ik kan
me niet iets voorstellen als: "Lief dagboek, Vanochtend werd ik zeer ontspannen
wakker. Stef heeft mij gisteravond zeer verwend. Ik heb een speciaal lekker
ontbijtje voor hem gemaakt. Ik kwam nogal moe op school, want ik had behoorlijk
de wind tegen. Dat was ook in figuurlijke zin zo, want de kinderen waren erg
vervelend en lawaaierig vandaag. Op de weg terug regende het en ik had mijn regenpak vergeten.
Ik was doornat en koud toen ik thuiskwam. Gelukkig stond Stef klaar om mij weer
op te warmen met een kop warme chocolademelk met slagroom." Het zou allemaal
best een dag zo kunnen gaan, afgezien van de chocolademelk, maar waarom zou ik
dat opschrijven? Ik kan ook alle diepe gedachten opschrijven die bij me binnen
dwarrelen tijdens het naar huis fietsen. Ik vrees dat ze, eenmaal
opgeschreven, niet meer zo geweldig diep blijken te zijn. Wat betekent dat nou?
Leid ik maar een saai burgerlijk bestaan? Ons kostje is gekocht. We hebben een
riant dak boven ons hoofd met ruim voldoende ruimte om ons heen. We zijn vaak
letterlijk als Adam en Eva in het paradijs. We kunnen het goed vinden met onze
ouders. We hebben goede vrienden en nog een stel aardige kennissen die we
regelmatig in de kroeg ontmoeten. Is that all there is? Of moet het allemaal
grootser en meeslepender gaan? De enige voorzienbare redelijk ingrijpende
verandering in ons bestaan is een kind dat we in eendrachtige samenwerking tot
stand brengen en vervolgens gedurende een reeks van jaren zullen opvoeden,
eventueel nog een tweede. Nu hoeven we nog niet zo nodig, maar we zijn het er
wel over eens dat ik over een paar jaar stop met de pil en de natuur zijn gang
laat gaan. Dan ben ik begin dertig en heb ik, statistisch gezien, nog wel zo'n
vijftig jaar te gaan. Tussendoor word ik ook nog een keer grootmoeder.
Ben ik gelukkig? Zou ik tegen iemand zeggen dat ik dat niet was, dan zou die mij
voor gek verklaren. Wat wil ik dan nog meer? Ik zal het ook niet zeggen. Je moet
dat 'gelukkig zijn' ook niet al te veel willen analyseren. Dan blijft er niet
meer over dan een rijtje losse elementen: lekker gevreeën met Stef, leuk gepraat
met Stef, lekker weer, plezierig lesgegeven, lekker gegeten. Wordt dat allemaal
pas waardevol als je eraan kunt toevoegen: iets positiefs bijgedragen aan het
welzijn van de samenleving? Het is prachtig wat moeder Theresa allemaal deed. Ik
ben al blij als de kinderen zonder tegenzin bij juf Annet de klas binnenstappen.
Ik houd het er maar op dat ik tot nu meestal goed in m'n vel zit. Ik was nog
redelijk jong toen ik bij Stef introk. Als ik zeg dat ik daar nog geen seconde
spijt van gehad heb, druk ik me zwakjes uit. We zitten niet voortdurend op
elkaars lip, maar ik vind het fijn om hem weer te zien als ik hem een tijdje
niet gezien heb. Ik kan aan hem zien dat hij dat ook vindt als ik thuis kom van
school. Hij zit dan meestal op de bank in de woonkamer. Soms is hij nog in de
keuken bezig. We zoenen. Een enkele keer zoenen we wat door. Dat eindigt wel
eens in bed of op de bank of waar dan ook en dan beginnen we wat later aan een
drankje. Ik treed hier niet in detail. Je weet maar nooit of in de tijd dat onze
kleinkinderen dit lezen er een periode van 'nieuwe kuisheid' is aangebroken.
Lieve kleinkinderen,
Toen opa en oma zo oud waren als jullie nu zo ongeveer zijn, werd er wel eens
gezegd dat er een vreselijk losse moraal was. Geloof er maar niks van. Toen opa
en oma nog jong waren en nog een echt goed figuur hadden, liepen ze wel eens
bloot rond in de tuin waar jullie zo graag kwamen spelen. Ze liepen ook wel eens
bloot op het strand, net als veel andere mensen, maar blote mensen zijn net zo
moralistisch als aangeklede mensen, hoor. Moraal kun je niet zomaar even
uittrekken. Ook in jullie tijd zullen er nog steeds mannen zijn die precies
weten waar ze, stiekem natuurlijk, 'spannende' foto's en films kunnen krijgen en
bekijken. Dat doen ze al eeuwen. Vroeger moesten ze het doen met beschilderde
Griekse amfora's, mozaïeken of tekeningen. Dat zijn we intussen kunst gaan
noemen. Weten jullie wat een actrice, Sharon Tate, in oma's tijd, eens gezegd heeft?
"Op tv kunnen kinderen mensen elkaar zien uitmoorden, wat iets erg onnatuurlijks is,
maar ze mogen niet twee mensen op een erg natuurlijke wijze seks zien hebben.
Dat slaat toch nergens op?" Vinden jullie dat ook niet heel gek?
DEEL 2: Schermutselingen.
Woensdag 4 oktober, 20.30 uur.
Stef had dit nog niet gelezen, maar heeft dat gisteren gedaan. Van mij mag hij
wel commentaar leveren. Zijn primaire reactie was dat de karakters niet helemaal
uit de verf kwamen. Ik maakte me er eerst met een grapje vanaf. "We kunnen zelf
eens verf in het zwembad gooien en een duik nemen." Daarna werd ik serieus, min
of meer. "Dit is geen verhaal, laat staan een roman. Dit verhaal wordt alleen
gelezen door een paar mensen die de twee hoofdpersonen goed kennen en de
'bijrollen', om ze zo maar even te noemen, zijn voor het verhaal niet zo
belangrijk, behalve de bijrollen die we nog niet hebben leren kennen. Als we ze
leren kennen hoop ik dat er politie in de buurt is."
"Waarom zouden andere mensen het niet willen lezen?" vroeg Stef. "Nu nog niet,
want zoveel is er niet gebeurd. Maar je weet nooit wat er nog kan gebeuren." Hij
hoorde meteen zelf wat hij eigenlijk zei. "Sorry Netje, dat was een heel stomme
opmerking." Stef noemt me maar een heel enkele keer Netje. Meestal als we
geweldig, meer dan doordeweeks lekker, gevreeën hebben. Als hij me Netje noemt
bestaat er niemand anders voor hem. Dan ben ik ook meteen weer met één natte vinger te
lijmen.
"Ik ben niet boos op je, lieverd. Je begint gewoon een beetje aan
beroepsdeformatie te leiden. Verhalen moeten spannend zijn. Dit is geen verhaal.
Het is een wat uitgebreide reportage. Ik wil ook doorschrijven als er verder
helemaal niets engs gebeurt, maar dat is dan helemaal niet interessant meer voor
andere mensen. Dat is niet meer dan kopieerlust des dagelijksen levens."
"Schrijven kun je in ieder geval wel", zei Stef. "En je hebt vandaag weer wat
gekregen wat in de reportage past."
Gisteren was ook de dag van de hovenier. Vlak voordat ik thuiskwam had hij zich
bij Stef afgemeld. Hij had iets gevonden naast de rand van de douchebak. Vlak langs die rand
moet hij gras altijd met de hand bijknippen. Het leek
op een niet al te duur sierraad. Wij kenden het niet. Ik zat er nog een tijdje
naar te kijken. "Volgens mij is het een navelpiercing, maar we kennen niemand
met een navelpiercing. Hoe komt dat ding daar? Het lijkt me stug dat hij met een zak verf over de
heg is gekomen. Het
zijn trouwens hoofdzakelijk vrouwen die een navelpiercing hebben. Een vrouw of een meisje
heeft zich na het douchen daar staan afdrogen en daarbij heeft ze dat ding losgemaakt."
Stef kon zich niet voorstellen dat een vrouw alleen tijdens onze afwezigheid
over het hek was geklommen om van ons zwembad gebruik te maken. Twee vrouwen
leek hem net zo onwaarschijnlijk. Hoe vaak waren we nou weggeweest de afgelopen
zomer? Hoe konden mensen weten dat we een tijd zouden wegblijven?
Dat leek me simpel. "We gaan altijd via het dorp een eind fietsen. Mensen die
ons zien met zomerse kleding, een fietstas en een kaart op het stuur kunnen
ervan uitgaan dat we wel een tijdje weg zullen blijven. Op naar het knusse
zwembad. Wacht eens, een tijdje geleden vroeg ik Adrie waarom zijn zoon nooit
was komen zwemmen. De jonge Adrie kwam net binnen en ik vroeg het hem. Volgens
mij schrok hij toen een beetje. Stel dat hij de sleutel van het hek gekopieerd
heeft en af en toe met z'n vriendinnetje is komen zwemmen als wij er niet waren.
Of draaf ik nu weer te ver door?"
Stef achtte het niet uitgesloten. "Het is helemaal niet netjes, maar hoe kwalijk
moet je het een puber nemen als hij de kans schoon ziet met zijn vriendinnetje
te gaan naaktzwemmen? Hij kan moeilijk nog een keer langs komen om te vragen of
hij even mag zoeken naar een navelpiercing die zijn vriendinnetje kwijt is
geraakt. Het heeft in ieder geval niets met die andere dingen te maken."
"Moeten we het er met hem over hebben?" vroeg ik.
"Lijkt me zinloos. Hij zal toch geen ja zeggen. Bewaar dat ding maar voor het
geval dat."
Daar hielden we het bij, maar het zit me toch niet lekker. Van mij mag iedereen,
binnen redelijke grenzen, komen zwemmen, maar dan wil ik het wel weten. Overdag
was het alarmsysteem niet aan, ook niet als we weggingen. De detectoren in het
bos wel. Moeten we het alarmsysteem nu ook overdag, als we niet thuis zijn,
aanzetten? Als een puber voor illegaal naaktzwemmen binnenkwam was dat niet
netjes, maar verder heel onschuldig. Voor hetzelfde geld kan iemand met minder
onschuldige bedoelingen over het hek klimmen. Ondanks alle maatregelen blijven
we kwetsbaar. Ik zit nu al te bedenken dat we prikkeldraad boven op het hek
kunnen zetten of andere scherpe dingen, maar ik wil helemaal niet over dat soort
vervelende dingen nadenken. Ik hoef niet zo nodig bebloede handen of benen te
zien, zelfs niet als ze dat aan zichzelf te wijten hebben.
Ik heb me er op betrapt dat ik, terugkomend uit het dorp, altijd loop te kijken
of ik iemand tussen de bomen zie. Ik ben niet echt bang want in negen van tien
gevallen ben ik met Stef. Twee keer was ik alleen toen ik een brief op de bus
moest doen. Ik was op de fiets, het was nog licht, maar het stukje langs het bos
trapte ik toch iets harder. Dat is ook iets wat ze verpest hebben, het gevoel
van onbevangenheid zal ik het maar noemen. Ik ben opgegroeid net buiten een
dorp. Ik liep of fietste zonder enige zorg langs kleine weggetjes. De tijd dat
ik in Amsterdam woonde heb ik nooit de neiging gehad voortdurend over mijn
schouder te kijken. Het ergste wat ik daar ooit heb meegemaakt is dat in een
volle tram iemand met zijn hand over mijn billen ging. Ik heb het maar als een
compliment beschouwd. Stef kon zich ook heel goed voorstellen dat iemand in de
verleiding was gekomen. Hij had daar zelf ook vaak last van, dat wil zeggen: als
het om mijn billen ging en niet alleen in de tram.
Ik wil dat gevoel weer terug dat we hadden toen we hier net woonden, dat gevoel
van vrijheid en helemaal jezelf kunnen zijn.
Zondag 8 oktober, 13.15 uur
Er was gisteravond maar één gespreksonderwerp bij Adrie: Ans is verdwenen! We
kwamen er rond half tien. Het was veel drukker dan gebruikelijk. We dachten
eerst dat iemand een feestje gaf, maar daar stonden de gezichten niet naar. Joop
sprak ons als eerste aan, nog voor we iets konden bestellen. "Hebben jullie het
ook gehoord?"
We wisten dus niet wat we gehoord moesten hebben. We liepen met hem mee naar de
stamtafel waar net een paar mensen opstonden. Van een afstandje lieten we Adrie
weten dat we een bier en een wijn wilden. Het was gisteren al bekend gemaakt in
de regionale krant die we niet lezen en op de regionale tv waar we nooit naar
kijken. Ans was vrijdagochtend niet op haar werk verschenen waar ze altijd stipt
om acht uur verschijnt. Toen ze zich om tien uur niet ziek gemeld had belde een
collega haar en kreeg dus alleen de voicemail te horen. Om elf uur gingen haar
chef en een collega kijken. Op het aanbellen werd natuurlijk niet opengedaan.
Navraag bij buren leverde niet meer op dan dat die haar donderdagavond en
vrijdagochtend niet gezien hadden. Een van de buren had een sleutel, omdat die
bij afwezigheid van Ans voor de plantjes zorgt. De chef vroeg zich niet of dat
allemaal wel mocht en ging naar binnen. Achter de deur lag post op de grond. Ze
was donderdag dus niet thuisgekomen. In huis zagen ze niets bijzonders. Meer
doen dan de politie waarschuwen konden ze ook niet.
Ans werkt - ik had eerst getypt "werkte", alsof al zeker is dat ze niet
terugkomt - op het gemeentehuis bij de afdeling die over de bijstand gaat. Ze is
in het dorp geboren, maar ging in de stad wonen nadat ze getrouwd was. Vijf jaar
geleden is ze gescheiden en toen ook weer naar het dorp terug verhuisd. Niemand
had enige reden om zelfs maar te vermoeden dat ze uit eigen beweging met de
noorderzon vertrokken was.
"Het vreemdste komt nog", zei Joop. "Als zoiets als dit gebeurt, gaan de
journalisten in de archieven duiken. Ans' achternaam is Van Beek. Dat meisje
dat jaren geleden verdwenen is heette ook Van Beek. Na een klein beetje zoekwerk
was het duidelijk: een oudere broer van dat meisje was de grootvader van Ans."
Wat moet je op zoiets zeggen? Ans is geen vriendin, ze is een kennis en niet
eens de beste kennis, maar zelfs iemand die je helemaal niet kent wens je dit
niet toe. "We hebben hier toch geen maffia," zei ik, "die jarenlang
allerlei vetes bijhoudt en kijkt wie er alsnog vermoord moet worden? Wat is er
allemaal gebeurd in het verleden van dit kutdorp? Sorry, Joop", zei ik er meteen
achteraan. Joop woont er al zijn hele leven, net als een paar generaties voor
hem. "Zo bedoel ik het niet. We zijn hier niet zomaar komen wonen. Wat ik bedoel
is: wat kan hier nou gebeurd zijn? Iedereen kent iedereen. Iedereen kent alle
onderlinge ruzietjes. Die worden hier aan de stamtafel opgelost, toch?"
Voor zolang Joop zich kon herinneren ging het inderdaad ongeveer zo. Daarom was
het ook drukker dan normaal. De mensen van het dorp vormen een vrij hechte
gemeenschap. 'Eén grote familie' was wat al te veel gezegd, maar als er echt
iets was ging je naar Adrie om erover te praten. Er werden ook veel zaken
uitgepraat.
"Niemand weet iets van een ruzie die de familie Van Beek heeft of gehad heeft
met een andere familie hier uit het dorp", zei Adrie, die even bij ons was
blijven zitten nadat hij volle glazen neergezet had. "Ans is trouwens de laatste
van die lijn. Ze was enig kind, net als haar vader. Haar ouders zijn allebei kort na
elkaar overleden toen ze begin
zestig waren. Haar man, haar ex dan, en zijn familie hebben nooit iets met ons
dorp te maken gehad. Ik ben hier nu de derde Adrie die achter de bar staat. Neem
maar van mij aan dat ik zo'n beetje alles weet wat hier in het dorp gebeurt. Ik
heb ook van mijn vader geleerd wat die van zijn vader geleerd heeft: luisteren
naar wat mensen te vertellen hebben en daar verder mijn mond over houden. Nou
moet ik terug naar de bar anders gaan ze naar de concurrentie." Dat zal niet
gauw gebeuren want de dichtstbijzijnde concurrentie zit in het andere dorp.
Het werd weer eens een latertje, maar we namen thuis toch nog een afzakkertje.
Ik zei niks, maar er speelde van alles door mijn hoofd.
"Zeg het nou maar", zei Stef. "Kun je straks gewoon gaan slapen."
"Het slaat allemaal nergens op, dat weet ik ook wel."
"Wat slaat nergens op?"
"Wij zijn allebei ook enig kind. Adrie hoort alles, maar vertelt niks door.
Mooi. Zo hoort het ook. Wat heeft hij gehoord over die familie Van Beek, maar
nooit doorverteld? Heeft hij wel dingen van zijn vader of misschien zelfs van
zijn grootvader gehoord? Heeft de verdwijning van Ans echt helemaal niets te
maken met de dingen die hier gebeurd zijn? Die huisarts en wij komen van buiten.
Hij houdt zich zoveel mogelijk afzijdig, wij horen er intussen gewoon bij. Of
toch niet helemaal? Zijn er mensen die eigenlijk helemaal geen indringers
willen? Indringers kijken toch met andere ogen. Die zien misschien dingen die de
andere dorpsbewoners niet meer opvallen. Wat heeft Ans ze allemaal verteld? Ze
praat nogal vaak met die schrijver en dat vrouwtje van hem. Lekker ding
trouwens, dat vrouwtje."
"Drink je glas leeg, lekker ding, en ga mee naar boven."
Daarna hebben we niets meer gezegd. Ik hoefde ook niets meer te doen. Stef
kleedde me uit en liet me gaan liggen. Hij lag snel naast me. Hij vree met me.
Ik deed helemaal niets en liet alles over me komen en door me heen gaan. Na een paar minuten
dacht ik
nergens meer aan. Ik weet ook niet meer hoe lang het duurde voor ik in slaap
viel. Ik heb doorgeslapen tot bijna tien uur.
Stef zat aan de tafel in de eetkamer te lezen. Hij had al ontbeten, zag ik. Ik
zoende hem uitgebreid. Hij wilde opstaan om ontbijt voor mij te maken. Ik zei
dat hij al genoeg voor me gedaan had en maakte zelf mijn ontbijt. Terwijl ik zat
te ontbijten zeiden we niets. We zaten naar elkaar te kijken en van elkaar te
houden. Er zijn van die momenten dat je verder helemaal niets anders meer nodig
hebt.
Stef maakte koffie en schonk in. Hij keek weer naar me, maar anders. Het was nu
mijn beurt: "Zeg het nou maar, heb je dat voor vandaag gehad."
Hij had een mailtje ontvangen. Het was om half één vannacht binnengekomen. Er
stond maar één zin in: "Dat kan jou ook gebeuren." De afzender was
vierkant@hotmail.com.
Maandag 9 oktober 21.05 uur
Gistermiddag had geen ik zin meer door te schrijven. Het was redelijk weer dus
we zijn een eind gaan fietsen. Stef fietste zonder enig doel of plan en ik
fietste achter hem aan. Zo konden we nog wat nadenken. We hebben 's ochtends nog
wel een tijdje over dat mailtje doorgepraat. We twijfelden er niet aan dat het
"Dat" slaat op de verdwijning van Ans. Er staat niet dat het "jullie" kan gebeuren
maar cursief "jou". Om nadruk te leggen in een tekst maken de meeste mensen die
vet of onderstreept. Waarom had de afzender "jou" cursief geschreven? Ik had een
antwoord op die vraag, maar ik was er niet blij mee. "Die e-mail is aan jou
gericht, omdat ze mijn e-mailadres niet kennen, maar wel het jouwe. Door dat jou
cursief te maken geven ze aan dat het niet om jou gaat, maar om mij. Wat hebben
ze verdomme tegen mij? Ik heb in het hele dorp nooit een vlieg kwaad gedaan."
Stef zei dat de naam van het e-mailadres ook niet zomaar uit de lucht was
geplukt. De afzender voelde zich zo onkwetsbaar of onvindbaar dat hij rustig
durfde aan te geven dat wat hij ook wilde iets met ons huis te maken had. Hij
was er intussen ook achter gekomen dat het sturen van mailtjes nog iets handiger
was dan het in de brievenbus gooien van zorgvuldig van vingerafdrukken ontdane
briefjes. Zo'n hotmailadres kun je op iedere willekeurige computer aanmaken.
Persoonlijke gegevens die je moet invullen hoeven niets met de werkelijkheid te maken
te hebben. Je kunt vanaf iedere computer, in internetcafés of telefoonwinkels,
een e-mail versturen. Er is niemand die erop let wie daar bezig is.
Na enig nadenken hadden we een verklaring voor het feit dat Stefs e-mail bekend
was. De uitgever van Stef heeft ooit visitekaartjes voor Stef laten maken. Aan
de ene kant staan gegevens van de uitgever, aan de andere kant van Stef, ook
zijn e-mailadres. Stef geeft er niet zo vaak een weg, maar Adrie had er een,
Joop had er een en Ans. Iemand 'had' Ans en kon dus ook dat visitekaartje
hebben.
Tijdens het fietsen was ik niet veel verder gekomen dan dat we waarschijnlijk
wel goed zaten met onze conclusies, maar daar verder niet veel mee opschoten.
Omdat we toch door het dorp kwamen besloten we te gaan borrelen bij Adries. Tot
onze verrassing was Hans daar. We wuifden naar elkaar en wij gingen aan de bar
zitten.
"Kennen jullie die politieman?" vroeg Adrie. "Hij is hier komen praten omdat hij
wil weten of er mensen zijn die wat meer kunnen zeggen over de verdwijning van
Ans."
We vertelden dat we Hans inderdaad kenden en vroegen Adrie of hij nog iets bijzonders
had opgepikt. Hij had niet meer opgepikt dan wij zaterdagavond ook gehoord
hadden.
"Heette dat meisje dat eerder verdwenen is toevallig ook Ans?" vroeg ik. Ik weet
eigenlijk niet waarom ik dat zo nodig wilde weten.
Adrie wist het niet. "Joop!" riep hij richting stamtafel. ""Hoe heette dat
andere verdwenen meisje?"
"Stefanie."
Stef en ik waren perplex. Stef heet voluit Stefan. Wat voor toevalligheden
konden er nog meer gebeuren? We zouden alleen nog verbaasder geweest zijn als
het meisje Annet geheten had.
We praatten nog een tijdje door met Adrie, ook over andere dingen, tot Hans ons
wenkte. We lieten onze glazen nog eens volschenken en gingen bij hem zitten.
"Zit Loes weer de hele dag alleen?" vroeg ik.
"Nee, die heeft mij alleen gelaten. Die is dit weekend met een vriendin naar
Brussel. Die is niet voor twaalf uur thuis. Ik ben wel een beetje jaloers op
jouw biertje, Stef."
"Ben je gek", zei Stef. "Je werk zit er op voor vandaag. Je praat nu gewoon met
een paar vrienden. Daarna loop je met ons mee. Je eet met ons mee. Je mag bij
het eten nog één glaasje wijn. Je vertrekt om elf uur en bent nog ruim op tijd
vóór Loes thuis. Kunnen jullie je nog samen bezatten."
Hans liet zich heel gemakkelijk overhalen. Bij Adrie hadden we het niet meer
over Ans.
Bij de koffie na het eten vroeg Stef of hij de zaak nog weer even mocht
heropenen. Hans en ik vonden het allebei goed en Stef vertelde Hans over het
mailtje en over dat Stefanie-Stefan.
Hans vond de zaak ook steeds merkwaardiger worden. Hij had de leiding gekregen
over het onderzoek naar de verdwijning van Ans en gezien wat wij hem vertelden
vond hij dat er aanleiding genoeg was onze 'zaak' daarbij te betrekken. "Dit
maakt het voor jullie ook nog weer vervelender. Beginnen jullie zo langzamerhand
niet genoeg te krijgen van dit dorp?"
Stef zei dat het dorp er ook niets aan kon doen dat er kennelijk een paar gekken
woonden. "Zodra Annet zegt dat ze hier weg wil, vertrekken we acuut. Maar Annet
is een koppig meisje. Ze laat zich niet dwingen. Vanmiddag bij het fietsen heb
ik wel bedacht dat ik haar niet meer alleen van school naar huis laat fietsen."
Hij zag me naar hem kijken en keek zelf een beetje schuldbewust. "Sorry lieverd,
dat had ik je eerder moeten zeggen."
"En als ik dat nou eens niet wil?"
"Dan zul je de school via een geheime uitgang
moeten verlaten. Mijn beurt om koppig te zijn."
"Ik houd ook van jou. Kwart over vier bij het
fietsenhok. O, leuk! Kan ik eindelijk een jeugddroom verwezenlijken. Ik heb
nooit voor een jongetje van school mijn rokje opgetild in een fietsenhok.
Eindelijk!"
Stef beloofde dat hij het heel vriendelijk zou vragen.
Hans hoorde het geamuseerd aan. "Ik vind het prima dat jullie koppig zijn, maar
het is ook wel goed dat jullie je verstand blijven gebruiken. Het is me bepaald
nog niet duidelijk welke kant ik op moet zoeken, in het heden dan. Ik moet eens
op zoek naar een streekhistoricus. Jullie zijn het wel met me eens dat wat er nu
gebeurt zijn wortels heeft in het verleden?"
Daar twijfelden we geen moment aan, maar waarom pakken ze ons om iets aan het
verleden te doen?
Hans ging even na half elf weg. Hij moest ook nog naar het dorp lopen. Stef liep
met hem mee naar het hek. Ik hoorde hem in de hal het alarmsysteem aanzetten
zoals elke avond. Hij kwam niet meteen de kamer in, maar leunde tegen de
deurpost. "Heb je echt nooit je rokje opgetild?"
"Ik zei dat ik nooit in een fietsenhok mijn rokje heb opgetild. Wil je alle
plaatsen weten waar ik het wel gedaan heb? En waar ik het heb laten zakken?"
Hij wilde alle plaatsen weten en een demonstratie van hoe dat precies ging, maar
toen ik mijn spijkerbroek had uitgetrokken, hoefde ik geen rok meer aan te
trekken. Mannen zijn soms zo gauw afgeleid.
Woensdag 11 oktober, 20.45 uur
Af en toe zit ik me tijdens het schrijven af te vragen of ik wel goed bezig ben.
Ik doe nu hetzelfde wat Stef deed bij het schrijven van nummer één: me
afzonderen, minder aandacht besteden aan mijn werk en minder aandacht besteden
aan Stef. Hij heeft zich nog niet beklaagd, maar hij zit nu wel alleen op de
bank naar de tv te kijken of te lezen. Ik zat wel eens vaker in mijn eigen hok,
bijvoorbeeld om een les voor te bereiden of werk van de kinderen na te kijken,
maar dat kan nu eenmaal niet anders. We kunnen ook rustig een hele avond samen
in de kamer zitten bijna zonder een woord tegen elkaar te zeggen. Dat betekent
niet dat we maar een beetje langs elkaar heen leven.
Zit ik me nu druk te maken over niets? Is er verschil tussen samen zwijgen en in
aparte kamers zitten? Zo voel ik het wel. Elkaar even aankijken kan net zo veel
betekenen als een tijd met elkaar praten. Ik kan nu niet zien of hij zich bij de
tv zit te amuseren of te ergeren. Ik zie niet of zijn gedachten afdwalen naar
Elise, wat van tijd tot tijd voorkomt, net als ik wel eens met mijn werk bezig
ben.
Ik schrijf niet alleen omdat ik het leuk vind. Ik voel ook een soort drang. Ik
schrijf dingen van me af, waardoor ze ook helderder worden. Vreselijk bang ben
ik nog niet geweest. Het was meer een vaag gevoel van spanning dat er elk moment
iets zou kunnen gebeuren. Dat kan natuurlijk nog steeds, maar ik heb niet het
gevoel dat het tegen mij persoonlijk is gericht is. Het gaat niet om wie of wat
ik ben of wat ik gedaan heb. Het gaat om waar ik ben: het dorp en vooral het
huis. Andere nieuwe eigenaren van het huis zouden waarschijnlijk met dezelfde
dingen zijn geconfronteerd. Ik geloof ook niet meer dat iemand ons wil afpersen.
Wie dat wil doen kan beter de president-directeur van een multinational op de
korrel nemen. Daar valt heel wat meer te halen dan bij ons.
Ik zie mezelf als een stuk op een schaakbord. De schaker heeft geen enkel gevoel
bij de individuele stukken op het schaakbord. Hij is alleen geïnteresseerd in de
positie die ze innemen. Ans is ook een stuk op hetzelfde bord, een pion die
geofferd kan worden of misschien al geofferd is. Ben ik ook niet meer dan een
pion? Veel maakt dat niet uit, denk ik. Zelfs de koningin kan geofferd worden
als daarmee het doel bereikt wordt: het schaakmat zetten van de tegenstander.
Zouden we werkelijk schaakstukken zijn en ik de koningin en Stef de koning, dan
zou ik hem moeten beschermen. Hij kan alle kanten op, maar met kleine stapjes.
Ik kan van de ene kant van het bord naar de andere. Alleen beslis ik daar zelf
niet over. Dat is wat mij het meeste dwars zit, die onzichtbare schaker die ruim
de tijd neemt om zijn zetten te overdenken. Is hij in de aanval of moet hij zich
verdedigen? Wie is de tegenstander? Waren hun vaders en grootvaders ook al
tegenstanders? Wat had die huisarts, zijn huis met de bijbehorende grond, ermee
te maken? De huisarts kwam net al wij uit het westen, maar daar houdt ook alle
gelijkenis op. Niemand kon lang tevoren voorzien dat wij het huis zouden kopen.
De eerste die het wist was de makelaar, maar die woont niet in het dorp. Moet ik
toch eens nagaan of hij er vandaan komt? Daarna kwam er een aannemer met
medewerkers en onderaannemers. Die hebben we nauwelijks gezien en gesproken.
Toen we hier eenmaal een paar weken woonden wist het hele dorp het, maar we
hebben nooit iets gemerkt van enige animositeit.
Al het gedoe is niet alleen maar negatief. Hoewel het voor mijn veiligheid
misschien helemaal niet zo nodig is, vind ik het best leuk dat Stef me uit
school komt halen. We doen nu samen boodschappen en ik kan meebeslissen over wat
we eten. Vanaf het moment dat we elkaar leerden kennen hebben we dicht bij
elkaar gestaan - en gezeten en gelegen - maar ik ervaar toch dat een externe
dreiging, al is dat een zwaar woord, mensen, ons, dichter bij elkaar brengt. We
realiseren ons dat we elkaars steun nodig hebben.
Op Stefs schrijven heeft het allemaal geen merkbare invloed. Ik heb al een hele
tijd Elise niet gelezen, maar volgens Stef gaat het lekker. Gisteren zei hij nog
dat hij moest oppassen dat het schrijven niet te routinematig gaat worden. Hij
zou wat meer aandacht aan de karakters van hoofdpersonen kunnen gaan besteden.
Als het zo doorgaat, gaat hij nog een keer een gewone roman schrijven. Ons eigen
leven is net andersom. Het was een gewone traditionele roman, waarin hoogstens
familieleden en vrienden geïnteresseerd waren en die alleen ons af en toe
rode oortjes bezorgde. Nu lijkt het soms op een thriller waarin onverwacht
vreemde dingen gebeuren. Onze ouders hebben we niets verteld. We willen ze niet
nodeloos ongerust maken.
Ik ben minder gespannen dan ik was na die alarmsignalen en die verfzakken in het
zwembad. Zou het ook komen doordat ik niet me niet meer het enige doelwit voel?
Ans was nooit bedreigd, voor zover we weten tenminste, maar ze is wel
'aangepakt'. Juist thuis voel ik me helemaal veilig. Ze moeten wel ingenieus te
werk gaan om bij ons te binnen te komen. Buitenshuis ben ik ook nooit alleen.
Volgende week is het herfstvakantie. We gaan in ieder geval drie dagen, zondag
tot en met dinsdag, naar mijn ouders. Wat doen we eigenlijk, vraag ik me nu af,
als dan Stefs mobieltje afgaat omdat er iemand het bos is ingegaan op weg naar
ons Hofje? Ons kan niets gebeuren, maar tegen de tijd dat wij er kunnen
zijn kan het veranderd zijn in een rokende puinhoop. We kunnen hoogstens de
politie bellen en vragen of ze er met een gillende sirene heen willen rijden.
Dat zou nog kunnen afschrikken voor ze zijn toegekomen aan het echte werk. Ik
heb in ieder geval bedacht dat we ongezien moeten vertrekken. Zaterdag ga ik op
de fiets kijken of we de andere kant op, dus niet via het dorp, weg kunnen.
Volgens de kaart moet het kunnen. Als we dan in alle vroegte weggaan, op z'n
laatst een uur of zeven, kan het in ieder geval niemand in het dorp opvallen dat
we weg zijn. Als we dan vrijdag- of zaterdagavond naar Adrie gaan, verwacht
niemand ons de daarop volgende week te zien. Niemand zal toch zo gek zijn elke dag
van vroeg tot laat in het bos te gaan zitten om te kijken of wij weggaan?
Woensdag 18 oktober, 13.30 uur
Je weet natuurlijk nooit helemaal zeker of mijn systeempje gewerkt heeft. Het
kan best zijn dat 'ze' helemaal niet van plan waren iets te doen net in de dagen dat
wij bij mijn ouders waren. Gisteravond hebben we, toen het al begon te
schemeren, voor alle zekerheid nog maar eens een paar detectoren in het bos
gecheckt. Die werkten prima. Toen we gistermiddag thuiskwamen lag het Hofje er
rustig bij. Het was mooi najaarsweer. Als we de tuinmeubelen al niet naar de
garage gebracht hadden, hadden we misschien zelfs nog op het terras kunnen
borrelen. Dat weer was het al een paar dagen dus de camping van mijn ouders was
ook bijna compleet bezet. Maandagochtend ging ik ook weer eens in het winkeltje
staan. Mijn eerste klant was Stef, die een halve liter melk en een stuk kaas
wilde. Elke keer als we bij mijn ouders zijn gaat hij ook even naar de plek waar
hij stond met zijn tentje op de dag dat we elkaar ontmoetten. Als hij daar dan
een minuutje heeft staan mijmeren ga ik naar hem toe. We zoenen en lopen weer
terug. In drie zinnen
opgeschreven lijkt het vreselijk sentimenteel, maar het is voor ons een
bevestiging dat alles nog helemaal goed zit.
Helemaal ontspannen zijn we toch niet, ik in ieder geval niet. Dat bleek
maandagavond. We zaten gewoon wat met mijn ouders te praten. Op een gegeven
moment zei mijn moeder: "Hoor je iets?" Ik begreep niet zo gauw wat ze bedoelde.
"Het lijkt of je ergens naar zit te luisteren, of je iets gehoord hebt, maar er
niet zeker van bent." Ik heb me er maar met een smoesje afgemaakt en gezegd dat
ik zat na te denken over een probleempje op school. Zonder het zelf in de gaten
te hebben zat ik als het ware te wachten tot het mobieltje van Stef zou afgaan.
Dat gevoel zal pas weggaan als bekend is wie 'ze' zijn, of als er een paar jaar
niets meer gebeurt. Ze kunnen niet tevreden zijn met Ans alleen. Die hadden ze
kunnen ontvoeren, of wat ze ook gedaan hebben, zonder al dat gedoe bij ons.
Tenzij, zegt een stemmetje in me, die twee zaken helemaal niets met elkaar te
maken hebben. Daar is ook geen enkel bewijs voor. Dat weet ik, maar dat
overbekende 'iets' in me zegt dat ze wel degelijk met elkaar te maken hebben.
Ans is intussen al anderhalve week spoorloos. Ze is geen nieuws meer, zelfs niet
in de regionale krant. Dat wordt ze pas weer als ze gevonden wordt, levend of
dood. Er stopt een bus in het dorp, dus ze ging meestal met de bus naar haar
werk. Uit het onderzoek van de politie, tijdens de eerste dagen, was wel
gebleken dat ze niet in haar gebruikelijke bus naar huis was gestapt. Ze was op
de normale tijd van haar werk weggegaan. Ergens tussen die tijd en de
vertrektijd van de bus, zeker niet meer dan een kwartier moet het, wat het ook
was, gebeurd zijn. Haar ex-man is ondervraagd, maar die kon heel duidelijk
aantonen dat hij gedurende die tijd niet in haar buurt geweest kon zijn. De
afgelopen zaterdag was ze bij Adrie nauwelijks onderwerp van
gesprek meer. Eerlijk gezegd loop ik ook niet voortdurend aan haar te denken.
Ergens moet een link liggen tussen de familie van Stefanie en Ans en ons huis en
de huisarts. Stefanie verdween rond de tijd dat het huis voltooid is. Van wie heeft de huisarts de
grond gekocht? Was die nog eigendom van de gemeente of van een particulier? Ik
zou ook eens na kunnen gaan wie nu de eigenaar is of eigenaars zijn van de rest
van de bosgrond. Voor je het weet is er een of andere projectontwikkelaar die
iets met de hele lap grond wil doen, maar zitten wij hem in de weg. Dan heeft de
verdwijning van Ans er weer niks mee te maken. Het is allemaal ontzettend
verwarrend en er zit geen enkele lijn in mijn redeneringen. Ik heb nog een paar
dagen vrij en dan is het weer gewoon werken geblazen tot de kerstvakantie. Ik
wil niet doorgaan met me elke avond hier in mijn eigen werkkamer te verschansen,
maar ik wil ook niet werkloos afwachten tot er weer iets gebeurt. Op school wil
ik mijn aandacht aan de kinderen besteden en niet tussendoor bezig zijn met
allerlei wilde veronderstellingen. Ik kan hetzelfde doen als Stef: mijn baan
opgeven, al is het dan maar voor enige tijd. Mijn salaris kunnen we wel een
tijdje missen. Ik kan 'werk' gaan maken van het uitzoeken van allerlei dingen,
of ga ik dan de politie in de weg lopen? De politie is alleen maar bezig met het
onderzoek naar de verdwijning van Ans. Als ik me niet bezighoud met dingen uit
haar familiegeschiedenis, kan ik de politie niet in de weg lopen. Ik ga me,
voorlopig in ieder geval,
concentreren op de geschiedenis van ons Hofje, daar doet de politie toch niets
aan. Ik kan proberen meer over die huisarts te weten te komen. Via het internet
kun je vaak al heel wat gegevens over iemands vroegere familie achterhalen. Zo
kan ik misschien ook op nog levende familieleden stuiten. Bij de makelaar moeten
naam en adres van die achterneef nog te achterhalen zijn van wie wij het huis gekocht
hebben.
Het lijkt wel of ik mijn besluit al genomen heb, maar in de kamer hiernaast zit
nog iemand te schrijven die daar ook wel een mening over zal hebben. We kunnen
ook Hans en Loes weer eens uitnodigen, zodat ik met hem over mijn plan kan
praten. Hij ziet mogelijk risico's. Die zie ik zelf ook wel. Als ik dingen ga
onderzoeken zou dat wel eens bedreigend kunnen zijn voor personen die liever
niet bekend willen worden. Ik moet voor de buitenwereld een reden verzinnen
waarom ik ophoud met werken. Ik kan natuurlijk zeggen dat Stef mij heeft
aangemoedigd om ook te gaan schrijven. Schrijvende echtparen zijn geen
nieuwigheid.
Dinsdag 2 januari, 10.15 uur
Een half uurtje geleden zijn Stefs ouders vertrokken, die hier met Oud en Nieuw
waren. Ik heb geen vakantie meer. Ik heb een jaar lang onbetaald verlof. Een
oud-medewerkster van de school die af en toe al eens inviel, wilde wel weer eens
wat langer werken. Het had me niet veel moeite gekost Stef te overtuigen. Hij
wist wat het was om aan twee dingen tegelijk te werken en daardoor mensen en
dingen te verwaarlozen. Hij kon zich ook heel goed voorstellen dat ik niet
alleen maar wilde zitten afwachten tot er weer iets zou gebeuren. Er is al weer
een hele tijd niets gebeurd, maar dat is eerder voorgekomen. Ze hebben kennelijk
alle tijd.
We hebben ook Hans en Loes een keer uitgenodigd. Hans zei direct dat er aan onze
zaak al een tijd niets meer gedaan was. Ook het onderzoek naar de verdwijning
van Ans zat in feite op een dood spoor. Hij kon zich niet voorstellen dat mijn
gezoek naar de achtergronden van de huisarts enige schade zou kunnen toebrengen
aan het werk van de politie. Hij wilde wel graag horen wat mijn speurwerk
opleverde, want je wist natuurlijk maar nooit.
De dagen tussen de Kerst en de jaarwisseling
heb ik besteed aan het zoeken op het internet naar gegevens over de huisarts.
Van Joop had ik zijn naam gekregen: Herman Boerstee. Ik begon dus te googelen
met zijn naam. Het leverde maar een klein aantal 'hits' op, maar er zaten ook
meteen de goede bij. Er was een Herman Boerstee die was geboren in 1882 en
overleden in 1957 en hij was huisarts. Dat kon al haast niet missen. De
webpagina's waar zijn naam in voorkwam hadden niets met zijn beroep te maken,
maar alles met schaken. In de twintiger en dertiger jaren was hij een zeer
verdienstelijk schaker op hoofdklassenniveau. Hij was lid van een
schaakvereniging in de hoofdplaats van onze gemeente. Dat was dan meteen de
verklaring voor het feit dat hij op vrijdagavond heel vaak weg was: dan ging hij
dus schaken.
Van schaken weet ik niet veel meer dan wat
voor stukken er zijn, hoe je die verzet en dat je het speelt op een bord dat in
acht bij acht bij acht velden is verdeeld. Acht maal acht is 64. De grond waarop
ons huis staat is 64 bij 64 meter. Met het simpele tekenprogramma op mijn pc
sloeg ik aan het tekenen. Dit was het resultaat.
Het was wel duidelijk hoe de schakende
huisarts tot de gekozen afmetingen gekomen was, al kon je de afmetingen van tuin
en huis voor een man alleen aan de ruime kant noemen. Herman had diverse
artikelen voor schaaktijdschriften geschreven die ook voor schakers van deze
tijd nog interessant waren, anders waren ze niet door deze en gene op het
internet gezet. Als niet-schaker begreep ik
daar uiteraard niets van en die liet ik dus maar voorbij gaan. Over zijn persoon kwam ik nog een paar dingen te weten. Hij
was geboren in Leiden waar zijn vader hoogleraar wiskunde was. Die vader had het
liefst gewild dat hij ook wiskunde ging studeren, maar hij had voor medicijnen
gekozen. Na afloop van zijn studie wilde hij promoveren, dus hij bleef een
aantal jaren aan de universiteit verbonden. Tot een promotie is het nooit
gekomen, maar nergens kon ik daarvoor een reden vinden. Het lijkt me helemaal
niet onmogelijk dat hij toen al meer tijd aan het schaken besteedde dan aan zijn
wetenschappelijke werk. Hij is nog een tijdje huisarts in Leiden geweest, maar
op zijn veertigste kwam hij dus naar ons dorp. In zijn tijd werd er nog
niet zo vrijelijk over iemands relaties geschreven als tegenwoordig, dus uit
niets blijkt waarom hij nooit getrouwd is en of hij ooit plannen in die richting
heeft gehad. Het kan ook best zijn dat hij helemaal niet in vrouwen
geïnteresseerd was. In zijn tijd waren er vast evenveel homofielen als nu,
alleen was het toen volstrekt onbespreekbaar. Schaken was natuurlijk een mooie
gelegenheid of dekmantel om andere mannen te ontmoeten. Had hij het huis buiten
het dorp laten bouwen omdat hij zo ongezien andere mannen zou kunnen ontmoeten?
Kwamen ze misschien mee na een schaakavond voor een gezellig weekend? Was die hoge haag er gekomen om
bezoekers voor de buitenwereld te verbergen?
Wiskunde is nooit een lievelingsvak van me
geweest, maar ik kon altijd wel aardig rekenen. Het viel me op een gegeven
moment op dat het getal twee in de plattegrond van huis en tuin steeds
terugkomt. Het vierkant dat gevormd wordt door de vier bomen is vier keer zo
groot als het vierkant waar het huis in past. Vier is twee in het kwadraat. Het
hele terrein is ook weer precies vier keer zo groot als het bomenvierkant. Het
huis is achthoekig en acht is twee tot de derde. 64 is twee tot de zesde. Daar
kun je over gaan psychologiseren: huisarts is één, maar wil graag iets met (z'n)
tweeën doen?
Ik ga in ieder geval bij de makelaar
informeren naar het adres van de achterneef van wie we het huis gekocht hebben.
Het zou immers best kunnen dat die met het huis nog andere dingen geërfd heeft,
die hij misschien ook nog heeft bewaard.
Onze nieuwe manier van leven zal
wel even wennen zijn. We zitten ieder in ons eigen hok, vlak bij elkaar en
proberen elkaar zo weinig mogelijk te storen. We drinken niet samen koffie. Net
als collega's op een kantoor kunnen we elkaar tegenkomen bij het
espressoapparaat in de keuken. We lunchen wel samen. Voor het eerst dat we samen
zijn zal ik vaker alleen de deur uitgaan. Je kunt nu eenmaal niet alle benodigde
feitjes van het internet halen. We hebben afgesproken dat we allebei, in
principe om de dag, de boodschappen gaan doen. Ik wil dat fietsen er wel in
houden, want mijn conditie moet wel op peil blijven. Ik zit er zelfs over te
denken op de ochtenden dat ik niet fiets een paar rondjes om het bos te gaan
hollen. Ik kan proberen Stef ook zo gek te krijgen. Een flink eind wandelen doet
hij graag, maar hardlopen vindt hij eigenlijk niks.
Donderdag 4 januari, 9.15 uur
Ze zijn er heel wat vroeger bij dan vorig jaar. Ze weten natuurlijk dat ik niet
meer werk. Bij Adrie heb ik ook verteld dat ik ging stoppen met werken om me net
als Stef op het schrijven toe te leggen. Uiteraard heb ik er niet bij verteld
wat ik ging schrijven, dus iedereen zal ervan uitgaan dat ik een roman probeer
te schrijven. Ik heb wel gezegd dat het 'iets historisch' wordt, waarvoor ik
nogal wat research moet verrichten. Zo kan ik verklaren waarom ik af en toe op
stap zal moeten. "En als je dan gevolgd wordt?" vroeg Stef. "Ik bedoel", zei hij
er meteen bij, "niet om je wat aan te doen, maar gewoon om te weten waar je
precies heen gaat. Een bibliotheek zullen ze wel logisch vinden, maar wat doe je
bij de schaakbond, om maar eens wat te noemen. Zij kunnen ook weten dat die
huisarts een schaker was en dan is de connectie gauw gemaakt."
Daar zat wel iets in, maar ik kan me niet voorstellen dat er voortdurend iemand
op de loer ligt om te zien wie van ons ergens heen gaat. Bovendien kan ik, zoals
we eerder gedaan hadden, niet via het dorp, maar via de diverse landweggetjes
vertrekken. Daar kan niemand me ongezien volgen en ik kan langs verschillende
weggetjes de provinciale weg bereiken.
Ze begonnen dit jaar rustig, met een mailtje
van vierkant@hotmail.com. Stef ontving het gistermiddag om een uur of drie,
maar liet het me pas lezen toen we aan het borrelen waren.
"Zal het een spannend jaar worden? Voor Stef wel, die zorgt voor zijn eigen
spanning. Maar wordt het ook spannend voor Anet (sic)? Nu ze een gewone
huisvrouw is geworden kan ze vast wel wat spanning gebruiken. Voor die spanning
kunnen wij wel zorgen. We doen dat niet voor onze lol. Als jullie alles wisten
zouden jullie weten wat onze bedoeling is. Jullie moeten eens goed nadenken. We
laten nog van ons horen.
PS Hartelijke groeten van Ans."
Het PS was het meest
opmerkelijke aan het mailtje. Het kan een slechte grap zijn, maar het kan ook
betekenen dat Ans in ieder geval nog leeft. Het kan zelfs betekenen, vond Stef,
dat Ans wel degelijk uit vrije wil verdwenen is en bij 'hun' hoort. Ik wilde
eerst zeggen dat me dat wel erg ver gezocht leek, maar toen schoot me iets te
binnen. Ik sprong op en holde bijna naar boven om na te lezen wat ik geschreven
had. Voort het eerst wierp dat een vruchtje af. Toen we vervroegd van vakantie
terug waren gekomen, zijn we met Anneke en Henk bij Adrie gaan eten. Ans was er
ook, maar ze had maar één wijntje gedronken. Daarvoor had ik haar er nooit
minder dan drie zien drinken. Ze was lang genoeg voor ons weer weggegaan om zelf
dat briefje met "Of eerder" in onze brievenbus te doen, of het door iemand
anders te laten doen. Stef vond het ook wel plausibel klinken.
Wat verder doordenkend leek het me ook plausibel dat lang geleden Stefanie, zeg
maar de oudtante van Ans, ook uit vrije wil vertrokken was. Ze zou dan ook
nakomelingen kunnen hebben, die dan weer familie waren van Ans. Die achterneef
van wie we het huis gekocht hebben kwam hier
regelmatig. Had hij contact gehad met Ans? Kwam hij ook bij Adrie? Die zelfde
Adrie heeft gezegd dat hij niet alles doorvertelde wat hij wist en hoorde.
Het huis heeft vijf jaar lang vrijwel onbeheerd gestaan. Uit de rommel die we er
vonden konden we opmaken dat de dorpsjeugd er nog wel eens een onderkomen
gezocht had. Ten minste één meisje had thuis een smoes moeten vertellen om te
verklaren waarom ze zonder slipje was thuisgekomen. Verder bleek uit niets dat
iemand bijzondere belangstelling voor het huis of de tuin had getoond. Had het
pesten van ons wel wat met het huis en/of de tuin te maken? Iemand kon
natuurlijk recent iets ontdekt hebben en toevallig viel dat samen met onze
komst. Die achterneef kon best meer dan het huis geërfd hebben. Was het zo gek
om te veronderstellen dat hij af toe wat rondsnuffelde tussen de spullen en
daarbij iets bijzonders was tegengekomen? Dan zou het niet zo'n goed idee zijn
om contact met hem op te nemen.
Ik weet nog veel te weinig. Ik ging dus het internet nog maar eens op om wat
meer feiten over Herman de huisarts op te zoeken. Het leek me wel goed wat beter
te kijken naar de artikelen die hij over schaken had geschreven. Het meeste is
natuurlijk abracadabra voor mij, maar tussen de regels door zou ik misschien
toch iets ontdekken.
Bij het derde artikel ontdekte ik inderdaad wat. De titel van het artikel was
"Een interessant eindspel: de SAAVEDRA-positie". Er ging een belletje rinkelen.
Bij de rommel die we in het schuurtje hadden aangetroffen was die afgebroken
plank met de tekst "SAAVE". Daar moest SAAVEDRA hebben gestaan! Misschien had
Herman zijn huis wel "Huize SAAVEDRA" genoemd. Bij het artikel stond een
illustratie: een schaakbord met vier stukken erop. Ik heb het gekopieerd.
Uit het artikel begreep ik dat dit een beroemd eindspel is, dat in 1895 eens tot remise
leidde, maar de Spaanse priester Saavedra, die in Schotland woonde, bewees zo'n twintig jaar
later dat wit wel degelijk kon winnen, door de witte pion eerst tot toren te 'promoveren'.
(Als een pion de achterlijn aan de andere kant van het boord bereikt, mag de speler hem
inwisselen voor elk ander stuk.)
Die "SAAVEDRA-positie" is vast heel interessant voor schakers, maar wat kon ik
er verder mee? Ik bekeek nog wat artikelen, maar ik kwam niets tegen dat toch
enige helderheid leidde. Ik klikte nog wat verder door, maar ik kwam niets tegen
dat tot wat meer inzicht leidde in de persoon Herman Boerstee, laat staan in
zijn leven als huisarts in ons dorp. Ik googelde maar eens met "Stefanie van
Beek." Dat leverde wel een paar hits op, maar die hadden niets te maken met
'onze' Stefanie.
Ik hoorde Stef naar beneden gaan. Het leek mij ook mooi tijdstip voor een sterke
espresso. Boven aan de trap riep ik vast: "Maak er maar twee."
Ik zal wat gefrustreerd gekeken hebben want Stef vroeg of het niet ging zoals ik wilde.
Ik vertelde hem over de herkomst van dat "SAAVE".
Stef zei dat hij bij Saavedra eerder aan Don Quichot dan aan schaken dacht. Ik moest even nadenken.
Hij bespaarde me de moeite: "De schrijver heet voluit Miguel de Cervantes
Saavedra. Misschien ziet iemand ons voor windmolens aan, of heeft op deze plek
een windmolen gestaan, een historische windmolen, die bewaard had moeten
blijven. iemand wil de grond gebruiken om er een nieuwe windmolen neer te
zetten."
Het was natuurlijk allemaal flauwekul, maar 'historische windmolen' deed me
denken aan 'kasteel' en dat weer aan toren. Terug bij mijn computer sloeg ik
weer aan het tekenen. Ik legde de Saavedra-positie als het ware over de
plattegrond van de tuin heen. Dit was het resultaat.
Vrijdag 5 januari, 13.05 uur
Al weet ik dan nauwelijks iets van schaken, ik weet wel dat de koning het belangrijkste stuk is.
Vanochtend heb ik me nog wat verder verdiept in het schaken en bekeken hoe het spel verder zou
verlopen. Na de zevende zet van wit is de situatie als volgt.
Zwart is nu aan zet en moet zijn toren verplaatsen, anders wordt hij
geslagen door de witte koning. Hij kan kiezen uit een van de velden waar een rode lijn doorheen
loopt, maar wat hij ook doet, hij is de klos, want wit zet zijn toren die eerst pion was op de
onderste lijn: schaakmat!
Dat is natuurlijk allemaal leuk en aardig, maar kan ik daar wat mee? Wat zou Herman de belangrijkste
positie hebben gevonden? In de eerste, het probleem, staat de toren op de plek waar hij het huis
liet bouwen. Gaf hij daar mee aan 'Dit is mijn kasteel, mijn fort'? Of vond hij de tweede
belangrijker? Daarin staat immers de zwarte koning schaakmat. Dan moet ik ook
nog maar afwachten of het allemaal wat betekent voor onze situatie nu. Tijdens alle zetten komt de
zwarte koning niet van zijn plaats. Hij blijft bij wijze van spreken in zijn verdomhoekje zitten.
Als we nou op die plek waren gaan graven voor de aanleg van het zwembad, hadden we meteen geweten
of daar mogelijk iets begraven lag. Zouden we helemaal gek zijn als we op die plek alsnog zouden
gaan graven? We zouden tegen die hovenier kunnen zeggen dat we daar een kruidentuintje wilden
beginnen.
Ik raak er wel steeds meer van overtuigd dat Herman een rol speelt in 'ons verhaal'. Wat moest
hij in zijn eentje met zo'n groot huis? Waarom stond het huis in een toch wel idioot grote tuin,
waar hij duidelijk niets mee gedaan had? Hij had er zelfs een tennisbaan kunnen aanleggen.
Was die hoge haag bedacht om iets te verbergen? Ik kan me
niet voorstellen dat hij net als wij de gewoonte had om in zijn blootje in de zon te liggen. Ik
moest meer over hem te weten komen, maar waar en bij wie? De dorpelingen wilde ik niet laten weten
dat ik informatie over hem zocht.
Ik besloot dat ik zolang ik te weinig informatie had, gewoon maar van een hypothese moest uitgaan:
Herman was inderdaad verliefd geworden op de veel jongere Stefanie, maar vreesde dat het dorp, of
misschien wel zijn eigen familie, een huwelijk zou afkeuren. Hij wil echter niet zonder haar leven en
zij ziet wel wat in hem. Dus 'verdwijnt' zij in het grote huis. Ook in die tijd was er voldoende
gelegenheid om haar af en toe ongezien in zijn auto mee te nemen voor een dagje of paar dagen uit
in een grote stad, of een vakantie in een ander deel van het land. Toen er kinderen kwamen liet hij
haar en de kinderen in een andere stad wonen, zodat de kinderen gewoon naar school konden. Hij ging
zo vaak mogelijk naar ze toe.
Als ik nog even doorga ben ik gewoon een roman aan het schrijven over een huisarts en zijn geheime
geliefde, maar als mijn hypothese werkelijkheid zou zijn, zouden er nu kleinkinderen van Stefanie
kunnen rondlopen en zelfs nog, zo nodig met een rollator, kinderen. Die kleinkinderen zijn er intussen
achtergekomen dat zij een mooie erfenis zijn misgelopen en hebben de hulp van hun achternicht Ans
ingeroepen om onze gangen na te gaan.
Die laatste zin deed geen belletje rinkelen, maar een klok galmen. Ans woont in de hoofdstraat van
het dorp die in het verlengde ligt van de weg naar ons huis. Twee huizen verder is een zijstraat.
Het tweede pand daarin is het café van Adrie. De gelagkamer loopt van de voorkant naar de achterkant.
Als Ans ons niet had zien passeren, kon ze ook vanuit haar eigen huis zien of wij bij Adrie
waren.
Nu hoef ik alleen maar te gaan zoeken naar feiten die mijn hypothese ondersteunen. "Alleen maar" is
makkelijker gezegd dan gedaan. Waren Herman en Stefanie ooit getrouwd of waren zij 'in zonde blijven
leven' zoals dat toen nog zo fraai heette? In het eerste geval zouden de kinderen Boerstee heten,
in het tweede geval Van Beek. De naam Boerstee komt je op het internet nauwelijks tegen, maar googelen
op "Van Beek" levert meer dan negenhonderdduizend pagina's op. Als je er 'genealogie' aan toevoegt
krijg je nog meer dan twaalfduizend pagina's. Daar ga ik ook niet aan beginnen. Het zou trouwens wel
toevallig zijn als de, voorlopig nog fictieve, familie Van Beek aan genealogie deed en dat
ook nog eens op het internet liet zien.
Eén ding leek me zeker: ergens moesten de laatste resten van Herman begraven liggen. Waren Stefanie
en de kinderen bij de begrafenis geweest? Was hij op de begraafplaats in ons dorp begraven? Ik ga
morgen een flinke wandeling maken. Dan kom ik 'toevallig' langs de begraafplaats en ga daar de
grafstenen bekijken. Zoveel zullen het er ook weer niet zijn. Daarna ga ik bij Adrie een koffie en
een tosti gebruiken en vertel ik gewoon dat ik de begraafplaats bekeken heb. Misschien maakt dat
wel iets los bij Adrie en vertelt hij wat meer over de geschiedenis van het dorp, waar ik
aanknopingspunten in vind.
Ik houd me bij mijn 'werk' niet gedisciplineerd aan zo'n strak schema als Stef. Ik doe nu meer in het
huishouden dan hij en neem ook rustig de tijd om weer eens lekker een tijd achter elkaar door te
lezen. Ik kan me nu al verheugen op de komst van de lente en de zomer. Aan het eind van de zomer
zal ik bruiner zijn dan ooit. Ik weet niet hoe het over een tijdje is, maar ik heb niet het gevoel
dat ik het lesgeven ga missen. Ik heb het altijd met plezier gedaan, maar ik vind ook best een tijd
lang helemaal geen kinderen te zien.
Vanavond moet ik het met Stef ook eens hebben over een ideetje dat ik vanochtend had. We zitten nu
maar af te wachten tot 'zij' weer eens wat doen. We kunnen ook het initiatief nemen, ze uitdagen.
We hebben hun e-mailadres. We zouden iets kunnen mailen als dit.
Hallo vierkant,
Kunnen jullie geen naam gebruiken? Het hoeft geen echte naam te zijn maar 'vierkant' vinden we wat
onpersoonlijk. Wat dachten jullie van Pat? Dat kan een afkorting zijn van Patrick, maar ook van
Patricia. Daar verraden jullie - of verraad jij - dus niets mee. Het is ook wel zo netjes
om een mailtje te ondertekenen.
Doe Ans de groeten terug. Vertel haar maar dat Stef heel lekker gaat met zijn nieuwe boek. Dan
heeft ze iets om naar uit te kijken. Het zal er met de Boekenweek niet zijn, maar wel voor de
zomervakantie. We gaan dit jaar wat vroeger met vakantie, omdat we ons niet meer aan de
schoolvakantie hoeven te houden. Dat zal dus wel in juni worden. Houd daar maar vast rekening mee.
Komen jullie binnenkort weer eens langs? We hebben al zo'n tijd geen licht- en geluidsshow meer
gehad. Dan weten we meteen weer of alles nog goed werkt.
We zijn reuze benieuwd naar wat jullie wel weten en wij niet. We zitten daar vaak over na te
denken. We denken dat jij/jullie er jaloers op bent/zijn dat wij ons eigen zwembad hebben. Als
jij/jullie daar eens in wil(len) zwemmen, moet(en) jij/jullie dat gewoon vragen. Dan doen wij er
eerst een leuk verfje in.
Groetjes,
Stef en Annet (met dubbel n!)
Maandag 8 januari, 15.30 uur
Stef was niet meteen gillend enthousiast over mijn e-mailidee. "Ze krijgen misschien de pest
in omdat we niet onder de indruk lijken te zijn en dat kan weer tot agressiviteit leiden."
"Moeten ze vooral doen", zei ik. "Dan gaan ze dingen doen zonder er goed over na te denken.
Dan gaan ze fouten maken."
We discussieerden nog een tijdje door, maar uiteindelijk vond Stef toch ook dat we teveel zaten
af te wachten. Hij zou het mailtje versturen. Ze hoefden niet meer te weten dan zijn
emailadres. Dat van die overlappende schaakborden vond hij goed gevonden. "Die hypothese", zei hij,
"is niet meer dan dat. Je moet niet teleurgesteld zijn als er helemaal niets van klopt."
Ik zei dat hij zich daar geen zorgen over hoefde te maken.
Tijdens het eten kreeg Stef een ingeving: "Als Ans er al iets mee te maken heeft, is zij niet
de enige in het dorp. Toen zij verdween wist nog niemand dat jij zou ophouden met werken. Ze wonen
in het dorp of iemand uit het dorp houdt ze op de hoogte en die iemand kan Ans niet zijn."
Ik kon hem alleen maar gelijk geven, maar het veranderde niets aan mijn plannen.
Vanochtend begon ik om een uur of tien aan mijn wandeling naar de begraafplaats. Het was mooi helder
weer. Het vroor heel licht, maar er was nauwelijks wind. Ik had eigenlijk verwacht dat Herman niet
in het dorp begraven zou zijn en was dus een beetje verbaasd dat ik na een minuut of twintig zijn
naam op een grafsteen zag. Hij is in 1957 overleden. Op de steen stond "Herman Boerstee Onze
Huisarts" en de gebruikelijke data. Dat kon volgens mij alleen maar betekenen dat de steen niet
was geplaatst door familie, maar door dorpelingen. Hij moest destijds dus wel redelijk geliefd
geweest zijn, want de steen was duidelijk oud. Het graf, eigenlijk niet meer dan een rechthoek
gevuld met grint zag er wel verzorgd uit. Er lag zelfs een bos met vrij verse bloemen op. Het duurde
even voor het tot me doordrong: na zoveel jaar vond iemand het de moeite waard om verse bloemen
op het graf van Herman te leggen. Dat was niet gedaan omdat ik langs zou komen. Drie dagen
geleden wist ik zelf niet eens dat ik er heen zou gaan.
Terwijl ik richting Adrie liep dacht ik na over die verse bloemen. Van de
huidige bewoners van het dorp konden alleen de oudere hem nog echt als huisarts
gehad hebben. Ze moesten dan wel ouder dan zestig zijn om zich daarvan nog iets
te herinneren. Het kan best zijn dat voor een van hen Herman zoveel betekend
heeft dat hij of zij nog af en toe een bloemetje brengt, bijvoorbeeld op
nieuwjaarsdag. Ik moest, of eigenlijk: ik wilde, er ook rekening mee houden dat
een veel jongere inwoner om andere redenen af en toe het graf verzorgt. Als dat
zo was zou diezelfde inwoner iets te maken kunnen hebben met wat er bij ons
gebeurde.
"Zo", zei Adrie, "je maakt er maar meteen gebruik van dat je niet meer voor de
klas staat. O, de beste wensen nog."
Ik wenst hem ook een goed jaar toe en vroeg om een cappuccino en een tosti. "Ik
ben een eind gaan wandelen. Dan kan ik vaak het beste nadenken over wat ik aan
het schrijven ben. Er is hier wel een aardig kerkhof. Ik kwam er toevallig langs
en heb ik het eens bekeken. Het zou toch best kunnen dat Stef en ik hier ook een
keer begraven worden."
"Daar zou ik nog een hele tijd mee wachten", zei Adrie. "Ik verlies niet graag
goede klanten."
"Maak je niet ongerust. Ik wil eerst een boek gepubliceerd hebben dat nog beter
verkocht wordt dan Stefs eerste. Ik zag trouwens ook het graf van die huisarts
die ons huis heeft laten bouwen. Weet je wat me opviel? Er lagen nog redelijk
verse bloemen. Hij is dus nog niet helemaal vergeten hier."
Adrie stond net met zijn rug naar me toe toen ik dat zei, om de melk bij de
koffie te doen. Ik kon dus niet zien of hem dat ook
verwonderde. Hij zette de cappuccino voor me neer en zei: "Hij heeft me nog op
de wereld geholpen, maar ik kan me niet herinneren dat ik hem daarna ooit nodig
heb gehad. Ja, het zou best kunnen dat een of ander oudje in het dorp nog goede
herinneringen aan hem heeft. Ik heb mijn ouders er nooit over gehoord."
Er kwamen nieuwe klanten binnen die hij van consumpties ging voorzien en met wie
hij bleef praten. Ik wilde niet al te nadrukkelijk aanwezig blijven, dus ik
vertrok toen ik mijn tosti en cappuccino op had. Net voor ik de deur naar buiten
opendeed zei Adrie tegen me: "Ik zou me niet al te veel in die huisarts verdiepen."
Wat moest ik daar nou mee? Was het zomaar een losse opmerking, een onschuldig
advies, of was het een waarschuwing, misschien zelfs een verkapt dreigement?
Het lijkt me wel duidelijk dat hij meer van
Herman afweet dan hij los wil laten. Maar waarom zou hij iets verborgen willen of moeten
houden over een man die al zo'n halve eeuw dood is? Moet je van zo'n man nog de
reputatie beschermen, als daar al iets mis mee was, of moesten er meer moderne
belangen beschermd worden?
Thuis stak ik even mijn hoofd om de deur van Stefs werkhok. Hij draaide zich
niet om, stak even zijn hand op en typte weer driftig verder. Elise was op dat
moment even belangrijker dan Annet. Ik wilde het gebeuren van vanochtend wat
laten bezinken en ging niet meteen naar mijn eigen werkhok. Ik maakte een
espresso en ging in de woonkamer op de bank zitten, zette de tv aan en begon te
zappen. Er was niets bijzonders dus ik ging maar een wasje draaien. Ik probeerde
wat te lezen, maar die laatste opmerking van Adrie bleef me bezighouden. Hij
wist alles wat er over het dorp en zijn inwoners te weten viel. Hij was niet
iemand die zo maar een losse opmerking maakte. Als het een waarschuwing was kon
ze nog van alles betekenen. "Ik wil niet dat jij je met die huisarts bemoeit!"
Dat zou kunnen. "Pas op, meisje. Er kunnen vervelende dingen gebeuren als je
teveel in zijn verleden duikt." Dat zou ook kunnen. Maar waarom vertelde hij
niet gewoon wat er aan de hand was, vroeger of nu? Wilde hij ook zichzelf of
zijn familie beschermen? Kan de reputatie van zijn familie beschadigd worden? Ik heb
alleen maar vragen, geen antwoorden.
Dinsdag 9 januari, 9.15 uur
Ik werd katterig wakker, niet fysiek, maar mentaal. Ik had naar gedroomd. Ik zit
in mijn eentje, dat wil zeggen zonder Stef, bij Adrie te praten met een jonge
man, eigenlijk nog een jongen, die ik heel aantrekkelijk vind. Hij heeft wel
iets weg van de jonge Adrie. Ik draag een heel kort rokje en een naveltruitje.
Ik heb een navelpiercing: een zilveren torentje van het schaakspel. Ik drink
maar door, maar word toch niet dronken. Ik vind het best, wat heet: heel
plezierig en opwindend, dat zijn hand van mijn knie langs mijn been glijdt
tot de rand van dat rokje. Ineens loop ik hand in hand met die jongen op de
begraafplaats te wandelen en komen we bij het graf van Herman. Ik sta een stukje
achter hem. Ik vraag of hij vaak bij het graf van zijn overgrootvader komt. Hij
draait zich om, maar het is die aantrekkelijke jongen niet meer. Het is een oude
man met een grijns op zijn rimpelige gezicht. "Zo'n lekkere jonge meid zou ik
hier vaker willen ontmoeten", zegt hij. Hij pakt me bij mijn schouders en trekt
me hard tegen zich aan. Toen werd ik wakker. Het was pas kwart voor zeven, maar
ik ging eruit en naar de keuken, waar ik thee zette. De verwarming was pas een
kwartiertje aan, maar ik had geen zin om weer naar boven te gaan om een kamerjas
te halen.
Het sloeg natuurlijk nergens op, maar ik voelde me schuldig omdat ik die jongen
zo aantrekkelijk had gevonden en hem had uitgedaagd met dat rokje en
naveltruitje. Ik schonk nog een keer thee in en ging daarmee naar de woonkamer.
Het boek van gisteren lag nog op tafel. Deze keer kon ik wel mijn gedachten
erbij houden. Ik raakte zelfs zo verdiept dat ik pas merkte dat Stef was
opgestaan toen hij bij de deur stond en zei: "Goedemorgen, lieve collega. Wil je
weer eens een eitje bij je ontbijt?"
Ik sprong op en zoende hem heel wat heftiger dan we normaliter doen bij het
wakker worden.
"Of wil je eerst weer terug naar bed? Ik ben voor alles in, hoor", zei Stef.
"Mocht je willen. Kook maar een zacht eitje. Doe er een versgebakken croissantje
bij en twee geroosterde boterhammetjes."
Terwijl Stef bezig was vertelde ik wat ik gedroomd had en dat ik me er een
beetje schuldig bij voelde.
Hij liet het ontbijt even voor wat het was en kwam bij me zitten. "Lieve Netje,
ik weiger jaloers te worden op welke Adonis dan ook die jij in je dromen ontmoet
en wat je ook met hem doet."
"Maak nou maar gauw dat ontbijtje, dan gaan we daarna nog even naar bed."
Het werd iets langer dan "even" en daarna gingen we samen onder de douche. Stef
vertrok om negen uur naar de supermarkt.
Bij de borrel gisteren had ik verteld hoe mijn wandeling en het vervolg daarop
verlopen waren. Stef vond dat er op zijn minst een kritisch vraagtekentje bij
die opmerking van Adrie geplaatst kon worden. "Hij is een prima barkeeper. Hij
weet wanneer hij praten moet en wanneer hij zijn mond moet houden. Die opmerking
past niet in dat beeld. Moeten we vaststellen dat hij een beetje onvoorzichtig
is geweest? Weet hij soms wat van ons mailtje?"
Dat vond ik wel een heel snelle conclusie. Stef zit al helemaal in mijn
'verhaal', terwijl ik mijn best doe me te realiseren dat het niet meer dan een
hypothese is. Ik zou wel willen weten of er iets was gebeurd tussen de families
Van Beek en ... Precies, ik weet niet wat de achternaam van Adrie is. Het moet
niet zo moeilijk zijn daar achter te komen. Hij woont direct naast de kroeg en er zal wel
een naambordje op de deur zitten.
Maar wat doe ik ermee als ik dat weet?
Ik ben me ineens zeer bewust van mijn beperkingen als 'onderzoekster'. Wat ik
wil weten speelt zich af in het dorp of heeft zich daar vroeger afgespeeld, maar
juist in het dorp moet ik me zo veel mogelijk op de vlakte houden. Daar ben ik
gewoon dat aantrekkelijke vrouwtje van die bekende schrijver dat zonodig zelf
ook een boek moet schrijven. Ik moet vooral niet laten blijken dat ik alleen
maar geïnteresseerd ben in de geschiedenis van het dorp en zijn bewoners. Wat
zou een privédetective eigenlijk kosten? Geld is niet ons grootste probleem,
maar ik heb nog altijd wel iets van 'je moet je geld niet onnodig uitgeven'. We
kunnen Hans en Loes weer eens uitnodigen, dan kan ik hem vragen wat hij van mijn
idee vindt. Als hij het een goed idee vindt, weet hij misschien ook wel een
bureau of een persoon die goed is in dat soort werk.
Nu zit ik weer te twijfelen: als ik een privédetective aan het werk zet, wat
valt er voor mij dan nog te doen? Dan had ik net zo goed voor de klas kunnen
blijven staan en thuis rustig wachten op wat zo'n detective allemaal gevonden
had. Wat zit ik nou weer te twijfelen en onzeker te wezen. Nou ben ik al bijna
twee weken aan de gang en ik weet nog steeds niet precies wat ik wil.
Ik hoor Stef thuis komen met de boodschappen. Ik neem even pauze.
11.30 uur
Terwijl Stef de boodschappen opborg maakte ik koffie en vroeg ik of ik hem even
bij Elise mocht weghouden. Hij weet ook wel dat ik zoiets niet zomaar vraag en
vond het dus goed. Ik legde hem mijn probleem uit.
"Lieverd", zei hij, "je bent niet 'al bijna twee weken' aan de slag, maar 'pas
iets meer dan een week'. De politie heeft geen idee wie ons aan het lastigvallen
is. Ze weet evenmin wat er met Ans gebeurd is. Ik vraag me zelfs af of ze nog
wel met die zaak bezig is. Dan mag jij niet van jezelf verwachten dat je al een
begin van een oplossing ziet. Alleen in tv-series worden zaken als deze in
anderhalf uur opgelost. Zo lijkt het tenminste. Je weet toch dat ik ook wel eens
weken aan één hoofdstuk zit te schrijven en herschrijven. Beschouw het als een
legpuzzel, maar dan als een puzzel waarvan je eerst de stukken nog moet gaan
zoeken. Pas als je er genoeg gevonden hebt kun je beginnen met te kijken of ze
misschien ook nog in elkaar passen. Ik heb het een stuk makkelijker: als de
stukken niet passen, slijp ik ze gewoon een beetje bij. Ik verwacht echt niet
dat je me over twee weken komt vertellen dat je weet wat er allemaal gebeurd is
en wie erachter zit. De "usual suspects" komen alleen in 'Casablanca' voor. Hij
toastte met zijn cappuccino: "Here's looking at you, kid."
Ik aaide Stef over zijn bol. "Ga Elise maar weer eens lekker opvrijen."
Ik ging niet meteen terug naar mijn werkhok. Ik trok mijn sportbroekje en
-shirtje aan en holde twee rondjes om het bos. Onder de douche bedacht ik dat
wij wel de laatste import in het dorp waren, maar niet de eerste sinds vele
jaren. Herman had als huisarts uiteraard een opvolger gekregen en die was ook al
weer opgevolgd. Het enige wat ik weet is dat het een vrouw is. Ik heb haar heel in
het begin een keer kort gezien en gesproken toen ik een recept moest hebben voor de pil.
Voor volgende
recepten hoefde ik alleen de assistente te bellen. Verder hebben we hier nog
niets gehad waaraan een dokter iets zou moeten doen. Ik kan me haar dan ook nauwelijks
herinneren. Ze is in ieder geval geen frequente
cafébezoeker want bij Adrie hebben we haar nooit gezien. Het zou best kunnen dat deze
huisarts, via haar voorganger, nog gegevens, patiëntendossiers bijvoorbeeld, had
die ooit van Herman geweest waren. Ik heb nog wel even nagedacht over de vraag
of ik haar als privépersoon zou benaderen of, in ieder geval de eerste keer,
gewoon naar het spreekuur zou gaan. Dat laatste leek me het verstandigste.
Niemand zoekt er immers iets achter als je de huisarts bezoekt. Daarvoor hoef je
er niet per se ziek uit te zien. Op het internet zocht ik haar telefoonnummer op
en ik belde. Ik kreeg de assistente aan de lijn en vroeg of ik een afspraak kon
maken, het liefst als laatste patiënt van de dag. Ik kan morgen om half twaalf
komen.
Woensdag 10 januari, 15.00 uur
Er zat nog één patiënt in de wachtkamer, maar ik was dan ook tien minuten te
vroeg. Het was niet iemand die ik kende, maar het andere dorp heeft geen eigen
huisarts, dus daar zullen ook wel patiënten vandaan komen. Ik zag haar even toen
ze mijn voorganger kwam halen. Ik weet dat het onzin is, maar ze zag er helemaal
niet uit als een arts. Ze leek me een jaar of veertig, droeg een spijkerbroek en
een simpel blauw truitje. Volgens mij droeg ze, net als ik, geen bh. Haar rode haar was
heel kort. Na een minuut of tien was het mijn beurt.
"Annet Draaisma, neem ik aan? Ik ben Ellen van Goijen. We hebben elkaar één keer gezien, hè?"
Zij ging achter haar bureau zitten en ik op de stoel tegenover haar.
"Zeg het maar," zei ze.
Ik had nagedacht over hoe ik zou beginnen. "Om te beginnen moet ik me
verontschuldigen. Ik mankeer niks, voor zover ik weet."
"Da's mooi. Wil je erover praten?"
We barstten allebei in lachen uit.
Toen ik uitgelachen was zei ik, dat ik inderdaad kwam om te praten, maar niet
over een medisch probleem. "En ik heb ook geen probleem met Stef, mijn man",
voegde ik er meteen aan toe. "Hij slaat me niet. Hij kookt heel goed. Hij doet
ook een deel van het huishouden en hij houdt van me en ik van hem. Hij heeft
trouwens ook niks."
"Ga vooral door", zei Ellen. "Ik ben gewend om allerlei ellende te horen en te
zien, dus je bent een welkome afwisseling. Kom eens wat vaker."
We lachten weer.
"We hebben wel een probleem", zei ik. "We wonen in het huis dat de voorganger
van je voorganger heeft laten bouwen." Ik vertelde haar het hele verhaal en ook
waarom ik daarvoor naar het spreekuur gekomen was.
Ellen zat een tijdje na te denken. "Ik kan me voorstellen dat je deze manier
hebt gekozen om contact te maken. Geen probleem. Dat oude archief is er nog
steeds. Een heel enkele keer kan dat handig zijn als het om oude patiënten gaat.
Ik weet niet of er dingen bij zitten die voor jullie interessant kunnen zijn. Ik
moet bij mijn beroepsvereniging ook nagaan wat ik jou wel of niet mag
laten lezen. Medisch geheim en zo, weet je wel, maar ik kan me niet voorstellen
dat er bezwaar tegen is dat jij gegevens ziet van mensen die al voor de Tweede
Wereldoorlog zijn overleden."
Ik zei dat medische gegevens me niet zo interesseerden. Ik hoopte dat ik tussen
al die gegevens dingen zou vinden die enig licht zouden kunnen werpen op wat er
in de twintiger jaren gebeurd was rond de tijd dat Stefanie verdwenen is.
"Dat zal nog best een behoorlijke klus worden. Alles zit in ordners maar het is
op naam gesorteerd, niet op datum, dus ik kan je niet alles uit pakweg 1920 tot
1930 geven."
"Ik zou kunnen beginnen met Van Beek."
Ik mocht van Ellen best af en toe een middagje langs komen om die ordners in te
zien.
"Dat is ook weer zo'n probleempje", zei ik. "Ik ken je assistente wel van
gezicht, dus ze zal wel hier in het dorp wonen en ik heb liever niet dat iemand
in het dorp erachter komt dat ik papieren van jou zit door te snuffelen."
Ellen hoefde niet lang na te denken. "Ik wil best een keer zo'n ordner komen
brengen, hoor. Komt vrijdag eind van de middag uit? Het komende weekend ben ik
vrij."
Ik vond het geweldig en zei dat ze mocht blijven eten als ze daar zin in had.
"Als jouw Stef werkelijk zo goed kan koken lijkt me dat prima, maar ... eh ..."
Ze droeg een trouwring, dus ik zei: "Je man mag ook meekomen, hoor."
"Mag het ook mijn vrouw zijn? Als ze mee wil tenminste."
"Sorry, het gebruikelijke foutje. Je ziet een vrouw met een trouwring, dus zal
er wel een vent zijn. Natuurlijk mag ze meekomen."
"Hermien zal het best een spannend verhaal vinden. Ze leest veel thrillers. Ze
heeft net "De Tweede Gast" uit. Vond ze heel goed. Ken je dat toevallig? Waarom
lach je? Heb ik iets leuks gezegd?"
"Weet je wie de schrijver is of lees jij geen spannende verhalen?"
Ze moest even nadenken. "Aart zussemezo? Als ik lees is het meestal
vakliteratuur."
"Stef van Aarden." Ik legde wat nadruk op "Stef".
"Wat! Jouw Stef is de schrijver? Reken er dan maar op dat Hermien meekomt."
De telefoon ging. Ze pakte hem op en zei: "Ik weet het Dorien. Ik ben zo klaar
met mevrouw Draaisma. Dan ga ik mijn ronde doen." Tegen mij zei ze: "Dorien wil
niet dat ik te laat aan mijn afspraken begin. Ze vindt dat mensen toch al te
vaak veel te
lang op dokters moeten wachten. We praten vrijdag verder. Leuk!"
Buiten belde ik Stef om te zeggen dat ik bij Adrie weer een cappuccino en tosti
ging halen.
"Je wordt wel een heel vaste klant hier", zei Adrie. "Moest je weer zo
vreselijk nadenken?"
Ik zei dat ik naar de dokter geweest en ik geloof dat hij echt bezorgd was.
"Toch niks vervelends, hoop ik?" vroeg hij.
Ik zei dat hij zich nergens zorgen over hoefde te maken en dat ik gewoon wat
wilde laten checken.
"Je gaat me toch niet vertellen dat er een kleine Van Aarden komt?"
"Dat ga ik je niet vertellen, want dat zou ik eerst aan Stef vertellen en
bovendien komt er geen kleine Van Aarden, in ieder geval niet in de komende
negen maanden. Is hier nog iets bijzonders gebeurd?"
"Wat kan hier nou gebeurd zijn in de afgelopen twee dagen? Het enige opvallende
dat hier kan gebeuren is dat er nieuws over Ans komt, maar volgens mij heeft
iedereen, ook de politie, allang de hoop opgegeven dat we nog iets over haar
horen."
Omdat hij er zelf over begonnen was, kon ik er wel over doorgaan. "Toch vreemd
dat in zo'n dorp als dit twee keer een vrouw spoorloos verdwijnt en dan zijn ze
ook nog familie van elkaar. Heb jij wel eens iets van je vader of grootvader
gehoord over de verdwijning van die Stefanie?"
"Ik heb mijn vader en grootvader wel eens over haar horen praten. Mijn
grootvader zei toen dat ze als de lellebel van het dorp bekend stond. Ik denk
dat hij bedoelde dat ze het niet zo nauw nam met de goede zeden. Ze werkte in de
kruidenierszaak van haar vader. Haar moeder overleed toen ze vijf was, geloof ik.
Ze ging op zondag altijd alleen op stap, niemand
wist waarheen. De meeste mensen gingen hier braaf naar de kerk, maar zij niet,
vanaf de tijd dat ze een jaar of zeventien was. Haar vader zal
haar niet dik betaald hebben, maar ze droeg toch vaak opvallende kleren, dure
kleren in het laatste jaar van haar leven."
"Was ze gewoon parttime hoer?"
"Daar kwam het wel op neer, volgens de dorpelingen dan. Ze hadden het niet over
mannen uit het dorp met wie ze het gedaan zou kunnen hebben. Theoretisch kan ze
altijd nog in leven zijn, maar dan zou ze wel bijna honderd zijn."
Voor ik weg ging zei Adrie nog: "Ik heb vanochtend zeer goede biefstuk in de
vriezer gelegd. Als jullie vrijdag weer eens zin in saté hebben ... "
"Helaas, dan krijgen we gasten."
"Dan is er zaterdag saté. Beroemde gasten moet je te vriend te houden."
Ik beloofde dat we er zouden zijn.
Maandag 15 januari, 9.30 uur
Afgelopen donderdag ben ik niet
aan schrijven toegekomen, maar ik heb niet stilgezeten. Ik heb zitten nadenken
en op een ouderwetse manier aantekeningen zitten maken: met een ballpoint op
papier. Stefanie was dus niet een gewoon alledaags dorpsmeisje geweest. Zo jong
als ze was, was ze kennelijk wel een zelfstandig meisje dat zich weinig aantrok
van wat men van haar vond. Ze kon best een parttime hoer geweest zijn, maar wat
Adrie vertelde paste ook heel goed in het beeld van een jonge vrouw die door een
man 'onderhouden' werd. Ging Herman ook niet naar de kerk? Na tien uur 's
ochtends moet het niet zo moeilijk geweest zijn samen ongezien in zijn auto
ergens heen te rijden. Tijdens de avonddienst konden ze dan ook weer ongezien
terugkeren. Ik zag al voor me dat hij haar achter 'ons' bos oppikte en weer
afzette. Zou hij ergens anders ook nog een optrekje gehad hebben? Het lijkt me
niet waarschijnlijk dat ze tevreden waren met een hele dag elkaars hand
vasthouden. Maar hoe kom ik erachter of hij inderdaad een ander optrekje had? Het
kon niet al te dicht bij het dorp zijn, maar ook niet te ver. Je had toen nog
geen wegen waarlangs je even snel van A naar B racete. Een afstand van 50 km lijkt
me wel het maximum.
Dat optrekje, bedacht ik, zou ook een blokhut ergens in het bos geweest kunnen
zijn. Dat gaf nog veel meer privacy. Op een topografische kaart met een schaal
van 1:25.000 staat zo'n beetje elk huis getekend. Ik googelde op "topografische
kaart" en zag dat je die bij het Kadaster kunt bestellen. Ik heb meteen een hele
serie van ons dorp met ruime omgeving besteld. De komende tijd ga ik dan alle
alleenstaande huizen in bossen bekijken. Op een gewone kaart kun je al zien dat
er aardig wat van die stukken bos als dat van ons in de omgeving zijn. Ik hield
me nog eens goed voor dat ik alleen maar met een hypothese bezig was, maar kreeg
wel het gevoel dat ik eindelijk iets concreets ging doen.
Stef nam op vrijdag een snipperdag. We stelden samen een diner van vijf gangen
samen en ging ook samen naar de supermarkt. We maakten 's middags al zo veel
mogelijk klaar, zodat niet een van ons voortdurend in de keuken moest staan
terwijl de dames er waren. Stef vroeg of hij een net pak moest aantrekken.
Gezien de spijkerbroek en het truitje waarin Ellen haar werk deed, dacht ik niet
dat zij zich zou opdoffen, dus Stef hoefde dat van mij ook niet te doen.
De dames kwamen rond kwart over vijf. Op de monitor bij de deur zag ik dat ze
met de auto waren gekomen, dus ik riep dat ze die binnen konden zetten en liet
de deuren openzwaaien. Ze stapten uit en haalden een plastic tas en iets wat op
een kleine kist leek uit de kofferbak. Ze droegen de kist samen terwijl ze naar
het huis kwamen. Het was een aardig gezicht. Ellen, die ongeveer mijn lengte is,
komt net tot de schouders van Hermien. Ellen droeg inderdaad een spijkerbroek en
een windjack, Hermien een lange rok en een korte jas. Ze heeft lang, blond,
loshangend haar dat tot halverwege haar rug komt. Ze is niet veel ouder dan ik.
Ze heeft wel beduidend meer boezem dan Ellen en ik, zag ik toen ze haar jas
uitdeed. Ze droeg een fluwelen bloes die tamelijk lag uitgesneden was. "Mooie
bloes", zei ik en dat meende ik.
"Ze heeft zich niet speciaal voor de gelegenheid mooi aangekleed, hoor," zei
Ellen. "Ze draagt altijd lange rokken en probeert al een paar jaar tevergeefs
mij ervan te overtuigen dat ik er thuis ook best mooi mag uitzien."
"Als ik weer eens op zo'n slons val probeer ik altijd tegen beter weten er iets
van te maken", zei Hermien. "Om steeds weer nieuwe teleurstellingen te voorkomen
ben ik met deze slons maar getrouwd."
Ik ging ze voor naar de kamer. Stef kwam net uit de keuken. Dat hij Stef was, was
wel duidelijk en ik zei wie Ellen was en wie Hermien. Hij vroeg wat ze wilden
drinken. Ze keken elkaar aan. "Jouw beurt", zei Hermien.
"Heb je iets van jus?" vroeg Ellen. "Bij het eten mag ik één glas wijn. Over
wijn gesproken, lange, op de achterbank ligt volgens mij een prachtige
bourgogne." Hermien ging naar buiten, Stef ging sinaasappels uitpersen.
"Waarom heeft mijn voorganger dit huis niet van zijn voorganger overgenomen?"
vroeg Ellen. "Dan had ik hier nu met die lange kunnen wonen. Wij wonen echt niet
slecht, maar hier word ik een beetje jaloers van. En dan nog die lap van een
tuin."
Ik zei dat we er uiteraard zeer tevreden mee waren, maar dat de hoofdreden om
hier te gaan wonen toch vooral de stilte was.
"Wat zit er trouwens in die kist?" vroeg ik.
"Geen idee. In het rommelhok waar ook die oude administratie staat, stond hij in
een hoekje onder een plank van een stelling. Hij is vrij oud en volgens mij nog
van die Boerstee. Hij zit met een hangslot dicht en ik heb daar geen gereedschap
om hem open te breken. Je mag het proberen. Ik ben wel benieuwd. In de plastic
tas zit de ordner waarin ook Van Beek voorkomt."
Hermien kwam terug met de bourgogne en Stef met de jus en een blad met snackjes.
Hij schonk drie glazen wijn in.
"Komen jullie nooit bij Adrie, die kroeg weet je wel, Landrust?" vroeg Stef.
"We hebben niks tegen cafébezoek, hoor", zei Hermien. "We hebben elkaar in een
café ontmoet. Die kleine viel als een blok voor me. Letterlijk. Ze struikelde met een
glas wijn in haar hand. Die kreeg ik dus over een witte bloes en zij is mij min
of meer in de schoot gevallen. Zij woonde om de hoek en bood me aan iets van
haar te lenen ter vervanging van die bloes. Daar had ik een hard hoofd in, maar
ik ging toch mee, want ik vond haar heel leuk.
En ja, toen ik die bloes uitdeed zag ze pas goed wat zij
allemaal mist en aan de manier waarop ze keek zag ik meteen dat ze liever naar
vrouwen dan naar mannen kijkt. Om een lang verhaal kort te maken: we hebben die
bloes op het balkon in de wind gehangen. Mijn bh was ook een beetje klammig, dus die hingen
we er bij. De volgende ochtend waren ze nog nat, want het had 's nachts
geregend. Die kleine vond het geen bezwaar dat ik nog wat langer bleef en ik ook
niet. Ik heb ook wel iets met kleine vrouwtjes. Die kan ik lekker domineren."
"Stef vroeg waarom we nooit naar Adrie kwamen, lange."
"Houd je mond, kleine. Daar kwam ik net aan toe. Kijk, we zitten hier op het
platteland. Dit dorp is nog behoorlijk christelijk. Ze hebben nu eenmaal een
huisarts nodig en dan moeten ze van die kleine wel wat pikken. Maar we vinden ook dat
we ze niet voortdurend met hun neus op het feit moeten drukken dat een grote deksel
best kan passen op een kleine pot. Zo simpel ligt dat. We bezatten ons thuis wel. Ik heb
trouwens ook een vraag. 'Voor Annet' is me wel duidelijk, maar wie is Katrien? Een zus?
Een vriendinnetje? Een maîtresse?"
Ik stak mijn vinger op. "De volgende is 'Für Elise' en dan heet ik ook nog
Margreet en Tineke. Daarna mag hij zelf iets verzinnen. En nu mag ik een vraag stellen.
Noemen jullie elkaar wel eens bij de naam?"
"Zelden", zei Hermien. "De volgende ochtend was het eerste wat ze tegen me zei: 'Je voeten steken
buiten bed, lange.' Dat moet je tegen een gevoelig type als ik niet zeggen. Dus ik zei: 'Als je
wilt dat ik nog een keer kom, moet je een groter bed aanschaffen, kleine.' Om de ene of andere
reden is dat blijven hangen. Er zit dus absoluut niks denigrerends in, toch, kleine?"
"Ik houd ook van jou, lange."
Ze gingen pas tegen één uur weg, na een heel leuke avond. Hermien werkt als
klinisch psycholoog in het ziekenhuis in de stad. Ze praatte natuurlijk
uitgebreid met Stef over spannende boeken en vindt mijn hypothese niet
onaannemelijk. Verder hebben we over van alles en nog wat gepraat. Toen ze
hoorden dat we een zwembad hebben, vroegen ze meteen of ze een keer met mooi
weer mochten langskomen. Het was al eerder duidelijk geworden dat Hermien niet gewend is
een blad voor de mond te nemen. "Ik wil wel eens in mijn blootje zwemmen en
zonnen. Mag dat hier?"
"Wat dacht je dat wij deden?" vroeg Stef. "Heb je er bezwaar tegen dat er ook
een naakte man rondloopt?"
"Nee, jij?"
Toen we ons in de slaapkamer uitgekleed hadden keek Stef naar me met een keurende blik.
"Ik vind kleintjes toch net iets mooier."
Dinsdag 16 januari, 15.30 uur
Ik moet rustig blijven! Ik wil meteen met het belangrijkste beginnen maar ik wil alles zo veel
mogelijk in de juiste chronologische volgorde opschrijven.
Gisteren, rond vier uur 's middags, kreeg Stef een mailtje terug van 'Pat'. Het
kwam ook van pat@hotmail.com.
Annet/Stef,
Als jullie het een beetje persoonlijker willen maken vinden wij hier dat best.
Hopen jullie ook dat we gauw een mooie warme lente krijgen? Wij denken dat het
een druk jaar gaat worden, in ieder geval voor ons en dat zullen jullie merken.
Wij willen onze zaken voor het eind van het jaar graag geregeld hebben. Jullie
moeten dus wel een beetje meewerken. Jullie weten vast wel wat jullie daar voor
moeten doen. Hoe eerder jullie dat doen, hoe beter. Dat scheelt jullie ook
een hoop onprettige ervaringen. Jullie kunnen dan ook met een gerust hart op
vakantie. Wij hebben wel iemand die op het huis kan passen.
Groetjes,
Pat
Ze zinspeelden er duidelijk op dat wij zouden moeten vertrekken. Dat klopte
niet. Dat wil zeggen: het gaat ze niet om het huis. Of ze waren zo ongelooflijk stom
dat ze niet bedacht hadden dat iedere
koper van ons huis automatisch verdacht zou zijn. Het moest dus een
afleidingsmanoeuvre zijn. We hadden Joop laten merken dat we geïnteresseerd
waren in Herman. Dat konden anderen dus ook weten. Ik raakte er weer een beetje
meer van overtuigd dat het allemaal met Herman en de dorpsgeschiedenis te maken
had. Daar moesten we van afblijven. Daar moesten we ons niet in mengen.
Stef was het in grote lijnen met me eens. "Als je klaar bent, kun je met behulp
van wat je nu geschreven heb echt een soort historische thriller schrijven die
in het dorp speelt. Dat is heel erg in tegenwoordig. We worden concurrenten."
"Ben je gek? Schrijvende echtparen zijn ook heel erg in. Wat dacht je van Stefan
Draaiaarde?"
"Doet mij teveel denken aan draaikont."
Dat "wij hier" deed me ook nog eens nadenken. Die twee mannen die we in die auto
hadden gezien waren geen dorpelingen. Dorpelingen zouden niet het risico hebben
willen lopen herkend te worden. Waren het 'huurlingen' of mannen die vroeger in
het dorp gewoond hadden? Waren die mannen met bivakmutsen dezelfde mannen of
waren het wel dorpelingen?
Vanochtend ben ik begonnen met de ordner. Het eerste contact tussen Stefanie en
Herman was kort na haar vijftiende verjaardag. Hij moest haar thuis bezoeken,
want ze had longontsteking, wat toen, in 1923, nog een gevaarlijke ziekte was.
Twee jaar later komt ze naar het spreekuur. Ik moest googelen om erachter te
komen wat furunkel betekent. Dat is dus een steenpuist, een ontstoken haarzakje.
Die had ze bij een van haar borsten. Ik keek nog eens terug naar wat Stef een
tijd geleden gezegd heeft. "Ongetrouwde huisarts onderzoekt jonge vrouw en
ontdekt haar tot dan toe verborgen charmes." Stefanie was oud genoeg om over ten
minste twee charmes te beschikken waar Herman kennis mee maakte. Voor een
huisarts van ruim veertig was dat geen nieuwtje, maar Stefs fantasietje kwam
toch dicht bij de werkelijkheid. Het is geen bewijs voor de fantasie die ik mijn
hypothese noem, maar die zou ook nog werkelijkheid kunnen zijn. Meer is over
Stefanie in het dossier niet te vinden. Ik bladerde nog wat door, maar kwam
alleen onbekende namen en veel onbekende Latijnse termen tegen.
De kist die Ellen en Hermien meegenomen hadden stond nog in de hal. Hij was niet
erg groot, zo'n 75 x 50 x 50 cm schatte ik. Hij was wel behoorlijk zwaar. Na de
lunchpauze bracht ik hem samen met Stef naar boven en zette hem op mijn bureau.
We bekeken het slot. Volgens Stef was het makkelijk los te schroeven. Hij is net
zo min een doe-het-zelver als ik, maar we hadden in de garage wel wat
gereedschap. Ik haalde dus een schroevendraaier. De schroeven waren gauw los. Ik
deed de kist niet meteen open. Ik voelde enige spanning. Wat zou ik aantreffen?
Ik had het kunnen weten: ik zag boeken en de boeken die bovenop lagen hadden
allemaal met schaken te maken. Ik haalde de boeken een voor een uit de kist,
hield ze met de kaften naar boven vast en schudde ze heen en weer. Uit boeken
kunnen nog wel eens leuke en onverwachte dingen vallen. Ongeveer een jaar
geleden kwam ik weer eens een boek uit mijn jeugd tegen. Er zat een ansichtkaart
in die ik op mijn tiende vanuit een schoolkamp aan mijn ouders had gestuurd. Ik
schreef aan "Lieve mamma en pappa", dat het heel goed met me ging en dat ik het
allemaal "heel leuk vindt". Ik moest weer lachen om de rode streep die door
"vindt" stond. Die had ik er een paar dagen na mijn thuiskomst zelf doorheen
getrokken. Er stond al een aardig stapeltje op mijn bureau toen er een papiertje
uit een boek viel. Dit stond erop:
1. c6-c7; Td5-d6
2. Kb6-b5; Td6-d5
3. Kb5-b4; Td5-d4
4. Kb4-b3; Td4-d3
5. Kb3-c2! Td3-d4.
Ik wist intussen wat dat betekende: een serie schaakzetten. Dat bracht me niet
veel verder.
Het bleken allemaal schaakboeken te zijn, maar de verrassing lag eronder: een
grote, dikke envelop. Hij was niet dichtgeplakt.
Ik voelde weer dezelfde spanning als voor het openen van de kist. Zou ik hierin
meer gegevens vinden over "Het geheime leven van dokter Boerstee"? Het begon met
een teleurstelling: een krantenknipsel, op een blad papier geplakt, waarop een
schaakstelling te zien was. Op het volgende vel was een klein knipseltje
geplakt. Het vermeldt dat de weledelgeleerde heer H. Boerstee vanaf 1 juni 1922
zijn praktijk in het dorp zal uitoefenen. In ieder geval was de inhoud van de
envelop niet uitsluitend aan schaken gewijd.
Er volgden wat getypte brieven en doorslagen van brieven die Herman zelf getypt
had, maar dat waren zakelijke brieven, want toen was het nog bijna een doodzonde
persoonlijke brieven te typen. Die schreef je met de hand. Ik legde ze apart om
ze later verder te bekijken.
Een polis van een levensverzekering zat verdwaald tussen een stapeltje
schaaktijdschriften. Die schudde ik ook voor alle zekerheid maar even uit. Uit
het vierde viel een dubbelgevouwen vel papier uit een blocnote. Ik vouwde het
open. Mijn hart begon te bonzen toen ik de aanhef zag: "Lieve Herman". Ik keek
naar de ondertekening: "Je Steffie".
Ik sprong op en liep naar Stef. Ik struikelde bijna over de drempel van zijn
werkhok. "Stef! Je had gelijk! Herman en Steffie hadden wat samen. Hij is
gevallen voor haar verborgen charmes. Kijk maar." Ik liet hem de brief zien.
Stef moest eerst Elise achter zich laten voor hij zich realiseerde waar ik het
over had. "Wat schrijft hij?"
"Zij schrijft, aan hem. Ik moet het nog lezen. Luister."
Lieve Herman,
Als je net bij me weggegaan bent voel ik me het meest alleen. Elke volgende dag
immers brengt het tijdstip naderbij dat we weer voor korte tijd bij elkaar zijn.
Dan voel ik me al wat minder alleen. Vanaf morgen heb ik een groot deel van de
dag weer voor mezelf. Dan gaat de kleine Herman voor het eerst naar school.
"Dit kan helemaal niet", riep ik. "Dat geloof je toch niet? Ik heb de waarheid
verzonnen!"
Stef moest toegeven dat het een sterk staaltje was. Ik ging verder met
voorlezen.
Onze kleine jongen lijkt zo veel op jou en ik ben zo trots op hem. Ik zou hem
zo graag aan de mensen in het dorp willen laten zien. Af en toe mis ik het toch wel. Ik
zou ook wel weer eens met jou door zo'n stil bos willen wandelen. Hier in de
stad is het vaak zo druk. Iedereen holt elkaar maar voorbij. Ik mis je vaak heel
erg. Dan denk ik maar aan zeemansvrouwen, die hun mannen vaak maanden lang
moeten missen. Met hun vergeleken heb ik het dan nog heel goed, want jou zie ik
bijna iedere week. Ik kijk al weer met veel verlangen naar je uit.
Veel liefs en kusjes, ook van kleine Herman,
Je Steffie.
"Staat er een datum op?" wilde Stef weten.
"4 september 1933, begin van het schooljaar. Wacht even. Steffie was twintig
toen ze verdween. Dat was, als ik goed heb, in 1927. In 1924 was ze dus
zeventien. In het dossier heb ik gezien dat Herman toen in ieder geval twee van
haar verborgen charmes heeft gezien. Als ik het weer goed heb heeft Herman in
dat jaar dit stuk grond gekocht en rond die tijd ging Steffie 's zondags in haar
eentje wandelen. In 1927 gaat Herman hier wonen en een tijdje later verdwijnt
Steffie spoorloos. Als kleine Herman in 1927 zes is, is er dus een grote kans
dat hij in dit huis in zonde verwekt is. Als wij in dit huis een keer een geheel
wettige dochter verwekken vind ik dat we haar Stefanie moeten noemen. Dat heeft
ze wel verdiend nadat ze zoveel in haar eentje heeft moeten verwerken. Zo, ga
jij je maar weer aan Elise vergrijpen, dan ga ik eens bedenken hoe ik verder
ga."
Woensdag 17 januari, 13.30 uur
Aan dat denken over 'Hoe nu verder?' kwam ik gisteren niet meer toe. Ik was
uitgelaten. Ik wilde het vieren. Het liep tegen vijven, dus Stef mocht Elise wel
verruilen voor haar alter ego. Stef vond het een goed idee. Hij liep naar de
trap, maar ik ging de slaapkamer in. "Haal de wijn maar naar boven", zei ik
tegen hem.
Toen Stef met de wijn en de glazen boven kwam had hij een ongehinderd uitzicht
op al mijn charmes, dus het duurde nog wel even voor we aan de wijn toe kwamen.
Als je wat te vieren hebt moet je het goed vieren. Nog wat nagenietend dronken
we het eerste glas in bed, zonder veel te zeggen en niets over Steffie en
Herman. Dat deden we bij het tweede glas dat we beneden dronken.
Stef vroeg of ik al een idee had hoe ik verder zou gaan. Ik zei dat ik voorlopig
gewoon volgens plan verder zou gaan. Ik had een mooi succesje behaald, maar
daardoor wisten we nog niet wie 'ze' en hun motieven waren.
"Als Steffie uit vrije wil is verdwenen", vond Stef, "is het niet helemaal
vreemd er vanuit te gaan dat Ans hetzelfde gedaan heeft, al zal dat geen
amoureuze achtergrond hebben. Alleen in beperkte kringen kan je tegenwoordig nog
in zonde leven."
Ik zat nog even te rekenen. "Als kleine Herman in 1927 geboren is, is hij nu
oude Herman. Statistisch gezien is hij al een tijdje grootvader. Laten we niet
vergeten dat zijn eventuele kleinkinderen, die ook al volwassen zijn, behoorlijk
verre familie van Ans zijn. Ze is een achterachternicht of zo. Daar hoef je niet
bepaald warme gevoelens voor te koesteren. Het kan ook zijn dat Ans voor hun op
de vlucht is. Zij kan ook van haar ouders of grootouders iets gehoord hebben en
op onderzoek zijn uitgegaan. Veel mensen hebben haar vaak met ons zien praten en
dan beginnen die schrijver en dat vrouwtje van hem ineens ook over die huisarts
vragen te stellen. We weten dus niet of Ans bij de good guys of de bad guys
behoort en of ze wel in de in de macht of zelfs maar in de buurt van de bad guys
is. Klopt dat een beetje?"
Wat Ans betreft was er volgens Stef geen speld tussen te krijgen. "Dat krijg je
al gauw als je alle mogelijkheden open laat", zei hij erbij.
Ik vond wel dat we Hans op de hoogte moesten stellen. We hadden een oude
verdwijningszaak gedeeltelijk opgelost. Hij moet dan maar bekijken of dat
consequenties kan hebben voor het onderzoek naar de verdwijning van Ans. Stef
vond het goed Hans en Loes voor een avond in het weekend uit te nodigen. Ik
belde meteen en kreeg zowaar Hans zelf aan de lijn.
"Ben je nou al thuis?" vroeg ik. "Zitten alle boeven achter slot en grendel?"
"Nee, tijdens het werkoverleg vanochtend kwamen we tot de ontdekking dat ondanks
onze inspanningen de misdaad toch blijft bestaan, dus we houden er maar mee op."
"Mooi! Dan hebben jullie alle tijd om ergens in het weekend hier te komen eten.
We hebben iets met je te bespreken. Los daarvan vinden we het natuurlijk ook
leuk om jullie weer eens te zien."
Hij vroeg wat er te bespreken was, maar dat hield ik nog even geheim. We
praatten nog wat over koetjes en kalfjes. Loes was nog niet thuis, maar als we
niets meer hoorden zouden ze zaterdag komen.
Stef was intussen naar de keuken gegaan en ik belde meteen naar Ellen en
Hermien. De laatste nam op en ik vroeg of Ellen er ook was.
"Die zit hier naast me. Wil je haar spreken als huisarts of als het lekkere ding
dat ze ook kan zijn als ze flink haar best doet? In het eerste geval zal ik mij
naar elders begeven, in het tweede geval zal ik nauwlettend en jaloers blijven luisteren."
"Kan ze meeluisteren? Dat mag jij ook. Ik vind jullie allebei schatten, maar ik heb minder
dan een uur geleden nog mogen constateren dat ik voor bepaalde vormen van intermenselijk
contact mannen, vooral één man, toch wel een heel geschikt soort mens vind. Geen van jullie
beiden hoeft jaloers te worden."
"Ieder diertje zijn pleziertje. Ik zet hem op hands free." Ik hoorde haar "Annet" zeggen en
daarna: "Roept u maar. Mini en Maxi zijn en al oor."
"Die kist is een goudmijntje", begon ik. Ze lieten me het hele verhaal zonder
onderbreking vertellen. Aan de andere kant bleef het even stil toen ik
uitgepraat was.
"Jullie zijn het vast met de nodige drank aan het vieren", zei Ellen. "Wij zijn
ook net begonnen. Proost! Geweldig! Die lange weet van bewondering niet wat ze
zeggen moet. Die is met stomheid geslagen en dat lukt zelfs mij maar zelden."
"Onzin", zei Hermien. "Ik zat gewoon een treffende reactie voor te bereiden. Ik
sluit me geheel bij de vorige spreekster aan. Luistert Stef ook mee?"
"Die is zich met het eten aan het bemoeien. Moet ik hem roepen?"
"Nee, ben je gek? We weten nou wat hij in de keuken presteert. Daar moet je hem
vooral niet bij storen. Als je ooit nog eens van hem af wil, mag je hem hierheen
sturen. Hij zal wel begrijpen dat hij zijn activiteiten tot de keuken moet
beperken. We ... Au!"
"Ik kneep in haar billen", zei Ellen. "Ze kan geen twee minuten serieus blijven.
Dat is ze hele dag op haar werk al, zegt ze. Alsof het in mijn spreekkamer
voortdurend lachen, gieren, brullen is. Ik vind het hartstikke leuk dat ik mijn
kleine bescheiden bijdrage heb mogen leveren en dat je even belt. Ga vooral zo
door. We moeten nu ook naar de keuken, want die lange heeft om acht uur nog een
bespreking."
Vanochtend om een uur of tien werd er bij het hek gebeld. Op de monitor zag ik
dat het de postbode was. Ik zei dat ik eraan kwam. Hij had een grote ronde koker
bij zich die niet in de brievenbus kon. Het waren de kaarten die ik bij het
Kadaster had besteld. Ik zocht eerst de kaart op waarop ons huis staat. Op die
kaart is ook goed te zien welke landweggetjes er nog in de buurt van ons huis
zijn en waarlangs we, als we dat weer eens nodig vinden, ongezien door
dorpelingen naar elders kunnen rijden. De rest van de middag ga ik besteden aan
het bekijken van andere kaarten en het uitstippelen van een route naar andere
alleenstaande huizen.
Zondag 21 januari, 15.15 uur
Normaliter schrijf ik niet op zondag, maar dit keer is er wel aanleiding toe.
Donderdag en vrijdag heb ik weer veel alleenstaande huizen gezien. Eén ervan
herkende ik van de zoektocht van destijds. Het stond op een prachtige, rustige
plek, maar het was onbetaalbaar. Voor zover ik kon zien was het nog steeds niet
bewoond. Tijdens het rijden had ik voldoende tijd om na te denken. Steffie had
dus ergens anders gewoond, maar had ze zich daar ook bij de burgerlijke stand
laten inschrijven? Dan zou ze hier in het dorp, dat toen nog een zelfstandige
gemeente was, uitgeschreven moeten zijn. Maar dan zou alles meteen openbaar
geworden zijn. Ze zal wel een keer officieel dood verklaard zijn, waardoor ze
officieel niet meer bestond. Als ze zich verre had gehouden van officiële
instanties zou niemand achter haar identiteit komen. Kleine Herman moest naar
school, maar ik kan me niet voorstellen dat ze toen naar allerlei
identiteitspapieren vroegen. Hij moest natuurlijk wel in een geboorteregister
zijn ingeschreven. Werd hij dan ook automatisch ingeschreven bij de burgerlijke
stand? Dan zouden ze toch wel willen weten bij wie had dan woonde. Het leek me
behoorlijk ingewikkeld. Dat moest ik nog een keer uitzoeken. Waarschijnlijk had
Herman senior dat ook allemaal moeten doen.
Terwijl ik ergens een broodje at zat ik aantekeningen te maken. Van de
geschiedenisles op de pabo herinnerde ik me dat er tijdens de Tweede Oorlog door
het verzet aanslagen waren gepleegd op bevolkingsregisters. Hier en daar waren
in ieder geval delen van bevolkingsregisters vernietigd. Had Herman daar gebruik
van kunnen maken en zo het bestaan van Steffie en kleine Herman als het ware
kunnen legaliseren? Nog iets om uit te zoeken.
Een alleenstaand huis dat Herman en Steffie gebruikt zouden kunnen hebben als
voorlopig liefdesnest, of hoe je zoiets noemt, heb ik overigens nog niet
gevonden, maar ik heb er nog een paar te gaan.
Bij de borrel voor het eten zaterdag liet ik Hans het briefje van Steffie zonder
verklaring vooraf lezen. Loes las het ook. Ze zagen wel dat het oud was, maar
legden niet meteen de connectie. Hans vroeg of het familie van me was.
"Steffie is Stefanie van Beek", zei ik. "Doet dat een lampje branden?"
"Dat meisje dat in 1925 of zo hier verdwenen is", zei Hans. "Maar dit brief je
is uit 1933."
"Ze is in 1927 verdwenen. Verdwenen, ja. Er is nooit een lichaam gevonden. Daar
heb ik over zitten dubben."
Ik kon weer zonder onderbreking het hele verhaal, beginnend met de fantasie van
Stef en mijn hypothese, vertellen. Ze zaten met stijgende bewondering te
luisteren, wat ik vleiend vond.
"Heb ik al niet een keer gezeg dat je zo bij de recherche mag komen werken"?
vroeg Hans. "Dan mag jij het denkwerk doen en laat je anderen alles voor je
opzoeken. Het was natuurlijk een fantasietje van Stef en jij zat ook maar wat te
bedenken, maar als je niets hebt, moet je wel van een veronderstelling uitgaan
en dan gaan kijken of er ondersteunende feiten zijn. Nou, dat heb je gedaan.
Knap werk. Heel knap werk, mag ik wel zeggen. Kun je ook eens zo over de
verdwijning van Ans gaan nadenken? Je zult intussen wel begrepen hebben dat we
nog geen centimeter zijn opgeschoten. Je mag het niet verder vertellen, maar die
zaak heeft bij ons niet de hoogste prioriteit meer."
Ik vertelde hem van mijn theorietje over de mogelijke rivaliteit tussen Ans en
de nazaten van Herman en Steffie. "Wat ik volstrekt nog niet weet," zei ik, "is
welke rol wij daarin nou spelen. Ik heb er zelfs geen theorie over."
Tijdens het eten lieten we de zaak rusten, maar bij de koffie begonnen we er
toch weer over. Hans zag voldoende aanleiding de zaak van Ans nieuw leven in te
blazen. Het briefje van Steffie kon hij als aanleiding gebruiken, maar hij moest
een manier bedenken om te voorkomen dat mijn naam daarbij naar buiten kwam. "Ik
wil ook die huisarts beschermen. Voorlopig mag niet bekend worden dat je dit
briefje via haar hebt gekregen. Is ze getrouwd of zo?"
"Ze is getrouwd, ja." Ik zag hem aankomen.
"En haar man weet hiervan?"
"Stef is de enige man die hier van afweet."
Loes had het meteen door. "Hans is liberaal genoeg, hoor, maar hij moet er nog
steeds aan wennen dat hij niet moet vragen of iemand een man of een vrouw heeft,
maar of hij of zij een partner heeft en daarna wat voor soort verhouding het dan
wel is. Ingewikkeld hè, Hans?"
"OK," zei Hans, "ik zit nog wel eens vast in oude denkpatronen, maar ik doe mijn
best. Hoe dan ook, ik wil niet dat zij dezelfde problemen krijgen als jullie.
Het is de laatste tijd trouwens vrij rustig, toch?"
Stef vertelde over de mailtjes die we eerst met 'vierkant' en daarna met 'Pat'
gewisseld hadden. Ik ging afschriften maken. Toen ik terug kwam zat Stef net te
vertellen over het avondje met Ellen en Hermien.
"Als jullie zo doorgaan," zei Loes, "kunnen jullie toegang gaan heffen voor het
zwembad. Wat dacht je van 'Naturistenzwembad Hofje van Eden'? Trouwens, ik zou, zo
te horen, dat stel best een keer willen ontmoeten."
Hans las de mailtjes en keek nadenkend. "Ik zeg niet dat het onverstandig is,
maar ik weet ook nog niet zeker of het wel slim is om ze uit te dagen."
Ik zei dat ik het zat was alleen maar af te wachten tot zij weer het initiatief
zouden nemen. Het liefst zou ik ze laten merken dat we wisten van de relatie van
Herman en Steffie. "Als ze een soort agenda hebben zullen ze misschien eerder en
dus minder goed voorbereid aan de slag gaan en daardoor fouten gaan maken."
"Of ze worden radicaler", zei Hans. "Tot nu is het in feite bij pesterijtjes
gebleven. Als jullie laten merken dat jullie er serieus werk van maken, zullen
zij dat misschien ook gaan doen. Ik kan jullie niks verbieden, maar ik zou het
wel plezierig vinden als jullie eerst contact met mij opnemen. Stuur me een
mailtje, naar mijn huiadres. Dan mail of bel ik terug."
"Begrijp ik het goed?" vroeg Stef. "Je wilt ook voor je collega's geheim houden
dat je het een en ander van ons hoort?"
"Er is een aardig Engels gezegd: drie mensen kunnen samen iets geheim houden als
er twee dood zijn."
Ik haalde de koffiepot uit de keuken en begon in te schenken. Op dat moment
klonk er buiten een heel harde klap. Er ontplofte iets. Hans was als eerste bij
de voordeur. Stef kwam vlak achter hem en deed de verlichting aan. Er waren
vlammen dicht bij de grond op het terras tussen het hek en het huis. Er was
gelukkig nog een ruime afstand tussen die vlammen en de auto van Hans en Loes
die voor de garage stond. Hans en Stef liepen in de richting van de vlammen.
Loes en ik bleven bij de voordeur staan. De mannen kwamen na een paar minuten
terug.
"Laten we maar naar binnen gaan", zei Hans. "Er lagen glasscherven", vervolgde
hij toen we weer aan de koffie zaten. "Een klassieke molotovcocktail. Dit is
weer een dreigement, denk ik. Ze weten ook wel dat ze het huis niet zouden halen
met dat ding ."
"Konden ze weten dat jullie hier waren?" vroeg ik.
Hans had het tegen niemand gezegd en wij ook niet.
"Moet dit officieel gemeld worden?" vroeg Stef.
"Dat hebben jullie bij deze gedaan. Zodra ik tijd heb zal ik het in het dossier
opnemen, maar ja, druk druk druk."
We begrepen wat Hans bedoelde. Hij keek mij aan. "Ik bedoel het niet lullig,
Annet, dat begrijp je, maar je hebt je zin gekregen. Dit is wel wat anders dan
een zakje verf in het zwembad. Ze zijn aan het escaleren." Hij was niet de enige
die er enigszins bezorgd bij keek.
Tegen elf uur gingen ze weg. Bij het hek beloofden we nog eens dat we niks
zouden doen zonder het Hans te laten weten. Zonder er verder nog over te praten
gingen we naar bed. We lieten het buitenlicht aan. We vielen heel dicht tegen elkaar
aan in slaap.
DEEL 3: De tweede dame.
Maandag 22 januari, 9.00 uur
Ik lag alleen in bed toen ik gistermorgen wakker werd. Door het gedoe van
zaterdag schrok ik eerst. Wat was er met Stef gebeurd? Ik realiseerde me meteen
dat het onzin was. Stef was gewoon vroeg opgestaan. Voor ons doen waren we
zaterdag ook behoorlijk vroeg naar bed gegaan. Op de wekker zag ik dat het net
half acht geweest was.
Stef zat in de keuken te lezen. Ik rook de prettige geur van croissantjes die
vers gebakken werden. We zoenden. Ik verschoof een stoel en ging dicht bij hem
zitten. Hij schonk thee voor me in en sloeg een arm om me heen. "Wil je
doorgaan?"
"Jij ook?"
Daar hoefden we dus niet over te discussiëren.
Ik vroeg of we Ellen en Hermien moesten vertellen wat er gebeurd was. Hans had
het niet met zoveel woorden gezegd, maar hij maakte zich toch wel een beetje
zorgen dat zij ook een doelwit zouden kunnen worden.
Stef vond dat we ze ook niet onnodig ongerust moesten maken. "Er wordt kennelijk
wel op gelet of wij ergens heen gaan, maar ik kan me niet voorstellen dat ze
constant iemand op de uitkijk hebben staan om te zien wie er bij ons bezoek
komt. Volgens mij was het puur toeval dat ze die molotovcocktail in de tuin
gooiden terwijl Hans en Loes er net waren."
Paste die molotovcocktail, het tijdstip waarop ze die naar binnen gooiden, in
hun plan? Stond dat voor zaterdag in hun agenda of hadden ze vanwege ons
uitdagende mailtje de zaak wat vervroegd? Ze waren er wel vroeg bij dit jaar.
Hadden ze een deadline?
Ik wilde het even over iets heel anders hebben. "Normaliter zou ik over een paar
weken voorjaarsvakantie hebben en zouden we waarschijnlijk een paar dagen ergens
heen gaan. Doen we dat dit jaar weer? Kan Elise een weekje zonder je?" Dat deed
me aan iets denken. "Ik heb Elise de laatste tijd nogal verwaarloosd. Jou dus
ook een beetje. Ben je niet boos?"
"Als ik boos op je was zou ik geen ontbijt voor je maken en dat ga ik nu juist
wel doen."
Stef gaf me vast een nog warme croissant en ging bruine boterhammen voor ons
smeren en beleggen. We dronken espresso in de zitkamer, weer dicht tegen elkaar
aan op de bank. "Elise is bijna aan verhuizing toe", zei Stef. "Verhuizing naar
de cd-rom dan, niet in het verhaal."
Ik wist dat Tanja, de hoofdpersoon, een relatie was begonnen met Ibrahim, de
Irakees. Hij was bij haar ingetrokken en hoewel hij een goed technische
opleiding had kon hij hier geen betere baan krijgen dan chauffeur. De relatie is
goed: hij laat haar behoorlijk vrij. Na een paar maanden merkt ze dat hij vaker
gaat bellen en in het Irakees praat. Het kan ook Arabisch zijn, dat weet ze
natuurlijk niet. Daar was ik gebleven.
"Wil je het verder lezen of je wil je het uittreksel horen?" vroeg Stef.
Ik zei dat ik de komende tijd toch te ongedurig was om iets met echte aandacht
te lezen, dus hij moest het maar vertellen. Als alle toestanden achter de rug
waren zou ik het absoluut lezen.
Tanja gaat meer dingen opmerken. Hij is vaker en langer weg. Hij praat met
vrienden, zegt hij. Hij gaat minder drinken. Hij blijft zich correct gedragen,
maar van een seksleven is nauwelijks meer sprake. Zij wil daar wel over praten,
maar hij gaat dat steeds uit de weg. Op een dag vindt zij in de binnenzak van
een colbert dat ze naar de stomerij brengt een papier met Arabische teksten. Bij
een postkantoor maakt zij een fotokopie. Als ze het colbert weer ophaalt doet
zij het origineel weer in de binnenzak. Op een vrije middag laat zij de kopie
lezen door een Arabist, een universiteitsmedewerker. Het is een oproep voor de
jihad. Ze gaat vermoeden dat Ibrahim helemaal geen vluchteling is. Ze gaat naar
de politie. Een medewerker van de AIVD neemt contact met haar op. Ibrahim komt
erachter dat Tanja erachter is gekomen.
"De bloedstollende ontwikkelingen daarna moet je maar lezen", zei Stef. "Het
moet wel een beetje spannend blijven. Ik verklap niks als ik zeg dat zij er
heelhuids uitkomt. Aan het eind gaat zij uit eten met die medewerker van de
AIVD."
"En ze leefden nog lang en gelukkig. Heb je al een titel?"
"Ik heb even aan 'Gastarbeider' gedacht, maar dat kan denk ik niet meer. Heb jij
genoeg gegevens om iets met gast te bedenken?"
"Gastoptreden? Hij speelt tenslotte toneel en hij is een gast hier."
"Bingo!"
Hij gaf me een zoen. En nog een. En weer een. Hij wist van geen ophouden en ik
ging maar meedoen. We waren allebei wel toe aan enige aangename ontspanning. Na
afloop gingen we niet meteen onder de douche, maar weer eens uitgebreid samen in
bad. Dat doen we niet zo vaak, dus daar maken we ook altijd een klein feestje
van. Het bad is zo ruim dat we elkaar niet in de weg zitten.
De middag besteedden we deels aan de nuchtere werkelijkheid. We ruimden het glas
van het terras dat er voor het deel waarop de bestanddelen van de
molotovcocktail verbrand waren niet florissant uitzag. Ik heb het geschrobd met
chloor, maar veel fraaier werd het niet. De beste manier zou toch zijn de tegels
gewoon te vervangen. Daar moesten we nog wel een tijdje mee wachten, want hoe
verklaar je dat ze in die toestand terecht waren gekomen?
Eenmaal weer binnen stelde ik Stef voor dat hij zou checken of 'ze' via e-mail
nog een soort vervolg op hun vuurwerk hadden gegeven. Dat vervolg was er
inderdaad. Het was 's middags om vijf over twaalf verzonden. Het was heel kort:
"Hebben jullie genoten van ons vuurwerk? We bedenken steeds weer wat nieuws."
Geen aanhef, geen ondertekening.
Stef stuurde een kopie naar Hans. "Sturen we ze nog een reactie?"
Daar wilde ik nog over nadenken. Waar we ook over moesten nadenken was een
camera aan de voorkant, bij de ingang. De camera die er nu zit laat alleen zien
wie er aanbelt. We konden niet zien of er een auto stopte of iemand op een
andere manier van de weg naar de deuren kwam.
Stef zag het niet zitten. "Moeten we dan ook de hele dag een monitor in de gaten
houden? Moeten we camera's om de hele tuin hebben? De vorige keer, met die
verfbom, waren ze aan de andere kant."
"Ja, en op de eerste warme dag van het jaar liggen we lekker in het zwembad te
dobberen, misschien wel met die meiden erbij en Hans en Loes en dan gooien ze
zwavelzuur over de haag heen. Getverdemme! Stelletje klootzakken! Als ze een
deadline hebben hoop ik dat die voor de zomer ligt. Dan zijn we er vanaf. Met
welke afloop dan ook. Verdomme, Stef, we waren zo blij toen we hier net begonnen
waren. Nu wordt het helemaal verziekt."
Ik zat er ineens helemaal doorheen en begon te janken. Stef pakte mijn hand.
"Kom mee, Netje." Hij trok me mee naar de slaapkamer. We gingen op bed liggen.
Hij zei van alles tegen me maar ik kan me er niets van herinneren. Wat hij zei
was ook niet belangrijk. Ik hoefde alleen maar te horen en te voelen dat hij
heel dicht bij me was. Na een tijdje viel ik gewoon in slaap.
Het dutje duurde niet veel langer dan een half uur. Of ik daarvan wakker werd
weet ik niet, maar Stef streelde me onder mijn truitje. Het was in ieder geval
een prettige manier van wakker worden. Hij lag naar me te kijken. "Have I told
you lately that I love you?" Ik probeerde het te zingen, maar dat lukte niet al
te best. De bedoeling kwam wel over. Hij schoof mijn truitje omhoog en ik
verzette mij niet toen hij het over mijn hoofd trok. Om een in deze omgeving
gepaste schaakterm te gebruiken: het werd een herhaling van zetten van die
morgen met een interessant eindspel.
Dinsdag 23 januari, 9.00 uur
Het derde huis dat ik gistermiddag bekeek was veelbelovend: het was een soort
houten blokhut en duidelijk onbewoond. Het lag aan het eind van een onverhard
pad met een karrenspoor. Eigenlijk was het geen karrenspoor meer. Je kon alleen
aan het verschil in de begroeiing zien dat het vroeger een karrenspoor was. Het
was duidelijk lang geleden dat er iemand overheen gereden was. Alle ramen waren
kapot, de deur stond half open. Het was één grote ruimte, zeg maar een
combinatie woonkamer/slaapkamer/keuken. Aan één kant was een soort aanrecht.
Daarop stond een pomp. Je zag de pijp daaronder in de grond verdwijnen. Boven
het aanrecht waren twee lege kastjes. Er was geen enkel meubel aanwezig. Als de
rechtmatige eigenaar die al niet had weggehaald, zouden anderen wel zo
'behulpzaam' zijn geweest. Er was een soort schouw, dus er zal ooit wel een
kachel gestaan hebben. De hut lag ongeveer 25 kilometer van ons dorp.
Ik probeerde me voor te stellen dat Herman en Steffie hier voor hun mooie
middagen doorbrachten. Veel zullen ze niet nodig gehad hebben. Het water uit de
pomp zouden ze kunnen verwarmen op een petroleumstel voor koffie of thee. Koken
zullen ze wel niet gedaan hebben. Een tafel en twee stoelen waren genoeg om te
zitten. Een bed zal er ook wel gestaan hebben. Ik zeg niet dat het alleen daarom
te doen was, maar als een huwelijk er niet in zat, was er weinig reden de seks
tot een later datum uit te stellen. Uit het briefje van Steffie krijg je de
indruk dat ze echt van de veel oudere Herman gehouden heeft. We zijn geneigd
onze wenkbrauwen te fronsen als een man een relatie begint met een meisje dat
nog niet de helft zou oud is als hij, maar ook in zo'n geval hoeft het niet om
seks alleen te gaan. Ze zal niet veel meer opleiding gehad hebben dan de lagere
school, maar ze kon wel degelijk intelligent geweest zijn, zodat Herman goed met
haar kon praten. Misschien heeft hij haar wel leren schaken. Ik nam binnen een
paar foto's en ook van buiten nam ik er een van alle kanten. Aan de achterkant
zag ik een twintig meter verderop nog een klein hokje staan. Ja, ze hadden
natuurlijk ook een toilet nodig.
Ik 'deed' nog twee huizen die niet in aanmerking kwamen en ging toen naar huis.
Tijdens het rijden dacht ik verder na over die twee in die hut. Wat ik me ook
voorstelde - en ik ging hartstochtelijke bedscènes niet uit de weg - het kwam
niet echt tot leven. Ik kreeg het gevoel dat ik daar wat erg ver was
doorgeschoten in mijn hypothese. Maar het was ook niet elke zondag mooi
wandelweer geweest. Waar gingen ze dan heen? In ieder geval: waar ging Steffie
heen? Zou ze gewoon naar zijn eerste huis gegaan zijn? Kon ze daar gegarandeerd
ongezien naar binnen glippen? Herman had zijn praktijk in het pand waarin Ellen
nu zit. Zij en Hermien wonen er niet. De voorganger heeft het van binnen al
helemaal laten verbouwen. Die woonde er evenmin. Misschien heeft Herman er ook
niet gewoond. Uitzoeken dus: waar woonde Herman, waar woonde Steffie en welke
route zou ze moeten volgen om van haar huis naar het zijne te komen, terwijl de
meeste mensen in de kerk zaten. Het schoot me ook te binnen dat ze een broer
had, de grootvader van Ans. Hoe was de relatie tussen broer en zus geweest? Kon
ik dat aan Adrie vragen? Hij had me de informatie over Steffie ook gegeven. Dat
was geen probleem geweest. Als ik me maar niet bezighield met Herman. Die broer
en haar vader zullen toch wel eens gevraagd hebben hoe zij dure kleren kon
dragen? Kon ze hun ergens de mond mee snoeren. "Niet zeuren, anders vertel ik
iedereen dat ... "
Bij de borrel vertelde ik Stef wat het mogelijk zou kunnen zijn. "Incest. Zij is
door haar vader of broer of allebei misbruikt. Als ze niet ophouden met vragen
stellen zal zij de dominee, de rest van het dorp, God mag weten wie, wel eens
vertellen wat die twee met haar uitgehaald hebben. En het gaat ze ook geen bal
aan waar ze 's zondags heen gaat."
Het leek Stef allemaal niet onmogelijk, maar ook wel ver gezocht. Hij had 's
middags Elise op cd-rom gezet en ging een afspraak met Ad, de uitgever maken.
Ik stelde voor er een lang weekend Amsterdam van te maken, vrijdagmiddag heen,
maandagochtend terug. Stef vond het een goed plan. Hij gaf me daarna een keuze:
hij ging een diepvriespizza klaarmaken of we gingen iets eten bij Adrie. Ik
hoefde niet lang na te denken.
We waren geen klein beetje verbaasd toen we daar Ellen en Hermien zagen zitten.
We haalden een pils en een wijn aan de bar en vroegen netjes of ze er bezwaar
tegen hadden dat we bij hun kwamen zitten. Dat hadden ze helemaal niet.
"Zijn jullie van je geloof gevallen?" vroeg Stef.
"De zondag nadat we bij jullie waren", zei Ellen, "zaten we de avond bij jullie
nog eens te evalueren. Zo kwamen we ook op wat we gezegd hadden over het
kroegbezoek. Die lange zei dat we verstoppertje aan het spelen waren in een
weiland. Ze zullen in het dorp niet allemaal weten dat we getrouwd zijn, maar
iedereen weet wel degelijk dat we een stel zijn. Dus besloten we maar een
keer uit de kast te stappen waarvan de deur toch al wijd open stond. We hadden
vandaag allebei een drukke dag en geen van tweeën had zin om te koken. Dus
zitten we hier."
"Achter een glaasje fris", zei ik. "Jullie zijn toch niet met de auto?"
"Ik moet altijd rekening houden met een spoedgeval en daar kan ik moeilijk
waggelend binnenkomen. Die lieve lange vindt dat ze solidair moet zijn. Bij het
eten permitteren we ons één glas wijn. Zijn jullie al weer een stapje verder
gekomen?"
Stef vertelde dat Elise was klaargekomen. Hermien begon te lachen. "Wat fijn
voor d'r. Heb je dat een beetje expliciet beschreven? Dat zal de verkoopcijfers
geen kwaad doen."
Stef lachte sportief mee. "OK, als schrijver zou ik mijn woorden wat
zorgvuldiger moeten kiezen. Als jullie niet te vroeg op vakantie gaan kun je het
in de vakantie lezen. Koop het niet. Ik krijg altijd een paar exemplaren die ik
aan deze of gene kan weggeven. Je staat bij dat selecte lijstje. Het heet
'Gastoptreden' overigens. Dat heeft Annet weer bedacht."
Ellen vroeg of Stef in de verte al een Margreet aan zag komen. Daar kon hij ja
op zeggen. Als hij met het ene verhaal bezig is, schieten hem altijd wel dingen
te binnen die hij in een ander verhaal zou kunnen gebruiken. Meestal noteert hij
die in een apart bestandje 'Ideeën'. Als een 'lopend' verhaal even niet lekker
gaat, werkt hij zo'n idee wel eens wat verder uit.
"Je weet dat ik veel thrillers lees", zei Hermien. "Het enige bezwaar dat je
ertegen zou kunnen hebben is dat de hoofdpersoon vrijwel altijd toch een nogal
mannelijke man is."
Ik zei dat de hoofdpersoon van Elise een vrouw is.
"Heel goed! Nog maar één stapje en Margreet is een lange, blonde lesbo die haar
kleine vriendinnetje redt uit de klauwen van een zogenaamde moederoverste van
een zogenaamd nonnenklooster. Ik zie het helemaal voor me."
Stef ging onze hap bestellen en nam vier glazen wijn mee terug.
Bij de koffie vroeg Ellen of ik ook nog iets opgeschoten was. Ik wilde eigenlijk
wel vertellen wat er gebeurd was toen Hans en Loes er waren, maar wilde Stef
niet voor een voldongen feit stellen. Ik beperkte me dus tot de beschrijving van
mijn zoektocht en mijn twijfels over het werkelijkheidsgehalte van dat
liefdesnest. Ellen wist niet of Herman in of naast de praktijk had gewoond. Dat
was ook niet meer nodig want ik wist het ineens. In die dikke envelop zaten ook
brieven. Daar kon toch ook een adres op staan? Ik hoefde alleen het adres van
Steffie nog maar te achterhalen.
Woensdag 24 januari, 13.00 uur
In een doorslag van een brief van Herman zelf vond ik zijn adres. Het was
inderdaad niet zijn praktijkadres. Ik pakte de stafkaart erbij, maar daarop kon
ik niet precies zien wat zijn huis was en of Steffie onbespied naar binnen kon
glippen. Ik kon erheen wandelen of fietsen, maar dat leek me niet verstandig. Al
te nieuwsgierige personen die mij daar zouden zien zouden zich terecht kunnen
afvragen wat ik op die plek te zoeken had. Ik probeerde het nog met 'Google
Earth'. Daar werd ik ook niet veel wijzer van. In tachtig jaar kon er natuurlijk
ook wel het een ander gewijzigd zijn. Bomen konden gekapt zijn. Destijds nog
lege plekken konden inmiddels bebouwd zijn. Ik zit niet op een dood spoor, wel
op een moeilijk begaanbaar spoor.
Ik las alles wat ik tot nu toe geschreven nog eens door om te kijken of ik daar
nieuwe aanknopingspunten uit kon halen. De herkomst van die navelpiercing was
nog een raadsel. Ik viste hem uit een laatje en bekeek hem nog eens goed.
Destijds had ik er niet echt veel aandacht besteed en bovendien had ik me toen
nog niet wat meer in het schaakspel verdiept. Nu zag ik het duidelijk: het was
een schaakstuk, een 'loper'.
Voorlopig was er nog geen andere kandidate voor de draagster van de piercing dan
een vriendinnetje van Adrie junior. Als ze al niet naakt gezwommen had, zal ze
toch niet meer dan een bikini aangehad hebben en zelfs een zwempak moet je
uittrekken voor het afdrogen. Maar waarom draagt een meisje of jonge vrouw een
schaakstuk als piercing? Omdat ze schaakt of omdat haar schakende vriendje haar
een leuk cadeautje gaf. Ik holde maar lekker door en zag al een
achterkleindochter van Steffie voor me met schaakgenen die zich vermaakt op het
grote schaakbord van haar overgrootvader. Allemaal leuk en aardig, maar ik schoot
er niets mee op.
Het zou geen kwaad kunnen, denk ik, als ik even wat afstand zou nemen, alles wat
laten bezinken. Letterlijk nemen we die afstand vrijdag al, als we voor een lang
weekend naar Amsterdam gaan. We hadden het nog niet verder over de
voorjaarsvakantie gehad. Waarom zouden we aan het bezoek aan Amsterdam niet
meteen een weekje in een wat warmere streek vastplakken? Ik zag dat het op
Tenerife in deze tijd van het jaar gemiddeld 21 graden is, best aangenaam. Ik
zocht nog wat door. Je kan er een vrijstaande villa huren voor een week, aan het
eind van een doodlopende weg, met eigen zwembad en uitzicht op zee. De villa is
zaterdag beschikbaar en ook een vlucht naar Tenerife.
We hebben een systeempje voor het geval we elkaar tijdens het werk willen
storen. We sturen elkaar over ons thuisnetwerkje gewoon een mailtje: "Mag ik
even?" of woorden van die strekking. "Bij de lunch?" schreef Stef terug. Dat
vond ik wel redelijk.
"Alleenstaande villa, doodlopende weg, eigen zwembad," zei Stef, "waar doet me
dat nou aan denken?"
"Akelig stuk realist. Waarom heb je nu weer gelijk? Heeft het ook met Margreet
te maken?"
"Het zou inderdaad handiger uitkomen als ik nu niet mijn werk voor een week zou
onderbreken. Ik begin net een goed uitzicht te krijgen op een verhaallijn en een
hoofdpersoon. Het spijt me voor Hermien, maar het is geen lange blonde lesbo. Ik
kan me al niet zo goed in een homo verplaatsen, laat staan in een lesbo. Ik weet
wel dat ze net zo gewoon zijn als hetero's, maar een homo die in een kroeg met
een mooie meid, een stuk, aan de praat raakt, reageert toch anders dan een
hetero."
"Zou hij niet reageren als een hetero die aan de praat raakt met een vrouw die
weliswaar een stuk is, maar toevallig niet het type waar die hetero op valt? Jij
probeert toch niet iedere leuk uitziende vrouw uit de kleren en in het bed te
krijgen?"
"Eén realist in huis is genoeg, ja. Hoe dan ook, Hermien heeft me wel op een
idee gebracht. De hoofdpersoon is wel een man maar zeker geen macho. Ik moet nog
uitzoeken of hij een handicap of een of andere chronische ziekte heeft en wat
daar dan weer de consequenties van zijn. Ik begrijp wel dat je er even uit wil,
hoor. Kun je iemand anders bedenken die een weekje mee zou willen? Loes
misschien? Wil je niet alleen gaan, naar iets waar je wel voortdurend
beziggehouden wordt, zodat je niet voortdurend gaat zitten nadenken over wat je
hier zou kunnen ontdekken?"
Ik vond een achtdaagse reis door Egypte. Dat lijkt me 'anders' genoeg om voor de
nodige afleiding te zorgen. Het zou voor het eerst zijn sinds we elkaar kennen
dat ik Stef een week lang niet zou kunnen zien en voelen. Dat leek me niks aan
de ene kant, maar aan de andere kant kan het best goed zijn om weer eens te
ervaren hoe het is probleempjes zelf, zonder overleg, op te lossen. Het zal geen
lang weekend Amsterdam worden, want er gaat zaterdag een vlucht. Ik moet er om
tien uur 's ochtends zijn, dus ik heb op een hotel bij Schiphol geboekt.
Nu voel ik me ongedurig. Het liefste zou ik nu meteen vertrekken. Morgen wil ik
niets aan 'de zaak' doen. Dan ga ik maar wat in huis klussen. Vrijdagochtend
gaan we vroeg weg. Ik heb al besloten van het hotel alleen naar Schiphol te
gaan, er gaat vast wel een shuttlebus. Ik heb geen zin in een menigte afscheid
te nemen van Stef. Ik heb geen idee wat voor emoties er bij los komen en in de
hotelkamer kunnen we die gewoon de vrije loop laten. We laten het ontbijt op de
kamer komen. We gaan nog een keer flink vrijen. Ik ga lekker janken. Als we
onder de douche vandaan komen heb ik geen rooie ogen meer. Ik geef Stef nog een
zoen en ik stap met mijn koffer in de lift.
(Nog gauw even toegevoegd op donderdagmiddag.)
Stef moest wennen aan het idee dat hij me niet naar Schiphol zou brengen. Na
enig praten was hij het helemaal met me eens. "Ik mag je toch wel komen halen,
hè? Ik ga niet in een hotelkamer op je zitten wachten."
"Je mag me komen halen en alle snelheidsbeperkingen overtreden als we naar huis
racen. Zeven nachten in mijn eentje in bed liggen lijkt me genoeg."
Ik heb mijn ouders gebeld om te vertellen dat ik een weekje wegging. Mijn moeder
begreep er niets van. "Heb je ruzie met Stef of zo? Wil hij niet mee of mag hij
niet van je mee?"
Dat soort vragen had ik wel verwacht, dus daar had ik me op voorbereid. Ik zei
eerst dat tussen mij en Stef alles rozengeur en maneschijn was. Stef kon zijn
werk niet laten liggen en ik moest voor mijn historische roman - ik legde het er
een beetje dik op - aan den lijve ervaren hoe het leven is in zo'n compleet
andere cultuur.
Mijn moeder bleef het wat vreemd vinden, maar was in ieder geval blij te horen
dat het tussen mij en Stef goed zat.
Maandag 5 februari, 9.00 uur
De thuiskomst verliep wat anders dan ik verwacht had voordat ik wegging.
Natuurlijk, Stef stond op me te wachten en wat was ik blij hem weer te zien en
hem weer heel stevig tegen me aan te voelen en zijn stem te horen zonder
tussenkomst van mobieltje en satelliet. We gingen niet meteen weg, want ik moest
eerst, voorlopig tenminste, afscheid nemen van Ankie. Ik
stelde haar aan Stef voor als degene met wie ik tijdens de reis veel was
opgetrokken en dat hij de rest thuis wel zou horen. Ankie en ik omhelsden en
zoenden elkaar stevig. We zouden bellen, we zouden mailen en we zouden elkaar
gauw weer zien. "Wegwezen", fluisterde ze in mijn oor. "Zo'n leuke vent moet je
niet laten wachten."
In de auto begon ik al te vertellen. Op de heenweg zat ze naast me in het
vliegtuig. Ze begon met te vragen of ik ook alleen was. Ik zei dat ik een weekje
alleen op reis ging, maar verder zeker niet alleen was. Zij was dat sinds een
week of vier wel. Op een zaterdagmiddag was ze naar haar moeder gegaan. Ze zou
ook bij haar blijven eten. Haar moeder moest plotseling weg - "Dat vertel ik
later wel." - dus ze ging weer naar huis. Haar vriend was niet in de woonkamer,
wel in de slaapkamer,
waar een vriendin van haar net haar slipje aantrok. Hij zat op rand van het bed.
Ze had zich zonder iets te zeggen omgedraaid en was naar de wooonkamer gegaan. De
vriendin ging weg en hij kwam naar de woonkamer waar het hoge woord eruit kwam:
hij vond de vriendin leuker. Hij vertrok nog diezelfde middag.
"Ik ben niet zo'n groepsreizigster," zei Ankie, "maar ik moest er even uit in
een compleet andere omgeving. Zo kwam ik op dit reisje."
Ze is een paar maanden jonger dan ik, niet uitgesproken knap en toch aantrekkelijk. Ze
straalde iets uit van "Ik ben te vertrouwen." Ik weet niet hoe ik dat beter kan
zeggen. Ik vertelde dus waarom ik een week op stap ging zonder de man waar ik
gek op ben, het hele verhaal vanaf de twee mannen die de weg kwijt waren tot en
met mijn besluit de boel een weekje de boel te laten.
"En nu ben je er toch weer mee bezig", zei Ankie. "Je zult mij er niet meer over
horen."
Ik zei dat ik het toch geen hele week zou kunnen vergeten. Belangrijkste was dat
ik een week nergens driftig op zoek naar zou gaan. Ik wilde alles lekker laten
sudderen en borrelen.
Tijdens de excursies van de eerste twee dagen en bij de maaltijden waren we meestal in
elkaars buurt. Op maandagavond zat ik om een uur of negen op mijn kamer te lezen. Ik wilde net
naar bed gaan toen er op de deur werd geklopt. Ankie zei dat ze zich wilde
bezatten. Had ik zin om mee te doen? Echt zat werden we niet, maar ik dronk wel iets meer
dan ik gewend ben en Ankie duidelijk ook. Ze liep mee mijn kamer in, liet zich
op bed vallen en begon enorm te huilen. Ik wist niet veel beters te doen dan
naast haar op het bed te gaan zitten en haar wat te strelen, gewoon laten voelen
dat ze niet alleen was. Na een minuut
of tien draaide ze zich op haar rug. "Zo, dat had ik eerder moeten doen. Die
lulhannes zal ik niet meer missen. Je mag wel doorstrelen, hoor. Voelt best
lekker."
Ik vond het in die situatie helemaal niet vreemd om door te strelen, ook niet toen
ze haar T-shirt en wat later de rest van haar kleren uittrok. Ik volgde haar voorbeeld. Het werd
spontaan een regelrechte vrijpartij. We vielen samen in slaap. De rest van de
week hebben we ook bij elkaar geslapen, nog een keer gevreeën en veel gepraat.
De laatste avond zei Ankie: "En morgen ga je weer gewoon naar Stef terug, toch?"
"Je kunt me met geen tien paarden tegenhouden. Maar jij wilt toch niet zeggen
dat het wel mooi geweest is? Op Schiphol zeggen we 'Het beste verder' en dat was
het dan?"
"Ben jij gek? Ik wil niet mijn leven met je delen en dat wil jij ook niet. Dat wou
ik even duidelijk hebben. Ik geloof in vriendschap op het eerste gezicht. We
zijn echt niet plotseling lesbisch geworden, hoor, maar we zijn toch wel
vriendinnen? OK, misschien iets meer dan vriendinnen. Da's toch alleen maar
fijn? Natuurlijk blijven we elkaar ontmoeten. Vertel je het aan Stef?"
"Alles. Het zou toch raar zijn dat ik wel vertel wat ik van de piramides vond,
maar niet dat ik een heel lieve vriendin rijker ben?"
Stef hoorde het hele verhaal rustig aan. Hij reageerde niet meteen.
"Vind je het raar?" vroeg ik. "Ben je boos? Ben je bezorgd?"
"Ik vind niet zo gauw iets raar, dat weet je. Ik ben niet boos op je. Ik ben ook
niet bezorgd. Ik zag hoe je naar me keek toen ik op Schiphol naar je toe liep.
Ik hoop dat ik ook zo naar jou keek, Netje. Ik zag jullie afscheid van elkaar
nemen. Zo neem je geen afscheid van een reisgenoot die je alleen 'wel aardig'
vindt. Ik was benieuwd, maar ik wist dat je me zou vertellen hoe het precies
zat. Wat doet ze trouwens om reisjes naar Egypte te kunnen betalen?"
"Ze werkt bij een bank. Ze beoordeelt kredietaanvragen."
Thuis liepen we linea recta door naar de slaapkamer. Ik was het eerste
uitgekleed. Stef kwam bij me liggen en zei: "Ik ga niet proberen te bewijzen dat
met een man vrijen, met mij vrijen, veel lekkerder is dan met een vrouw vrijen.
Ik ga niet extra mijn best doen. Ik heb je gewoon gemist en niet alleen wat
vrijen betreft." Veel meer kon hij niet zeggen, want ik wilde een week gemiste
zoenen inhalen en hij had ook nog wat tegoed.
Bij een glas wijn praatten we verder. Stef vroeg of ik met Ankie nog veel
gepraat had over wat hier gebeurde. Daar hebben we het na mijn verhaal in het
vliegtuig helemaal niet meer over gehad. We hebben zo ongeveer het hele leven
doorgenomen, vooral relaties. Daar was ik redelijk snel over uitgepraat, wat het
aantal serieuze relaties betreft dan, want ik kwam niet verder dan één. De
laatste van Ankie was de vijfde met wie ze had samengewoond. Dat had ruim een
jaar geduurd. "Ik doe kennelijk iets niet helemaal goed", zei ze, ook op de
laatste avond. "Ik bedoel: ik blijk toch steeds weer de verkeerde vent te
kiezen. Ben ik te weinig kritisch als ik verliefd ben? Dan wil ik ook meteen
alles. Jij was nog maar een jonkie toen je met Stef begon en je zit nu al weer
te popelen om hem terug te zien. Ik ben jaloers op je, echt. Wist je meteen
zeker dat hij de ware Jacob was of hoe je dat ook noemt?"
"Dat wist ik helemaal niet. Ik vond hem leuk toen hij een beetje schutterig dat tweede
stuk kaas kwam halen. In z'n zwembroek zag hij er best lekker uit, maar als we niet
allebei in Amsterdam gewoond hadden,
hadden we elkaar waarschijnlijk nooit meer gezien. Het was makkelijk om een
afspraak te maken, dus dat deden we. Het was geloof ik na de vijfde of zesde
afspraak dat we voor het eerst met elkaar naar bed gingen. We hebben gewoon de
kat uit de boom gekeken, voor we gingen samenwonen. Dat zou jij misschien ook
eens moeten doen."
Daar zou ze eens goed over nadenken.
Door mijn dagelijkse telefoontjes wist Stef al zo ongeveer wat ik allemaal
gezien en meegemaakt had. De rest vertel ik hem wel als ik de foto's op mijn
laptop heb staan.
Toen ik gistermorgen wakker werd lag Stef verliefd naar me te kijken. "Zo is het
toch een stuk leuker wakker worden", zei hij.
Gistermiddag hebben we een paar uur gewandeld. We hebben bijna geen woord
gezegd. Ik was helemaal gelukkig.
Dinsdag 6 februari, 15.00 uur
Hebben 'ze' gewacht tot ik weer thuis was? De zaterdag dat ik wegging is Stef
bij Adrie gaan eten. Het viel uiteraard op dat hij alleen was en hij gebruikte
dezelfde smoes die ik mijn moeder verteld had: ik was op studiereis in Egypte.
Gisteravond hoorden we, om een uur of half elf, ineens een pieptoon. Het duurde
even voor we begrepen dat het de waarschuwing was die bij het systeem buiten
hoort. Het was de eerste keer dat het in werking gesteld werd. Niet veel later
klonk een iets ander pieptoon: een andere sensor. We holden naar de monitor in
de slaapkamer. Stef zette niet meteen het licht en het lawaai aan. Dat deed hij
bij de derde toon. Hij belde tegelijk 112. Hij vertelde wat er aan de hand was
en vroeg of ze ook Hans wilde inlichten. Binnen tien minuten hoorden we een
sirene. Die zullen ze buiten nog wel eerder gehoord hebben. Op het grasveld
zagen we niets. De sirenes stopten voor het hek. Even later werd aangebeld. Ik
ging open doen en wenkte naar de agenten dat ze binnen konden komen. Een van hen
had ik hier al eerder gezien, bij de verf in het zwembad.
We hadden niet veel meer te vertellen dan dat het alarm van die dingen in het
bos was afgegaan en dat de combinatie van licht, alarmsignaal en sirenes hun wel
afgeschrikt zou hebben. Voordat de agenten konden reageren ging de telefoon. Ik
pakte hem op. Het was Hans. "Alles OK?" vroeg hij. Ik zei dat de aanvallers, wat
waren ze anders, wel het hazenpad hadden gekozen en dat er twee agenten waren.
Hans vroeg er een te spreken. Ik gaf hem de telefoon. Hij zei wie hij was en
luisterde. "Doen we", was het enige wat hij zei voor hij me de telefoon terug
gaf. Hans zei dat hij de agenten had opgedragen nog even rond het hele terrein
te lopen en te kijken of 'ze' door hun overhaaste vertrek mogelijk iets
hadden moeten achterlaten. Ik bedankte Hans. We zouden het verder wel redden.
Stef bood de agenten aan mee te lopen. Dat vonden ze best als hij ook een goede
lantaarn had. Die lag in de garage. Ik ging in de woonkamer zitten met een glas
wijn.
Ze weten nu dat er ook buiten de haag een waarschuwingssysteem is, bedacht ik.
Ze weten alleen niet dat we zelf het licht en het alarm hebben aangezet. Dat zal
ook niet veel uitmaken. Ze zullen iets anders moeten bedenken. Als ze ons binnen
niet kunnen pakken, dan maar buiten. Hadden we het onszelf alleen maar
moeilijker gemaakt? Kunnen we nog wel veilig naar buiten?
Ik ging naar boven en zette Stefs pc aan en checkte de e-mail. Er was een
mailtje van Pat, verzonden om 22.35 uur.
Annet/Stef,
Roken is slecht voor een mens.
Pat
Waar sloeg dat nou op? We roken geen van beiden. In ieder geval toonde het
mailtje weer eens aan, dat ze met meer dan één zijn. Om
half elf zou de één iets bij ons doen en de ander zou het mailtje sturen. Ze hadden
alleen niet voorzien dat wij technisch op hun komst voorbereid waren. Ik stuurde het
mailtje door naar Hans en ging naar beneden.
Een klein half uur later kwam Stef terug, alleen. Ik vertelde van dat rare
mailtje. Stef begreep waar het op sloeg: "Bij de haag aan de achterkant vonden
we iets dat waarschijnlijk een soort rookbom is. Waarschijnlijk stonden ze op
het punt die over de haag te gooien toen ik het alarm aanzette. Ze schrokken,
lieten het ding vallen en hebben zich uit de voeten gemaakt."
"Is dat ding afgegaan?"
"Nee, het stond nog niet op scherp. Het is wat merkwaardig. Hans had het een
tijdje terug over escalatie. Een rookbom na een ontplofte molotovcocktail vind
ik geen escalatie. Dat is een stapje terug."
Ik zei dat er geen rook maar iets ergers uit dat ding had kunnen komen. We
zouden van Hans wel horen wat het werkelijk was. "Het hoeft ook niet meer dan
een andere stap van hun te zijn. Ze willen de druk op de ketel houden. Ze hebben
nog steeds niks gedaan wat levensbedreigend was." Ik vertelde over mijn
bezorgdheid - ik wilde het nog geen angst noemen - dat we ze bijna gedwongen
hadden ons buiten ons eigen fortje aan te pakken.
Stef pakte de fles cognac en schonk twee glaasjes in. "Netje, hoeveel hebben we
er voor over om hier te blijven? Welke risico's willen we lopen? Ik heb nu een week
zonder je gezeten. Ik was echt niet doodongelukkig, maar ik miste je wel. Ik wil
je niet voorgoed kwijtraken. Ik wil ook niet dat dat fraaie lijf van jou
beschadigd wordt. Dat heb ik ook behoorlijk gemist. Daar wil ik nog heel lang
van blijven genieten. Ga je steigeren als ik je heel lief vraag of je zo weinig
mogelijk in je eentje de deur uitgaat?"
"Wat gebeurt er met Margreet als jij voortdurend met me mee gaat?"
"Margreet kan wel een paar maanden zonder mij en ik zonder haar. 'Zij' willen
dit ook geen jaren laten duren. Ze hebben een doel voor ogen, dat ze op de
kortst mogelijke termijn willen bereiken. Ons vertrek is niet het hoofddoel. We
moeten erachter zien te komen wat dat hoofddoel is. Als we dat sneller te weten
kunnen komen door samen te werken, moeten we dat doen." Stef was even stil.
"Vind ik dan", ging hij verder. "Wat je ook wilt, ik sta erachter. Jij doet toch
wat je wilt en 'if you can't fight them, join them'. Ik zou je niet anders
willen."
"Ik moet er nog over nadenken, lieverd. Ik vind het heerlijk dat je van me houdt
en me mooi vindt en het zo wil houden. Ik wil niets liever. Maar jij bent niet
alleen gelukkig omdat ik er ben. Behalve Annet heb je Katrien, Elise, Margreet,
Tineke en hoe die meiden verder nog gaan heten net zo hard nodig."
"Zoals jij je vriendin Ankie nodig hebt. Dat bedoel ik niet lullig."
"Dat weet ik. De vergelijking is juist heel goed. Eerst kom Stef, dan een tijd niets,
dan Ankie en dan nog een rijtje mensen. Bij jou komt eerst Netje, direct gevolgd
door Annet, dan een tijd niets en dan die andere meiden. Wij samen kunnen heel goed verder leven
zonder al die andere meiden, maar het wordt wel iets minder fijn. En nu gaan we naar
bed, in diverse betekenissen."
Vanmorgen heb ik hevig zitten nadenken. Ik schreef van alles en drukte weer op
'delete'. Er gebeurt van alles tegelijk. Die toestanden hebben niet alleen voor
onrust gezorgd. De relatie met Stef is er nog hechter door geworden. Ik weet nu
al dat ik het heel jammer zou vinden als ik Hans en Loes, Ellen en Hermien niet
meer zou ontmoeten en we hebben het aan 'hun' te danken dat we ze ontmoet
hebben.
Ik ben veranderd. Die wat meer dan vriendschappelijke relatie met Ankie komt
niet uit de lucht vallen. Dat heeft niet eens zoveel met dat vrijen te maken. Ik
ben als het ware intenser gaan leven. Met geen andere vrouw ooit, zelfs niet met mijn moeder,
heb ik zo intens gepraat als met Ankie, ook over mij en Stef. De plaats van Stef zal ze
nooit overnemen. Dat
weet zij, dat weet ik en dat weet Stef. Eén ding weet ik nog niet zeker, niet
helemaal zeker. We zullen elkaar vrij binnenkort weer ontmoeten. Vraag
ik haar bij ons te komen? Waarom zit ik daar toch nog een beetje over te
dubben? Ik weet bijna zeker dat Stef en zij elkaar ook aardig zullen vinden.
Ze zullen niet gaan knokken om mijn aandacht.
Ik moet mijn eigen gevoelens nog eens goed op een rijtje zetten. Dat is het, denk ik.
Ik moet er aan wennen dat er behalve Stef ineens nog iemand is bij wie ik onbekommerd mezelf
kan zijn, bij wie ik niet op mijn hoede hoef te zijn. Ik ga er straks met Stef over praten.
Woensdag 7 februari, 9.00 uur
Stef begreep waar ik mee zat. "Maar dat zul je echt zelf moeten uitzoeken", zei
hij er meteen bij. "Van mij mag je rustig vragen of Ankie hier komt. Ik heb haar
maar heel even gezien en niet veel meer dan 'Hallo' gezegd, maar op het eerste
gezicht lijkt ze me een leuke meid. Ik kan me trouwens niet voorstellen dat ik
iemand helemaal niks vind die jij juist heel aardig vindt. Als Ankie hier een
dagje of een weekend is, is ze voor mij een goede vriendin van jou die ik,
waarschijnlijk, ook leuk vind. Heeft ze over een tijdje weer een vriend dan mag
hij ook meekomen. Jouw probleem, of probleempje, is dat je samen bent met twee
mensen met wie je gevreeën hebt, die dat ook nog eens van elkaar weten. Klopt
dat een beetje?"
"Ik geloof het wel, ja."
"OK. Ze is hier en opeens vind je mij heel lief of je vindt haar heel lief en
wat doe je dan? Ik bedoel niet zo lief dat er ook meteen gevreeën moet worden.
Je wilt een zoen geven, even knuffelen, zoiets."
"Ik denk dat het daar op neerkomt."
"Ik zie maar één oplossing: the proof of the pudding is in the eating. Vraag of
ze een weekend komt."
Op dat moment vond ik Stef zo lief dat ik wat meer wilde dan knuffelen.
11.15 uur
Wat weet ik? Eén: Herman en Steffie hadden een relatie, waaruit ten minste één
kind is voortgekomen. Twee: Steffie woonde in een andere plaats, waarschijnlijk
niet te ver van hier. Drie: Ans is zoek. Vier: de niet verklaarde aanwezigheid
van een piercing. Vijf: Adrie heeft liever niet dat ik me in Herman verdiep.
Dat is nog steeds een schrale oogst.
Welke vragen heb ik? Wat is de rol van de familie Heemstra? (De laatste keer dat
we bij Adrie waren, zag ik dat dat zijn familienaam is.) Worden we 'gepest' door
nakomelingen van Herman/Steffie, nakomelingen van andere dorpelingen (Heemstra?)
of zijn 'ze' gewoon volkomen buitenstaanders? Welke vrouw/meisje heeft een
piercing in onze tuin achtergelaten? Last but not least: wat ga ik nu het eerste
aanpakken? Vanavond ga ik Ellen vragen, via de telefoon, of ik Hermans gegevens
van de familie Heemstra uit de twintiger jaren mag lezen. Ze kan die het beste
over de post sturen, dat lijkt me de minst opvallende manier. Hermien zou die
misschien in de stad op de post willen doen. Meer voorzorgen kan ik niet nemen.
In de euforie over de vondst van het briefje van Steffie heb ik verder niets
meer met die dikke envelop van Herman gedaan. Ik heb alles erin weer in gestopt
en de envelop aan de kant gelegd. Het was tijd om te kijken of er nog meer
verrassingen in zaten. Het begon goed: ik had al gezien dat er een polis voor
een levensverzekering in zat. Die bekeek ik nu goed. De polis was afgesloten in
1937. Bij zijn overlijden zou een bedrag van twintigduizend gulden worden
overgemaakt aan de 'Stichting Beheer Nalatenschap Herman Boerstee'. In 1957, het
jaar waarin hij overleden is, was twintigduizend gulden een heel leuk bedrag. Ik
begreep na enig nadenken wat de bedoeling van Herman was. Steffie, kleine Herman en mogelijk
andere kinderen zouden niet automatisch erven als ze niet getrouwd waren.
Een testament waarin alles aan
Steffie of nakomelingen vermaakt zou worden, zou ook vrijwel zeker de waarheid
over zijn relatie met Steffie aan het licht gebracht hebben. Die stichting was
er niet alleen voor het beheren van zijn nalatenschap, zij was er vooral voor om ervoor te
zorgen dat zijn nalatenschap bij Steffie en/of nakomelingen terecht kwam. Dat
moest kunnen zonder dat zij zich officieel zouden moeten legitimeren. Helemaal
in de lijn van een van Stefs spannende verhalen stelde ik me voor dat Herman een
aantal door hem getekende brieven aan Steffie had gegeven - voldoende om ook
door te geven - waarin in iets stond als: "Geacht bestuur, De persoon die u deze
brief toont is gemachtigd een bedrag uit het tegoed van de Stichting op te
nemen." Er zou nog wel meer bij staan om te voorkomen dat iemand meteen het hele
bedrag zou opnemen, maar zo zou het gegaan kunnen zijn. Ik
heb al eerder de werkelijkheid bij elkaar gefantaseerd. Waarom zou dit ook niet
een stukje van de werkelijkheid kunnen zijn?
Het was
niet te vermijden, lijkt me, dat Herman een aantal mensen, bestuursleden van de
stichting, in vertrouwen moest nemen, in ieder geval in zekere mate. Waar had
hij vrienden of goede bekenden? Bij de schaakclub! Bestaat de schaakclub nog? Ik
moet er ook achter zien te komen of die stichting nog bestaat en wie er dan in
het bestuur zitten. Zit er ook nog geld in de pot?
Had Herman vóór zijn overlijden ook al geld naar die stichting overgemaakt?
Hoeveel geld had of heeft die stichting en wat doet of deed ze met dat
geld? Stichtingen, dat weet ik
toevallig, staan ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Ik kan weer aan het
werk!
Tijdens het schrijven ontving ik e-mail.
Lieve Annet,
In de trein van Schiphol naar Amsterdam begon ik al na te denken over ons. Nee,
niet schrikken! Ik ga niet schrijven dat ik je niet meer wil zien. Ik wil je
heel graag weer zien en met je praten. Jij hebt vast ook nagedacht en intussen
Stef verteld over ons. Ik denk dat je erbij gezegd hebt dat hij zich over jouw
relatie met mij geen zorgen hoeft te maken. Anders wil ik hem nog wel eens
vertellen hoe je altijd zat te stralen als je met mij over hem praatte. Ik wil
natuurlijk best die kast van een huis van jullie en die enorme lap tuin een keer
zien. T.z.t. wil ik ook wel een duik in dat zwembad nemen. O ja, ik wil tegen Stef ook wel
iets meer zeggen dan "Hi", maar het
lijkt me beter als we elkaar eerst een keer bij mij weer zien zonder exotische
omgeving. Die exotische omgeving heeft er natuurlijk niets mee te maken, maar
mijn huiselijke omgeving is nu eenmaal wat anders dan de jouwe. Er is, voorlopig
tenminste, niemand anders in de buurt. Je begrijpt wat ik bedoel. Kom maar gauw.
Toen zat ik even na te denken. 'Liefs'? 'Veel liefs'? 'Groetjes'? 'Kusjes'?
'Doei'? Bedenk maar wat.
Ankie.
Ik mailde meteen terug.
Lieve Ankie,
Kom jij maar hierheen. Kun je het komende weekend? Ik bedoel het hele weekend, vanaf vrijdag.
Ik kan je met de auto van het station komen halen. In de auto van Schiphol naar
huis heb ik Stef meteen alles over ons verteld. Hij wil tegen jou ook wel iets
meer dan 'Hallo' zeggen. Ik heb gisteren met hem gepraat over waar jij met mij
eerst bij jou thuis wilde praten. Stef wil daar wel over meepraten. Ik zeg er
meteen bij dat het voor hem helemaal geen moeilijk of 'beladen' gesprek zal
worden. Wat hem betreft ben je welkom. Laat maar weten of je kan en hoe laat je
trein aankomt.
Bedenk zelf wat!
Annet.
Donderdag 8 februari, 15.30 uur
Het nieuwe mailtje van Ankie was duidelijk.
Lieve Annet,
Ik kom! Ik verheug me er al op, maar als ik eerlijk ben zeg ik er bij dat ik het
ook wel een beetje spannend vind. Mijn trein komt om 16.27 uur aan.
Nog niets bedacht,
Ankie.
Ik denk dat ik vrijdag ook wel een beetje zenuwachtig aan het weekend begin. Ik
blijf dat voorlopig een beetje merkwaardig vinden. Het zal wel vaker voorkomen
dat twee vrouwen die elkaar tijdens een vakantietrip ontmoeten, elkaar erg
aardig blijken te vinden en daarna elkaar blijven ontmoeten. Ik weet ook wel
dat er een verschil is. Niet alle nieuwe vriendinnen gaan spontaan vrijen.
Waaróm maakt dat nou ineens zo'n verschil? We hebben het hele weekend om het
daar eens uitgebreid over te hebben.
Vanochtend ben ik naar de Kamer van Koophandel gegaan. Ik had niet precies voor
ogen wat voor informatie ik daar hoopte te krijgen, maar wat ik kreeg zou mijn
stoutste verwachtingen overtroffen hebben. Ik kreeg een afschrift van de
statuten en de namen en adressen van drie 'zittende' bestuursleden. De namen van
die bestuursleden zeiden me niets. Nog niets, zeg ik er meteen bij. Statuten
zijn niet zo geschreven dat je ze met rode oortjes zult lezen. Eén ding viel wel
op: de statuten waren voor het laatst gewijzigd een maand of drie nadat wij
definitief in ons Hofje van Eden waren gaan wonen. Dat waren de dingen die ik
zag toen ik in een café tegenover de Kamer van Koophandel een cappuccino dronk
en een tosti at en de papieren wat doorbladerde. De stichting is dus wel
degelijk nog actief. Er valt nog steeds wat te beheren en, neem ik aan, wat uit
te geven. Een kleine halve eeuw geleden zat er ten minste twintigduizend gulden
in de pot. Die 'pot' was uiteraard een bankrekening. Geld dat bij een bank staat
groeit, alleen al door de rente. Dat geld had ook belegd kunnen zijn om het wat
sneller te laten groeien. Ik heb geen idee hoeveel geld Herman al in de
stichting gestopt had vóór zijn overlijden. Ik weet niets van economie en van
beleggen weet ik alleen dat je er rijk van kan worden, maar dat je ook in korte
tijd heel veel kan verliezen. Ik weet ook dat mensen die veel geld hebben een
wens hebben: nog meer geld. De bestuursleden van de stichting zijn geen eigenaar
van het geld, maar zij kunnen er wel mee 'spelen'. Wie controleert die
spelletjes?
In de auto op weg naar huis zat ik al te bedenken wat ik verder moest doen. Op
een gegeven moment ben ik een parkeerplaats opgereden bij een benzinestation om
tot rust te komen. Ik had hartkloppingen. In het winkeltje kocht ik een blikje
fris, dat ik langzaam heb leeggedronken.
Stef was bijna klaar met zijn lunch toen ik thuiskwam. Ik vertelde hem wat ik in
inmiddels wist. Hij liet me rustig uitrazen en vroeg of ik het ook rustig en in
de juiste volgorde kon vertellen.
"Straks", zei ik. "Kijk zelf eerst maar." Ik gaf hem de papieren, rende de trap
op, trok sportkleren en -schoenen aan en holde naar buiten. Drie keer ben ik
rond ons bos gerend om alle adrenaline uit mijn lichaam te verdrijven. Thuis
holde ik rechtstreeks door naar de douche. Ik heb een kwartier lang alleen maar
het water op me laten kletteren.
Ik had niet gemerkt dat Stef de badkamer was ingekomen. Hij zat met een handdoek
in zijn handen op de rand van het bad. Hij droogde me af en nam me mee naar de
bank in de zitkamer. Zo, ben je weer helemaal bij me?"
Ik gaf hem een zoen. "Ik heb alles weer op een rijtje. Tenminste, ik weet wat ik
ga doen en in welke volgorde."
"Moet ik meedenken?"
"Dat hoeft nog niet. Zit niet zo verlekkerd te kijken en houd je handen thuis.
Ik ga naar boven, trek wat kleertjes aan en ga aan het werk. Ga jij je maar weer
aan Margreet vergrijpen."
Het eerste wat ik deed was de papieren scannen. De scans hing ik als bijlagen
bij een mailtje aan Hans, waarin ik de herkomst verklaarde. Ik schreef er verder
niets bij. Hij zal vast wel reageren en dan wil horen wat hij ervan vindt, niet
wat hij vindt van mijn ideeën erover. We kunnen later wel vergelijken.
Het lijkt me niet direct nodig dat ik ga achterhalen wie die bestuursleden
precies zijn en wat ze doen in het dagelijks leven. Dat moet voor Hans een
fluitje van een cent zijn. Ik concentreerde me om te beginnen op de statuten.
Bij de laatste wijziging daarvan van is het doel van de stichting gewijzigd. Er
staat nu:
1. Het doel van de stichting is het verlenen van financiële steun aan
Nederlandse ingezetenen die zich naar het oordeel van het bestuur buiten hun
schuld bevinden in een situatie waarin zij op geen andere wijze financiële
middelen kunnen verkrijgen die kunnen bijdragen aan verwezenlijking van
zakelijke doeleinden.
2. De stichting kan zowel leningen als giften verstrekken.
Van juridische zaken weet ik net zo weinig als van economie. Ik heb wel geleerd
een tekst kritisch te lezen. Als ik het goed lees kan het bestuur geld
verstrekken aan iedereen die Nederlander is of hier lang genoeg woont. Dat
kunnen ook vriendjes zijn. Sterker nog: waarschijnlijk zullen het alleen maar
vriendjes zijn. Wie weet er nou dat er ergens een stichting is die geld kan
verschaffen als je dat ergens anders niet kunt krijgen? Bij 'zakelijke
doeleinden' denk je ook niet aan een bedrag van een paar duizend gulden. Dan denk
je aan aardig wat nullen voor de komma. De stichting moet dus nog steeds over
een aardig kapitaaltje beschikken. Uit niets blijkt meer dat alleen nakomelingen
van Steffie geld kunnen krijgen. Zijn die er niet meer? Hebben zal genoeg? Of zijn,
achter de schermen, zij nog steeds degenen die uitmaken wat er met het geld en verder
nog meer gebeurt?
Ik keek hoe je bestuurslid van de stichting kan worden. Als er een vacature
ontstaat benoemen de zittende bestuursleden een nieuw lid, "met dien verstande
dat de meerderheid van de volwassen nakomelingen van Herman van Beek, geboren te
Ede op 30 augustus 1927, schriftelijk te kennen geeft met de benoeming in te
stemmen." Nog wat om na te zoeken: waarom is kleine Herman geboren in Ede,
een behoorlijk eind bij ons vandaan? Ik ga er maar van uit dat vlak voor de
bevalling Steffie nog in Hermans huis woonde, verborgen voor het dorp. De
stichting is opgericht, zag ik ook nog, een paar weken vóór Herman de
levensverzekering afsloot.
Ik zette mijn fantasie weer aan het werk. De bestuursleden komen gewoon uit een
'old boys network'. Dat kunnen zeer nette heren zijn, maar ook nette heren
hebben hun zwakke en minder nette, bijvoorbeeld hebberige, momenten. Een
bestuurslid heeft een vriendje dat een project voor zich ziet, maar de bank ziet
er helemaal niets in. Bestuurslid wil wel een gokje wagen op voorwaarde dat een
percentage van toekomstige winsten van het project zijn richting uitkomt. Dat
vriendje weet van het bestaan van een stukje bos waarin een aardig huis staat in
een heel grote tuin. Daar moet je iets moois, iets winstgevends mee kunnen doen:
een restaurant zou kunnen. We zetten er nog twee pandjes bij, zeer exclusieve
vakantiebungalows. We breiden het zwembad uit met een sauna, een jacuzzi. Voor
je het weet hebben we een zeer exclusieve seksclub.
Er is maar één probleem: er woont een nog jong stel dat het huis en de tuin niet
voor het geld hoeven te verkopen. Die hebben geld zat. Hoe krijg je dat stel weg?
Maandag 12 februari, 9.00 uur
Vrijdag was ik niet in de stemming om me met stichtingen en bestuursleden bezig
te houden. Ik was bezig met het komende weekend en de komst van Ankie. Ik heb
nog niets van Margreet gelezen. In ons netwerkje kon ik zien dat Stef al vier
hoofdstukken geschreven heeft. Ik kon ze zo lezen, maar ik kon me er zelf niet
toe brengen. We hadden bij het ontbijt al een lijstje met boodschappen voor het
weekend gemaakt. We zouden samen naar de supermarkt gaan, maar ik zei tegen Stef
dat ik wel alleen wilde gaan met de auto. Hij vond het niet erg om te kunnen
doorschrijven.
Voor ik terug naar huis ging belde ik Stef om te zeggen dat ik eerst even naar
de stad ging. Ik wilde wat nieuw ondergoed kopen. Dat betekent bij mij slipjes
en hemdjes. Ik heb niet echt wat nieuws nodig, maar ik was tenminste met iets
bezig waarmee ik mijn gedachten kon verzetten. Ik bekeek allerlei sexy slipjes en hemdjes.
De meeste mannen, inclusief Stef, zullen hun vrouwen of vriendinnen vast graag
in al die luchtige en doorzichtige dingen bewonderen en vervolgens willen ze
dan alleen maar dat je meteen alles weer uittrekt. Stef is allang blij als ik mij van mijn
redelijk doordeweekse ondergoed ontdoe, dus daar hield ik het bij.
In een restaurant op het Raadhuisplein, tegenover het gemeentehuis, nam ik een kom snert
met roggebrood en spek. Ik zat te bedenken dat al weer een tijd geleden Ans voor
het laatst de monumentale trap was afgedaald om niet veel later gedwongen of
vrijwillig in het niets te verdwijnen. Ik zie nog steeds niet hoe dat past in
het beeld van de verdwenen en 'teruggekeerde' Steffie of in het beeld van louche
zakenlieden die het op ons Hofje van Eden voorzien hebben.
Ik bracht de boodschappen naar huis, las nog wat en ging naar het station, waar ik veel te vroeg was.
Het station is niet belangrijk genoeg om er loketten
open te houden. Gelukkig is er wel wachtruimte, dus ik hoefde niet in de koude
wind te staan wachten. Het boemeltje was op tijd en er stapte maar één passagier
uit. Daar holde ik dus op af en ik werd met open armen ontvangen.
"Wat ben je stil", zei Ankie toen we al een eind op weg waren.
"Ik zit nog steeds na te denken. Sorry. Ik weet zeker dat het een leuk weekend
wordt, maar ik moet toch eerst over dat hobbeltje heen dat er daarna helemaal
niet blijkt te zijn."
"We staan aan dezelfde kant van het hobbeltje en volgens mij staat aan de andere
kant een leuke vent die helemaal geen hobbeltje ziet. Anders waren we nu niet
samen op weg in zijn richting."
Stef stond in de deuropening toen we uit de garage kwamen. Ankie hield met de
ene hand haar weekendtas vast en met de andere mijn hand, terwijl we over het
tegelpad liepen.
Bij de deur zette ze haar tas op de grond. "Hi", zei ze tegen Stef. Ze gaf hem
drie zoenen en fluisterde iets in zijn oor. Stef lachte. "Je mag binnenkomen."
Hij gaf mij een zoen en hielp Ankie uit haar jas.
"Wat stond jij te smiespelen?" vroeg ik Ankie.
"Dat vertel ik later nog wel eens. Misschien."
We gingen in de woonkamer om de tafel zitten. Daar stonden al wat schaaltjes met
snacks.
Stef schonk wijn in en zei: "Zullen we niet eerst een
tijdje om de hete brei heen draaien, maar gewoon beginnen met zeggen wat er gezegd moet worden?
Dat hebben we dan maar gehad. Ankie, jij mag Annet heel graag. Dat kan ik me
heel goed voorstellen. Ik houd van haar. Ik kan andere mensen moeilijk kwalijk
nemen dat ze ook van haar houden."
"Ik heb zelfs tegen Annet niet gezegd dat ik van haar houd", zei Ankie.
Ze zei het niet kattig. Het klonk ook niet als: "Waar heb je het in 's hemels
naam over?" Het klonk meer als: "Ik weet ook niet precies wat het dan wel is."
"Het is allemaal toevallig zo gelopen", ging Ankie verder. "In het vliegtuig
raken we aan de praat en er klikt iets, waardoor we wat meer vertelden dan je
normaliter aan vreemden vertelt. Tijdens de excursies de eerste twee dagen
praatten we tussen de bedrijven door verder over wat we zagen en over andere
dingen. We waren het niet over alles eens, maar vonden het wel leuk of de moeite
waard om erover te praten. Die avond zat ik op mijn kamer te balen over die zak
die achter mijn rug om met mijn vriendin neukte en dat al een tijdje deed. Ik
voelde me, ten onrechte, dat weet ik ook wel, vernederd. Ik wilde janken, maar
ook weer niet. Dat was die zak niet waard en die vriendin kon verder ook
oprotten. Ja, meestal druk ik me wat netter uit, hoor, maar zo voelde ik het
toen. Ik wou nog niet slapen, ik had geen zin in lezen. In zo'n hotel kun je dan
alleen nog aan de drank gaan. Ik liep langs Annets kamer en in een opwelling
besloot ik haar te vragen mee te drinken. Ik heb aan de bar wel van alles
gezegd, maar dat waren feitjes. We werden een klein beetje teut en ik kwam als
vanzelf op haar bed terecht. Ik was eindelijk aan huilen toe. Dat Annet me zat
te strelen was gewoon prettig, meer niet. Toen ik uitgehuild was vond ik dat nog
prettig. Ik begon het steeds prettiger te vinden. Daar kwam ook bij dat ik
voelde, nee: wist, dat Annet echt aandacht voor me had. Ik ben heel makkelijk in
dat soort situaties, misschien wel te makkelijk, daar kunnen diverse mannen over
meepraten. Dan geef ik me letterlijk helemaal bloot. Op dat moment was er geen
man, alleen Annet, die ik heel aardig vond. Ik zat helemaal niet om seks te
springen. Annet ook niet, al miste ze jou. We kunnen best een tijdje zonder. Er
zaten twee mensen bij elkaar. Let op: ik zeg mensen, niet vrouwen. Mensen willen
op zo'n moment ook fysiek uitdrukken dat ze iets voor elkaar willen betekenen.
Dat deden we dus, niet meer en niet minder. De meeste mensen zullen dat seks
noemen. Ik weet ook zo gauw geen beter woord. Maar goed, seks of niet, het was
wel heel plezierig, dus het is nog een keer gebeurd. Annet heeft me verteld dat
praten bij jullie ook regelmatig eindigt met vrijen. De afgelopen week heb ik
geen moment gedacht 'Ik ga met Annet vrijen.' Ik vind het fijn in haar buurt te zijn
en met haar te kunnen praten, ook als jij in de buurt bent, neem ik nu maar vast
aan. Bij het station
hebben we elkaar even stevig vastgehouden en dat doen we weer voor ik in de
trein stap. Voor de rest vind ik het fijn dat ik er ben. That's all."
Stef en ik waren een tijdje stil. Ik schonk nog maar een keer wijn in.
Het was mijn beurt vond ik, maar ik had weinig toe te voegen aan wat Ankie
gezegd had. Ik begon dus maar met dat te zeggen. "Ankie zei in Egypte al dat ze
geloofde in vriendschap op het eerste gezicht. Ik ook, nu. Ik geloof dat er een
theorietje is dat vriendschap liefde is zonder seks. OK, dan wil ik best
zeggen dat ik van Ankie houd. Toen ik thuiskwam uit Egypte wilde ik vooral één
ding: met je vrijen." Dat zei ik uiteraard tegen Stef. "Ik vind het fijn dat je
hier een heel weekend bent, Ankie, maar ik zit niet te popelen om met je naar
bed te gaan. Ik sluit helemaal niet uit dat het weer eens gebeurt, morgen,
volgende maand, over een jaar. Het wás heel plezierig. Het zal me ook worst
wezen of het wel of geen seks is. Ik weet alleen dat mensen die van elkaar
houden samen geen verkeerde dingen kunnen doen. Ik ga pas geloven dat ik
verkeerd bezig ben als ik met Ankie praat over dingen waarover ik niet met Stef
wil praten en omgekeerd, belangrijke dingen bedoel ik. Jeetje, ik voel me
opgelucht, weet je dat? Ik bedoel, ik zit hier toch net iets anders in dan
jullie, zeg maar, in positieve zin tussen twee vuren. Ik zie geen enkel hobbeltje meer."
Het laatste zei ik tegen Stef: "In de auto hadden we het over een
hobbeltje dat waarschijnlijk helemaal niet zou bestaan. Of zie jij er nog een?"
"Ik zie minimaal twee maal per dag twee heel mooie hobbeltjes. OK, flauw grapje.
Ik zal het kort houden. Jullie hebben genoeg gezegd. Ankie, ik vind het leuk dat
je er bent. Duidelijker kan ik het niet zeggen. Nu ga ik er voor zorgen dat we
ook nog iets lekkers te eten hebben."
Ankie en ik bleven aan tafel zitten. Zo konden we af en toe ook nog wat tegen
Stef roepen. Ankie had geen foto's gemaakt in Egypte en ze wilde de mijne graag
zien. Ik haalde mijn laptop van boven en we gingen lekker herinneringen ophalen.
Stef zag waar we mee bezig waren. "Mag ik ze zo langzamerhand ook een keer zien?
Ga maar rustig door, maar na het eten mogen jullie het allemaal nog een keer aan
mij vertellen."
Maandag 12 februari, 13.00 uur
Het voorgaande heb ik achter elkaar op geschreven. Daarna wilde ik het laten
bezinken. Ik heb in een rustig tempo vier keer een rondje om het bos gemaakt. Ik
had me niet echt zorgen gemaakt over wat er zou gebeuren, als Ankie kwam. Ik was
er gewoon niet zeker van, vooral niet van mezelf. Achteraf was het allemaal zo
gewoon. Een ander woord is er niet voor. Drie mensen in een huis gedurende een
weekend. Eén van de drie houdt van beide andere en die van haar. Toevallig was
ik de gelukkige andere en die twee konden ook goed met elkaar opschieten bleek
al gauw. Het bijzondere daaraan is dat er mensen zijn die het bijzonder zouden
vinden.
Na het eten hebben we Stef de foto's laten zien en onze verhalen erbij verteld.
"Hé, mensen", zei Stef bij een foto, waar ook andere mensen van het gezelschap
op stonden. Ik maak meestal geen foto's van mensen, maar ik wilde een zogenaamd
ongedwongen foto van Ankie maken. Dat is redelijk gelukt. Ze weet niet dat ik
die foto maak. Ze staat op de
duikplank van het zwembad van het hotel. Ze zwemt thuis vaak, maar had niet op
zwemmen gerekend en moest dus nog een bikini kopen. De modeshop in het hotel had
alleen van die moderne frutsels: veel geld voor weinig materiaal. Ik heb haar
genomen schuin van voren en met de telelens wat dichterbij gehaald. Ze staat
helemaal uitgestrekt, vlak voor het moment dat ze duikt.
"Leuke foto", zei Stef waarderend.
Op de foto zie je ook nog wat andere mensen van het gezelschap.
"Dat heb ik nog niet verteld", zei Ankie. "Die oudere dame, hoe heet ze ook weer?
Betty, geloof ik. Ze kwam naar me toe terwijl ik op Schiphol op de trein stond te wachten.
Ze vroeg of ik alleen naar huis ging. Ik kon alleen maar ja zeggen. 'Maar je
vriendin dan?' vroeg ze. Ik zei dat jij door je man werd opgehaald. Haar mond
viel open van verbazing. Ze zei niets meer. Ik begreep er niets van. We trokken
veel op samen overdag, maar we zaten niet voortdurend aan mekaar of zo,
eigenlijk helemaal niet. We deden echt niet als een stel dat net vreselijk
verliefd is en dat waren we ook niet. Niemand heeft ons samen dezelfde kamer in zien gaan of er
gezamenlijk zien uitkomen. We waren veel in elkaars buurt, maar zoiets zal wel
vaker voorkomen tijdens dat soort reizen."
"Wel eens van lichaamstaal gehoord?" vroeg Stef. "Ik zag jullie op Schiphol
afscheid nemen. Dat was duidelijke taal. Dat deden jullie niet in Egypte, maar
jullie praatten met elkaar, keken naar elkaar, gaven een zoutvaatje aan, ik noem
maar wat. Dat kan op allerlei manieren. Als je daarop let valt je heel wat op.
Ga in een kroeg of op een terras eens kijken naar stellen die daar samen zitten.
Je ziet gauw genoeg bij wie het goed zit en bij wie niet. Jullie zijn geen stel,
maar je houdt echt niet verborgen dat je elkaar aardig vindt of nog wat meer."
Tussen de verhalen bij de foto's door vertelden we elkaar nog veel meer over
onszelf dus het was bijna twaalf uur voor de laptop dichtging. Onze werkhokken
zijn tegelijkertijd logeerkamers. In beide hebben we opklapbedden. Ik liep met
Ankie mee, gaf haar een nachtzoen en ging naar onze slaapkamer. Wij hadden ook
wel wat gedronken tijdens het foto's kijken, dus aan evalueren kwamen Stef en ik niet
meer toe.
Ik word eerder wakker van ongebruikelijke geluiden dan vroeger. Ik ga denk ik
wat 'waakzamer' ga slapen. Ik hoorde de deur van mijn werkhok open gaan en even
later het toilet beneden. Ik verwachtte de deur weer te horen dichtgaan, maar
Ankie kwam niet naar boven. Het was kwart over zeven. Stef sliep nog. Ik 'zag'
Ankie naar koffie of thee zoeken en ging ook naar beneden. Ze had al een
heetwaterketel aangezet en keek in een keukenkastje.
"Goeiemorgen, bovenste plank rechts vind je thee." Ik gaf een aai over haar bol.
"Leuk nachthemd". Het was geen nachthemd maar een T-shirt maat XXL. Meer had ze
niet aan zag ik toen ze zich wat uitrekte om de thee te pakken. Ze draaide zich
om en gaf me een zoen. "Jij draagt de nieuwe nachtpon van de keizerin, zie ik.
Allercharmantst modelletje."
"Oh. Ja, we slapen altijd in ons blootje en we komen altijd zo uit bed hierheen.
Daar heb ik niet eens aan gedacht. Nou ja, je ziet niets nieuws, toch? Ben je wel
uitgeslapen?"
"Ja hoor. Ik werd wakker en in een vreemd bed lig je toch niet zo lekker na te
soezen als in je eigen bed, dus ik dacht dat ik maar eens een kop thee moest
gaan scoren. Ik wilde er een boek bij pakken tot jullie zouden opstaan."
"Ga je gang."
"Ik kwam hier vooral om te praten. Had ik al gezegd dat Stef een leuke vent is?"
"Nee, zegt het nu maar. Als hij het hoort wordt hij vreselijk eigenwijs."
"Stef is een leuke vent."
We kletsten door tot de thee getrokken was en kletsten toen verder. Tegen acht
uur kwam Stef de keuken in, in dezelfde soort pyjama als ik. Hij kwam via
de kamer met lege glazen in zijn hand en zag eerst Ankie. "Oh, shit. Sorry, ik
heb nog niet echt nagedacht."
"Je hoeft niet meteen te beginnen", zei Ankie en trok het T-shirt over haar
hoofd. "Zo, zijn we weer allemaal gelijk zoals het hoort in een democratie. Ik
houd wel van zo'n relaxte manier van dagelijks leven. Niet eerst controleren of
de gordijnen wel dicht zijn. In je blootje in je eigen tuin zitten. Dat zou
overal kunnen als we niet zo moeilijk deden. Jullie kunnen tenminste je gang
gaan."
"Af en toe een molotovcocktail," zei Stef, "maar verder heel relaxt."
"Sorry. Daar heb ik nog niet aan gedacht. Dat is heel lullig voor jullie, juist
omdat het hier in principe zo ideaal is. Ik wou dat ik jullie erbij kon helpen."
"Je helpt al als je meedenkt. Je mag me wakker maken met elke briljante ingeving
die je krijgt", zei ik. Ik had haar alles verteld. Alleen van die rookbom wist
ze nog niet. Dat vertelde ik meteen maar en in één moeite door over wat ik
intussen van die stichting weet en over mijn speculaties die daarbij horen. Die
waren voor Stef ook nog nieuw.
Ankie wilde mijn hele verhaal lezen. Ze ging eerst douchen. "Wat is jullie
gebruikelijke moment voor het aantrekken van kleren? Direct na het douchen?"
"Als we niet de deur uitgaan, dus in het weekend, komt het er wel eens helemaal niet
van", zei ik. "We doen tegenwoordig op vrijdag de boodschappen voor het
weekend."
Ankie gebruikte de rest van de ochtend om mijn verhaal te lezen. 's Middags ging
we met ons tweeën een eind wandelen. We praatten vooral over 'de toestand'.
"Niemand in dat dorp kent me", zei Ankie, "en niemand weet dat wij elkaar
kennen. Kunnen we daar geen gebruik van maken? Je schrijft dat je niet zomaar
langs het vroegere huis van die Herman kan lopen. Kan ik dat niet een keer doen?
Of ik fiets er morgenochtend onder kerktijd langs. Je hebt toch wel een fiets
hier?"
Ik vond het een goed plan. "Je moet alleen via een omweg weer terugrijden. Als
je langs de normale weg terugfietst, weet iedereen waar je heen gaat."
Ik maakte het avondeten. Konden Stef en Ankie eens praten zonder mij in de
buurt. Ik had gezien dat 's avonds "Gone with the wind" op de Belgische tv was.
Stef had hem al eens gezien en was niet onder de indruk. Hij ging in de zitkamer
lezen. Ankie en ik hebben een avondje lekker zitten zwijmelen.
Stef was al opgestaan toen ik de volgende ochtend wakker werd. Het was al bijna
acht uur. De deur van mijn werkhok stond open. Stef was al met het ontbijt
bezig. Ankie zat de krant van zaterdag te lezen. Ik zag druppels op de ramen.
"Dat fietstochtje doe je maar een andere keer", zei ik tegen Ankie.
"Dat zei Stef ook al. Ik fiets wél. Ik trek jouw regenpak aan, dat moet me wel
passen. Met een capuchon over mijn kop ben ik nog moeilijker te herkennen
achteraf. Niet zeuren verder, dat heeft Stef al genoeg gedaan, leg me nu maar
uit hoe ik precies moet rijden."
Ze kwam rond één uur druipend en behoorlijk verkleumd weer thuis. Ik nam haar
mee naar de badkamer en liet het bad vollopen. Terwijl ze lag op te warmen bleef
ik bij haar zitten op de rand van het bad. Ze gaf een beschrijving van het huis
en de directe omgeving. Het leek me heel goed mogelijk dat Steffie ongezien bij
hem op bezoek kon komen. Na een minuut of twintig stak Stef zijn hoofd om de
deur. "Lunch is klaar." De rest van de middag hebben we vooral gelezen.
Kort na het eten bracht ik Ankie naar het station. Bij het afscheid nemen van
Stef fluisterde ze weer wat tegen hem. Hij lachte weer.
"Wat zei je nu weer?" vroeg ik.
"Ik zei: zie je wel?"
"Wat heeft hij gezien?"
"Dat hoor je nog wel eens."
In de auto zeiden we niet veel. Op het station hadden we nog een kleine tien
minuten.
"Het was een heerlijk weekend", zei Ankie. "Weet je wat ik het mooiste moment
vond?"
"Zeg het maar."
"Dat je op de rand van het bad ging zitten toen ik erin gestapt was."
"En wat zei je tegen Stef toen je aankwam?"
"Vraag dat maar aan Stef. Daar heb je mijn trein."
We hielden elkaar nog even stevig vast.
"Wat zei ze nou?" was het eerste wat ik Stef vroeg toen ik thuis kwam.
"Toen jullie aankwamen, bedoel je? O, niks bijzonders. Iets tussen haar en mij.
Dat kan ik je beter een andere keer vertellen."
"Pestkop."
Dinsdag 13 februari, 14.00 uur
Na het eten gisteravond ging de telefoon. Stef pakte hem op en luisterde even.
"Een bewonderaar", zei hij en gaf de telefoon aan mij. Het was Hans. "Je bent
niet te stoppen, hè? Ga maar lekker door. Die drie bestuursleden wonen hier alle
drie in de stad. Ik ken ze van naam. Het zijn de directeur van een bankfiliaal,
de grootste makelaar en de trainer/coach van het plaatselijke voetbalelftal. Ze
spelen in de eerste divisie, maar iedereen verwacht dat ze volgend jaar in de
eredivisie spelen. Het enige wat de politie van ze weet is dat ze wel eens
een verkeersovertreding hebben begaan. Die trainer de meeste, hij houdt van
snelle wagens. Ik zit weer met het probleem dat ik mijn mensen niet kan vragen
wat meer in die mannen te duiken, zogezegd, want ik kan daar geen enkele goede
reden voor bedenken. Ik heb daarom ook nog steeds op het bureau niets over dat
briefje van Steffie gezegd. Vind je dat vervelend?"
"Nee hoor, dat begrijp ik best. Zolang ik af en toe wat van je hoor blijf ik
lekker undercover doorgaan. Ik houd jou op de hoogte van alles wat ik boven
water krijg. Aan het glorieuze eind, als alle boeven in het gevang zitten, geven
jij, de korpsleider en de burgemeester een persconferentie hier in de tuin. De
burgemeester neemt als laatste het woord. 'We zijn hier op deze ongebruikelijke
plaats omdat we dit niet had kunnen bereiken zonder de inzet van een moedige en,
mag ik zeggen, zeer aantrekkelijke jonge vrouw, mevrouw Annet Draaisma.' Ik kom
bescheiden uit de achtergrond naar voren, schudt wat handjes, geef jou een paar
zoenen en zeg dat ik het allemaal niet had kunnen doen zonder de voortdurende
steun van mijn aantrekkelijke toeverlaat, de bekende schrijver van
superspannende thrillers, Stef van Aarde. In elke goede boekhandel verkrijgbaar.
Daarna vraag ik alle hotemetoten en de pers of ze alsjeblieft subiet
willen opdonderen, want we willen nog een feestje vieren met een stel goede
vrienden: jij en Loes, Anneke en Henk, Ellen en Hermien en Ankie."
"Wie is Ankie?"
"Dat hoor je nog wel een keer. Doe Loes de groeten."
De drie bestuursleden heten Van Dijk (bankdirecteur), Werkstra (makelaar) en Van
Goor (trainer). Googelen dus. Aan Van Dijk begon ik niet eens. Daar gaan er
dertien van in een dozijn. Van Goor leverde ook veel te veel hits op. Werkstra
viel mee, ongeveer 250. Ik begon ze allemaal te bekijken. Ongeveer op de helft
vond ik hem, maar dat had ik kunnen weten. Zijn kantoor heeft een website waarop
je de huizen kunt zien die hij in de aanbieding heeft. Ik ben wel eens
hardnekkig en ging door.
De aanhouder wint! Ik vond een artikel in een schaaktijdschrift van ene Bert
Werkstra. Het was hetzelfde tijdschrift als dat waarin Herman geschreven had.
Het artikel van Werkstra was anderhalf jaar oud. Bij zijn naam stond
"Schaakvereniging Aleksandr Aljechin". De website van de schaakbond had ik gauw
gevonden en daarmee de lijst van aangesloten leden. Juist, Werkstra was lid van
de club in zijn eigen woonplaats. Ik checkte nog voor alle zekerheid: Herman was
ook lid geweest van "Aleksandr Aljechin." Het is een kleine wereld.
Met een bankdirecteur in het bestuur lijkt het mij voor de hand te liggen bij
welke bank de stichting van Herman een rekening heeft. Het zou me niet verbazen
als er altijd een directeur van die bank in het bestuur had gezeten. De kennis
over het goed beleggen en vermeerderen van de beschikbare centjes was dan immers
direct bij de hand. Ik heb dus al twee connecties: bank/geld en schaken. Herman
zal niet gevoetbald hebben. Wat doet een voetbaltrainer dan in het bestuur?
Van voetbal weet ik nauwelijks iets maar 'van Goor trainer voetbal' leverde
voldoende op. Hij is zesenvijftig, heeft twee keer in het Nederlands elftal
gespeeld. De laatste twee jaar van zijn carrière speelde hij in Italië, maar
niet bij een grote club. Op zijn eenenveertigste kreeg hij zijn eerste baan als
trainer/coach. Hij is nu aan zijn zesde club bezig. Het is zijn tweede jaar van
een contract voor drie jaar. Hij is geboren in Leiden, maar dat is dan ook het
enige gegeven dat ik in verband kan brengen met Herman. Het lijkt me niet
bijster relevant.
Mijn volgende stap was het openmaken van de envelop die Ellen me had gestuurd.
Na het lezen van het "dossier Heemstra" waren twee dingen zonneklaar: 1. Adrie
is ouder dan ik dacht; 2. Adrie heeft, als hij geen vreselijk slecht geheugen
heeft, zitten liegen.
Adrie is in '41 door Herman op de wereld geholpen. Hij zei zich niet te kunnen
herinneren Herman daarna ooit nodig gehad te hebben. Je moet toch wel een heel
slecht geheugen hebben als je niet meer weet dat je op tiende een zware
hersenschudding hebt gehad, op je twaalfde van de trap gevallen bent en een been
hebt gebroken en op je vijftiende bij het voetballen nog een keer een arm hebt
gebroken. Herman heeft alle bezoekjes bij Adrie thuis en de controlebezoekjes
aan zijn praktijk netjes genoteerd.
Wat nu ook opvalt is het leeftijdsverschil tussen Adrie senior en Adrie junior.
Lies, de vrouw van Adrie, vertoont zich zo zelden in de zaak, dat ik zelfs geen
duidelijk beeld van haar heb. Als ik haar tegen zou komen zou ik haar
waarschijnlijk niet eens herkennen. Ze moet wel een stuk jonger zijn dan Adrie,
minstens een jaar of twintig. Waar heb ik zo'n verschil nou eerder gezien?
Voor ik verder gingen nadenken zette ik mijn 'ontdekkingen' op een rijtje in een
mailtje aan Hans. Terwijl ik daarmee bezig was kwam Stef bij me binnen. Hij was
kwaad, zag ik. Hij had
net een mailtje ontvangen van 'Pat'. Ik moest maar op zijn pc komen kijken. Op
zijn monitor zag ik een foto van mezelf, naakt, staande bij de rand van het
zwembad. De foto is frontaal genomen, terwijl ik mijn rug sta af te drogen. De foto
was een bijlage bij het mailtje.
Annet/Stef,
We geven het direct toe: jullie zijn slimmer dan we verwacht hadden. Op een
alarmsysteem buiten de tuin hadden we niet gerekend. Die rookbom zullen jullie
of de politie wel gevonden hebben. Het is een vrij onschuldig ding. We wilden
laten weten dat we jullie niet vergeten. Jullie moeten ondertussen toch begrepen
hebben dat jullie beter ergens anders kunnen gaan wonen. Een succesvolle
schrijver moet toch overal een passende woning kunnen vinden. We willen ook nog
even aardig zijn. We gaan ons bezinnen op een bijgesteld actieplan. Als het
klaar is zal het wel lente zijn. We hopen op mooi weer, want we zien graag
mooie vrouwen die hun bikini vergeten zijn.
Pat.
Stef moest van zich afblazen: "Die gore klootzakken hebben hier een keer een
camera door de heg gestoken, met een telelens waarschijnlijk. Hij is van de kant
van het dorp genomen. Ik vind dit nog smeriger dan zo'n molotovcocktail. We
kunnen ons op ons eigen terrein niet meer gewoon vrij gedragen zoals het ons
uitkomt. We hebben daar in het gras liggen vrijen, verdomme. Hebben ze daar ook
van zitten genieten?"
Ik liet hem nog een tijdje door razen. "Het is een oude foto, lieverd," zei ik.
"Die is genomen tijdens de eerste zomer dat we hier woonden. Die rode handdoek was een
oudje. Die ligt nu op de grond in de badkamer. Waarschijnlijk
hebben ze één keer, in het begin, een kijkje genomen, gewoon verkennen. Daardoor wisten ze waar
het zwembad was en konden ze er iets ingooien. Goed, ze hebben mij in mijn
blootje gezien. Ik neem aan dat ze ervan genoten hebben. Wat mij betreft mogen
ze me nog een keer bekijken en als ze dat opwindt mogen ze zien hoe we vrijen.
Ik verdom het mijn gedrag aan hun aan te passen. Als ze mij of ons nog een keer
willen zien, zullen ze een luchtballon moeten nemen, of een helikopter. Die zien
we wel aankomen. Maar ze komen niet meer om te kijken. Dat weet ik haast zeker."
Stef werd al weer wat kalmer. "Je hebt wel gelijk, denk ik. Ik vind het helemaal
niet erg dat andere mannen jou in je blootje zien, Henk of Hans, prima. Ik mag
hun vrouwen in hun blootje zien. In het weekend heb ik Ankie een paar keer in
haar blootje gezien. Ook leuk. Ik kijk ook graag naar aantrekkelijke vrouwen,
bloot of niet. Maar ik doe het niet stiekem. Ik krijg de pest in als mannen naar
jou zitten te loeren. Die zijn geïnteresseerd in maar twee dingen."
"Drie lieverd, van boven twee, van onderen één en vergeet mijn lekkere kontje
niet."
Ik kreeg Stef zelfs al weer aan het lachen. "Geloof jij dat ze ons een tijdje
met rust laten?" vroeg hij.
"Zou best kunnen, maar daarna zal het echt niet leuker worden." Ik vertelde
meteen mijn vorderingen van vanochtend. "Waar die hufters niet achter komen is
dat wij ook stapje voor stapje dichterbij komen. Ik wacht niet af tot het lente
wordt. Ik ga onverdroten door. Het begint nu pas goed."
Ik hoorde een pingel op mijn laptop die aangaf ik e-mail had. We liepen naar mijn kamer.
Ik keek en herkende het adres
van de afzender niet. Het begon met "Lieve Annet" en het eindigde met "Ankie".
Ze had in de tijd van de baas zitten mailen.
"Je mag meelezen, hoor", zei ik tegen Stef.
"Nee, ik hoor het wel. Margreet schreeuwt om aandacht. Die was zich net aan het
uitkleden. Dat wil ik niet missen."
Lieve Annet,
Je hebt al gezien dat ik op mijn werk zit te mailen. Ik had het al eerder, ook
thuis, willen doen, maar er kwam steeds iets tussen. Je weet het wel, maar ik
wou toch nog even zelf expliciet zeggen dat het een heel fijn weekend was. Ik
heb ook wat geleerd tijdens het weekend. Ik heb gezien hoe jij en Stef met
elkaar omgaan. Ik heb nu met een paar mannen samengewoond. Ik was elke keer echt
hevig verliefd, vlindertjes in de buik, je kent dat. Na een tijdje zijn er wat
minder vlindertjes. Je gaat samen uit, je lacht wat af. Je bent lief voor
elkaar. De meesten waren niet te beroerd om ook iets in het huishouden te doen.
Wat deed ik nou verkeerd? Ik probeerde ze het naar de zin te maken en omgekeerd
probeerden zij dat ook. Dat wordt stressen, want dat lukt niet altijd. Je gaat
nog beter je best doen. Dan komen de irritaties en uiteindelijk zit je weer
alleen te eten en ga je weer alleen naar bed.
Ik heb gezien dat jullie niet voortdurend bezig zijn om je best voor de ander te
doen. Jullie zijn gewoon jezelf. Stef kookt heel lekker voor je, niet om weer
een goede beurt te maken, maar omdat hij lekker wil koken. Jij vindt hem even
lief als het keer niet lukt.
In de auto zei ik dat het mooiste moment was dat je bij mij op de rand van het
bad ging zitten. Je vroeg niet wat ik bedoelde. Je wist het. Dat vond ik bijna
nog mooier.
Jij hebt het al gezegd, ik nog niet: ik houd van je.
Ankie.
Ik zit nu een beetje te rillen. Dat komt niet van het mailtje, al vind ik het
heel lief wat Ankie schreef. Ik heb ook een beetje pijn in mijn hoofd. Ik ga
even naar bed met een paracetamol.
Dinsdag 27 februari, 14.00 uur
Eindelijk heb ik weer ik puf genoeg om te schrijven. Voor het eerst na veertien
dagen heb ik er geen behoefte meer aan 's middags nog even te gaan liggen.
Gewoon zitten lezen gaat ook weer goed. Ik hoef geen moeite meer te doen om me
te concentreren.
Ik heb griep gehad, een echte ouderwetse griep. Overal pijntjes en hoge koorts
de eerste paar dagen. De eerste dag, 's woensdags, was Stef zelfs zo bezorgd, ik
zat boven de veertig graden, dat hij Ellen gebeld heeft. Die is 's middags
langsgekomen en zag het al gauw. Ik was de enige niet in het dorp. Zelf heb ik
helemaal niet gemerkt dat Ellen er was. De eerste dagen merkte ik nauwelijks dat
Stef er was, al zat hij veel bij mijn bed. Hij ging met washandjes over me heen.
Hij hielp me naar het toilet.
Na de eerste week, op woensdag, durfde ik weer de trap af te gaan naar de
badkamer. Stef had
het bad vol laten lopen en kwam bij me zitten. Ik leunde tegen hem aan met
alleen mijn hoofd boven water en voelde zijn handen over mijn lijf gaan. Hij
vertelde dat Loes, Ellen of Hermien, Anneke en Ankie dagelijks belden hoe het me
ging.
"Voor een griepje?"
"Een flinke griep. Had ik het ze niet moeten vertellen?"
"Je bent een lieverd. Ik ga me niet omdraaien. Denk maar een flinke zoen.
Heeft Margreet eronder geleden?"
"Welke Margreet? Ankie vroeg of ze vrijdag mocht komen. Is dat goed?"
"Stomme vraag."
"Dat zei ik ook tegen haar."
Na het bad ging ik op de bank zitten, in een ochtendjas voor de verandering.
Stef bracht het zoveelste glas versgeperste sinaasappelsap. Ik wilde ook weer
eens aan tafel eten.
Om een uur of vijf ging de telefoon. Ik nam hem zelf. Het was Ellen. "Ha, de
patiënt zelf. Hoe gaat het?"
"Goed, dokter."
"Kap met die onzin, ja? Die lange belde mij om te vragen of het medisch
verantwoord was, als zij uit haar werk even bij jou langs zou gaan."
"De patiënt zou het leuk vinden. Heb je het druk?"
"Wat heet. Houd die lange niet te lang vast, ze moet koken. Daar kom ik niet aan
toe."
Hermien kwam om half zes. Ze wilde ook wel een glaasje sap dat Stef ging
verzorgen. Ze ging naast me op de bank zitten. "Volgens die kleine ben je niet
meer besmettelijk dus ik mag je een zoen geven. Tenminste, als het van jou ook
mag."
Ik gaf haar geen antwoord maar een zoen, een stevige, op haar mond.
Ze leek wat verrast. Stef kwam net binnen met haar sapje. Hij zag wat er
gebeurde en lachte, maar hij zei niets. Hij had een pilsje meegenomen en kwam
bij ons zitten.
"Pas maar op," zei Hermien, "straks ga je het nog leuk vinden om vrouwen te
zoenen."
De telefoon ging weer. Stef pakte hem en keek wie het was: "Hi. Ze is net een
tijdje op en wordt nu bijna verpletterd door een heel lange lesbo, die haar
waarschuwt niet te veel vrouwen te zoenen. Dat zou ze leuk kunnen gaan vinden.
Hier komt ze."
Ik hoefde niet te vragen wie het was. "Dag lieverd. Een beetje laat, maar ik was
heel blij met je laatste mailtje."
"Gaat het echt beter? Is het goed dat ik vrijdag kom?"
"Stef heeft toch al gezegd dat dat een domme vraag is?"
"Je zou je toch nog niet lekker genoeg kunnen voelen? Is die lange lesbo niet
Hermien?"
"Inderdaad. Ze heeft wel eerst haar favoriete huisarts geconsulteerd of het
medisch verantwoord was mij te bezoeken. Volgens mij wilde ze alleen weten of ik
nog besmettelijk was. Dan kon ze er op los zoenen. Hoe langer, hoe gekker."
"Ik zal haar niet langer storen. Je klinkt weer vrolijk. Dag lieverd, tot
vrijdag."
"Dag Ankie."
Hermien keek naar mij en keek naar Stef. "Ik ben lang, ik ben gek, vooral op een
kleine huisarts, en ik ben psycholoog. Ik heb geleerd om goed te luisteren, niet
alleen naar wat er gezegd wordt, ook hoe het gezegd wordt. Er is een lieverd aan
de lijn en die heet Ankie. 'A boy named Sue' kan ik me wat bij voorstellen, maar
niet bij een man die Ankie heet. Het gaat me niets aan, maar zoiets maakt me
nieuwsgierig."
"Ik ga je niet het hele verhaal vertellen", zei ik, "want je moet zo weer weg om
voor Ellen te koken. Ik heb Ankie kortgeleden ontmoet. Ik heb met haar gevreeën.
Het komende weekend komt ze hier, maar niet om te vrijen, al is er niets
uitgesloten. En ik ben net zo gek op die beroemde schrijver als jij op die
kleine huisarts. Als je de lange versie wilt horen kom je nog maar eens langs
met Ellen en nu ga je naar haar toe."
Hermien stond op. "Nog één vraagje: andere mensen die ons kennen noemen ons al
gauw ook kleine en lange. Dat heb ik jullie nog geen één keer horen doen. How
come?"
"Bij die namen hebben jullie een gevoel en allerlei beelden die ik niet heb, dus
gebruik ik ze niet. Ik heb mijn eigen beelden bij Ellen en Hermien."
Hermien moest zich bijna dubbel buigen om me te zoenen en dat deed ze met
overtuiging. "Ik moest je ook zoenen van die kleine. Je bent een schatje."
Stef liep met haar naar de deur. Ze zei nog wat tegen hem, maar ik kon het niet
verstaan. Stef vertelde het toen hij terugkwam: "Alle vrouwen zijn lesbisch,
behalve zij die het nog niet weten. Dat moest ik tegen je zeggen. Dat is een
uitspraak van het Lesbisch Front."
"Hoera voor het Lesbisch Front. Als die griep helemaal achter de rug is zul je
merken dat ik ook aan het heterofront mijn mannetje sta. In de tussentijd laat
ik me graag verwennen. Ook op het culinaire front trouwens. Wat voor bijzonders
heb je gemaakt?"
"Een krachtige bouillon die geserveerd wordt met stokbrood. Je mag één slokje
van mijn wijn."
Na de bouillon, het stokbrood en twee slokjes wijn wilde ik best weer naar bed.
Voor ik in slaap viel nam ik me voor 'de zaak' nog minstens een week te
laten rusten. Als er op dat terrein iets belangrijks was gebeurd had Stef me
dat wel verteld.
Zo, ik heb weer geschreven. Ik kan het nog, maar zo'n eerste vingeroefening is
wel genoeg. Schrijven is ook werken wist ik al van Stef. Ik weet het intussen
ook uit eigen ervaring.
Woensdag 28 februari, 9.00 uur
Ankie had de vrijdag vrij genomen. Ze zou om 11.27 op het station aankomen. Stef
ging haar halen. Ik was wel zo ver dat ik vast de spullen voor de lunch klaar
kon zetten. Ik merkte pas dat ze thuisgekomen waren toen ik hun stemmen in de
hal hoorde. Ik zag ze niet toen ik de keukendeur naar de hal opendeed. In de
zitkamer kwam ik ze tegen.
Ankie kwam niet meteen op me af. Ze stond me te bestuderen. Na een paar
ogenblikken kwam ze naar me toe, deed mijn ochtendjas open en bekeek me nog eens
goed. "Er is minder Annet dan de vorige keer. Eet je wel goed, kind?"
"Kom hier", zei ik. We stonden lang genoeg te knuffelen en zoenen om Stef de
gelegenheid te geven de laatste hand aan de lunch te leggen. "Willen jullie daar
een broodje uit de hand eten of komen jullie gewoon hier zitten?" Dat leek ons
wel makkelijker.
Na het eerste broodje zei Ankie: "Het klinkt wel gek, maar het komt eigenlijk
goed uit dat je ziek bent, of was. Ik heb een afspraak afgezegd om hierheen te
komen."
"Een afspraak of een afspraakje?" vroeg ik.
"Het laatste. Vorige week zaterdag zat ik alleen thuis. Ik zat over jou te
piekeren. Ik wilde wat afleiding en ging naar mijn buurtkroeg. Zoals
gebruikelijk raakte ik al snel aan de praat met een man die naast me aan de bar
zat."
"O jee. Vlindertjes in de buik?"
"Nee, zo begon het niet. Ik had het gesprek aangeknoopt, zoals ook gebruikelijk.
Al gauw ging het niet meer over de dingen waar je in een kroeg gewoonlijk over
praat, over niks dus. We hadden het over politiek, over boeken. Hij noemde jouw
naam ook, Stef, en ik heb niet eens zitten opscheppen dat ik toevallig die
beroemde schrijver kende. Nou, om een lang verhaal kort te maken ...
"Toen je de volgende ochtend naast hem wakker werd ...", zei Stef.
"Nee! Toen ik de volgende ochtend helemaal alleen in mijn eigen bed wakker werd,
zei ik tegen mezelf dat ik, indachtig de wijze woorden van dit meisje hier,
eindelijk eens verstandig geweest was. Er dwarrelden hier en daar nog wel wat
vlindertjes en in die kroeg hadden er heel wat gedwarreld, maar ik heb niet meer
gedaan dan af te spreken dat we er morgen weer allebei zouden zijn. Ik heb dus
afgebeld."
"Die zien we nooit meer terug?" vroeg ik.
"Die zie ik volgende week vrijdag terug. Hij begreep best, dat ik een zieke
vriendin wilde bezoeken."
Bij de koffie zei Stef: "Meisjes, het is voor mij een normale werkdag en ik laat
Annet graag achter onder de vertrouwde hoede van Ankie. Ik kan eindelijk weer
eens mijn volledige aandacht besteden aan mijn andere grote liefde, Margreet.
Jullie vermaken je wel, neem ik aan."
Ankie en ik gingen op de bank zitten. Ik wilde nog wel iets meer weten over de
hoeveelheid vlindertjes en de veroorzaker daarvan.
Ankie moest bekennen dat ze nog niet zo veel over hem wist. Hij heet Karel en ze
heeft zijn mobiele telefoonnummer. Ze denkt dat hij iets in het zakenleven doet.
Eén of twee keer in de week speelt hij squash.
"Mooi", zei ik. "Dan zal hij geen buikig type zijn. Haar? Ogen? Lengte?
Leeftijd? Begrijpt zijn vrouw of vriendin hem? Ik wil alle bijzonderheden
weten."
"Houd op. Ik heb maar een uur of anderhalf met hem zitten praten. Donkerblond.
Ogen ... uh ... bruinig, geloof ik. Korte baard. Een paar centimeter langer dan
ik. Niet veel ouder dan ik. Vrouw of vriendin zijn niet ter sprake gekomen. Een
ring is mij niet opgevallen, maar ik heb er ook niet speciaal op gelet.
Voldoende informatie?"
"Hoe zit het echt met de vlindertjes?"
"Laat ik het zo zeggen: er zijn nog voldoende vlindertjes om met enige
verwachting naar volgende week vrijdag uit te kijken. Maar goed, daar kwam ik
niet voor. Hoe voel jij je? Ik schrok echt een beetje toen ik je net bekeek. Je
bent behoorlijk afgevallen en er hoefde niet zo nodig iets af. Stef mag je de
komende tijd best een beetje vetmesten."
"Ik doe het heel rustig aan. Ik bemoei me nog nergens mee. Daar begin ik na het
weekend heel rustigjes weer mee."
Ankie vroeg of ik al weer wat verder was gekomen. Ik zei dat ze mijn laptop maar
van boven moest halen dan kon ze eerst lezen wat ik na haar eerste weekend hier
had op geschreven.
We gingen met de laptop aan tafel in de woonkamer zitten. Ankie zat
geconcentreerd te lezen. "Getver", zei ze opeens.
"Wat is er?"
"Die foto van jou. Je staat er vast heel aantrekkelijk bij, hoor, maar het idee
dat die viezeriken die foto hebben."
Ik zei dat ze eerst de rest moest lezen. Dat deed ze, waarna ze de laptop
dichtklapte.
Ze vond dat ik wel erg losjes over die foto dacht. "Jullie zij geen typische
BN'ers, over wie voortdurend geschreven wordt, maar Stef is niet helemaal
onbekend. Wat hebben de roddelbladen over voor een foto van de vrouw van een
bekende schrijver die zich onbespied waant bij haar zwembad?"
"Zelfs de roddelbladen laten nooit meer zien dan een diep decolleté of een blote
boezem van een afstand, geloof ik. Ze wagen zich niet aan full frontal nudity. Verder weten
ze dat ze meteen een proces aan hun broek krijgen als ze de foto publiceren en
dat ze dat proces geheid verliezen. Die kerels durven hem niet aan te bieden,
want dan zijn ze bekend. Ik maak me geen zorgen."
Ankie vond ook dat het verhaal steeds spannender werd. "Ik weet dat het geen
verhaal is, maar vervelend genoeg erg waar, maar iets lezen is toch iets anders
dan door een direct betrokkene horen vertellen. Het schept een zekere afstand.
Is het niet een beetje gek zo over jezelf te schrijven? Ik bedoel, het gaat niet
alleen over die toestanden, ook over andere dingen en wat je daarbij voelt en
zo."
"Over een vrouw bijvoorbeeld van wie ik houd en die schrijft dat ze van mij
houd? Is het vreemd zo over jezelf te lezen?"
"Ja. Nee. Ik weet het niet. Ik was hartstikke bezorgd over je. Ik wilde dat ik
hier was en voor je kon zorgen. Ik was bijna jaloers op Stef dat hij dat
allemaal mocht doen. Dat schrijven is misschien wel goed om iets voor jezelf wat
helderder te maken. Ik heb een tijdje zitten nadenken of ik mijn laatste mailtje
wel moest beëindigen met 'Ik houd van je'. Wat voel ik voor haar? Nou, dat weet
je nu. Dat wist je al. Ik ben hier niet met vlindertjes in mijn buik naartoe
gekomen, als je begrijpt wat ik bedoel, maar ... uh ... nou ja."
"Je mag best even aan me zitten, hoor. Kom, we gaan weer op de bank zitten."
We vreeën niet. Ankie ging zitten. Ik ging lekker met mijn hoofd op haar
bovenbenen liggen en liet haar begaan. Het was heel plezierig en ik soesde weg.
Ik kwam weer bij door de telefoon.
Ankie kon er net bij, pakte hem op en gaf hem aan mij. Het was Ellen. "Voor ik
nog wat huisbezoekjes ga doen: gaat het goed?"
"Het gaat heel goed. Dit weekend heb ik dubbele verzorging. Mijn vriendin is er
ook."
"Dat vertelde die lange. Ankie, toch?"
"Ankie, ja. Ik heb haar net een beetje verwaarloosd. Ik ben met mijn hoofd in
haar schoot in slaap gesoesd. Heb je het nog erg druk?"
"Het ergste is wel voorbij. Ik heb zelfs het weekend vrij, behoudens
spoedgevallen als mijn collega het toch nog te druk krijgt."
"Hebben jullie zin om morgen hier te komen? Hoeven jullie niet te koken."
"Is dat niet te druk voor jou?"
"Als zich plotselinge complicaties voordoen is er toch een dokter in de buurt?
Wacht, heb je nog even? Stef en Ankie hebben hier ook wat over te zeggen."
Ze had nog even. Ik ging rechtop zitten en vroeg Ankie of ze er bezwaar tegen had
dat er nog wat meer bezoek kwam. Ze vond het juist leuk om Ellen en Hermien te
ontmoeten. "Ik hol wel naar boven om het Stef te vragen", zei ze en voegde de
daad bij het woord.
"Ik vind het leuk", zei Ellen, "van jou en Ankie. Ik ben ook wel benieuwd,
eerlijk gezegd. Die lange wil zeker meekomen. Die is ook beroepsmatig
geïnteresseerd, zei ze."
Ankie kwam beneden met de boodschap dat Stef ook wel voor vijf wilde koken.
"Ik heb het gehoord", zei Ellen. "Ik ga mij weer wijden aan de lijdende
mensheid. Tot morgen."
Ankie had er wel zin in. Uit mijn verhalen had ze al begrepen dat Ellen en
Hermien een leuk stel zijn, maar ze had, net als ik tot voor kort, nooit echt
kennisgemaakt met een stel lesbische vrouwen. We zaten daar nog een tijdje over
door te filosoferen. Die avond dat ze bij ons waren was niet anders verlopen dan
een avond met welk ander stel ook. Een avond met een bevriend echtpaar uit een
andere cultuur zou net zo iets zijn. Je weet dat er wat verschillen zijn, maar
geen wezenlijke verschillen.
De rest van de middag hebben we rustig zitten lezen. 's Avonds heb ik nog een
stukje van een spannende film gezien. Ik ging kort na negenen naar bed. Ik was
toch wel moe en viel als een blok in slaap.
Zaterdagochtend om een uur of half tien kwam Stef voorzichtig kijken of ik al
wakker was. Dat was ik net. Hij ging nog wat extra boodschappen doen. "Ankie
wacht met ontbijt op jou."
Een paar minuten later ging ik naar beneden. "Is dat niet te fris voor jou zo?"
vroeg ze toen ik de keuken in kwam.
"Ik voel me goed en je moet met alles weer een keer beginnen. 't Is toch warm
zat hier?"
We namen rustig de tijd voor ons ontbijt. Ankie drong me nog een extra boterham
met extra jam op.
Na nog een kop koffie vroeg ze: "Ga jij eerst douchen of ik?"
"We gaan samen in bad", zei ik.
We zaten er net in toen we Stef hoorden thuiskomen. Hij liep door naar de
keuken, waar hij een tijdje bezig was. Onderaan de trap riep hij: "Zijn jullie
boven?"
Ik riep: "Joehoe. Je mag wel binnenkomen, hoor." Hij deed de deur open en bleef
geamuseerd staan kijken. "Nou weet ik wat we nog missen: een jacuzzi waar je met
een heel stel mensen in kan. Het is erg verleidelijk bij jullie te komen zitten,
maar dan wordt het wel erg vol. Moet ik nog wat ruggen wassen?"
"Voor de functie van ruggenwasser hebben wij momenteel geen vacatures. Ik heb al
in geen tijden meer een stofzuiger in dit huis gehoord. Wat dacht je daarvan?"
"Voor vijf mensen koken. Stofzuigen. Daar gaat mijn vrije weekend. Ik wil ook
griep." Hij draaide zich om, om aan de slag te gaan. Ik riep hem terug: "Als je
daarmee klaar bent, heb je dit weekend dispensatie van het schrijfverbod en mag
je wat verloren tijd met Margreet inhalen. Deal?" Het was zo te zien een goede
deal.
Ankie en ik wasten haren, ruggen en alles wat er nog meer te wassen viel. Toen
we netjes aangekleed waren zat Stef al in zijn werkhok. Ankie en ik lunchten wat
later dan gebruikelijk. Ik bracht Stef een paar kant en klare broodjes. Hij
merkte nauwelijks dat ik ze bij hem neerzette en bleef rustig doortypen.
's Middags was er een volleybalwedstrijd op tv die Ankie graag wilde zien. Ik
zat erbij te lezen.
Om vijf uur werd er aangebeld. We wachtten Ellen en Hermien met ons drieën bij
de deur op. Hermien keek naar Ankie en mij en zei: "OK! Jullie hebben allebei
een uitstekende smaak wat vrouwen betreft. Dat doet me deugd. Eens, kleine?"
"Jij bent sterker dan ik, dus: eens."
"Ze kunnen ook heel serieus zijn, hoor", zei Stef tegen Ankie. "Dan merk je niet
eens meer dat het vrouwen zijn. Hoogstens dat decolleté van Hermien doet er nog
wat aan denken. Het lijkt me nog iets opvallender dan de vorige keer, maar ik
weet gelukkig dat het niet bedoeld is om mij te verleiden."
"Merk op, kleine en andere dames," zei Hermien, "dat een man meteen in de
verdediging gaat als hij geconfronteerd wordt met enkele vrouwen en in de
minderheid is. Nergens zijn hulptroepen en de aanval is de beste verdediging,
denkt hij."
De toon was gezet voor een vrolijke avond en dat werd het ook, al waren er ook
wel wat serieuzer momenten.
"Ik hoef geen details te weten," zei Hermien, "maar ik wil een keer wat
uitvoeriger met jullie praten over jullie relatie. Ik bedoel ook jou, Stef. Het
is toch een soort driehoeksrelatie en de meeste mensen doen daar behoorlijk
zenuwachtig over. Tot die meeste mensen zou ik zelf ook kunnen behoren. Dat weet
ik gewoon niet, want die kleine en ik zijn hondstrouw. Daarmee bedoel ik niet
dat jij ontrouw zou zijn, Annet, dat weet je ook wel, maar veel mensen zouden
dat wel vinden, Stef bijvoorbeeld."
"Die indruk maakte hij niet," zei Ankie, "toen hij vanmorgen Annet en mij in bad
aantrof. Het is hier een nogal liberale bedoening, dus hij zag mij ook niet voor
het eerst in natura."
"Zie je nou, kleine. Het kan toch interessant zijn om daar eens wat verder in te
duiken? Ik zie al een titel: De gelukkige driehoek."
"Mijn zegen heb je, lange, maar ik zit nu naar een hoekpunt van de driehoek te kijken die nog
net niet helemaal hersteld is en beter haar bed in kan duiken."
"Goed dokter. Ik doe het niet graag, maar u zult wel gelijk hebben." Ik gaf een
hoop zoenen en ging met tegenzin naar bed. Ik heb niet gemerkt dat Stef erbij
kwam.
Deel 4: Lenteoffensief
Donderdag 1 maart, 14.00 uur
Gistermiddag heb ik besteed aan alles nog eens rustig nalezen. Het lijkt erop
alsof Ankie al zaterdag is vertrokken, maar ze was er zondag ook nog natuurlijk.
Stef heeft ook de zondag gebruikt voor zijn inhaalmanoeuvre. Ik voelde me prima
en had best een eindje willen wandelen, maar Ankie vond het niet verstandig en
weigerde mee te gaan. Er gebeurde verder niets bijzonders, gewoon een plezierige
zondag. Stef bracht haar naar het station en ik mocht niet mee. Bij het afscheid
sprak ik met Ankie af dat we elkaar de volgende keer bij haar zouden zien.
We gingen niet te laat naar bed en Stef ondervond aan den lijve dat ik weer
bijna helemaal de oude was.
Voor meteorologen begint vandaag de lente. Ik ga er vanuit dat voor 'hun' de
lente gewoon op 21 maart begint, zodat we in ieder geval nog drie weken rust
hebben. Het komende weekend wil ik in ieder geval met Stef checken of alle
sensoren in het bos nog werken zoals ze moeten werken. 'Zij' weten nu dat ze er
zijn en misschien zijn er wel methoden om ze buiten werking te stellen. We
moeten dus veel vaker checken.
Ik kan verder gaan met de hypothese dat het bestuur of een enkel bestuurslid
niet helemaal kosher is. Wat moet ik dan doen?
Werkstra, de makelaar, is verklaarbaar als bestuurslid. Herman heeft destijds in
zijn vriendenkring rondgekeken en kwam op een medeschaker uit. Die heeft voor
zijn opvolging in de zelfde kring rondgekeken, enzovoort. Bankdirecteuren kunnen
steeds hun opvolger hebben voorgedragen. Een rij voetbaltrainers kan ik me niet
voorstellen.
De meest interessante, als je dat zo noemen kan, van de drie bestuursleden is
dus Van Goor, de voetbaltrainer. Hij is op het eerste gezicht een complete
buitenstaander, maar ik kan me niet voorstellen dat de andere twee bestuursleden
een volledig onbekende om zijn trainerscapaciteiten in het bestuur opnemen. Hij
is benoemd in oktober van zijn eerste seizoen als trainer hier, een paar maanden
dus nadat wij hier kwamen wonen. Hij is getrouwd en heeft twee zoons van twee
moeders. De oudste is al het huis uit, de jongste zit in zes-vwo. Hij
woont in Utrecht. Ik ga er vanuit dat hij dagelijks tussen huis en werk heen en
weer reist.
Ik zie nog een mogelijkheid. De drie bestuursleden kunnen niet weten dat ik iets
weet van hun stichting. Ik kan dezelfde truc uithalen als 'Pat'. Ik maak mijn
eigen hotmailaccount en ga hun mailtjes sturen waarin ik suggereer iets te weten
van hun snode plannen, uiteraard zonder concreet te worden en al helemaal zonder
ons en ons stukje onroerend goed te noemen. Ik kan erbij schrijven dat ik best
mijn mond wil houden, als ik ook een deel van de poet krijg. Als ze te goeder
trouw zijn zullen ze het mailtje als flauwekul deleten.
Kan ik Ankie hierbij betrekken? Ze heeft al een keer uit eigen beweging een
klusje uitgevoerd en tussen andere bedrijven door hebben we verder over de zaak
gepraat. Ze heeft gezegd dat ik altijd een beroep op haar kan doen. Ze vindt het
ook spannend. In mijn omgeving zijn de internetcafés en belwinkels niet dik
gezaaid. Ankie kan er in Amsterdam zoveel vinden dat ze nooit twee keer naar
dezelfde hoeft te gaan.
Dan de e-mailadressen. De bank, het makelaarskantoor en de voetbalclub hebben
hun eigen website en een algemeen e-mailadres. Daarmee heb ik de mailadressen
van die mannen nog niet. Als ik nou eens aan zo'n algemeen adres schrijf: "Wilt
u zo vriendelijk zijn de heer Van Dijk/Van Goor/Werkstra het volgende bericht
doen toekomen 'blah, blah, blah'. Bij voorbaat mijn dank." Degene die het
bericht leest zal er toch op zijn minst mee naar de geadresseerde toegaan met de
mededeling dat hij een stom mailtje heeft gekregen. Die geadresseerde zal er dan
naar handelen. Als mailadres lijkt
herman@hotmail.com mij wel aardig.
IK heb een tijdje zitten stoeien met de tekst van het bericht. Voorlopig heb ik
dit: "De nalatenschap van Herman Boerstee is voor eerlijker zaken bestemd. Ik
ben bereid er het zwijgen toe te doen, wanneer daar een financiële vergoeding
tegenover staat."
Ik heb me afgevraagd of ik hierover met Hans moet overleggen. Ik heb het vage
vermoeden dat hij niet gillend enthousiast zal reageren, maar wat hij niet weet,
daar kan hij ook niet tegen zijn. Als er niets uitkomt, jammer dan. Komt er wel
iets uit dan is hij de eerste die het hoort. Met Stef ga ik het er natuurlijk
uitgebreid over hebben.
Het volgende 'doelwit' is Adrie. Waarom moet hij zo nodig geheim houden dat hij
in zijn jeugd verschillende keren contact heeft gehad met Herman? Een
hersenschudding en gebroken ledematen zijn ook geen zaken waarvoor je je hoeft
te schamen. Het is niet
helemaal uitgesloten dat een enkeling in het dorp toch achter de verhouding
tussen Steffie en Herman is gekomen. Dat kan besproken zijn met een van de
oudere Adries. Je kan allerlei redenen bedenken waarom het niet verder gekomen
is. De vader en de broer kunnen iets geweten hebben en Ans zou iets van haar
grootvader of vader gehoord kunnen hebben.
Ans: haar verdwijning is in feite nog steeds een groter mysterie dan wat ons af
en toe overkomt. Steffie is verdwenen, maar leefde wel verder. Ik "zie" Ans de
deur van het gemeentehuis uitkomen. Ze loopt de trap af. Ze loopt naar de
ingang van de parkeergarage onder het Raadhuisplein. Ze loopt naar een auto toe. Ze
kijkt nog even om zich heen, ziet niemand, doet een achterdeur open, stapt in en
gaat op de achterbank liggen. Een paar minuten later komt een man naar de auto
toe, stapt in en rijdt weg. De rit gaat naar een bungalowpark. Tijdens de hele
rit blijft Ans op de achterbank liggen. Bij het bungalowpark opent de chauffeur
de slagboom met een plastic kaart. Vanuit de auto kan Ans ongezien de bungalow
in gaan. In de dagen die daarop volgen knipt en verft zij haar haren. Ze
verruilt haar contactlenzen voor een bril. Achterin de auto verlaat zij het
bungalowpark. Op een stille weg stapt zij uit en gaat voorin zitten. Ze rijden
naar een anonieme flat in een anonieme buitenwijk van een grote stad. Daar woont
ze nu al een klein half jaar en daar ... Precies, wat doet ze daar? Ze zit
daar niet gedwongen, want ze heeft ruim gelegenheid naar de politie te gaan. Als
ze betrokken is bij 'hun', kan ze niet, als de grote slag gemaakt is, zich
alsnog bekend maken. Hoort ze bij de good guys, die de plannen van de bad guys
willen verijdelen, maar zich om een of andere reden niet of nog niet aan de
politie of aan ons kunnen bekend maken of durven bekend te maken?
Soms schieten je op de gekste momenten dingen te binnen. Dat gebeurde me zonet
toen ik een plasje deed. Opeens dacht ik: 'Schaaknovelle van Stefan Zweig'. Ik
heb het boek nooit gelezen, alleen een keer een uittreksel. Ik zocht het op het
internet op en zag dat het in 1941 verschenen is. Herman zou het gelezen kunnen
hebben, in de eerste plaats omdat het met schaken te maken heeft en het
Stefan-Stefanie zal hem ook niet ontgaan zijn. Het zou wel heel toevallig zijn
als dat ook nog iets met ons hele verhaal te maken heeft, maar om het niet te
vergeten heb ik hier toch maar genoteerd.
Vrijdag 2 maart, 13.00 uur
Stef en ik hebben er behoorlijk lang over gepraat gisteren, zowel voor, tijdens
als na het eten. Het zat Stef vooral niet lekker dat ik de bestuursleden van de
stichting mailtjes zou sturen buiten Hans om. "Hij is niet alleen een
politieman, hij is intussen een vriend. In mijn verhalen kan ik mensen ook hun
vrienden laten bedonderen. Jij fantaseert wel en behoorlijk goed ook, maar het
is geen verhaal. Ik houd me bezig met fiction, jij met faction. We hopen
tenminste dat jij met je fantasie naar de feiten toe kunt werken."
"Ik kan het ook zo doen: ik vraag niet zijn advies, ik doe het gewoon en laat
hem weten dat ik het gedaan heb. Hij zal me misschien een stomme trut vinden,
maar hij kan het niet meer terugdraaien. Met wat ik hem tot nu gegeven heb kan
hij voorlopig ook niet verder."
Stef had ook wel wat twijfels bij het inschakelen van Ankie. "In je fantasieën
of hypotheses moet je niet uitgaan van stommelingen, maar van slimmeriken. Jij
en ik gebruiken onze pc's voor schrijven, mailen en internetten en meer niet.
Zij hebben er misschien wel een wizzkid bij gehaald die met zijn pc achter heel
veel dingen kan komen, zoals wie die mailtjes heeft gestuurd. Ik vind Ankie ook
een leuke meid. Ik zie haar als een soort schoonzusje, een aantrekkelijke meid
met een lekker lijf, waar ik met plezier naar kijk, maar waar ik geen
vlindertjes van in mijn buik krijg. Ik wil
haar geen risico laten lopen. Vergeet niet dat volgens Hans Ellen al risico kan
lopen."
Ik kon Stef er wel van overtuigen dat Ankie door het mailen geen enkel risico
liep dat 'ze' achter haar identiteit zouden komen en dat ze zelf graag wilde
meedoen.
Ik bedenk ineens dat Ankie vanavond haar tweede afspraak heeft met die Karel. Ik
hoop dat ze haar vlindertjes nog een tijdje in bedwang kan houden en ze niet al
te snel laat uitvliegen.
Na nog veel praten met Stef over Hans, met veel "als" en "maar", kwamen we
eruit. Stef begreep wel dat hij het idee niet meer uit mijn hoofd kon praten. Ik
zei nog dat Hans over enige tijd, wanneer de zaak tot een hopelijk goed einde
zou zijn gebracht, tegenover zijn bazen zonder blikken of blozen moest kunnen
verklaren dat hij pas achteraf van mij gehoord had welke acties ik had ondernomen,
die tot zulke geweldige (ha, ha) resultaten hadden geleid. Dat zou ik er
in mijn mailtje aan Hans ook bij zetten, ter verklaring.
We namen een cognacje op de goede afloop. We hadden er verder niet meer over
gehad, dus ik vroeg Stef wat hij vond van Hermiens plan met die gelukkige
driehoek. "Ze mag van mij komen praten," zei hij, "maar ik ben gauw
uitgepraat. Ze kent de feiten. Wat kan ik daar nog aan toevoegen?"
"Wat je erbij voelt."
"Niks. Nou ja, niks, niks wat niet bij ons normale leven hoort. Ik zie dat jij er
happy mee bent. Ik zie jou
graag happy. Prima dus. Ik vind haar ook een leuke meid. Wat moet ik daar nog
meer over zeggen?"
"Ze is psycholoog. Ze zal vast wel vragen hebben die wij helemaal niet
voorzien."
"Ik ben reuze benieuwd. Jij kan haar meer vertellen. Jij zit tussen twee vuren. Nee, dat
zeg ik weer verkeerd. Dat klinkt negatief. Jij kan je bij twee vuren warmen.
Ik zou ook ter verduidelijking voor Hermien, als ik er heel goed voor ga zitten,
van Tineke een gewone roman over een driehoeksverhouding kunnen maken. Tineke
past bij wel bij een pronte boerendochter. Je kent het type wel: blozende
wangen, ferme boezem, zo'n soort tuinbroek, goedlachs, klompen stevig in de
klei. Haar ouders runnen een kampeerboerderij, maar eigenlijk doet zij het
meeste werk daarvoor, al mist ze het directe, dagelijkse contact met de koeien
wel. Op een dag zet een bleekneuzige jongeman zijn tent bij hun op. Zij gaat met
ferme stappen op hem af en vertelt hem streng, maar vriendelijk, dat de sla er
niet beter op wordt als er een dag lang een tent op staat. Met "dat groene
veldje daar" bedoelde zij het grasveld. Hij vertedert haar met de mededeling dat
hij zijn sla altijd in een cellofaanzakje bij de supermarkt haalt."
"Ik hoor het al. Je moet nog veel leren over boerendochters. Persoonlijk ken ik
een boerendochter die een bloedhekel had aan klompen."
Vanochtend heb ik eerst Ankie een mailtje gestuurd. Ik ben begonnen met haar een
plezierige avond toe te wensen en te vragen mij uitvoerig te laten weten hoe het
gegaan was. Daarna leg ik uit wat mijn bedoeling is en geef ik het tekstje dat
ze dan zou moeten mailen. Aan Hans stuurde ik een kopie van dat mailtje minus
het persoonlijke gedeelte, met een korte uitleg wie Ankie was en verder zoals ik
met Stef had afgesproken.
Het vervelende is dat er zoveel tijd zit tussen actie en reactie. Ik kan weer
een tijd gaan zitten wachten of er een reactie komt op de mailtjes die Ankie
verstuurt. Stef kan in zijn verhalen zo'n reactie maanden op zich laten wachten,
maar in zijn eigen werkelijkheid volgt die een paar minuten later al. Hij begint
gewoon een nieuw hoofdstuk: "Toen ik een half jaar later ..."
Ik zeg niet dat Stef, met mij vergeleken, maar een makkelijk leventje heeft. Je
schrijft geen bestsellers door maar een beetje aan te klooien. Het is hard
werken. Iemand die de dagelijkse spanningen van zijn of haar werk even wil
ontvluchten in fictieve spanningen, die wel een oplossing vinden, moet dat -
binnen bepaalde grenzen - nog wel geloofwaardig vinden. Mensen kunnen me kwaad
maken door te zeggen dat het boek dat ze net aan het lezen zijn 'maar een
thriller' is. De situaties zijn niet altijd zo reëel, maar de mensen wel.
Tanja's wórden verliefd op Ibrahims. Ibrahims kúnnen toneelspelen. Niemand
gelooft echt dat de wereld gered kan worden door een ring in het vuur te gooien,
maar heel veel mensen blijven toch gefascineerd doorlezen als het verhaal erover
goed geschreven is.
Ik wil helemaal de wereld niet redden. Ik ben bezig met een piepklein stukje van
die wereld, een stukje van vierenzestig bij vierenzestig meter met in het midden
een huis waar veel meer mensen in kunnen wonen dan mijn lief en ik. Over een
paar jaar wil ik kindertjes, ónze kindertjes, zien spelen in hetzelfde gras waarin hun
ouders ze op een zonnige dag verwekt hebben. Dat laat ik me niet afpikken!
Voorlopig blijf ik nog behoorlijk egoïstisch bezig: eerst mijn eigen kleine
wereldje veilig stellen, daarna ga ik wel kijken of ik ook nog wat voor de rest
van de wereld kan betekenen.
Maandag 5 maart, 16.00 uur
Zaterdag waren er twee mailtjes, van Ankie en van Hans. Eerst maar door de zure
appel heen bijten, dacht ik en begon met Hans. Het viel reuze mee.
Hallo Annet,
Wat kan ik anders doen dan me bij voldongen feiten neerleggen? Ik ga niet zeggen
dat je het beter niet had kunnen doen, dat weet je zelf ook wel. Als je risico's
wilt blijven nemen: OK, maar denk er eerst heel goed over na. Als jij en Stef
tot iets besloten hebben, slaap er dan nog een nachtje over. Vind je het daarna
nog een goed plan, vooruit me de geit dan maar en laat me precies weten wat je
doet.
Loes wil ook nog wat schrijven.
Dag Annet,
Voorzichtig blijven, hè? Ik wil je helemaal ongeschonden zien als we weer eens
komen zwemmen. Volgens mij zit het er dik in dat we ook Ankie een keer
ontmoeten. Als die in korte tijd twee keer een heel weekend komt en niet om te
zwemmen, moet ze indruk gemaakt hebben. Ik ben nieuwsgierig.
Groetjes aan Stef,
Loes.
Ik denk dat ik deze week een keer met Loes ga lunchen om haar te vertellen wie
Ankie precies is. Ik was heel blij met haar mailtje.
Lieve Annet,
Wat een verstandig meisje ben ik ineens! Het was een heel leuke avond. Om een
uur of tien zijn we van de kroeg naar mijn flatje gegaan en ... om een uur of
twaalf is hij weggegaan. We hebben gepraat. Gepraat, ja! Ik heb de vlindertjes
gezegd dat ze zich koest moesten houden. Over drie weken krijgen ze een
herkansing. Ik durf niet te beloven dat ze hun kans dan niet zullen grijpen.
Terwijl ik dit zit te typen, zit Karel al bijna in Boston. Hij werkt bij zo'n
groot internationaal organisatieadviesbureau en zit nogal vaak voor een tijdje in een andere
uithoek van de wereld. We hebben afgesproken dat we regelmatig zullen mailen.
Veel voorzichtiger kan ik toch niet beginnen met het opbouwen van een relatie.
Een mogelijke relatie, de beer moet nog geschoten worden. Voor meer details moet
je maar een keer naar Amsterdam komen.
Vandaag ga ik nog naar een internetcafé om je mailtje naar die mannen te sturen.
Ik vind het erg spannend. Ik hoop echt dat het allemaal iets gaat opleveren.
Karel of geen Karel, ik blijf van je houden.
Ankie.
Ik liet Stef de mailtjes lezen. "Het is maar goed dat de logeerbedden
tweepersoons zijn", zei hij. "Het zou best kunnen dat Ankie de volgende keer
vraagt of er iemand mee mag komen."
Gisteren hebben we zitten plannen. Stef begon erover. "Het zou best kunnen dat
we in de zomermaanden niet aan een vakantie toekomen vanwege onvoorziene
omstandigheden. Ik kan me niet voorstellen dat 'zij' meteen op 21 maart beginnen
met nieuwe rotzooi trappen. De mailtjes aan die bestuurssleden zijn inmiddels
verzonden. Die gaan, als ze er al iets mee te maken hebben, echt niet stante
pede reageren. Je weet niet hoe je meer van Ans te weten moet komen en Adrie
loopt niet weg. Laten we van de gelegenheid gebruiken en er nu een paar weken
tussenuit gaan."
Dat kwam wel heel onverwacht. Ik moest er even goed over nadenken. Dat kon ik
doen tijdens het testen van de sensoren in het bos. Ik ging naar buiten in mijn
regenpak en rubber laarzen en mijn mobieltje aan. Stef hield op het schetsje bij
waar gepiept werd. Alle sensoren piepten. Dat was dus dik in orde.
In de hal trok in mijn regenpak uit. Stef kwam naar me toe. "Heb je het koud?"
"Het is niet zo koud buiten, hoor."
"Jammer."
"Hoezo?"
"Ik dacht je dat je misschien wilde opwarmen in bad. Je bent net beter van een
griep."
"Je mag ook gewoon vragen of ik gezellig met je in bad wil." Ik ging meteen door
met meer kleren uittrekken. We praatten in bad verder.
"Waar dacht je dan heen te gaan?" vroeg ik.
Stef dacht aan Australië. Vliegen naar Sydney, daar een auto huren en dan gewoon
verder kijken. Het is daar in ieder geval in deze tijd van het jaar een stuk
warmer dan hier. In het bos had ik al bedacht, dat er wel iets in zat om niet
hier maar een beetje af te wachten en verder niet zo gek veel te kunnen doen.
Australië leek me wel aantrekkelijk.
"Is er op korte termijn wel een vlucht te boeken?" vroeg ik me af.
"Dat gaan we zo bekijken op mijn pc", zei Stef. "We moeten dit vaker doen, in
bad gaan bedoel ik. Ik ga het lekkerder vinden."
"Als er maar een lekker ding bij zit, bedoel je. Dan weet je tenminste waar je
je handen moet laten."
We gaan woensdag al weg, voor drie weken. Stef reserveerde meteen een hotel voor
twee nachten in Sydney en een auto die we vanaf het vliegveld kunnen meenemen.
We maken een tussenlanding in Singapore, waar we een paar uur moeten
doorbrengen.
We gingen bij Adrie eten en vertelden daar dat we er drie weken tussenuit
gingen.
"Meneer en mevrouw reizen wat af", zei Adrie. "Ik ben al blij als ik twee weken
op Ameland mag zitten. Moet Adrie jullie huis nog een beetje in de gaten
houden?"
Ik zei dat het niet nodig was. We verwachtten niet dat er iets zou gebeuren. En
als er iets zou gebeuren, zouden we toch niet direct kunnen komen kijken om de
schade op te nemen. Het zou alleen maar onze vakantie bederven als we daar
hoorden dat er iets mis was. De schade zagen we wel als we thuiskwamen.
Thuis belde ik Ankie om haar onze plannen te vertellen. "Ik was van plan om gauw
naar je toe te komen om alles over Karel te horen. Dat moet ook nog wat wachten.
Vind je 't erg?"
"Vreselijk! Nee hoor, misschien heb ik wel veel meer te vertellen als je terug
bent. Hij heeft me al een mailtje gestuurd uit Boston. Hij schreef dat hij
vrijdag best wat langer had willen blijven, maar hij moest al om zeven uur op
Schiphol zijn."
"Zo te horen ben je behoorlijk verliefd, meisje. Doe je rustig aan?"
"Kan ik wat anders dan? Ik kan alleen in mijn dromen wild te keer gaan. Ik stuur
hem af en toe een lief mailtje, waar ik goed over kan nadenken. Ik beschrijf de
warme kleuren in mijn slaapkamer, de kwaliteit van mijn matras, het zachte
donzen dekbed."
"Je bent in staat om het nog te doen ook. Houd het voorlopig maar bij wilde
dromen. Vergeet niet er een vleugje romantiek bij te doen."
Zo gingen we nog een tijdje door. Stef mailde intussen andere vrienden en
vriendinnen over onze afwezigheid. Vanochtend hebben we onze ouders gebeld en
vanmiddag zijn we naar de stad gegaan om nog wat dingen te kopen. Bij een kopje
cappuccino vroeg Stef of ik nog een nieuw bikini wilde kopen of dat oude ding
wilde meenemen. Ik zei dat ik helemaal niet van plan was een bikini aan te
trekken. Dan krijg ik alleen maar een paar van die rare witte plekken.
"Dan moeten we naaktstranden opzoeken."
"Ben je gek. Australië heeft heel veel strand, daar kunnen we vast wel ergens
een stukje vinden, waar niemand anders is."
Morgen gaan we inpakken.
Maandag 2 april, 10.00 uur
Afgelopen vrijdagochtend stond ik om half zeven de wasmachine al in te laden. Zo'n lange
vliegreis gooit je ritme aardig in de war. Donderdagmiddag waren we om zes uur
thuis. We hebben nog wat gegeten en zijn naar bed gegaan.
Ik had geen zin om een
hele dag te wachten of Ankie op haar werk te bellen. Ik belde net even na half
acht. Ze nam meteen op. "Lieverd! Eindelijk! Ik wist niet hoe laat je
gisteren thuis zou komen en wilde jou niet bellen. Misschien lag je wel te
pitten."
"We waren om zes uur thuis en lagen om zeven uur in bed. Hoe is het gegaan?"
"Ik heb Karel vrijdag, vorige week dus, 's middags van Schiphol gehaald en ben
met hem mee naar zijn huis gegaan. Hij woont op loopafstand van station RAI. Ik kan me nu
voorstellen dat datingsites een succes zijn.
Je kunt in een mailtje heel veel kwijt en rustig over jezelf vertellen. We
hebben vrijwel dagelijks gemaild. Karel schreef dat hij dat leuker vond dan 's
avonds nog de stad in gaan. We hebben dus eerst gewoon zitten praten. Ik heb hem
ook over jou verteld. Alles. Weet je
wat hij zei? 'Ja, van jou kan ik me daar wel wat bij voorstellen.' Kun je nagaan
wat ik hem allemaal al verteld heb in al die mailtjes. Ik ben dus blijven
slapen. Maar hoe was jullie reis?"
"Geweldig! Maar jij moet aan je werk. Wanneer is je eerste avond vrij komende week?
Kom ik naar je toe. Ik blijf slapen."
"Morgenavond?"
"Komt Karel dan niet?"
"Vanavond ga ik naar hem toe en dan zeg ik dat hij zondagavond nog even bij mij
mag komen. Dat begrijpt hij wel."
"Zeker weten?"
"Niet zeuren. Bel nog even hoe laat je trein aankomt, dan kom ik je van het
station halen."
Stef was inmiddels ook opgestaan. Hij hoorde me nog 'Tot morgen, lieverd'
zeggen. "Moet je troosten of gaan jullie iets vieren?" vroeg hij.
"Die hoef ik voorlopig niet te troosten. Vind je het vervelend dat ik morgen al
weer weg ga?"
"Als ik aan een strand in Australië voor me uit zat te staren naast een mooie blote vrouw,
zat ik te denken
aan Margreet, die zich vreselijk verwaarloosd moest voelen. Het lijkt me
heerlijk een weekend met haar alleen te mogen doorbrengen. Heeft Ankie nog
reacties gehad op de mailtjes aan onze vrienden van het bestuur?"
"Daar hebben we het nog niet over gehad."
Hij mocht van mij meteen naar zijn andere geliefde toe, dus ik ging na het
ontbijt alleen boodschappen doen. Het was best redelijk weer om te fietsen. Op
de terugweg bedacht ik dat 'zij' drie weken de tijd hebben gehad om het hele
waarschuwingssysteem in het bos ongedaan te maken. Thuis ging ik eerst naar
boven om het daar met Stef over te hebben. Hij was gelukkig nog niet aan het
typen, maar zat in eigen werk te lezen. Ik vertelde wat er wellicht gebeurd zou
kunnen zijn.
"Lieve Netje," zei hij, "weet je waar ik drie weken lang in Australië op heb
zitten wachten? Dat mijn mobieltje zou gaan piepen. Het leek me beter het daar
niet met jou over te hebben. En voordat je zegt dat je een stomme trut bent: ik
zat echt niet elke minuut aan dat stomme ding te denken en heb mede dankzij een
lief trutje een geweldig reis door Australië gemaakt. Wegwezen nu, want er zit
een idee aan te komen."
Stomme trut ging de boodschappen uitpakken. In Australië hebben we af en toe
onze gewone e-mail gecheckt. Dat deden we de eerste keer in het hotel in Sydney.
We hadden iedereen ook gezegd dat we dat zouden doen. De avond voor ons vertrek
was er nog een mailtje binnengekomen van 'Pat', dat we thuis niet meer gezien
hadden.
Annet/Stef,
Veel plezier in Australië! Een goede tijd om er tussenuit te gaan, want wij zijn
ook nog niet zover. Leuk dat jullie er de hele zomer zullen zijn om van onze
verrassingen te genieten.
Pat.
We hebben toen al bedacht dat het mailtje heel goed waar zou kunnen zijn en dat
we, ik tenminste, ons nergens zorgen over hoefden te maken tijdens die drie
weken. We hadden geen duidelijk idee van wie er bij Adrie waren toen wij
vertelden dat we naar Australië gingen. Adrie was er zeker.
Stef zette me zaterdag om tien uur bij het station af. De trein kwam een paar
minuten voor twaalf op Amsterdam Centraal aan. Ik stond om me heen te kijken tot
ik een paar armen om me heen voelde.
We gingen eerst lunchen in de Bijenkorf, waar ik de eerste dingen over Australië
vertelde. Ankie woont in een gerenoveerd pand in de Pijp, dus voor we naar haar
huis gingen deden we eerst nog boodschappen op de Albert Cuypmarkt. Ik vertelde
nog verder over Australië, maar bij de borrel vond ik dat ik wel iets meer over
Karel mocht horen.
"Hij heeft wel wat van Stef", zei Ankie. "Ik bedoel, hij is ook relaxed. Niet
zo'n mannetje dat wel zal vertellen wat hij van het vrouwtje verwacht en dat ze
dat meteen maar moet doen. Hij zou vanavond hier komen, maar hij ging niet
moeilijk doen toen ik zei dat jij kwam. We zijn niet meteen zijn bed ingedoken.
We hebben eerst gewoon gepraat.
Het was pas de derde keer dat we met elkaar praatten, maar door al die mailtjes,
denk ik, ging het heel makkelijk. We wisten al een hoop van elkaar."
"Je bent vast niet z'n eerste."
"Hij heeft één keer samengewoond, een jaar of drie, tot een jaar geleden of zo.
Hij spreekt haar nog wel eens. Ze vinden elkaar nog steeds aardig, maar meer
niet."
"Waar is het op stukgelopen."
"Ze vond dat ze teveel alleen zat. Hij is nu eenmaal veel weg en zit ook 's
avonds thuis nog vaak te werken."
"Kun jij daar tegen?"
"Dat weet ik nog niet. Ik weet in ieder geval dat het einde verhaal is als ik
daarover ga zeuren en ik wil graag zien hoe dit verhaal zich verder ontwikkelt.
Voorlopig houd ik het op een latrelatie. Hij wil de weekends zoveel mogelijk
voor zichzelf houden, niet aan zijn werk besteden dus. Ik heb de meer dan vage
indruk dat hij een deel van die vrije tijd wel met mij wil besteden."
"Goed, je hebt een tijd gepraat en je bent blijven slapen, maar niet op de bank,
neem ik aan."
"Om een uur of zes vroeg hij of ik het erg vond dat hij even een dutje ging
doen, jetlag weet je wel. Hij zou het wel leuk vinden als ik niet meteen
wegging. Een uur of twee later kwam hij uit z'n slaapkamer. Ik zei dat hij aan
een nieuwe ochtendjas toe was. Wat hij aanhad was uit het jaar nul. Hij had er
nog naar moeten zoeken. Ik zei dat hij dan beter meteen z'n kleren had kunnen
aantrekken. Dat moest ik anders zien. Hij hoefde nog niet zo nodig iets aan,
maar hij zou het wel leuk vinden als ik dan ook iets uittrok. Wat doe je als een
aantrekkelijke vent het zo vriendelijk vraagt? Erna heeft hij nog een pizza uit
de diepvries gehaald. Die hebben we in bed opgegeten. De volgende ochtend
bedacht die sufkont pas dat hij niks te ontbijten in huis had. We zijn in alle
vroegte naar mijn huis gewandeld."
De rest van dat weekend werd ook in geuren en kleuren beschreven. Ik was nog
lang niet uitgepraat over de Australiëreis. We praatten dus door tijdens het
samen koken, eten en daarna. Alsof we het hadden afgesproken begonnen we
geen van tweeën over hotmailtjes. We hadden de hele zondag nog. We hadden twee
flessen wijn soldaat gemaakt voor we naar bed gingen. We waren weer een klein
beetje teut zoals die avond in Egypte, maar wel een stuk vrolijker dan toen. We
vonden het ook fijn om weer eens samen in één bed te liggen en weer eens te
vrijen.
Bij het ontbijt zei Ankie dat er afgelopen maandag een mailtje was
binnengekomen. "Je kan het straks lezen. Ik denk niet dat je er al veel aan hebt
of mee kan doen."
Na het douchen zette ze haar pc aan en ging naar hotmail. Ik vroeg wat het
wachtwoord was. "Dat heb ik je expres niet verteld. Ik weet bijna zeker dat je
dan in Australië voortdurend was gaan kijken of er iets binnengekomen was. Daar
was jullie reisje niet voor. Ik vertel het je nu ook niet. Volgens jou is niet
te achterhalen wie er achter het adres zit, maar als je dit adres niet gebruikt
weet ik zeker dat ze nooit zullen weten dat jij dat bent.
"En als jij nou eens onder de tram loopt, waar ik niet aan moet denken?"
"Dan vraag je Karel naar de naam van het hotel waar hij in Boston in verbleef."
Ik wilde wat zeggen, maar dat voorkwam ze. "Nee, die naam wist ik nog niet toen
ik dat account maakte. Ik ben ook wel slim, hoor. Wachtwoorden kun je
veranderen. Dat heb ik afgelopen maandag gedaan."
"OK, lieverd, laat het maar zien."
De afzender was bestuurslid@hotmail.com. Het bericht was heel kort: "Daar valt
over te praten. Je hoort nog."
Volgens Ankie kan het nog van alles betekenen, zelfs dat een van de
bestuursleden gedacht heeft dat het een grap is, die hij wel mee wil spelen.
Daar heeft ze gelijk in en dat zei ik ook. Over andere mogelijkheden wilde ik
nog eens goed nadenken, maar niet meteen. Ik wilde er nog een plezierig dagje
met Ankie van maken. Ik was al in jaren niet meer in Artis geweest. Ankie vindt
vooral het aquarium heel mooi. Daarna gingen we mijn tas halen en op het
Leidseplein wat drinken en eten. In de tram belde ze naar Karel. "Ik breng nu
mijn vriendinnetje naar het station. Om acht uur ben ik wel thuis. ... Ja,
natuurlijk mag je blijven slapen. Tot straks."
We namen voor het station afscheid. Ankie beloofde dat ze Karel mee zou nemen
als ze weer naar ons kwam.
Vanmiddag ga ik weer echt aan het werk.
Dinsdag 3 april, 15.30 uur
Gistermiddag heb ik eerst een mailtje aan Hans gestuurd met dat ene zinnetje van
'bestuurslid', zonder commentaar. Ik ga er voorlopig vanuit dat het wel degelijk
serieus bedoeld is. Dat het verzonden is door 'bestuurslid', niet door
'bestuursleden' of 'bestuur' zegt nog niet dat er maar één betrokken is. Er is
aan die kant twee weken over een reactie nagedacht. Dat pleit ook tegen het
voortborduren op een 'grap'. Daar wacht je geen twee weken mee. Verder schiet ik
er nog niet veel mee op. Ik weet niet of 'Pat' en 'bestuurslid' de twee zijden
van een Januskop zijn. Ik heb het er met Stef over gehad, maar die kon er ook
niet meer chocola van maken.
Kan Ankie me ook helpen om meer over Adrie te weten te komen? In verband met
mogelijke connecties tussen hem en 'hun' kan ik haar niet nog een keer laten
mailen. Bellen kan natuurlijk wel. Dat moet ze dan wel vanuit een telefooncel
doen. Nummerherkenning is aardig als je gebeld wordt, maar niet als je anoniem
wilt bellen. Wat zou ze tegen hem moeten zeggen of hem moeten vragen om hem uit
zijn tent te lokken? Als wie of wat zou ze zich moeten voordoen? Wat is een
goede smoes om juist Adrie te bellen?
Ik heb het er met Ankie niet over gehad, maar ik ga er zonder meer vanuit dat ze
Karel ook verteld heeft wat hier gebeurt. Karel wordt door zijn bedrijf niet de
hele wereld over gestuurd omdat hij het domste jongetje van de klas is. Ga ik
nou te ver? Wordt mijn 'onderzoek' zo'n obsessie dat ik iedereen meteen voor
mijn karretje wil spannen? Voorlopig vraag ik hem niets. Ik moet hem eerst maar eens ontmoeten.
Zo lang zal dat niet duren. Dat deed me nog verder denken. Twee weten meer dan
één en tien weten weer dan twee. Henk en Anneke, Hans en Loes, Ellen en Hermien
en Ankie en Karel weten inmiddels van onze situatie. Ze waren allemaal bereid
ons te helpen er een eind aan te maken. Ik heb van mijn hele verhaal tot nu een
samenvatting gemaakt. De meer persoonlijke dingen heb ik weggelaten. Ze mogen
bijvoorbeeld best weten hoe mijn relatie met Ankie in elkaar steekt, Ellen en
Hermien weten dat trouwens al, maar dat vertel ik liever persoonlijk. Ik heb die
samenvatting gemaild met de vraag of ze erover wilden nadenken. Iedere
suggestie, ieder idee, hoe onwaarschijnlijk ook, was welkom. Ik schreef erbij
dat als alles achter de rug was, wij een tuinfeest zouden organiseren voor alle
hulptroepen, van een ontbijt op zaterdagochtend tot een souper op zondagavond. Het
is nu al een paar dagen heel aardig weer. Zo langzamerhand wordt het weer tijd
de terrasmeubelen uit de garage te halen. We zijn in Australië al weer aardig
bijgekleurd, maar het kan nog wel iets donkerder.
Na het mailen ben ik naar de stad gegaan, naar de regionale krant. Ik had
telefonisch een afspraak gemaakt met ene Jan Helder die over het archief gaat.
Ik had hem verteld dat ik erover dacht, als het interessant genoeg was, een
geschiedenis van het dorp te schrijven. Om te beginnen wou ik weten wat er in de
krant over geschreven was.
Jan is bijna aan zijn pensioen toe. Hij vertelde dat de krant in 1881 is
begonnen. De laatste jaren wordt de hele inhoud digitaal bewaard. De jaren
daarvoor werd alles nog op microfiches opgeslagen, die je dan via een viewer kan
lezen. Als je wilt weten wat er vóór de Tweede Wereldoorlog in de krant is
geschreven, moet je gewoon die kranten gaan lezen.
Ik moet wat teleurgesteld gekeken hebben, want het leek me een onmogelijke, in
ieder gaval zeer tijdrovende bezigheid.
"Er is een hulpmiddel, hoor", zei Jan. "Van het begin af aan is er een index
bijgehouden, heel simpel een kaartsysteem. Wil je bijvoorbeeld weten wat er over
de burgemeester is geschreven, dan vind je op het kaartje 'burgemeester' alle
kranten waarin iets over de burgemeester geschreven is. Zo kun je bijvoorbeeld
ook alle geboorte- en overlijdensadvertenties vinden."
Daar moest ik mee vooruit kunnen. Ik vroeg hem niet verder te vertellen wat mijn
plan was. Als er inderdaad een boek over de dorpsgeschiedenis zou komen, moest
dat voor iedereen een verrassing zijn. Dat begreep hij. Hij zou geen woord
vertellen. Hij liet me het archief zien. Er is een forse ladekast waarin alle
kaartjes zitten opgeborgen. De kranten zijn allemaal ingebonden. Ik moest er
heel voorzichtig mee omgaan. Als ik Jan van tevoren even bel, kan ik komen
wanneer ik wil. Morgen begin ik. Ik heb al een lijstje gemaakt met
'zoekwoorden': café, Landrust, Heemstra, huisarts, Boerstee, Beek.
Ik ben ook naar de website van de krant gegaan om te lezen wat er over de
verdwijning van Ans is geschreven. Ik las niets wat ik al niet wist. Ze was
kennelijk niet belangrijk genoeg om een journalist nog eens te laten doorgraven,
of het was wel gebeurd, maar zonder enig resultaat.
Ik zat me net af te vragen wat ik eens zou gaan doen toen ik een mailtje kreeg
van Ankie, van haar werkadres.
Lieve Annet,
Tussen twee besprekingen door heb ik even gecheckt. Weer zo'n kort bericht,
ontvangen om 9.32 uur: "Aan welk bedrag denk je? Hoe moet het overgedragen
worden?"
Los daarvan: zondagavond was nog heel gezellig met Karel. Hij wilde alles weten
over jullie problemen. Als hij iets kan doen, moet je maar roepen.
Tot gauw (met Karel).
Ankie.
Ik zat in een situatie die je zo uit een van Stefs boeken zou kunnen halen. Ik
moet ze vertellen waar ze het geld moeten deponeren. Dat moet een plek zijn waar
zij niet kunnen controleren wanneer en door wie het opgehaald wordt. Zij weten
dat ik hun namen ken en zullen er vanuit gaan dat ik ook weet hoe ze eruit zien.
Zij kunnen iets minder voorzichtig te werk gaan. Ze kunnen wel een voor mij
onbekende zich ergens zo laten opstellen dat hij kan zien wie het pakket of wat
het dan ook is komt ophalen. Dat was het kritieke moment. Ik kan ook iemand
anders sturen, maar die loopt wel meteen een behoorlijk risico.
Ik had, vind ik zelf, een briljante ingeving. Dat pakket en wat erin zou
zitten interesseert me eigenlijk helemaal niet. Ik wil alleen weten óf ze het
ergens willen achterlaten en óf er inderdaad iets in zit. Er is een plantsoen in
de stad, met een rosarium. Ik vertel ze dat ze daar op een bepaald tijdstip een
weekendtas met het geld moeten achterlaten. Een paar minuten na dat tijdstip bel
ik vanuit een telefooncel in de stad de politie om te zeggen dat ik een
verdachte tas gezien heb. Ik kan zelfs zeggen dat ik een verdachte man een tas
heb zien neerzetten, waarna hij er snel vandoor ging. De politie komt en neemt
na enig onderzoek de tas mee. Van Hans kan ik later wel horen wat er in de tas
zat. Misschien komt de politie daar zelf wel mee. Zit ik alleen nog met de vraag
of ik het Hans van tevoren moet vertellen. Ik denk dat ik het achteraf doe. Ik
bespreek het wel met Stef.
Na mijn bezoek aan de krant, ga ik morgen een wandeling door het rosarium maken
om een goede plek te vinden voor de tas.
Vrijdag 6 april, 15.00 uur
De grootvader van Adrie was niet de eerste eigenaar van 'Landrust'. Hij kocht
het café in 1911 van de toenmalige eigenaar. Het was maar een klein berichtje in
de krant, maar het eerste bemoedigende bewijs dat ik uit de kranten informatie
kon krijgen over het verleden. Nog twee keer wordt het café vermeld. In
1929 rijdt een auto tegen een bezoeker "die zojuist Café Landrust in
kennelijke staat verlaten had."
In 1933 moet de plaatselijke koddebeier optreden bij een vechtpartij die in het
café plaatsvindt. De reden voor de vechtpartij en de partijen daarbij worden
niet genoemd.
Steffie wordt één keer genoemd in een berichtje over "de raadselachtige
verdwijning van mejuffrouw Stefanie van Beek".
In 1924 moest de politie ook al eens handelend optreden. Omdat "Beek, van" niet veel
opleverde keek of er een kaartje met "kruidenier" was. Dat was er, met één
bericht, in de krant van maandag 25 augustus 1924. De vorige dag was op het
pleintje voor de kerk, net na afloop van de dienst nog wel, een woordenwisseling
ontstaan tussen twee mannen. Het bleef niet bij een woordenwisseling, er werden
rake klappen uitgedeeld. De politie was snel ter plekke, want die had de
godsdienstoefening ook bijgewoond, maar zelfs enkele andere mannelijke
kerkgangers waren nodig om de twee kemphanen uit elkaar te halen. Ze werden niet
bij name genoemd, maar dat was ook niet nodig: de plaatselijke kruidenier en de
plaatselijke caféhouder, oftewel de heren Van Beek en Heemstra. Ik had de
neiging om in gejuich uit te barsten. Er was dus wel degelijk een keer iets
voorgevallen tussen beide families. De laatste afstammeling van de kruidenier is
al geruime tijd spoorloos en de tot nu voorlaatste afstammeling van de
caféhouder houdt zelfs zijn mond over zijn ontmoetingen met de huisarts.
Het bericht in de krant zei niets over de oorzaak of reden voor de
woordenwisseling en het daarop volgend handgemeen. Had de godvruchtige - als hij
dat tenminste was - Heemstra zijn broeder in de Heer aangesproken op het
ontuchtige gedrag van zijn dochter of op haar zondags wegblijven uit huis des
Heren? Het leek me niet helemaal onmogelijk.
Intussen kijk ik al weer wat nuchterder tegen de ruzie van beide heren aan. Als
het handgemeen werkelijk tot een familievete had geleid, zou Ans dan regelmatig
bij Adrie komen? Misschien was het zelfs waarschijnlijker dat Adrie en Ans de
vete, als die nog bestond, beëindigd hadden met het oog op een gezamenlijk doel.
Steffie was maar verre familie van Ans. De ruziënde kruidenier was haar
overgrootvader.
Voor de zoveelste keer bedacht ik dat Adrie alles weet over het dorp en wat zich
daar heeft afgespeeld. Dat deed me denken aan die figuur in de achtergrond: de
vrouw van Adrie. Ik ging naar Jan toe met de vraag hoe ik in de microfiches
moest zoeken. Dat lukte me na enige tijd en toen vond ik de krant met de
huwelijksaankondiging: op 22 september 1983 zou Adrie Heemstra in het huwelijk
treden met Alice van Beek. Alice is dan net 20. Die leeftijd is niet zo
belangrijk. Weer moest ik een juichkreet onderdrukken. Ik was er al bijna van
overtuigd dat Alice/Lies een kleindochter of achterkleindochter van Steffie is.
Adrie moet er op een of andere manier zijn achtergekomen, of van zijn vader gehoord
hebben, dat Herman en Steffie een relatie hadden en dat er kinderen waren. Hij
moet er ook achtergekomen zijn dat Herman een som geld voor zijn nakomelingen
had achtergelaten. Had hij uit puur winstbejag Lies opgezocht en haar het hof
gemaakt, zodat een kind dat hij bij haar zou verwekken aanspraak kon maken op
een deel van het geld? In dat beeld past wel dat hij naar buiten toe niet bekend
wil laten worden dat hij ooit Herman nog heeft gesproken, al was hij toen nog
een kind. Hij heeft niet bedacht dat het verzwijgen daarvan juist verdacht is.
Gisteren heb ik met Stef uitvoerig gepraat over mijn plannetje met de weekendtas
met geld. Hij vond het nog steeds wat bezwaarlijk dat ik Hans pas achteraf op de
hoogte zou stellen, maar wist ook wel dat hij me daar niet meer van af kon
brengen. Het plan op zich zit wel goed in elkaar, vond hij. Hij kon ook niets
ontdekken waardoor ik enig risico kon lopen.
"Hoeveel geld wil je ze laten ophoesten?" vroeg Stef.
Dat wist ik niet zo goed. Je gaat iemand niet chanteren voor een paar honderd
gulden. Het zou een bedrag met minstens vijf nullen moeten zijn. Na enig gepraat
kwamen we uit op vijf ton. Ze zouden nog wel gaan afdingen, maar dat vond ik best.
Als ze maar een tas met een flink hoeveelheid geld neerzetten.
Afgelopen woensdag heb ik het rosarium verkend. Er staat daar één stenen bank.
Daarachter staan struiken. Die struiken leken mij een uitstekende plaats voor de
weekendtas. Zo lang zou die er niet staan met kans op ontdekking door een
toevallige passant.
Woensdagavond heb ik Ankie gemaild met de vraag deze zin aan 'bestuurslid' te
mailen: "Zet op zondag 8 april tussen vijf uur en kwart over vijf een weekendtas
met vijfhonderdduizend gulden in gebruikte biljetten van honderd gulden in de
struiken achter de stenen bank in het rosarium." Om Ankie niet ongerust te
maken, heb ik mijn hele plannetje uitgelegd, anders zou ze misschien gaan denken
dat ik die tas zelf zou gaan ophalen.
Donderdag ben ik ook bij de krant geweest, maar ik heb geen bijzondere
ontdekkingen meer gedaan.
Vanochtend heb ik weer eens alles nagelezen. Lezend over de achterneef van wie
we huis gekocht hebben, bedacht ik dat het toch wel vreemd was dat huis en tuin
geen onderdeel uitmaakten van de erfenis die Herman had achtergelaten. Ook in
Hermans tijd moeten die toch wel enige waarde gehad hebben. Zou hij zich
verplicht gevoeld hebben ook iets aan zijn 'officiële' familie na te laten of
had hij toevallig een favoriet neefje die het weer aan zijn zoon heeft
nagelaten? Of is er een andere reden die Adrie wel weet en ik niet? Nog niet,
zeg ik er meteen maar bij. Adrie moest eens weten wat ik al weet of vermoed.
We moeten vanavond maar weer eens een hapje bij Adrie gaan eten en zien hem aan
de praat te krijgen. Er is altijd een kans dat hij iets zegt waarop ik kan
voortborduren. Ik kan Ans ter sprake brengen. "Weet je dat ik me nog wel eens
zit af te vragen hoe het met Ans is afgelopen?" Zoiets. Dat zullen meer mensen
in het dorp zich toch wel eens afvragen? Ze was toch een enthousiaste lezer van
Stefs boeken? Een schrijver verliest niet graag een lezer, al zijn het er nog
zoveel.
Het zal ook een spannend weekend worden, vooral de zondag. 'Ze' hebben nog niet
laten weten dat er geen weekendtas wordt neergezet. Dat zou ik wel gehoord
hebben van Ankie. Aan de andere kant kan ik me niet voorstellen dat ze zo snel
akkoord gaan. Ik ben er een beetje vanuit gegaan dat ze met tegenvoorstellen
zouden komen. "Zo'n groot bedrag kun je niet zomaar laten verdwijnen. Dat kost
voorbereiding. U hoort zo snel mogelijk van ons." Door mijn slimmigheid heb ik
ook voorkomen dat ik weet wie de tas daar neerzet. Je mag er alleen maar op
hopen dat iemand de politie een signalement kan geven van een man die hij met
een weekendtas in de buurt van die stenen bank heeft gezien. Wat doe ik trouwens
als ik vóór zondag helemaal geen bericht krijg, ook geen bevestiging? Ze zullen
toch niet zo stom zijn die tas daar zonder enig commentaar neer te zetten? Daar
had ik eerder aan moeten denken. Als er morgen rond zes uur nog steeds geen
bericht is, ga ik Ankie vragen een mailtje te sturen waarin ik om bevestiging
vraag.
Maandag 9 april, 9.45 uur
Zaterdag kon het weer, voor het eerst dit jaar: buiten in de zon ontbijten. We
hadden het tuinmeubilair nog niet uit de garage gehaald, dus we deden het maar
met keukenstoelen. We waren vrij laat op voor ons doen, iets van half tien, en
het was lekker om de zon weer op onze blote bastjes te voelen.
We waren laat op, omdat we het vrijdag bij Adrie tamelijk laat gemaakt hebben.
We zaten er nog maar net toen Ellen en Hermien binnenkwamen en bij ons kwamen
zitten. Hermien zag er weer flamboyant uit en trok de nodige mannelijke
belangstelling. Ze had uiteraard een lange rok aan, maar wel een die aan beide
zijden een split had die vrij hoog begon. De bloes die ze aan had, had weer een
décolleté dat tot nadere bestudering leidde. Ellen droeg ook haar gebruikelijke
outfit: een spijkerbroek en een truitje.
"Ga je zo ook naar je werk?" vroeg ik Hermien.
"Nee hoor, op mijn werk ben ik de ingetogenheid zelf. De mannen hier kunnen zo
langzamerhand ook wel weten dat ik niet mijn best doe hun te verleiden."
Ellen moest lachen. "Je bent gewoon een exhibitionistische snol. Neem een
voorbeeld aan Annet en mij. Wij laten ook niet voortdurend zien wat we in huis
hebben."
"Nogal wiedes. Die kerels hebben niet allemaal een vergrootglas op zak."
"Je moet op je woorden letten, lange", zei Ellen. "Ik heb intussen eelt op mijn
ziel, maar Annet wordt niet bijna dagelijks met haar neus op de harde feiten
gedrukt."
"Annet wordt bijna dagelijks om haar zachte feitjes bewonderd", zei ik.
Nu moest Hermien lachen. "Touché! Maar die kleine heeft niet zoveel eelt op haar
ziel, hoor. Die zou over hele lichaam eelt moeten hebben, omdat ik mijn handen
niet van haar af kan houden. Zij heeft me al zo vaak verteld dat ik mooie benen
heb en mooie andere dingen waar ik er twee van heb, dat ik het ben gaan geloven
en als genereus type laat ik anderen graag meegenieten. Als jong meisje was ik
helemaal niet gelukkig met dat lange lijf van me. Dat de meeste jongens niet zo
hard achter me aan liepen krenkte natuurlijk mijn gevoel van eigenwaarde, maar
ik had al gauw door dat ik daar verder niet zo erg mee zat. Maar een
vriendinnetje krijgen is ook niet makkelijk, hoor, als je letterlijk met kop en
schouders boven iedereen uitsteekt. Probeer er maar eens een te vinden die het de
moeite waard vindt een langer bed aan te schaffen."
"Ik had meteen door dat ergens in dat lange lijf een mooi innerlijk zat, dat er
naar hunkerde om als een klein meisje behandeld te worden", zei Ellen. "Je ziet
er weer snoezig uit, schatje."
"Ga daar niet te lang mee door, kleine, want dan kom ik bij je op schoot
zitten. Wat ben jij stil, Stef. Zit je met je gedachten bij dat vriendinnetje,
hoe heet ze ook weer?"
"Margreet. Nee hoor, die moet het weer een heel weekend zonder mij doen. Ik zat
naar jullie conversatie te luisteren. Dat doe ik vaak, naar de conversatie van
anderen luisteren. Stukjes daaruit verwerk ik wel eens in een van mijn verhalen.
Jullie tweeën hebben ook jullie eigen manier van met elkaar omgaan. Als je de
toon er niet bij hoort en jullie er niet bij ziet, lijkt het erop alsof jullie
elkaar voortdurend zitten te katten."
"Ik ben net zo gek op kleine tietjes als jij, hoor."
"Dat vermoedde ik al. Ter afwisseling wil ik ook wel eens een paar grotere
bewonderen, hoor. Zal ik de hap bestellen? Glaasje wijn erbij?"
Terwijl Stef naar de bar ging voor de bestelling, vertelde ik dat hij had
afgezien van zijn oorspronkelijke idee, een hoofdpersoon met een permanente
handicap. Die hoofdpersoon is nu een student wiskunde die tijdens het werk aan
zijn afstudeerscriptie een ernstig ongeluk krijgt en zo'n beetje alles breekt
wat er maar te breken valt. Hij zal maanden in een revalidatie-inrichting moeten
doorbrengen. Al gauw blijkt dat er in de inrichting dingen gebeuren die niet in
de haak zijn. Apparatuur werkt niet, laboratoriumuitslagen kloppen niet, de
computer gooit roosters volledig in de war. Twee keer wordt de verkeerde
behandeling van een patiënt maar net voorkomen, doordat een verpleegkundige met
veel ervaring op tijd ingrijpt. Op dat moment kwam Stef terug met de wijn.
"Zie ik iets moois opbloeien", vroeg Ellen aan Stef, "tussen de held en de
verpleegkundige?"
"Ze zou zijn moeder kunnen zijn. Nee, er is een klinisch psychologe, waarmee hij
regelmatig praat. Nee, Hermien, ze is kleiner dan hij, ze is hetero, ze draagt
meestal een spijkerbroek en ze heeft kort donker haar."
"Borstomvang?"
"Ik houd het op een B-cup, maar die heb ik nergens gespecificeerd."
"Ik hoor het al, je blijft dicht bij huis. Je houdt er toch wel rekening mee dat
ze in de problemen komt als ze een relatie aangaat met een patiënt, hè?"
"Van die beperking is ze zich maar al te pijnlijk bewust, maar ze troost zich
met de gedachte dat hij na zijn revalidatie vrijwel de oude zal zijn."
We praatten nog een tijdje door over boeken tot Adrie de maaltijden kwam
brengen. "Leuk dat u er bent, dokter", zei hij. "Het is lang geleden dat de
dokter van het dorp hier op bezoek kwam. Dat was nog in mijn vaders tijd." Hij
zei het tegen Ellen, maar zijn blik dwaalde af richting Hermien en gaf aan dat
er meer redenen waren, twee om precies te zijn, waarom hij het bezoek op prijs
stelde.
"Ik ben hier geen dokter, hoor," zei Ellen, "gewoon mevrouw Van Goijen en Ellen
vind ik ook goed. Mijn vrouw heet Hermien."
"OK. Jullie zullen wel gehoord hebben dat ik Adrie heet. Eet smakelijk."
"Zo, dat weten we nu ook", zei ik toen hij buiten gehoorsafstand was.
"Wat weten we nu?" vroeg Stef.
"Dat Herman ook wel eens hier in de kroeg kwam. Dan zal hij ook wel eens gepraat
hebben met de oude Adrie, beide oude Adries."
Ik vertelde Ellen en Hermien over de laatste ontwikkelingen. Ze hadden mijn mail
natuurlijk gelezen, maar ze hadden geen suggesties. Volgens Ellen had ik die ook
helemaal niet nodig. "Je bent toch prima bezig? Ik denk dat je ons altijd een
paar stappen voor zult zijn."
Ik zei dat die vraag om suggesties ook niet de hoofdzaak was. Ik wilde in de
eerste plaats een aantal goede vrienden laten weten wat de stand van zaken was.
Het schrijven was ook een middel om alles op een goed rijtje te zetten. "Het
staat allemaal wel op een rijtje, maar er staan ook allerlei persoonlijke dingen
tussendoor, die ook op een rijtje moeten, zoals over Ankie bijvoorbeeld."
"Vanuit een andere invalshoek", zei Hermien, "zijn die lieve kleine en ik daar
ook best redelijk geïnteresseerd naar. Je hoeft ons niet alle bedgeheimen te
vertellen, maar je bent wel de eerste heterovrouw die we kennen die buiten de
platgetreden paden is getreden. Je bent niet de enige, hoor."
"Wel een van de weinige, denk ik, die erover vertelt, waar haar man bij zit",
zei Ellen.
"Terwijl ze niet afkeurend kijkt als diezelfde man naar een laag uitgevallen
décolleté zit te staren", voegde Hermien daar prompt aan toe.
"Lieve Hermien," zei Stef, "ik kan het ook niet helpen dat je tegenover me zit
en als jij iets in de etalage legt, moet je niet vreemd opkijken als er in de
etalage gekeken wordt."
"Het is alsof ik jou hoor, kleine, maar laten we het niet over mij hebben." Ze
keek naar mij, afwachtend.
Ik zei dat ik niets bijzonders te vertellen had. "Je komt een heleboel mensen
tegen die je aardig vindt. Een heel enkele keer kom je iemand tegen van wie je
bijna instinctief weet dat je die veel meer dan aardig vindt en dat het
wederzijds is. Dat voel je niet, dat weet je. Ik ben het afgelopen weekend bij
haar geweest. We hebben in hetzelfde bed geslapen en we hebben gevreeën.
Heerlijk. Maar als ik nu per se moest kiezen, óf Stef, óf Ankie, dan hoef ik
geen seconde na te denken en ik zou het ook heel erg vinden."
Ellen en Hermien keken vragend naar Stef.
"Voor mij is het heel simpel: ik houd van Annet en zij houdt van mij. Als ik me
niet heel erg vergis begrijpen jullie heel goed wat ik daarmee bedoel."
Hermien wilde iets zeggen, maar Ellen stak een waarschuwende vinger op. Hermien
pakte haar hand en drukte er een kus op. "Ik was niet van plan iets
grappigs te zeggen, kleine. Ik ben doodserieus. Ik wil nog veel met jullie
praten," zei ze tegen ons, "maar ik hoef geen gesprekken meer met jullie te
voeren, als je begrijpt wat ik bedoel. Ik weet al genoeg. Zullen we er nog één
nemen, kleine? Als er een spoedgeval is, bel je gewoon 112. Oeps, maak ik toch
weer een grap."
We praatten nog lang door. Het werd een latertje, dus.
Maandag 9 april, 13.30 uur
Vandaag schrijf ik in twee etappes en ik wilde met het leukste beginnen. De zaterdag
begon wel leuk met het ontbijt in de zon, maar ik zat toch voortdurend te wachten op
een berichtje van Ankie. Direct na het opstaan had ik mijn e-mail al gecheckt.
Niks dus. Na het samen boodschappen doen keek ik weer. Nog steeds niks.
Stef merkte uiteraard hoe ongedurig ik was. "Ankie moet de deur uit,
lieverd, om te kijken of er e-mail is. Het zit er ook dik in dat haar vriendje
op bezoek is, of zij bij hem. Zou jij in zo'n situatie om het uur de deur
uitgaan, steeds naar een andere plek, om naar je e-mail te kijken?"
"Nee, dat weet ik ook wel. Ik heb zo'n hekel aan dat lijdzaam afwachten. Als ik
maar wat weet. Voor mijn part zeggen ze dat ik het wel kan vergeten. Heb ik
tenminste iets om mee door te gaan. Zou ik Ankie kunnen bellen?"
Stef keek op zijn horloge. "Om kwart voor twaalf zullen ze wel uit bed zijn,
neem ik aan."
Ik dacht niet verder na, maar pakte de telefoon.
"Karel ... uh, toestel van Ankie."
"Oh ... met Annet. Je weet wel. Sorry, stoor ik?"
"Nee hoor. Ze is net klaar met douchen, denk ik. Ik loop wel ... Daar is ze.
Annet voor je."
"Hi. Dat dacht ik al toen ik de telefoon hoorde. Hè, droog me eens verder af.
Dat was tegen Karel. Ik zet mijn pc aan. Ik kijk hier wel even. Je kunt ook al
te voorzichtig zijn. Gaat alles verder goed?"
"Prima. Met jou ook, zo te horen."
"Kan niet beter. Wacht, ik leg je even neer." Ik hoorde haar typen. "Bingo!"
"Wat? Wat zeggen ze?"
"Korter kan het niet, twee letters.
"Zeg het nou. Ik sta hier te trillen."
"OK. Dat staat er, OK, in hoofdletters. Geen punt. Geen uitroepteken. Ze doen
het. Je hebt nog ruim vierentwintig uur om in spanning te zitten. Ik niet veel
minder trouwens. Getver. Moet ik weer iets zoeken wat goed afleidt. Weet je wat?
Komen jullie hier heen. We maken er een dolle avond van in de stad. Kunnen
jullie meteen Karel ontmoeten. Die wil jou ook zien. Toch, Karel? Vind je het
goed dat ze hierheen komen?"
Ik hoorde Karel zeggen dat hij het best vond. Ik overlegde met Stef, die wel
begreep, dat ik thuis toch alleen maar onrustig zou rondhangen. We konden slapen
in Ankies flat. Zij zou bij Karel slapen. "Gaan we zondag brunchen in het
restaurant in het Vondelpark", besloot Ankie. "Pak je spulletjes bij elkaar,
spring in de auto en kom hierheen." Voordat ze neerlegde hoorde ik haar nog
zeggen: "Dat was al droog, hoor."
We voegden onze daad bij het woord van Ankie en zaten een kwartier later op
de snelweg.
"Relax, Netje", zei Stef toen we een tijdje op weg waren. "Accepteer nou gewoon
dat je er een dag lang helemaal niets aan kunt doen. Doe maar net of je een
spannend boek een dagje moet laten liggen. In dat verhaal verandert ook niets,
zolang je niet leest."
We zetten de auto bij de P + R bij het Olympisch Stadion en namen daar de tram
naar Ankie, waar we om een uur of half drie aankwamen. Ankie zag er stralend
uit. De oorzaak daarvan stond naast haar met een arm om haar schouders.
De mannen wachtten geduldig tot we uitgeknuffeld waren. Daarna was het Stefs
beurt om Ankie te zoenen. Karel zag het heel even aan. "Gelijke monniken,
gelijke kappen." Ik kreeg een paar stevige zoenen.
"Toch net wat anders, vind je niet," zei Ankie, "zoenen met een baard. Ik begin
al wat te wennen, maar ik krijg nauwelijks voldoende gelegenheid om te oefenen.
Woensdag gaat hij voor een week naar Londen."
"Is dat nou leuk," vroeg ik Karel, "al dat gezwerf?"
"Door mensen die dat niet doen, wordt dat nogal overschat. Je ziet zo'n hoop van
de wereld. Vergeet het maar. Je ziet grote steden vanuit een taxi. Je zit de
hele dag te vergaderen en bespreken en 's avonds op je hotelkamer zit je de
volgende dag al weer voor te bereiden. Ik klaag niet, hoor, want het werk vind
ik leuk. Omdat ik in Boston ook een paar weekends was, heb ik wel iets van die
stad gezien. Ik heb al met Ankie afgesproken dat we daar een keer een
tussendoorvakantie heen gaan. Je zou kunnen zeggen dat het daar goed op gang
gekomen is."
Ik hoefde niet te vragen wat "het" was. "Klinkt goed."
Karel begreep ook wat ik bedoelde. "Ik vertel nooit zoveel tegen mensen die ik
net ontmoet heb, maar in jullie geval ligt dat wat anders. Ik heb al heel wat
over jullie gehoord. Sorry Stef, iets minder over jou dan over Annet. Ankie en
ik hebben afgesproken dat we het voorlopig houden zoals het nu is. We zien
elkaar in het weekend, door de week mailen we. Als ik huwelijksadviseur was zou
ik stellen aanraden elkaar een tijd niet te zien en intussen elkaar voortdurend
te mailen. Dan kunnen ze eerst goed nadenken over wat ze zeggen. Ik zeg niet dat
je alle relaties daarmee redt, maar dingen worden zo wel gauwer duidelijk,
vermoed ik. Het heeft in ieder geval voor ons veel duidelijk gemaakt."
"En de ... uh ... relatie tussen Ankie en Annet, daar zit je niet mee?" vroeg
Stef.
"In mijn werk heb ik geleerd dat je geen energie moet steken in het veranderen
van dingen die niet te veranderen zijn. Dat is dan nog de negatieve manier om
ernaar te kijken. De positieve benadering is: wat mooi is, moet je mooi laten.
Zo'n badkamerscène wil ik ook wel eens meemaken."
"Kom eens langs, dan gooien we ze samen in het zwembad. Dan is er ook voldoende
ruimte voor ons."
We praatten nog een tijdje door en wandelden daarna op ons gemak naar het
Leidseplein.
Bij de eerste biertjes en wijntjes zei Karel: "Ik heb je samenvatting alleen nog
maar vluchtig kunnen bekijken, Annet, en ik had natuurlijk al het nodige van
Ankie gehoord. Ik wil er eerst goed de tijd voor nemen, voor ik er wat over zeg.
OK?"
"Helemaal OK. Ik wil er morgen om vijf uur pas weer aan denken. Draait er niet
ergens een spannende film?"
In een krant zagen we dat in het Filmmuseum 'Casablanca' draaide. We kenden hem
alle vier, maar die film blijft de moeite waard. Hij begon om negen uur, dus we
konden op ons gemak doordrinken en wat gaan eten.
Na de film gingen we nog wat drinken. Het liep al tegen enen toen we met twee
taxi's naar onze diverse bestemmingen gingen. We zouden elkaar zondag om 11 uur
in het restaurant in het Vondelpark ontmoeten.
Om twee uur zaten we weer op de snelweg. Ik zat mijn hele scenario nog eens te
door te nemen. Van het rosarium naar het Raadhuisplein is
ongeveer tien minuten lopen. Vanuit het restaurant op het plein kon ik dus tegen
half zes de politie bellen. Ik hoefde niet te doen alsof ik zenuwachtig was. Dat
was ik al. Ik had een wat donker type, waarschijnlijk een buitenlander, gezien
die zich verdacht gedroeg. Hij keek voortdurend om zich heen. Hij had even op
die stenen bank gezeten, maar daar ging hij weg zonder de weekendtas die ik hem
had zien dragen. Ik zou mezelf mevrouw Van der Velden noemen en als ze dat
zouden vragen zou ik niet naar het bureau komen. Ik wilde niet herkend worden.
We waren net voor zes uur thuis. Mijn scenario kon zonder haperingen afgewerkt
worden. Ik wilde nog niets drinken. Ik ging door naar de slaapkamer om mijn
sportkleding aan te trekken. Eerst die overmaat aan adrenaline eruit. Ik holde
drie rondjes om het bos. Toen ik het huis weer binnenkwam stond de badkamerdeur
open. Stef zat in bad. Boven veel schuim zag ik alleen zijn hoofd. Ik was al aan
het janken toen ik mijn schoenen, hemdje en broekje uittrok en ik jankte nog een
tijd door terwijl ik tegen Stef aan lag. Het laatste restje spanning moest er
ook nog uit. Daar zorgde Stef voor.
Om tien uur zette ik de regionale tv aan voor het nieuws. Dat begon ermee. Na
een anonieme melding had de politie in het rosarium een pakket aangetroffen.
Technisch onderzoek wees uit dat er geen ontploffingsgevaar was. De politie had
het pakket meegenomen voor nader onderzoek. Meer hoefde ik op dat moment niet te
weten. Ik gaf Stef een zoen en ging naar bed. Ik was bekaf en ben als een blok
in slaap gevallen.
Vanavond zal ik alles aan Hans opbiechten, per telefoon.
Dinsdag 10 april, 9.45 uur
Na het journaal van gisteravond belde ik Hans. Na wat algemeenheden vroeg ik of
hij wist wat er in de weekendtas zat.
"Welke weekendtas?" vroeg hij.
"Die de politie gisteren bij het rosarium heeft opgehaald."
"Hoe weet jij dat het een weekendtas was? Het politiebericht aan de pers ging
over een pakket."
"Ik heb die weekendtas daar neer laten zetten en ik heb de politie gebeld."
"Ik kom nu naar jullie toe." Zonder nog iets te zeggen verbrak hij de
verbinding.
Ik had niet de indruk gekregen dat hij naar ons toekwam om mij te feliciteren
met het succes van mijn actie. Stef liet hem twintig minuten later binnen en
ging koffie inschenken.
Ik zat op de bank. Hans ging tegenover me zitten. "Vertel!" Het klonk niet als
een verzoek, maar als een bevel.
Ik vertelde het hele verhaal. Hij onderbrak me niet. Hij dronk zijn koffie. Hij
reageerde niet meteen.
"Ik zou je moeten opsluiten. Je brengt jezelf in gevaar. Je laat een reeks
agenten en deskundigen uitrukken die denken te maken te hebben met iets dat kan
ontploffen. Je zadelt de politie op met een onderzoek naar iets wat er niet is.
Die denkt, dat dacht ik ook, dat die vijf ton een betaling is voor een levering
in het drugsmilieu. Ja. Je hebt succes gehad. Er zat inderdaad een halve ton in
die tas. Gefeliciteerd. Heb je nog meer verrassingen in petto? Verdomme, Annet,
ik wil hier graag nog een keer komen, niet als politieman, maar gewoon als een
vriend, met Loes. Dat wordt een beetje moeilijk als ik het gevoel heb dat je achter mijn
rug om van alles bekokstooft."
Stef zei niets en dat verwachtte ik ook niet. Hij zei gelukkig ook niet: "Zie je
nou wel?" Hij liet me mijn eigen boontjes doppen en daar had hij gelijk in.
Ik moest ook een tijdje nadenken. "Ik wil ook graag dat je hier nog vaker komt,
met Loes, maar dan moeten Stef en ik hier nog wel wonen, in een onbeschadigd
huis. Wil je littekens van brandwonden zien als je mij of Stef het zwembad
ziet induiken? Wil jij
graag een ongevraagde naaktfoto van Loes toegestuurd krijgen? Ik wilde je niet
bedonderen, Hans. Als ik je vantevoren mijn plan had verteld, had je het mij uit
mijn hoofd gepraat of je had andere manieren gezocht om te voorkomen dat ik het
uitvoerde. Ik weet alleen dat de politie op dit moment geen enkel houvast heeft
voor een onderzoek. Ik weet nu ook en jij weet dat ten minste één van die
bestuursleden en waarschijnlijk alle drie niet zuiver op de graat zijn. Ik kan
de boeken van die stichting niet onderzoeken, maar jij kunt misschien een
aanleiding vinden om dat wel te doen. Dan moeten ze maar eens uitleggen waar die
vijf ton gebleven is en waar ze eerder geld heen gesluisd hebben. Dit is niet
zomaar een riant dak boven ons huis. Stef werkt hier. Daarnaast hebben we veel
plezier hier en andere mensen mogen hier ook plezier hebben. Daar blijf ik voor
knokken, als het kan met jouw hulp en hulp van anderen en als het moet zonder
hulp. En als ik problemen voor jou heb veroorzaakt spijt me dat echt. I rest my
case."
Hans keek al weer een stuk vriendelijker. "Ik heb geen problemen. Ik was vooral
kwaad omdat ik bezorgd was en nog ben. Ik dacht: wat heeft die meid nou weer
uitgehaald? Je hebt niet te maken met een stel kwajongens. Wat jij nu eigenlijk
zou moeten doen is officieel naar de politie stappen en vertellen waarom drie
mannen bereid waren vijf ton in een weekendtas onder een bosje te zetten."
"Ja", zei Stef, "en dan blijken er ineens nog een paar mannen te zijn, die dat
helemaal niet aardig vinden van Annet en die willen haar dat hardhandig
duidelijk maken. We willen als we de deur uitgaan niet voortdurend achter onze
rug kijken of op een stil weggetje klem gereden worden. Ik kan me geen betere
werkplek voorstellen dan deze, maar zonder een ongeschonden Annet is dit mijn
werkplek niet meer."
De lucht was inmiddels weer helemaal opgeklaard. Hans zou kijken of hij een
reden kon bedenken de stichting officieel te bekijken. Ik moest hem beloven dat
ik niets zou ondernemen zonder het hem vooraf te laten weten. Alleen als hij het
als politieman echt niet kon laten gebeuren zou hij me tegenhouden. Voor de rest
zou hij alleen als vriend adviseren of waarschuwen. Dan moest ik maar bekijken
wat ik er mee deed.
Voor hij wegging vroeg Hans nog: "Die Ankie, die de mailtjes verstuurde, wie is
dat? Laatst had je het ook over haar."
Ik gaf hem de korte versie: leuke meid die ik tijdens mijn reisje door Egypte
had ontmoet en met wie ik contact was blijven houden. Hij mag van mij best het
hele verhaal weten, maar op dat moment stond mijn kop er niet helemaal naar. We
namen even hartelijk afscheid al altijd.
"Ben jij ook bezorgd?" vroeg ik Stef.
"Ja."
"Zo ken ik je weer. Een duidelijk antwoord op een duidelijke vraag. Weet je wat?
Ik ga twee glaasjes cognac inschenken en ondertussen denk jij na over het lange
antwoord. Iets over een jonkvrouw in nood en een koene ridder op een wit paard
die haar komt redden."
Ik gaf Stef zijn glaasje, we klonken, nipten en zetten de glaasjes op tafel.
"Voordat Hans je kan tegenhouden, heb ik je al tegengehouden, Netje, tenzij je
buiten mij om dingen zou doen, maar dat doe je niet. Ik weet dat je niet
blindelings te werk gaat. Wie ze ook zijn, ik zie niet hoe ze kunnen weten waar
je mee bezig bent. Ik zie niets specifieks waar we ons bezorgd over moeten
maken, of waarom ik me speciaal om jou bezorgd zou moeten maken. Daarom ben ik
bezorgd, omdat ik niet weet waar en wanneer er iets kan gebeuren. Het kan best
zijn dat de jonkvrouw een keer de ridder op het witte paard uit een hinderlaag
moet redden. Dit huis is een stuk onroerend goed dat ik uiteindelijk wel kan
missen. Het is vervangbaar. Jij niet. Lang genoeg antwoord op een duidelijke
vraag?"
"Weet je dat je me de laatste tijd vaker Netje noemt dan vroeger?"
"Een tijdje terug schreef je dat je intenser bent gaan leven. Je bent de enige
niet. We letten meer op elkaar en op andere mensen. We zijn meer betrokken. Nog
niet zo lang geleden zou ik het in de meeste gevallen storend hebben gevonden
als er andere mensen bij kwamen zitten als wij met z'n tweeën gingen eten.
Vrijdagavond vond ik het heel leuk dat die twee meiden erbij kwamen. Met hun
erbij kan ik dezelfde dingen tegen jou zeggen als wanneer we met ons tweeën
zijn. Vroeger zou ik nooit zomaar tegen een vrouw of meisje met wie ik niet een
soort relatie had, toegegeven hebben dat ik in haar bloesje zat te kijken. Dat
vond ik leuk om te zeggen en zo lesbisch is als ze is, Hermien vond het leuk om
te horen van een man.
We hebben trouwens iets helemaal vergeten, bedenk ik ineens. We hebben Ankie
niet laten weten hoe het afgelopen is."
Ik kon mezelf wel voor m'n kop slaan. Dat had ik zondag al moeten doen, maar
toen moest ik zo nodig vroeg naar bed. En maandag moest ik zo nodig alles
opschrijven. Ik pakte de telefoon.
"Niet zo snel", zei Stef. "Overmorgen gaat Karel voor een week naar Engeland. Ik
kan me niet voorstellen dat ze het afscheid via de mail afdoen."
"Shit! Ik ben ook een beetje te intens met mezelf bezig geweest de laatste
dagen." Ik stond op. "Ik ga nu een mailtje sturen."
Stef trok me weer terug op de bank. "Annet, doe nou eens rustig aan! Ankie heeft
de afgelopen dagen haar hoofd ook bij iemand anders gehad dan jou, anders had ze
jou wel gebeld. Denk je niet?"
Daar had hij natuurlijk gelijk in. "Maar ik blijf het lullig vinden dat ik haar
een hele dag compleet vergeet."
"Zeker. Toen jij in Egypte was vond ik het een hartverwarmende gedachte dat je
daar vierentwintig uur per dag aan me dacht. Terwijl je met Ankie lag te vrijen
dacht je: oh, was Stef maar bij me. Je kon me geen moment vergeten. Geloof jij
het? Ik niet. Ben ik dan hevig teleurgesteld? Helemaal niet. Jouw leven en mijn
leven vallen samen met veel andere levens. Onze levens vallen wat vaker met
elkaar samen dan met andere levens. Ik kan mijn zegeningen gaan tellen, maar ik
wil dat niet eens bijhouden."
Ik pakte onze glaasjes van tafel. "Die drinken we leeg. Dan gaan we naar boven
en laten onze leventjes lekker samenvallen."
Zonet heb ik Ankie op haar werk gebeld. Het was inderdaad zo gegaan als Stef
gedacht had. Ze hadden zondagavond besloten dat ze tot woensdag bij Karel bleef
slapen. Hij had de voorbereidingen voor zijn weekje Engeland wel rond en had de
avonden voor zichzelf. "Gisteravond hebben we als een doordeweeks stelletje
samen op de bank tv zitten kijken. Pas vanmorgen op weg naar mijn werk dacht ik
eraan dat ik niet eens wist hoe het zondag was afgelopen. Ik was van plan om je
vanavond te bellen."
Ik praatte haar bij en zei dat als ze vreselijk eenzaam was in het weekend ze
altijd bij ons kon komen uithuilen. We moesten niet vreemd opkijken als ze dat
nog deed ook.
Vanmiddag ga ik weer naar de krant.
Woensdag 11 april, 9.15 uur
De bestuursleden moeten zitten uitkijken naar een mailtje van 'Herman'. Die had
immers zijn half miljoen gemist. Dat schoot me gisteren op weg naar de krant te
binnen. Gisteravond nog heb ik aan Hans de tekst gemaild, die ik van plan was
aan de bestuursleden te schrijven: "Dat geld heb ik dus gemist. Jullie zullen
het denk ik niet missen. Ik verwacht van jullie een voorstel voor de overdracht
van de herstelbetaling." Ik schreef er, aan Hans, bij dat ik van plan was het
mailtje vrijdag door Ankie te laten versturen.
Ik had nog niet zo goed nagedacht over wat ik verder wilde nazoeken bij de
krant. "Heemstra", "huisarts", "Boerstee", "Beek, van" en "Landrust" had ik
allemaal gehad. Aan "schaken" was niet te beginnen: de krant heeft al jarenlang
een wekelijkse schaakrubriek. Waar moest ik op zoeken als ik iets over ons huis
te weten wilde komen? Ik gokte "Landgoed". Noppes. "Bosperceel" leverde evenmin
iets op, maar het bracht me wel aan het denken. Mij stond vaagjes bij dat ik wel
eens verondersteld had dat iemand iets met dat hele bosperceel wilde doen,
waarbij wij in de weg zaten. Met stukken grond kun je niet zomaar doen wat je te
binnen schiet. Het moet in een bestemmingsplan passen. In het archief van de
krant staat ook een pc, waarmee je het internet op kan. Ik ging Jan netjes
vragen of ik die mocht gebruiken. Hij liep met me mee om een wachtwoord in te
toetsen. Ik had al gauw door dat wij in het zogeheten buitengebied van onze
gemeente wonen. Voor het buitengebied moet de gemeente een bestemmingsplan
hebben, dat minimaal één maal in de tien jaar geactualiseerd moet worden. Dat
bestemmingsplan moet ik bij de gemeente kunnen bekijken, maar moet ik dat zelf
doen, vroeg ik me af. Er is natuurlijk maar een heel kleine kans dat 'zij'
erachter komen dat ik belangstelling heb voor het bestemmingsplan, maar als zij
dat ook zouden hebben, zou dat vervelende consequenties kunnen hebben.
Ik kwam er op dat moment niet uit en had geen zin meer om verder in de oude
kranten te duiken. Ik was van plan naar huis te gaan en liep naar de
parkeergarage onder het Raadhuisplein. Daar veranderde ik van
gedachten. Ik ging mezelf trakteren op een stuk appeltaart met een forse dot
slagroom. Bij het verorberen daarvan dacht ik verder na over het gebied waar we
in wonen. Aan de achterkant van het bos zijn voornamelijk weilanden. Bij helder
weer kun je aan die kant de toren van de oude kerk in de stad zien. Hier en daar
ligt een boerderij. Wat zou een projectontwikkelaar met dat gebied en 'ons' bos
kunnen doen?
Toen we nog in Amsterdam woonden heb ik een keer een halve parkeergarage moeten
doorlopen om de auto te vinden. Ik had er gewoon niet goed op gelet waar ik hem
had neergezet. Dat overkomt me niet meer, maar de auto stond niet waar ik hem
had neergezet. Tegen beter weten liep ik de hele parkeergarage door. Buiten op
het plein belde ik eerst met Stef. Die bleef er vrij rustig bij. "Ga naar het
politiebureau om aangifte te doen. Er moet wel een verhuurbedrijf in de stad
zijn. Je huurt een auto en komt naar huis. Wordt hij niet teruggevonden, dan
betaalt de verzekering. Er lag verder toch niks van waarde in?" Dat lag er niet
in.
Ik deed aangifte op het politiebureau. Daar haalde ik uit het telefoonboek het
adres van een verhuurbedrijf. Tegen vijven schonk Stef een glas wijn voor me in.
We hadden allebei iets van: "We zijn een ding kwijt. We schaffen een nieuw ding
aan." Dat veranderde toen we tijdens het eten gebeld werden, door de politie. De
auto was al gevonden: bij een stil dijkweggetje buiten de stad, aan de andere
kant, onderaan het dijkje, met de voorkant in de sloot. Geen chauffeur te
bekennen.
Stef en ik keken elkaar aan. "Denk jij wat ik denk?" vroeg Stef.
"Als jij ook denkt dat ze me de auto hebben zien wegzetten en me bij de krant of
het restaurant binnen zagen gaan en vermoedden dat ik daar wel lang genoeg zou
blijven om hun slag te slaan."
"Dat denk ik, ja. En nog wat meer. Je bent gevolgd. Dit is een waarschuwing, als
het al geen dreigement is. Je kan ook zeggen dat het lenteoffensief begonnen is
dat ze aangekondigd hebben. Wil je nog steeds in je eentje doorknokken? Dat is
nu de grote vraag."
Ik ging de tafel afruimen, de vaatwasmachine vullen en koffie zetten. Ik schonk
alleen voor Stef koffie in. "Ik ga even om het bos wandelen."
"Is dat wel verstandig nu?"
"Zet je mobieltje aan." Ik deed wat Loes altijd doet als ze Hans wil spreken
tijdens zijn werk: ik maakte een sms-je van één letter. "Kijk," zei ik tegen
Stef, "ik houd mijn vinger op het knopje. Als ik maar iets verdachts merk, druk
ik. Jij zet het alarmsysteem aan en komt me redden. Maar er gebeurt niets. Ze
willen juist dat we nadenken en ons zorgen gaan zitten maken. Waarschijnlijk
weten ze nog niet eens dat wij weten dat de auto al gevonden is en welke
conclusies we daaruit trekken. Ik moet even goed nadenken."
Met de nodige tegenzin liet Stef me gaan. Ik was echt niet bang tijdens mijn
wandeling. Zonder enige onderbreking wandelde ik vier keer om het bos. Eén
besluit stond al gauw vast. Van nu af aan ga ik, als ik alleen ben, op de fiets,
langs binnenweggetjes naar de stad. Geen mens kan me dan volgen zonder dat ik
het in de gaten heb. Ik zou Hans een mailtje sturen met het verhaal over de auto
en wat we daarvan vonden. Ik zou hem ook zeggen dat ik nog niet zover was om de
politie officieel in te lichten. Als hij dat wel vindt, moet hij het maar laten
weten. 'Zij' konden niet weten dat ik me meer kwaad maakte dan bezorgd. Ik laat
ons hier niet wegjagen! Ik wil kinderen in de tuin zien spelen, onze kinderen.
Ik wil kleinkinderen leren zwemmen in ons eigen zwembad. Ik nam nog een besluit:
ik wil kinderen. Het is al weer een tijdje geleden dat Stef en ik het daarover
gehad hebben. Ik begon erover toen ik naast Stef op de bank zat en hij de tv had
uitgezet. Ik vroeg hoe lang hij nog wilde wachten met pogingen een nieuw
schrijvertje op de wereld te zetten.
"In ieder geval nog tot hier alles weer helemaal rustig is."
"En hoe lang daarna nog?"
"Tot jij zegt dat je ook wel eens een eigen kind wil opvoeden in plaats van die
van anderen."
"Kun jij schrijven met een blèrend kind in huis?"
"Vast niet. Poepluiers verwisselen zal de concentratie ook niet bevorderen. Ik
zal m'n hele ritme moeten omgooien: kind stil, Stef schrijft, 's morgens vroeg
of 's avonds laat. In de week of in het weekend. We zien wel. Als het mooi weer
is ga jij met de kleine in de tuin zitten of tien rondjes om het bos maken."
"Zo makkelijk, denk je?"
"Nee, moeilijk. Of we besluiten nu dat de enige Van Aarden waar de wereld op zit
te wachten een product is van bedrukt papier en niet een coproductie van vlees
en bloed van Van Aarden en Draaisma."
"Ik ga voor de coproductie. Als alles meezit slik ik deze zomer de laatste pil."
Stef vond het moment gedenkwaardig genoeg om er een glaasje cognac op te
drinken. Nadat we getoost hadden, zei hij: "Eén ding nog, Netje, we gaan niet
plannen. Ik ga niet op een kalender kijken of het handig uitkomt om met je te
vrijen."
"Dat hoeft niet, lieverd. Er is toch niks tegen om het elke dag te doen?"
Donderdag 12 april, 6.45 uur
Vanochtend was ik vroeg wakker. Hebben we gisteren toch niet wat al te snel een
niet helemaal onbelangrijk besluit genomen? Stef had geen moment geaarzeld. Ik
mag het zeggen. Ben ik er klaar voor? Nu zit ik met een kop thee voor mijn
laptop. Ben ik er ooit klaar voor? Vroeger werd daar nauwelijks over nagedacht.
Je trouwde en er kwamen kindertjes. Er werd al helemaal niet nagedacht over de
vraag of je wel het geschikte type was om kinderen op te voeden. Ik heb
tenminste nog een diploma en enige ervaring met kinderen. Ik weet dat ze heel
lief, maar ook grote ettertjes kunnen zijn. Sommige kunnen dat heel goed
afwisselen. Ik weet uit ervaring dat kinderen me aardig vinden en vertrouwen.
Dat zal een eigen kind dus zeker doen, tenzij het DNA door elkaar gegooid is.
Ik ben er intussen vrij zeker van dat ik na mijn onbetaald verlof niet weer voor
de klas ga staan. Ik wil gaan schrijven, geen thriller, een gewone roman. Het
thema zal klassiek zijn: een driehoeksverhouding. Er zal een autobiografisch
element in komen: getrouwde vrouw wordt verliefd op een vrouw. Ze heeft alleen
de pech dat haar man van het oude stempel is: ze is van hem en niemand anders.
Verder ben ik nog niet. Ik weet ook niet wat het betekent verliefd te zijn op
een vrouw. Ik ben niet verliefd geweest op Ankie. Ze was er gewoon ineens. Nu is
ze een extra maatje, met wie ik af en toe meer doe dan praten. Ik zou eens aan
Ellen en Hermien kunnen vragen wat het betekent om verliefd te zijn op een
vrouw. Zij weten er alles van. Waar letten zij op?
9. 30 uur
Ik hoorde Stef opstaan. De deur van mijn kamer stond half open. Hij zag me dus
aan mijn bureau zitten toen hij naar de keuken wilde gaan. Ik zei dat hij mocht
binnenkomen en mocht lezen wat ik geschreven had. "Wil je nog doorschrijven?"
Dat hoefde ik niet zo nodig, dus we gingen samen ontbijten.
"Een kind, geen juf meer en een roman", zei Stef. "Je kan voorlopig alles nog
terugdraaien, hoor. Ik zal je niet aan je woord houden."
"Als gezond meisje moet dat kind me wel lukken. Van die roman ben ik lang niet
zo zeker."
"Gewoon beginnen met schrijven. Heb ik ook gedaan. Daardoor kan dat kind
ongestoord in het gras spelen en al vroeg leren zwemmen. Heb je al stiekem namen
bedacht?"
"Voor een meisje."
"Dat zal tante Ankie vast wel leuk vinden."
"Misschien komt ze wel in het weekend. Ze zit in haar eentje en daar houdt ze
niet van."
"Van mij mag ze komen."
Na het ontbijt mailde ik eerst de tekst voor het mailtje aan de bestuursleden
naar Ankie. Ik zette erbij dat ze het niet vóór vrijdag vijf uur 's middags
moest versturen. Tot die tijd had Hans voldoende gelegenheid gehad mij ervan te
laten afzien als hij dat nodig vond.
Ik heb weer dat vervelende gevoel dat ik een tijdje niets anders kan doen
behalve afwachten. Ik kan me daar het beste gewoon bij neerleggen. 'Ze' zijn het
lenteoffensief begonnen. Het zal vast geen weken duren voor er weer iets
gebeurt. Ik zie niet waar ik nog meer informatie vandaan kan halen. Ik moet het
allemaal weer eens laten bezinken. Kan ik ook weer eens een boek lezen. Dat
schiet er nogal bij in de laatste tijd.
Maandag 16 april, 9.00 uur
Het weekend begon in majeur en eindigde in mineur.
Vrijdagochtend belde Ankie al vroeg, voordat ze aan het werk ging. Ze kon wel en
uurtje eerder vrij nemen en zou met de auto komen, als wij het goedvonden dat ze
al op vrijdag kwam. Ik zei dat ze wat mij betreft meteen mocht komen, ik liep
toch een beetje met m'n ziel onder m'n arm. Dat kon niet, want ze moest iets per
se afmaken. Bovendien moest ze dat mailtje versturen en dat wilde ze in
Amsterdam doen. Volgens het weerbericht zou het mooi weer worden en ze zag ons
al lekker in de zon liggen bakken. Ze wil dit jaar ook streeploos bruin worden.
Ik ging 's ochtends de boodschappen voor het weekend doen. Hadden we dat vast
gehad. Op impuls stopte ik bij Adrie voor een cappuccino en een tosti. Ik was de
enige gast op dat moment.
"Wat een rust", zei ik maar.
"Je bent ook behoorlijk vroeg op stap. Ga je ergens heen?"
"Ik kom al weer terug. Ik heb net de boodschappen gedaan. Een vriendin uit
Amsterdam komt dit weekend op bezoek."
"Leuk. Wat denk jij, zou die weekendtas in het rosarium afgelopen zondag gewoon
een uit de hand gelopen grap geweest zijn? Er is daarna niks meer over gezegd,
tenminste niet op tv of in de krant."
Het duurde even voor ik me goed realiseerde wat hij gezegd had en daardoor
slaagde ik er ook in gewoon door te blijven praten. "Was het een weekendtas? Ik
dacht dat ze het over een pakje hadden. Nee, een pakket."
Adrie vertrok geen spier. "Oh. Ja, natuurlijk, een pakket. Hoe kom ik nou op een
weekendtas? Oh, ik weet het al. Adrie kwam gisteren van de training en heeft
zijn tas hier achter de bar gezet. Kijk, hij staat hier nog. Die jongen laat
alles achter zijn rug liggen." Hij bukte zich en liet inderdaad een weekendtas
zien.
Mooi gevonden, Adrie, dacht ik, maar daar trapt Annet niet in. Terwijl ik mijn
tosti at kon ik mijn mond houden en nadenken. "Onze auto is gejat uit de
parkeergarage bij het gemeentehuis. Hij is later in een sloot teruggevonden,
maar er was niemand in de buurt. Dat was afgelopen dinsdag. Misdaad loont niet
altijd, dat zie je maar weer."
Hier moest Adrie over nadenken. "Heeft de politie enig idee?"
"Ze hebben gekeken naar vingerafdrukken, geloof ik, maar intussen staat hij bij
een garage om schoongemaakt en verder nagekeken te worden. Maandag kan ik hem
ophalen. Na vieren." Ik had helemaal geen tijd afgesproken met de garage. Ik
gooide gewoon een visje uit. Nu maar afwachten of ze in dat visje zouden bijten.
Adrie zou wel doorgeven waar dat vrouwtje maandag om vier uur zou zijn. Dat
vrouwtje zou er wel met haar man zijn, maar dat hoefde Adrie niet te weten.
"Adrie!" hoorde ik van ergens achter de bar roepen.
"Ik heb hier klanten", riep hij terug. "Er staat hier nog een tas met
sportkleren die gewassen moeten worden."
Lies kwam tevoorschijn. Ze volstond met een knikje in mijn richting. Ze zou er
volgens mij heel aantrekkelijk uit kunnen zien als ze daar een klein beetje
moeite voor deed. Met die volle bos haar moest heel wat meer te doen zijn dan
een lullig permanentje. Ook die stomme schort kon niet verbergen dat ze een
boezem had die mannen graag nader zouden bekijken. Ze zou vooral die norse trek
van haar gezicht moeten halen.
"Wat moest je?" vroeg Adrie nadat ze de tas had gepakt. "Komt straks wel." Toen
ze zich omgedraaid had, zag ik dat ze een vrij kort, strak zittend rokje droeg
en niet ten onrechte: zulke fraaie benen zie je ook niet elke dag.
Ik betaalde mijn consumptie en wenste Adrie een prettig weekend, waarop hij
"Insgelijks" zei.
Bij de lunch vertelde ik Stef nog niet dat ik bij Adrie was geweest. 's Avonds
kon ik het tegelijk aan Ankie vertellen. Ze was er eerder dan ik gedacht had,
kwart over zes. Ze bekende dat ze hier en daar wel iets te hard gereden had.
"Was je zo alleen?" vroeg Stef.
"Daar mag je geen grapjes over maken", zei Ankie op bestraffende toon. "Ik ben
iets moois aan het opbouwen, ja? En Karel bouwt lekker mee. Afgelopen maandag en
dinsdag heeft hij zelfs overwerk gedaan qua relatieopbouw."
"En nu even zonder gekheid", zei ik. "Hoe ziet de toekomst eruit?"
"Dinsdagavond vroeg hij hoe ik dacht over min of meer officiële etentjes met
zakelijke doeleinden, waar van die belangrijke mannen graag hun nieuwste
vrouwelijke aanwinst showen. Ik zei dus dat zulke etentjes me een ramp leken,
maar dat ik los daarvan best af en toe in een mooi jurkje mee wilde gaan, mits
ik niet als de zoveelste aanwinst gepresenteerd zou worden en niet alleen met
die vrouwen over botox en liposuctie hoefde te praten. Weet je wat die lieverd
zei? Hij haat die etentjes. Met mij erbij kunnen ze nog een béétje leuk worden."
"Tuurlijk", zei ik, "je trekt iets onthullends aan en gaat naast die andere vent
zitten."
"Naast die andere vent?"
"Ja, dan zit je tegenover Karel, die van al dat onthullends kan genieten,
terwijl die andere vent naar zijn laatste botox- en siliconeninvesteringen zit
te kijken."
Bij de koffie vertelde ik over mijn bezoekje aan Adrie. Dat hij contacten heeft
met het bestuur van de stichting was voor Stef en Ankie ook zonneklaar. Ik zei
dat ik Lies zo raadselachtig vond. Aan de voorkant een huissloof, aan de
achterkant bijna sexy. "Ik maak me graag mooi voor Stef," zei ik, "maar niet
alleen voor Stef. Als ik in me eentje was, deed ik precies hetzelfde. Die vrouw
kan er hartstikke leuk uitzien, maar ze laat alleen haar benen zien en zelfs
daar zag ik Adrie niet verlekkerd naar kijken."
"Als jouw hypothese klopt"," zei Stef, "heeft ze haar plicht pakweg zestien,
zeventien jaar geleden gedaan. Zij denkt, of weet dat ze geen kant op kan en
verdomt het om zich ook nog eens mooi te maken voor hem."
"En dat korte rokje dan?"
"Adrie valt niet voor mooie benen?" opperde Ankie. "Of hij heeft een heel andere
opvatting over mooie benen en draagt ze juist daarom een kort rokje. Relaties
kunnen heel ingewikkeld in elkaar zitten."
"Ik vraag me af of er nog sprake is van een relatie tussen die twee. Ik zou haar
een keer alleen moeten spreken. Ze zal toch wel eens de deur uitgaan?
Boodschappen doen of zo? Adrie staat de hele dag in de kroeg. Ik ga eens op
andere tijden naar de supermarkt. Misschien kom ik haar tegen."
"En loop je regelrecht in de val", zei Ankie. "Ik heb ook wel eens last van
hypotheses."
In de hypothese van Ankie spelen Adrie en Lies een geraffineerd spel. Zij is het
onbeduidende vrouwtje ver op de achtergrond. In de werkelijkheid heeft zij de
veel oudere Adrie verleid om zo een plek in het dorp te krijgen. Zij en jonge
Adrie zijn de laatste nakomelingen van Herman. Ze heeft maar één doel: het
complete vermogen van de stichting in haar bezit krijgen en met jonge Adrie naar
een zonnig land vertrekken. De oude Adrie is nog steeds in haar ban, maar hij
heeft geleerd te doen alsof hij haar niet ziet. Intussen doet hij alles wat ze
wil. Dat korte rokje had ik eigenlijk niet mogen zien.
IK vond het wat ver gezocht, maar niet helemaal uitgesloten. We verzonnen nog
wat hypotheses bij elkaar met een zeer grote mate van onwaarschijnlijkheid, tot
Ankie vroeg of ze op mijn laptop even mocht kijken wat Karel gemaild had. Dat
kon ik moeilijk weigeren. Ze kwam een kwartiertje later zeer opgewekt weer naar
beneden. "Willen jullie de zeer beknopte versie weten? Karel mist me."
"Heb je al terug gemaild?" vroeg Stef.
"Nee. Hij mailt 's avonds. Ik mail 's morgens. Kan ik in de keuken ook
e-mailen?
Dan kan ik er een kop thee bij drinken."
Stef verzekerde haar dat ze al haar gevoelens ook in de keuken kwijt kon. "Denk
je dat je rond een uur of tien alles juist verwoord heb? We willen ook wel
wachten tot je bij ons op de deur klopt. We bedenken wel iets om ons te
amuseren."
Ankie ging in ieder geval naar bed om niet al te laat wakker te worden. Stef en
ik gingen niet veel later.
Ankie kon niet voorkomen dat ik de volgende ochtend de deur hoorde opengaan.
Kwart over zes! Ik draaide me om en werd tegen half negen weer wakker. Ik kon me
niet voorstellen dat ze nog steeds aan het schrijven was en ging naar beneden.
De laptop lag gesloten op de keukentafel. Ankie was er niet. Ze was ook niet in
de woonkamer of zitkamer en ik had al gezien dat ze niet op bed lag. Ik ging
naar buiten. Het was heerlijk weer. Ankie lag op haar buik in het gras met haar
hoofd op haar rechterarm. Ze sliep. Ik ging bij haar zitten en streelde heel
voorzichtig haar rug en schouders. Na een kwartiertje verscheen Stef in de
keukendeur. Hij maakte gebaren van "Wil je thee?" Ik stak mijn duim op. Hij kwam
met twee koppen thee bij ons zitten. Na een half uurtje draaide Ankie zich op
haar rug,
rekte zich behaaglijk uit en deed haar ogen open. "Hi! Zitten jullie hier al
lang? Hoe laat is het?"
"Lekker liggen dromen?" vroeg ik.
"Dat wil je niet weten. Nou ja, dat wil je natuurlijk wel weten, maar dat vertel
ik niet."
Stef bood aan een 'petit dejeuner a l'herbe' te verzorgen, wat we een goed idee
vonden. Het werd een ongecompliceerd plezierige dag.
De zondag was grotendeels een herhaling. Ik hoorde Ankie niet opstaan. Even na
achten trof ik haar op het terras aan met koffie, een gesloten laptop en een
opgewekt gezicht. Stef kreeg zijn ontbijt op een presenteerblaadje aangeboden.
We lagen weer veel in de zon na elkaar goed ingesmeerd te hebben met
zonnebrandcrème.
Om een uur of vier ging de telefoon. Stef ging naar binnen. Hij keek niet
vrolijk toen hij bij ons kwam zitten. "Dat was Loes. Hans ligt in het
ziekenhuis. Er is op hem geschoten. Niet tijdens zijn werk. Ze waren gewoon met
z'n tweeën aan het fietsen. Vanuit een achterop komende auto is er geschoten.
Het was gewoon een aanslag. Hans is behoorlijk gewond, maar buiten levensgevaar.
De artsen verwachten niet dat er blijvende gevolgen zijn."
Ik kon me zelf wel voor m'n kop slaan, omdat het eerste wat ik dacht was: nou
moet ik het voorlopig alleen opknappen. Alsof dat het belangrijkste was. Na een
tijdje kwamen we er natuurlijk toch op wat het voor ons zou betekenen en of het
iets met onze zaak te maken kon hebben. We wisten niet óf Hans daar iets aan
deed, buiten alles en iedereen om, en wát hij er dan aan deed.
Bij het afscheid nemen zei Ankie: "Doen jullie alsjeblieft heel voorzichtig? Ik
wil jullie, niet missen, geen van beiden. En ik wil ook geen littekens zien, als
ik hier weer in de zon kom liggen."
We beloofden het plechtig. De rest van de avond zaten we zonder veel te zeggen
sombertjes bij elkaar.
Dinsdag 17 april, 14.00 uur
Kort na één uur keek ik of ik e-mail had. Er was net een mailtje binnengekomen
van Ellen. Ze stuurde een mailtje door van
pat@hotmail.com: "Als huisarts bent u natuurlijk verplicht Stef en Annet te
helpen. U bent niet verplicht ook persoonlijk met ze om te gaan. Dat kunt u
beter niet doen." Ellen schreef erbij:
Dag Annet,
Dat mailtje is afkomstig van jullie 'vrienden' neem ik aan. Met die lange heb ik
het er nog niet over gehad, maar die zal zich er ook niets van willen
aantrekken. We hebben eerder geleerd dat we zelf wel uitmaken met wie we omgaan
en met wie niet. Iedereen hier kent mijn e-mailadres. Dat staat op mijn
recepten. Mensen kunnen per e-mail afspraken maken en om herhalingsrecepten
vragen. Misschien vroeg je je dat af. Misschien weten zij dat we wel eens op bij
jullie op bezoek geweest zijn, maar ze hebben ons in ieder geval samen gezien in
de kroeg. Het zal die Adrie niet ontgaan zijn dat we nogal vriendschappelijk met
elkaar omgaan. Dus, lieve Annet, niet gaan zeggen dat het misschien beter is
elkaar voorlopig maar wat te mijden. Die lange is in staat je dan juist te gaan
stalken. Houd je haaks!
Liefs,
Ellen.
Ik stuurde meteen een mailtje aan Ellen terug.
Lieve Ellen,
Laat Hermien me maar stalken. Heb ik meteen een bodyguard. Ik wil jullie niet mijden
(Stef ook niet!) en dat ga ik ook niet doen. Ik laat me evenmin de wet voorschrijven.
Ik ben niet bang dat ze het op jullie voorzien hebben. Ze willen ons pesten.
Lief dat jullie zo reageren.
Groetjes voor Hermien,
Annet.
Ik zie niet direct dat Ellen en Hermien ook in de gevarenzone komen. Het is
eerder, denk ik, een poging van 'hun' ons sociaal te isoleren. Het begint er wel
op te lijken dat 'zij' en het bestuur dezelfde personen zijn. De enige van wie
ik zeker weet dat hij er altijd is als we bij Adrie zijn, is Adrie zelf, maar er
zullen toch wel een paar stamgasten zijn die er ook zo'n beetje elke vrijdag- en
zaterdagavond zijn. Wij zitten nooit bij een bepaald groepje, maar de ene keer
aan de bar, de andere keer aan de stamtafel, maar ook wel gewoon met ons tweeën
aan een tafeltje. We kennen gezichten en voornamen, maar ik heb er nooit op
gelet wie er wel of niet waren. Je kunt ook zeggen dat we nog steeds niet echt
deel uitmaken van de dorpsgemeenschap. We doen ook niet mee aan de
roddelcultuur, al is die redelijk onschuldig. We hebben geen buren met wie we
buiten de kroeg praten. We zijn geaccepteerd, maar ook nog steeds
buitenstaanders. Dat zijn Ellen en Hermien ook. Is er iets wat het hele dorp geheim wil houden voor
buitenstaanders?
Het is helemaal niet zeker dat het schieten op Hans iets met ons te maken heeft. Dat
weet ik. Ik weet in ieder geval zeker dat er door de politie voorlopig helemaal
niets aan ons gedaan wordt. Ik ben er ook zeker van dat 'zij' gewoon zullen
doorgaan, ook als de aanslag op Hans er niets mee te maken heeft.
Niet ik, maar Stef heeft gisteren onze auto opgehaald. Ik heb zonder protest
toegegeven dat hij dat beter kon doen. Ik was blij dat hij zonder kleerscheuren
thuiskwam. Je kunt ook een auto met de chauffeur achter het stuur een ongeluk
laten krijgen.
Een fietser een ongeluk laten krijgen is nog wat makkelijker. 'Ze' hebben ons
wel duidelijk gemaakt, bewust of niet, dat we goed moeten nadenken voor we onze
beveiligde thuisbasis verlaten. Hoe veilig zijn we bij Adrie? Hij weet precies
wanneer we weggaan en dat we er ongeveer een kwartier over doen om naar huis te
lopen. We kunnen stoppen met onze bezoeken aan Adrie, maar dat zou erop wijzen
dat we dat niet meer verantwoord vinden. Ik moet juist meer met Adrie praten.
Hij heeft, zonder het te beseffen, al een paar keer zijn mond voorbij gepraat.
Ik moet hem wat meer uitlokken. Hij is er intussen aan gewend dat ik ook wel
eens overdag kom, zonder Stef. Net als de meeste mannen zal hij er, bijna
automatisch, vanuit gaan dat toch vooral Stef zich bezighoudt met onze problemen
en wat daartegen te doen. Het mooie weer komt er weer aan, tijd voor wat
luchtiger kleding. Als hij van korte rokjes houdt, kan ik hem ook nog wel
een interessant exemplaar laten zien. Mijn benen steken niet negatief af bij die van Lies, vind ik.
Wat typisch vrouwelijke attributen betreft loop ik wat bij haar achter, maar een
wat diep uitgesneden topje zal Adrie toch wel interessant vinden. Bij een
cappuccino en tosti kan ik dan eens laten vallen dat Stef vreselijk druk aan het
schrijven is en niet zo veel aandacht voor mij heeft. Ik laat het echt niet tot
een afspraakje komen, maar Adrie zal toch, hoop ik tenminste, iets minder op zijn
hoede zijn. Ik moet me doodschamen dat ik erover peins mijn vrouwelijke charmes
in de strijd te gooien, maar in een oorlog is alles geoorloofd. Ik moet ook nog
afwachten wat Stef ervan vindt. Andere mannen mogen naar me kijken, maar niet
loeren. Dan zal hij wel vinden dat ik het niet moet uitlokken.
Adrie kan contact hebben met het bestuur via telefoon en e-mail, maar zo af en
toe zal er toch wat uitgebreider gepraat moeten worden. Op zondag en maandag is
Adrie gesloten. Hij opent de tent 's morgens om elf uur. Zondag lijkt me de
meest waarschijnlijke dag voor contact. Wat zij doen kan ik ook: me ergens
verdekt opstellen en afwachten of Adrie op zondag richting stad vertrekt. Er
is maar één logische weg die van het dorp naar de stad gaat. Daarlangs zijn
genoeg plekken waar ik me kan verschuilen. Dat is dan stap één. Stap twee is
uitvinden waar hij heen gaat en dat is heel wat moeilijker. Daar moet ik nog
eens goed over nadenken.
Lies moet ik ook niet uit het oog verliezen. Wat doet zij behalve het huishouden? Waar zit zij
's avonds? Wat Ankie over haar mogelijke rol in het geheel gezegd heeft, was helemaal zo gek
niet. Is zij misschien degene die de persoonlijke contacten met het bestuur onderhoudt terwijl
Adrie de biertjes tapt? Iemand van de klanten moet toch wel eens gevraagd hebben waarom zij
niet meehelpt in de zaak. Dat is toch niet zo'n vreemde vraag? Die zou ik ook wel eens
kunnen stellen, gewoon in een spijkerbroek en een degelijk truitje of bloesje. "Je doet alles hier
in je eentje, Adrie. Waarom laat je Lies niet assisteren als het druk is?" Dat lijkt me een
doodnormale, menselijke vraag, waar je niets achter hoeft te zoeken.
Daar was dat stemmetje weer: vergeet Ans niet! Waarom wordt er zo weinig over haar verdwijning
gepraat, tenminste niet waar wij bij zijn? De avond na haar verdwijning leek iedereen echt begaan,
dat kan niet gespeeld zijn. Maar al vrij gauw daarna wordt het stil. Wat weet iedereen behalve
wij? Maar zoiets gebeurt toch niet meer tegenwoordig, behalve in verhalen zoals die van Stef of
in griezelfilms?
Ik weet nog te weinig van het dorp en zijn geschiedenis. Nu werken de meeste inwoners buiten het
dorp, de meeste in de stad. Een deel werkt hier nog, in de agrarische sector, zoals dat heet.
Toeristenindustrie hebben ze hier niet, zelfs geen simpele boerencamping in de directe omgeving.
Fiets- en wandelroutes laten het dorp links liggen.
Morgen ga ik naar de VVV in de stad, foldertjes halen. Daar wordt vaak de omgeving in opgehemeld.
Daarna ga ik een tosti halen bij Adrie.
Woensdag 18 april, 15.15 uur
Ik had het eerder kunnen bedenken: als ik niet met de auto naar de stad ga en toch liever
niet op de fiets, kan ik gewoon de bus nemen die ieder half uur gaat. Dan ben ik ook niet
in mijn eentje, afgezien van het stukje lopen tussen huis en bushalte. Dat durfde ik wel aan
met een vinger klaar om op het knopje van mijn mobieltje te drukken. Vanuit de bus stuurde ik
Stef een sms-je om te vertellen dat ik veilig zat. Voor het eerst vond ik het toch wel een
geruststellend idee dat er een camera in de bus zat. Ik was na de ochtendspits van huis gegaan
dus er zaten nog maar twee andere passagiers in de bus. Onderweg stapten er nog twee in.
Bij de VVV had ik al gauw door dat ik met foldertjes niets opschoot. Die gaan allemaal over het
heden. De dame achter de balie meende zich te herinneren dat ze wel eens een boekje over
streekhistorie gezien had. Ik kon het eens in de boekhandel proberen. Dat had ik ook kunnen bedenken.
Op het Raadhuisplein is een behoorlijk goede boekhandel, waar wij van tijd tot tijd onze voorraad komen aanvullen.
De eerste keer dat we daar kwamen hadden ze Stef natuurlijk herkend. Nadat we verteld hadden dat we niet
toevallig in de stad waren, maar in de buurt waren komen wonen, waren ze meteen helemaal enthousiast.
Ze organiseren wel eens een avond waarop een bekend schrijver wordt uitgenodigd over zijn werk en over
zichzelf te vertellen en uiteraard kon hij dan meteen wat signeren. Stef heeft ze vriendelijk en beleefd
uitgelegd dat zulke avonden helemaal niets voor hem zijn. "Ik ben een gewone burger als iedereen.
Ik verdien mijn brood met het schrijven van verhalen die ik zelf bedenk. Dat lukt aardig en meer zou ik niet
over mezelf kunnen vertellen. Ik kan foto's van onze fietsvakanties laten zien, maar dat gaat ook gauw vervelen,
vrees ik." Ze vonden het jammer, maar legden zich erbij neer.
Bob, de eigenaar, was zelf in de zaak en kwam op me af. "Je kijkt wat rond, neem ik aan?"
"Dat ga ik ook doen, maar deze keer heb ik een vraag." Ik vertelde wat ik zocht.
"Dijkstra", zei hij meteen. "Jeroen Dijkstra." Hij liep naar een kast en haalde daar een paperback
uit, 'De Zuigende Stad'. Hij zei dat het een jaar of tien geleden verschenen was. De titel betekende,
verklaarde hij, dat in de loop der jaren de stad allerlei min of meer industriële activiteiten die nog in
de dorpen in de omgeving werden uitgevoerd, naar zich toe gezogen had. Het was destijds goed verkocht en er
werd nog wel eens naar gevraagd. Ik keek waar het uitgegeven was. Het was geen bekende uitgever, maar een bank
in de stad. Ik vroeg Bob waarom een bank een boek uitgaf. "Die hadden een zoveeljarig bestaan te vieren en ze
vonden het wel chic ter gelegenheid daarvan een boek uit te geven. Klanten van de bank konden het met korting
krijgen. De bank betaalde ons die korting. Iedereen blij. Begin je geïnteresseerd te raken in deze streek?"
Ik vertelde hem over mijn schrijversplannen. Hij was meteen enthousiast. "Ben je net zo schuw als Stef, of
wil jij het eerste exemplaar in deze winkel presenteren? Nog een schrijvende streekgenoot. Leuk!"
Ik moet dat hele boek nog geschreven zien worden, dus ik beloofde het maar. Ik dacht dat ik ook met enige
zekerheid kon zeggen dat tegen Sinterklaas Stefs vierde boek in de winkel zou liggen. Ik had hem al eens
uitgelegd wie alle dames waren aan wie Stef zijn boeken opdroeg en zei dat het volgende boek "Voor Margreet" was.
Ik zocht nog twee boeken uit. Ik wilde naar het restaurant lopen, maar ik bedacht dat ik niet te laat bij
Adrie wilde zijn om daar nog een tosti te eten. Daar kwam ik rond half één aan. Er waren een paar andere
gasten die aan tafeltjes zaten, dus ik ging aan de bar zitten.
Adrie zag aan de plastic zak dat ik bij de boekhandel geweest was. "De stad in geweest?" vroeg hij.
"Ja, met de bus deze keer. Dan weet ik tenminste zeker dat de auto niet gejat wordt. Gaan we vaker doen, beter
voor het milieu ook." Geef dat maar meteen door, dacht ik erbij. Voor ik uit de bus stapte had ik Stef al gebeld
dat ik weer in het dorp was.
Adrie weet intussen dat hij pas een cappuccino hoeft te maken als ik mijn tosti op heb. Toen hij de cappuccino
voor me neerzette trok ik de stoute schoenen aan. "Waarom zien we je vrouw zo weinig? Je kan toch wel eens
hulp gebruiken als het druk is?"
Hij hoefde geen moment na te denken. "Dat heeft ze in het begin wel geprobeerd, maar ze kan helemaal niet
tegen die drukte van zo'n volle zaak. Een heel enkele keer, als ik na het inkopen doen 's morgens wat te
laat ben, doet ze de zaak wel open en dan helpt ze ook wel klanten, maar dat zijn er nooit veel. Ze doet
wel de hele administratie. Daar heeft ze na ons trouwen een keer een cursus voor gevolgd. De eerste jaren had ze
natuurlijk ook genoeg te doen met Adrie.
"Jammer eigenlijk", zei ik. "De meeste mannen zien toch graag een aantrekkelijke vrouw achter de bar staan."
Er kwam iets van een glimlach op zijn gezicht. "Ik zal haar zeggen dat ik niet de enige ben die vindt dat ze
er aantrekkelijk uit kan zien."
De nuance ontging me niet. Ik waagde een gokje. "Je ziet natuurlijk geen mooie benen als ze achter de bar staat."
"Oh, die zijn je toch wel opgevallen de vorige keer." Adrie kwam helemaal los. "Ze heeft eigenlijk helemaal
geen vriendinnen hier in het dorp. Ze praat dus nooit met andere vrouwen over kleding, hoe je haar het leukst
zit en meer van die dingen. Jij komt uit de grote stad, dus je bent dat veel meer gewend. Misschien zou ze
eens met jou moeten praten."
Ik wist niet wat ik hoorde. Ik zei maar gauw: "Ik ben ook maar gewoon een plattelandsmeisje, hoor. Ik ben
opgegroeid met loeiende koeien in de stal. Ik moest heel erg wennen aan Amsterdam en vind het heerlijk weer
in een gewoon dorp te wonen. Als Lies een keer zin heeft mag ze best een keer langskomen. Ik ben meestal de
hele dag thuis en Stef zie ik overdag alleen bij de lunch. Die schrijft maar door."
Ik liep in redelijke verwarring naar huis. De vorige keer liet Adrie op geen enkele manier blijken dat hij
ook maar iets in Lies zag en nu zegt hij, en voor zover ik kon nagaan nog gemeend ook, dat hij haar er graag
aantrekkelijker wil laten uitzien. Hij roept zelfs mijn hulp daarbij in. Is dat een manier om Lies het terrein
nog verder te laten verkennen? Dan moet hij wel heel snel nagedacht hebben, want hoe kon hij nou weten dat
ik over haar zou beginnen?
Ik weet het niet meer. Was 'niet met Herman bemoeien' toch een waarschuwing, geen bedreiging? Zijn er twee
kampen en zit hij in het kamp dat ons wil beschermen, maar ons dat om een of andere reden niet kan vertellen?
Stuurt hij Lies naar me toe om me dingen te vertellen die hij me niet kan vertellen? Kan ze naar ons toekomen
zonder dat dit het andere kamp opvalt?
In 'De Zuigende Stad' wordt over ons dorp niet veel geschreven. Er heeft een korenmolen gestaan die in de
dertiger jaren is afgebrand en nooit weer herbouwd. Er is een melkfabriekje geweest dat in de vijftiger jaren
economisch het loodje legde. Er wordt niet bij verteld wie de eigenaren waren, alleen dat er een aantal
arbeidsplaatsen verloren gingen. Ons huis wordt genoemd als één van de weinige villa's in het dorp. Dat is alles.
Ik kan nog eens nagaan wie de eigenaar was of waren van het melkfabriekje.
Deel 5: De derde dame
Donderdag 19 april, 14.15 uur
Dat het zo snel zou gaan had ik absoluut niet verwacht. Net voor we zouden gaan
eten gisteravond, ging de telefoon. Ik nam hem op.
"Met Annet."
"Met mevrouw Heemstra. Mijn man heeft gezegd dat ik een keer bij u mocht komen.
Zou dat morgen schikken?"
"Ja hoor, dat schikt prima. Hoe laat?"
"Half tien ongeveer?"
"Ik zorg dat de koffie klaar staat."
"Oh, fijn. Dag mevrouw."
Er werd al afgebroken voor ik "Dag" kon zeggen.
"Dat was Lies", zei ik tegen Stef. "Die leeft in een klein wereldje. Ze zei
mevrouw tegen me. Ik weet nauwelijks meer wanneer iemand voor het laatst mevrouw
tegen me zei. Ze noemde zichzelf mevrouw Heemstra. Wie doet dat tegenwoordig
nog, behalve de vrouwen in het verzorgingshuis?"
Ik had Stef al verteld over mijn gesprek met Adrie en hij wist ook niet zo gauw
wat hij ervan denken moest.
"Wat ga je met haar bepraten?" vroeg Stef bij het eten.
"Geen idee. Ik had niet verwacht dat ik daar zo snel over moest nadenken. Ik
laat haar maar praten, om te beginnen. Ze is er kennelijk wel aan toe om eens
uit de sleur van alledag te breken. Wie weet wat er allemaal loskomt. Zo te
horen lijkt ze me iemand die nog haar zondagse jurk aantrekt omdat ze op visite
gaat. Wat zal ik aantrekken?"
"Het is morgen weer om op het terras koffie te drinken, maar het lijkt me niet
zo handig te spelen dat je Eva bent in de Hof van Eden."
Vanochtend besloot ik een kort rokje aan te trekken. Ik diepte uit een la een
spijkerrokje op dat ik nog had uit jongere jaren, maar me nog steeds paste. Stef
kon niet nalatend waarderend te fluiten. "Staat je nog steeds uitstekend, maar
is dat niet superkort?"
"Niet eens zo veel korter dan wat zij laatst droeg", zei ik ter geruststelling.
"Daar zal ze echt niet van opkijken."
Om kwart voor tien werd er aangebeld. Ik deed het hek niet van huis uit open
maar deed het daar. Dat leek me wat welkomender. Ze was met de fiets gekomen en
niet in haar zondagse jurk. Ze droeg weer een kort rokje en een bloes die zonder
veel nadenken van een rekje was gehaald in een goedkope kledingzaak.
"Leuk dat je er bent, Lies", riep ik. "Ik ben Annet. "Kom binnen."
We schudden handjes. Ze zette haar fiets tegen de garage en we liepen naar het
terras.
"U boft wel", zei Lies, toen ik met twee cappuccino's uit de keuken kwam, "met
zo'n grote tuin en dat u altijd lekker in de zon kunt zitten."
"Zullen we gewoon Lies en Annet zeggen", stelde ik voor, "anders lijken we net
een stel oude dames. Dat ben jij ook nog lang niet."
"Oh. Ja. Goed. Ik zie op televisie wel eens dat mensen vaak jij en jou tegen
iedereen zeggen en dat lijkt me dan zo onbeleefd. Ik ben dat niet zo gewend.
Mijn man ... uh ... Adrie heeft wel eens gezegd dat klanten ook allemaal jij en
jou tegen elkaar zeggen. Dat vindt hij ook heel gewoon."
"Jij komt niet zo graag in de zaak, hè? Te druk, zei Adrie."
"Het is niet zo erg dat het druk is. Ik weet nooit zo goed wat ik tegen iedereen
moet zeggen. Ik heb nooit zo gauw een antwoord klaar als iemand iets vraagt of
tegen me zegt."
"Je praat nu toch ook?"
"Ja, maar u ... uh ... jij ... bent alleen. Ik bedoel, we zijn maar met z'n
tweeën, dan vind ik het niet zo moeilijk meer. Ik heb wel eens gehad dat ik even
door de zaak moest en toen zei een man dat ik lekkere benen had. Ik kreeg zo'n
kop. Ik wist niet hoe gauw ik weer weg moest zijn."
"Je hebt toch mooie benen en je laat ze zien ook. Of mag ik dat niet zeggen?"
"Dat is wat anders. Jij bent een vrouw en denkt er verder niks bij."
"Lies, mannen denken er ook lang niet altijd iets bij. Ze willen vooral stoer
doen tegenover hun vriendjes."
"Denk je? Ik ben zo opgevoed, weet je."
Ze vertelde spontaan over haar jeugd in een zeer christelijk dorp. Haar ouders
waren niet zo christelijk, maar waren wel overbezorgd. Ze was enig kind en werd
voortdurend gewaarschuwd voor wat enge mannen allemaal wilden, zonder dat
precies werd duidelijk gemaakt wát die enge mannen dan wel wilden. Dat hoorde ze
pas later van meisjes uit haar klas op de middelbare school, waar ze met de bus
heen ging. Ik was verbaasd te horen dat ze op haar zeventiende haar vwo-diploma
haalde. Ze moest dus heel wat meer kunnen dan de simpele administratie van een
plattelandskroeg bijhouden.
"Had je geen vriendje af en toe op school?" vroeg ik.
"Ik moest altijd direct weer thuiskomen van mijn ouders. Ik mocht nooit naar
feestjes. En de andere meisjes zagen er veel leuker uit dan ik, geloof ik."
"Zal ik jou eens wat zeggen? Gewoon recht voor zijn raap? Als jij eens naar een
goede kapper gaat en de goede kleren uitkiest, zie jij er hartstikke leuk uit.
Zo'n rokje kan je altijd dragen, niks mis mee. Een bloes of een truitje hoef je
niet te dragen om te verbergen dat je een vrouw bent. Dat mag je laten zien. Je
bent echt niet het lelijkste meisje van de klas. O ja, je hebt nauwelijks
make-up nodig, volgens mij, maar een enkel accentje hier en daar kan je alleen
maar verder verfraaien. Vindt Adrie ook leuk. Let op mijn woorden. En nog wat.
Als jij in de spiegel kijkt en denkt: goh, daar staat een leuke meid, dan vind
je het misschien ook niet meer zo moeilijk om de zaak in te gaan. Wat kan jou
het schelen wat die mannen roepen? De volgende keer doen ze het niet meer. Ze
bestellen nog een extra pilsje, omdat ze in je bloesje kunnen kijken als jij het
neer komt zetten. Zal ik nog een cappuccino maken?"
Dat wilde ze wel. Ik ging naar de keuken en haastte me niet. Ze moest maar even
de tijd hebben om na te denken over wat ik haar gezegd had. Als ik haar maar
niet te rauw op het dak gevallen was. Daar zag het niet naar uit toen ik met de
cappuccino's het terras op kwam. Ze leek zelfs wat opgelucht, of er iets van
haar afgevallen was.
"Jij weet vast wel een goede kapper en een goede kledingzaak in de stad," zei
ze, "maar ik weet niet zo goed waar ik op moet letten".
"Dan ga ik toch met je mee. Wat dacht je van zaterdag? Volgens mij heb jij een
hoofd voor heel kort haar. Je lijkt meteen tien jaar jonger. Ik zie het helemaal
voor me. Maken we een afspraak?" Ik liep naar de woonkamer om de telefoon te
pakken. Het nummer van mijn kapper staat ook in het geheugen. Ik zocht het
nummer op en gaf Lies de telefoon. "Op dat knopje drukken. Je zegt dat je Lies
Heemstra, niet mevrouw Heemstra heet en dat je voor zaterdag wil afspreken. 't
Maakt mij niet uit hoe laat. Daarvoor of daarna gaan we je mooi aankleden."
Ze kon om drie uur terecht. "Mooi", zei ik. "We zorgen dat we om een uur of tien
in de stad zijn. We kijken eerst hier en daar wat rond. Dan gaan we lunchen op
het Raadhuisplein. Daarna gaan we serieus inkopen doen. De mooiste nieuwe dingen
houd je aan. Na de kapper gaan we terug naar het dorp. We gaan bij Adrie aan de
bar zitten en jij gaat lekker zitten sjansen met de barkeeper. Als er na een
uurtje een vent binnenkomt met wie ik begin te sjansen hoef je niet ongerust te
worden, want dat is de vent met wie ik al een tijdje zeer gelukkig getrouwd ben.
OK?"
Ze dacht nog heel even na. "Ja. Ik vind het nog een beetje eng, maar het lijkt
me ook wel leuk." Ze stond op. "Nou, dan ga ik meer. Dankjewel, Annet."
Ik liep met haar mee naar het hek. Ze gaf me een hand en bedankte me nog een
keer. Nadat ze een meter of honderd gereden had draaide ze om en kwam weer terug
fietsen. "We hebben nog niet afgesproken hoe we naar de stad gaan. Zal ik je om
een uur of half tien komen halen?" Ik vond het uitstekend. Ze ging weer op weg.
Voor de bocht in de weg draaide ze zich om wuifde. Ik wuifde terug.
Bij de lunch vertelde ik Stef wat we besproken en afgesproken hadden. "Ik heb
geen moment de indruk gehad dat ze zich anders voordeed dan ze is. Ik wou niet
verder aandringen om haar meer te laten vertellen over haar verleden. Dat komt
vast nog wel een keer. Ze is enig kind. Als ze echt van Herman afstamt is er dus
een goede kans dat zij en jonge Adrie de voorlopig laatste afstammelingen zijn.
Ze zouden dus in principe recht hebben op al het geld dat nog op de bank staat.
Waarom halen ze dat niet gewoon op?"
"Goeie vraag", zei Stef.
Maandag 23 april, 9.15 uur
Vrijdag heb ik me weer eens op het huis gestort. Het zijn allemaal bezigheden
die weinig denkwerk vereisen, dus ondertussen kon ik doordenken over het
fenomeen Lies. Ik vond haar echt een fenomeen. Ze lijkt op het eerste gezicht
een doetje, een tutje, maar opvallend genoeg zei ze niet iets van "Als Adrie dat
goedvindt". Ze had gewoon besloten dat ze met mij naar de stad zou gaan om zich
op te laten kalefateren en dat deed ze. Ze zat dus niet onder de plak. Of wist
ze dat Adrie zoiets al lang wilde? Maar dan nog had ze genoeg eigen wil om
daaraan niet te voldoen zolang ze daar niet zelf achter stond.
Ik betrapte mezelf erop dat ik me een stuk volwassener voelde, al was ze zo'n
tien jaar ouder, maar was dat wel zo? Binnen de regeltjes van haar strikte
opvoeding had ze zich zelfstandig gedragen. Ik had haar hoogstens het laatste
zetje gegeven om een nieuwe stap te zetten. Had Adrie ook gezien dat ze een
vrouw, een vriendin, weet ik veel, nodig had om de laatste stap te zetten? Hoe
was de relatie tussen die twee? Hoe was die tot stand gekomen? Ze moest toch wel
een enkel vriendje gehad hebben voor ze Adrie ontmoette? Tussen de tijd dat ze
haar diploma haalde en het moment dat ze Adrie ontmoette moet ze toch een baan
gehad hebben. Daar moet ze mannen ontmoet hebben. Het zijn niet alleen
seksbommen die aan de man raken. Ook de schildknapen van de ridder op het witte
paard raken aan de vrouw.
Ik zat hier natuurlijk ook heel dubbel in, realiseerde ik me. Mijn hoofddoel was
niet Lies' leven leuker te maken, maar mijn leven met Stef te vrijwaren van al
die toestanden. Ik wilde haar vertrouwen winnen, zodat ze mij wat meer
informatie zou geven. Nou ja, als de ene hand de andere wast, worden ze beide
schoon.
Lies was stipt op tijd zaterdag. Het is maar een kort ritje naar de stad, maar
lang genoeg om me duidelijk te maken dat ze een ervaren rijdster is. "Heb je er
zin in?" vroeg ik, toen we het dorp net uit waren.
"O ja, zeker. Ik heb eens goed naar mezelf gekeken in de spiegel."
"Wat had je aan?"
Ze gaf niet meteen antwoord. Ik keek naar haar. Ze bloosde.
"Lies," zei ik, "er is helemaal niets slechts aan om naar jezelf te kijken,
hoor, als je in je blootje staat. Wij hebben ook een spiegel in de badkamer.
Daar sta ik voor als ik me sta af te drogen na het douchen en ik ga nooit met
kleren aan onder de douche. Dat schijnt vrij normaal te zijn."
Ik zou haar willen vragen of ze zich uitkleedde waar Adrie bij was, maar dat
leek me op dat moment wat al te snel. Ik vroeg dus maar of ze al enig idee had
wat ze wilde kopen.
"Van alles eigenlijk. Ik trek altijd maar wat aan. Je hebt me een beetje aan het
denken gezet, maar ik weet niet zo goed wat er in de mode is tegenwoordig."
"Heb je een maximumbedrag in je hoofd?"
"Nou, nee. De zaak is niet echt een vetpot, maar ik heb een aardige erfenis
overgehouden nadat mijn moeder ook is overleden."
Dat was mijn moment om even niets te zeggen, omdat ik niet wist wat te zeggen.
Ik dacht: je hoeft me niet vertellen waar die erfenis vandaan komt, maar ik vond
het tegelijk heel lullig van mezelf. Op haar leeftijd horen je ouders nog te
leven. Lies vertelde gewoon verder. "Mijn vader had een hartinfarct toen hij
zesenzestig was. Mijn moeder was al jaren nierpatiënt. Ze is drie jaar geleden
overleden."
Ik wist niets beters te doen dan een hand op haar schouder te leggen. Ik wist
niet wat ik zeggen moest.
Op het plein boven de parkeergarage vroeg ik of ze ook ondergoed moest. Daar had
ze nog helemaal niet over nagedacht. "Dat kon altijd nog," vond ze.
Er zijn een stuk of vier modezaken in de stad waar ik altijd langs ga als ik wat
nieuws wil kopen. Daar gingen we ook nu langs. Lies paste nog niets. Ze moest
zich eerst maar wat oriënteren. Ze bekeek van alles: broeken, jurken, rokken,
truitjes, topjes. Om half twaalf gingen we lunchen, om ons niet te hoeven
haasten als er echt gekocht ging worden. We namen een salade met gerookte kip.
Ik stelde voor er een glaasje wijn bij te nemen.
"Wijn?" vroeg Loes. "Nu al?"
"Eén glaasje. Dat kan best, hoor. We doen net of het een feestje is. Je voelt je
toch een beetje feestelijk?"
Zo zag ze er wel uit. Ze was op een plezierige manier gespannen, als een
schoolmeisje dat voor het eerst met een vriendje zal uitgaan. "Heb je al een
beetje idee wat je wilt hebben?" vroeg ik.
Dat had ze. Tijdens het bekijken had ze niet veel commentaar gegeven, maar ze
had haar ogen goed de kost gegeven. Ze beschreef vrij nauwkeurig twee jurkjes en
een pakje bestaande uit een broek en een mouwloos jasje.
"Heb je ook aan schoenen gedacht? Je hebt echt benen voor hoge hakken."
Daar had Lies nog niet aan gedacht, maar als we tijd genoeg hadden, zou ze daar
ook naar kijken. We begonnen om kwart over twaalf. Wat ze aan ervaring miste
maakte ze ruimschoots goed met een aangeboren goede smaak. Ik hoefde nauwelijks
te adviseren. Snel beslissen kon ze ook. Om kwart over twee lag de kofferbak van
haar auto vol. Ze droeg haar laatste aanwinsten: een korte rok, een truitje met
v-hals en een zwart leren jack. "Zo," zei ze, "nu nog schoenen." Dat werden ook
meteen maar drie paren. Ze bekeek zichzelf op haar hoge hakken en zag er zeer
tevreden uit. Op die hoge hakken volgde ze me naar de kapper.
Ze had dezelfde kapster die ook al een paar keer mijn haar gedaan heeft. We
legden uit waar wij aan dachten. Lia, de kapster, haalde er wat tijdschriften
met foto's bij. Na enig bladeren zei Lies zeer beslist: "Zo wil ik het."
Lia keek naar de foto, keek naar Lies, keek weer naar de foto. "Ik haal mijn
baas er even bij."
Haar baas keek ook heen weer. "Je hebt lef", zei hij. "Het is drastisch, maar
het zal je goed staan. Zeker weten."
Het was niet eens zo veel werk voor Lia, zo simpel was het eigenlijk. Ik
complementeerde stiekem mezelf. Dat korte haar had ik goed gezien. Ze zag er
inderdaad een paar jaar jonger uit.
We stonden om vier uur weer buiten. "Zullen we eerst nog een kopje koffie
drinken?" vroeg Lies. "Ik moet er even aan wennen, hoor, dat ik zo naar huis ga.
Ik word nu weer een beetje zenuwachtig."
In het restaurant hing ze het jack over de stoel. Ze keek naar beneden. "Zie ik
er niet een beetje erg ... hoe noem je dat ... opzichtig uit? Ik bedoel ..."
"Je bedoelt dat iedereen kan zien dat je borsten hebt? Dat wisten ze al, hoor.
Je hebt toch zelf gezien dat je er goed uitziet? Of niet soms? Die bloes die je
aanhad hing er maar wat omheen. Je had nog een bikini moeten kopen, of ga je
nooit zwemmen?
"Soms, maar wat ik wel eens op tv gezien heb, daar durf ik me niet in te
vertonen."
"Dat komt nog wel. Alles went. Wat denk je? Zal Adrie vinden dat je er leuk
uitziet?"
"O ja. Hij zei vanochtend dat ik als een groen blaadje moest thuiskomen. Dat
begreep ik eerst niet eens."
Ik moest lachen. "Een ouwe geit houdt ook nog wel van een groen blaadje. Dat zal
hij wel gezegd hebben."
"Ja, precies. Vind jij het gek dat ik met een oudere man getrouwd ben?"
"Dat gaat alleen jullie tweeën wat aan. Je moet gewoon lak hebben aan wat
anderen daarvan vinden of zeggen."
Ik moest me weer inhouden om niet door te vragen. Ik wilde niet laten blijken
hoe nieuwsgierig ik was. Ik wil dat ze me als een vriendin ziet aan wie ze
dingen kan vertellen. Ik vind haar ook aardig genoeg. Ze is niet het tutje waar
ze op leek. Zo zag ze eruit, maar dat had ze nu achter zich gelaten.
In de parkeergarage vroeg Lies: "Wil jij rijden? Ik ben er niet helemaal met
mijn gedachten bij."
Op een parkeerplaats vlak voor het dorp stopte ik. "Lies, ontspan je. We stoppen
straks voor de zaak en daar gaan we naar binnen. Meteen het diepe in. Als je
eerst je huis ingaat, ga je weer zitten nadenken en heb je je helemaal voor
niets mooi gemaakt. Je ziet er fantastisch uit. Laat je maar bewonderen."
Ze haalde een paar keer diep adem. "Rijen maar."
Ze liet me als eerste naar binnen gaan. Ik liep meteen door naar de bar waar nog
een paar krukken onbezet waren. Ik riep "Hallo" tegen wat bekenden. Lies liep
vlak achter me. "Verrek nou", hoorde ik iemand zeggen. "Is dat Lies?"
Bij de bar deed ik een stap opzij. Ik keek naar Adrie die naar Lies keek. Ik
keek naar Lies die naar Adrie keek. Ze glimlachte en haalde haar schouders op,
alsof ze wou zeggen: "Ja, ik moest wel." Adrie kwam achter de bar vandaan, pakte
haar bij haar schouders en zei: "Heel goed, meisje." Hij gaf haar een zoen.
"Gaat u zitten, dames. Wat zal ik inschenken? Alles wat u vanavond gebruikt is
van het huis."
We wilden allebei wijn. Adrie schonk niet uit de gebruikelijke fles wijn, maar
maakte een nieuwe fles voor ons open. "Dit is één van die flessen voor speciale
gelegenheden", zei hij. We toostten. "Dankjewel, Annet", zei Lies en gaf me drie
zoenen.
Het nieuwtje had zich gauw rondgepraat, maar voorlopig was er nog niemand die
van dichterbij de veranderingen wilde opnemen. Het was iets van, denk ik, 'Je
kan moeilijk met de vrouw van de baas gaan lopen flirten, als die er met z'n
neus boven op staat.' Die baas had duidelijk iets minder aandacht voor zijn
klanten dan gebruikelijk.
We waren net aan ons tweede glas wijn begonnen, toen mijn favoriete stamgast
binnenkwam. "Dit is Stef, de beroemde schrijver en dit is Lies, die we van nu af
aan wel vaker hier zullen zien, denk ik. Hoop ik."
"Dat moet je zeker doen, Lies. Adrie, de tent ziet er ineens een stuk leuker
uit. Houen zo. Doe mij maar een pils."
Lies zei nog niet veel. Ze was niet meer gespannen, eerder afwachtend. Ze zat
vooral in de grote spiegel achter de bar te kijken hoe er naar haar gekeken
werd. Als er weer een nieuwe klant binnenkwam zag je hoe er naar haar gewezen en
gekeken werd.
"Ik heb wel bekijks", zei Lies.
"Vind je 't gek?" zei Stef. "We zitten hier niet in een blindeninstituut. Je
moet nog eens vaker met Annet praten. Dankzij haar ben ik ook een flinke vent
geworden."
Ik zei tegen Lies dat ze niet op Stefs flauwe grapjes moest letten en dat ik wel
een hapje wilde eten. "Zullen we aan dat tafeltje gaan zitten?"
Lies keek wat geschrokken. "Jullie laten me toch niet alleen zitten hier?"
Ik stelde haar gerust. "Nee hoor. Jij eet gewoon met ons mee. Laat je bevallig
van je kruk zakken en laat je benen bewonderen terwijl we naar dat tafeltje
lopen. Let maar op, er is geen man die er iets over durft te zeggen."
Lies en ik zaten naast elkaar met onze rug naar de muur. Stef zat tegenover mij.
"Gewoon terugkijken", zei ik tegen Lies. "Deze tent is ook van jou. Die mensen
zitten hier gewoon voor de gezelligheid. Na een paar dagen hoor je gewoon bij
het meubilair."
"Een fraai stukje meubilair", voegde Stef eraan toe.
"Hier, nou hoor je 't ook eens van een ander", zei ik.
Adrie wilde nog wel een zelfde fles wijn opentrekken, nadat hij ons eten
gebracht had. Lies zat vooral naar Stef en mij te luisteren, maar ze bleef niet
verlegen op haar bord kijken. Na een tijdje zei ze: "Ik zou natuurlijk kunnen
beginnen met hier 's middags af en toe te zijn. Dan is het hier nog niet zo druk
als nu. Dan kan Adrie ook eens wat ontspannen. Ik heb er wel eens over
nagedacht, hoor, dat Adrie ook geen jaren meer volhoudt alles in z'n eentje te
doen. Andere Adrie heeft er helemaal geen zin in om de zaak over te nemen en we
willen hem niet dwingen. Dat wordt toch niets. Adrie zou bij wijze van spreken
het liefste achter de bar zijn laatste adem willen uitblazen. Dus we zitten hier
nog wel een tijdje. We willen geen gedoe met personeel. Wie houd je dan over? Ik
zal de eerste stap toch een keer moeten maken."
"Je hebt vandaag al een hele stap gemaakt", zei ik. "De eerste stap heb je
afgelopen woensdag al gemaakt, toen je mij opbelde. Elk volgende stapje is een
stukje makkelijker. Als je weer eens een adviesje nodig heb, weet je me te
vinden."
"Graag! Ik wil jullie huis ook wel eens van binnen zien. Adrie vond het ook wat
leuk om in jullie zwembad te zwemmen."
Ik zag het kwartje ook bij Stef vallen. Wat Adrie zijn vader niet wilde
vertellen en ons niet durfde vertellen, had hij wel tegen zijn moeder verteld.
Het kwartje viel ook bij Lies. "O jee, ik had hem gezegd dat ik het niet verder
zou vertellen. Zijn jullie nu boos?"
"Nee hoor", zei Stef. "We hadden toch gezegd dat het mocht. Vertel dan maar
meteen alles. Hij heeft er zeker niet alleen gezwommen? Vinden we ook niet erg.
Op zijn leeftijd had ik die kans ook met beide handen aangegrepen."
Lies knikte. "Hij was vreselijk verliefd. Ik heb haar twee keer gezien. Ze zag
er heel leuk uit. Het is allang weer over intussen. Zo gaat dat tegenwoordig."
"Komt Adrie vanavond nog hier?" vroeg ik. "Dan kunnen we gewoon zeggen dat we
het weten. Dan is dat ook weer uit de wereld."
Het leek Lies niet onmogelijk en dat was het ook niet. Even na tienen, toen wij
al weer aan de wijn zaten, kwam hij de zaak binnen. Hij liep naar de bar, waar
zijn vader een pilsje voor hem inschonk. Die wees in onze richting. Hij stak een
hand op en stond toen even met open mond te staren. Met het pilsje in zijn hand
kwam hij naar ons toe. "Wat is er met jou gebeurd?"
"Je moeder wou eens wat anders", zei ik. "Vind je het leuk? Je mag wel gaan
zitten, hoor."
Hij zat nog een tijdje te kijken. "Het is wel heel wat anders, mam, maar ... uh
... leuk. Ja."
"Nou durf je de straat weer met me over?"
"Doe niet zo gek. Vindt pa het ook leuk?"
"Hij staat de halve avond hierheen te kijken", zei ik, "en echt niet naar mij."
Lies bekende dat ze een foutje had gemaakt en per ongeluk wat doorverteld had.
Hij zat als een puber te blozen en wilde wat zeggen. "Laat maar", zei Stef. "We
vinden het best. We hoeven niet alles te weten, maar had dat meisje toevallig
een navelpiercing en is ze die kwijt geraakt?"
Adrie knikte. Eén raadseltje was tenminste opgelost.
We vonden het een mooi besluit van de avond. We hoefden Lies niet helemaal
alleen achter te laten. We namen zoenend afscheid van haar.
Eenmaal buiten zei Stef: "By George, you did it."
Dinsdag 24 april, 16.30 uur
Gisteravond, even voor achten, werd er aangebeld. We verwachtten geen bezoek. We
liepen samen naar de monitor in de hal. Er was niets op te zien. We zeiden niets
en wachtten af. We bleven ongeveer tien minuten staan voor we weer naar binnen
gingen.
"Ik denk", zei Stef, "dat er iets neergezet is en niet door vrienden. Het is
geen verrassingscadeautje. We gaan morgenochtend wel kijken of het er nog
staat."
'Ze' waren er in ieder geval weer in geslaagd een gewone avond naar de knoppen
te helpen, want zoiets brengt je niet in de stemming om ontspannen te lezen of
tv te kijken. Ik kon ook Lies nog steeds niet uit mijn hoofd zetten. Ze is goed
beschouwd een aardige meid en aardige meiden wil je niet associëren met
vervelende dingen. Ik kan geen link meer leggen tussen haar en het bestuur.
Daardoor wordt het net zo moeilijk een link te leggen tussen Adrie en het
bestuur. De manier waarop hij haar zaterdag begroette en voortdurend naar haar
keek was echt, niet gespeeld. Het was niet vreselijk uitbundig allemaal, maar zo
heb ik hem ook nooit gezien. Zou zijn excuus voor 'weekendtas' dan toch echt
zijn? Of weet hij meer van het bestuur dan ik, maar kan hij dat niet laten
blijken? Is hij, om in thrillertermen te spreken, een dubbelspion? Moet ik naar
hem toe meer open kaart spelen? Lies heeft gezegd dat ze ons huis ook wel van
binnen wil zien. We kunnen ze om te beginnen een keer samen uitnodigen. Rustig
aan beginnen: een kop koffie komen drinken op zondag. Daar kunnen we lunch aan
vastplakken. Dan vraag ik gewoon of Lies toevallig verre familie van die
verdwenen Stefanie is. Bij het betalen in een van die modezaken had ze even haar
betaalpas op de toonbank gelegd. Daar stond op A. Heemstra - van Beek. Ik kon
dus een logische verklaring geven voor het feit dat ik haar achternaam kende.
Dat speelde gisteravond allemaal door mijn hoofd, maar ik heb er Stef nog niet
mee lastiggevallen.
Vanochtend zijn we tamelijk vroeg opgestaan. Zodra het voldoende licht was,
deden we vanuit de hal het hek open. Bij de voordeur konden we zien dat er
inderdaad een doos stond. We liepen er heen, maar bleven op een afstandje. We
zetten geen voet buiten het hek. Het was een verhuisdoos die al eens gebruikt
was. Bovenop zat een sticker, waarop met viltstift "3-12" geschreven stond.
"We gaan dat ding niet zelf bekijken", zei ik. "Dat laten we de politie doen. Ze
zullen best begrijpen dat we door de eerdere gebeurtenissen een beetje
achterdochtig zijn geworden."
Stef belde niet met 112, maar gewoon met het bureau in het andere dorp en
vertelde wat er aan de hand was. "Ze willen ook explosievendeskundigen
meesturen", zei Stef na het telefoontje. "Dat kan dus nog wel even duren. Vind
je het erg als ik gewoon aan het werk ga?" Dat vond ik niet erg.
De politie kwam rond elf uur. Ze waren een uur later klaar. Een van de
politiemensen kwam vertellen wat het resultaat was: "De doos is helemaal leeg,
mevrouw. Waarschijnlijk een grap."
Ik bedankte ze hartelijk voor de moeite. Ze hadden er wel begrip voor dat we
gebeld hadden. Ik maakte meteen maar de lunch klaar.
"Het is helemaal geen grap", zei ik tegen Stef. "Ze wilden laten zien dat ze
daar van alles kunnen neerzetten, bijvoorbeeld iets dat ontploft als wij de deur
opendoen. Hoe heet dat ook alweer?"
"Een boobytrap."
Ik werd er niet vrolijk van. Het bestuur had ook nog steeds niet gereageerd op
mijn mailtje van ruim een week geleden. Of was die lege doos hun reactie?
"Bekijk het maar!" Als dat zo is, is er ten minste één ding duidelijk: 'zij' en
het bestuur zijn dezelfde personen. Nee Annet, bedacht ik weer, dan moeten ze
ook weten dat ik de Herman ben die dat mailtje gestuurd heeft en dat kunnen ze
niet weten. Ik zat in de put. Ik vond het helemaal niet leuk meer hier. We zaten
in een fort, maar wel een belegerd fort. En de belegering was onzichtbaar. Ik
zat mezelf steeds dieper de put in te praten. Daar moest ik gauw mee ophouden.
Ik zei tegen Stef dat ik een eind ging hollen.
Hij keek naar buiten. "Heb je gezien dat het regent."
"Kan ik tegelijk douchen."
In de tijd dat ik me omkleedde was het al harder gaan regenen. Voor ik bij het
hek was, was ik al doornat. Het sporthemdje plakte om me heen. Ik aarzelde even.
Liep dat wel lekker zo? Ik had een oplossing. Het kon me allemaal geen moer
schelen. Ik was kwaad, ik wilde uitdagen. Echt koud was het niet. Ik trok mijn
hemdje over mijn hoofd, liet het ter plekke vallen en holde de weg op. Na één
rondje stopte ik even en gooide het broekje bij het hemdje. Spiernaakt holde ik
nog twee rondjes. Ik weet ook wel dat er maar een minieme kans was dat iemand me
zo zou zien, maar het gaf een gevoel van ongeremdheid en van bevrijding. Ik trok
me van niemand een bal aan.
Zo nat als ik was stapte ik bij Stef naar binnen. Hij draaide zich om en bekeek
me. "Was het spannend?"
"Heb je 't gezien?"
"Ik stond voor het raam wat na te denken toen je de deur uitholde. Ik zag dat
hemdje uitgaan en rekende er eigenlijk op dat het broekje meteen zou volgen. Het
heeft wel iets, hoor, een blote vrouw voorbij zien hollen."
"Het was maar een beetje spannend, maar het geeft wel een kick."
Hij stond op. "Kun je nog een rondje?"
"Wel twee."
In de stromende regen holden we samen twee rondjes. "Dat had ik net even nodig",
zei ik onder de douche. "Heel onverwacht iets idioots doen. Ik zat er helemaal
doorheen vanwege die lege doos. Ik heb nu zo'n gevoel alsof we gevreeën hebben.
Nee, handjes thuis. Jij gaat zo weer aan het werk. Je mag wat langer
doorschrijven vandaag. Ik kook wel."
Ik weet nu weer heel zeker, dat we er alles aan zullen doen om ervoor te zorgen
dat we nog heel lang op deze plek blijven wonen. Ik ben ook heel blij dat Stef
niet het type man is dat bezorgd vraagt "Was dat wel verstandig, schatje?", maar
het type dat zijn kleren uittrekt en gezellig twee rondjes meeholt. Dan hoeft
hij niet te zeggen dat hij van me houdt. Daar kan ik weer een hele tijd mee
door.
Na het douchen ben ik een tijdje op bed gaan liggen. Vijf rondjes om het bos is
toch wel zo'n vier kilometer en dat hol ik ook niet iedere dag. half doezelend
schoot me iets te binnen wat ik Lies zou kunnen vragen. Het was bijna net zo
snel weer weg, maar ik heb het gevoel dat het iets belangrijks zou kunnen zijn.
In ieder geval zou ik willen weten waar ze opgegroeid is. Bij een heel
christelijk dorp denk je al gauw aan de Veluwe of daaromtrent. Ik had al eens
eerder op het internet gekeken of je van mensen allerlei cruciale data kan
achterhalen, maar geboorteregisters zijn pas na honderd jaar openbaar. Over een
jaar of zestig zal de geboortedatum en -plaats van Lies niet meer zo relevant
zijn. Het lijkt me aan de ene kant leuk haar beter te leren kennen, maar aan de
andere kant stuit het me tegen de borst om dat met zulke egoïstische motieven te
doen. Afgelopen zaterdag had ik dat gevoel niet. Ik zag een schuchtere vrouw
voor het eerst uit haar schulp kruipen en vond het leuk daarbij wat te duwen en
trekken. Ze is ook intelligent genoeg om het verder zonder veel hulp te doen.
Als ze haar plannetjes durft door te zetten zullen we haar over een tijdje vaker
bij Adrie ontmoeten, maar dan heeft ze weer minder tijd om te praten.
Ondertussen gaan 'zij' gewoon door met het beramen en uitvoeren van plannetjes.
Ik heb nog een mailtje aan Ankie gestuurd.
Lieve Ankie,
Het was gisteravond weer raak, in zekere zin: een doos voor het hek. Vanochtend
hebben we politie laten komen. De doos was helemaal leeg, maar voor ons was de
afzender duidelijk.
Zou je 'het bestuur' de volgende e-mail van 'Herman' willen sturen: "Kan ik per
omgaande een bericht van u ontvangen? Anders gaat voor u de tijd dringen." Het
hoeft niet morgen meteen, want dan heb je wat anders aan je hoofd en dat lijkt
me heel wat leuker. Hij zal in ieder geval geen last van jetlag hebben.
Vanochtend heb ik een spannende manier van rondjes rond het bos hollen ontdekt.
Dat vertel ik je nog wel.
Liefs,
Annet.
Vanavond ga ik Loes bellen. Anneke en Henk hebben we ook een beetje
verwaarloosd. Die ga ik uitnodigen voor de meivakantie. Die is niet zo ver meer
weg.
Donderdag 26 april, 9.15 uur
Het kost me vandaag veel moeite, maar ik wil dit gewoon chronologisch blijven
vertellen. Het is ook een manier om mezelf rustig en bij de les te houden.
Dinsdagavond heb ik wat afgebeld. Het gaat redelijk goed met Hans. Loes mag hem
elke dag bezoeken, maar verder mag hij nog geen bezoek hebben. Het zal zeker nog
een maand of twee duren voor hij weer voorzichtig aan het werk kan.
Anneke begreep gelukkig heel goed dat we de afgelopen tijd wat weinig van ons
hebben laten horen. "Jullie hebben genoeg aan je kop met al dat gedoe."
Terwijl ik haar vertelde over de laatste gebeurtenissen, zat me wat dwars. Het
verminderde contact had niet alleen te maken met al dat gedoe. Als ik een tijdje
geleden weer eens wat wilde doorpraten met iemand dan anders dan Stef, dacht ik
in de eerste plaats aan Anneke. Nu denk ik meteen aan Ankie. Ik wou daarover
niet uitgebreid over de telefoon praten. Ze komen volgende week donderdag en
blijven tot en met zondag. In die vier dagen vind ik vast wel een moment om uit
te leggen hoe het allemaal precies zit. Als het weer een beetje meewerkt kunnen
we ook nog in de zon zitten. Dat zal ook bijdragen aan een ontspannen sfeertje.
Ik had de telefoon er nog niet opgelegd of hij ging weer: Lies! Ze had nog
nagedacht, maar woensdag zou ze de stoute schoenen aantrekken. Om elf uur de
zaak openen en tot een uur of drie alleen draaiende houden. Adrie wilde weer
eens uitgebreid bij een groothandel rondneuzen om te kijken of er producten
waren die hij aan het tot nu toe beperkte assortiment, afgezien van de drankjes,
kon toevoegen. "Ik kan wel een steuntje in de rug gebuiken", zei ze. "Heb je
tijd voor een cappuccino en een tosti hier?"
Die tijd had ik uiteraard. Ik zou er om een uur of half twaalf zijn.
Ankie had al om kwart over zeven gisterochtend aan haar pc gezeten.
Lieve Annet,
Vanmiddag na mijn werk verstuur ik het mailtje. Dat doe ik op weg naar Karels
huis. Hij is er pas om een uur of zeven, maar dan staat zijn warme prak ook
klaar. Kan hij zo'n nietszeggend hapje in het vliegtuig overslaan. We hebben
weer uitgebreid gemaild. Ik begin nu te begrijpen waarom jij dat schrijven zo
leuk bent gaan vinden, al is het onderwerp niet altijd even leuk. Ik kom er nu
achter dat ik in mijn vorige relaties behoorlijk oppervlakkig bezig was. Het was
vaak leuk, gezellig, prima in bed en zo, maar dan had je ook wel zo'n beetje
gehad. Karel en ik zitten echt niet de meest diepe filosofische gedachten uit te
wisselen en de problemen van de wereld op te lossen, maar het gaat wel ergens
over. Voornamelijk over ons, wat we wel willen en niet willen, wel pikken en
niet pikken. Of over dingen die je liever niet zou willen, maar toch pikt van
elkaar, omdat de volmaakte echtgenoot/partner/minnaar nu eenmaal niet bestaat.
"Alleen God schijnt er in geslaagd te zijn iemand naar zijn eigen beeld te
scheppen en dat ging ook al gauw fout", schreef Karel. Dat vond ik wel een
goeie. Deze manier van met Karel leven kan ik zonder enige moeite nog wel een
tijd volhouden.
Dat 'spannende hollen' intrigeert me. Ik neem niet aan dat je door enge mannen
bent achtervolgd, want dat lijkt me wat al te spannend. Ik heb erover zitten
nadenken. Je weet dat ik zwemmen leuker vindt dan hollen. Daarvoor ga ik dan
naar het Zuiderbad. Daar kunnen liefhebbers één uur per week, op zondagmiddag,
naaktzwemmen. Dat zal wel aardig zijn, maar ik kan me niet voorstellen dat ik
daar steeds net op zondagmiddag zin in krijg. Dat kom ik wel een keer bij jullie
doen. Los daarvan, het zette me wel aan het verder denken over 'spannend
hollen'. Zit ik in de goede richting te denken?
Liefs,
Ankie.
Ik heb gisterochtend nog wat verder nagedacht over mijn theorie van "twee
kampen". Het ene kamp is het bestuur. Zij beschikken over het geld. Uit de
laatste statutenwijziging kun je opmaken dat het geld voor een deel of helemaal
niet meer naar de nakomelingen van Herman gaat. Het neerzetten van de tas met
geld wijst erop dat in ieder geval een deel van het geld voor minder nette
doelen is gebruikt. Het andere kamp is dat van de nakomelingen van Herman,
mogelijk Lies en jonge Adrie. Die willen de beschikking over het geld weer
terug. Dan komt er een derde partij opdagen: een echtpaar dat het huis koopt dat
Herman heeft laten bouwen. Dat huis was geen deel van de nalatenschap, maar voor
een van beide kampen is het lastig dat het ons eigendom is en dat wij er
permanent wonen.
Om half twaalf was ik bij Adrie, eigenlijk bij Lies dus. Ze droeg een van haar
nieuwe broeken en het mouwloze jasje over een T-shirt. Ik was de eerste klant.
Ze begroette me met een zoen. "Je ziet er goed uit", zei ik.
"Zo voel ik me ook. Ik ben maar een klein beetje zenuwachtig, maar dit heb ik al
eens eerder gedaan, natuurlijk."
Ze was zaterdagavond tot sluitingstijd blijven zitten. Jonge Adrie moest wel al
die tijd bij haar blijven zitten, want alleen zitten durfde ze nog niet aan.
Ik vroeg of er niemand bij haar was gekomen om te zeggen: "Goh, Lies, je bent
wel veranderd."
"Ja, een paar en die waren best aardig. Ze vonden mijn haar leuk en dat ik er
leuk uitzag en zo. Ik heb gezegd dat jij me daarbij geholpen had. Dat mocht toch
wel?"
"Geen probleem. Adrie, grote Adrie dan, vond het volgens mij ook heel leuk."
"O ja, zeker. Toen we binnenkwamen, met al die mensen erbij, kon hij natuurlijk
niet vreselijk enthousiast doen, maar later wel, hoor." Het leek er even op of
ze verder zou gaan, maar zo vertrouwelijk kon ze toch niet meteen worden. "Ik
vergeet helemaal je cappuccino en je tosti."
Terwijl ze bezig was praatte ze door. "Het was niet helemaal nieuw voor me,
hoor, de horeca. Na mijn schooltijd ben ik bij een groot hotel/restaurant gaan
werken, waar ze ook veel zalen hadden waar vergaderingen en conferenties werden
gehouden. Ik werkte bij de organisatie daarvan, maar als het erg druk was viel
ik ook wel eens in bij de bediening."
"Vond je dan toen niet eng? Je was nog een stuk jonger."
"Nee. Die mensen waren vooral druk met elkaar aan het praten. Die letten niet
eens op het personeel. We hadden trouwens allemaal hetzelfde aan, zo'n soort
uniformpje, weet je wel, dus ik viel toch niet op."
"Heb je zo Adrie leren kennen?" gokte ik.
Het was nog waar ook. Adrie had een vergadering bijgewoond van de horecabond of
hoe dat heet. Hij had iets verder gekeken dan het uniformpje en haar
aangesproken. De vergadering eindigde met een borrel, maar hij wilde daar ook
nog eten. Hij had haar gevraagd met hem mee te eten. Klantvriendelijkheid was
haar goed ingeprent, maar ze had toch eerst aan haar baas gevraagd of het wel
mocht. Die zag geen bezwaar. Daarna had Adrie nog eens met haar gegeten en van
het een kwam het ander. Ik vond dat ik nu ook wel kon vragen of ze eerder een
vriendje had gehad.
Ik zag meteen dat het een pijnlijk punt was. Ja, één keer, maar ..."
"Daar praat je liever niet over. Hoeft ook niet. Ik ben wel eens wat al te
nieuwsgierig. Vergeet het maar."
Er kwamen nog twee klanten binnen, dus het werd moeilijk verder te praten over
meer persoonlijke dingen. Bij het weggaan zei Lies: "Zaterdagavond ga ik het
echt proberen. Komen jullie ook?" Ik zei dat het er dik in zat.
Ik ging niet meteen naar huis, maar wandelde nog eens naar de begraafplaats. Er
lagen weer tamelijk verse bloemen op het graf van Herman. Ik speurde verder,
naar graven van Van Beek. Die waren er wel, ook oude graven, maar bij geen ervan
lagen verse bloemen. Had Lies, als die de bloemenlegster was, niets met haar
andere grootouders? Ik kon me daar iets bij voorstellen.
Ik was net het dorp uit, toen mijn mobieltje ging. Het was Stef, maar ook op
zijn mobieltje.
"Waar zit je ineens, lieverd?"
"Waar zit jij?"
"Ik ben net het dorp uit en over een minuut of tien thuis. Maar wat is er?"
"Ik kom net bij Adrie aan om je op te halen."
"Op te halen voor wat?"
"Dat vertel ik in de auto wel. Kom nou maar hierheen. Ik kom je tegemoet."
Een paar minuten later stapte ik in de auto. Stef draaide en ging richting
snelweg.
"We gaan naar Amsterdam. Naar Ankie."
Ik schrok me rot. "Wat is er met haar? Is er wat met haar gebeurd? Of met
Karel?"
"Ze is thuis. Ze mankeert niets. Ze is alleen heel erg geschrokken. Ze werd om
een uur of half twaalf op haar werk gebeld. Een man. Ze moest zich niet meer met
jou bemoeien of er zouden vervelende dingen met haar kunnen gebeuren. Of met
jou. Ze heeft een tijd zitten trillen en nadenken wat ze moest doen. Ze wilde
jou bellen, maar ze kreeg mij dus. Ze ging zich ziek melden en ging naar huis."
"Heeft ze gevraagd of ik kwam?"
"Daar kreeg ze kans niet voor. Ik zei dat we naar haar toe kwamen."
"Dankjewel lieverd", zei ik door mijn tranen heen.
We zeiden een hele tijd niets meer. Ik zat verdrietig, bezorgd en heel kwaad te
zijn. Die vuile klootzakken moesten met hun gore poten van mijn Ankie afblijven.
Die moest lekker bij ons in het gras kunnen liggen zonnen terwijl ik haar rug
streelde. Ik moest met haar in één bed kunnen slapen als wij daar toevallig zin
in hadden. Als ze iets met mij uit te vechten hadden, moesten ze dat maar doen,
maar van haar hadden ze af te blijven.
"Verdomme", zei ik. "Karel komt vanavond thuis uit Engeland. Dat zou een leuke
avond moeten worden. Ze zou bij hem thuis vast gaan koken."
"Dan gaan we op tijd weer weg", zei Stef nuchter.
We zetten de auto weer bij het Olympisch stadion. Van de tram naar haar huis
holde ik bijna.
Stef moest de deur dichtdoen, want Ankie en ik stonden elkaar alleen maar een
hele tijd stevig vast te houden. Na een tijdje gingen we naar de woonkamer waar
we op de bank gingen zitten.
"Ik ben maar vast koffie gaan zetten", zei Stef."
"O, sorry Stef", riep Ankie. "Ik heb nog niet eens 'dag' tegen je gezegd. Je
bent een schat. Ik ben zo blij dat jullie er zijn. Wat moeten we nou?"
"Om te beginnen rustig blijven en niet in paniek raken", vond Stef. "Niemand
behalve wij en Hans weet dat jij die mailtjes gestuurd hebt. De laatste keer dat
je bij ons was, was je met de auto. Daar zit een kentekennummer op. Iemand die
dat per se wil kan erachter komen bij wie dat kentekennummer hoort. Ze hebben
hun huiswerk gedaan en jou gebeld. Dit is net zoiets als dat mailtje aan Ellen".
Dat moest ik Ankie nog uitleggen en wat mijn verklaring ervoor was: Stef en mij
isoleren. Ondertussen schonk Stef koffie in.
"Moet ik dan gewoon doen of er niets aan de hand is", vroeg Ankie.
"Dat moet je helemaal zelf beslissen", zei Stef. "Wij vinden het heel leuk als
je komt, maar als je een tijdje niet komt, kunnen we ons dat ook heel goed
voorstellen. Ik neem aan dat je er ook met Karel uitgebreid over wilt praten."
"Ja natuurlijk. Ik had wel over iets anders willen praten vanavond, maar dit is
niet onze laatste avond samen. Maar dan moeten jullie wel meepraten."
"Lieverd", zei ik. "Je hebt Karel een week niet gezien. Je hebt wel wat anders
te doen."
"Dat komt ook wel. Jullie hebben alles op een rijtje. Ik weet het uit de tweede
hand. Karel is gek op feitjes, hoe exacter, hoe beter. Hij komt iets van kwart
over zes aan. Ik bel hem om te vragen of hierheen komt, in plaats van ik naar
hem, omdat we iets met ons vieren te bespreken hebben. Niet zeuren, zo doen we
het. Ik heb nog niet nagedacht over het eten. Ik bestel wel een chinees of een
pizza."
"Jij bestelt niets", zei Stef. "Ik ga naar de markt, scharrel wat bij elkaar en
maak er een maaltijd van. Ondertussen kunnen jullie vast voorbespreken wat de
vrouwelijke inbreng in de bespreking is." Hij vond een tas in de keuken en trok
Albert Cuypwaarts.
"Jij hebt een prima vent, Annet," zei Ankie, "maar dat wist je al. Kom."
We gingen naar de slaapkamer, kleedden ons uit en gingen op bed liggen. We
vreeën niet. We lagen gewoon lekker dicht tegen elkaar aan. We hadden niet
zoveel te voorbespreken. We wisten precies wat we wilden. Leven zoals wij wilden
leven, met onze mannen en met elkaar. We moesten alleen nog in overleg met die
mannen besluiten hoe we dat in elkaar zouden steken. Samen in bed hoefden we
alleen maar te voelen wat het was om af en toe bij elkaar te zijn. Dat wilden we
ons niet laten afpikken.
Stef belde na een klein uur aan. Ik hoorde hem tegen Ankie zeggen: "Jullie
hoeven je niet te haasten. Ik ga vast wat voorbereiden." Op dat moment hield ik
heel veel van hem en ik sprong uit bed om het hem te vertellen. Het werd een
lange zoen voor hij me losliet.
Ankie zat op de rand van het bed toen ik de slaapkamer weer in kwam. Ik ging
naast haar zitten en sloeg een arm om haar heen. Zij sloeg een arm om mij heen
en gaf me een zoen. "De mannen moeten heel sterke argumenten hebben als ze
willen dat we elkaar een tijdje niet zien. Ik wil ook nog een hoop van je
afkijken."
We kleedden ons aan. Ankie belde Karel, die net na zevenen aankwam. Tijdens het
eten legden we zo goed mogelijk uit wat er aan de hand was.
"Het zijn klootzakken", zei Karel. "Dat staat buiten kijf. Maar het zijn geen
harde criminelen die voor niets terugdeinzen. Dan zou er al veel meer gebeurd
zijn. Ook van die molotovcocktail wisten ze dat die geen persoonlijke schade,
zelfs geen materiële schade zou aanbrengen, behalve een paar aangebrande tegels.
De aanslag op die politieman staat hier hoogstwaarschijnlijk helemaal buiten. Ik
denk dat jullie tweeën", hij keek naar Ankie en mij, "voorlopig gewoon moeten
doen wat jullie willen doen. De enigen die zich daarmee mogen bemoeien zijn Stef
en ik. Wij weten tot hoever we kunnen en mogen gaan. Maar let wel: ik zeg
voorlopig. Ankie, je bent een flinke en zelfstandige meid, maar als op een
gegeven moment de klootzakken vinden dat ze een grens moeten overgaan omdat de
zaken hun te langzaam gaan, zal ik misschien 'stop!' tegen je roepen. Dan stop
je, of je zoekt alles verder maar weer in je eentje uit. OK?"
"Heb ik al eens gezegd dat ik van je houd?"
"Betekent dat 'OK'?"
"Ja."
"Dit is de derde keer dat je het zegt. Soms vind ik het niet zo erg als iemand
in herhaling valt. Mag ik blijven slapen?"
"Je mag in ieder geval bij mij in bed komen liggen. Slapen zien we nog wel."
Ik keek vragend naar Stef. "Ik sluit me helemaal bij Karel aan. Ik blijf alleen
niet slapen. Ik heb iemand anders in gedachten om het bed mee te delen."
We gingen om negen uur weg. Om half twaalf kwamen we thuis. Ik was bekaf. Ik heb
het bed gedeeld met Stef, maar daar bleef het bij.
Maandag 30 april, 13.00 uur
Ankie belde donderdagmiddag, vanuit huis, zag ik. "Moet jij niet
werken?" vroeg ik.
"De laatste vier jaar heb ik geen dag gemist wegens ziekte. Ik had wel
naar mijn werk kunnen gaan, maar dan had ik toch voortdurend zitten
dubben over de toestand bij jou. Dan kan ik net zo goed thuisblijven."
"Ben je er nog niet uit dan?"
"Jawel. Ik kan net zo stronteigenwijs en koppig zijn als jij en
voorlopig hebben we de zegen van de mannen. Maar ik moet nog even wennen
aan het idee, dat een stel ongure types me in de gaten houdt."
"Ik zou voorlopig maar niet alleen naar bed gaan."
"Dat bood Karel ook heel lief aan, maar dat doe ik wel, door de week
dan. Dat zou de eerste concessie zijn aan die klootzakken. Voor je 't
weet doe je er weer een. Nog even en je denkt: misschien toch wel
verstandig en wel zo rustig om elkaar maar een tijdje met rust te
laten."
"Dat zou best zo kunnen zijn."
"Lekker rustig voor mij ja. Voor jou verandert er niets. Als ik me toch
zorgen zit te maken om jou, kan ik me zelf er ook wel bij nemen."
"Je bent lief. Maar waarom bel je eigenlijk?"
"Zomaar en om nog te bedanken dat jullie gisteren meteen naar me toe
kwamen racen. Heb ik Stef ook nog bij zijn Margreet weggerukt."
"Hij vindt Ankie en Annet nog net ietsje belangrijker dan Margreet."
"In omgekeerde volgorde dan."
"Reken maar. O, ik heb je nog niet over Lies verteld." Ik gaf haar een
uitgebreid verslag over Lies' metamorfose en de gemengde gevoelens die
ik bij haar had. "Weet je wat? Ik stuur je alles wat ik tot nu
geschreven heb en ik stuur je in het vervolg meteen ook elke keer wat ik
erbij geschreven heb. Dan ben je steeds helemaal op de hoogte. Kun je
meedenken."
"Staat er ook in wat dat spannende hollen was?"
"Kun je allemaal lezen."
"Volgens mij ben je gek genoeg om helemaal in je blootje gelopen te
hebben."
"Eén rondje in een half blootje, twee rondjes in een heel blootje en
twee rondjes in twee hele blootjes."
"Dat zeg ik, je bent gek. Jullie zijn gek. De eerstkomende keer bij
jullie wil ik ook gek zijn. Mag Karel trouwens meelezen?"
"Tuurlijk mag hij meelezen en vooral ook meedenken."
"Goed, dan ga ik nu lekker zwemmen, in een beschaafde zwempak. Dag
lieverd."
Na woensdag vond ik dat ik de zaak wel een paar dagen mocht laten rusten.
Het enige nieuwe is eigenlijk dat we weer eens met de neus gedrukt waren
op het feit dat we nog steeds in de gaten worden gehouden. Iemand die
van onze kant het dorp inrijdt kan alleen maar bij ons vandaan komen.
Wie een auto onze kant ziet oprijden hoeft maar te wachten tot die
terugkomt om het kentekennummer te noteren, als het al niet gebeurd is.
Moeten we Anneke en Henk bellen dat ze beter niet met de auto kunnen
komen? Ze zijn hier al eens geweest, maar toen waren 'ze' kennelijk nog
niet op het idee gekomen ons van vrienden te isoleren. Het is een kleine
moeite om ze van het station te halen. Moet ik het met Stef over hebben.
Ik ben wel eens wat jaloers op Stef. Wat er ook gebeurd is, hij zet zijn
pc aan, draait een knopje in zijn hoofd om en gaat schrijven. Ook als ik
niet schrijf ben ik voortdurend met de zaak bezig. De beste manier om me
af te leiden is nog het schrijven over iets anders. Maar ik kan moeilijk
gaan schrijven over mijn boeiende avonturen met de stofzuiger of het
sorteren van het wasgoed.
Zaterdagavond zijn we naar Adrie gegaan zoals ik Lies beloofd had. We
waren er om een uur of zes en gingen aan een tafeltje voor twee zitten.
Op die manier konden we ook nog wat woorden met Lies wisselen zonder dat
iedereen mee kon luisteren. Ze kwam achter de bar vandaan en naar ons
toe. Ze zag er leuk, bijna sexy uit: hoge hakken, kort rokje en een
bloes die een fraai uitzicht bood toen ze onze consumpties neerzette.
"Adrie dacht dat jullie een pilsje en een wijntje wilden."
"Klopt", zei ik. "Je ziet er leuk uit meid. Je hebt ook een nieuwe bh
gekocht, zag ik."
Ze bloosde. "Is ie tè?"
"Ben je gek. Ik zei toch dat je er leuk uitziet? Je kan er
nooit te leuk uitzien. Valt het een beetje mee?"
"Ja hoor. Ik ben om vijf uur begonnen, dan begint het zo'n beetje te
lopen. iedereen doet erg aardig."
Andere klanten vroegen haar aandacht. De rest van de avond bleef ik haar
zo'n beetje volgen. Ze gaat het wel redden.
Dinsdag 1 mei, 9.00 uur
Stef vond het een goed idee Anneke en Henk te vragen met de trein te
komen. Nadat ik Anneke verteld had wat Ankie was overkomen leek het haar
ook beter. Over Ankie heb ik niet meer verteld dan dat ze een vriendin
is die ik tijdens mijn trip in Egypte ontmoet heb. Ik heb nog niet
verteld dat de keer dat ze hier met de auto kwam niet de eerste keer
was. Dat komt allemaal als ze hier zijn.
Gisteren ben ik al snel weer gestopt met schrijven. Ik heb weer eens
nagelezen. Het viel me ineens op dat een toevallige, onvoorbereide lezer
zich zou kunnen afvragen of we Stefs en mijn ouders nog wel eens zien of
spreken. Het lijkt erop of ze deel uitmaken van een heel ander stukje
leven, dat niets te maken heeft met het leven dat ik hier beschrijf. We
bellen ze vrij regelmatig, maar dan gaat het over de gewone dagelijkse
dingen in het leven die in elk huishouden voorkomen. In weekends gaan we
er een dagje heen en praten over dezelfde koetjes en kalfjes, al is het
daar dit jaar nog niet van gekomen. Ik denk niet dat mijn ouders meteen
laaiend enthousiast zijn als ze horen dat ik een keer zonder sportkleren
om het bos gehold heb. Ze zouden waarschijnlijk de wenkbrauwen fronsen
als ik ze zou vertellen waarom Ankie zo'n bijzondere vriendin is. Ik
vind het al moeilijk het aan Anneke te vertellen. Ik ben niet bang dat
ze er negatief over zal doen. Ik wil alleen dat ze voelt of begrijpt dat
er tussen ons niets veranderd is. Ik heb haar pas leren kennen toen ik
al met Stef samenwoonde. Ik weet niet eens of er tussen goede
vriendinnen wat verandert als één van hen een duurzame relatie met een
man krijgt. Voor ik Stef leerde kennen heb ik nooit een vriendin gehad
met wie ik allerlei vertrouwelijkheden uitwisselde. Vriendjes duurden
ook nooit lang genoeg om het zover te laten komen. Ik was een
laatbloeiertje op dat terrein, maar bij de laatste twee vóór Stef kwam
er ook seks aan te pas. Het was plezierig, maar niet meer dan "Je bent
jong en je wilt wat." Stef was de eerste bij wie ik bleef slapen na de
eerste seks. Na het laatste hapje van een goed diner loop je ook niet
meteen van de tafel weg. Ik was trouwens nog nooit bij een jongen
blijven slapen of hij bij mij. Het kwam gewoon niet bij me op. Bij Stef
kwam het gewoon niet bij me op weg te gaan. Het was geen bewuste keuze.
Mensen hebben ook nog wel iets van instinct en dat instinct vertelde me
dat ik bij de goede persoon op de goede plek was. Na die eerste ochtend
vind ik het nog steeds fijn om bij het wakker worden zijn hand ergens op
mijn lichaam te voelen.
Vandaag laten we het zwembad weer vollopen. In principe kunnen we het
hele jaar door zwemmen, want het is een verwarmd bad. We weten ook wel
dat het eigenlijk onnodige verspilling van energie is, maar om het een
heel klein beetje goed te maken doen we het niet vóór 1 mei. De
verwarming werkt op een thermostaat die het water op twintig graden
houdt, niet bijzonder warm dus en die thermostaat werkt van 's morgens
zes tot 's avonds zes.
Zondag 6 mei, 10.30 uur
Afgelopen donderdag was ik blij dat ik de deur uit kon gaan om Anneke en Henk
van het station te halen. De dagen ervoor heb ik maar wat rond lopen klungelen.
Ik kwam aan niets constructiefs toe. 's Woensdags ben ik het zwembad maar
eens ingedoken, maar daarna lekker in de zon liggen was er niet bij. In de zon
ging het net, maar er waren nogal wat wolken. Donderdag regende het zelfs af en
toe, maar Anneke en Henk waren wat de zon betreft niet voor niets gekomen. De
rest van de dagen dat ze er waren, was het heerlijk zonnig weer. Ze kwamen
aan met de trein van 12.27. Ik was tien minuten te laat vanwege een ongeluk op
de provinciale weg. Ik had er niet eens aan gedacht ze even te bellen dat het
wat later werd.
"Ik werd al haast ongerust", zei Anneke. "Zo langzamerhand heb ik het idee dat
er van alles kan gebeuren bij jullie."
Stef had voor de lunch gezorgd, maar mocht van ons daarna gewoon weer gaan
werken. Het leek mij wel een goed idee ze eerst de foto's van Egypte en
Australië te laten zien.
"Dat is Ankie", zei ik bij de foto van Ankie op de duikplank.
"Ziet er niet uit als een type dat alleen op vakantie gaat omdat ze geen man kan
krijgen", zei Henk.
Ik vertelde dat een relatie kort daarvoor op een nogal wat lullige manier was
beëindigd, maar dat een nieuwe relatie er inmiddels veelbelovend uitzag. "Naast
een andere relatie", zei ik erbij.
"Heeft ze twee vriendjes?" vroeg Anneke.
"Ze heeft een heel goed vriendinnetje."
"Is ze bi?"
"Nee, ik ook niet. Ik bedoel ... we vinden van niet, maar ... uh ... OK, het zit
zo." Ik vertelde het hele verhaal.
"Vond je het moeilijk om te vertellen?" vroeg Anneke. "Was je bang dat we het
raar zouden vinden of veroordelen of zo?"
"Wel moeilijk, maar niet daarom. Ik vond het moeilijk om aan jullie, aan jou
eigenlijk, te vertellen, omdat we goede vriendinnen zijn en omdat jij zou kunnen
gaan denken dat je dan op het tweede plan komt of zoiets."
Anneke dacht even na. "Ik weet zeker dat ik op het tweede plan kom. Het derde
plan eigenlijk, want Stef staat nog steeds op nummer één voor zover ik weet. Jij staat na Henk ook
op het tweede plan. Dat bedoel ik niet pesterig, hoor, zo van: denk maar niet
dat jij zo belangrijk voor mij bent. Ik had een goede vriendin, dacht ik altijd,
toen ik Henk leerde kennen. Zij vond het maar niks dat ik meer tijd aan Henk
ging besteden dan aan haar. Dat ging ze me kwalijk nemen. We waren al gauw geen
vriendinnen meer. Als wij geen goede vriendinnen waren zou je niet eens de
moeite genomen hebben me over Ankie te vertellen. Dat wil ik graag zo houden.
Als je Stef dumpt voor een nieuw vriendje, kan je het me ook rustig vertellen. Dan zal ik
zeggen dat je een stomme trut bent, maar verder even goede vriendinnen, hoor.
OK?"
"Je bent een schat. We moeten in Amsterdam een keer met ons zessen gaan eten. Of
met ons drieën, zonder de mannen erbij. Weer eens lekker uitgebreid roddelen."
Toen Stef zijn dagtaak erop had zitten, had ik alle verhalen over Australië bij de foto's
verteld en waren Anneke en Henk over de toestand hier ook helemaal bijgepraat.
Zij nodigden ons uit om zaterdag bij Adrie te gaan eten. Ze waren ook wel
nieuwsgierig naar Lies.
De vrijdag was voor Stef een gewone werkdag. Na het ontbijt op het terras zei
Henk: "Meiden, ik ga een eind fietsen. Jullie hebben vast nog meer te bepraten
over allerlei dingen waar mannen niets verstandigs over kunnen zeggen. Met de
lunch hoeven jullie niet op mij te wachten. Misschien ga ik wel een tosti bij Lies
eten."
Anneke en ik namen twee ligstoelen op het terras in beslag. We hadden de boeken
klaar liggen, maar daar kwamen we niet meteen aan toe.
"Hebben Henk en jij nog uitgebreid nagepraat over Ankie en mij?" vroeg ik.
"Niet uitgebreid. Het is gewoon iets onverwachts. Je bent de eerste heterovrouw
niet met zo'n ervaring en je zult de laatste ook niet zijn. Zoveel weet ik ook
nog wel. Je bent alleen de eerste die we kennen die zoiets overkomt. Nee,
wacht even, dat klinkt wat negatief, alsof het iets is dat na een tijdje weer
over zal gaan. Ik ken je goed genoeg om te weten dat het niet zomaar een
bevlieging is."
"Ik zit er zelf ook nog veel over na te denken. Ik weet in ieder geval zeker dat
ik haar niet kwijt wil raken. Maar ik wil jou ook niet kwijtraken."
"Ankie is alleen een tikkie anders."
"Ja. Begrijp je dat een beetje?"
"Nee, maar dat hoeft ook niet. Begrijp jij dat ik van Henk houd? Begrijp ik dat
jij van Stef houdt? Ik kende Stef vóór ik Henk leerde kennen. Ik vond hem een
aardige vent en nog steeds, een goede vriend. Jij ontmoet hem en wordt meteen stapelverliefd.
Dat begrijp ik ook niet. Waarom zou ik ineens moeten begrijpen waarom jij, behalve
van Stef, ook nog eens van een vrouw houdt? Eerlijk gezegd heb ik me wel eens af
zitten vragen hoe het is om met een vrouw te vrijen."
"Zo vaak hebben we het niet gedaan, hoor. Daar gaat het ook niet in de eerste
plaats om. Het is hetzelfde als vrijen met een man en het is anders. Ik heb geen
idee hoe het voor andere vrouwen is. Voor mij betekent het vooral dat ik samen
ben met iemand die ik helemaal vertrouw. Kijk, zie je nou? Daarom vond ik het
moeilijk het jou te vertellen. Nu lijkt het weer of ik zeggen wil dat ik
jou niet helemaal vertrouw."
Ik stond op, liep naar het zwembad en sprong erin. Al ronddobberend vroeg ik me
af waarom ik zo moeilijk zat te doen over iets waar Anneke niet moeilijk over
deed. Ik ben nog teveel een schooljuf die alles wil uitleggen, ook aan mensen
die helemaal geen uitleg nodig hebben. Het is, denk ik, mijn manier om iets aan
mezelf uit te leggen, wat ik toch niet kan uitleggen, waar ik niet de juiste
woorden bij kan vinden. Vorige week woensdag hadden Ankie en ik in de kamer op
de bank kunnen blijven zitten. Waarom trokken we onze kleren uit en gingen we op
bed liggen? Daarom! Omdat de situatie zo was en wij zo zijn. Ik weet niet
waarom ik bepaalde gevoelens heb. Ik mag ermee doen wat ik wil, zolang er geen
waarschuwend stemmetje zegt dat ik het beter niet kan doen of iemand anders zegt
dat ik ermee moet kappen. Zover was ik toen Anneke op de rand van het zwembad
kwam zitten en vroeg of ik eruit was. Ik ging naast haar zitten en legde toch
weer uit.
"Als je het daar nou bij houdt voorlopig," zei Anneke, "is er niets aan de
hand. Wij blijven goede vriendinnen die alleen samen uit de kleren gaan als we
in de zon gaan liggen."
Stef nam ook een duik vóór de lunch. Dat deed Henk toen hij rond twee uur van
zijn fietstocht terugkwam. Hij had inderdaad een tosti gegeten bij Adrie. Lies
was er ook, maar hij had niet met haar gepraat, want Adrie had hem bediend. Die
herinnerde zich dat Henk met ons al eens eerder bij hem was geweest. Aan Lies
was Henk niets bijzonders opgevallen. "Gewoon een wel aangenaam uitziende dame.
Als je niet beter weet denk je niet meteen dat het wel de vrouw van de eigenaar
zal zijn. Het is een duidelijk leeftijdsverschil."
Zaterdag zijn Anneke en ik in de stad ouderwets wezen winkelen: veel bekijken en
passen zonder iets te kopen. Anneke kocht tenslotte nog twee uitverkooptopjes.
Ik kocht een sportbroekje waarin een broekzakje zit, waar ik mijn mobieltje in
kan stoppen als ik ga hollen. Dan hoefde ik dat niet de hele tijd in mijn hand
te houden. "Dat lijkt me nou zo vervelend," zei Anneke, toen we koffie zaten
drinken, "dat je bij alles wat je doet er rekening mee moet houden dat er iets
lulligs kan gebeuren."
"Dat is het ook, maar we rekenen erop dat het na deze zomer is afgelopen, hoe
het ook afloopt. Bovendien zijn we er niet constant mee bezig." Ik vertelde van
die keer dat ik een dolle bui alles had uitgetrokken. Ze
schudde alleen met haar hoofd.
We waren om half zeven bij Adrie. Lies kwam naar ons toe om de bestelling op te
nemen. Ze zag er heel ontspannen uit. Ik vertelde wie Anneke en Henk waren. Toen
ze de drankjes bij ons neergezet had vroeg ze of we er om een uur of negen nog
zouden zijn. "Adrie gaat iets zeggen wat iedereen moet weten. Ik mag het niet
verklappen."
"Hij zal toch niet gaan zeggen dat hij de tent gaat sluiten?" zei Stef.
Gezien wat Lies me laatst gezegd had over zijn laatste adem leek me dat niet
waarschijnlijk. Op zijn beurt vond Stef het onzin dat ik zat te speculeren dat
het iets met onze toestanden te maken kon hebben. "Dan zou Adrie het ons echt
wel eerst rechtstreeks verteld hebben." We merkten wel dat ook om ons heen de
meest wilde theorieën de ronde deden, maar we moesten echt wachten tot negen
uur. Adrie kwam achter de bar vandaan en klom op een stoel. Uit een witte
envelop haalde hij een foto die hij omhoog hield. Er stond een persoon op, maar
we zaten net te ver weg om die te herkennen.
"Dit is Ans", zei Adrie. "Ze heeft een krant in haar hand, de krant van
afgelopen woensdag. Achterop staat geschreven 'Het gaat goed met me.' De envelop
zat vanochtend bij de post. Morgen breng ik de foto naar de politie."
Iedereen wilde de foto natuurlijk van dichtbij zien. We wachtten rustig onze
beurt af. "Het kan best een fake zijn", zei Henk. "Je neemt een oude foto en
gaat fotoshoppen met een foto van een net verschenen krant. Dat kan een kind
tegenwoordig. Dat zullen de experts van de politie wel kunnen uitzoeken."
Wij wisten niet beter dan dat het een foto van Ans was. Ze zag er goed uit. Ze
zat op een stoel die bij IKEA weggehaald zou kunnen zijn voor een muur met een
wit overgeschilderd behangetje. Aan twee lichtere plekken kon je zien dat voor het
maken van de foto een kast opzij was gezet en een schilderijtje of zo van de
muur was gehaald om herkenning te voorkomen. Er was net geen vloerbedekking te
zien. Er was wel nagedacht over het maken van de foto. Die foto kon ook nog op
vrijdag gemaakt zijn, maar de krant was van dezelfde dag dat Ankie gebeld was.
Ik kon niet nalaten daar op te wijzen toen we weer aan onze tafel zaten bij een
nieuw glas wijn.
"Denk je echt dat er enig verband is?" vroeg Henk.
"Ik weet het gewoon niet. Ik word er af en toe knettergek van. Het zijn steeds
van die kleine dingen, waar de politie niets mee kan. Als die foto echt recent
is, kan de politie er nog niets mee. Ze zullen echt geen vingerafdrukken vinden.
Ze kunnen misschien vaststellen of het handschrift van Ans is. Ik weet alleen
dat ik altijd de mogelijkheid heb opengehouden dat Ans nog leeft en op de een of
ander manier bij onze zaak betrokken is. Voor mij is die foto net zo echt als
het telefoontje naar Ankie, het mailtje naar Ellen, onze auto in de sloot,
dingen die in onze tuin en zwembad worden gegooid. En net zo echt als een lieve
vent met wie ik straks naar bed ga, goede vrienden die op bezoek zijn en een
vriendin die ik nu graag wil vertellen wat er nu nou weer is gebeurd."
"Dan bel je haar toch", zei Anneke.
"Nee. Die ziet Karel alleen in het weekend. Die ga ik niet storen. Als ik de
rest van het weekend af en toe een beetje afwezig ben," zei ik tegen Anneke en
Henk, "sorry."
Dat zei ik nog eens extra tegen Stef toen we in bed lagen. "We begrijpen het wel
als je morgen de hele dag op je kamer zit", zei hij. "Ga maar slapen."
Even voor half acht werd ik wakker. Ik trok mijn sportgoed aan en ging naar
buiten. Ik holde vijf rondjes. Anneke zat met thee op het terras toen ik
uitgehold was. Ik douchte en ging bij Anneke zitten die thee voor me inschonk.
Ze zei niets. Dat liet ze aan mij over.
"Je mag wel wat zeggen, hoor", zei ik. "Ik wil er zo weinig mogelijk aan denken
vandaag."
"Ik wil niet vervelend zijn, maar dat ga je toch doen. Dan ga je je ook nog
schuldig voelen omdat je geen aandacht schenkt aan je gasten. Luister: we
voelen ons geen gasten. Je hoeft ons niet bezig te houden, dus je kunt in ieder
geval ophouden met je schuldig te voelen. We gaan straks met ons vieren
ontbijten en daarna doe jij gewoon wat je wilt doen. Je kunt gaan hollen of
fietsen, in je eentje, met één van ons of met ons allemaal. Je kunt in je hok
gaan zitten en het van je af schrijven. Je kunt ons erover plat lullen. Zie
maar."
Het werd dus schrijven. Stef heeft me tussendoor een paar broodjes gebracht. Ik
voel me in ieder geval een stuk rustiger nu. Ik hoef het allemaal nog niet
vandaag opgelost te hebben. Ik ga nog even van de zon genieten.
Maandag 7 mei, 9.30 uur
Wat ik gisteren geschreven heb, heb ik meteen daarna aan Ankie gemaild, zonder
er verder iets bij te schrijven. Dat wilde ik vanochtend doen, maar er was al
een mailtje van Ankie dat ze gisteravond geschreven en verstuurd heeft.
Lieve Annet,
Met Karel heb ik net je laatste stukje 'dagboek' gelezen. Die foto van Ans maakt
het weer een stuk ingewikkelder allemaal. maar daar wil ik het nu even niet over
hebben. Volgens Karel denk je teveel na, over ons dan. Met 'ons' bedoel ik niet
Karel en mij, maar jou en mij. Je weet en voelt heel goed, volgens Karel, dat er
niets verkeerds is aan wat wij voor elkaar voelen en dat we dat elkaar af en toe
ook letterlijk laten voelen. Maar ergens zit nog steeds een klein moralistische
Annetje die een waarschuwend vingertje opsteekt. Karel ziet het zo: je was niet
bang dat Anneke het zou afkeuren en ook niet dat ze zich 'verdrongen' zou
voelen. Anneke is je beste vriendin en je wilde als het ware haar goedkeuring.
Je wilde ook van haar horen dat wij mogen voelen en doen wat we willen. Dat
heeft ze dan misschien niet met zoveel woorden gezegd, maar als je alles goed
hebt opgeschreven wat je met haar bepraat hebt, is dat duidelijk genoeg. Je mag
heel principieel leven, als het maar je eigen principes zijn, waar je helemaal
achter staat. Tot zover Karel. Ik ben maar een heel klein beetje minder slim dan
hij, dus ik denk dat hij gelijk heeft. Ik weet een stuk meer dan hij van jou.
Stef wist die woensdag ook heel goed wat jij en ik toen wilden: bij elkaar zijn.
Natuurlijk steunen die mannen ons en willen we niet anders, maar we willen ook
elkaar steunen, gedeelde smart en zo. We doen dat niet door op de bank te zitten
en opbeurende woordjes tegen elkaar te zeggen. We gaan heel dicht bij elkaar
liggen, huid op huid, dan hoeft er niet zoveel gezegd te worden. Dan weten we
genoeg.
Zo, dan ga ik nu Karel laten zien hoe goed ik ben in lichaamstaal.
Ik houd ook van jou.
Ankie.
Ik wist het wel, maar soms moet je iemand anders horen zeggen wat je al weet om
er voor honderd procent zeker van te zijn. Die kleine moralistische Annet houdt
van nu af aan haar mond wel. De grote Annet zal wel te veel nadenken, maar die
wacht toch nog even met het terugschrijven van een mailtje.
Ans leeft dus nog. Ik twijfel daar geen moment aan. En het is geen toeval dat
die foto nu ineens opduikt. 'Zij' wisten dat wij binnen de kortste keren van het
bestaan van die foto zouden afweten. We hebben zaterdag geen gelegenheid gehad
er met Adrie over te praten, maar dat ga ik vandaag nog doen. De kroeg is dicht,
dat weet ik, ik bel gewoon bij ze aan. Ik bel niet van tevoren. Als ze niet huis
zijn, heb ik pech gehad en ga ik morgen naar de kroeg. Ik ga Adrie rechtstreeks
vragen of hij me alsjeblieft wil vertellen wat er in dit dorp gebeurd is, dat er
nu voor zorgt dat er mensen zijn die ons hier weg willen hebben. Hij heeft me al
eens verteld dat Steffie als een del beschouwd werd, dan kan hij me ook nog wel
iets meer vertellen. Nu ik er wat aan bijgedragen heb dat Lies meedraait in de
kroeg en er uiterlijk ook niet op achteruit gegaan is, kan ik misschien een paar
potjes bij hem breken. Als het meezit en Lies is er ook bij kan ze nog wel een
soort bondgenoot zijn. Bij de lunch zal ik het er met Stef over hebben.
19.30 uur
Stef wilde wel met me meegaan, maar dat leek me wat overdone. Ik ken Stef wel,
maar zo goed ken ik Adrie nu ook weer niet. Voor je het weet wordt het dan weer
een gesprek tussen twee mannen. Ik wilde ook een beetje op zijn vaderlijke
gevoel spelen. Per slot van rekening heeft hij wel iets met vrouwen die een stuk
jonger zijn dan hij. Zo'n aardig jong vrouwtje dat zo graag in jouw dorp wil
blijven wonen moet je toch behulpzaam zijn? Dat was ongeveer mijn uitgangspunt
en voor de rest zou ik het wel op zien komen spelen.
Ik was er om kwart over een. Lies deed de deur open. "Hè Annet. Kom je voor
mij?"
"Ja, ook, maar ... uh ... ik wilde Adrie wat vragen, als het jullie uitkomt
tenminste. Is hij thuis?"
"Nee, maar ik verwacht hem elk moment. Kom binnen."
Ze ging me voor naar de keuken, waar ze koffie ging zetten.
"Je bent veranderd", zei ik. "Je bent niet meer dat grijze muisje van twee weken
geleden."
"Meid, ik ben zo blij dat Adrie gezegd heeft dat ik eens met jou moest gaan
praten. Ik ben al aan het kijken of ik een horecaopleiding kan volgen. Met wat
veranderingen hier en daar, een wat uitgebreider menu bijvoorbeeld, kunnen we
vast meer klanten uit de stad trekken."
"Ik zie het voor me", riep ik enthousiast, "Auberge à Trois."
"Die is mooi! Moet ik onthouden. Hoe kom je d'r op? O, daar heb je Adrie." Ze
liep naar de hal. Ik hoorde haar zeggen: "Annet is er. Ze wil je wat vragen. Kan
toch wel, hè? Ze heeft net een mooie nieuwe naam bedacht, Auberge à Trois. Hoe
vind je die?"
Ze kwamen net de keuken in en Adrie keek wat onbegrijpend.
"A-drie", zei Lies. "A trois. Wanneer heeft iemand het voor het laatst
Landrust genoemd? Als we mensen uit de stad willen trekken, moeten we het een
beetje chique uitstraling geven."
"Ja, leuk." Adrie klonk nog niet overtuigd. "Hallo, Annet."
Lies schonk koffie in. We bleven in de keuken zitten. Het was ook duidelijk een
eetkeuken.
"Wat wil je weten?" vroeg Adrie me. Het klonk niet onvriendelijk, maar ook niet
als 'Vraag maar en ik vertel het je.'
"Jullie weten", ik betrok Lies er meteen bij, "dat wij wat probleempjes gehad
hebben." Ik vatte alles nog maar eens kort samen, zonder de boodschappen aan
Ankie en Ellen te noemen. "Jij hebt wel eens gezegd dat je alles weet wat hier
in het dorp gebeurt en wat er eerder gebeurd is. Je hoeft geen namen te noemen,
maar als jij toevallig weet dat iemand hier in het dorp iets met die ongein te
maken heeft, kun je misschien vragen of hij er mee wil stoppen. Wij willen hier
graag nog lang blijven wonen. We willen onze kinderen hier ook laten wonen."
"Ben je in verwachting?" vroeg Lies.
"Nee, maar dat hoeft wat ons betreft geen jaren meer te duren."
Adrie zat voor zich uit te staren. Ik ging nog maar even door. "Stef en ik
hebben er natuurlijk heel wat over nagedacht. We denken dat het iets te maken
heeft met het huis dat van die huisarts is geweest. We hebben het ook altijd
vreemd gevonden dat er twee vrouwen verdwenen zijn die verre familie van elkaar
zijn. Nou lijkt het erop dat Ans in ieder geval nog leeft. Misschien heeft die
Stefanie ook nog wel een hele tijd geleefd, maar ergens anders. Misschien is ze
wel gevlucht omdat ze hier als een lellebel beschouwd werd."
"Denken jullie dat Ans ook gevlucht is?"
"Dat zou toch kunnen? Waarom verdwijnt iemand plotseling spoorloos?"
"En denken jullie dat het iets met jullie problemen te maken kan hebben?"
"Ik weet het gewoon niet. We willen alleen maar dat het stopt. En ik denk dat
iedereen in het dorp blij is als Ans weer gewoon terug is."
"En jullie denken dat ik er iets aan kan doen." Adrie keek weer een tijdje voor
zich uit. Hij zat te dubben. Dat maakte het voor mij al duidelijk dat hij meer
wist dan ik. Hij zat te dubben over wat hij me wel en niet kon of wilde
vertellen. Hij slaakte een diepe zucht. "Ik weet wel veel, maar ga alsjeblieft
niet denken dat ik alles weet. Aan de bar willen mensen hun hart wel eens
luchten, maar ze willen ook wel eens alleen maar roddelen over wat de tante
van de vriendin van de zus van de buurman heeft gehoord. Goed, mijn vader heeft
me ooit verteld dat hij van een zogenaamde betrouwbare bron had gehoord dat die
Stefanie een relatie had met die huisarts. Zo zeiden ze dat toen natuurlijk nog
niet. In die tijd noemden ze dat nog het plegen van ontuchtige handelingen. Daar
kwam dan het leeftijdsverschil nog bij, alsof een man het kan helpen dat hij
serieus een veel jongere vrouw heel leuk en lief kan vinden. Ik heb nooit achter
jonge meiden aangelopen. Lies is de enige en daar heb ik nooit spijt van gehad."
"Ik ook niet", zei Lies en ik zag dat ze het meende. "Nu denk je zeker," zei ze
tegen mij "waarom liep ze er tot voor kort dan als een grijze muis bij? Waarom
verstopte ze zich als het ware?"
"Lies wilde niet opvallen", zei Adrie. Wilde hij voorkomen dat Lies meer ging
vertellen? "Dat is ook een heel verhaal, maar nu
niet zo interessant." Dat vond ik wel, maar het was niet het juiste moment om
aan te dringen.
"Goed, Annet," ging Adrie door, "ik wil nog wel eens bekijken wat ik voor
jullie kan achterhalen. Verwacht niet teveel. Er wordt nog wel eens overdreven
wat ik allemaal zou weten. Jullie komen nog wel eens langs, dus ..."
Ik weet wanneer ik moet opstappen. "Als je iets weet, dan horen we het. Bedankt
vast. Langs komen doe we toch wel."
Lies liep met me mee naar de deur. Zachtjes zei ze: "Ik zal wel een beetje
aandringen. Je hebt mij ook geholpen. Tot gauw."
Het was nog geen overweldigend resultaat, maar het begin was er. Ik had de
indruk dat Adrie niet hoefde te bekijken wat hij wist. Hij wilde nog eens goed
nadenken over wat hij ons wilde vertellen.
Ik heb Ankie een mailtje gestuurd.
Lieve Ankie,
Je hebt helemaal gelijk. Anneke is mijn beste vriendin.
Ik houd van jou.
Annet.
Dinsdag 8 mei, 13.30 uur
De haag rond het huis geeft heel veel privacy, al komt er alleen maar één keer
in de zoveel dagen een boer langs. Vanuit mijn werkkamer, boven de eetkamer,
kijk ik niet verder dan die haag en de bomen die daar nog boven uitsteken. Stef
heeft vanuit zijn kamer boven de zitkamer een uitzicht op de akkerbouwgronden
aan de overkant van de weg. De weg zelf kan hij niet zien. Hij kon me laatst
alleen maar voorbij zien hollen, omdat de deuren in de haag openstonden. Af en
toe zit ik nog wel eens na te denken over een manier om toch zicht te krijgen op
de weg, via een hoog geplaatste camera. Het hoogste punt van het huis is dan nog
niet hoog genoeg. Dat heb ik al eens uitgerekend. De twee woonlagen zijn allebei
iets van twee meter vijftig hoog. Dan komt er een puntvormig dak van ongeveer
twee meter hoog. Precies in de punt zit een schoorsteen die nog een meter hoog
zal zijn. De schoorsteen staat in verbinding met de open haard in de zitkamer
die maar een heel enkele keer aan is. We hebben dus nog een vliering, waar we
geen van beiden ooit geweest zijn. We hebben in de garage genoeg ruimte om
spullen op te bergen. Bij de restauratie zijn de bouwvakkers er wel geweest. Er
zit een luik in het plafond van de bovenhal. Als je dat opentrekt komt er een
soort uitschuifladder naar beneden, hebben we ons laten vertellen. Ik liep de
hal in om eens te kijken. Hoe kom je bij dat luik, vroeg ik me af, om het open
te trekken? Aan één kant zat een ring. Ik pakte een stoel uit mijn kamer en ging
erop staan. Ik kon net niet bij die ring.
Stef had mij horen rommelen en kwam een kijkje nemen. "Wat ben je aan het doen?"
"Ik wou eens een kijkje nemen op die vliering."
"Waarom?"
"Zomaar. Dat hebben we nog nooit gedaan. Ik kan er alleen net niet bij. Probeer
jij eens."
Even later was de ladder uitgetrokken en klom ik naar boven. Er was niets te
zien, want het was aardedonker. Er zitten geen raampjes in het dak. Een grote
staaflantaarn ligt altijd in de garage. Ik besloot eerst een paar rondjes te
hollen en op de terugweg de lantaarn te pakken. Bij het hek stopte ik en draaide
me om. Stef stond bij het raam van zijn kamer. Ik trok mijn shirtje omhoog, liet
het weer zakken, wuifde naar Stef en holde het hek uit voor drie rondjes.
Nog in mijn sportkleren klom ik, gewapend met de lantaarn, de ladder op. Alleen
op het gedeelte rond de schoorsteen kon ik rechtop staan. Ik bescheen methodisch
het hele vloeroppervlak, ruwhouten planken. Ik zag het pas op het laatste moment
omdat ik er zo dichtbij stond. Het stond bijna tegen de schoorsteen, vanuit het
luik gezien erachter. Het was een klein houten doosje. Ik pakte het op. Er
rammelde iets in. Ik maakte een schuifdekseltje open: schaakstukken. Ik bleef
nog een tijd doorzoeken maar verder was er niets te vinden.
Stef hoorde mij de ladder afkomen en kwam naar het resultaat kijken. Ik liet hem
het doosje zien. "Dit is alles wat er lag."
"Waarom hebben die bouwvakkers dat daar destijds laten liggen?"
"Gewoon niet meer aan gedacht."
Ik zette het doosje op mijn bureau, haalde een handdoek uit de badkamer waar ik
mijn sportkleren uittrok. Ik ging buiten onder de koude douche staan en dook het
zwembad in. Het was me wel duidelijk van wie de schaakstukken geweest waren,
maar waarom lagen ze op de vliering? Ik kon me maar één goede reden voorstellen:
om ze te verbergen, in ieder geval uit het zicht te houden.
Ik haalde op mijn kamer de stukken uit het doosje. Ze waren prachtig, leken wel
handgesneden en bewerkt. Het zou wel eens een behoorlijk antiek stel
schaakstukken kunnen zijn, dus waardevol. Ik zette de stukken op een rijtje en
dat maakte ook weer iets duidelijk: de witte dame ontbrak.
Schaakstukken verlies je niet. Bij het opruimen na het spel kan je er een laten
vallen, maar dan pak je het op. Kon de dame kapot gegaan zijn doordat er iemand
op is gaan staan? Ik heb geen verstand van hout, maar ik heb de indruk dat die
stukken van heel hard hout gemaakt zijn. Zou Herman de witte dame als een soort
talisman altijd bij zich gehad hebben, een soort symbool van zijn Steffie? Maar
waarom moest hij alle andere stukken dan verbergen? Een incompleet stel stukken
is altijd minder waard. Had die witte dame een waarde van zichzelf, voor Herman
of voor iemand anders? En dan de belangrijkste vraag: waar is de witte dame nu?
Is zij de derde spoorloos verdwenen dame? Van de keren dat ik me wat in het
schaken had verdiept herinnerde ik me dat stukken tijdens een spel geofferd
kunnen worden. Je laat doelbewust een van je stukken slaan om daardoor op
langere termijn voordeel te verkrijgen. Zo kan ook een dame geofferd worden. Ze
verdwijnt uit het spel, maar bij een volgend spel staat ze gewoon weer op het
bord.
Zit ik nou een beetje rare symboliek te bedrijven? Dames verdwijnen uit het ene
spel, maar komen in een ander spel terug, op een ander bord, zoals Steffie, of
op hetzelfde bord, zoals Ans, misschien. Komt de witte dame ook nog terug op
hetzelfde of een ander bord? Zit iemand nu te bedenken hoe hij dame Annet kan
offeren om daarmee op langere termijn voordeel te behalen? Ik had al eens eerder
zoiets geschreven, herinnerde ik me. Ik zocht het op, het was op 11 oktober
vorig jaar geweest. Toen zag ik mezelf nog als een pion, maar ik schreef ook al
dat een dame geofferd kan worden.
Ik was weer terug bij het schaken en daarmee bij het schakende bestuurslid. Wat
weet hij van de ontbrekende witte dame? Het bestuur had nog steeds niet
gereageerd op mijn laatste mailtje. In schaaktermen waren zij nog steeds aan zet
en was hun bedenktijd zo langzamerhand wel verlopen. Waren ze niet bang meer
voor mijn bedreiging met onthullingen?
In ons gesprek met Lies hadden we het zwemmen van jonge Adrie met zijn
vriendinnetje afgedaan, maar feit blijft dat de navelpiercing van dat
vriendinnetje een schaakstuk voorstelde. Adrie had er niet om gevraagd het
terug te geven aan dat ex-vriendinnetje. Wou hij er niet extra de aandacht op
vestigen?
Vragen, vragen, vragen. Drie verdwenen dames. Drie dames die gezegd wordt dat ze
beter uit de buurt kunnen blijven van dame Annet. Die heeft weer een andere dame
op de kaart gezet, zoals dat heet. Je kan ook zeggen dat ik een dame weer actief
bij het spel betrokken heb. Wat schreef ik ook al weer de vorige keer? De koning
kan alle kanten op, maar met kleine stapjes. De dame kan ook alle kanten op,
maar van de ene kant van het bord naar de andere. Adrie, de koning van Lies, kan
maar kleine stapjes doen. Lies had ik al een grote stap laten maken. Ze wil me
helpen, maar ze zal ook haar koning willen beschermen. Welke rol laat zij jonge
Adrie spelen? Is hij een paard, dat als enige over de andere stukken heen kan
springen en zo blokkades kan nemen waar dat anderen niet mogelijk is?
Er begint zich een nieuw actieplan af te tekenen. Ik ga mezelf er niet aardiger
door vinden, maar ik moet meer met Lies aanpappen. Ze lijkt me aardig genoeg om
een vriendin te kunnen worden, maar voorlopig moet ik in ieder geval eerlijk
zijn tegen mezelf. Een netter woord dan aanpappen is er niet. Ik wil haar
gebruiken voor mijn eigen doeleinden. Het enige excuus dat ik ervoor heb is dat
zij misschien nog slimmer is dan ik denk en haar geheel eigen spelletje met mij,
met ons speelt. Ik moet haar in vertrouwen nemen, in de hoop dat zij dat ook
doet. Waarmee geef ik aan dat ik haar vertrouw? Ik ga haar niet over Ankie
vertellen. Ik ga iets moois niet bezoedelen door het als een soort wapen te
gebruiken. Lies heeft gezegd dat ze ons huis wel eens van binnen wil zien. Ik
kan haar een keer uitnodigen. Ik kan haar vertellen dat mijn kamer, als het
zover is, tegelijkertijd babykamer wordt. Om te beginnen kan ik haar vertellen
dat we erover denken na de zomer serieus werk te gaan maken van een kind. Ze
moet zich toch vereerd voelen als ik zeg dat zij de eerste is die het hoort.
Getver, nee, dat wil niet. Ik wil dat Ankie het als eerste van mij hoort. Ik wil
dat ze met net zo veel verwachting naar de geboorte uitkijkt als ik en Stef. Ik
weet dat ze dat zal doen.
Ik kreeg een merkwaardig, maar wel plezierig gevoel over me. Een warm gevoel kun
je het ook noemen. Het had te maken met het denken aan Stef en Ankie, de twee
mensen van wie ik houd, maar ook met het denken aan een nog niet geboren, nog
niet eens verwekt kind, waarvan ik zou gaan houden. Ik weet ineens heel zeker
dat ik een kind wil. Ik moet morgen beginnen met een nieuw serie pillen, maar ik
wil er niet meer mee beginnen. Ik wil niet wachten tot na de zomer. Wat er
allemaal nog gaat gebeuren deze zomer, het kind zal er geen last van hebben.
Ik stuurde een mailtje naar Stef dat hij eerst mijn verhaal moest lezen voor hij
naar beneden kwam. Dan hoef ik niet zo veel meer uit te leggen.
Woensdag 9 mei, 13.30 uur
Stef bleef een tijdje tegen de deurpost leunen toen hij gistermiddag van boven
kwam. Dat doet hij wel vaker als ik op de bank zit te lezen. Het is een goed
teken. Vaak zegt hij dan iets leuks of iets liefs. Hij zei deze keer niets. Hij
knikte alleen en liep door naar de keuken. Hij kwam terug met een pilsje en een
fles wijn, schonk in en kwam naast me zitten. Hij zei niet meteen iets. Na een
paar slokken zette hij zijn glas op tafel en sloeg een arm om heen. "Je wilt een
kind ook met Ankie delen."
Het was geen vraag, het was de vaststelling van een feit. Ik had het mezelf nog
niet zo gerealiseerd, maar ik wist dat hij gelijk had. "Ja, als zij een kind
krijgt wil ik dat ook met haar delen. Ik bedoel ..."
Hij legde een vinger op mijn lippen. "Ik weet wat je bedoelt, Netje. Ik ken je
al een tijdje. Ik weet dat je van me houdt. Dan hoef je niet zo veel meer uit te
leggen."
Het was zo'n moment dat je niet hoeft te vrijen en zelfs niet hoeft te zoenen.
Nog meer samen kan even niet.
Ik was de eerste die weer wat zei. "Is het zo duidelijk?"
"Voor mij is het van het begin af aan duidelijk geweest. Ik hoop voor Ankie en
Karel dat het voor hun ook zo duidelijk is. Bel d'r maar."
Op haar vaste telefoon kreeg ik de voicemail. Het mobieltje werd bijna direct
opgenomen. "Hi, lieverd."
"Hi. Hebben jullie tijd en zin om het weekend hierheen te komen?"
"Ik wel. Karel, zullen we dit weekend naar Annet en Stef gaan?"
"Wat doe je bij Karel? Het is dinsdag."
"Bemoei je er niet mee en laat me even rustig met Karel praten, ja."
Ik hoorde intussen Karel zeggen dat hij het prima vond.
"Heb je 't gehoord?" vroeg Ankie.
"Ik heb niks gehoord. Ik bemoei me niet met jullie onderlinge gesprekken."
"Trut! We komen. Hoe laat kunnen we aankomen?"
"Kom vrijdag, meteen uit je werk."
"Leuk. Doen we. Er is toch niet iets gebeurd, hè?"
"Helemaal niets, maar waarom ben je daar opeens?"
"Die lummel liet me gisteren via een mailtje weten dat hij vandaag jarig is. Ik heb
niet eens een fatsoenlijk cadeautje voor hem kunnen bedenken."
"Ik stoor jullie niet langer. Geef hem een zoen van me. Tot vrijdag."
"Ze komen", zei ik totaal overbodig tegen Stef. "Karel is jarig. Vandaar dat ze
bij hem is."
Maandag 14 mei, 10.00 uur
Ik heb een paar dagen op een wolk geleefd. Ik was als een schoolmeisje dat net
aan haar grote vakantie is begonnen. Alle vervelende dingen waren opgeborgen
voor een tijd. Ik speelde huisvrouwtje. Ik speelde leuke spelletjes met mijn
vriendje. We deden net of we getrouwd waren en kindertjes gingen maken. En
vrijdag zou mijn vriendinnetje komen aan wie ik een geheimpje mocht vertellen.
Het zou ook nog eens mooi weer worden tijdens het weekend.
Vrijdagochtend deed ik alle boodschappen aan de hand van een lijstje dat
grotendeels door Stef was opgesteld. 's Middags ging ik naar de stad. Ik kocht
voor 't eerst een paar sexy slipjes, een kort rokje en een topje met veel
inkijk. Om een uur of vijf trok ik mijn nieuw aanwinsten aan en ging op het
terras zitten.
Stef bleef deze keer tegen de schuifpui aanleunen. "Toen ik nog jong was dacht
ik dat mijn kinderen een deugdzame moeder zouden krijgen. Ze zullen het met een
wulpse sloerie moeten doen."
Ik trok mijn rokje nog wat op. Stef bekeek me aandachtig. "Dat noemen ze nog
steeds onderkleding? Nou ja, dit weekend zal er toch niet veel kleding gedragen
worden. Ik neem aan dat Ankie Karel verteld heeft hoe losbandig het hier toegaat
en dat hij geen overwegende bezwaren heeft."
Ik was nog even serieus. "Ik zeg vanavond nog niks, over kindertjes krijgen en
zo. Daar wil ik eerst met Ankie alleen over praten, morgen. Ga jij een stuk
fietsen met Karel, of lopen, whatever. OK?"
"Op één voorwaarde."
"Ja?"
"Ik heb nog nooit een vrouw onder haar rokje over haar billen geaaid. Dat wil ik
nu eindelijk wel eens doen."
Ik gaf hem ruimschoots de gelegenheid.
Tegen half zeven hoorden we een auto stoppen. Stef liep naar de hal om op het
knopje te drukken. Ik liep vast naar het hek. Ankie stapte uit voor Karel de
auto naar binnen reed. Ze bekeek me eens goed. "Hoe doe je dat precies?"
vroeg ze.
"Hoe doe ik wat?"
"Je kijkt alsof je niet eens weet dat je er uitdagend uitziet."
"Ik hoef jou toch niet uit te dagen om me te zoenen?"
Toen we uitgezoend waren stonden Stef en Karel al op het terras met elkaar te
praten. We zoenden elkaars mannen. We zouden binnen eten maar borrelden nog
buiten.
"Ik hoef toch niet te wachten, hè, Karel?" zei Ankie.
"Nee hoor, waar het hart vol van is ..."
"We hebben op Karels verjaardag nog eens goed doorgepraat", zei Ankie. "Karel
denkt dat ik intussen oud en wijs genoeg ben, vooral het laatste, om te weten
wat een echt goede relatie is. We gaan dus op zoek naar een huis of een flat
waar we samen in passen."
Ik vloog Ankie nog maar weer eens om haar nek en gaf Karel ook een paar
welgemeende zoenen.
Bij de koffie zei Karel, meer tegen mij dan tegen Stef: "O ja, nog wat. Voor
mijn werk maakt het niet zoveel uit waar ik precies woon. Ankie denkt dat ze in
haar soort werk ook ergens anders dan in Amsterdam redelijk snel een baan kan
vinden. We denken er dus over hier in de buurt ergens een huis te zoeken. Niet
in dit dorp, hoor. We hoeven ook niet op elkaars lip te zitten, maar wel zo in
de buurt dat jullie elkaar wat makkelijker en vaker kunnen zien. Als ik Ankie
dan weer eens tijdje alleen moet laten, kan ze wat makkelijker bij een vertrouwd
persoon uithuilen."
Ik keek naar Ankie. "Ik leef al een paar dagen op een wolk. Hij wordt steeds
mooier."
"Waar komt die wolk vandaan?"
Voor ik wat kon zeggen zei Stef: "Ze heeft het heel goed opgeschreven. Jullie
moeten het maar lezen. Vind je niet, Netje? Haal je laptop, dan ruim ik intussen
de tafel af."
Het was de allereerste keer dat Stef me Netje noemde in het bijzijn van anderen
en ik vond het niet meer dan normaal. Ik liep in een soort roes de trap op om de
laptop te halen. Ik zat naast Ankie toen zij en Karel zaten te lezen. Tegen het
eind voelde ik haar hand onder mijn topje over mijn rug gaan.
Stef schonk nog eens koffie in en zette er cognacglazen bij. Karel sloot de
laptop. Hij ging naast Stef zitten, tegenover Ankie en mij, maar niet om afstand
te nemen. "Die Hermien had het over een driehoeksverhouding. We zitten nu dus
eigenlijk met twee driehoeken. Leg die twee driehoeken tegen elkaar en je hebt
een mooi vierkant of een mooie ruit. Past prachtig bij deze omgeving, maar het
past overal wel. Ik liep een stukje achter op Stef, maar ik ben al aardig
dichtbij gekomen, geloof ik."
"Nee", zei Ankie.
"Je bent er al", ze ik.
"Welkom bij de club", zei Stef.
We bleven de rest van avond aan de tafel zitten praten. Om half elf was de
cognac op en gingen we naar bed. In de hal gaf ik Ankie een nachtzoen. "Ik heb
sportschoentjes meegenomen", zei ze. "Gaan we morgenochtend een paar rondjes
hollen?"
"Half acht op het terras."
Ik zat al vlak na zeven uur op het terras met een kop thee. Om kwart over zeven
kwam Ankie naar beneden in haar sportschoentjes. Ze dronk ook nog thee voor we
gingen hollen. Ik dacht dat ik het wat rustig aan moest doen, maar ze hield me
probleemloos bij. Zwemmen zorgt ook voor een goede conditie. Na het derde rondje
bleven we even bij het openstaande hek staan. "Nog één rondje?" vroeg ik. "Dan
moeten die kerels toch wel eens opgestaan zijn om voor een ontbijt te zorgen."
Na het vierde rondje zat Karel op het terras. Ik haalde handdoeken uit de
badkamer. We douchten onder de koude douche en zwommen wat rond.
"Jullie hebben straks de zonneweide helemaal voor jezelf", zei Karel toen we bij
hem kwamen zitten. "Stef en ik gaan een eind fietsen. Hij zal zo wel klaar zijn
met het ontbijt. Willen jullie vast koffie?"
Dat wilden we. Mijn fiets moest wat aangepast worden voor Karel, maar dat was
weinig moeite. Ze vertrokken tegen tienen. We hoefden niet op ze te rekenen met
de lunch.
Ik haalde een plaid uit een kast en legde die bij het zwembad op het gras. Ankie
nam twee boeken mee. Ik ging op mijn rug liggen. Ankie kwam naast me liggen. Ze
steunde haar hoofd op haar linkerhand en streelde met haar rechterhand mijn
buik. "Hier moet het dus komen", zei ze. "Ik ben nog niet zover, maar ... Ik
weet niet zo goed hoe ik het zeggen moet. Ik vind ontroerd altijd een beetje
beladen, bijna ouderwets woord, maar zoiets was ik wel toen ik las dat je een
kind ook met mij wilt delen. Als je zo'n bolle buik hebt wil ik die ook strelen.
Ik wil je nu hele lijf strelen."
Dat wilde ik ook.
In het begin vroegen we ons nog af of we het wel seks moesten noemen, alsof we
er een excuus voor moesten hebben. Voor wat we deden hadden we geen excuus
nodig. Het was seks en het was mooi en het was heerlijk. Ik heb in het begin de
hele relatie met Ankie ondergewaardeerd. Ze was meteen meer dan een goede
vriendin, maar hoeveel meer begint me pas nu duidelijk te worden. Tegen Stef heb
ik gezegd: eerst hij, dan een tijd niks, dan Ankie. Stef staat onbetwist op de
eerste plaats, maar het duurt niet zo heel erg lang voor Ankie in zicht komt.
"Ben jij anders naar vrouwen gaan kijken?" vroeg Ankie na een tijdje.
"Nee, ik kijk maar naar één vrouw anders. Jij?"
"Nee, ik ook niet. Ik ben toch wel wat veranderd, ook wat mannen betreft. Als ik
samenwoonde met een man, had ik toch wel eens bij het zien van een andere
aantrekkelijke vent, dat ik als het ware de mogelijkheden zat in te schatten.
Sinds ik Karel ken heb ik dat niet meer gehad. Is toch eigenlijk raar?"
"Zou het er iets mee te maken kunnen hebben dat het met Karel meer is dan lekker
in bed en verder ook wel leuk en gezellig? Heb ik je laatst niet horen
zeggen dat je van hem houdt? Zou dat er iets mee te maken hebben?"
"Ik denk dat het ook iets te maken heeft met een driehoeksverhouding. Geef me
nog een zoen, dan ga ik nog wat koffie maken."
Daarna lagen we lekker in de zon te lezen. We maakten samen de lunch en lazen
weer verder. Ik zag op een gegeven moment dat Ankie was ingedut. Ik ging dicht
tegen haar aan liggen en dutte ook weg. We werden wakker door het geplons van de
mannen in het zwembad. Het was al vier uur geweest. We vonden het een nette tijd
voor een drankje. Karel ging naast Ankie zitten. "Heb je zin om morgen naar een
huis te kijken?"
"Heb je wat gezien?"
"Puur toeval. We kwamen er gewoon langs. In een dorpje aan de andere kant van
stad. Het is al bijna een beetje luxe buitenwijk van de stad. Het is niet zo'n
paleis als hier, maar het is vrijstaand, uit de dertiger jaren, redelijk lapje
grond eromheen, aan een rustige straat. Er zat een bejaard echtpaar in de tuin.
We zijn er maar op afgestapt en hebben gezegd dat we geïnteresseerd waren. Ze
dachten eerst dat Stef en ik geïnteresseerd waren, maar dat hebben we recht
gezet. Ik heb gevraagd of ik morgen ook met mijn vrouw mocht komen kijken. Dat
mocht, na de lunch. Doen?"
"Natuurlijk doen, gek. Je hebt toch geen andere vrouw?"
"Niet dat ik weet. Hebben jullie een leuke dag gehad?"
"We hebben een fijne dag gehad, ja. We hebben afgesproken dat als het zover is,
ik voortdurend Annets bolle buikje kom strelen. Ik wil ook een beetje in
verwachting zijn dan, om uit te proberen, zeg maar."
"Hebben jullie tijdens het fietsen nog over meisjes gekletst?" vroeg ik.
"Tijdens het fietsen hebben we niet eens gepraat", zei Stef. "Maar bij een
salade met gerookte kip en een glaasje wijn hebben we wel in beschaafde termen
over twee meisjes gesproken, ja."
Ankie lachte. "In een beschaafd gesprek komt seks niet aan de orde natuurlijk."
"Natuurlijk niet", zei Karel. "We zijn heren. We hebben nog maar eens vastgesteld dat we jullie
rustig een tijdje alleen konden laten omdat jullie heel lief voor elkaar zouden
zijn. Nou, jullie lagen lief en vreedzaam naast elkaar te slapen toen we terugkwamen. Dat
hadden we dus goed gezien."
Ik vond dat de mannen na zo'n lange fietstocht wel enige rust verdiend hadden en
stelde Ankie voor het koken voor onze rekening te nemen. In de keuken vertelde
ik Ankie dat als het wat zou worden met dat huis, we op minder dan een uur
fietsen van elkaar zouden wonen. "Er is nog ruimte zat op mijn wolk", zei ik
erbij.
We aten buiten. De koffie dronken we binnen.
"Lieve meisjes," zei Stef, "wij zijn van die nuchtere kerels, weet je wel. We
dromen graag mee over kindertjes en huizen. We kunnen ook heel goed meepraten over
het strelen van al of niet
bolle buikjes en wat er bij vrouwen zo al meer bolvormig is. Maar terwijl jullie in
de keuken bezig waren hebben wij het ook nog
over andere dingen gehad."
Karel ziet wel iets in mijn theorie van twee kampen. Kamp 1 is het bestuur, drie
mannen die kunnen beschikken over waarschijnlijk veel geld. Dat geld of een deel
ervan willen ze besteden aan het verwerven van ons huis en mogelijk het bos er
omheen. Als dat niet goedschiks kan, dan maar kwaadschiks. "Maar, let op, zij
hebben tot nu toe niets gedaan. Ze zijn even in paniek geraakt door die
mailtjes, maar zijn inmiddels tot de conclusie gekomen dat paniek onnodig is."
Kamp 2 zijn nakomelingen van Herman. Zij zien hun geld verdwijnen. Ze hebben er
in ieder geval geen controle meer over. Zij weten iets van de plannen van het
bestuur en weten ook dat die zo nodig over lijken gaan. "Het klinkt misschien
gek, maar zij doen hun best jullie hier weg te krijgen. Ze willen jullie
beschermen. Als jullie weg gaan, kan jullie niks meer gebeuren. Wat er tot nu
gebeurd is, is goed beschouwd redelijk onschuldig. Jullie zijn geen moment in
gevaar geweest. Die molotovcocktail hadden ze ook op de garage kunnen gooien.
Dat zou een heel wat bedreigender indruk gemaakt hebben. Zij zitten met
hetzelfde probleem als jullie: ze weten of vermoeden iets, maar het is niets
waar de politie iets mee kan doen. Bij dat kamp horen in ieder geval Adrie, Lies
en Ans. Het is Ans op een gegeven moment te heet onder de voeten geworden. Ze
wacht betere tijden af. Jullie hebben duidelijk gemaakt dat vertrek er niet in
zit en Adrie en Lies proberen nu op een andere manier contact met jullie te
maken. Vergeet niet dat Adrie Lies hierheen heeft gestuurd. Ik denk, Annet, dat
jij niet hoeft na te denken hoe je meer contact kunt hebben met Lies. Dat zal ze
zelf doen. Er is nog een mogelijkheid: ik zie het helemaal verkeerd."
We hebben nog heel wat afgetheoretiseerd die avond, vooral ook over de plaats
van Adrie in het geheel. "Ik ben voorlopig dus werkloos", was mijn conclusie.
"Ik wacht af tot Lies wat doet. Wat doe ik in de tussentijd? Het kan nog wel
even duren voor een zaadcel en een eicel elkaar helemaal gevonden hebben en ik
wat anders aan mijn hoofd heb."
"Mij staat bij", zei Ankie, "dat ik ergens iets gelezen heb over een roman over
een gelukkig getrouwde dame die het in haar hoofd haalt een relatie te beginnen
met een vrouw. De echtgenoot vindt het maar niks. Voor wie kleedt zij zich zo
sexy aan, vraagt hij zich af, voor haar of voor mij? Die andere vrouw wordt ook
jaloers. Wat doe je nog bij die droplul, vraagt zij. Maak nou eens een keuze.
Die keuze maakt zij. Zij zegt tegen de andere twee dat ze het samen maar moeten
uitzoeken. Ze begint een naturistencamping in Frankrijk. Dat zijn zo de grote
lijnen."
Ik zei dat ik er na het weekend nog eens over ging nadenken.
Zondagochtend hoorde ik iemand uit mijn kamer komen. Aan de voetstappen dacht ik
te horen dat het Karel was. Ik zag hem al zoeken naar koffie en thee en ging er
uit. Karel stond inderdaad in een kastje te turen. Ik wees hem waar alles stond
en ging vast op het terras zitten. Een paar minuten later kwam hij met koffie en
thee bij me zitten. "Ankie had me uiteraard gezegd hoe het dagelijks leven hier
zo'n beetje verliep", zei hij. "We zijn geen gasten, maar tijdelijke
huisgenoten. De huisgenoot die het eerste opstaat maakt koffie en thee. En een
simpele dresscode: come as you are.
Het gekke is dat ik het al niet meer gek vind. Misschien heeft Stef je dat al
gezegd, maar toen we gisteren terug kwamen, hebben we een tijdje naar jullie
staan kijken."
"Stef zei dat jullie ons stonden te bewonderen."
"Vanuit individuele perspectieven bewonderden we de een en keken we
waarderend naar de ander."
"En jullie wisten heel goed dat de een en de ander kort daarvoor hadden liggen
vrijen."
"Daarom waren we gaan fietsen. We begrepen dat jullie wat privacy wilden."
"Ik heb Stef daar op passende wijze voor bedankt. Ik neem aan dat Ankie
..."
"Ook zo haar manier van dankjewel zeggen heeft? Klopt."
"Wat klopt?" vroeg Ankie die net het terras op kwam met bordjes en
bestek.
"Bijna alles", zei ik. "O nee, daar heb je hem al. Alles dus."
Stef zette de rest van de ontbijtspullen op tafel.
"Gaan jullie nog hollen", vroeg Karel, "in diezelfde leuke outfit als gisteren?"
"Je denkt toch niet dat we speciale sportschoenen voor de zondag hebben", zei
Ankie.
Het hollen deden we een half uur na het ontbijt. We kregen de mannen niet mee.
Karel had als excuus dat hij geen sportschoenen bij zich had. Stef wilde
solidair zijn. Ze stonden ons wel aan te moedigen elke keer als we voorbij
het hek kwamen.
Bij het vijfde rondje stopten we vlak voor de laatste bocht en gingen in het
gras langs het pad zitten afwachten. We mochten tevreden zijn: hooguit vijf
minuten later kwamen Stef en Karel in een sukkeldrafje kijken waar we bleven.
We gingen met Ankies auto naar het andere dorp. Ik zag dat ze moeite moest doen
om niet al te enthousiast over te komen. Ik zou er zelf ook serieus over
nadenken als we nog zoekende waren. Over de prijs werd nog niet gesproken. Daar
was de makelaar voor. Het oudere echtpaar kon ook nog geen precieze datum
noemen. Ze zijn nog zoekende naar een goede aanleunwoning of iets anders waar,
in noodgevallen, verzorging gegarandeerd was. Die datum was voor Karel en Ankie
ook geen probleem. Ze vinden alles binnen nu en een jaar goed. Ze zouden vandaag
contact met de makelaar opnemen.
In de auto op de terugweg en later in de tuin was Ankie het hele huis al aan het
inrichten. Ik hielp vrolijk mee.
Kort na het eten gingen ze weg. Ankie zal vanavond wel bellen over de prijs van
het huis en zo.
Deel 6 : Eindspel
Dinsdag 15 mei, 10.15 uur
Ze doen het! Ze kopen dat huis! Ankie belde gisteravond. Ze was nog half door
het dolle. "En nu niet gaan roepen 'Gaat dat niet wat al te snel', want dat
weten we ook wel. Maar Karel vindt dat als je iets moois ziet en je wilt het
hebben, je niet te lang moet doorzeuren. Wie ben ik om dat tegen te spreken? We
zullen ook wel een te hoog bod gedaan hebben, maar vergeleken met Amsterdam
lijken de huizen bij jullie in de buurt vanzelf koopjes. Bovendien houden we aan
onze flats ook nog een aardige cent over. Dus, lieve Annet, het moet wel raar
lopen als ik bij de presentatie van jullie co-productie aan de boze buitenwereld
niet persoonlijk als een soortement van co-moeder aanwezig kan zijn. Ben je ook
een beetje blij?"
"Volgende domme vraag."
"Houd je van me?"
"Ga zo door."
"Waarom zijn jullie getrouwd? Ik bedoel, waarom niet een samenlevingscontract?"
"Een huwelijk is ook niet meer dan een samenlevingscontract, maar wel een heel
stuk simpeler te regelen."
"Da's een goeie. Zal ik Karel eens voorleggen. Als we samen een huis kopen,
moeten we wel iets regelen. Goed, ik ga nu serieus verder
dromen over inrichting en zo. Dag lieverd."
Ik ben natuurlijk heel blij voor Ankie en voor mezelf. Als ze daar eenmaal wonen
kan ik met de auto in een kwartiertje bij haar zijn.
Wat ik zondagavond zei klopt ook nog steeds: wat doe ik zolang er niets gebeurt
en Lies niet naar mij toekomt? Sinds ik geen schooljuf meer ben doe ik al meer
in het huishouden. Ik heb taken van Stef overgenomen. Dat vind ik ook niet erg,
want ik heb er de tijd voor en Stef kan lekker doorschrijven. Als alles meezit
kan Margreet ergens in het najaar klaar zijn en volgend jaar bij de Boekenweek
in de winkels liggen. Om te beginnen kan ik daaraan weer wat meer aandacht
schenken. Dat is er de laatste tijd nogal bij ingeschoten.
Wat de roman betreft, aarzel ik nog. Meer dan dat basisidee heb ik niet. Af en
toe denk ik ook dat het idee van een driehoeksverhouding nogal uitgekauwd is.
Het heeft van alles met jaloezie te maken, maar daar kan ik geen zinnig woord
over zeggen. Ik ben niet jaloers op Karel omdat hij Ankie weer meeneemt na een
fijn weekend hier. Stef en Karel hoef ik ook niets te vragen. Die staan hun
vrouwen te bewonderen terwijl ze heel goed weten dat die twee kort daarvoor met
elkaar hebben liggen vrijen. Daar kan ik ook over schrijven, maar wie is er
geïnteresseerd in een verhaal waarin alles van een leien dakje gaat?
Meer sporten hoef ik ook al niet. Vrijwel dagelijks loop ik vijf rondjes. Mijn
lijf is in een prima conditie om er een kleine Van Aarden gedurende negen
maanden in te herbergen. Het enige wat ik moet afzweren als het zover is, is de
alcohol. Een beetje jammer, maar dat houd ik wel vol.
Ik zat wat voor me uit te staren. Mijn oog viel op het doosje met schaakstukken
dat nog op mijn bureau staat. Herman heeft, dacht ik ineens, op twee manieren
geschaakt. De eerste manier is wekelijks een partijtje schaak spelen. De tweede
manier kom je in de moderne tijd niet meer tegen: als minnaar een meisje of
vrouw ontvoeren.
Als Karel gelijk heeft, hoeven we voor kamp 2, Adrie en de zijnen, niet bang te
zijn. Hij heeft het niet zo bedoeld, maar het maakt me niet geruster. Kamp 1
komt meteen met veel radicalere oplossingen voor hun probleem.
Donderdag 17 mei, 9.15 uur
Eergisteravond belde Lies: ze ging woensdag de stad in. Had ik zin met haar mee
te gaan? Dan kwam ze me met haar auto halen om een uur of elf. Ze wilde ook in
de stad lunchen. Natuurlijk had ik zin.
In de auto vertelde Lies dat ze wat kantoorspullen nodig had, maar dat ze ook
haar voorraadje make-up wilde aanvullen. Daar kon ze mijn advies wel bij
gebuiken. Ik bekeek haar nog eens goed en zei dat ze niet zo gek veel nodig had
om er goed uit zien. Lippenstift, iets voor de wimpers en de wenkbrauwen waren
volgens mij voldoende en een lekker geurtje was natuurlijk ook nooit weg.
De boodschappen waren gauw gedaan. We gingen naar het Raadhuisplein om te
lunchen. We hadden net onze bestelling gedaan en Lies ging even naar het toilet.
Ze haalde haar handtasje uit haar boodschappentas en stond op. Wat er precies
fout ging weet ik niet, maar ze viel bijna. Ze pakte net op tijd de rand van de
tafel, maar liet daarbij haar tasje vallen. Er vielen wat spullen uit en ik
bukte me om ze op te rapen: een kammetje, een nagelvijl, een lipstick en een
schaakstuk, een witte dame. Ik weet nog niet hoe ik zo rustig kon blijven. Ik
deed de spullen in het tasje en gaf het aan Lies. Ik wist niet of ze gezien had
wat er uit het tasje was. Ik gaf het haar. "Wat deed je nou?"
"Ik weet het niet. Ik denk dat mijn hak achter het kleed bleef haken of zo. Ik
ben zo terug." Ze liet niet blijken dat ik iets gezien had wat ik misschien niet
zou mogen zien.
Ik geloof in allerlei toevalligheden, maar zonder goed gekeken te hebben wist ik
ook zeker waar de witte dame was die uit mijn schaakdoosje miste. Ik hoefde me
ook niet meer af te vragen of Lies echt wel een afstammeling van Herman en
Steffie was. Het enige waar ik nog niet zeker van was, was of Adrie dat wist
toen hij Lies ontmoette.
Lies praatte honderduit over haar toekomstplannen voor de Auberge. Ze is echt
van plan die naam te gebruiken als het zover is. In september begint ze met haar
horecacursus. Ik moest mijn best doen mijn aandacht erbij te houden. Ik zat
koortsachtig te bedenken wat mijn volgende stap zou zijn. Ik wist het toen we de
parkeergarage uitreden. "Heb je tijd om straks nog even binnen te komen? Kun je
het huis van de binnenkant bekijken."
"O ja. Leuk!"
Ze wilde eerst het zwembad zien. "Daar heeft dat stoute zoontje van mij dus
gezwommen met zijn vriendinnetje."
"Kunnen jullie goed met elkaar opschieten?" vroeg ik.
"Heel goed. Het is geen typisch moederskindje, hoor, maar hij heeft altijd al
meer aan mij verteld dan aan Adrie. Die wil nog wel eens streng zijn. Ik ben ook
nog wel ouderwets, denk ik, voor mezelf, maar je kunt van zo'n jongen niet
verwachten dat hij overal hetzelfde over denkt als wij, Adrie en ik bedoel ik.
Jij en Stef zullen ook wel wat vrijer zijn dan wij."
"Van ons mocht Adrie hier zwemmen. Wat was er dan voor stouts aan?"
Ze aarzelde en bloosde."Niet zeggen dat ik het verteld heb, hè? Dat meisje was erg
vrij, zogezegd. Ze zei dat als toch niemand ze kon zien, dat ze geen zwempak aan
hoefden te trekken."
"En daar had Adrie wel oren naar."
Lies knikte alleen maar. "Wees blij dat hij het eerlijk vertelt, meid", zei ik.
"En zo vreselijk vrij is dat tegenwoordige niet meer, hoor. Denk je dat Stef en
ik wat aantrekken als we gaan zwemmen? Het afgelopen weekend hadden we een
bevriend stel op bezoek. Het was mooi weer en ze hadden geen zwempakken bij
zich."
"Echt? Je bedoelt ..."
"Ik bedoel dat het helemaal niet erg is je vrienden in hun blootje te zien en
omgekeerd. Je hebt toch wel eens van naaktstranden gehoord?"
"Ja, natuurlijk. Op Ameland zijn we daar per ongeluk een keer langs gekomen. Ik
heb maar naar de zee gekeken."
"Kom op. Laat ik je de binnenkant zien."
In de keuken zette ik meteen water voor thee op. Lies wilde ook wel zo'n moderne
keuken. Ze had nog geen eens een magnetron. Ze was vooral onder de indruk van de
ruimte die we hadden. Voor we naar boven gingen dronken we eerst thee. Ik had
intussen mijn plan klaar.
In de slaapkamer moest ik even uitleggen waar de monitor voor was. Toen we uit
de slaapkamer kwamen stak Stef zijn hoofd om de deur van zijn kamer. "Hallo
Lies. Wat vind je ervan?"
"Hartstikke mooi en zoveel ruimte."
Stef deed de deur van zijn kamer helemaal open. "Dit is mijn hok." Hij liep naar
het raam en draaide de luxaflex helemaal open. Lies liep erheen om het uitzicht
te bewonderen. "Wordt dit je nieuwe boek?" vroeg ze, wijzend op de monitor.
"Als alles goed gaat, inderdaad."
"Laten we de grote schrijver niet langer storen", zei ik en troonde Lies mee
naar mijn werkhok, dat niet veel anders is dan dat van Stef.
Er staat ook een fauteuilachtige stoel op mijn kamer. "Ga zitten", zei ik tegen
Lies. "Ik wil je wat laten zien."
IK ging aan mijn bureau zitten en pakte het schaakdoosje. Ik haalde de stukken
eruit en stelde ze in twee rijen op. Ik zat zo dat Lies niet kon zien wat ik
deed. Ik draaide me om en ging opzij. "Kijk eens. Wat vind je hiervan?"
Lies stond op en kwam naast me staan. "Er mist een stuk", zei ze.
"Ja", zei ik. "De witte dame. Ik kon het niet helpen, maar ik zag dat jij een
witte dame in je tasje hebt. Vind je het vervelend om die er even bij te
zetten?"
Terwijl ze haar tasje openmaakte en de witte dame eruit haalde bleef ze
gefascineerd naar de stukken kijken. Ze zette de dame erbij. Voor mij was er geen
twijfel mogelijk: het was de missende dame.
Lies leunde voorover. "Hoe kom je daaraan? Ze horen bij elkaar."
"Die heb ik een paar dagen geleden gevonden op de vliering, waar we nog nooit
geweest waren."
"Maar ik heb dat stuk van mijn vader gekregen. Die had het ook altijd bij zich."
"En die had het van zijn vader, jouw grootvader, gekregen. Dat was een heel
goede schaker."
"Hoe weet je dat?"
"Zullen we naar beneden gaan en nog eens thee zetten, of koffie? Dan vertel ik
het. Vergeet die witte dame niet."
In de keuken maakte ik twee cappuccino's. Lies zat nog wat verbijsterd te
kijken. We bleven aan de keukentafel zitten.
"Weet je wie dit huis heeft laten bouwen?" vroeg ik.
Ze schudde met haar hoofd.
"Je grootvader. Hij was huisarts in het dorp. Ik weet het niet helemaal zeker,
maar ik denk dat je grootmoeder hier ook een tijdje gewoond heeft. Ze waren niet
getrouwd, dat was nogal erg in die tijd, maar niemand wist ervan. Ze hebben ook
een kind gekregen, een zoon."
Ik wachtte even, maar Lies keek alleen maar naar me. Ik kon niet meer stoppen.
"Je grootmoeder heette Stefanie. Je grootvader heette Herman. Je vader heette
ook Herman."
Ze keek me niet-begrijpend aan. "Hoe kun jij dat nou weten? Wie heeft je dat
verteld?"
Ze was niet alleen verbaasd meer. Het leek wel of ze ergens bang voor was. Ik
legde geruststellend een hand op haar arm. "Rustig maar, Lies. Niemand heeft me
iets verteld. Toen die rare dingen bij ons gebeurden ben ik dingen gaan
uitzoeken. Zo ben ik erop gekomen. Je hoeft je er echt niet voor te schamen dat
je vader een buitenechtelijk kind was, hoor. Daar kijkt tegenwoordig niemand
meer van op."
"Daar gaat het niet om", zei ze. "Ik ... uh ... nee, ik moet er eerst met Adrie
over praten." Ze stond tegelijk resoluut op.
Ik liep met haar mee naar auto. Voor ze instapte pakte ik haar arm vast. "Lies,
één ding: Stef en ik willen hier heel graag blijven wonen en zolang we hier
wonen willen we graag bij jullie komen. Dat kan alleen maar als we als vrienden
met elkaar omgaan. Begrijp je?"
"Ja. Goed."
Ze stapte in en reed weg.
Ik heb nog een tijd zitten nadenken in de keuken. Dat doe ik nog steeds. Ik kan
alleen maar afwachten tot Adrie of Lies weer contact opneemt.
Maandag 21 mei, 14.45 uur
"Nu moeten we de druk op de ketel houden", zei Stef toen ik hem vertelde waar ik
met Lies over gepraat heb. "We gaan vrijdagavond gewoon naar Adrie, na het eten.
Hij en Lies hebben dan ook de gelegenheid gehad om te overleggen. Ze zullen toch
iets moeten zeggen."
We waren er vrijdagavond om een uur of negen. Het was behoorlijk druk, maar
er was nog een tafeltje voor twee vrij. We wuifden in de richting van de bar.
Stef gaf aan dat we twee wijn wilden. Adrie en Lies stonden beiden achter de
bar. Ik verwachtte dat Lies de wijn zou komen brengen, maar Adrie kwam zelf. Hij
zette de glazen neer. "We hebben iets te bespreken." Meer zei hij niet.
Op zich was het normaal dat Adrie niet wat langer bleef praten. We zaten aan een
tafeltje voor twee en ook hij houdt zich aan de regel dat je niet blijft staan
kletsen. Hij wilde kennelijk niet opvallen door langer bij ons tafeltje te
blijven staan. Wij speelden het spelletje mee en praatten op gedempte toon,
hoewel het over niets bijzonders hadden, niets vertrouwelijks tenminste.
Het tweede glas wijn kwam Lies brengen.
"Komen jullie maandagochtend koffie bij ons drinken?" vroeg ik.
"Ik kan wel. 'k Zal het Adrie vragen."
Achter de bar fluisterde ze Adrie iets in het oor. Hij keek onze kant op en
knikte. Dat was geregeld. Er kwam een tafeltje voor vier vrij waar we aan gingen
zitten. Dat kwam mooi uit, want een paar minuten later kwamen Ellen en Hermien
binnen. Die hadden we ook al een tijdje niet meer gezien of gesproken. Ik voelde
me weer een beetje schuldig en dat zei ik dus maar eerlijk toen ze ook een
glas wijn voor zich hadden staan. "Het is misschien nog erger dat ik Hans en
Loes een hele tijd niets van ons heb laten horen. Ik begin zo langzamerhand een
egocentrische trut te worden."
"Dan ben ik net zo erg", zei Stef om me weer wat op te vrolijken.
Hermien aaide ons allebei over de bol. "Wij begrijpen heus wel dat jullie wel
wat anders aan jullie hoofd hebben, hoor. Is er nog iets vervelends gebeurd de
laatste dagen?"
"Dat is het juist", zei ik. "Ik ben niet alleen maar met vervelende dingen
bezig. Ik ben ook vol van allerlei leuke dingen. Ik ben gestopt met de pil.
Ankie komt hier dicht in de buurt wonen. Natuurlijk zijn Stef en Ankie het
belangrijkste voor me, maar er zijn meer mensen die ik niet graag zou willen
missen en vaker zou willen zien. Ik kan toch niet wachten tot ik weer eens ziek
wordt voor dat ik jullie weer eens zie?"
"Zwanger worden heeft hetzelfde effect", zei Ellen. "Waag het niet naar een
vroedvrouw te gaan of in een ziekenhuis te bevallen."
Ik kon haar met de hand op het hart verzekeren dat ik daar geen moment aan
gedacht had. Ik liet het verder aan Stef over om ze helemaal op de hoogte te
brengen van de laatste ontwikkelingen, inclusief de afspraak die we net voor
maandagochtend gemaakt hadden. Waar ze vooral van opkeken was het verhaal over
Lies. Ze dachten dat Adrie een aantrekkelijke dame in dienst had genomen.
"Ze is me voor die tijd nooit opgevallen", zei Hermien, "maar je hebt er wel
iets moois van gemaakt, Annet."
"Het meeste heeft ze zelf gedaan, hoor. Ze heeft haar zelfvertrouwen opgevijzeld
na wat adviesjes van mij over de buitenkant."
"Ben je toch wat meer op vrouwen gaan letten? Kijk je toch wat anders naar ze?"
Ik zei hetzelfde als wat ik tegen Ankie had gezegd: "Er is maar één vrouw naar
wie ik anders ben gaan kijken. Jullie zijn ook heel lief, hoor, en jullie zien
er ook goed uit, maar ... uh ... nou ja, jullie begrijpen wat ik bedoel."
Ellen moest lachen. "Wij zijn precies zo, hoor. We kijken ook maar naar één
vrouw anders. Toevallig kijken we naar mannen wat anders dan jij."
"Ik kijk ook maar naar één man anders. Toevallig heb ik het geluk dat er ook een
vrouw is waar ik anders naar kijk en zij naar mij."
"En die Karel heeft daar ook geen probleem mee?" vroeg Hermien.
"Die is gelukkig net zo'n nuchter type als Stef die niet vindt dat hij wel even
uitmaakt, wat ze wel of niet mag. Hij weet dat hij nummer één is en dat ik heel
blij ben met een goede tweede plaats."
We praatten nog een tijd door over relaties en hoe verschillend mensen daar mee
omgaan, dus het liep al tegen half twaalf toen we thuiskwamen. Ik zag dat er
gebeld was. Er was voicemail: "Met Ankie. Je mag me tot twaalf uur terugbellen
of morgenochtend na tienen."
Uiteraard belde ik meteen. "Dag Annet, met Karel. Ze had opeens een
onbedwingbare zin in kaas die ze nu aan het snijden is. Er was mail. Daar zul je
niet vrolijk van worden. Intussen staat ze naast me trappelen."
"Ik ga me nu echt zorgen maken, lieverd." Zo klonk ze ook.
"Wat schrijven ze?"
"Wacht even. Luister. 'Op uw e-mails zullen we verder niet reageren. We hebben
urgentere zaken af te handelen.' Dat is alles. Wat bedoelen ze daar nou mee? Het
zit me niet lekker."
"Ze weten niet dat de mailtjes van de zogenaamde Herman van ons komen, lieve
schat. Ze hebben waarschijnlijk ontdekt dat de politie ze niets kan maken en de
rest zegt niets, gewoon bluf of zoiets."
"Je woont nog steeds op een plek, waarvan anderen vinden dat jullie daar beter
niet kunnen wonen."
"Maandag weet ik waarschijnlijk meer. Dan komen Adrie en Lies hier. Zij moeten
wel iets meer weten van dat bestuur. Het gaat per slot van rekening om de centen
van Lies en Adrie junior. We hebben net vanavond met ze afgesproken. Je moet
trouwens de groeten van Ellen en Hermien hebben. We hebben het nog uitvoerig
over je gehad."
"Wat heb je allemaal gezegd?"
"Dat je zo'n lekker knuffeldier bent."
"Iemand anders hier wil ook knuffelen, geloof ik. Of geknuffeld worden."
"Dan zitten we in dezelfde situatie."
We praatten nog even door, maar wat we zeiden was meer op de mannen gericht dan
op elkaar. Ineens had ik Karel aan de lijn: "Ik heb Ankie voor straf naar bed
gestuurd. Mag ik Stef even?"
Ik gaf Stef de telefoon.
Ik wachtte niet op de afloop van het gesprek, maar ging vast naar boven. Ik
hoorde Stef nog net zeggen: "Ik geloof dat Netje dat al begrepen heeft." Hij had
gauw genoeg door dat ik het precies begrepen had.
Zaterdagochtend heb ik Loes gebeld. Ik viel maar direct met de deur in huis: "Ik
vind het heel slecht van mezelf dat ik niet vaker gebeld heb. Ik had ook wel
eens bij Hans op bezoek mogen gaan."
"Ga daar niet over inzitten. Wij weten ook wel dat je met wat anders bezig bent.
Misschien is het wel goed dat je niet op bezoek bent geweest, want dan zou Hans
toch maar weer politieman gaan spelen."
"Maar hoe gaat het nou met hem?"
"Goed. Waarschijnlijk mag hij over een week naar huis. Daarna moet hij nog een
paar weken een paar keer per week naar een fysiotherapeut om allerlei oefeningen
te doen en dan mag hij voorzichtigjes aan het werk. Voorlopig alleen achter een
bureau. Hij doet wel heel flink, maar het heeft hem mentaal ook wel een klap
gegeven."
"En jou?"
"Ook."
"Ga je zondag naar het ziekenhuis?"
"Dan komen zijn ouders. Ik kan wel een keer spijbelen."
"Kom je bij ons? Ik heb je nog veel meer te vertellen. Het wordt geen weer om in
de zon te liggen, maar het blijft wel droog."
Dat spraken we dus af. Ze kwam om een uur of elf op de fiets aan. Ze trok
haar fietskleren uit en dook het zwembad in. Voor de gezelligheid dook ik er
maar bij. Ze had nog een korte broek en een T-shirt meegenomen. Die waren genoeg
om buiten te kunnen blijven zitten.
Het hele medische verhaal over Hans ga ik hier niet uitgebreid beschrijven.
Belangrijkste is dat fysiek alles weer helemaal in orde komt. Daarnaast ziet
Loes ook wel dat Hans en zij ook wel wat psychische hulp zullen kunnen
gebruiken. "Je wordt wel ineens heel hard met je neus op het feit gedrukt dat
hij gewoon een gevaarlijk beroep uitoefent. Je bent gezellig met je vent aan het
fietsen, je hoort een paar knallen en dan ligt hij in het gras te bloeden. Dat
beeld wil ik uit mijn kop hebben." Ze barstte in huilen uit. Ik wist niet veel
meer te doen dan een arm om haar heen te slaan en te laten uithuilen. Toen ze
weer wat bijgekomen was, zei ze: "Nou ja, dat beeld raak ik nooit kwijt,
natuurlijk, maar ik wil wel leren erover te praten zonder weer in huilen uit te
barsten. Hans herinnert er zich gewoon niet veel van. Die was lekker aan het
fietsen en hij wordt ineens wakker terwijl hij aan allerlei slangetjes ligt en
hoort dat hij daar al een week ligt. Ik was er gelukkig bij toen hij weer
bijkwam. God, wat was ik blij. Vertel jij nou maar iets leuks."
Ik vertelde niets over wat ik intussen allemaal had uitgezocht. Dat was
hooguit interessant, maar ook even onbelangrijk voor Loes. Ik vertelde wat zich
de afgelopen tijd verder in mijn leventje had afgespeeld. Dat ging dus vooral
over Ankie. Loes hoorde het zonder interrumperen aan. "Waarom vertel je dit aan
mij?" vroeg ze.
"Als jij iets leuks of iets moois meemaakt wil je dat toch ook graag aan anderen
vertellen? En je wou iets leuks horen, toch?"
"Ga nog even zo door en ik word ook verliefd op je. Nee hoor, zo snel gaat dat
bij mij niet. Maar voor jou is het de gewoonste zaak van de wereld, zoals je het
vertelt."
"Nou, zo is ook niet helemaal gegaan, hoor. Het begon spontaan, omdat Ankie nog
wat makkelijker is in die dingen. Ik zat daarna nog wel eens wat na te denken.
Kan dit allemaal wel en zo. Nou, dat kan dus. Het is mijn leven, het zijn mijn
emoties en het is mijn lijf. Daar ga ik allemaal zelf over."
"Waar is Stef trouwens?" vroeg Loes.
"Die mocht van mij een keer overwerken op zondag. Maar hij zorgt ook voor de
lunch."
Ik zei nog tegen Loes dat als Hans tijdens zijn revalidatieperiode eens wat wilde zwemmen of
in de zon wilde liggen, hij kon langskomen wanneer hij wilde en zij natuurlijk ook als ze vrij was.
Ze vertrok een uur na de lunch om nog een flink eind te fietsen. Ik had het
gevoel dat ik weer "bij" was.
Dinsdag 22 mei, 9.00 uur
Gisteren kon ik het niet meer opbrengen ook nog te schrijven over het gesprek
met Lies en Adrie van die ochtend. Ze belden om tien uur precies aan. Lies had
een zelfgebakken cakeje meegenomen voor bij de koffie. We gingen in de eetkamer
om de tafel zitten. Dat was een idee van Stef. Hij zat tegenover mij, Adrie
tegenover Lies. Volgens Stef zou dat meer het gevoel geven dat we samen ergens
voor stonden en niet tegenover elkaar. Aan Adrie is meestal nauwelijks te zien
hoe zich voelt. Dat zal wel bij zijn vak horen: voor de klanten staat altijd
precies dezelfde man achter de bar. Lies zag er volgens mij redelijk ontspannen
uit. Dat vond ik een goed teken.
"Je hebt Lies wel de schrik van haar leven gegeven door precies te weten wie ze
was", zei Adrie tegen mij. "Ze is er al weer helemaal overheen, hoor", voegde
hij er geruststellend bij. "Maar nu jullie toch zoveel weten, kunnen jullie maar
beter alles weten, dat wil zeggen: alles wat wij weten. Wij weten ook nog niet
alles."
"In de twintiger jaren", zei ik, "ik kan de precieze datum opzoeken, heeft jouw
grootvader een keer, op zondag nog wel, gevochten met de kruidenier, de
overgrootvader van Lies. Dat was dus de vader van de verdwenen Stefanie. Wij
noemen haar trouwens Steffie. Dat deed ze zelf ook en Herman natuurlijk, Lies'
grootvader."
De verbazing was deze keer duidelijk van Adries gezicht te lezen. "Hoe weet je
dat in godsnaam?"
Ik vertelde hem van mijn speurtochten in de archieven van de krant en over de
andere dingen waar ik achter gekomen was. Ik vertelde nog niets over de hulp die
ik daarbij gekregen had van Hans, Ellen en Ankie. Dat kon later nog wel een keer
komen. Toen was het Adries beurt.
Van de vechtpartij wist Adrie dat zijn grootvader om te beginnen Steffies vader
had aangesproken op het wegblijven van zijn dochter bij de kerkdiensten. Tijdens
de daarop volgende woordenwisseling was ook het ontuchtig gedrag van Steffie ter
sprake gekomen. Volgens Adrie ging het bij het laatste om niet meer dan
vermoedens. Een van de klanten scheen na diverse biertjes eens gezegd te hebben
dat hij Steffie op een zondagochtend bij de huisarts naar binnen had zien gaan.
Van andere roddels of geruchten over Steffie en de huisarts wist Adrie niets. De
verdwijning van Steffie was ook nooit met de huisarts in verband gebracht. De
ontmoeting van Adrie en Lies was puur toeval en was precies zo gegaan als Adrie
verteld had. De naam Van Beek had hij niet in verband gebracht met de familie Van
Beek in het dorp, waarvan Ans de laatste was. Toen hij Lies ten huwelijk vroeg
was hem de waarheid over haar afkomst verteld.
"Wacht even", zei ik. "Lies, jij zei dat je niet wist dat je grootvader dit huis
had laten bouwen? Is je dat niet verteld?"
"Dat is haar nooit verteld", zei Adrie. "Ik wist het ergens, zeg maar
vaagjes. Ik heb er nooit bij stil gestaan het aan Lies te vertellen. Dat heb ik
pas gedaan toen ze met jouw verhaal thuiskwam. Het is nog veel gekker allemaal,
hoor. Pas toen Herman, haar vader, eenentwintig werd, is hem verteld dat die man
die regelmatig op bezoek kwam niet zijn grootvader was, maar zijn vader. Zijn
vader was overleden, volgens zijn moeder, vlak nadat hij geboren was. Hij is
geboren in Ede, maar hij is van kind af aan opgegroeid in Garderen. Daar woonde
Lies dus ook toen ik haar ontmoette. Je weet hoe christelijk ze daar zijn en zo
is Lies ook opgevoed. Haar moeder en háár ouders komen daar ook vandaan. Het
dorp daar wist niet beter dan dat Hermans moeder vroeg weduwe was geworden."
Bij de vraag hoe het allemaal zat met geboorteaktes en zo had Adrie nooit
stilgestaan. Over de familiegeschiedenis wist hij dus niet veel meer dan wij.
"Lies vond het best een beetje eng terug te gaan naar het dorp waar haar familie
vandaan kwam."
Lies lachte een beetje schuchter. "Mijn ouders waren nogal streng. Bij mijn
vader was het denk ik een soort reactie op de slechte dingen die zijn moeder
gedaan had. Ik weet ook wel dat zoiets tegenwoordig heel normaal gevonden wordt,
maar ik moet daar ook nog aan wennen. Toen ik hierheen kwam had ik het gevoel
dat iedereen bijna kon zien dat ik van zondige afkomst was. Daarom bleef ik ook
altijd maar wat op de achtergrond."
"En nu loop je dagelijks vrolijk rond te hupsen in je korte rokjes", riep ik.
"Ja, ik ben toch wel een beetje andere vrouw geworden."
"En dan is er nog de erfenis van de oude Herman", zei Stef, "of liever gezegd,
het geld dat op een bank staat en waar de nakomelingen van Herman een beroep op
kunnen doen."
Adrie en Lies waren niet verbaasd, ze waren stomverbaasd. "Weten jullie dat
ook?"
"Als Annet ergens haar tanden in heeft gezet, laat ze niet gauw meer los."
"Ik denk", zei ik, "dat het geld bij de bank in stad staat en dat jij of jonge
Adrie iets hebben waarmee je bij de bank aan kunt tonen dat je recht hebt op dat
geld. Klopt dat?"
"Dat klopt. Je hebt het zelfs gezien."
Het was nu mijn beurt om verbaasd te zijn, maar niet voor lang: "De witte dame!"
"Precies! Mijn vader had van zijn vader, kort voor diens dood, die witte dame
gekregen. Als hij daarmee naar de bank ging, moest hij naar de directeur vragen
en die dame laten zien. Dan kon hij het geld krijgen dat hij vroeg. Er was maar
één voorwaarde: per jaar kon hij niet meer krijgen dan tien procent van het
bedrag dat er op 1 januari was. Mijn vader heeft er maar één keer gebruik van
gemaakt, toen hij een huis ging kopen."
"Maar hoe wisten ze bij de bank dat het de goede dame was?"
Lies haalde de dame uit haar tasje. "Bekijk haar maar eens goed."
Ik bekeek haar goed, maar zag niets bijzonders. Ik keek vragend naar Lies.
"De onderkant", zei ze.
In de onderkant waren een in elkaar verweven S en H uitgesneden of gegraveerd.
Dat was opgevuld met goud. Het was duidelijk dat het een uniek schaakstuk was.
"Het gaat me natuurlijk niets aan", zei Stef, "maar heb jij al eens geld
opgehaald daar?"
"Een jaar geleden wilden we de keuken gaan verbouwen. We kunnen redelijk
rondkomen van wat de zaak opbrengt, maar veel sparen is er niet bij. Ik ben dus
naar de bank gegaan, kreeg de directeur te spreken, maar die zei dat ik niks
kreeg."
"De statuten zijn gewijzigd", zei ik.
"Dat weet je dus ook al."
"Maar je had toch die erfenis van je moeder? Daar heb je nog die kleren van
gekocht."
"Die zou met de verbouw van de keuken ook wel grotendeels op geweest zijn,
vandaar."
Ik schonk nog maar eens koffie in en sneed nog wat plakken cake af. Ik vroeg aan
Adrie waarom hij altijd wat moeilijk deed als ik over de huisarts begon.
"Ik had gewoon geen zin in het oprakelen van oude dingen. Ik vind jullie heel
aardig, hoor, maar jullie zijn nieuw. Jullie hebben niet de band met dorp die ik
heb. Ik was er gewoon niet zeker van dat jullie niet alles gewoon zouden vertellen.
Dat wilde ik ook voor Lies niet."
"OK", zei Stef. "Jullie weten nu dat we jullie voor het hele dorp te schande
hadden kunnen zetten, tussen aanhalingstekens. Dat hadden we een tijd geleden al
kunnen doen. Dat hebben we dus niet gedaan. Denk je dat we dat alsnog zullen
doen?"
"Ik geloof er niks van", zei Lies. "Jij toch ook niet, Adrie?"
Adrie schudde alleen met z'n hoofd.
Er was nog een ding waar ik duidelijkheid over wilde hebben. "We hebben
natuurlijk wel eens met vrienden over van alles gepraat. Je kunt er echt op
vertrouwen dat die ook niets doorvertellen. Ze wonen hier een eind vandaan en
vinden het dorp niet zo belangrijk als wij. Een van die vrienden had een
theorietje. Julie zouden weten dat die bestuursleden van die stichting die over
het geld gaat ons hier weg willen hebben en desnoods harde middelen zouden
gebruiken om ons daartoe te brengen. Jullie zouden dan maar vast ongevaarlijke
middelen gebruiken om hetzelfde te proberen, een soort bescherming dus. Is dat
zo?"
"Absoluut niet", zei Adrie en ik geloofde hem.
"Zou Ans een handlangster geweest kunnen zijn? Zou ze daarom verdwenen zijn?"
Adrie zat een tijd na te denken. "We wisten natuurlijk dat Ans verre familie van
Lies is. Ik weet niet of Ans dat weet. We hebben het er nooit over gehad. Wie
weet er in het dorp nou dat Lies van zich zelf Van Beek heet? En zo'n
bijzondere naam is het nou ook weer niet. Dus jullie denken dat Ans iets te
maken kan hebben met al dat gedoe bij jullie?"
"En nog iemand anders in het dorp. Ook nadat Ans verdwenen is worden we op een
of andere manier in de gaten gehouden. Ze weten altijd wie hier op bezoek is
geweest. Shit! Daar denk ik nou pas aan. Ze kunnen nu ook weten dat jullie hier
zijn. Wat ontzettend stom van me."
"Wat is er dan bij die bezoekers gebeurd?" vroeg Lies.
"Niks ergs, hoor. Vervelend telefoontje of mailtje. Sorry, maar dat kan jullie
nu ook gebeuren."
"Maak je geen zorgen, kind. Daar kunnen we nog wel tegen. Ik ben blij dat we het
uitgepraat hebben. We hoeven in ieder geval tegen elkaar niet meer geheimzinnig
of achterdochtig te doen. Dank zij jou ben ik toch een beetje een ander mens
geworden. Dan wil ik ook wel iets pikken dat niet zo leuk is. Als het tenminste
gebeurt. Misschien vraag ik van de zomer wel eens of ik mag komen zwemmen."
"Gaan we dan eerst een sexy bikini voor je kopen?"
"Daar hebben Adrie en ik het tussendoor ook nog over gehad. Ik ga ook al lang
niet meer naar de kerk, maar wat er in de loop van de jaren allemaal ingestampt
is, is niet van de ene op de andere dag verdwenen. Ik wil best een keer proberen
om een keer helemaal in ... uh ... nou ja, gewoon in mijn blootje dus te
zwemmen, maar dan niet meteen met een man erbij. Begrijp je dat een beetje?"
"Lies", zei Stef, "als jij dat graag een keer wilt, ga ik bij Adrie aan de bar
zitten, bestel het ene pilsje na het andere en we gaan zit bekvechten over wie
de mooiste vrouw heeft. Ik ga pas naar huis als jij hebt gebeld dat je weer
netjes aangekleed bent."
"Zo zal het dus niet gaan", zei ik. "Ik breng Lies netjes aangekleed met de auto
terug. Dump mijn laveloze echtgenoot op de achterbank, rijd de auto tot aan het
zwembad en dump de echtgenoot in het zwembad, waar ik zijn hoofd boven water
houd tot hij weer een beetje nuchter is."
Bij het weggaan vroeg ik aan Lies: "Leg je vaak een bloem op het graf van je
grootvader?"
"Alleen als er niemand in de buurt is."
Woensdag 23 mei, 9.00 uur
De rest van de maandag, nadat Adrie en Lies waren vertrokken, was ik blij,
opgelucht, tevreden, noem maar op. Ik was als een meisje dat op haar verjaardag
precies het cadeautje gekregen had waar ze al die tijd op gerekend had. Pas
dinsdagmorgen nam ik de tijd om er eens goed naar te kijken. Alles wat ik
vermoed had klopte wel zo'n beetje. Het mooiste was dat Adrie en Lies van
mogelijke tegenstanders veranderd waren in medestanders. Ik hield een soort leeg
gevoel over, alsof een maximaal op spanning staande ballon langzaam was
leeggelopen. Er was niets verrassends gebeurd. Was dat het gewoon?
Stef had wel in de gaten dat er iets was en vroeg ook wat het was. Ik heb maar
gezegd dat ik alles nog eens goed moest overdenken omdat ik er zelf ook nog niet
helemaal uit was. Om een uur of drie vannacht werd ik wakker. Ik kon niet meer
in slaap komen en ben naar beneden gegaan. Ik heb een glas whisky ingeschonken,
iets wat ik maar zelden doe. Ik ging in de eetkamer zitten op dezelfde stoel als
waarop ik tijdens het gesprek had gezeten en probeerde alles nog eens terug te
halen. Goed beschouwd was ik vooral zelf veel aan het woord geweest. Ik had
verteld waar ik allemaal achter gekomen was. Annet zou wel eens laten zien
hoe slim ze was. Lies en Adrie, hij vooral, hadden bevestigd wat ik zei, maar er
feitelijk niets nieuws aan toegevoegd. Ik had moeten doorvragen. Lies had een
keer geld willen hebben en had dat niet gekregen. Had ze het daar zonder meer
bij gelaten? Het was toch geld waar ze recht op had? Wisten ze echt niets meer
over Ans?
Ik zat ook een hekel aan mezelf te hebben. Tijdens het gesprek was ik er
helemaal van overtuigd dat ze eerlijk waren en nu zat ik weer wantrouwig te
wezen. Als ze niet eerlijk waren, waren het geweldige toneelspelers. Dat kon en
wilde ik niet geloven.
Na een tijdje hoorde ik Stef naar beneden komen. Ik bleef in mijn glas zitten
staren. Ik voelde een hand op mijn schouder. Een andere hand pakte het glas. Hij
nam een slokje en zette het weer voor me neer. "Ik kan twee dingen doen", zei
hij. "Ik kan even je ochtendjas halen, zodat je hier niet zit te verkleumen of
ik kan je naar bed dragen en je zelf warm houden, terwijl jij over van alles en
nog wat ligt te dubben. Eerlijk gezegd geef ik de voorkeur aan het laatste."
Ik dronk het restje whisky op en zei dat het laatste mij ook wel aangenaam leek.
In bed vertelde ik Stef wat me dwars zat. "De nacht is er niet om na te denken,
Netje", zei hij. "Ga van iets leuks dromen. Morgen wordt het in ieder geval een
mooie dag. Ga maar lekker verder werker aan een mooi kleurtje." Ik denk dat de
whisky ook wel geholpen heeft bij het snel weer in slaap vallen.
Ik was toch al weer vroeg wakker, kwart over zes. Ik zat in de keuken even te
dubben, maar over een heel praktische vraag: eerst thee of eerst hollen? Het
werd hollen. Mijn sportschoenen staan altijd in de hal, voor mijn sportkleren
moest ik weer naar boven. Daar had ik geen zin in. Mobieltje in de hand
meenemen? Onzin, zo vroeg in de morgen. Criminelen houden ook niet van vroeg
opstaan. Ik holde mijn vijf rondjes, ging onder de koude douche staan en dook
het zwembad in. Terwijl ik lekker lag te dobberen, dacht ik na. Ik ga niet
verder zitten twijfelen: Adrie en Lies behoren bij de 'good guys'. Punt uit. Ans
weet ik nog niet, maar ik ga Adrie er verder niet over lastig vallen. Voorlopig
ga ik helemaal niets meer uitzoeken. Ik weet niet hoe ik kan voorkomen dat er
nog iets gebeurt. Ik weet niet wat ik verder nog kan uitzoeken. Daar moet ik me dan maar bij neerleggen
en afwachten tot de volgende klap komt. De komende tijd ben ik een gewone
doordeweekse huisvrouw. Stef kan al zijn werktijd aan het schrijven besteden en
veel van zijn vrije tijd aan mij. Ik ga mijn vrije tijd aan leuke dingen
besteden. Om te beginnen ga ik vanavond proberen te regelen aanstaande zaterdag
een dagje Amsterdam te doen met Ankie en Anneke. Ik ga er zo vroeg mogelijk heen
en neem de laatste trein terug. Stef zal wel zo lief willen zijn mij naar het
station te brengen en me daar weer vandaan te halen. Al die gedachten gingen
door mijn hoofd en ik voelde me er lekker bij. Ik besloot meteen mijn rol van
huisvrouw op te pakken en aan een goed ontbijt te gaan werken. Mijn hoofd was
nog maar net boven de rand van het zwembad uit toen er een aantrekkelijke vent
uit de keuken en in mijn richting kwam. Ja, wat doe je in zo'n situatie? Ook een
huisvrouw is toch in de eerste plaats een vrouw? Achteraf bleek het ontbijt ook
al klaar te zijn.
Donderdag 24 mei, 13.00 uur
Ankie en Anneke waren meteen enthousiast. Ankie had een nog wat handiger
voorstel. "Je komt hier vrijdagavond al heen. Hoef je zaterdag niet zo idioot
vroeg op. Je slaapt in mijn bed, maar je slaapt er alleen. Ik vind je ontzettend
lief, maar ik ga wel bij Karel slapen. Je komt naar ons toe voor het ontbijt."
Met Anneke spraken we af om tien uur bij het Noord-Zuid-Hollands Koffiehuis bij
Amsterdam Centraal. Daar gaan we wel bespreken wat we verder gaan doen. Als het
weer mee zit, en daar ziet het wel naar uit, doen we alles op de fiets. Karel
past de zijne aan voor mij.
Maandag 28 mei, 9.15 uur
Ik ben net weer even opgehouden met janken. Sinds zaterdagvond heb ik weinig
anders gedaan. Ankie heeft me bijna naar mijn laptop toe gesleept. Ze zit nu
naast me. "Schrijf het op en schrijf het van je af. Nee, wacht. Dat lukt toch
niet. Dat schrijf je niet even van je af. Zet in ieder geval alles op een
rijtje. Dat doe je nu al een hele tijd zo en dat werkt. Dan weet je wat je wilt
doen en bekijken we samen wat we kunnen doen. Ik zit hier niet omdat je
toevallig een vriendinnetje van me bent. Begin maar met iets leuks, bijvoorbeeld
met de vlindertjes in je buik in de trein naar Amsterdam."
Ik had geen vlindertjes in mijn buik, maar vond het wel fijn op weg te zijn naar
Ankie en keek erg uit naar het dagje Amsterdam met ons drieën. Rond borreltijd
kwam ik bij Ankie. Een half uurtje later kwam Karel. Het was gewoon een gezellig
avondje. Ze gingen om half elf naar Karels flat. Ik belde nog even met Stef voor
ik naar bed ging.
Zaterdagochtend was ik om half negen bij Karel, die een stevig Engels ontbijt
had gemaakt. De klokken van de Sint Nicolaaskerk gaven net aan dat het tien uur
was toen we het terras van het koffiehuis opkwamen. Anneke zat er al achter een
cappuccino. Ik hoefde niet te vertellen wie wie was. Bij het eerste kopje zaten
de twee meiden elkaar een beetje op te nemen, terwijl ik het gesprek aan de gang
hield met dingen die niet vreselijk belangrijk waren. Bij het tweede kopje zei
Anneke: "Goed, een andere keer zal ik wel eens jaloers op jullie worden, vandaag
maken we er in ieder geval een leuke dag van."
Het werd een leuke dag. We hebben niet veel anders gedaan dan fietsen en op
terrasjes zitten. Ankie is een geboren Amsterdamse en liet Anneke en mij plekken
zien waar wij als plattelandsmeisjes eigenlijk maar heel weinig van wisten en
waar de gemiddelde toerist ook niet komt. We vonden het alle drie jammer dat de
Walletjes door de meeste toeristen om de verkeerde redenen werden bezocht.
We zetten de fietsen in de box bij Ankie en liepen naar een Portugees restaurant
in de buurt van de Overtoom. Bij de koffie ging mijn mobieltje. Het was Stef.
"Hi, lieverd. Zit je me vreselijk te missen?"
"Ik ben niet je lieverd, al zou ik dat best willen worden. Noem me maar
Pat."
Ik hoefde Ankie en Anneke niet te vertellen dat ik me rot schrok. Dat zagen ze
heel duidelijk.
"Waar is Stef?" vroeg ik, zo kalm mogelijk, nadat ik een tijd helemaal niets
gezegd had.
"Die zit hier naast me, gezond en wel. Nóg gezond en wel. Dat wil je vast zo
houden. Hij gaat je nu vertellen wat jij moet doen. We hebben hem precies
verteld wat hij wel en niet mag zeggen. Als hij iets verkeerds zegt, hoor je hem
daarna 'Au' zeggen."
"Dag lieverd. Ik mankeer niks. Ik weet niet waar ik ben. De heren hier kan ik
niet herkennen. Ze dragen van die bivakmutsen. Jij moet uiterlijk woensdag naar
een makelaar gaan om te zeggen dat we het huis willen verkopen. Als de makelaar
het huis heeft laten taxeren wordt de taxatieprijs de verkoopsprijs. Zodra het
huis officieel op de markt is, wordt je iedere dag om zes uur gebeld of er
kopers zijn en wat ze willen betalen. Zij zullen zeggen wanneer je 'ja' moet
zeggen. Zodra het voorlopig koopcontract getekend is, mag ik naar huis. Zodra ze
merken dat de politie zich ermee bemoeit, hoef je er niet op te rekenen dat ik
onbeschadigd thuiskom. Ik ..."
"Meer hoeft hij niet te zeggen", zei Pat. "Die twee andere dames moeten
uiteraard ook ver uit de buurt van de politie blijven. Als de komende tijd
iemand je lieve echtgenoot wil spreken dan zeg je maar dat hij een tijdje alleen
wilde zijn om over zijn schrijverscarrière na te denken. Jij weet ook niet waar
hij is, maar kunt hem in noodgevallen bereiken."
"Maar ..."
De verbinding werd verbroken.
Ik zat verlamd voor me uit te staren. "Ze hebben Stef." Meer kon ik niet
uitbrengen. Ik kon alleen huilen.
Ankie nam het mobieltje uit mijn hand en zette het af. Anneke stond op en liep
naar de bar. Daarna weet ik een tijd niks.
13.30 uur
(Hier neemt Ankie even van Annet over. Die ligt nu te slapen.)
Annet moest weer huilen, toen ze over dat telefoongesprek schreef. Ik ook. In
het restaurant zag ik alleen dat ze ontzettend schrok. Verder zat ze tussen
"Waar is Stef?" en "Maar" alleen maar te luisteren. Toen ze gezegd had dat 'ze'
Stef hadden wist ik wie ze bedoelde. Anneke wist het ook en was meteen gaan
betalen. Ze had tegelijk gevraagd een taxi te bestellen. Annet was totaal
verdoofd, in een soort shocktoestand. Ze volgde ons op de automatische piloot
naar buiten en de taxi in. Bij mijn flat bleef Anneke in de taxi zitten. Ze is
een heel verstandige meid en inderdaad Annets beste vriendin. "Ik ga niet mee.
Ze heeft nu alleen jou nodig. Bel me morgen als het jullie uitkomt."
Ik heb Annet uitgekleed en in bed gelegd. Daarna heb ik Karel gebeld om te
zeggen dat ik niet naar hem kwam en waarom niet en dat ik hem de volgende
ochtend wel weer zou bellen. Gelukkig weet Karel wanneer hij niet moet
aandringen. Ik heb me uitgekleed en ben Annet stevig vast gaan houden. We hebben
niet veel geslapen. Tussen huilbuien en korte slaapjes door vertelde Annet wat
Stef gezegd had. Ik bedacht intussen wat ik moest doen. Dat wist ik al gauw:
Annet niet alleen laten. Als ze naar huis wilde ging ik met haar mee. Ik zou
mijn baas zeggen dat ik zeker een week niet kon komen in verband met
familieomstandigheden. Per slot van rekening is Annet nog heel wat belangrijker
voor me dan familie.
Rond een uur of negen was Annet weer redelijk bij haar positieven. We gingen
samen onder de douche en maakten samen een ontbijt. Ik belde Karel om te vragen
of hij ook kwam. Hij was er binnen een half uur met een taxi. Annet kon nu
redelijk samenhangend vertellen wat Stef gezegd had. "Hij praatte anders dan
normaal, alsof hij iets van papier las. Hij wou nog iets meer zeggen, maar de
telefoon werd hem meteen weer afgepakt."
"Wat wil je nu?" vroeg Karel.
"Stef terug en helemaal gaaf. Daarna zien we wel. Voor mijn part zetten we
ergens ons tentje op."
"Duidelijk. Jij, Ankie?"
"Je zult het even zonder mij moeten doen. Ik blijf voorlopig heel dicht in
Annets buurt, hier of bij haar thuis."
Annet wilde protesteren maar ik zei dat ze daar verder niets over te vertellen
had. Ze legde zich er heel snel bij neer. Ze wilde wel graag naar huis.
"Da's allemaal dus duidelijk", zei Karel. "Goed, ik breng jullie weg. Vandaag en
morgen doen jullie helemaal niks. Jullie denken zelfs nergens over na. Dat laten
jullie tot en met maandag aan mij over. Ik kom maandagavond naar jullie toe. We
bepraten het verder. Ik blijf slapen en ben dinsdagochtend weg voordat jullie
zelfs maar denken aan opstaan. Akkoord?"
Ik zei dat ik heel veel van hem hield en hij vroeg niet eens of dat 'Ja'
betekende. Annet zat erbij te huilen. Dat leek me wel goed. Ik belde Anneke om
te vertellen wat er precies gezegd was in dat telefoongesprek en wat we verder
gingen doen.
"Ik ga jullie niet voortdurend bellen en storen", zei ze. "Jullie bellen mij wel
als er iets nieuws is of als ik iets kan doen. OK?"
Ik beloofde dat we elke dag even zouden bellen.
In de auto ging ik met Annet achterin zitten. Hoe dichter we bij hun huis kwamen
hoe meer ik de spanning in haar lijf kon voelen. Karel stapte bij het hek wel
uit, maar ging niet mee naar binnen. Hij gaf mij een zoen maar raakte Annet niet
aan, alsof hij haar te breekbaar vond. Annet gaf mij haar tasje om de sleutels
op te zoeken. Toen ik het hek weer sloot hoorde ik Karel wegrijden. Annet was al
op weg naar de voordeur. Ik moest er een drafje inzetten om op tijd de deur open
te doen. In de zitkamer zei ze: "Stef is er niet." Ik kon maar net voorkomen
dat ze op de grond viel. Met mijn hulp kon ze op de bank gaan liggen. Ik
heb nooit eerder iemand zo hartverscheurend horen en zien huilen. Het was mijn
eerste ervaring iemand van wie ik houd zo diep in de put te zien zitten. Ik heb
ook gehuild.
Ik heb die avond wat eten bij elkaar gescharreld. We hebben maar
heel weinig gepraat.
Ik heb nog kort met Anneke gebeld. We zijn vroeg naar bed gegaan.
Dinsdag 29 mei, 9.15 uur
Vanochtend heb ik pas gelezen wat Ankie geschreven heeft. Omdat ze toch naast me
zat kon ik haar meteen ontzettend stevig knuffelen. Zonder haar zou ik ... ja,
wat zou ik eigenlijk? Ik weet het niet. Omdat zij er is kan ik weer redelijk
logisch nadenken, terwijl ik me hevig ongerust zit te maken over Stef. Ze is geen
moment uit mijn buurt en ik vind het nog plezierig ook. Ik wil ook geen moment
alleen zijn. Dan red ik het niet. Dat weet ik ook zeker. In bed voel ik een heel
vertrouwd lijf tegen me aan en terwijl ze meeleest kan ik rustig schrijven dat
ik veel liever een ander lijf tegen me aan gevoeld had. (Ankie knikt
goedkeurend.)
Gistermiddag belde Karel dat we met eten niet op hem hoefden te wachten. Hij zou
wel ergens een broodje eten. Hij was er om half acht. We waren net aan de koffie
toe.
"Ik ga iets moeilijks vragen, Annet", zei Karel. "Ze willen je dingen laten
doen, zoals naar de makelaar gaan en zo. Daarna zullen ze misschien nog meer
willen. Jij maakt je hartstikke ongerust over Stef en je wilt hem zo gauw
mogelijk weer bij je hebben. Dat begrijp ik heel goed. Als je dat kan opbrengen:
doe alles op het laatste moment. Als ze iets nieuws willen: vraag bedenktijd.
Als je zegt dat je iets zult doen, zeg op het laatste moment dat er iets
tussengekomen is. We moeten zoveel mogelijk tijd proberen te winnen om zelf iets
te bedenken, ook over het inschakelen van de politie."
"En Stef dan? Die zit ergens zijn eentje. God mag weten wat voor gruwelverhalen
ze hem vertellen over wat ze met mij zullen doen of misschien al gedaan hebben.
Weet je wat die vent aan de telefoon zei? 'Ik ben niet je lieverd, al zou ik dat best
willen worden.' Weet je wat hij misschien wel tegen Stef gezegd heeft? '
We hebben dat lekkere vrouwtje van jou wel eens om dat bos zien hollen. Dat
stoute vrouwtje had helemaal geen kleertjes aan. Die willen we best eens van
heel dichtbij bekijken.' Misschien hebben ze dat wel eens gezien. Weten
wij veel? Nu zitten hier twee lekkere vrouwtjes. Verdomme, Ankie, ik had je niet
mee mogen laten komen."
"Verdomme, Netje, al had ik hierheen moeten kruipen. Oh ... sorry, Annet."
Ik moest weer huilen, maar anders. "Geeft niet. Jij mag me ook af en toe Netje
noemen." Tegen Karel zei ik: "Ik begrijp wat je bedoelt. Ik zal mijn best doen,
maar ik beloof niets. Als ze nu met Stef voor de deur zouden staan en zouden
zeggen 'Gelijk oversteken, jij Stef, wij het huis', zou ik meteen 'ja' zeggen."
"Stef loopt op dit moment geen gevaar. Jullie moeten allebei dat koopcontract
tekenen. Daar hebben ze hem net zo hard voor nodig als jou. Ik heb nog een
voorstel. Een goede collega van mij heeft bij de politie in Amsterdam gewerkt.
Hij was geen politieman, maar een soort beleidsadviseur. Hij is jurist. Mag ik
hem in vertrouwen vertellen wat er hier speelt? En dat niet alleen. Hij heeft
nog goede relaties met de politie, kent daar mensen. Mag hij de zaak met een
politieman daar bespreken? Die klootzakken weten misschien wat er zich afspeelt
bij de politie hier, maar ze kunnen niet heel Nederland in de gaten houden. Een
stel rechercheurs uit Amsterdam kan volgens mij ongemerkt zijn werk hier doen,
als ze weten wat er op het spel staat. Zelfs de politie hier kunnen ze erbuiten
houden. Formeel misschien niet, maar dan doen ze maar een beetje creatief."
Ik moest er wel over nadenken en wist het allemaal niet zo gauw. Ik zag de
voordelen wel. We zaten in ieder geval niet alleen maar een beetje af te wachten
tot zij weer iets verzonnen hadden. "Ik mag nog wel even doordenken, hè?" zei ik
tegen Karel. Ik kan er morgen ook nog de hele dag met Ankie over praten.
Misschien bedenken wij ook nog wel iets. Dan bel ik je morgenavond. Goed?"
"Natuurlijk is dat goed. Ankie en ik zijn alleen maar hulptroepen. Jij beslist
wat je doet. Wij doen mee."
"Jij bent ook een schat. Laten we nu dan maar over wat anders praten."
"Ja fijn", riep Ankie. "Kunnen we Stef even vergeten."
"We vergeten Stef helemaal niet, lieve trut. We houden alleen even op met
nadenken over wat we moeten doen. Vertel maar wat over jullie huis. Weten jullie
al of jullie gaan trouwen?"
Wat ik een tijdje geleden over trouwen als samenlevingscontract had gezegd,
vonden ze allebei eigenlijk wel heel terecht. Ze hadden zelfs al een datum: 10
oktober, een vrijdag. Ze waren niet van plan er een gigantisch feest van te
maken. "Raad eens wie ik als getuige wil hebben", zei Ankie. Ik zei dat ik geen
flauw idee had.
Ze hadden intussen ook de originele bouwtekeningen van het huis gekregen. Die
zaten ze regelmatig te bestuderen om te bekijken of ze wat verbouwd wilden
hebben. Ze zouden er ook nog eens met een binnenhuisarchitect over praten.
Karel moest om half zes op. We gingen om half elf naar bed. Ik lag voor het
eerst in mijn eentje in ons bed. Het was een rot gevoel. Ik zag Stef voor me in
een kelder op niet meer dan een matras die op de grond lag, zonder dekens. Ik
huilde mezelf in slaap.
Ik werd pas wakker toen Ankie bij me in bed kroop en me een zoen gaf. "Die is
van Karel. Hij is net weg. Hij vindt je een flinke meid. Ik ook. Heb je een
beetje geslapen?"
"Als een blok. Hoe laat is het eigenlijk?"
"Kwart over zes, in die buurt."
"Heb je je sportschoenen meegenomen?"
"Ja. Wil je nu?"
"Nu."
Ankie ging naar mijn werkhok. Ik liep vast naar de hal waar ik mijn schoentjes
aantrok. Ankie kwam in sportbroekje en -shirtje naar beneden. "Trek jij niets
aan? Misschien staat er wel iemand om jou, ons in de gaten te houden."
"Ik hoop het. Niet om te laten zien dat ik zo'n lekker vrouwtje ben, maar om te
laten zien dat ze me er niet zomaar onder krijgen."
"Je hebt nog gelijk ook."
Met mobieltjes in de hand maakten we ongestoord vijf rondjes. Als er al iemand
keek, was het van grote afstand. We doken meteen het zwembad in.
16.00 uur
(Dit is weer van Ankie, maar nu zit Annet erbij.)
Ik vond het wel leuk
te ervaren hoe het is om op te schrijven wat je gedaan, bedacht en bepraat
hebt. Behalve dat hollen en zwemmen hebben we natuurlijk niets gedaan wat de
moeite van het beschrijven waard is. Bij het ontbijt zei ik dat ik van Karel
moest vragen of Annet alles wat ze opgeschreven had aan hem wilde mailen en of
hij dat aan die collega mocht laten lezen, tenminste als Annet het goed vond dat
hij er met die collega over sprak.
"Mijn onderbewustzijn heeft erover nagedacht terwijl ik sliep", zei Annet. "We
doen het zo als Karel voorgesteld heeft. Mag die collega ook al die persoonlijke
dingen over jou lezen?"
"Er staat toch niets in waarvoor ik me hoef te schamen? Als die collega eruit
opmaakt dat ik wel eens met Karel naar bed ben geweest, zal hij daar niet vreemd
van opkijken. Hij leest dan ook dat we netjes gaan trouwen. Als hij zich erover
verwondert dat ik ook nog eens een hechte, om niet te zeggen intieme relatie heb
met een vrouw, moet Karel je maar eens aan hem voorstellen. Dan begrijpt hij het
wel. Je kan tegen Karel zeggen dat hij bepaalde passages mag schrappen voor hij
het laat lezen, maar ik denk niet dat hij het nodig vindt. Ik ga toch niet met
een puriteinse Jan Doedel trouwen?"
"Hoe lang deed je er vroeger over voor je met een man ging samenwonen?"
"Dat weet je toch. Veel te kort, soms al na een maand of twee, drie."
"Hoe lang ken je Karel nu?"
Ik dacht even na. "Verrek nou. Drie maanden. En ik ga met hem trouwen. Ga je nou
zeggen dat ik weer veel te snel ga?"
"Dat ga ik helemaal niet zeggen. Ik wou alleen maar zeggen dat het niet zo veel
te maken heeft met hoe lang je hem kent. Het heeft er meer mee te maken hoe goed
je jezelf kent, denk je niet?"
"Ja juf. Mag ik nog een tijdje in uw klasje zitten? Voor bijlesjes, want meester
Karel geeft ook heel goed les, hoor."
Zoals ik het allemaal opschrijf klinkt het erg luchtig, maar het was niet meer
dan een manier om de steeds voelbare spanning een beetje draaglijker te maken.
Annet zit niet voortdurend geboeid naar het scherm te kijken om te zien wat ik
allemaal schrijf. Uit mijn ooghoeken zie ik hoe ze langs scherm naar buiten in
het niets staart.
"Ik zou er met Hermien over willen praten", zei ze op een gegeven moment.
"Misschien kan die me een idee geven hoe Stef zich op het ogenblik moet voelen.
Ze kent hem intussen een beetje. Misschien kan ze ongeveer aanvoelen hoe hij
ermee omgaat. Maar ik kan niet zomaar naar haar toegaan. Dat brengt haar
mogelijk ook in de problemen."
Het was mijn moment om een slim idee te hebben. "Zelfs die klootzakken zouden
het begrijpen als je in jouw omstandigheden naar de huisarts gaat. Je slaapt
slecht en je wilt slaappillen hebben. Voor alle zekerheid schrijft ze echt een
recept uit en ga je die slaappillen ook echt ophalen. Je kan ze hier meteen door
de plee spoelen."
Annet ging meteen bellen en maakte een afspraak. Ze vroeg erbij of ze als
laatste die ochtend kon komen. De assistente dacht dat kwart over twaalf dan een
goede tijd was. Het leek Annet niet zo'n goed idee dat ik meeging. Dat zou
allemaal maar opvallen. "Ik fiets erheen en jij mag het fort verdedigen. Of vind
je het eng in je eentje?"
"Waarschijnlijk zal ik me wel wat gespannen voelen, maar jullie hebben toch
overal van die waarschuwingsdingen laten aanbrengen? Ik hoef maar een piep te
horen en ik bel 112."
We hadden meteen weer wat te doen: het alarmsysteem testen. Annet ging het bos
in, ditmaal netjes gekleed. Via de mobieltjes vertelde ik elke keer wanneer ik
een piep hoorde. Alles werkte. Daarna legde ze met hele systeem nog een keer
uit, vooral hoe ik het echte lawaai buiten kon aanzetten en weer uitzetten.
Annet ging om twaalf uur weg. Om tien over twaalf belde ze dat ze bij de
praktijk van Ellen voor de deur stond. Ik voelde me inderdaad niet lekker in
mijn eentje. Aan lezen kwam ik ook niet toe. Ik zette de tv maar aan en ging wat
zitten zappen. Hier en daar bleef ik een paar minuten hangen, maar het was
allemaal niks. Om kwart voor een belde Annet dat ze op de terugweg was. Ik ging
de spullen voor de lunch vast klaarzetten. Ik vloog haar om de nek toen ze weer
thuis kwam. Ik was ontzettend opgelucht.
Ellen had direct gezien dat Annet met iets ernstigs zat. Annet had nog
geprobeerd niet al te dramatisch te doen door te beginnen met te zeggen dat ze
Ellen weer kwam misbruiken voor iets dat niet medisch was. Ze was prompt in een
behoorlijke huilbui losgebarsten. Als dat voor Ellen al nodig was, was dat wat
haar betreft meteen een medische reden om bij je huisarts te komen. Het verhaal
zelf was gauw verteld en ook de reden waarom ze bij Ellen kwam: om het aan
Hermien door te vertellen. Ellen had zelf ook wel een mening. "Stef is een
nuchtere vent. Hij staat met beide benen op de grond. Hij is niet iemand die
zich gauw iets laat wijsmaken. Natuurlijk maakt hij zich er zorgen over dat jij
in je eentje zit."
"Ik zit niet in mijn eentje, Ankie is bij me en die blijft de hele week."
"Wat jou op dit moment betreft kan ik geen betere therapie voorschrijven. Als ik
die lange van mij dit vertel wordt ze nog enthousiaster over
driehoeksverhoudingen. Ik mag wel uitkijken. Slaap je goed?"
Annet zei dat ze in ieder geval goed sliep, maar dat ze een recept voor
slaapmiddelen wilde hebben als dekmantel. Ellen had in een of ander boek
nagekeken wat de goedkoopste waren. Annet had nog gezegd dat Hermien elk moment
mocht bellen dat haar uitkwam, al was het midden in de nacht.
Na de lunch gingen we naar de apotheek die in het andere dorp is. Daar deden we
meteen voor een paar dagen boodschappen.
Annet maakte een afspraak met een makelaar in de stad die ze op goed geluk
uit de Gouden Gids pikte. Hij komt morgen om vijf uur. Daarna schoot haar te
binnen dat 'ze' niet haar, maar Stefs e-mailadres hadden. We zetten zijn pc aan
en jawel, er was een mailtje van Pat. Het was gistermiddag om 17.17 uur
verzonden.
Annet,
Als dat vriendinnetje er net zo aantrekkelijk uitziet als jij, mag ze wat ons
betreft blijven. Als ze ook haar mondje maar houdt. Maar dat zul je haar wel verteld
hebben. Geen stoute dingen doen die je Stef later niet zou willen vertellen.
Pat.
Ze weten dus dat ik er ben, maar dat is geen verrassing. Ze zullen ook wel weten
dat Karel geweest is, maar als het goed is, als je dat tenminste 'goed' mag
noemen, hebben ze die ook al eerder met mij samen gezien. En nou zitten die
viezeriken er ook nog op te kicken dat die twee vrouwtjes bij afwezigheid van
hun mannen er wel als lesbo's tegen aan zullen gaan. Ik zou aan andere mannen
dan onze eigen mannen niet eens willen uitleggen hoe de relatie tussen Annet en
mij in elkaar zit, laat staan aan dat tuig. Mijn tweede liefde zit nu trouwens
te dutten. Ik zal haar met zachte hand naar bed geleiden en er zelf bij gaan
liggen. Ik ga niet met haar vrijen. Daarvoor is ze me te lief. Ik zie wel hoe
laat we wat eten.
Woensdag 30 mei, 9.15 uur
Vanochtend ben ik net na vijven al uit bed geglipt zonder Ankie wakker te maken.
Voor ik naar beneden ging heb ik even gelezen wat ze gisteren geschreven heeft.
Ik zag er als een berg tegenop dat ze zondag weer weg moet. Dan sta ik er verder
in mijn eentje voor. Ik kan alleen nog met haar en Karel bellen en mailen en af
en toe misschien voor een dagje naar Amsterdam vluchten. Terwijl ik in de keuken
thee zat te drinken hoorde ik: "Annet! Waar ben je?"
"Aan de thee!"
Ze kwam de keuken binnenstormen. "Wil je dat niet meer doen, trutje? IK schrok
me rot toen ik merkte dat ik alleen in bed lag."
"Wat zou er dan gebeurd moeten zijn, lieverd?"
"Weet ik veel. Ik word wakker, het is nog geen half zes en je bent er niet. Je
bent niet op je kamer en je bent niet op het toilet. Moet ik dan meteen denken:
die zal wel aan het theedrinken zijn? Je kan wel met een dolle kop in je nakie
de deur uitgerend zijn en ergens in een weiland liggen janken."
"Zolang je hier nog bent zal ik het niet meer doen. Als ik midden in de nacht
een plasje moet doen maak ik eerst jou wakker. Wil je een kopje thee?"
"Ja, doe maar. Sorry hoor. Ik mag toch wel ongerust wezen? Ik was vannacht een
tijdje wakker. Ik heb nagedacht. Ik ga zondag niet naar huis. Ik blijf hier tot
Stef terug is. Dat kan geen weken duren, volgens mij."
Ik wilde wat zeggen, protesteren eigenlijk. "Niet gaan zeuren, Annet. Ik bel
naar mijn werk dat ik vakantie neem om voor een familielid te zorgen."
"Tuurlijk! Zal Karel ook leuk vinden. Die gaat gewoon in zijn eentje op
vakantie. Kunnen jullie weer fijn mailen. Kunnen jullie mekaar nog beter leren
kennen."
Ik hoorde mezelf en kon mezelf wel een rotschop geven. "Nee, sorry, lieverd. Ik
bedoel het niet zo lullig. Doe dan verdomme ook niet zo lief."
Voor de verandering ging ik maar weer eens een potje zitten janken. Ankie
troonde me mee naar boven en de slaapkamer.
"Luister, Netje," zei ze, toen we weer in bed lagen, "ik geloof niet in
voorbeschikking en dat soort flauwekul. We komen elkaar bij puur toeval in een
vliegtuig tegen. We vinden elkaar aardig, daarna vinden we elkaar erg aardig en
daarna wordt het nog mooier. Door weer puur toeval kom ik in mijn stamkroeg een
leuke vent tegen. En nu durf ik bijna met zekerheid te zeggen dat ik dankzij
jou, door jou positieve invloed op mij, whatever, met die vent nog een hele tijd
door wil gaan en hij met mij. Mag ik dan alsjeblieft als jij het heel hard nodig
hebt ook iets voor jou betekenen? Ja, huil maar lekker tegen me aan. Maak je
bezorgd over Stef. Mis Stef. Wees bang. Dat doe ik ook allemaal, maar met ons
tweeën kunnen we het net een beetje beter aan. Daarom blijf ik hier en dat wil
jij ook. Einde discussie."
We bleven nog een half uurtje zonder praten liggen. Daarna gingen we onze vijf
rondjes hollen, zwemmen en ontbijten.
Gisteravond heb ik Anneke op de hoogte gehouden en Ankie heeft Karel verteld dat
ik het met zijn plannen eens was. Ik heb mijn hele verhaal aan hem gemaild. Ik
moest het zelfs in stukjes knippen, omdat het anders te groot was. Karels
collega heeft heel wat te lezen.
Voor vandaag staat er nog niet meer op het programma dan het bezoek van de
makelaar en om zes uur het telefoontje van Pat. Toen we holden motregende het
wat, maar intussen begint het aardig op te klaren. We kunnen in de zon bedenken
wat we verder kunnen doen.
15.30 uur
Tegen tienen ging de telefoon. Het nummer was onderdrukt, dus ik bereidde me
voor op iets lulligs.
"Met Annet."
"Met Hermien. Stoor ik?"
"Natuurlijk stoor je niet."
"Ik heb het verhaal pas gisteravond laat gehoord. Ik bel van mijn werk, ik heb
net nog even, want het wordt een drukke dag. Ik denk dat wij vanavond ontzettend
zin hebben ons te ontspannen in de kroeg. Zou het niet reuze toevallig zijn dat
jullie daar ook zaten? We zijn reuze verrast dat jij er met Ankie bent. Kunnen
we gezellig bijkletsen."
"Slim bedacht, Hermien. We zijn er om een uur of negen. Hartstikke bedankt
vast."
"Ik wil gewoon dat aantrekkelijke vriendinnetje van je weer eens zien."
"Ze valt niet op grote tieten."
"Dat dacht die kleine ook eerst. Doei."
Ik had hands free gebeld zodat Ankie kon meeluisteren. "Die kan het niet laten
om een geintje te maken. Gelukkig is ze ook behoorlijk slim."
Bij Adrie zouden we vertellen dat Stef er voor een tijdje alleen op uit was
omdat hij helemaal vast zat met zijn boek, writer's block of zoiets. Hij moest
zich helemaal herbezinnen. Hij had wat gehuurd in een bungalowpark op de Veluwe.
Ankie was een goede vriendin met een vreselijke burn out die op het rustige
platteland wat wilde bijkomen. Ik vond de aanspraak wel gezellig nu Stef er niet
was. Een beetje moederen sprak me ook wel aan.
Ik zat me af te vragen of we 'Herman' nog niet eens een mailtje konden laten
sturen, al was het alleen maar om hun gedachten wat af te leiden van hun
inspanningen om ons weg te krijgen.
"We weten nog steeds niet helemaal zeker of dat bestuur erachter zit", merkte
Ankie terecht op.
"Klopt, maar we moeten ergens vanuit gaan. Ze hebben ergens geld voor nodig.
Daarvoor hebben ze zelfs de statuten gewijzigd, zodat Lies geen geld meer kon
krijgen waar ze eigenlijk recht op heeft. Ik heb eigenlijk geen idee wat het
huis en de grond bij elkaar waard zijn momenteel. Het loopt in ieder geval in de
tonnen, boven de vijf ton."
"Je moet het door minstens drie taxateurs laten taxeren. Dat kan allicht weer
wat langer duren. De definitieve prijs wordt dan het gemiddelde van die drie.
Kun je ook nog met die Pat over steggelen, als ze ver uit elkaar liggen. Moet je
nog eens over nadenken. Van die dingen."
"Maar ik wil meer doen. Ik vind het vreselijk om alleen maar lijdzaam af te
wachten tot zij weer wat doen. Zo zit ik niet in elkaar. Er is nog altijd iemand
in het dorp die weet wie hier komt en dat meteen doorgeeft. Ze weten dat jij bij
me bent. Ze wisten ook dat wij met ons drieën in Amsterdam waren."
"Iemand kan jou gewoon gevolgd zijn."
"Ja, lekker idee. Wat willen ze trouwens met ons huis?"
"Je hebt toch al eens wat bedacht?"
"Ja, een exclusieve seksclub, waar vermoeide captains of industry zich een paar
dagen lekker kunnen laten verwennen."
"Geblesseerde sporters lijkt me ook een leuke doelgroep. Die jongens uit de
eredivisie kunnen zich wel een pare dure dagen en nachten veroorloven. Hockeyers
schijnen ook wel leuk te verdienen, tennissers, darters zelfs."
"Ans is er tussenuit getrokken om ergens op een rustige manier de mooiste meiden
te werven. Die moeten ook nog minstens drie talen spreken, waaronder perfect
Nederlands."
Ankie moest lachen. "Ga zo door. Voor je het weet ben je klaar met je business
plan voor de meest exclusieve seksclub van Nederland. Waar zit jij ineens
op te broeden?"
"Sporters. Niet als doelgroep, hoor. Dat sporters herinnert me weer ergens aan.
Een van die bestuursleden is die voetbalcoach in de stad hier, weet je wel? Dat
is zo'n beetje de buitenstaander. Die bankdirecteur en die makelaar komen steeds
uit hetzelfde clubje voort. We moeten ons op die coach richten, maar hoe? Laten
we daar maar eens over dubben."
Omdat bewust in de zon zitten dubben meestal niet tot verstrekkende resultaten
leidt, besloten we maar naar de stad te gaan om daar te lunchen en gewoon wat te
winkelen.
Ankie vroeg waar ik heen ging toen ik buiten het hek niet linksaf sloeg richting
dorp, maar rechtsaf. Ik legde uit dat we dat eerder gedaan hadden om in ieder
geval te proberen te voorkomen dat degene die ons in het dorp in de gaten hield
wist dat wij de hort op waren.
We zetten de auto in de parkeergarage en gingen eerst wat winkelen. Ik had het
rokje en topje aangetrokken die ik aangeschaft had toen Ankie voor het eerst met
Karel bij ons kwam. In de auto zei Ankie: "Naast jou zie ik eruit als de eerste
de beste net uit de klei getrokken boerentrien. Dat kan natuurlijk niet, hè?
Bovendien zit ik met die ontzettende burn out en wat doet een vrouw dan? Die
gaat leuke kleertjes kopen."
Na een paar winkels kocht Ankie een outfit die precies bij de mijne paste en die
ze meteen aanhield. Haar spijkerbroek en T-shirt gingen in een plastic tas. Als
Pat ons liet bespioneren deden we precies wat hij wilde: we waren gewoon twee
vrouwen voor wie er niets aan de hand leek te zijn en die zich alleen maar
zorgen maakten over hun uiterlijk. Wij wisten heel goed dat we aan het
toneelspelen waren, maar dat was een goede oefening voor het bezoek aan Adrie.
Daar werden we in ieder geval in de gaten gehouden en moesten we als het ware in
topvorm zijn. Alleen Ellen en Hermien konden we ons ware gezicht laten zien. We
gooiden de plastic tas in de auto en gingen op het Raadhuisplein lunchen. We
namen een uitgebreide salade en een glas wijn. De alcohol zouden we er wel
uitlopen voor we weer in de auto stapten. We zouden ook nog naar de boekwinkel
gaan.
22.30 uur
We zijn net thuis, maar we zijn een beetje over onze slaap heen, dus we gaan
onze ervaringen maar meteen opschrijven. Ondanks alle rottigheid, zou je bijna
kunnen zeggen dat we een leuke avond gehad hebben, waarin we bijna volledig in
onze rol zaten. Dat begon al met de makelaar, die we allebei spontaan een engerd
vonden. Hij zat strak in het pak en was niet veel ouder dan wij. Hij wist niet
helemaal goed of hij joviaal of beleefd moest doen, dus dat werd een wat
onduidelijk mengsel. Hij moest moeite doen om niet al te duidelijk te staren
naar wat wij aan lichamelijk schoon te bieden hadden. Daar speelde ik op in.
"Mijn man is er helaas niet", vertelde ik hem, "die moest er een paar dagen uit
om goed over zichzelf na te denken. U zult dat wel kennen, denk ik. Gelukkig had
mijn lieve vriendin wat tijd om mijn eenzaamheid wat te verlichten." Ik sloeg
met een overduidelijk liefkozend gebaar een arm om Ankie heen, die zich dat net
zo overduidelijk maar al te graag liet welgevallen.
"Ja, nee, zeker. Ik begrijp dat", zei de brave man. "Een andere woonplaats is
vaak een goed nieuw begin. Het is zeker een mooi huis. Daar moet wel een koper
voor te vinden zijn."
We lieten hem eerst de tuin met de garage en het zwembad zien. "We hebben
vanmiddag nog lekker gezwommen", zei ik. "Dat is juist zo fijn. Met al die
privacy hier kan dat wat meer ongedwongen, begrijpt u wel?"
Hij begreep het heel goed en stond er verlekkerd bij te kijken, ons nog even
tersluiks opnemend en wat wegdenkend.
Op de bovenverdieping liet ik eerst onze werkkamers zien. "En dit is onze
slaapkamer", riep ik, toen ik met een wijds gebaar de deur opengooide. Het kon
hem niet ontgaan dat ik aan 'onze' met enige nadruk uitsprak. Nadat hij ook de
benedenverdieping uitgebreid bekeken had gingen we in de zitkamer zitten, Ankie
ik samen op de bank, hij tegenover ons. Ankie legde nonchalant de ene knie over
de andere. De arme ziel kreeg het steeds moeilijker en wist niet meer waar hij
kijken moest.
"Ja ...
eh ... mevrouw Van Aarden ... "
"Zeg maar Annet, hoor", zei Ik liefjes.
"O, ja, Annet, natuurlijk. Ik stel voor dat we een goede fotograaf een aantal
foto's van het interieur en het exterieur laten nemen. Dat maakt het voor
potentiële klanten wat makkelijker om een eerste voorlopige keuze te maken."
"Jij weet er vast wel eentje. Laat hem maar een afspraak maken. Heb je al enig
idee van de prijs."
"Daar doe ik nu nog liever geen uitspraak over. U, ik bedoel, je kunt het beter
eerst laten taxeren, door ten minste twee makelaars."
"Wij dachten aan drie, voor het geval er eentje wat erg aan de lage kant zit.
Daar heb ik het vanmiddag met Ankie in het zwembad nog over gehad."
"Heel goed. Jullie hebben er wel over nagedacht. Zal ik ook drie taxateurs voor
je regelen?"
"Doe dat maar. Wil je misschien wat drinken?"
Het leek even of hij 'ja' wilde zeggen, maar hij bedankte toch maar. Hij moest
naar nog een klant toe, zei hij. Toen we het hek achter hem dicht gedaan hadden
moet hij ons hebben horen lachen voor hij in zijn auto stapte.
"Slet!" zei ik tegen Ankie. "Hoe durf je er zo schandalig bij te zitten?"
"Ach wat kunnen mij als lesbo die kerels nou schelen?"
Bijna precies om zes uur ging de telefoon. Ik liet hem een paar keer overgaan.
Ze moeten vooral niet de indruk krijgen dat ik er naast zit te wachten. Ik zette
hem weer op hands free.
"Ja?"
"Is er contact met een makelaar geweest?"
"Ik wil eerst Stef spreken."
"Die is hier niet bij de hand."
Dat was zijn eerste foutje. Ik had gerekend op iets als: jij hebt hier niets te
willen. Het was in feite net zo'n amateur als ik.
"Ik kan wachten tot hij bij de hand is." Ik hoorde verkeer op de directe
achtergrond. Waarschijnlijk stond hij bij een telefooncel te bellen. Dat was,
van zijn kant, wel weer slim.
"Dat kan even duren."
"Goed, bel me maar als het zover is." Ik verbrak de verbinding. De zenuwen
gierden door mijn keel. Het leek heel stoer wat ik gedaan had, maar het was er
allemaal uit voor ik het wist. Het was vooral onbezonnen.
"Jezus, Annet!" Ankie keek me niet-begrijpend aan. "Was dat lef of ..."
"Of stom? Het laatste waarschijnlijk. Ik werd wat overmoedig, denk ik, omdat hij
stom deed. Ik had het niet gedaan als hij meteen gezegd had dat hij wel
uitmaakte of ik Stef te spreken kreeg. Wil je wat voor me inschenken? Ik zit te
trillen."
Ankie haalde een aangebroken fles uit de keuken en schonk twee glazen in. "Ze
bellen in ieder geval terug. Afwachten maar."
We zaten ons bijna een half uur te verbijten tot de telefoon weer ging. Ik liet
hem weer een paar keer overgaan. "Let op achtergrondgeluiden", zei ik tegen
Ankie.
"Ja!"
"Het gaat goed met me, Annet."
"Stef! Echt?"
"Ik mag verder niks zeggen, alleen dat het goed met gaat en dat is echt zo. Ik
houd van je."
"Ik houd ..."
"Ja, mooi. Jij houdt ook van Stef. Dat wist hij al. Hoe zit dat met die
makelaar?"
"Die is geweest. Hij stuurt een fotograaf voor de reclame en zo en taxateurs.
Daarna wordt er een prijs gemaakt."
"We hebben geen foto's nodig. We weten hoe het huis eruit ziet."
"Dan laten we dat zitten en de taxateurs ook. Dan is het meteen voor iedereen
duidelijk dat het om afpersing gaat."
Het was een tijdje stil. Dat kwam mooi uit. Niet veraf kon je een trein horen.
"Wanneer komen al die mensen?"
"Die bellen voor een afspraak."
"We bellen vrijdag weer."
"Dan ben ik bij mijn ouders. Dat lijkt me niet zo handig."
"Maandag." De verbinding werd verbroken. Ik legde de telefoon neer en nam een
flinke slok. Ik keek naar Ankie. "Wat is er? Wat kijk je?"
"Ik ben blij dat je m'n vriendinnetje bent en niet mijn tegenstandster. Waar
haal je dat ineens allemaal vandaan?"
"Nergens vandaan. Ik ben hartstikke bezorgd en nerveus en bang. Je kan zien dat
ik zit te bibberen. Maar ik ben ook zo verdomde kwaad op dat schorem. Ik word
woest als ik onder druk gezet word. Dat had Stef al heel gauw door en jij hebt
dat ook nooit gedaan. Maar je mag nou mijn hand vasthouden. Houd me maar
helemaal goed vast."
"Ik weet iets veel beters, Netje. We gaan lekker samen in bad. Ik masseer al die
spanningen wel uit je lijf. Blijf hier rustig zitten. Diep ademhalen en zo. Ik
laat het bad vollopen en ik roep als het zover is."
Ik trok mijn kleren in de kamer uit toen ze riep en liep naar de badkamer. Ankie
spreidde haar armen. "Kom maar tegen mij aan liggen en laat mij m'n gang maar
gaan."
Het was heerlijk haar handen overal te voelen. Ik voelde inderdaad alle
spanningen uit mijn spieren wegvloeien. De bezorgdheid en de angst waren niet
weg te masseren, maar ik voelde me in staat ertegen te knokken. Het was nog net
geen vrijen, maar het kwam dicht in de buurt. Er was iets wat me tegenhield en
Ankie voelde dat heel goed aan. Ik denk dat ik het niet eerlijk vond tegenover
Stef om iets heel plezierigs te doen terwijl hij in zijn eentje in
rotomstandigheden zat waar ik geen weet van had.
We douchten nog even en schonken in de kamer de glazen nog eens vol. Ik zei
tegen Ankie wat ik over dat vrijen had bedacht.
"Daarvoor zit ik hier niet, lieverd. Ik ben geen invalster voor Stef en jij niet
voor Karel als we toevallig weer eens kriebeltjes voelen. Wat wij hebben staat
er buiten. Dat is een soort bonus. Het is niet minder, het is anders. Ik zie
Karel in het weekend weer. Ik bedoel, dat is toch goed, hè, dat hij het weekend
hier is?"
"Als hij niet denkt te komen, sleep ik hem persoonlijk hierheen. Hij is hier van
vrijdagavond tot maandagochtend, minimaal. Hij mag hier elk moment binnenvallen,
onaangekondigd."
Vanwege de uitgebreide lunch konden we wel volstaan met een paar boterhammen.
Morgen mag Ankie vertellen hoe de avond verliep. Het is nu wel tijd om het bed
op te zoeken. Herbeleven kan ook nog vermoeiend zijn.
Donderdag 31 mei, 8.15 uur
(Ankie weer aan het woord)
Het gevaar zit er natuurlijk in dat we op een 'comité van wederzijdse
bewondering' gaan lijken. Dat moet dan maar. Annet kan moeilijk zichzelf gaan
zitten bewonderen. Ze slaapt nu toch nog (we gingen redelijk laat naar bed na
een lange dag) dus
wil ik hier maar gezegd en geschreven hebben dat ze het heel goed gedaan heeft
bij dat telefoongesprek. Ik heb gezien hoe ze, zeker na afloop, zat te bibberen,
maar aan de andere kant moeten ze op z'n minst de indruk gekregen hebben dat ze
te maken hebben met een koele kikker die niet met zich laat sollen. Het is aan
de ene kant een geruststellende gedachte dat we in feite met amateurs te maken
hebben, maar aan de andere kant zijn amateurs ook onvoorspelbaar.
We gingen om half negen te voet naar Adrie. Ik pakte Annets hand, maar een
eindje voor het dorp maakte ze zich los. "We zijn hier gewone vriendinnen, hoor.
Dus binnen ook niet al te lief doen. Ik moet er ook mijn best voor doen."
Voor mij was het het eerste bezoek aan Adrie. Ik vond het zo'n typisch, wel
gezellig dorpscafé. Het was niet echt druk, maar het was ook donderdagavond. We
gingen aan een tafeltje aan de zijkant zitten. Ik begreep dat de vrouw die naar
ons toekwam Lies was.
Annet stelde me voor als de vriendin die ze tijdens haar reisje naar Egypte
ontmoet had. Ik was gewoon een beetje op vakantie. Lies vroeg natuurlijk waar
Stef was en Annet gaf de verklaring die we afgesproken hadden. Ik vond het heel
aardig van Lies dat ze bezorgd vroeg of alles wel goed was tussen Stef en Annet.
Volgens mij meende ze dat ook echt. Annet verzekerde haar dat alles rozengeur en
maneschijn was.
We hadden ons glaasje wijn voor de helft leeg toen er geroepen werd: "Hé,
Annet, wat
leuk! Heb je Stef ingewisseld?"
Dat kon alleen Hermien zijn. We speelden ons toneelstukje voor vier dames die
elkaar onverwacht ontmoeten en ze schoven bij ons aan. Dit keer kwam Adrie de
bestelling opnemen en ik werd ook aan hem voorgesteld. Er zaten geen mensen
direct in de buurt, dus we konden redelijk vrijuit praten als we dat niet te
luid deden. Annet zei toch nog maar: "We zitten hier gewoon leuk met elkaar
te praten, hè. Dus vooral blij kijken en af toe lachen."
"Je ziet er in ieder geval uitgerust uit", zei Hermien tegen Annet. "Je gaat zeker
elke avond met een goede
slaappil naar bed?"
Zelfs Ellen, die toch wel wat gewend moest zijn, moest lachen.
"Dan mag ik nu even serieus zijn", zei Hermien. "Dat doen andere mensen ook wel
eens in een kroeg. Annet, vanochtend had ik niet zoveel tijd, maar je weet dat
ik je hier graag met Stef had gezien, waarmee ik niets ten nadele van jou zeg,
Ankie, maar dat weet jij ook." Ze was even stil. "Wat zat ik eigenlijk
ingewikkeld te doen? Ik zit te praten alsof jullie cliënten zijn. Over
beroepsdeformatie gesproken."
"Zeg maar gewoon wat je tegen mij zei, lange", zei Ellen, "toen ik het je
vertelde."
"Godverdomme. Dat verdienen ze toch helemaal niet? In ieder geval is Ankie bij
Annet. Wat voor steun moet ze nog meer? Zo, dat zei ik dus. Duidelijk?"
"Je bent een schat", zei Annet. Ik beaamde dat volledig.
Daarna konden we weer even lachen. Annet vertelde van het bezoek van de
makelaar.
"Hadden jullie hetzelfde aan als nu?"vroeg Ellen. Wij knikten. "Ja,
dan moet die man het wel moeilijk gehad hebben."
"En jullie kunnen wel van elkaar afblijven?" vroeg Hermien. Wij knikten weer en
trokken er een zedig gezicht bij.
"We zijn wel samen in bad geweest, maar dat was therapeutisch, zeg maar", zei
ik. "Annet heeft geen vinger naar me uitgestoken." Ik vertelde over de
aanleiding, het telefoongesprek.
Na enige stilte zei Annet: "OK, meiden, houd maar op, ja? Ik deed niets anders
dan zeggen wat er voor m'n kop kwam. Er zat helemaal geen strategie achter of
zo. Voor dat moment heeft het goed uitgepakt, maar voor hetzelfde geld zijn ze
nu ontzettend pissig en zijn ze dat op Stef aan het botvieren. Ik ga nog wijn
halen." Ze pakte haar en mijn glas, trok een opgewekt gezicht en liep naar de
bar.
Ellen keek mij aan. Ze wou wat zeggen, aarzelde en zei toen: "Nou ja, ik hoef
jou niet te zeggen, wat je moet doen. Je doet het al. Hoe lang kan je bij haar
blijven?"
"Tot Stef terug is. Ik sta er ook niet helemaal alleen voor, hoor. We hebben
Karel ook nog op de achterhand. Die komt dit weekend ook hier." Ik vertelde ze
wat we met Karel hadden afgesproken. Intussen was Annet teruggekomen met volle
glazen. We keken naar Hermien.
"Ja", zei ze, "daarvoor zitten we hier. Laat ik voorop stellen dat ik geen
absolute waarheden zit te verkondigen. Ik ben om te beginnen een
gedragspsycholoog. Ik ken Stef een beetje en die andere types ken ik helemaal
niet, daar kan ik helemaal niets over zeggen. Volgens mij is Stef een heel
stabiele jongen. Als ik even theoretiseer: hij schrijft in zijn verhalen over
mensen in stresssituaties, omdat hij dat soort situaties aankan. Hij zit nu zelf
in een situatie die hij zo in een van zijn boeken zou kunnen verwerken. Ik denk
dat hij het ook zo bekijkt. Hij is er aan gewend, hoe theoretisch ook, dat soort
situaties van allerlei kanten te bekijken en naar oplossingen, uitwegen te
zoeken. Dat zal hij ook nu doen. Dat telefoontje van vanmiddag is voor hem heel
belangrijk geweest. Hij zal zich vast en zeker zorgen over jou maken. Hij weet
niet wat ze jou kunnen aandoen. Vanmiddag heeft hij je gesproken. Ze moeten jou
bellen, dus ze zitten niet bij je in de buurt. Er is een
klein kansje dat ze gezegd hebben 'Je vrouw wil je spreken.' Zij doen wat jij
wilt, Annet. Je loopt dus vrij rond. Dat is voor hem een hele zorg minder.
Maandag spreek je ze weer. Gewoon doen wat je vandaag deed: eerst wil je Stef
spreken. Laat als het maar even kan blijken dat Ankie bij je is. Dat zal hem nog
meer geruststellen. Dan kan hij over zijn eigen situatie nadenken. Heel
egoïstisch, maar dat moet hij wel zijn. Dat zijn zo de grote lijnen. Over kleine
lijnen heb ik nog niet goed kunnen nadenken. Zal ik nu een mop vertellen, want
het is geloof ik tijd dat we weer eens lachen."
Die mop hoefde niet, want die plotselinge overgang was al genoeg om ons aan het
lachen te maken. Het leek mij een goed moment om nog wat drankjes te halen.
Ellen en Hermien hielden het bij jus, Annet en ik wilden nog wijn.
Ik kon aan Annet zien dat wat
Hermien gezegd had, haar toch wel wat opgelucht had. Ellen en Hermien waren weer
volledig op de hoogte en bleven niet te lang meer. Wij namen ook nog een derde
glas wijn. Het moest er niet op gaan lijken dat we alleen maar gekomen waren om
met die andere meiden te praten.
Ik voel nu handen op mijn schouders. Ik krijg een zoen op mijn rechterwang.
Iemand zegt: "Typ maar lekker door, hoor. Je kan ook best aardig schrijven.
Ik ga vast een ontbijtje maken. Vergeet niet alles wat je geschreven hebt meteen
aan Karel te mailen."
20.30 uur
We hebben vóór het ontbijt eerst gehold. Netjes gekleed deze keer, want we
zouden om die tijd best een verdwaalde agrariër of postbode tegen kunnen komen.
Het was wel droog, maar niet echt zonnig weer. Er werd geen regen verwacht en de
temperatuur was aangenaam. Het leek Ankie wel een goed idee om zich te gedragen
alsof ze echt op vakantie was. We besloten dus om maar een flink stuk te gaan
fietsen. Met vereende krachten slaagden we erin zadel en stuur van Stefs fiets
op voor Ankie comfortabele hoogte te brengen.
We fietsten via het dorp zodat eventuele Annetwatchers wisten dat we gewoon een
eindje aan het fietsen waren. We hadden geen fietstassen mee, dus ze konden zien
dat we niets meenamen. Mijn portemonnee en onze mobieltjes zaten in mijn
stuurtasje. We hadden korte broeken en T-shirts aan.
We hadden nog ruim vier dagen voor ik Stef en Pat weer zou spreken. Veel tijd
zou ik met Stef niet krijgen. Als ik hem wilde laten weten dat ik niet in mijn
eentje was, moest ik dat meteen zeggen. Dan moest hem ook nog duidelijk worden
dat Ankie er niet eventjes was, maar de hele tijd. Vier dagen om na te denken over
de kortst mogelijke samenvatting van: maak je over mij geen zorgen, want ik zit
hier niet in mijn eentje en Ankie blijft hier tot je weer terug bent. 'Ze'
wisten dat Ankie bij me was, maar niet dat ze meer dan een vakantievriendinnetje
was. Ik wilde aan Stef denken en ik wilde niet aan hem denken, omdat ik hem dan
alleen maar voor me zag in een of ander donker hol, zonder boek of iets anders
om hem enige afleiding te bezorgen. Ik probeerde me hem voor te stellen als de
held uit een spannend verhaal. Hij overmeestert de bewaker die hem zijn karige
maaltijd komt brengen. Langs de trap sluipt hij naar boven. Hij hoort stemmen en
tv. Uit een half open deur komt licht een gang in. Aan het eind van die gang
ziet hij wat op een deur naar buiten lijkt. Maar dan moet hij eerst langs die
half open deur. Dichterbij gekomen, zie hij de tv. Twee mannen zitten daar met
de rug naar hem toe naar te kijken. Met twee stappen is hij de deur voorbij. Hij
vindt het deurslot, probeert het en hij kan de deur opendoen. Als hij aan de
buitenkant de deur bijna heeft dichtgedaan, hoort hij hoe een van de mannen de
kamer uitkomt en iets roept naar de man die zijn maaltijd gebracht heeft. Hij
wacht niet langer maar begint te rennen. Er is een soort oprijlaan met een hek
aan het eind. Als hij halverwege dat hek is, ziet hij tussen bomen door de
lichten van een auto die richting dat hek rijdt. Daar stopt de auto.
Dat leek me een mooi moment om te stoppen met mijn kinderlijke fantasietje. Aan
Stef mankeert fysiek niets, maar succesvol gebruiken van fysiek geweld behoort
niet tot zijn opvallende eigenschappen en dat mag van mij zo blijven.
We lunchten bij een restaurantje aan de provinciale weg. Ik vroeg Ankie of zij
nog briljante invallen had gehad.
"Die zou ik meteen verteld hebben. Ik begin nu pas goed te begrijpen hoe
machteloos jij je af en toe gevoeld moet hebben al die tijd en nu helemaal. Je
weet niet welke kant je op moet kijken en je weet dus ook niet precies wat je
ertegen moet doen."
"Ik weet nu in ieder geval dat er maandag gebeld gaat worden en dat er tot die
tijd niets gebeurt, of zij moeten opeens in paniek raken."
"Ja, omdat jij vrijdag toch niet naar je ouders gaat, maar opeens komt wel dat
vriendje van dat vriendinnetje langs. Wat zitten die met z'n drieën te
bekokstoven. Dat schiet me nu te binnen. Sorry. Nou ja, ik doe nog wel een
weekendje zonder Karel. Dat is eerder voorgekomen en zal nog wel eens gebeuren."
"Laat me even nadenken. Bestel nog maar een cappuccino."
Toen de cappuccino's kwamen had ik een plannetje. "Wat dacht je hiervan? We doen
vanmiddag de boodschappen die we nog nodig hebben voor morgen en het weekend.
Vrijdagochtend ga ik gewoon alleen weg. Als het mooi weer is ga jij lekker de
hele dag in de zon liggen, als er geen zon is ga je iets leuks schrijven. Zie
maar. Ik ga niet naar mijn ouders, ik ga naar Amsterdam. Ik kan me niet
voorstellen dat ze de moeite nemen mij te gaan volgen. Karel neemt een
tandenborstel en een verschoning mee naar zijn werk. We spreken een plek af waar
ik hem oppik, niet zijn werk of zijn flat. Onderweg hierheen eten we bij een of
ander wegrestaurant. We haasten ons niet. Ergens tussen tien en elf uur, als het
donker is, komen we hier aan. Karel ligt op de achterbank. Jij zit hier intussen
te griepen omdat Karel toch later komt dan je eerder gedacht had. Ter
compensatie sleur je hem meteen je bed in en is het mijn beurt om te griepen. Ik
ga me te buiten aan de cognac en slaap tot jij me komt zeggen dat het ontbijt
klaar staat. Daarna zien we wel verder."
Afgezien van het tweede griepen en de cognac vond Ankie het wel een goed idee.
"En hoe komt Karel weer weg?"
"We staan maandagochtend waanzinnig vroeg op, als het nog donker is. We brengen
Karel naar het station via de binnenweggetjes en we zorgen dat we weer thuis
zijn voor het licht wordt. Als het licht wordt geven we wij voor de dan wellicht
weer aanwezige toeschouwer de gebruikelijke ochtendvoorstelling van hollende
vrouwtjes."
Ankie keek me wat onderzoekend aan. "Je hoeft je voor mij niet vrolijker voor te
doen dan je bent, hoor. Spaar je energie maar voor andere dingen."
"Ik weet het, lieverd. Ik doe het vooral voor mezelf. Bespreek het vanavond maar
met Karel."
Er was voicemail toen we thuiskwamen, maar we gingen eerst de boodschappen doen
met de auto. De eerste voicemail was van de fotograaf. Ik belde hem. Hij kon
morgen al komen, maar ik vertelde hem de bekende smoes. Het wordt dinsdag elf
uur. De andere twee waren taxateurs. Ze komen maandag en woensdag.
Bij het wijntje voor het eten belde ik Anneke met de laatste ontwikkelingen.
Ankie belde Karel bij de koffie na het eten. Hij had intussen met zijn collega
besproken. Die wilde het wel met een bekende van de politie bespreken. Karel had
het verhaal geprint. Mocht de politieman het ook lezen? Van mij mocht dat. Het
plan voor het weekend vond Karel prima. Het leek hem beter pas uit Amsterdam te
vertrekken als de grootste files opgelost waren. Hij zou zich tot die tijd wel
vermaken in een kroeg in de Rivierenbuurt. Daar zou ik hem op zeven uur
oppikken.
Ik zat me alleen nog af te vragen wat ik de godganse dag in mijn eentje in
Amsterdam moest doen. Ik had niet het idee in de stemming te zijn om volop van
de stad te genieten.
"Ik kan toch meegaan", zei Ankie. "Ik kan toch ook het eerste stuk op de
achterbank gaan liggen? Het laatste stukje terugweg met Karel samen op de
achterbank liggen lijkt me ook wel uit te houden."
Ik wist het even niet meer en ik weet het nog niet. Ik ben bezorgd. Ik voel me
klote en soms ben ik zelfs een beetje blij omdat er mensen zijn die voor me
zorgen, aan me denken en met me mee denken. Dan wil ik niet blij zijn, want
welke vrouw zit er nou blij te wezen als d'r vent ergens wordt vastgehouden
en bedreigd wordt? Ik ga dit opslaan en naar Karel mailen. Ik zet mijn laptop uit.
Ik ga naar beneden en breek de cognacfles aan die we vanmiddag gekocht hebben.
Daarna ga ik vroeg naar bed. Met Ankie. (Ankie knikt.)
Zaterdag 2 juni, 16.00 uur
Ankie is toch meegegaan naar Amsterdam. Ik was er niet helemaal van overtuigd dat
het een goede beslissing was, maar het kon me niet meer schelen. Ik wilde geen
hele dag in mijn eentje zijn. Ik zag me al midden op een terras in huilen
uitbarsten omdat ik me vreselijk zielig voelde. We hadden geen enkele haast, dus
we namen niet de snelweg, maar reden een soort toeristische route. We lunchten
in Abcoude. We zetten de auto bij het Olympisch Stadion. We hadden nog aardig
wat tijd. Die hebben we voor een deel doorgebracht met een rondvaart. Dat was
voor ons allebei al weer een tijd geleden en is altijd leuk, zelfs voor een
geboren Amsterdamse als Ankie. Daarna hebben we nog wat in het Vondelpark
gewandeld. We waren op tijd bij de kroeg. Ankie ging naar binnen. Ze kwamen zeer
opgewekt naar buiten. Karel ging achterin zitten en aaide me over mijn bol.
Ankie kwam weer naast me zitten.
"Wil je niet bij je vent zitten?" vroeg ik.
"Nee, dan gaat hij de hele tijd maar aan me zitten friemelen. Je weet hoe die
kerels zijn. Hij gaat lekker een dutje doen."
Dat deed hij inderdaad tot we bij een wegrestaurant waren. Karel zei dat hij
thuis wel zou vertellen, wat hij te vertellen had. Ik liet de conversatie
grotendeels aan hem en Ankie over. Ze hadden ook wel het nodige bij te praten.
Bij de koffie kwam hij met een verrassing voor Ankie. "Er was een brief van dat
echtpaar van het huis. Ze gaan op 15 oktober verhuizen. Je kan gaan
solliciteren. Kun je 1 december in je nieuwe baan beginnen."
Ankie was dolenthousiast. "Kom ik over een paar maanden in de buurt van mijn
maîtresse wonen."
Ik was natuurlijk ook wel blij, maar ik hield het, een beetje mat, bij: "Er is
gelukkig ook nog goed nieuws."
Het was al bijna
donker toen we daar wegreden. Ze gingen nu wel samen achterin zitten. Dan hoefde
ik daar niet nog een keer apart voor te stoppen. Toen we de snelweg afgingen
voor de laatste kilometers naar het dorp gingen ze onderuit. We waren om half
elf thuis.
We gingen in de eetkamer aan tafel zitten. Ik schonk cognacjes in. Ik had de
pest in omdat ik drie nachten in me eentje moest slapen en daar tegenop zag. Ik
durfde nauwelijks naar Ankie en Karel te kijken, omdat ik dan blije gezichten
zou zien, omdat ze weer bij elkaar waren. Ik kon even niet tegen blije
gezichten. Ik wilde janken, maar dan zou ik mezelf weer een zwakke trut vinden,
die een beetje zielig zat te doen.
"Zeg eens wat", zei ik.
"Ik ben zó blij dat ik weer bij Ankie ben." Karel zei het nogal nadrukkelijk.
Het was precies het duwtje dat ik nodig had om van het randje te vallen. Ik zat
te huilen, te vloeken en zei van alles wat ik me niet herinner. Ik voelde Ankie
van alle kanten om me heen en tegen me aan en moest alleen nog maar meer huilen.
Het duurde minstens een kwartier voor ik weer een beetje bij de wereld was en
een slokje nam. Ik keek naar Karel. Hij keek tevreden terug. Ik stond op om hem
een zoen te geven. "Schoffie. Dankjewel. Dat had ik precies nodig. We krijgen
die rotzakken wel klein en Stef terug in mijn bed."
"Moet ik nog wat bijzonderheden vertellen?"
"Ja. Gaan jullie de keuken verbouwen? Wat voor behang nemen jullie? Wat voor
nieuwe meubels gaan jullie kopen? Hoe vaak mag ik mijn maîtresse bezoeken
voordat het al te storend wordt? Dat wil ik allemaal weten. Over andere dingen
kunnen we morgen praten."
Ik hoefde niet zo veel meer te zeggen. Ik liet ze gezellig bekvechten over
verfkleuren, gordijnen en inrichting. We gingen om kwart voor twaalf naar bed.
Ik ging als eerste mijn tanden poetsen. Ankie loste me af. "Ik kom je straks nog
een nachtzoen geven."
Na een minuut of tien kwam ze nog even bij me liggen. We zoenden en streelden.
"Nou weg", zei ik na een paar minuten, "en laat Karel die vlindertjes in je buik
wegjagen."
Ik viel in slaap voor ik me erg alleen kon voelen.
Ik werd tegen achten wakker en ging er meteen uit. In de keuken zat Karel een
boek te lezen.
"Goeiemorgen, idioot", zei ik. "Wat doe je hier? Heeft Ankie je uit bed gegooid?"
"Ik had opdracht thee voor je in te schenken, zodra je uit bed kwam. Ik heb als
compromis bereikt dat ik niet eerder dan kwart voor acht hier hoefde te zitten."
"Schenk dan maar in. En nog eens bedankt voor die rotopmerking tussen
aanhalingstekens van gisteravond. De juiste toon en de juiste inhoud. Hoe wist
je dat zo precies?"
"Ik zit nogal eens te onderhandelen. Ik let erg op lichaamstaal. Soms stel je
iemand gerust als je denkt dat het nodig is. Ik zeg ook wel eens iets bewust om
te irriteren en zo uit te lokken. Gisteravond had ik de indruk dat jij jezelf
als het ware zat op te naaien. Je was ook heel gespannen, fysiek bedoel ik. Ik
kan niet in je hoofd kijken, maar ik kon me voorstellen dat je er ook wel aan
dacht dat Ankie niet bij jou maar bij mij zou slapen. Dat heb ik er maar dik bovenop
gelegd. Het werkte. Gaat het nu goed?"
"Je weet wel, naar omstandigheden. Ik heb goed geslapen. Ik kan er weer tegen.
Daar gaat het om. Ik vind het alleen lullig voor jullie dat Ankie nu hier haar
vakantie zit op te maken."
"Zit daar nou niet over in. Als ze per 1 december een nieuwe baan heeft en per 1
november ontslag neemt heeft ze de hele maand november voor vakantie. Dan kan ik
ook. Australië lijkt mij wel wat. Ankie krijg ik wel zo ver. Niets tegen haar
zeggen."
Ankie kwam rond half negen de trap af. Ze kwam de keuken in met haar
sportschoenen aan en de mijne in haar hand. "Ik ben er klaar voor. Lieve Karel,
heb jij na vijf rondjes van deze schoonheden een ontbijtje klaar?"
"Lieve Karel zal zijn best doen."
"Gaat alles weer een beetje?" vroeg Ankie terwijl we naar het hek liepen. Ik zei
dat ik er weer tegen kon. "Vlindertjes weggejaagd?"
"Voorlopig."
De vijf rondjes en wat poedelen in het zwembad bleken genoeg voor een goed
ontbijt. Daarna gingen we over op serieuze zaken.
Karel zette de zaken op een rijtje. De eerste keer dat ze gebeld hadden, hadden
ze Stefs mobieltje gebruikt, maar zij zullen ook wel weten dat die getraceerd
kunnen worden. Vaste telefoons ook. Die tweede keer hebben ze een publieke
telefoon gebruikt, niet ver van een spoorweg. Ze zullen waarschijnlijk van zulke
telefoons gebruik blijven maken. Ik moet er dus steeds op blijven staan dat ik
Stef, al is het maar kort, te spreken krijg. Dat maakt het voor hun ook
lastiger, want ze moeten onopvallend Stef in bedwang houden. Het is niet zeker,
maar redelijk aannemelijk, dat Stef ergens in deze buurt vastgehouden wordt. Dat
kan ook in de stad zijn. In ieder geval moeten we daar maar van uitgaan.
De collega heeft donderdag mijn verhaal aan een politieman gegeven. Hij heeft er
niet bij gezegd dat het allemaal echt gebaseerd. Een kennis van hem heeft het
zogenaamd geschreven en hij heeft als een soort vriendendienst aangeboden het
aan een politieman te laten lezen, om te bekijken of het allemaal op waarheid
zou kunnen berusten. Hij heeft er bijgezegd dat er een beetje haast bij is,
omdat de auteur vanaf aanstaande dinsdag een tijdje het land uitgaat. De man zou
zijn best doen.
"Ik wil nog wel even opmerken", besloot Karel, "dat je, of je dat bewust deed of
niet, dat telefoontje heel goed hebt afgehandeld. Je hebt ze toch wat
afhankelijk gemaakt van jouw medewerking. Hoe lullig voor Stef ook en daardoor
voor jou, we hebben er weer een paar dagen bij gekregen voordat ze een bod
kunnen uitbrengen. Die taxateurs en de fotograaf moeten hun werk doen. Dan moet
de makelaar de zaak gaan rondbreien. Probeer die derde taxateur uit te stellen
tot woensdag. Weer een dag gewonnen."
"Dus nu gaan we verder zitten afwachten? Wat vind je van mijn idee om iets in de
richting van die voetbalcoach te doen?"
"Je kunt erover nadenken, maar ik zou eerst afwachten wat die politieman te
zeggen heeft. Als de politie vanuit Amsterdam niets kan doen, kunnen we altijd
nog zien. Dan moeten we weer heel anders gaan denken. Ik zeg er voor alle
duidelijkheid nog maar eens bij dat ik Adrie en Lies ook niet goed ingeschat
heb. Jij hebt het helemaal voor het zeggen. Zonder ons was je ook een heel eind
gekomen."
"Dat kun je vergeten. Zonder jullie was ik nu een nerveus wrak geweest. Hebben
we plannen voor vandaag?"
"Dat is voor mij wel duidelijk", zei Karel. "Ik heb huisarrest, maar ik vermaak
me wel met een boek. Jullie kunnen doen wat jullie willen."
"Ik kan ook in mijn eentje op stap gaan. Dan hebben jullie weer een paar uur de
tijd om aan elkaar te besteden."
Ankie reageerde bijna fel. "Kap daarmee, Annet. Ik heb niet een kleine week als
een loopse teef zitten wachten tot mijn bronstige vriendje weer eens langs kwam.
Karel en ik hebben gisteren geweldig gevreeën, ja. Daar vertel ik je niks nieuws
mee. Maar daarvoor is hij hier niet gekomen. Hij is hier in de eerste plaats
voor jou gekomen. Dat weet je verdomd goed. Ik ben dit weekend een leuke
bijkomstigheid voor hem. Als je nu weer gaat janken, doet dat dan maar lekker in
je eentje buiten. Kunnen wij hier rustig koffie drinken."
Ik haalde een paar keer diep adem en stond op. "Willen jullie ook cappuccino?"
Ankie en ik gingen weer fietsen. Ik voelde me nog te ongedurig om thuis te
zitten. Het weer werd steeds zonniger. Op het terras van een café in een dorp in
de buurt aten we een tosti.
"Je mag me wel vaker aanpakken zo, hoor", zei ik tegen Ankie. "Houd me maar bij
de les, anders verzand ik in allerlei muizenissen en zieligheid. Zo'n flinke
meid ben ik ook niet altijd."
"Wacht maar tot we verhuisd zijn en Karel weer eens een paar weken weg is. Dan
kom ik elke dag bij je uithuilen en dan weet ik nog waar hij zit."
"Wat ga je op kantoor vertellen als ze vragen waarom je ineens naar zo'n uithoek
vertrekt?"
"Ze weten niet eens dat ik ga trouwen. Wacht eens, ik heb daar geloof ik nog
niemand verteld dat ik weer een vriendje heb. Ik heb eigenlijk geen collega's
waar ik zo vertrouwelijk mee omga. Met deze of gene lunch ik samen. Dat is het
wel. De meeste zijn trouwens mannen, die vreselijk druk aan hun carrière werken
en vooral mekaar in de gaten houden."
Ik was net opgestaan om te gaan afrekenen, toen Ankie zei: "Ho. Ga zitten. Ik
heb het."
"Wat heb je?"
"Dat zinnetje dat je tegen Stef moet zeggen als je hem aan de telefoon krijgt,
dat idee van Hermien.
Wat denk je van: 'Het lijkt wel op een paar weken Egypte'? Tenminste iets in die
zin. 'Een week Egypte' is hem meteen wel duidelijk. Hij weet donders goed dat ik
het niet laat bij af en toe belangstellend telefonisch informeren of er al
nieuws is. Als hij verder doordenkt weet hij dat een paar weken Egypte betekent:
een paar weken Netje en Ankie samen, al moge God verhoeden dat het weken gaat
duren. Wat denk je?"
"Hartstikke goed. We moeten het misschien nog wat aanpassen, zodat ik het als
het ware heel natuurlijk kan zeggen. Daar hebben we tijd genoeg voor. Karel kan
er ook nog over meedenken. Die ligt nu lekker met z'n blote kont in de zon."
"Dan ken je Karel niet. Die ligt misschien wel in de zon, maar niet met z'n
blote kont. Die wacht eerst tot zachte vrouwenhanden zijn rug hebben ingesmeerd
met een factor duizend zonnebrandcrème. We kunnen natuurlijk rustigjes
huiswaarts fietsen. Ik wil jouw rug ook wel insmeren. Als ik in een goede bui
ben, doe ik de voorkant ook."
We waren kwart over twee thuis. Karel lag inderdaad op zijn buik te lezen in de
schaduw van de boom bij het zwembad. Terwijl ik thee zette nam Ankie hem onder
handen. Toen de thee klaar was lagen ze allebei in de zon en namen Ankie en ik
elkaar onderhanden. Ik had toch maar een boek meegepakt en het lukte me ook nog
om te lezen.
19.30 uur
Bij het borrelen ging het mobieltje van Karel. Hij keek wie het was, maar het
was kennelijk geen bekend nummer.
"Karel Verhulst. ... Ja, inderdaad. Dat is mijn collega. ... Zo, dat is snel.
... Die is hier ook, ja. Mag ik wat voorstellen? We bellen je zo terug vanaf haar
vaste lijn, dan kunnen we hier allemaal, dat wil zeggen alle drie, meeluisteren
en meepraten. ... Ja, dat heb ik opgeslagen. ... Tot zo."
Ik was al naar binnen gegaan om de vaste telefoon te pakken.
"Dat was Wim Verstappen. Die man van de politie. Maar dat had je al begrepen."
Hij liet me het nummer zien. Ik toetste het in, zette het toestel op
hands free en legde het tussen ons op een tafeltje.
"Met Wim."
"Met Annet. Ik zit hier met Karel en met Ankie, de vriendin van Karel en
binnenkort zijn vrouw. Ik ben dus de schrijfster van dat verhaal."
"Ja, ik heb het gelezen. Het is wel redelijk boeiend, maar nog niet af, begrijp ik. Het
eind, dat vond ik wat merkwaardig, komt nogal dicht bij de werkelijkheid. Een
Karel die een collega heeft die bij de politie heeft gewerkt en die wordt
gevraagd een politieman te benaderen. Wacht eens, je zei dat je Annet heet en
die vriendin Ankie? Dat zijn ook namen uit dat verhaal."
"Inderdaad. Mijn man heet Stef, komt ook in het verhaal voor. Die zit hier niet.
Die wordt momenteel op een onbekende plek vastgehouden. Begrijp je het?"
Het bleef enige tijd stil aan de andere kant.
"Juist. Ik begrijp het. Het is geen verhaal, althans geen verzonnen verhaal."
"Het is zelfs niet op feiten gebaseerd", zei Karel. "Het zijn feiten. We hebben
je misschien een klein beetje bedonderd, maar we dachten dat dat in dit verband
mocht. Nood breekt wet en zo. We kunnen hier geen kant op zonder risico's
te nemen waarvan we de omvang niet kunnen overzien."
"Ik begrijp het. Ik neem jullie niets kwalijk. Annet zeker niet. Die wil gewoon
haar man gezond en wel terug. Voor zoiets zou ik ook de hele wereld belazeren.
Nu is me ook duidelijk waarom dat verhaal aan het eind zo dicht bij de
werkelijkheid, mijn werkelijkheid komt. Kan rechercheur Verstappen uit Amsterdam
iets aan die zaak doen, zonder dat het tuig daar bij jullie erachter komt? Als
jullie het niet erg vinden, moet ik daar nog wat over nadenken. Dat doe ik
vanuit de bekende positieve invalshoek, hoor. Nu ik dit weet, kan ik dit als
politieman niet eens laten liggen. Dat zou ambtsverzuim zijn. Zo heet dat geloof
ik. Het is in ieder geval goed dat jullie toch de politie erbij betrokken
hebben. Ik moet nu alleen bekijken hoe ik dit formeel moet regelen, maar daar
begin ik nu mee. Wanneer kan ik jullie terugbellen?"
"Dag en nacht", zei ik, "en bedankt vast. Karel is hier morgen ook nog. Ankie is
hier tot alles voorbij is."
"Dat lijkt me plezierig voor jou. Ik lees wel eens als ik tijd heb, maar ik ben
geen literatuurcriticus. Ik dacht: de schrijver wil er naast de spanning ook wat
romantiek bij doen. Ik vond het wat onwaarschijnlijk allemaal, maar in een
verhaal kan alles. Dacht ik dus."
"In de werkelijkheid kan ook alles. Naast de harde heb je ook wel eens een
zachte werkelijkheid."
"Kennelijk. OK, houd je haaks. Ik bel zo gauw mogelijk over hoe en wat. Hoi!"
"Dag Wim", riepen we in koor.
Ik zag dat er nog een voicemail was.
Ik gaf Karel een paar dikke zoenen. "Ga nog eens lekker nadenken over een slim
plan. O, Ankie had ook een goeie vanmiddag." Ik vertelde van de Egyptezin. Karel
vond het basisidee goed. Hij zou er ook verder over nadenken.
De voicemail was al van gisteren. Het was de derde taxateur. Die bel ik maandag
aan het eind van de middag op. Kan ik Pat helemaal tevreden stellen met alle
gemaakte afspraken. Als ik eerst met Stef gesproken heb.
Straks nog Anneke bellen en Hermien met Ankies idee.
Zondag 3 juni, 16.00 uur
(Ankie mag weer schrijven.)
Annet zat al met een kant en klaar ontbijt op het terras, toen Karel en ik rond
half negen naar beneden kwamen. Ze zag er behoorlijk opgewekt en uitgeslapen
uit, om te zoenen eigenlijk. Dat deed ik dus maar.
Ik vroeg Annet of ze zin had om mee te fietsen naar ons huis. Als die mensen
toevallig thuis waren, wilde ik ze vragen of ik wat foto's, ook binnen mocht
maken, zodat we nog beter over de inrichting konden nadenken. Ik had wel geen
fototoestel meegenomen, maar Annet nam dat van hun mee. Voor we weggingen
smeerde ik Karels rug goed in.
Het oude echtpaar zat in de tuin koffie te drinken. Er zat een wat jonger stel
bij, duidelijk een dochter met haar man. Er werden meteen twee stoelen bij
gehaald en we moesten eerst koffiedrinken en een plakje zelfgebakken cake
verorberen. De oudjes vertelden enthousiast over hun nieuwe woning, waar ze
helemaal zelfstandig konden wonen, maar in noodgevallen direct een beroep konden
doen op allerlei voorzieningen. De dochter was ook heel blij. Paps en mams waren
nog gezond en redelijk ter been, maar op hun leeftijd kon er zomaar wat gebeuren
en zij woonde niet echt dicht in de buurt. Iedereen blij en wij niet in het
minst. De dochter leidde ons rond en Annet maakte foto's in alle richtingen die
ik aangaf. Ook de buitenkant van alle kanten en de voor- en achtertuin werden
vastgelegd. Daarna moesten we nog een keer koffiedrinken. Na ruim een uur namen
we heel hartelijk afscheid.
We waren weer een minuut of twintig op weg toen Annet zei dat ze van die koffie
ontzettend nodig moest plassen. Het was wel geen vreselijk drukke weg, maar we
reden toch nog even door tot er ergens wat bosjes stonden waar ze zich discreet
achter kon terugtrekken. Ik bleef op de weg staan met de fietsen en keek wat om
me heen. Ongeveer een halve kilometer terug stond een auto stil, iets Land
Roverachtigs. We waren die auto niet gepasseerd. We waren al een tijd geen
zijweggetjes gepasseerd. Ik voelde me wat onbehaaglijk. Waarom stond die auto
daar stil?
Annet kwam opgelucht uit de bosjes. Pas toen we weer reden zei ik: "Niet
achterom kijken. Terwijl jij je plasje deed, stond er een eind terug een auto
stil. Dat zit me niet lekker."
"Denk je dat we gevolgd worden?"
"Weet ik niet. Waarom staat een auto in the middle of nowhere stil?"
"We fietsen nog een tijdje door en slaan een paar keer willekeurig af. Dan moet
jij ineens verschrikkelijk plassen en kijk ik wat om me heen. Staat er dan weer
een auto, dan weten we dat ook weer. Wat is het voor auto?"
"Land Rover geloof ik."
We fietsten nog een minuut of twintig door en sloegen drie keer af. Bij het
afslaan keken we niet eens opzij, om maar geen argwaan te werken. We stopten
weer bij een paar struiken. Aan dat plasje was ik inmiddels ook wel toe. Toe ik
klaar was en terugliep hoefde ik niet ineens echt opzij te kijken om die auto
weer te zien. We stapten weer op onze fiets en reden verder.
"Gaan we meteen naar huis of gaan we ze of hem bezighouden?" vroeg Annet. "Ze
zullen ons echt niets doen, want ze hebben me nodig. Ze willen alleen weten wat
we uitspoken."
"Laten we ze dan maar bezighouden. Elke persoon die in die auto zit, houdt zich
in ieder geval niet bezig met Stef."
We gedroegen ons als toeristen op een fietstochtje. We stopten ergens bij een
terrasje voor een tosti en praatten alsof we van de prins geen kwaad
wisten.
Ik vroeg of we langs die binnenweggetjes naar huis terug reden.
"Nee, ben je gek? Ze hoeven niet te weten dat we ook op die manier het huis en
het dorp uit kunnen. We gaan gewoon via het dorp terug."
Annet had alles weer helemaal op een rijtje. Dat was mooi. ( Er wordt nu in mijn
bips geknepen.) Een kilometer of twee voor het dorp, maakten we nog een vrij
scherpe bocht. We zagen de Land Rover niet meer. "Ze weten dat we naar huis
gaan", zei Anneke. We vroegen ons nog even af of we bij Adrie langs zouden gaan,
maar dat deden we toch maar niet. We waren bijna het dorp weer uit, toen een man
uit zijn huis stapte. Annet stak haar hand op en riep: "Hi, Joop." Hij stak ook
zijn hand op.
"Dat is Joop. Zien we vaak bij Adrie", verklaarde ze.
Toen we het hek opendeden zagen we geen Karel. Die zagen we deels nadat we het
hek dicht gedaan hadden: een hoofd en een zwaaiende arm boven de rand van het
zwembad. We gingen naar de badkamer om ons uit te kleden en handdoeken te
pakken. Na een koude douche gingen we Karel gezelschap houden. Annet vertelde
van de auto. Karel deed er ook vrij nuchter over. "Jullie worden al tijden in de
gaten gehouden. Dat is niets nieuws. Het gaat er voor hun nu ook om spannen. Ze
willen weten wat je allemaal uitvoert. Je kan er vergif op innemen dat ze morgen
vragen wie die mensen zijn bij wie jullie op bezoek geweest zijn. Vertel ze wat
dat betreft maar gewoon de waarheid. Zwemmen jullie nog maar door. Ik ben aan
m'n taks. Ik zal thee zetten."
Voor we in de zon gingen liggen smeerde ik Annets rug in. Dat deed ze bij mij,
maar halverwege stopte ze ineens. "Dat zal toch niet", zei ze.
"Wat zal niet?"
"Joop. Die we net zagen." Ze ging weer door met insmeren. "We hebben altijd al
het idee gehad dat iemand aan het begin van het dorp in de gaten hield of we
weggingen en wie erop op bezoek kwam. Ans was een mogelijkheid. Haar huis is
twee panden verder dan dat van Joop, maar Ans is het dus niet. Joop is
gepensioneerd. Hij weet van onze moeilijkheden. Hij weet ook veel van de
geschiedenis van het dorp. We hebben hem wel eens met hem gepraat. We zien hem
nog vaak bij Adrie, maar we hebben al een hele tijd niet echt met hem gepraat.
Dan kan aan ons liggen, maar het kan ook zijn dat hij zich wat afzijdig houdt of
zich verdekt opstelt. Je bent klaar. Ik moet mijn handen van je aftrekken,
helaas."
Ik ging zitten. "Acht je Joop tot zoiets in staat?"
"Zo goed ken ik hem nu ook weer niet. En wat moet hij op zijn leeftijd nog? Wil
hij bijverdienen voor alsnog een wereldreis? Hè, verdomme. Ik weet het niet. Ik
weet verder ook niet wie er nog meer in dat stuk wonen. Ik ken eigenlijk alleen
maar voornamen van mensen die in de kroeg komen. Geen idee waar die allemaal
precies wonen. We zijn toch nog outsiders hier."
Karel had nagedacht over het telefoongesprek van morgen. "Je moet er op staan
dat jij ook wat tegen Stef kunt zeggen. Uit dat eerste telefoontje blijkt al dat
ze geen idee van onderhandelen hebben. Je hebt ze gewoon overbluft. Gewoon mee
doorgaan. Je kan het, denk ik, nog wel een keer maken het gesprek af te breken,
maar dat moet je zelf beoordelen. Als je Stef aan de lijn hebt zeg je eerst wat
lieve dingen en dan zeg je 'Ankie is hier. Het is net weer een paar weken
Egypte'. Ga er maar van uit dat ze meeluisteren en dat ze misschien vragen wat
je met dat Egypte bedoelt. Nou, dan zeg je gewoon dat je daar Ankie ontmoet
hebt, dat het leuk was en dat het weer leuk is dat ze er is. Daar kun je mee
wegkomen."
Annet vond het een goed plan. Ik ook.
19.00 uur
We hebben vroeg gegeten, want we gaan behoorlijk vroeg naar bed vanavond.
Morgenochtend staan we om vier uur op om Karel weg te brengen. De eerste trein
gaat pas even na zes uur, dus hij zal zo'n uur op dat station moeten zitten,
maar hij heeft zijn boek nog lang niet uit en het weer is aangenaam. Ik wist dat
in de garage nog ergens een thermosfles moest liggen, dus hij krijgt koffie mee.
Net toen we aan het eten wilde beginnen, belde Verstappen. Hij kon nog niet veel
zeggen, maar had het er wel al met z'n baas over gehad. Die was aanvankelijk wat
sceptisch, maar toen hij hoorde dat Kees, de collega van Karel die hij uiteraard
ook kende, erbij betrokken was en voor de juistheid wilde instaan, was hij
overtuigd. Hij gaat het morgen meteen met nog hogere bazen opnemen. Die zullen
dan wel contact opnemen met de hoge bazen hier. Er zullen zo weinig mogelijk
mensen bij betrokken worden en er zal alles aan worden gedaan om de zaak buiten
de publiciteit te houden. Hij gaf me ook zijn e-mailadres. Ik heb hem nog
verteld over de achtervolging van vanmiddag en het telefoongesprek van morgen.
Ik kan hem morgenavond bellen over de afloop van dat gesprek. Dan weet hij
waarschijnlijk ook meer.
Maandag 4 juni, 16.00 uur
Terwijl Karel douchte, maakten Ankie en ik het ontbijt klaar. Douchen deden wij
wel na het hollen. Het was helder weer. Ik deed de koplampen pas aan vlak voor
we de provinciale weg opreden. Bij het station gaf ik Karel een paar flinke
zoenen. Ankie deed er iets langer over, maar stapte toch ook al vlug weer in.
Het begon al wat lichter te worden toen we weer thuis waren.
In de keuken maakte ik twee cappuccino. We zaten aan tafel en keken elkaar over
onze koffiekopjes aan. "We staan er weer met ons tweeën voor, meid", zei Ankie.
"Redden we dat?"
"Dat redden we. Ik ben gisteren niet meteen in slaap gevallen. Ik voelde me wel
alleen, maar ik voelde me niet zielig. Daar hebben jullie me overheen geholpen.
Een beetje hardhandig, maar dat was ook nodig. Ik huil niet, hoor. Dit zijn wat
andere tranen."
Ankie stond op. "Trek die kleren uit." Ze begon meteen. Ik kleedde me uit, pakte
m'n sleutels en volgde Ankie, die al buiten stond, op blote voeten. Ik vroeg
niets, maar stapte ook zonder schoenen naar buiten. Ik liet de sleutels aan de
binnenkant van het hek in het slot zitten en deed het hek dicht. We hadden
onze mobieltjes niet meegenomen. Ankie pakte mijn hand. We gingen rechtsaf.
Zonder een woord te zeggen wandelden we naar de andere kant van het bos. De zon
kwam net boven de horizon. Bij een hek stopte Ankie. We klommen er over heen het
weiland in. Een paar meter verder ging Ankie liggen. Ik ging naast haar liggen.
Het gras was nog nat, maar het was niet koud. Ankie pakte mijn hand weer. We
lagen daar volledig onbeschermd en weerloos. We lieten de zon over ons
heen komen. Het was alsof we daar nieuwe of extra energie uit putten. Ik dacht
nergens aan. Er was geen tijd die voorbij ging. Ik voelde mijn lijf, de aarde,
de zon, een hand. Verder was er niets.
Het gras was helemaal droog toen we opstonden. We klommen over het hek en liepen
naar huis. Bijna werktuiglijk sloot ik het hek af, zonder Ankies hand los te
laten. We liepen naar het huis, de trap op, de slaapkamer in en gingen op bed
liggen. We vreeën hartstochtelijk en intens. Voor een tijdje was er geen
bezorgdheid, geen woede, geen angst, geen twijfel. Ik was er, mijn lijf. En een
ander lijf, dat net zo vertrouwd was.
Ik kwam bij uit een soort droomtoestand. "We moeten er nu echt uit, lieverd",
zei Ankie. "Over een half uurtje staat die taxateur voor de deur. Die zou toch
om twaalf uur komen?"
"Laten we dan maar gaan douchen."
Het waren de eerste, prozaïsche woorden die we wisselden sinds we de deur waren
uitgegaan. We trokken na de douche alleen ochtendjassen aan en konden nog net
koffie drinken voor de taxateur aanbelde. Het was een man die zo te zien tegen
de zestig liep. Uit niets bleek dat hij vreemd opkeek ontvangen te worden door
twee vrouwen in ochtendjas. Hij was correct op het vormelijke af. "Dames, u kunt
natuurlijk met me meelopen, maar ik vrees dat u zich dan ontzettend verveelt.
Bent u bereid me te vertrouwen dat ik alles onaangeroerd laat?"
Ik zei dat ik hem volledig vertrouwde en hij ging aan zijn werk. Wij gingen
lunchen. Hij kwam een keer terug om te vragen of hij een stoel mocht pakken om
op de vliering te komen. Dat mocht. Ik zei dat hij een lantaarn nodig had. Die
had hij bij zich. Daarna kwam hij vragen of er een kruipruimte was. Ik had geen
idee. "Als die er is", legde hij uit, "is er vaak een ingang bij de voordeur.
Mag ik even kijken?" Ik was zelf ook wel nieuwsgierig en liep mee. Bij de deur
ligt een mat op verder vaste vloerbedekking door de hele hal. Hij ging er maar
van uit dat er geen kruipruimte was. Ik bood hem een koffie aan maar hij moest
er vandoor. We konden onze ochtendjassen uittrekken en verder van de zon
genieten.
20.30 uur
We zaten om zes uur klaar, maar ik liet de telefoon eerst weer een paar keer
overgaan. Er werd gebeld met Stefs mobieltje.
"Ja."
"Dag Annet, met Ans."
Stomverbaasd geeft maar gedeeltelijk weer wat ik was. "Ans! Waar zit je? Hoe
gaat het met je?"
"Het gaat goed met me. Waar ik zit kan ik momenteel niet vertellen."
"Wacht even. Kan ik je terugbellen? Ik zit op een nogal belangrijk telefoontje
te wachten."
"Daar zit je niet op te wachten. Daar ben je nu mee bezig."
"O, op die manier." Ik schakelde om. "Geef me Stef maar."
"Ik wou nog even zeggen ..."
"Is Stef daar of niet? Ik wil hem horen en ik wil wat tegen hem zeggen."
"OK, rustig maar. Hij is hier. Hij weet wat hij wel en niet mag zeggen. Jij mag
ook wat zeggen, maar één verkeerd woord van jou maakt het pijnlijk voor Stef. We
kunnen meeluisteren."
"Gaat het goed met je, Annet?"
"Stef! Ik houd van je. Gaat het goed met jou?"
"Mij mankeert niks. Ik verveel me, dat is het ergste. Red jij je in je eentje?"
Ankie stak een gebalde vuist in de lucht. "Ankie is hier. Het is net weer een
paar weken Egypte. Hebben ze geen boek voor je?"
"Dat was wel weer genoeg". Dat was Ans weer. "Mag ik even weten wat jullie
gisteren bij dat oude stel deden?"
Ze hoefde niet te weten dat wij de Land Rover hadden gezien. "Hoe weet jij dat we daar waren?"
"Daar hebben we onze methoden voor. Wat deden jullie daar?"
"Mijn vriendin en haar man hebben dat huis gekocht. Ze wilde foto's maken, zodat
hun binnenhuisarchitect betere adviezen kan geven."
"Die doen wel lekker duur, zeg. OK, wat is de stand van zaken?"
"Makelaar is geweest. Vanmiddag is er een taxateur geweest. Morgen de fotograaf
en nog een taxateur. Woensdag laatste taxateur. Daarna ben ik afhankelijk van de
makelaar."
"Dan bellen we woensdag om zes uur." De verbinding werd verbroken.
"Aardige tante", zei Ankie. "Zou het toch allemaal met een soort familievete te
maken hebben?"
"Maar wat kunnen Stef en ik nou aan een familievete verhelpen? Hoe lang bemoei
ik me nou helemaal met Lies? Ans moet iets met dit huis hebben. Is zij dan de
hoofdpersoon?"
"Waarom niet? Uit emancipatorisch gezichtspunt bezien hebben vrouwen evenveel
recht op crimineel zijn als mannen, toch?"
"Maak er maar een geintje van. Nou ja, we hebben twee dagen om er over na te
denken voordat madam weer belt. Zou ik Verstappen al kunnen bellen?"
"Bazen hebben meestal gewone kantooruren, dus hij zal zijn baas wel gesproken
hebben."
Dat had hij inderdaad. De baas zou het met de baas hier opnemen. Morgen kon ik
hem weer bellen. Ik vertelde van het telefoongesprek en zei dat ik het vervolg
op mijn verhaal naar hem zou mailen.
"Je bent wel heel persoonlijk vandaag, hè, in je verhaal. De wandeling en wat er
verder volgt. Dat hoeft er niet eventjes uit?"
"Heel persoonlijk ja, en ik ben er een beetje trots op, zou je kunnen
zeggen. Jij zat er bij na te genieten toen ik het schreef. We hebben maar heel
weinig gepraat vandaag. We hebben vanochtend zo'n beetje alles gezegd wat er te
zeggen viel, zonder iets te zeggen. Nee, het hoeft er van mij niet uit. Iedereen
mag het weten. Ik mis Stef ontzettend en ik ben blij dat jij straks weer bij me
in bed ligt. Wie dat niet begrijpt bekijkt het maar."
"Van mij mag je het precies zo laten staan als je het geschreven hebt, lieverd.
Zo meteen ga ik Karel bellen en zal ik hem ook vertellen dat hij nog een mooi
stukje verhaal te lezen krijgt."
We aten op het terras en dronken misschien een ietsje te veel wijn. Het was een
behoorlijk lange dag geweest. We gaan nu lekker naar bed.
Zaterdag 9 juni, 9.00 uur
Dinsdag en woensdag werden alleen onderbroken door een keer boodschappen doen en
de bezoeken van de twee andere taxateurs en de fotograaf. We kwamen verder
alleen buiten de tuin voor onze rondjes om het bos. Ankie begint zo
langzamerhand verslaafd te raken aan het hollen. In hun nieuwe huis is er geen
zwembad zo dicht in haar buurt als nu het Zuiderbad, dus in plaats van zwemmen
gaat ze dan ook dagelijks hollen. Ze zal dan wel iets meer moeten aantrekken dan
alleen maar loopschoentjes, wat voor ons inmiddels standaard is geworden.
We leefde het grootste deel van de dag buiten, want het bleef mooi zonnig weer.
We zijn al weer aardig bruin. Het klinkt een beetje vreemd, maar ik begin te
wennen aan de situatie. Natuurlijk is de bezorgdheid om Stef voortdurend
aanwezig, maar ik weet dat ik er niet meer aan kan doen dan ik al doe. Ik heb
niet meer hulptroepen om in te schakelen en meer ondersteuning heb ik ook niet
nodig.
Ik had voldoende tijd om na te denken over het onverwachte op de voorgrond
treden van Ans. Het leek me helemaal niet onmogelijk dat zij via haar vader,
misschien nog wel direct van haar grootvader, het nodige gehoord had over
Steffie. Ik betrok Ankie meteen bij mijn nieuwste theorietje.
"Luister", zei ik. "Op de een of andere manier zijn de vader en de broer van
Steffie achter haar relatie met Herman gekomen. Bijvoorbeeld: pappa zegt tegen
broer: 'Zondag gaan wij naar de kerk, maar jij gaat de kerk niet in. Jij gaat
via een omweggetje weer terug, stelt je verdekt op en kijkt waar dat zusje van
jou heen gaat.' Broer ziet Steffie het huis verlaten en ziet haar niet veel
later bij Herman naar binnen glippen. Als zij 's middags thuiskomt
confronteren pa en broer haar met haar goddeloze en hoererende levenswijze. Als
zij niet onmiddellijk van haar dwalingen terugkeert, zullen zij er wel voor
zorgen dat meneer de huisarts niet lang meer huisarts is. Steffie kijkt ze
minachtend aan en zegt: 'Als jullie dat doen, dan ...' Wat zou ze vervolgens
gezegd kunnen hebben?"
Ankie had na twee slokken koffie een antwoord: "Dan zal Steffie aan de rest van
het dorp vertellen welk meisje uit het dorp gedurende een reeks van jaren door
vader of broer of door allebei seksueel misbruikt is. Had ze haar moeder al niet
vrij vroeg verloren?"
"Ze was nog een kind in ieder geval. 't Is niet helemaal onmogelijk, lijkt me.
Het zou ook nog een verklaring kunnen zijn waarom ze niet zo erg meer op Gods
hulp vertrouwde en de kerk de kerk maar liet."
"Maar zou die broer dat aan zijn zoon, de vader van Ans, verteld hebben? Het was
niet bepaald iets om trots op te zijn."
"Het was zeker toen heel christelijk hier. Die mensen schijnen soms ineens
vreselijk berouw te kunnen krijgen en dan moet het eruit of zo. Ze kunnen niet
zoals roomsen ieder moment gaan biechten, ze zitten al hun zonden en
schuldgevoelens lekker op te sparen."
"Goed, zij hebben altijd vermoed dat Steffie weliswaar verdwenen, maar niet dood
was, maar hebben verder hun mond gehouden. Ans was de enige in het dorp nu die
de feitelijke gang van zaken een beetje kende. Dat verklaart nog steeds niet
waarom ze ineens dit huis wil hebben."
"Ga niet langs Af, u ontvangt geen tweehonderd gulden. Daar schieten we dus ook
verder niet mee op. Laten we het maar over iets anders hebben."
We hadden het wel over wat anders, maar op de achtergrond bleef ik me met Ans
bezighouden. Er zat me ook nog iets anders dwars, iets wat niet klopte. Ik had
er al eens iets over geschreven. "Ik ga even iets nalezen op mijn laptop", zei
ik tegen Ankie.
"Ik ken het verhaal intussen ook aardig. Wat wou je controleren?"
"Ik heb toch ergens geschreven dat degene die dit huis plotseling koopt
automatisch verdachte nummer één is?"
"Dat heb je geschreven, ja."
"Is Ans of degene voor wie ze werkt dan zo ontzettend stom dat ze dat niet door
hebben?"
"De koper kan iemand zij die geen enkele relatie, tenminste geen aantoonbare
relatie heeft met Ans of wie dan ook hier in de buurt. Stel even dat alles
doorgaat. Huis wordt verkocht en Stef komt weer veilig terug. Gaan jullie dan nog een paar jaar in de
gaten houden wie hier voortdurend in en uit gaat?"
"Ja, want dan trekken we een paar jaar bij jullie in. Gaan we lekker terug
pesten, want alle beveiligingsdingetjes nemen we natuurlijk mee."
Dat gesprek speelde zich dinsdagmiddag af. Na het eten hadden we ons
telefoonrondje. Ik belde Verstappen. Het was kort, maar heel bemoedigend. "We
gaan aan de slag. Ik ga jullie niet vertellen wat we gaan doen. Jij zult ze
morgen en waarschijnlijk vaker nog spreken. We gaan niet het risico lopen dat
jij je in alle emoties een keer verspreekt. Maar je kunt er verzekerd van zijn
dat we alles doen wat we kunnen doen. Als we nog iets meer van jou willen
weten, bellen we. Ik heb trouwens de indruk dat je zo'n beetje alles wat je weet
wel opgeschreven hebt. Blijf maar doorsturen je verhaal. Je hebt slimme
hypotheses af en toe. Houd ons maar scherp. Ik geef jouw verhaal niet verder
door. Ik haal er alleen de feiten uit."
Midden in de nacht van dinsdag op woensdag werd ik wakker. Ik lag alleen. De
slaapkamerdeur was open. Er brandde licht in mijn werkkamer.
"Wat doe je?" riep ik.
"Even iets opschrijven. Ik ben zo terug."
Een minuutje later lag ze weer bij me. "Ga maar weer lekker slapen. Ik vertel
het morgen wel."
Ze vertelde het bij de thee. "Je hebt toch ook wel eens dat je midden in de
nacht wakker wordt met een slimme gedachte of zo en als je wakker wordt heb je
geen idee meer waar het over ging. Ik ben er dus meteen uitgegaan en heb het
voor alle zekerheid opgeschreven. Nu weet ik niet of het echt slim was."
"Als je het nou eens vertelt, weet ik het misschien."
"Vanavond krijg je waarschijnlijk Ans weer aan de lijn. Is het slim om haar te
laten weten dat jij weet dat zij en Lies verre familie van elkaar zijn? Als zij
het helemaal nog niet weet, kan dat dan haar werkwijze veranderen? Gaat ze zich
afvragen of er nog steeds een soort concurrentie is, als zij jullie heeft
weggekregen?"
Ik vond het zeker niet onslim, maar ik moest er wel over nadenken. Tijdens het
hollen had ik zelf ook nog iets bedacht. Als ze Stefs mobieltje gebruiken,
bellen ze niet vanaf de plek waar ze hem vasthouden. Ze zullen dus met hem in
een auto ergens heen rijden, maar zo dat Stef niet kan zien waar ze vandaan
komen en waar ze heen gaan. Ze moeten dus ergens zitten waar ze ongezien Stef in
de auto kunnen zetten.
Dat bracht Ankie op een idee. "Gebruiken ze daarvoor ook die Land Rover? Dat zou
het voor de politie wel iets makkelijker maken. Er rijden wel meer van die
dingen rond, maar zoveel zijn het er nou ook weer niet. Als ze dat ding
inderdaad gebruiken, gaan ze er een tijdje voor zes uur weer mee op pad."
"Als het goed is heeft Verstappen mijn verhaal van zondag en maandag gelezen.
Hij weet dus van die Land Rover en hij weet dat we om zes uur weer gezellig met
Ans babbelen. Hij zal vast dezelfde redeneertrant volgen als wij, of een betere.
Hij heeft er voor doorgeleerd om boeven te vangen. Hij heeft allerlei technische
hulpmiddeltjes."
Om een uur of elf ging de telefoon. Het was Loes.
"Met Hans. Ik ben weer thuis."
"Shit!", dacht ik bij mezelf. Aan hem en Loes had ik door alle commotie helemaal
niet meer gedacht. "Wat fijn! Hoe gaat het?"
Ik moest hem maar aan het woord laten. Dan kon ik intussen nadenken hoe ik me
uit die situatie moest redden. Als hij over een tijdje het hele verhaal zou
horen, zou hij alles wel begrijpen, maar nu kon ik hem niet meteen alles
vertellen. Gelukkig nam hij ruim de tijd om alles te vertellen. Het was intussen
wel duidelijk dat de aanslag op hem niets met ons te maken had. Aan het slot
kwam hij met de vraag die ik verwachtte en waar ik intussen een voorlopig
antwoord op had bedacht. "Je hebt tegen Loes gezegd dat ik tijdens mijn
revalidatie af en toe bij jullie van de zon mag genieten. Tot en met het weekend
is het nog mooi weer, dus ik dacht ..."
"Ja, natuurlijk dacht je dat en je mag komen wanneer je wil. Je hebt alleen nu
geen geluk. We gaan over een uurtje weg. Mijn moeder voelt zich niet helemaal
lekker. Niks ergs hoor, maar we gaan mijn vader een paar dagen helpen op hun
camping. We zijn zondagavond weer terug. Dus als het maandag nog mooi weer is,
ben je van harte welkom."
Zo spraken we het dus af. Ik keek Ankie een beetje hulpeloos aan. "Dan moet ik
weer een nieuwe smoes verzinnen. Ik kan moeilijk een politieman uit de stad hier
laten komen. Hoe los ik dat nu weer op?"
"Je bedoelt: hoe lossen wij dat nu weer op. Kan je hem niet gewoon in een
mailtje alles uitleggen? Dan begrijpt hij het toch wel?"
"Hij is nog aan het revalideren. Als hij het allemaal weet, gaat hij er zich
weer druk over maken. Dat lijkt me niet goed."
"Hij zal nu ook af en toe wel aan zijn werk denken."
"Vast wel, maar dit is helemaal nieuw voor hem. Daar zou hij zich mee willen
bemoeien. Daar gaat hij hevig over nadenken. Nou ja, het is nog geen zondag."
Om zes uur zaten we klaar.
"Ja."
"Vertel maar", zei Ans.
Ik zei niets.
"Zit je na te denken?" vroeg Ans na een tijdje.
"Ik zit te wachten."
"O, mevrouw moet eerst haar echtgenoot spreken. Ik heb ook een paar keer met hem
gesproken. Weet je dat hij heel anders tegen vrouwen is als jij er niet bij
bent? Nee, dat kun je niet weten natuurlijk. Dan is hij een stuk losser. Dan
laat hij zich veel meer gaan, zal ik maar zeggen."
Ankie stak een middelvinger op. Ik zei nog steeds niets.
"Ben je nou een beetje teleurgesteld?" ging Ans door. "Je moet maar zo denken:
mannen blijven mannen en je zult toch moeten toegeven dat ik er ook niet zo
slecht uitzie. Maar hier komt ie, hoor."
"Hoi, Annet." Duidelijker kon Stef het niet maken dat hij niet kon zeggen wat
hij zou willen zeggen. Ik heb hem nog nooit iemand horen begroeten met 'Hoi'.
Hij heeft er om een of andere reden een hekel aan. Ik speelde het spelletje mee.
"Dag Stef. Alles goed?"
"Ja hoor. Ans was zo lief om me een schrijfblok en een pen te geven. Ik kan
gewoon doorwerken aan Tineke. Ik heb Ans verteld dat we al mijn boeken bijnamen
geven." Hij had het allemaal op een rijtje. Hij wist dat 'Tineke' in plaats
van 'Margreet' me duidelijk maakte dat de rest ook flauwekul was, al wist ik dat
evengoed wel. Ik zou hem om zijn nek willen vallen
en nog veel meer. Om Ans een plezier te doen bleef ik wat afstandelijk doen.
"Dat is fijn, Stef. Dan kun je rustig doorwerken en verlies je geen tijd."
Ans vond het kennelijk al weer voldoende. "Dan zul je eerst een ander huis
moeten zoeken. Hoe staat het er mee?"
"De laatste taxateur is vanmiddag geweest. Ik neem aan dat de makelaar nu de
zaken verder op de rails zet. Ik weet niet hoe snel die man werkt. Bel maandag
maar weer eens. Als hij mij niet belt, bel ik hem wel."
"Dat zal ik doen. Ik hoef me niet te vervelen hier. Ik heb nog heel wat af te
babbelen met Stef."
Ik brak het gesprek af. "Zou die bitch nou werkelijk denken dat ik geloofde dat
Stef voor haar charmes was gevallen?"
"Als je niet doorgaat met schrijven, kun je nog gaan toneelspelen. Dat toontje
van je! Daar zou ik nog bijna intrappen."
"Ik ga niet toneelspelen. Ik wil over een jaar vadertje en moedertje spelen en af en toe moedertje en
moedertje. Van jou wil ik ook een kind."
"Ik zal het er met de meest in aanmerking komende toekomstige vader over hebben.
O, godver. Hoe doen we dat in het weekend? Met Karel, bedoel ik? Wat hebben we
voor smoes voor die bitch om samen weg te gaan?"
"Is het erg om Karel met de trein te laten komen? Dan halen we hem in het donker
op, via de binnenweggetjes. Nee, wacht! We gaan morgenmiddag de stad in, beetje
laat. We doen een of ander onbenullig boodschapje. We zetten de auto in de
parkeergarage onder het Raadhuisplein. In het restaurant daar nemen we een kop
soep, daarna nog koffie. Karel zet zijn wagen ook in de parkeergarage. Hij belt
als hij daar is. Maandagochtend zetten we hem weer in de parkeergarage af."
Karel vond het ook een goed plan. Op vrijdagmiddag zijn er zelden meer
besprekingen en hij kan zijn eigen kantoortijden wel zo'n beetje bepalen. Hij zou
waarschijnlijk om een uur of drie vertrekken, dus of wij maar om een uur of vijf
in het restaurant wilden zitten. Alles verliep geheel volgens plan. We zaten om
half zes op het terras te borrelen.
Ik hoef me voor Ankie en Karel niet vrolijker voor te doen dan ik ben. Vrolijk
was ik ook niet toen ik me realiseerde dat Stef al bijna twee weken weg was. Ik
hoefde niet weer te huilen, maar ik was wel weer kwaad om de twee weken die
gewoon van ons afgepikt waren. En er zouden nog meer dagen van ons afgepikt
worden. Was dat niet huilen eigenlijk wel een goed teken?
"Begin ik een beetje afgestompt te raken?" vroeg ik. "Ik bedenk net dat Stef al
bijna twee weken weg is. Waarom huil ik niet?"
"Lieve Annet", zei Karel, "je mag huilen zoveel als je wilt. Maar wij weten echt
wel dat als je niet huilt dat niet betekent dat je Stef minder belangrijk bent
gaan vinden en dat weet je zelf ook wel. Je gaat er ... hoe zal ik het zeggen?
Volwassen, je gaat er op een volwassen manier mee om. En laten we eerlijk en
reëel zijn. Ik ga niet zeggen dat Ankie Stef vervangt. Daar zou ik het ook een
beetje moeilijk mee hebben, eerlijk gezegd. Maar je hoeft niet eens tussen de
regels van jouw verhaal door te lezen om te weten dat het zonder Ankie heel wat
minder met jou gesteld zou zijn. Je kan in stresssituaties helemaal wegzakken,
maar ze kunnen ook het beste in je naar boven halen. Ga er maar vanuit dat dat
gebeurd is. Bij jou én bij Ankie.
De meeste mensen zullen dat niet zo zien, maar Stef en ik zijn nogal gelukkig
met onze vrouwen. Die willen we graag zo gelukkig mogelijk houden."
Ik wist niet zo gauw wat te zeggen, dus hield ik het maar simpel. "Ik ga wat te
eten maken. Kunnen jullie bijpraten. Friemelen mag."
Dinsdag 12 juni, 9.00 uur
Het was een bijna onwezenlijk weekend. Er gebeurde niets bijzonders. Het leek
allemaal zo gewoon, bijna alledaags. Opstaan, thee drinken, paar rondjes hollen,
ontbijten. "Gaan we fietsen?" "Nee, laten we maar wat gaan lezen." Af en toe wat
praten. 's Avonds wat tv kijken.
Zondagmiddag stelden we gezamenlijk een mailtje naar Hans op.
Dag Hans,
Jammer genoeg loopt alles niet altijd zo als we het graag zouden willen. Het is
misschien niet zo leuk voor je om morgen al te komen. Het probleem is dat Stef
en ik momenteel niet goed met elkaar kunnen communiceren. De situatie is wat
gespannen, zeg maar. Het is allemaal echt niet hopeloos. We weten zeker dat we
eruit komen, maar het kan nog een kort tijdje duren. Gelukkig hebben we nog veel
zomer voor ons en we hopen dat jij, en Loes natuurlijk, hier nog diverse keren
van de zon en het zwembad kunnen genieten. Ik laat je dat zo gauw mogelijk
weten.
Liefs,
Annet.
Het was voor het grootste deel helemaal geen smoes.
Zondagavond gingen we weer vroeg naar bed en maandagochtend stonden we weer heel
vroeg op. We brachten Karel weg. Na het hollen dronken we koffie op het terras.
We keken elkaar aan.
"Daar gaat je derde vakantieweek", zei ik.
"Niet zeuren, hè? Als het moet, plak ik er nog een vierde aan vast ook. Op het
werk kunnen ze het wel een tijdje zonder mij af. Over een paar maanden moeten ze
het voorgoed zonder mij doen. Daar gaan ze ook niet van wakker liggen."
De telefoon ging. Het nummer was onderdrukt, maar ik ging er vanuit dat het de
makelaar was.
"Annet Draaisma."
"Met Loes. Ik maak me een beetje ongerust."
"Dat is lief van je, maar we komen er wel uit, hoor."
"Als je het goed vindt, wil ik vanmiddag even langskomen om met je te praten. Ik
neem een vrije middag. Ik heb niks tegen Hans gezegd, al vindt hij het ook heel
vervelend voor jullie."
Ik keek vragend naar Ankie die zat mee te luisteren. Ze knikte. Ik maakte nog
een gebaar van 'Zij hier komen?' Ankie knikte weer.
"Sorry, Loes. Ik zat wat na te denken. Kom maar. Hoe laat?"
"Kan ik bij jullie een boterhammetje eten?"
"Tuurlijk."
"Half één dan. Tot straks."
Ik was nog niet helemaal overtuigd. "Moet ik tegen haar nou ook een heel verhaal
ophangen, dat Stef zich ergens zit te herbezinnen op onze relatie?"
"Vertel haar gewoon de waarheid. Je zadelt haar dan wel een probleem op, want
zij kan het niet aan Hans vertellen. Ze kan hem vertellen dat ze een goed
gesprek met jou heeft gehad, van vrouw tot vrouw, en dat zij de indruk heeft dat
binnenkort alles weer op zijn pootjes terecht komt."
We hadden de lunch net klaarstaan toen Loes aanbelde. Vanuit de hal deed ik het
hek open. Ik liep haar tegemoet. We zoenden hartelijk. Ze keek bezorgd en ik
deed mijn best opgewekt te kijken. Ze was verrast Ankie op het terras te zien.
"O, je hebt bezoek. Waarom heb je dat niet gezegd?"
"Ze is geen bezoek. Dat is Ankie."
"O, wat leuk." De dames begroetten elkaa hartelijk. "Is Stef er niet?" vroeg Loes.
"Ga nou maar zitten en pak eerst een sandwich."
De telefoon ging weer. Het was deze keer wel de makelaar. Ik zei dat ik midden
in een gesprek zat en dat ik hem terug zou bellen. Terwijl ik de telefoon
neerlegde realiseerde ik me ineens dat we in een opwelling iets ontzettends
stoms hadden gedaan. Ankie zag dat ik ergens van schrok. "Wat is er?"
"Vertel ik straks wel. Laten we eerst Loes het hele verhaal maar vertellen.
Loes, Stef is er al ruim twee weken niet, maar tussen hem en mij is alles
helemaal goed."
Ik vertelde haar het hele verhaal, af en toe door Ankie aangevuld. Loes
was er een tijdje stil van. "Ik vroeg me af wat je bedoelde toen je zei dat
Ankie geen bezoek is. Ze is nooit bezoek en nu helemaal niet. Ik zit nou met een beetje
dubbel gevoel: ik ben helemaal opgelucht dat het tussen jullie goed zit, Stef en
Annet bedoel ik dan, maar ook hartstikke bezorgd."
"Wat dacht je van ons tweeën?" zei Ankie. "Hoe leuk moeten we het vinden dat we hier
al twee weken samen zitten? Ik blijf zo een hele tijd weg als Stef daardoor zou
terugkomen."
"Ik kan dit Hans allemaal niet vertellen", zei Loes. "Dan gaat hij zich maar
vreselijk opwinden dat hij er niets aan kan doen. Ik vertel hem wel dat ik
spontaan hierheen gekomen ben om met jou te praten en dat ik ervan overtuigd ben
dat het helemaal weer goed komt tussen jullie. Zal ik Ankie er maar buiten
laten? Ik kan toch gewoon zeggen dat Stef op zijn kamer bleef doorwerken?"
Dat leek Ankie wel een goed idee. "Daar heeft Annet het juist zo moeilijk mee.
Hij komt zijn kamer nauwelijks meer uit. Hij wil zijn nieuwe boek per se met
Sinterklaas in de winkel hebben. Zoiets."
We bleven er niet al te lang over doorpraten. Ik zei tegen Loes dat ze wel van
de gelegenheid misbruik mocht maken als ze zin had om het zwembad in te duiken.
Ze moest ineens lachten. "Valt jullie helemaal niks op?" vroeg ze. Ankie en ik
begrepen niet wat ze bedoelde.
"Kun je zien hoe gauw je gewend raakt aan allerlei situaties", zei Loes. "Ik zit
hier al die tijd in mijn nette kantoorkleertjes terwijl jullie Eva en Eva zitten
te spelen. Ik zal me maar eens aanpassen."
Ankie en Loes gingen vast naar het zwembad. Ik ging eerst de makelaar
terugbellen. De rapporten van de taxateurs lagen niet ver uit elkaar: de hoogste
kwam uit op 960.000 de laagste op de 910.00. We besloten de middelste als
vraagprijs te nemen, 925.000. Woensdag zal ons huis te koop staan op alle
plekken die hij maar bedenken kan. Hij wilde ook nog een bord met 'Te koop' bij
het hek komen zetten. Ik vertelde hem dat hij zich de moeite kon besparen: de
enkele agrariër en postbode die langskomen zullen naar alle waarschijnlijkheid
de vraagprijs niet kunnen opbrengen.
Loes ging om half vijf weg. Ze zou af en toe vanaf haar werk informeren hoe het
was. Ankie en ik brachten lezend de tijd door tot het telefoontje van Ans. Ze
begon met te vragen wat het contact met de makelaar had opgeleverd. Ik hield
mijn mond.
"O ja, mevrouw wil eerst haar echtgenoot spreken. Nou, die had niet zo'n
vreselijk veel behoefte aan een gesprek."
Ik verbrak de verbinding. "Stomme trut! Wat wil ze Stef nou weer laten
vertellen?"
"Als je hem tenminste aan de lijn krijgt", zei Ankie.
"Moet jij eens opletten."
De telefoon ging weer. "Luister", zei Ans.
"Nee, jij luistert. Als ik straks weer de telefoon opneem, is Stef de eerste die
ik hoor. Pas daarna ben jij aan de beurt." Ik drukte weer op het uitknopje.
Ankie keek wat bezorgd. "Speel je het niet wat al te hard?"
"Ik weet het niet. Laat dat kutwijf ook maar in de zenuwen zitten. Moet je mij
horen. Ik gebruik nooit dat soort taal. Ik moet eigenlijk doen alsof ik geloof
dat Stef haar aardig vindt. Nou, die lol gun ik haar niet. Weet je wat ik wel
eens ergens gelezen heb? Hell has no fury like a woman scorned. Dat zal ik haar
laten merken."
"Wat betekent scorned?"
"Iets als: met minachting behandeld."
Het duurde drie kwartier voor de telefoon weer ging.
Ik gokte. "Dag Stef. Ik mis je. Ik houd van je."
"Ik mis jou ook, Annet. Je hebt Ans boos gemaakt. Het schrijfblok kan ik verder
vergeten. Dat zal me worst wezen. Ik denk wel aan jou. O, ze vindt dat we al
weer lang genoeg gepraat hebben. IK houd van je."
"Dat was heel ontroerend", zei Ans. "Zo mooi, die jonge liefde. Zeg maar hoe het
staat."
"Vanaf woensdag staat het huis te koop."
"Wat is de vraagprijs?"
"Ga maar naar een makelaar. Die kan het je zo vertellen. Moet ik ook je huiswerk
nog voor je gaan doen?"
"Je maakt het er niet makkelijker op voor Stef."
"Als jij of een van je vriendjes ook maar één vinger naar Stef uitsteekt, kan
het voor jou ook nog heel moeilijk worden. Je mag me woensdag weer bellen."
Daarmee maakte ik een eind aan het gesprek. Ankie was intussen naast me komen
zitten met een arm stevig om me heen. "Toen Loes er net was dacht je aan iets
wat niet leuk was. Dat zou je nog vertellen."
"O ja. Dat was ontzettend stom. Ze weten dat ze de vrouw van Hans is. Nu gaan ze
misschien denken dat ik via haar toch de politie heb ingeschakeld."
"Weet je wat ik denk? Dat ze ook niet vierentwintig uur per dag alles kunnen
bijhouden. Loes is ertussendoor geglipt. Als ze gezien zou zijn, zou die trut er
vast over begonnen zijn."
Donderdag 14 juni, 10.15 uur
Dinsdag en woensdag waren bewolkt. Af en toe viel er een buitje. Ik was een
beetje in mineur. Dat had ook wel met het weer te maken. Zelfs heel vervelende
dingen zijn minder vervelend als de zon schijnt. Dinsdag deden we weer
boodschappen voor een hele week en uit balorigheid reden we door naar de stad,
waar we uitgebreid koffie dronken met appeltaart met veel slagroom. Die paar
extra calorieën hadden we met ons dagelijkse hollen wel verdiend. Bij de tweede
cappuccino zei Ankie: "Volgens mij kan het niet lang meer duren. Morgen stuurt
Ans iemand langs een makelaar om te kijken wat de prijs is. Ze hebben al lang
iemand die het huis gaat kopen. Het zou me helemaal niets verwonderen als ze nog
voor het weekend een voorlopig koopcontract getekend willen hebben."
Dat zette me aan het denken. Ankie wilde nog wat zeggen, maar ik hield haar
tegen. "Laat me effe denken." Ik nam maar aan dat ik twee exemplaren van dat
koopcontract van de makelaar zou krijgen, één voor ons, één voor de koper. Ik
zet mijn handtekeningen en dan? Er gebeurt helemaal niets tot Stef zijn
handtekeningen gezet heeft. Hoe heeft Ans bedacht die koopcontracten bij Stef te
krijgen? Ik ging er maar vanuit dat ze daar ook over nagedacht had. Ik vroeg
Ankie wat zij ervan dacht.
"Dat lijkt me een redelijk cruciaal punt", zei ze. "Daar zal de politie toch ook
wel aan gedacht hebben?"
"Zou je denken?"
"Dan bel je die Verstappen toch? Je wil je nergens mee bemoeien, maar ...
enzovoort. Kun je meteen vragen wat de stand van zaken is. Of daar begin je mee.
Als ongeruste vrouw mag je zoiets toch vragen? Dan zeg je dat je ook nog iets
bedacht hebt."
Veel beters wist ik ook niet, dus ik heb 's middag Verstappen gebeld. Die was er
uiteraard niet, maar ze zouden hem vragen mij te bellen. Dat deed hij terwijl we
aan het eten waren. Ze hadden intussen die stichting doorgelicht. De
bestuursleden waren wat de politie betreft alle drie onbeschreven bladen, nette
burgers. Volgens het laatst jaarverslag beheerden ze ruim drie miljoen. Het
afgelopen jaar was aan niemand geld ter beschikking gesteld. Ze waren ook bezig
meer te weten te komen over Ans, maar daar moesten ze uiteraard heel omzichtig
mee omgaan, om geen slapende honden wakker te maken. Ik zei dat ik het fijn vond
dat ze zo hard bezig waren, maar bedacht bij mezelf dat ze nog niet echt veel
verder waren opgeschoten. Aan het eind van het gesprek zei ik dat ik ook nog
iets bedacht had en vertelde hem van dat koopcontract. Hij zei even niets en
toen dat ze dat ze dat inmiddels ook bedacht hadden. Ik twijfelde daar een
beetje aan, maar dat zei ik niet hardop. Ik wenste hem nog veel succes en hij
mij sterkte. Alles bij elkaar was er niet iets wat me uit mijn mineurstemming
kon halen. Ankie kent me gelukkig goed genoeg om niet al te nadrukkelijk haar
best te doen me daaruit te halen. Ze was er gewoon.
Gisteren, aan het eind van de middag, belde de makelaar: er was een
geïnteresseerde, ene Van Renzelaar die in de stad woont. Ik zag Ankie opkijken
toen ze naam hoorde. Hij komt vanmiddag om twee uur met de man langs.
Ik houd me niet zo veel sport bezig. Ik kijk wel eens naar de tv als er tennis
is, maar dan heb je wel gehad. Ankie kijkt naar meer, zelfs naar voetbal. "Er is
een bekende voetballer die Van Renzelaar heet. Hij was tenminste bekend, hij is
nu wel aan het eind van zijn carrière, geloof ik. Hij heeft in Italië en Spanje
gespeeld. Die heeft echt een hoop centjes bij elkaar gespeeld. Als hij daar ook
nog eens verstandig mee omgesprongen heeft, moet de prijs voor hem geen bezwaar
zijn. Ik ga eens op het internet kijken."
Het was al gauw 'Bingo!' Die Van Renzelaar speelt bij de club hier in de stad.
Zijn contract loopt dit seizoen af en dan stopt hij met voetballen. Zijn naam
wordt nogal eens genoemd in allerlei weblogs. Hij is nu 34, gescheiden, heeft
twee dochters van tien en acht jaar, die bij de moeder wonen, maar weekends en
vakanties bij paps mogen doorbrengen. Die meisjes zouden het vast wel leuk
vinden om hier in de tuin te spelen en te zwemmen. In de roddelpers wordt zijn
naam vaak in verband gebracht met jonge schoonheden waar ik nog nooit van
gehoord heb.
"Hij zal het hier vast een mooie plek vinden om met al die schoonheden te gaan
rollebollen", zei ik, "maar ik vrees dat Ans iemand anders in gedachten heeft."
Dat zag ik dus verkeerd. Ik kreeg om zes uur meteen Stef aan de lijn. "Hi,
lieverd. Ans heeft er vandaag geen behoefte aan om met je te spreken. Ik mag de
boodschap overbrengen. Morgenmiddag komt de makelaar met een meneer Van
Renzelaar kijken. Vrijdag belt hij met een bod naar de makelaar. Vrijdag belt
Ans weer. Dan zeg jij tegen haar dat je het bod accepteert. Dan zegt zij wat er
verder gebeurt. Einde boodschap van Ans. Red je het nog steeds, lief?"
Ik zou hem zo graag willen zeggen dat ik het dankzij Ankie heel goed redde, maar
dat hoefde die bitch niet te weten. "Ik red me net zo goed als jij, Stef. Het
duurt niet zo lang meer. Als jij er weer bent kan dat hele huis me verder niet
schelen. We vinden wel weer wat anders."
"Vast wel. Ik moet nu ophouden. Ik houd van je."
Ik geloof niet dat hij me nog heeft horen zeggen dat ik van hem houd. Ik wilde
meteen Verstappen vertellen wie de koper zou zijn, maar hij was onbereikbaar.
Als ik hem dit stuk verhaal mail is hij ook op de hoogte.
Gisteravond was Ankie ook in mineur. Karel moet morgen voor een week naar
Berlijn om een of ander acuut probleem op te lossen. We gingen dus niet in een
echt vrolijke stemming naar bed. Het was eigenlijk mijn beurt om Ankie eens wat
te troosten, maar ik kon het niet opbrengen meer te doen dan haar wat extra te
knuffelen.
"We hebben al de tijd dat je hier bent, maar één keer gevreeën", zei ik nadat ik
het licht had uitgedaan.
"Maar wel de sterren van de hemel."
"Ja en als Stef weer hier ligt houden we het niet bij de sterren. Dan neem ik de
maan en de planeten er ook bij."
"Zullen wij elkaar gaan missen als alles weer normaal is?"
"Ik hoop van wel. Maar we hebben allebei een vriendje die ons daar weer doorheen
zal helpen. De meeste stellen weten niet wat ze missen." We zoenden en streelden
nog wat voor we in slaap vielen.
Vrijdag 15 juni, 9.00 uur
Na de lunch hebben we ons gisteren netjes aangekleed, dat wil zeggen in
spijkerbroek en T-shirt. De makelaar en Van Renzelaar wilden wel een cappuccino,
maar eerst alles goed bekijken. Het was droog en het klaarde steeds verder op,
dus Ankie en gingen op het terras zitten en lieten de makelaar zijn rondleidende
en aanprijzende werk doen. De heren hadden ongeveer een half uur nodig. Het
belangrijkste wat bij de cappuccino ter sprake kwam was de overdrachtsdatum.
Daar had ik nog helemaal niet over nagedacht. Ik riep spontaan 1 januari of zo
veel eerder als mijn man en ik iets nieuws gevonden hadden. Tegen mijn
verwachting in vond Van Renzelaar dat meteen prima. Het was zo op het eerste
gezicht helemaal geen onaardige vent. Als profsporter zag hij er fysiek best
goed uit. Hij zat ons fysiek ook wel op te nemen, maar niet op een onprettige
manier. Ik kon hem helemaal niet in verband brengen met louche plannetjes van
Ans. Hij vertelde dat hij in Utrecht gewoond heeft, maar dat hij de omgeving
hier lekker rustig vindt. Ankie hield tot de kopjes leeg waren het gesprek
gaande met een paar vragen over zijn voetbalcarrière. De makelaar besloot het
gesprek met de mededeling dat hij vandaag zou bellen met een bod.
Ankie en ik zaten nog wat te speculeren over de relatie tussen Ans en Van
Renzelaar. Ik kon me niet voorstellen dat er iets was tussen die twee. Ze is
niet echt onaantrekkelijk maar valt ook niet in de categorie jonge schoonheden
waar de roddelbladen hem mee associeerden. Ik vroeg Ankie of ze wist hoe lang
hij al bij de club hier speelt. "Alleen dit seizoen. Hij is vooral vanwege zijn
ervaring aangekocht. Hij moest ze naar de eredivisie helpen. Dat schijnt nog te
lukken ook. Als het lukt krijgt hij ook nog een bonus. Dat zal niet gaan om een
paar dubbeltjes."
"Hij moet toch op de ene of andere manier Ans kennen en contact met haar
hebben."
"Misschien heeft Ans contact met die trainer en heeft ze tegen hem gezegd dat
hij Van Renzelaar attent moest maken op ons huis. Van Renzelaar weet dus van
niets of heel weinig."
"En dan? Van Renzelaar woont hier over een tijdje, in het waandenkbeeld van Ans
dan, en wat schiet Ans daarmee op? Die weet ook dat ze niet plotseling
tevoorschijn kan komen. Die kan helemaal niet meer tevoorschijn komen."
"Wie weet heeft ze een relatie met die trainer. Trainer en Van Renzelaar kunnen
wel vrienden zijn. Trainer komt hier op bezoek en raad eens wie zich op de
achterbank verstopt heeft? Dat is heel populair hier, stiekem arriveren."
"Ja, en terwijl trainer en Van Renzelaar in een spannend spel 'Mens erger je
niet' verstrikt zijn, graaft Ans de verborgen schat op. Zij krijgt haar aandeel,
schaft zich een vals paspoort aan en verhuist naar een flatje aan de Copa
Cabana."
"Over Copa Cabana gesproken, Waarom denk je dat de zon schijnt? Laat die mooie
benen en dat lekkere kontje maar weer eens goed zien. Dat zal ik zeker gaan
missen. Dan heb ik niet eens over die benen en dat kontje, hoor en al het fraais
dat er nog bij hoort. Je voelt je hier zo lekker vrij. Als ik thuis uit mijn bed
de woonkamer in loop, moet ik er al op letten of de luxaflex naar beneden is.
Anders nemen de overburen aanstoot."
"Dan heb je vreemde overburen. Een gezonde Hollandse overbuurman hoopt dat de
luxaflex nooit naar beneden is."
We hadden onze spirit weer grotendeels terug. Dat had wel met de zon te maken,
maar bij mij in ieder geval ook met het gevoel dat trein nu helemaal goed op
gang was en we niet ver meer van het eindstation konden zijn. Als ik de voor Ans
verblijdende mededeling zou doen dat ik het bod van Van Renzelaar geaccepteerd
had, zou zij toch ook de zaken zo snel mogelijk willen afwikkelen. Daarna hadden
we nog een half jaar om aan te tonen dat de hele verkoop onder dwang tot stand
was gekomen en er zou vast wel een advocaat te vinden zijn die haarscherp zou
kunnen aantonen dat de verkoop helemaal niet door hoefde te gaan. In ieder geval
zou dat hele half jaar Stef weer gewoon thuis zijn. Dat half jaar was helemaal
nieuw voor me. Ergens had ik steeds met het idee gezeten: koop gesloten, Stef
terug, huis uit. Zo zou het dus niet gaan.
Ankie met een boek waarin ze las, ik met een boek waarin ik niet las. Ik pakte
Ankies boek en sloeg het dicht. "Ik moet iemand zoenen en jij bent de enige in
de buurt." Ankie stribbelde op geen enkele manier tegen en liet me lekker mijn
gang gaan. Het werkte aanstekelijk. Vrijen kan ook op allerlei manieren. Deze
keer was het vooral een vrolijk spelletje. We daagden uit. We plaagden een
beetje. We waren ontspannen van elkaar aan het genieten en we lieten elkaar
genieten.
"OK, lieverd", zei Ankie na een tijdje, "als je toch een feestje wilt vieren,
dan kunnen we er net zo goed een glaasje wijn bij drinken. Ik zal de fles wel
gaan halen. Dan mag je mij vertellen wat we eigenlijk aan het vieren zijn. Als
er geen aanwijsbare reden is vind ik dat trouwens niet erg."
Toen Ankie had ingeschonken hief ik mijn glas. "Op het halve jaar." Ik legde
uit wat ik daarmee bedoelde. Ankie moest daar over nadenken. We dronken nog
niet. Na een paar minuten zei ze: "Op het halve jaar."
Ankie zag nog een klein beertje op de weg: "Ik kan me haast niet voorstellen
dat Ans blij is met dat halve jaar. Het zou best eens kunnen dat ze, net als
jij, dacht dat ze bij wijze van spreken over een paar dagen over het huis zou
kunnen beschikken. Nu maar hopen dat die voetballer eerst zijn bod doet en pas
daarna weer,via via eventueel, contact met Ans heeft. Dan is de koop gesloten.
Daar kan zij ook niks meer aan veranderen."
"Laten we het nog wel met Karel bespreken."
Die belden we gisteravond om een uur of tien. Hij zag het ook alleen maar als
een behoorlijk voordeel. "Ik voel me een beetje dom. Daar had ik zelf op moeten
komen. Dat soort dingen krijg als je ergens persoonlijk bij betrokken bent.
Luistert je maîtresse mee?" Die vraag was aan Ankie gesteld want ik had nog
niets gezegd. "Ja natuurlijk luistert ze mee. Hoezo? Wou je aan telefoonseks
gaan doen? Hoeft vandaag voor mij niet. Ik heb vanmiddag met mijn maîtresse
gevreeën."
"Pestkop. Ik zit hier in mijn eentje op een luxe, maar duffe hotelkamer met een
dik rapport. Annet, knijp die pestkop even flink in haar billen namens mij. Ik
wou alleen maar zeggen dat het er volgens mij gunstig uitziet. Je hoeft niets
meer op de lange baan te schuiven. Het zou zelfs wel goed zijn, denk ik, als jij
nu op haast gaat aandringen. Je hebt gedaan wat ze wilde en nu wil jij zo snel
mogelijk Stef terug. Ik kom volgende week open en bloot voorrijden en dan gaan
we er met ons vieren een heel mooi feestje van maken. OK, Annet, knijp d'r maar
niet. Geef haar maar een zoen van mij. Ik ga weer aan het werk."
"Vergeet je niet wat?" riep Ankie.
"Wat dan?"
"Lieve Ankie, ik mis je verschrikkelijk."
"Lieve Ankie, ik houd van je. Ook een beetje van jou, Annet. Slaap lekker,
meisjes."
Ik voldeed aan Karels verzoek en gaf de pestkop een zoen. "Je moet die arme
jongen niet zo pesten. Dacht je dat hij het leuk vond in Berlijn in zijn
eentje?"
"Vast niet. Maar het is een flinke vent en hij weet dat er een heel blij meisje
op hem zit te wachten als hij thuiskomt."
Zaterdag 16 juni, 8.45 uur
Gisteren was toch nog een spannende dag. De makelaar belde om een uur of één.
Van Renzelaar bood 905.000. Ik zei dat ik terug zou bellen, nadat ik met mijn
man had overlegd. Anderhalf uur leek me voldoende tijd voor overleg. Ik belde
hem om te zeggen dat we akkoord gingen. Hij zou het voorlopig koopcontract
opstellen. Van Renzelaar zou dat bij hem komen tekenen. Aan het eind van de
middag zou hij het bij mij langs komen brengen. Ik had er geen behoefte aan hem
te ontmoeten en zei dat hij het in de brievenbus kon doen. Ik ging om kwart voor
zes kijken. Het lag er. Nog voor ik binnen was had ik het belangrijkste gelezen:
die datum van 1 januari stond erin en de handtekening van Van Renzelaar stond
eronder. Met bijna duivels plezier zat ik op het telefoontje te wachten.
"Dag Stef", zei ik. "Het is bijna zover."
"Ja? Fijn! Het gaat nog steeds goed met me. Meer mag ik vandaag niet zeggen."
"Zegt het maar, Annet."
"Je vriend heeft 905.000 geboden. Ik heb het bod met bloedend hart
geaccepteerd, mevrouw Van Beek."
"Mooi zo. Wanneer is de overdracht?"
"1 januari aanstaande, mevrouw Van Beek."
"Wááát?"
"1 januari aanstaande. Na de oliebollen."
"Dat kan helemaal niet."
"Dan eet je geen oliebollen, mij best."
"Je weet heel goed wat ik bedoel, trut. Dat moet vóór 1 juli."
"Dat had je er niet bij verteld. Sorry, hoor. Op zo'n korte termijn kunnen wij
niet iets vinden dat aan onze wensen voldoet. Ik hoef alleen maar een
handtekening te zetten en ik heb een voetballer gelukkig gemaakt met een mooie
woning. Als ik me goed herinner heb jij me die voetballer als koper aangeraden.
Leuke vent, trouwens. Leuk voor zijn dochtertjes ook, zo'n grote tuin."
"Houd je kop, mens. Ik bel morgen om zes uur."
Ankie keek net zo tevreden als ik gekeken moet hebben. "Mevrouw Van Beek begint
erachter te komen dat ze haar zaakjes niet helemaal tot in de puntjes heeft
voorbereid. Geef me die telefoon, want dat moet mijn vriendje weten."
Karel nam meteen op. Er was geroezemoes en muziek op de achtergrond. "Dag,
meisjes. Hoe ging het?"
"Waar zit je?" vroeg Ankie.
"Het is vrijdag. Er zit een drukke werkweek op. In het weekend moet ik ook nog
van alles voorbereiden. Mag ik nu in een nette kroeg mit einige Kollegen een
biertje tot mij nemen?"
"Drink maar zoveel biertjes als je wilt, lieve jongen. Luister." Ankie vertelde
het verloop van het gesprek.
"Mooi zo. De druk ligt nu voor een belangrijk deel bij haar. Als ze morgen
belt, Annet, ga de zaak dan niet op de spits drijven. Ze moet niet in paniek
raken, dan weten we niet meer hoe ze gaat reageren. Ze moet het idee hebben dat
ze de zaak onder controle heeft. Je hebt kans dat ze zegt dat je Stef niet te
spreken krijgt. Doe daar dan een beetje moeilijk over, maar geef dan toe. Ik
weet dat het heel lullig voor je is, maar laat haar denken dat ze je nog steeds
in haar macht heeft. Zal dat lukken, denk je?"
"Ik zal mijn best doen. Ik neem vlak voor die tijd wel een koude douche om alle
emoties af te koelen."
"Goed plan. Bel Verstappen ook meteen. Mag ik dan nu weer aan het bier?"
"Doe maar, lieverd. Ik mis je. Ankie ook een beetje."
Ik belde Verstappen. Ik gaf hem ook het commentaar van Karel bij mijn verhaal.
Daar was hij het helemaal mee eens. Van zijn kant was er geen nieuws.
Midden in de nacht maakte Ankie me wakker. "Wat is er, Netje? Voel je je niet
lekker?"
"Wat is er dan?"
"Het leek wel of je me een stomp in me maag gaf. Niet hard, hoor. Het deed niet
echt pijn. Je lag ontzettend te woelen. Het leek of je kreunde. Heb je iets?"
"Nee. Ik geloof dat ik raar droomde. Ik weet het niet precies. Iets vaags. Ik
rende weg voor iets en werd door iets of iemand tegengehouden. Heb ik je echt
geen pijn gedaan?"
"Echt niet, lieverd. We gaan weer lekker slapen."
Ik werd om een uur of half zeven wakker met toch nog steeds een beetje onrustig
gevoel. De naweeën van die droom waarschijnlijk. Ankie sliep nog. Ik lag even te
aarzelen. Zou ik haar wakker maken om te zeggen dat ik eruit ging. Ik deed het
niet. Zo idioot vroeg was het nou ook weer niet. Ik gleed zo voorzichtig
mogelijk uit bed. Voor ik bij de deur was hoorde ik: "Zet maar thee voor twee
personen."
Bij het theezetten maakte ik een plan voor de dag. Als we thuisbleven zou ik
waarschijnlijk de hele dag behoorlijk ongedurig wezen. Het kwam er bij het
telefoongesprek wel weer op aan. Na het hollen de laatste ervaringen opschrijven
en dan een flink eind fietsen. Vanavond zouden we weer eens naar Adrie kunnen
gaan.
Ankie had geen problemen met mijn plan.
23.15 uur
Als dat ongemerkt kon, keken we tijdens het fietsen of we weer gevolgd werden.
In ieder geval niet door een Land Rover, maar we zagen ook geen ander auto's die
op onverwachte plekken stil stonden. We hebben wel een hele tijd gefietst, maar
in een rustig tempo, want het was behoorlijk warm, drukkend zelfs. We waren blij
dat we om een uur of half vijf het zwembad konden induiken.
De telefoon ging prompt om zes uur.
"Hi, Stef", riep ik vrolijk.
Karel had het goed gezien. "Stef is vandaag verhinderd", zei Ans. "En als jij
je niet aanpast, blijft hij verhinderd."
"Waar is hij?"
"O, maak je niet ongerust. Hij krijgt op tijd zijn natje en droogje. Ik moest
van hem zeggen dat zijn lieve vrouwtje verstandig moest wezen."
"Zeg dan maar wat ik nu weer moet doen."
"Zo mag ik het horen. Meneer Van Renzelaar zou het helemaal niet erg vinden,
als je die datum van 1 januari veranderde in 1 september."
"Daar wil ik nog wel over nadenken. Ik moet wel weten of we voor die datum iets
goeds kunnen vinden."
"Je hebt de hele zondag om het internet na te speuren op mooie woningen. Dan
hoor ik morgen wel of je iets leuks gevonden hebt."
"Stel dat ik iets vind, waar stuur ik dan het koopcontract heen?"
"Dat breng je naar de makelaar en die geeft het door aan meneer Van Renzelaar."
"Dan komt Stef naar de makelaar om zijn handtekening te zetten?"
"Hoe bedoel je?"
"Stef woont hier ook, weet je wel? Een notaris wil graag weten of beide
echtelieden het met de verkoop van het huis eens zijn. Daarom moet Stef ook even
tekenen. De makelaar heeft daar een plekje voor gemaakt in het contract."
"Je probeert weer de zaak te belazeren, Annet."
"Nee, mevrouw Van Beek. U heeft de hele zondag om op het internet de wetgeving
op dat punt na te zoeken. Zullen we morgen om deze tijd weer bellen?"
"Ik bel maandag."
Het was intussen wel heel duidelijk dat Ans op het pad van de misdaad nog een
groentje was. Haar hulpje of hulpjes waren al geen haar beter wat dat betreft.
We belden Karel en Verstappen. Anneke had ik ook al een paar dagen niet gebeld.
Na al dat gebel hadden we geen zin meer in koken. We gingen dus ook maar bij
Adrie eten.
We gingen aan een tweepersoons tafeltje zitten. Lies kwam meteen met twee
glazen wijn. Ze nam wel even de tijd om te vragen of Stef nog lang wegbleef. Ik
zei maar dat het nog hooguit en weekje zou duren. Op het schoolbord bij de bar
stond saté doorgestreept. Die hadden we dus gemist. Het werd een biefstukje. Aan
de stamtafel zag ik Joop zitten. Uit ervaring wist ik dat hij, als hij eenmaal
daar zat, voorlopig niet weg was.
"Kunnen we iets bedenken om Joop aan de praat te krijgen?" vroeg ik Ankie.
"Zonder dat het opvalt dat we zitten te vissen?"
"Als hij bij de zaak betrokken is, is zo'n beetje elke vraag verdacht. Het
beste wat we kunnen doen is straks bij die stamtafel gaan zitten en dan maar
hopen dat hij of iemand anders wat zegt, waar we op kunnen inhaken. Weet
iedereen dat Stef een tijdje weg is?"
"De vaste jongens in ieder geval wel. Het roddelcircuit werkt hier op volle
toeren. Dat ik een allercharmantst vriendinnetje op bezoek heb weet intussen ook
iedereen."
Na een klein uur kwam er plaats vrij aan de stamtafel. We stapten er meteen op
af. Ik vroeg heel beleefd of de heren er bezwaar tegen hadden dat er twee dames
bij kwamen zitten. Dat mocht als we over voetbal mee konden praten. Morgen zou hun cluppie
helemaal officieel kampioen worden en dus volgend jaar in de eredivisie spelen. Ik
kon daar geen zinnig woord over zeggen, maar Ankie verbaasde de mannen met een
paar opmerkingen die kennelijk zeer to the point waren. Uitgerekend Joop merkte
op dat de club een goede greep had gedaan met Van Renzelaar. Uit niets bleek dat
hij een reactie van mij verwachtte. Als ondeskundige deed ik er niet toe.
"Dat heb ik me afgevraagd", zei Ankie. "Waar haalt een club uit de eerste
divisie het geld vandaan om zo'n jongen te betalen? Hij is toch niet de
goedkoopste."
Er bleek een geldschieter te zijn die buiten de publiciteit wilde blijven. De
wildste geruchten hadden daar de ronde over gedaan, maar ook aan de stamtafel
bestond daar geen eenstemmigheid over.
Nadat alle mogelijkheden van het eredivisieschap tot in den treure waren uitgekauwd vroeg
een van de mannen wanneer ze Stef weer eens zouden zien. Ik hield me maar wat op
de vlakte en zei dat het erop leek dat het schrijven weer geen lukken. Het
schoot me meteen te binnen dat volgende week zaterdag Elise in de boekhandel
ligt.
"Je bent in ieder geval niet alleen", zei Joop. Aan Ankie vroeg hij of ze haar
vakantie bij mij doorbracht.
"Nou, het is eigenlijk geen vakantie", zei Ankie. "Ik heb ziekteverlof. Ik was
een beetje overwerkt, zeg maar. Dankzij de rust bij Annet en haar goede zorgen
uiteraard ben ik al weer een stuk bijgekomen. Het lijkt me eigenlijk best leuk
om die wedstrijd morgen te zien, maar het is natuurlijk helemaal uitverkocht,
hè?"
"Nou", zei een van de mannen, ik geloof dat hij Jaap heet, "misschien kan ik
wel iets voor je regelen."
"Kan dat ook voor twee?" vroeg Ankie liefjes. "Ik kan moeilijk mijn beste
vriendin in haar eentje laten zitten."
"Ik ga mijn best doen." Hij liep met zijn mobieltje naar buiten om rustig te
bellen.
"Hij heeft relaties in het bestuur", zei Joop. "Ze hebben wel niet zo'n skybox
als die grote clubs, maar van de hoofdtribune is zo'n stuk afgeschermd waar
bestuursleden mensen kunnen uitnodigen. Dat zijn vaak ook helemaal geen
voetballiefhebbers, maar dan kunnen ze wat ongedwongen zaken doen, geloof ik."
"Netwerken heet dat", zei Ankie. "Daar staan ongedwongen vrouwtjes altijd heel
goed bij. Lijkt me spannend, hè, Annet? Trekken we iets leuks aan."
Jaap kwam weer terug. "Geregeld, dames. Ik heb gezegd dat ik zat te praten met
twee aantrekkelijke dames die graag de wedstrijd zouden willen zien. Het was
meteen gepiept. Dat betekent automatisch dat jullie ook de overwinningsparty
kunnen bijwonen. Kun je met de spelers praten. Zal ik jullie morgen komen halen?"
Mocht je willen, dacht ik. "Nee, we waren toch al van plan op het Raadhuisplein
te gaan lunchen. Kun je ons daar oppikken?"
Hij zou er om half drie zijn. Het leek me een mooi moment om op te stappen.
"Snol", zei ik tegen Ankie toen we buiten waren. "Ik voel me bijna een
callgirl."
"Ja, leuk hè? We gaan helemaal op sexy. Na de wedstrijd laten we een hele rij
smachtende zakenmannetjes achter."
"Slet!"
"Lieve schat. Geef je sletje eens een zoen. Als alles meezit kun je die trainer
nog van dichtbij zien, misschien zelfs met hem praten."
Die zoen had ze wel verdiend.
Zondag 17 juni, 22.00 uur
(Ankie schrijft weer eens.)
Vanochtend kwamen we pas rond negen uur uit bed, maar we hebben nog wel
gehold. Het was al behoorlijk warm. Ik had al bij voorbaat medelijden met de
voetballers die bij die temperatuur ook nog eens hard achter een bal moesten
gaan aanhollen. Die temperatuur op zich was voor ons al een goed excuus om ons
luchtigjes te kleden. We trokken onze kortste rokjes aan en bij onze topjes - ik
had er een van Annet aan - hoefde ook niet veel meer gefantaseerd te worden.
We gingen met de bus naar de stad. De chauffeur keek bewonderend maar hij was de
enige: meer passagiers dan ons had hij niet te vervoeren.
Op het terras bij het restaurant kwam net een tafeltje met parasol vrij. Ik zei
tegen Annet dat ik deze keer wel eens wilde betalen. Ik had al drie weken geen
cent voor mijn dagelijks levensonderhoud uitgegeven. Ze legde er zich onder protest bij
neer. We besloten tot de salade niçoise met een witte wijn.
"Jij gaat je niet al te flirterig gedragen, hè", zei Annet bij de koffie. "Ik
vertel alles aan Karel door, hoor."
"Met zo'n lekkere meid bij me ga ik toch niet naar kerels kijken?"
Dat bracht Annet op een idee. "We moeten maar duidelijk lief tegen elkaar doen.
Ik wil kijken of Ans daar iets van hoort. Zoiets van: die Annet en die vriendin,
zijn die misschien je weet wel, van de andere kant of zo? En dan maar afwachten
of Ans er iets over zegt."
Het leek me een simpele opgave. "Je ziet er echt uit om op te vreten, lieverd.
Ik zou zomaar verliefd op je kunnen worden."
Jaap kwam ongeveer een kwartier te vroeg. Annet wuifde toen we hem zoekend zagen
rondkijken. Ik wuifde naar een ober om af te rekenen.
Jaap reed in zo'n poenige oude Amerikaanse slee, helemaal open. Hij bekeek ons
meer verlekkerd dan bewonderend. Het was maar een kort ritje naar het
plaatselijke stadion, nog geen tien minuten. We gingen niet rechtstreeks door
naar de tribune, maar naar een soort ontvangstruimte. Jaap stelde ons aan
diverse mensen voor als zijn vriendinnen uit zijn stamcafé. Hij oogstte in ieder
geval wat jaloerse blikken. De aanwezige vrouwen zullen zich wel afgevraagd
hebben waar hij die twee dellen had opgepikt. Een aantal vrouwen was duidelijk
jonger dan wij. Ik nam aan dat het vrouwen of vriendinnen van de spelers waren.
Onder aanvoering van de voorzitter van de club gingen we naar de tribune, waar
we de voetballers onder luid gejuich het veld zagen opkomen.
De eerste helft liet best aardig voetbal zien. Het eerste doelpunt viel uit een
strafschop die voorafgegaan werd door een rode kaart voor de tegenpartij. Tien
minuten voor de rust werd het 2 - 0 door niemand anders dan onze vriend Van
Renzelaar. Hij kreeg een staande ovatie. Ik deed mee, want het was een mooi
doelpunt. Annet stond ook op en was verwonderd toen iedereen weer ging zitten.
Ze dacht dat het al rust was. Ze zat ook meer naar de toeschouwers dan naar het
voetbal te kijken.
Van de rust maakte ik gebruik om met Karel te bellen. "Waar zitten jullie in
godsnaam?" vroeg hij, want de spreekkoren en ander lawaai gingen tijdens de rust
gewoon door. Ik vertelde hoe we bij de voetbalwedstrijd beland waren. Hij stond
net op het punt naar de bar van het hotel af te dalen om een pilsje te gaan
drinken.
De tweede helft was niet om aan te zien, maar dat belette het publiek niet om te
juichen bij zowat iedere bal die de thuisclub aanraakte. Vijf minuten voor tijd
werd Van Renzelaar gewisseld. Hij kreeg zijn laatste staande ovatie. Annet vroeg
waarom hij van het veld gehaald werd, terwijl hij goed speelde. Ik heb
geprobeerd haar uit te leggen wat een applauswissel is.
In de ontvangstruimte stond de champagne al klaar en er was een rijk voorzien
koud buffet. Jaap voorzag ons van de champagne en verdween daarna in de drukte.
We kozen zelf wat aangename hapjes uit. Een half uurtje later verschenen de
spelers en de trainer. De voorzitter hield een toespraakje met veel lof en
waardering "niet in de laatste plaats voor Roel van Renzelaar." Daarna begon het
echt op een feest te lijken. Er ging een soort schuifwand open. In de andere
ruimte zat een bandje. Anneke en ik bleven voortdurend dicht bij elkaar. We
hielden elkaars hand vast en fluisterden elkaar dingen in het oor.
"Hoe lang moeten we hier nog blijven?"
"Die trainer kijkt in onze richting. Geef me een zoen."
"Dit is meteen ook de laatste voetbalwedstrijd die ik bezoek."
"Zonder rok voelt je kontje veel lekkerder."
"Daar komt de beroemde voetballer."
Tussen de bedrijven door hadden we geen gebrek aan mannelijke belangstelling.
Annet liet het meeste praten aan mij over en beperkte zich tot bewonderend naar
me kijken als ik weer eens leuk uit de hoek kwam na een onbenullige opmerking of
stuntelige avances. Pas toen Van Renzelaar onze richting uit kwam zag ik dat er
ook pers in de buurt was. "Zit m'n haar goed?" vroeg ik Anneke. "We gaan op de
foto."
"Wat leuk dat jullie hier zijn", riep hij. "Hoe komen jullie hier terecht?"
Voordat we iets konden zeggen deed hij iets sympathieks. Hij ging voor ons staan
en zei tegen de fotografen: "Heren, ik begrijp dat u weer wat denkt te ruiken,
maar wilt u deze dames daarbuiten laten? Ik heb ze eergisteren ontmoet en een
van hun zal ik over een tijdje nog één keer ontmoeten, bij een notaris, waar we
de verkoop van een huis vastleggen. Als ik daarna wat te melden heb, weet u het
ongetwijfeld nog eerder dan ik." Hij draaide zich om en zei tegen ons: "Gewoon
ruggen naar de camera's."
Hij stapte om ons heen en keek gewoon naar de camera's. Hij was eraan gewend.
"Dankjewel", zei ik.
"Sorry, hoor. Daar had ik eerder aan moeten denken. Ik kan niet garanderen dat
ze geen foto's van jullie maken. Maar zijn jullie fans van de club?"
Ik vertelde hem dat het niet veel meer dan toeval was dat we er waren en dat
Annet helemaal niets met voetballen had. "Ze is alleen maar voor de gezelligheid
met me mee gekomen, de lieverd." Ik sloeg maar weer eens een arm om Annet heen.
"Logisch", zei hij. "O, wacht." Over onze hoofden heen riep hij: "Albert, kom
eens even."
We werden voorgesteld aan Albert van Goor, de trainer. "Van deze dames
heb ik het huis gekocht. Albert had gezien dat het te koop stond", zei hij tegen
ons. "Hij heeft me direct gebeld. Ik heb m'n dochters al verteld dat er
een zwembad is. Die wilden meteen langskomen."
"Je hebt het niet van ons gekocht, hoor", zei ik voor alle zekerheid nog maar.
"Ik ben alleen maar een tijdje bij mijn vriendinnetje op bezoek. Het huis is van
haar en haar man. Voor een tijdje nog dan."
Ze praten nog even door over voetballen, maar het doel van het hele bezoek aan
de wedstrijd was bereikt. Het zou wel heel toevallig zijn als die Van Goor
meteen op de allereerste dag dat het bekend was al had gezien dat het huis te
koop stond. Net als Annet kon ik mij ook moeilijk voorstellen dat Van Renzelaar
iets met alle problemen te maken had. Hij kwam heel eerlijk over.
Als hoofdrolspelers konden de heren niet al te lang bij ons blijven plakken. Wij
namen nog wat hapjes en een drankje en poeierden nog wat mannen af.
"Als we nu weggaan", zei Anneke, "kunnen we thuis nog wat in de zon zitten.
Kunnen we over interessante mannen praten."
We liepen nog even bij Jaap langs om hem te bedanken voor een 'heel leuke
middag.' Hij had zich duidelijk wat anders voorgesteld van de rest van de avond,
maar dat was zijn probleem. De portier van het stadion of hoe zo'n man ook heet
belde een taxi voor ons. Om half acht doken we het zwembad in.
"Het kan nou toch niet zo lang meer duren?" zei Annet toen we met koffie en
cognac op het terras zaten.
"Als Ans een manier heeft gevonden om dat contract bij Stef te krijgen. Daar ben
ik reuze benieuwd naar. Dan zal ze er toch bij moeten zeggen dat Stef na het
zetten van die handtekening vrij man is. Zal ze er werkelijk van uitgaan dat jij
nog steeds de politie niet hebt ingeschakeld? Ook niet op het allerlaatste
moment? Hoe stom is dat mens eigenlijk?"
"Ik heb altijd gedacht dat ze niet stom was. Jij bent slim. Wat zou jij doen in
haar plaats?"
"In haar plaats zou ik er niet aan begonnen zijn, maar je vriendinnetje zijn
geworden. Maar los daarvan, tja. Ze kan je moeilijk een adres geven om het heen
te sturen. Misschien moet je het op die en die plek neerleggen en komt zij of
iemand anders het daar oppikken."
"Daar trapt Annet niet in. Hoe weet ik dan dat Stef vrijkomt? Weet je wie ze
moet vragen hier iets voor te bedenken?"
"Zeg het maar."
"Stef natuurlijk! Die doet al een paar jaar niets anders dan allerlei netelige
situaties bedenken en dan voor een oplossing zorgen."
We kwamen er natuurlijk niet uit. We konden alleen maar wachten op het
telefoontje van Ans. Ik vroeg nog wel of Annet zomaar die datum van 1 september
moest accepteren.
"Ik ga voor de vorm nog wel proberen er een maand bij te krijgen, maar ik ga
daar niet meer heel erg moeilijk over doen. Ik ga niet nog een dag bedenktijd
vragen."
"Wat is er, Netje?" vroeg ik. "Zo ken ik je niet."
"Ik houd dit niet heel erg lang meer vol. Ik wil alleen nog maar Stef terug. Die
tweeëneenhalve maand moet dan maar voldoende zijn om alles terug te draaien en
als dat niet lukt, jammer dan. Vinden we wel wat anders. Ik ga een paar rondjes
hollen. In m'n eentje als je het niet erg vindt." Ze stond al op om haar
sportschoenen aan te trekken.
Ik vond het wel erg, maar het was niet het goede moment om te proberen haar
tegen te houden. In haar plaats was ik misschien al lang compleet ingestort.
Over vijf rondjes deden we meestal ongeveer een half uur. Ik had bij het hek
kunnen gaan staan, maar als ze alleen wilde zijn ging ik dat niet doorbreken.
Het duurde langer dan een half uur. Elke minuut die voorbij ging werd ik meer
bezorgd. Ik besloot net dat ik geen seconde langer dan drie kwartier zou
wachten, toen er aangebeld werd. Ze had geen sleutels meegenomen. Ik rende naar
de hal om op een knopje te drukken en rende meteen door naar het hek. Ze bleef
daar staan tot ik bij haar was. Ik heb een hele tijd haar hijgende, bezwete lijf
tegen me aan gedrukt. Uiteindelijk trok zij mij mee naar de douche en duwde zij
mij het zwembad in, om meteen achter me aan te springen. Ze sloeg haar armen om
mijn nek en haar benen om mijn heupen.
"Ik heb zeven rondjes gerend", zei ze. "Echt gerend, zo hard mogelijk. Ik wist
dat je doodongerust zou worden, maar ik moest er even helemaal in mijn eentje
doorheen. Begrijp je dat?"
"Nee, daar begrijp ik niks van. Kan me ook niet schelen. Je bent weer terug. Ik
bedoel niet alleen terug zodat ik je weer kan vastpakken, maar helemaal weer
terug. Je bent weer uit je dip. Je wilt er weer tegenaan. We gaan er samen
tegenaan."
"Ik heb tijdens het rennen niet eens veel nagedacht". zei ze. "Het ging er
vooral om dat ik alleen en kwetsbaar was. Het is vanmiddag al begonnen. Ik zat
daar met zo'n tienduizend mensen om me heen die allemaal vreselijk veel plezier
hadden en ik zat te miezemuizen. Tijdens dat feestje zag ik alleen maar kerels
die hitsig naar mijn Ankie stonden te gluren. Je was op dat moment 'mijn Ankie'.
Ik hoefde niet te spelen dat ik een beetje verliefd was. Ik was het. Dat maakte
me ook weer bezorgd. Ik vind je heel erg lief, maar ik kreeg het gevoel dat ik
Stef naar de achtergrond duwde en dat wil ik niet, als ik het al zou kunnen. Nou
ja, als ik dan maar lang genoeg doordenk, denk ik me vanzelf in een dip. Dan kan
ik me het beste helemaal tot het nulpunt laten zakken. Dan kan je nog maar één
kant op: omhoog. Met Stef of jou in de buurt zak ik niet zover. Vandaar dat
rennen in mijn eentje. Begrijp je het nou een beetje?"
"Een beetje. Ik vond je wel wat stilletjes vanmiddag, maar ik dacht dat je wat
aan het nadenken was. Dus ik liet je maar begaan. En je kan Karel vertellen dat
ik alleen met jou heb geflirt."
"Ook dat je je handen niet van mijn lekkere kontje kon afhouden?"
"Op 't ogenblik kan ik ze nergens anders laten, ja?"
"Je mag het nu wel loslaten. Haal jij die laptop zo maar van boven. Dan maak ik
nog een koffie. We nemen nog een cognacje en jij mag vandaag ons dagboek
bijhouden."
Maandag 18 juni, 21.30 uur
We zijn nog twee keer het zwembad ingedoken gisteravond, of eigenlijk vannacht.
Het was bewolkt en nog steeds broeierig warm. We hebben zitten praten, Ankie
vooral, over haar werk, over de mannen met wie ze had samengewoond en amoureuze
avontuurtjes tussendoor. Tegen twee uur zagen we in de verte de eerste
bliksemflits. Niet veel later begon het te regenen. We gingen niet naar binnen.
We gingen in het gras liggen en lieten een behoorlijke plensbui over ons heen
komen. Pas toen het onweer dichtbij begon te komen gingen we naar binnen. Het
begon aardig af te koelen. Boven en beneden zetten we alles een tijdje tegen
elkaar open en we namen nog een afzakkertje. Rond drie uur gingen we naar bed.
Om half tien werd ik alleen wakker, maar ik hoorde in de verte Ankie praten. Ik
ging naar beneden. Ankie was aan het bellen.
"Denk je dat ik het leuk vind?" zei ze. "Ik zit hier nog een week vast. Mag ik
ook een keer mijn vakantiedagen opmaken?"
Ze besloot met te zeggen dat ze vrijdag weer zou bellen.
"Baas is niet gelukkig?" vroeg ik.
"Baas kan de pot op. Ik heb meteen maar verteld dat ze een vervanger voor me
kunnen gaan zoeken. Als ze daarmee opschieten, kan ik die vóór 1 november nog
wat inwerken. Jij hoeft zeker niet te hollen vandaag?"
"Dat heb je goed gezien. Zal ik jou aanmoedigen?"
"Ik durf niet in m'n eentje. Wat gaan we doen vandaag?"
"Scenario's bedenken. Wat kan Ans allemaal zeggen en wat zeg ik dan terug?"
Het weer was een stuk plezieriger geworden: zonnetje, hier en daar wat witte
wolken en een verfrissend briesje. Na de lunch gingen we in onze sportkleertjes
wandelen langs de binnenweggetjes tussen de weilanden. We zijn nog een keer over
een hek geklommen om in zo'n weiland in de zon te liggen en nog wat slaap in te
halen. Van scenario's bedenken kwam helemaal niets, maar ik was kalm en relaxt
toen Ans belde.
Ik had Ans zelf aan de lijn en vroeg of Stef in de buurt was.
"Die is in de buurt en als je je lief gedraagt, mag je hem misschien nog even
spreken. Hij kijkt niet zo vrolijk. Ik vond dat hij moest weten dat zijn
vrouwtje wel heel erg lief met haar vriendinnetje omgaat. Ik heb er bij verteld
dat zijn vrouwtje op zondagavond zomaar in haar blootje de openbare weg opgaat.
Mijn zegsman vond het jammer dat hij geen verrekijker bij zich had."
"Hij heeft nog altijd die foto van mij bij het zwembad, toch? Ik zie er nog net
zo aantrekkelijk uit. Je had dus ook een zegsman bij het feestje?"
"Uiteraard. Die was ook wel te spreken. Zoveel meer had je nou ook weer niet
aan, hè? Intussen zit die arme Stef al die tijd in zijn eentje. Niet erg
solidair, hoor."
"Ja, precies. Jij kunt natuurlijk iets uittrekken, maar daar zal hij niet
vreselijk opgewonden van raken. Mag ik hem nu even?Kun jij intussen bedenken of
je de proef op de som wilt nemen. Mag Stef een beschrijving geven van je
striptease?"
"Ga vooral zo door, meisje. Dan komt er helemaal geen gesprek. Luister, ik ben
nog niet zover. Ik moet nog wat nadenken."
"Dat had je een hele tijd geleden al moeten doen. Ik heb ook nagedacht. Ik weet
precies de juiste man die voor een oplossing kan zorgen voor het probleem waar
je mee zit."
"En wie mag dat dan wel zijn?"
"Ik zal het aan Stef vertellen. Luister maar mee."
Het was een tijdje stil aan de andere kant, maar ik kreeg wel Stef aan de lijn.
"Dag, lief. Gaat het nog?"
"Zo lang jij het volhoudt, houd ik het ook vol. Ik heb nog altijd mijn
vriendinnetje. Luister, Ans zit met een probleem. Ik ..."
"Ik weet wat je zeggen wil, Annet. Dat probleem zag ik een kleine drie weken
geleden al. Hoe en waar ruilen we mijn handtekening voor mijn vrijheid zonder
dat Ans in de problemen komt? Ik heb daar verder niet over nagedacht. Ik ging er
vanuit dat ze daar al lang een oplossing voor had. Die heeft ze dus niet. Ik ga
me nu voorstellen dat mijn situatie een situatie is in mijn nieuwe boek. Ik vind
wel een oplossing voor morgen zes uur. Kijk eens, ze knikt. Ze is het ermee
eens. Maar ze krijgt het niet voor niks. Ik wil ook nog wat tegen Ankie zeggen.
Die is toch in de buurt?"
"Wat dacht je dan?" riep Ankie. "We zijn toch hartstikke verliefd op elkaar? We
zijn niet bij elkaar weg te slaan."
"Ik wou je vooral bedanken, Ankie. Ik zal je later wel zoenen."
"Zo is het wel genoeg", kwam Ans er tussendoor. "Stef gaat nu aan het werk.
Morgen hoor je wat hij bedacht heeft." Ze verbrak de verbinding.
"We worden dus niet 's ochtends begluurd", constateerde ik. "Anders had haar spion wel een
verrekijker bij zich gehad."
"Vind je het niet vervelend dan?"
"Het zal me een rotzorg zijn. Als ik vroeger naar een naaktstrand of het Twiske ging kon toch ook
iedere vent me zien?"
"Ja, die ervaring heb ik niet. Ik ben pas door jou aan het nudisme verslingerd
geraakt. We hebben nog niet gehold vandaag."
"Dat wil je nu zeker doen? Je bent geen nudiste geworden, maar een ordinaire
exhibitionistische slet. Maar goed, ik hol wel met je mee."
Tijdens het koken belde Ankie met Karel, die ook onze ervaringen op het voetbalfeestje nog niet
gehoord had. Het leek hem ook wel duidelijk dat de trainer en Ans onder één hoedje speelden. Hij was net
zo benieuwd als wij naar de oplossing waar Stef mee zou komen. "Ik kom donderdag in de loop van de middag terug", zei hij nog. "Misschien kan ik
de finale wel meemaken. Ik neem in ieder geval vrijdag een vrije dag. Je kunt me
donderdag de hele dag bellen. Alleen in het vliegtuig ben ik onbereikbaar, maar dat duurt
maar een kleine anderhalf uur. Stuur dan maar een sms-je, dan bel ik jullie
zodra we geland zijn."
Verstappen belde ik niet. Die kon het lezen en zijn eigen conclusies trekken.
Dinsdag 19 juni, 21.30 uur
Vannacht heb ik onrustig geslapen. Ik ben een paar keer
wakker geweest. Het eerste wat steeds weer door mijn hoofd schoot was: wat zou
Stef bedenken? Om kwart over vijf had ik genoeg van het woelen. Ik draaide me om
naar Ankie. Ze keek me aan en lachte. "Als we toch steeds wakker worden, kunnen
we dat beter coördineren. Hebben we nog wat te praten. Zullen we er maar uit
gaan? We kunnen altijd vanmiddag nog een dutje doen."
Bij de thee vroeg ik Ankie waar zij aan had liggen denken. "Ik probeerde juist
niet te denken. Ik lag te fantaseren, allemaal vreselijk romantisch. Stef had
mij ook een bescheiden rolletje toebedeeld. Terwijl jij een gevaarlijke opdracht
uitvoerde, moest ik het huis helemaal klaar maken voor jullie feestelijke
thuiskomst. Ik moest iedereen uitnodigen. Er wordt aangebeld. Ik loop naar het
hek en doe open. Springen er twee kerels met bivakmutsen tevoorschijn, die me
naar binnen duwen. Ze laten Stef vrij, maar nu ben ik de gijzelaar. Ze krijgen
een sms-je. Ze doen het hek open en wie staat daar?"
"Batman? Superman? Spiderman?"
"Nee, gek. Karel natuurlijk."
"Op een wit paard, zeker?"
"Romantiek is aan jou ook niet besteed. Maar ik heb ook nog wel wat nagedacht,
hoor. Ik ben er in ieder geval zeker van dat Stef niet iets bedenkt, waarbij jij
gevaar loopt."
Daar was ik ook volledig van overtuigd, maar ik deed vooral mijn best negatieve
punten op te sporen. Hoe kon ik er zeker van zijn dat het hele plannetje
inderdaad van Stef afkomstig was? Hij zal zichzelf ook wel een rol toebedelen,
maar die zal hij vast niet uitgebreid beschrijven.
Ik bedacht nog iets. "Als ik de deur uit moet om dat koopcontract ergens heen te
brengen", zei ik, "zit jij hier in je eentje. Dat vind ik ook geen plezierig
idee."
"Het stikt hier toch van de toeters en bellen? Je gaat jezelf toch niet weer in
een dip praten, hè? Zullen we maar preventief gaan hollen?"
Dat leek me een goed idee. Nadat we de vijf rondjes gedaan hadden bleef Ankie
voor het hek staan. Ze keek omhoog naar de camera. Die zit, als je voor het hek
staat, boven aan de linker paal of balk waaraan de deur hangt. "Wat zie je
eigenlijk via die camera?"
"Wie er aanbelt."
"Dat begrijp ik. Maar wat nog meer?"
"Daar heb ik nooit zo op gelet."
In de hal zetten we de monitor aan. We zagen het gedeelte voor de hek, maar ook
nog een stukje van de weg. Ankie vroeg of ik even met mijn mobieltje de weg op
wou lopen. Ze zou 'Ho' zeggen als ik uit beeld verdween. Ik schatte dat ik een
meter of dertig op weg was toen Ankie 'Ho' riep.
"Dat weten we dan ook weer", zei ik terug op het terras. "Maar wat doen er mee?"
"Rustig nou. Als je op dat knopje drukt gaat de monitor aan, maar gaat dan ook
de camera aan? Ik bedoel: die lens is gewoon open daar komen beelden in. Die
camera staat als het ware altijd aan."
Ja, jee. Ik ben niet technisch. Ik weet alleen op welk knopje ik moet drukken.
Maar waar wil je heen?"
"Jij hebt altijd het idee gehad dat iemand in het dorp in de gaten houdt wie er
deze kant op gaat. Als die iemand nou eens van diezelfde camera gebruik maakt?
En de beelden van zijn monitor op een band opneemt?"
"Dan moet hij een heel lange kabel van die camera naar zijn huis hebben gelegd,
ondergronds. Dat had iemand moeten opvallen."
"Beelden kun je ook draadloos versturen. Tv-beelden gaan ook pas het laatste
stukje via een kabeltje."
"Heb jij een antenne bij de camera gezien?"
"Zullen we nog eens kijken?"
We liepen naar het hek. Aan de tuinzijde van de paal was een kabel bevestigd die
de grond in liep en vandaar naar de monitor in de hal. Ankie stapte dicht naar
de paal toe en voelde aan de zijde aan de kant van de heg. Haar hand ging een
stuk om hoog en weer naar beneden. "Hier loop nog een kabeltje." Ze knielde en
trok ergens aan. "En dat kabeltje loopt onder de heg door. Laten we eerst maar
ontbijten en verder denken."
Volgens Ankie loopt dat kabeltje onder de heg door naar een kastje met een
zendertje. Ik kon niet zo gauw bedenken waarom dat niet zou kunnen, maar ik
bedacht wel dat ze dan ook gezien hadden dat onze auto wel eens het hek uitreed,
maar niet verscheen op de weg naar het dorp.
"Dat hoeft niet per se", vond Ankie. "Dat waren altijd onmogelijke tijden. Het
kan best zijn dat ze, via een timer of zo pas om een uur of acht inschakelen. Ze
hebben dat kabeltje aangelegd toen ze een keer wisten dat jullie een paar dagen
weg waren. Dat kan al tijden geleden gebeurd zijn."
"We kunnen dat kabeltje gewoon doorknippen."
"Dan weten ze meteen dat wij weten dat ze meekijken."
"Dan had die gluurder zondag ook geen verrekijker nodig."
"Via de camera heeft hij alleen maar je achterkant gezien, lieverd. Dan zal hij
best nieuwsgierig naar de voorkant zijn geworden."
"Dan is hij sinds gisteren dubbel nieuwsgierig."
We waren het erover eens dat Ans in ieder geval een technisch onderlegd hulpje
had en dat we, daar leek het tenminste op, weer een deelraadseltje hadden
opgelost.
Om een uur of acht begonnen we met het maken van een boodschappenlijstje. Ik
pakte een blocnote en een pen en begon na te denken. "Maken we een gewoon
lijstje of een optimistisch lijstje?" vroeg ik Ankie.
Ze moest ook even nadenken. "O, ik begrijp het. Inclusief Stef of niet?"
"En inclusief nog een paar mensen. Ik ga er vanuit dat de deal morgen, uiterlijk
overmorgen plaatsvindt. Stef is dan donderdagavond thuis. Karel racet hier
donderdag ook heen. Vrijdag en zaterdag zijn we gewoon met ons vieren."
"Nee, want Karel komt me halen en vrijdag en zaterdag zijn jullie met z'n
tweeën."
"Lieve Ankie, als jij het waagt om donderdagavond te vertrekken, hoef je hier
nooit meer terug te komen. Jij zit hier nu al ruim drie weken mee te maken hoe ik
Stef zit te missen. Dank zij jou ben ik die tijd ook nog redelijk goed doorgekomen.
Wil je dan alsjeblieft ook meemaken hoe blij ik ben dat Stef weer bij me is? Mag ik
je alsjeblieft meemaken hoe blij jij bent dat je na het weekend weer gewoon met Karel naar
huis gaat? Mogen Stef en Karel zien dat wij het best een heel klein beetje moeilijk
vinden elkaar niet meer elke dag te zien?"
We zaten tegenover elkaar aan de keukentafel. Ik tekende en schreef wat op
mijn blocnote, draaide het om en liet het aan Ankie zien. Het zag er niet zo netjes uit als
hier, maar wat ik bedoelde leek me duidelijk.
"Zo
zitten we in elkaar met ons vieren. We zijn niet zomaar twee bevriende stellen. We hebben
het daar nog nooit over gehad, maar Karel is voor mij niet alleen maar de man van een vriendin.
Ik ben niet verliefd op hem. Ik krijg geen vlindertjes in mijn buik als ik hem zie. Maar hij is niet
alleen maar de man die nou eenmaal met jou mee hierheen komt. Hij kwam hier niet in de weekends
omdat hij zo nodig aan zijn gerief moest komen. Hij zou hier ook komen als jij hier niet was, om
mij en Stef te helpen. Die keer dat jij in paniek mij belde kreeg je Stef en die riep niet dat
hij zo nodig moest schrijven. Voordat jij of ik daarom kon vragen riep hij dat wij naar jou toe kwamen.
Hij ging boodschappen voor ons doen en voor ons en Karel koken. Alleen maar omdat hij van
mij houdt? Kwam karel hier alleen maar omdat hij van jou houdt? Jij weet heel goed dat Stef
jou een leuke, lieve en ook een lekkere meid vindt. En ik durf rustig te zeggen dat Karel dat
van mij vindt. Wij hoeven alleen niet zo nodig met elkaar naar bed en jij niet met Stef. Die
driehoeken horen bij elkaar. Die haal je niet even gauw uit elkaar."
"Ik wil ook helemaal niet meteen weg, maar ik dacht ... Nou ja, jij en Stef hebben elkaar
een hele tijd niet gezien."
"Dus we springen het bed in en komen daar de eerste paar dagen niet meer uit? Ik weet niet
eens of dat het eerste is wat we willen. Stef zal daar echt wel aan gedacht hebben af en toe
en dat zal hij ook echt wel gemist hebben. Hij heeft een paar weken alleen maar zeer onaardige
mensen gezien. Daar heeft hij niet uitgebreid mee gepraat. Hij wil wel weer eens met heel aardige
mensen praten. In de eerste plaats met wij, dat weet ik ook wel. En direct daarna met jullie.
En daarna zijn er nog een paar mensen waar hij veel om geeft. Die andere mensen wil ik voor zondag
uitnodigen: Anneke en Henk, Ellen en Hermien, Hans en Loes. Na zondag
zijn we weer helemaal aan elkaar gewend, gaan we alles op een rijtje zetten en gaan we weer een
gewoon leven leiden. Reken maar dat we gaan vrijen dat de stukken eraf vliegen. Het laatste eicelletje
dat ik geproduceerd heb heeft geen enkele kans gehad een leuk zaadcelletje te ontmoeten. Dat hebben
ze ons ook nog eens afgepikt."
"Zondag wordt dus een tuinfeest?"
"Als het weer meewerkt."
"Gaan we dan zaterdag de hele dag besteden aan het maken van hapjes?"
"We kijken wel uit. Volgens mij zit er in de stad een goede cateraar. We gaan zo eerst alle gewone
boodschappen doen, vooral veel wijn en bier. Daarna gaan we bij die cateraar zeer exclusieve
hapjes bestellen."
"Denk je dat ze allemaal kunnen zondag?"
"Ik durf er alles onder te verwedden dat ze allemaal een eventuele afspraak meteen afzeggen."
We haalden met de auto de gewone boodschappen bij de supermarkt. Daarna gingen we op de fiets naar
de stad. De cateraar had een ruim aanbod. We zochten alleen koude hapjes uit, inclusief sandwiches
voor de lunch, want we wilden om elf uur beginnen. De cateraar zou alles om twaalf uur komen brengen.
Op het Raadhuisplein namen we koffie met appelgebak.
"O, shit!" zei Ankie plotseling.
"Wat?"
"Thrillerschrijver komt vrij na vier weken gijzeling! We krijgen de hele pers over ons heen. Daar gaan de
feestelijke dagen. Aan alle kanten staan mannetjes met camera's over de heg te loeren."
"Getver! Dat zou best kunnen gebeuren, ja! Wat moeten we daar nou weer aan doen? O, en er komt
nog wat bij. Zaterdag gaat Elise in de verkoop! Is het niet heel erg toevallig dat hij vlak
daarvoor vrij komt? Wat dacht je hiervan? Schrijver laat zich gijzelen om verkoop van nieuwste boek
te stimuleren! Nou ja, daar kunnen we ook nog twee dagen over nadenken."
"Daar laten we Karel over nadenken."
Er lag een briefje van de post in de brievenbus: er was een pakket voor ons uit Amsterdam. Morgen
zouden ze het weer aanbieden. We konden het ook ophalen bij het postagentschap in het andere dorp.
Ik had wel een idee wat het was: de presentexemplaren van Elise. Daar konden we wel tot morgen
op wachten. Dankzij het appelgebak hadden we geen behoefte om direct te lunchen. We gingen eerst
wat slaap inhalen.
Tegen half vier werd ik wakker. Ankie sliep nog. Ik heb een tijdje naar haar liggen kijken. Als alles ging
zoals we dachten, zou ik nog twee ochtenden wakker worden met haar dicht tegen me aan. Ik moest toch aan
die gedachte wennen.
(Ankie zit nu heel oplettend mee te kijken terwijl ik schrijf. Ik zit over elk woord na te denken.)
Het was vanaf de eerste nacht zo vertrouwd. Het ging in Egypte allemaal al zo van vanzelf. Vrijdagochtend
word ik wakker met een ander vertrouwd lijf tegen me aan. Ik weet niet zo goed of ik moet schrijven 'nog
vertrouwder'. Het is 'anders vertrouwd'. Er komen veel meer herinneringen bij los. Ik kan er beter niet over
nadenken. Ik hoef niet alles te analyseren. Ik hoef Stef en Ankie niet uit te leggen wat ik voel als ik hun
lijf tegen me aandruk. Ze mogen allebei van mij genieten en ik van hun. Ik wil er geen meetlatje langs
leggen. Basta!
Ik heb Ankie wakker gezoend. Het was de hele ochtend bewolkt geweest, maar tijdens ons slaapje was het mooi
opgeklaard. We dronken op het terras eerst nog maar thee. We moesten nog twee uur wachten op het telefoontje
dat het begin van de laatste fase zou inluiden. Na twee kopjes thee zei Ankie: "We kunnen gaan hollen,
we kunnen gaan fietsen of we kunnen gaan wandelen, maar hier tegen mekaar aankijken lijkt me niks."
We trokken onze sportkleertjes aan en hebben een uurtje gewandeld. Toen we terug bij het hek waren zei Ankie:
"Zet jij binnen even die monitor aan. Ik kom zo." Ik begreep het niet, maar deed wat ze wilde. Ik zag haar
niet op de monitor. Toen ik naar buiten keek, was ze al halverwege het huis.
"Hoe heb je dat gedaan?" vroeg ik."
"Simpel. Ik ben even teruggelopen, niet richting dorp, maar die andere kant op. Ik ben vlak langs de heg
gekomen en helemaal aan de linkerkant van het hel naar binnen gekomen. Ik ben als het ware onder de camera
door gelopen. Ik was buiten beeld."
"Mooi, maar wat moeten we met die wetenschap?"
"Geen idee. Handig om te weten, al zal het niet meer zo belangrijk zijn, hoop ik."
Om zes uur had ik eerst Ans aan de lijn. "Je krijgt zo meteen Stef. Hij weet precies wat hij zeggen mag. Jij
beperkt je zoveel mogelijk tot ja en nee. Duidelijk?"
"Ja."
"Dag, Annet. Zijn de presentexemplaren van Elise al gearriveerd?"
"Morgen."
"Donderdagavond om vijf over elf sta je op het station met het door jou getekende koopcontract,
een exemplaar van Elise, een ballpoint en zo'n plastic tas van de supermarkt. Het koopcontract plak je
met plastic plakband op Elise, met de plaats waar ik moet tekenen aan de buitenkant. Om tien over
elf stopt er een trein. Ik stap uit. Ik heb een knalrood petje op. Ik ben wat veranderd. Ik heb een baard.
Ik heb een donkere bril op en zo'n stok die blinden gebruiken. Ik heb ook nog een plastic tas met spulletjes.
We zoenen niet. Jij geeft mij het boek, de pen en de plastic tas.
Ik geef jou die bril, mijn plastic tas en die stok. Dat was het. O ja, je komt alleen. Duidelijk?"
"Ja."
"Tot donder ..." De verbinding werd verbroken.
Ankie en ik keken elkaar aan. Ankie zei het eerst wat: "Stef zet handtekening. Doet boek in plastic tas.
Vlak voor de deuren sluiten gooit hij plastic tas in trein. Trein vertrekt. Stef en Netje omhelzen."
"Bij het volgende station stopt de trein. Arrestatieteam omsingelt trein. Drager van plastic tas met
boek wordt gearresteerd. Maar niet heus. Ik weet niet wat Stef verder nog bedacht heeft, maar zo stom
zal Ans niet zijn. Ze zal er altijd rekening mee houden dat ik op het allerlaatste moment toch de
politie heb ingeschakeld. Er kan zelfs politie in die trein zitten. Stef heeft iets bedacht wat zij
een waterdicht plan vindt. Welk lek heeft Stef bedacht?"
"Daar hoeven we niet over na te denken. Dat horen we donderdagavond. Weet je waar jij alleen nog maar
over hoeft na te denken? 'Stef omhelst Netje.' En vice versa. Stef en Netje stappen in de auto. Thuis
worden zij opgewacht door Ankie en Karel die zich maar nauwelijks kunnen losmaken uit hun eigen
omhelzing om het gelukkige stel te verwelkomen. Ik mag voor één keertje Stef ook wel even stevig vastpakken,
hè? Mag jij Karel even. Terwijl die kerels elkaar een ferme handdruk geven, kijken wij elkaar diep in de
ogen en ... Dat zien we dan wel. Is het nog te vroeg om de anderen uit te nodigen voor zondag?"
"Ik vertrouw blind op Stef. Die is hier donderdag. Klaar! Begin jij maar met Karel."
Karel had er ook alle vertrouwen. "Ik ga niets doen wat alles nog in gevaar zou kunnen brengen. Ik
kom dus niet meteen na terugkomst uit Berlijn naar jullie toe. Sorry, Ankie. Ik sta om elf uur 's avonds
op de laatste parkeerplaats op de provinciale weg voor de afslag naar het dorp. Ik ga pas weer rijden
als ik hoor dat Stef en Annet op weg naar huis zijn."
"Heel jammer en heel verstandig", zei Ankie.
"O en nog wat, Annet. Jullie hebben nu een persvoorlichter, ene Karel Verhulst. Die vertelt iedere persmuskiet
en paparazzo, dat de beroemde schrijver en zijn lieftallige echtgenote maandagmiddag, als ze weer
een beetje bijgekomen zijn, uitgebreid de pers te woord zullen staan. Verdere contacten met de pers
zullen er niet zijn. Geen exclusieve interviews, geen optreden in praatprogramma's. Beroemde schrijver
wil zijn volgende boek afmaken. Punt."
Ik vond het helemaal goed en belde Anneke. Het duurde een tijdje tot ze weer tot bedaren kwam. Ik
vroeg of ze bleven slapen.
"Dat zouden we misschien wel willen, maar dat doen we niet. Jullie hoeven aan het ontbijt onze gezichten
niet te zien. Dat komt wel weer een keer. We nemen een hotel in de stad en komen met de bus naar
jullie toe. 's Avonds gaan we wel met een taxi terug."
Ik heb niet aangedrongen. Ik belde Loes, maar ik kreeg Hans. Ik moest snel omschakelen en zei
dat Stef en ik er helemaal uit waren en dat we dat wilden vieren met een feestje met vrienden.
Ze komen.
Ellen was de laatste. Nadat ik het haar verteld had riep ze: "Lange, kom eens hier. We moeten wat
anders afspreken voor zondag." Tegen mij zei ze: "Mijn schoonouders zouden komen, maar die komen
maar een andere keer. Dit feestje willen we voor geen goud missen." Ze vertelde Hermien wat er
aan de hand was. Die nam het gesprek meteen over: "Ik heb net het weerbericht van zes uur gezien.
Het wordt prachtig weer. Kan ik eindelijk dat kleine vrouwtje eens in het zwembad gooien. Ik
wil ook nog wat uitgebreid babbelen met die twee driehoeken."
We hadden geen zin meer in koken. We gingen bij Adrie eten. We gingen aan een tweepersoonstafeltje
zitten. Tegen Lies zei ik dat Stef in het weekend weer thuiskwam. We bleven niet lang na het eten.
Bij het afrekenen vroeg Lies of ze in de loop van de volgende week een keer langs mocht komen
om te zwemmen. Ik vond het prima.
Op een meter of honderd van het hek zei Ankie: "Wat zal die gluurder de pest in hebben. We hebben
kleren aan. Het eerste wat we vrijdagochtend doen is dat kabeltje doorknippen."
Dat deed mij aan iets anders denken. "Ze zien mij donderdagavond vertrekken. Mooi. Dan weten ze
dat jij hier alleen bent. Dat zit me niet lekker."
"Ze hebben wel wat anders te doen dan hier binnen te vallen. Je zet het alarmsysteem aan voor
je weggaat. Wat kan er nog gebeuren?"
"Weet ik niet. Ik denk er nog over."
Donderdag 21 juni, 22.00 uur
(Ankie schrijft, voor de laatste keer.)
We komen net onder de douche vandaan. Daarvoor
hebben we gevreeën. Het kwam niet spontaan op deze keer. Bij het eten zei Annet: "Ik wil nog
één keer met je vrijen voor je weggaat." Het was eigenlijk de voortzetting van een gesprek
van vanmiddag. We zaten weer wat te filosoferen over hoe het zou zijn elkaar niet meer elke dag
te zien. Het was ook veel meer geweest dan elkaar zien. Bijna vier weken hebben we samengeleefd
als een stelletje, al was er op de achtergrond steeds de wetenschap dat het niet lang zou duren
en hoe korter hoe beter. We hadden al afgesproken dat Karel en ik pas maandagochtend vroeg weg
zouden gaan.
We maakten geen afspraak over wanneer we elkaar weer zouden zien. We zouden wel veel mailen.
"Anders heb ik niks meer te schrijven", zei Annet. We hebben ook afgesproken af en toe een lang
weekend met ons tweeën te zijn. Huren we ergens een bungalow. Dat heeft niets te maken met
nostalgisch terugkijken op de afgelopen weken. Het zal steeds weer de bevestiging zijn, zo voelen
we dat tenminste, van onze toch wel beetje bijzondere relatie. We kunnen best een tijdje zonder
elkaar, maar dat moet ook geen maanden duren.
Annet heeft intussen een rokje en T-shirt aangetrokken. Ze staat nu achter me mijn
schouders een beetje te masseren. Dat is helemaal niet nodig, maar wel lekker.
Ik heb haar net uitgezwaaid. Ze zal wel vroeg op dat station zijn, maar dat is beter dan een
minuut te laat. Ze heeft het knopje aangewezen dat ik om moest zetten als ik weer binnen was.
Ik schrijf nog maar wat door, vooral om de tijd te doden tot ze bellen dat ze op weg zijn.
De afgelopen twee dagen waren moeilijk door te komen. Alles was 'geregeld'. We konden niets
meer doen. We zijn alleen de deur uitgegaan om 's morgens te hollen. We wilden niet lang weg
gaan omdat we er rekening mee wilden houden dat er op het laatste moment toch weer iets zou
veranderen in de plannen van Ans.
We hebben ons ook zitten afvragen waar de politie mee bezig was. We hebben Verstappen steeds
op de hoogte gehouden van de laatste ontwikkelingen door het toesturen van ieder nieuw stuk van
dit 'dagboek'. Heeft Stef rekening gehouden met een mogelijke actie van de politie? We weten
niet eens of hij een krant heeft gelezen of de tv heeft gezien. Ans heeft in ieder geval
bereikt dat zij zijn eerste fan is die Elise kan lezen en nog gratis ook. Maar daar zal het
haar wel niet allemaal om begonnen zijn.
Ik heb intussen hun bed verschoond. Op het ladekastje lag het slipje dat ze vergeten had aan te
trekken. Ik heb nog een tijdje alleen maar naar het scherm zitten staren. Ik zag Annet op dat perron
nerveus heen en weer drentelen. Ik wou dat ik bij haar was.
Ik ga nu naar beneden voor het spannendste halfuurtje van mijn leven. Wachten op een telefoontje
van Netje. Wachten op het bellen naar Karel dat hij naar me toe mag komen. Wachten tot ik
ook Stef stevig kan vasthouden en zeker weet dat hij terug is. Wachten tot ik met mijn hele lijf
kon voelen dat Annet weer gelukkig was.
Zondag 24 juni, 6.15 uur
Net na vijven was ik wakker, klaarwakker. Ik wilde opstaan en ik wilde niet opstaan. Ik wilde
opstaan en alles, in ieder geval zoveel mogelijk, opschrijven van wat er gebeurd was nadat ik
in de auto gestapt was om naar het station te rijden. Ik wilde niet opstaan omdat ik dan die hand
niet meer op mijn rechter borst zou voelen. Ik lag nog zoals ik in slaap was gevallen, op mijn
rug. Ik draaide mijn gezicht naar hem toe. Die baard zou er wat mij betreft nooit meer af gaan.
Ik bleef nog liggen. Ik kon toch niet bij mijn laptop, zolang Ankie en Karel nog sliepen. Zeker
nog een half uur lag ik te genieten van een bewegingloze hand en van allerlei gevoelen en beelden
die door me heen stroomden. Tot ik de deur van mijn werkkamer hoorde opengaan en seconden later de
deur van het toilet. Ik kon het niet meer laten. Heel voorzichtig tilde ik zijn hand op en gleed
uit bed.
"Geef me even m'n laptop", fluisterde ik tegen Ankie toen ze van het toilet kwam.
"Ben je nou gek, tut? Jij gaat zo weer direct naar bed en gaat heel lief voor hem zijn."
"Alsjeblieft?"
Ze haalde haar schouders op, gaf me een zoen en ging de kamer in. Met de laptop kwam ze naar
buiten, deed de deur achter zich dicht en liep naar de trap. Ik liep achter haar aan. Ze ging
thee zetten.
"We zijn gisteravond heel lief voor mekaar geweest", zei ik. "Ik heb Stef voor het eerst echt
zien huilen. Niet dat hij altijd een flinke vent wil zijn, hoor. Zolang we elkaar kennen was
er nog nooit een goede reden om te huilen."
"En jij was er om hem over zijn bolletje te aaien en verder heel lief voor hem te zijn."
"Nee, zo ging het niet. Hij moest pas huilen toen we heel lief gedaan hadden. Nou, toen moest
ik nog veel liever zijn. Was helemaal niet moeilijk."
"Zo te zien zit je nog na te genieten. Hier", ze deed de laptop open en zette hem aan, "ga
maar schrijven. Mag ik meelezen?"
"Je moet meelezen. En af en toe meeschrijven."
Ik hield me angstvallig aan de maximumsnelheid toen ik naar het station reed om niet aan- en
opgehouden te worden. Ik was er toch
nog twintig minuten te vroeg. Er was niemand anders. Ik ging op een bank zitten. Ik zat te trillen
en stond al gauw weer op. Ik liep heen en weer van het ene uiteinde van het perron naar het andere. Ik
was er bijna zeker van dat ik van een afstandje in de gaten gehouden werd, maar ik bleef recht
voor me uitkijken. Toen ik in de verte de trein zag aankomen liep ik naar het midden van het perron
en haalde boek en pen uit de tas.
Ik stond bijna op de goede plek. Voor de trein helemaal stilstond, stond ik bij de deur waarachter
Stef stond. Hij stap te uit, liet de blindenstok en de plastic tas vallen en gooide die bril op de
grond. Ik gaf hem het boek en de pen. Hij zette zijn handtekening en deed het boek in de plastic
tas. Vlak voor de deuren dichtgingen, gooide hij de tas naar binnen. Hij draaide zich om.
Heel even stonden we alleen maar naar elkaar te kijken. Daarna hielden we elkaar heel stevig vast.
We zoenden niet. Ik voelde zijn baard tegen mijn wang. Het eerste wat hij zei was: "We moeten hier
nog vijftien minuten blijven staan." Ik had er desnoods de hele nacht willen staan. Na een paar minuten
maakte hij zich los. Hij hield alleen nog mijn schouders vast. "Hi Netje", zei hij.
Ik kon geen woord uitbrengen. Ik pakte zijn hoofd en trok het naar me toe. Het werd een heel lange
zoen. Ik zei pas wat toen ik Ankie belde.
(Toch Ankie nog een keer.)
Vanaf vijf over elf zat ik me voor te stellen wat er op dat station gebeurde. Hoe lang zouden ze
staan zoenen en van alles tegen elkaar zeggen? Had Stef wel in die trein gezeten? Na vijf minuten begon
ik al ongerust te worden. Bijna hardop zei ik: "Bel nou, Netje, bel nou." Het duurde nog tien minuten
voor de telefoon ging.
"Is hij er?"
"Bel Karel maar."
Meer hoefden we niet te zeggen en met Karel was ook gauw uitgepraat: "Kom maar." Tien minuten later
werd er aangebeld. Op de monitor zag ik het gezicht dat ik bijna twee weken had moeten missen. "Kom
zo snel mogelijk binnen", zei ik.
"Zet je het alarmsysteem eerst even af?" Die gek blijft onder alle omstandigheden nuchter nadenken.
Hij kwam niet binnen, tenminste niet verder dan tot voor de garage. Ik ging niet binnen op hem
en dan op Annet en Stef wachten. Nadat Karel uitgestapt was stonden
we net zo lang te zoenen tot we op een afstandje een claxon hoorden.
(Annet weer.)
We gooiden de spullen die Stef bij zich had, ook het petje, op de achterbank. Ik ging achter het
stuur zitten. Ik moest mijn uiterste best doen om niet steeds naar rechts te kijken en me op de
weg te concentreren. Stef, zag ik uit een ooghoek, keek de hele rit alleen maar naar mij. Omdat
ik van alles wilde zeggen kwam er helemaal niks. Stef was er duidelijk ook nog niet aan toe om
te praten. Het was voorlopig helemaal genoeg dat we dicht bij elkaar waren.
Bij het begin van het bos drukte ik één keer op de claxon. Ik had niet zo'n snel resultaat
verwacht: een paar seconden later stond Ankie midden op de weg op en neer te hupsen. Karel stak
zijn hand op.
Ankie en ik omhelsden eerst elkaars mannen. Daarna omhelsde we elkaar nog maar eens goed. Dat
deden de mannen deze keer ook. Ankie zei, terwijl ze mijn T-shirt over mijn hoofd trok: "Stef wil
na vier weken eerst jou zien, hoor, niet mij." Ze maakte ook behulpzaam het knoopje van mijn rokje
los. "En de volgende keer niet van alles vergeten. Laat je nou nog eens goed omhelzen. Jongens,
sta daar niet zo. Iedereen is weer thuis en we zijn onder elkaar." In de verte hoorden we de
telefoon gaan, maar daar trokken we ons niets van aan.
Toen we uitgeknuffeld en uitgezoend waren, pakte Ankie mijn hand. "Dit wil ik toch even doen",
zei ze. Ze trok me mee tot we recht voor de camera stonden. Ze stak haar hand op met een uitgestoken
middelvinger. Ik volgde haar voorbeeld.
"Waar was dat voor?" vroeg Stef.
"Dat vertellen we nog wel", zei Karel. "Als jullie die kleren uit de weg halen, zal ik jullie auto
even binnen zetten.
We gingen in de eetkamer om de tafel zitten. Karel zorgde voor wijn. We keken naar Stef. "Ben
je hier al die tijd geweest?" vroeg hij Ankie. Ze knikte.
"Daar hoopte ik op", zei Stef, "maar ik was ook bang dat dat allemaal niet zou lukken met je
werk en zo." Hij keek even voor zich uit. "Hoef ik niet meteen alles te vertellen? Jullie gaan
toch niet meteen morgen weg?"
"Dat heb ik verboden", zei ik. "Ze gaan pas maandagochtend weg. Tot dan doen we geen stap buiten
het hek. Je kan het allemaal bij stukjes en beetjes vertellen. Wij ook. Voor zondag hebben we
een paar vrienden uitgenodigd, als je dat tenminste ook goed vindt."
"Als dat Anneke, Henk, Loes, Hans, Ellen en Hermien zijn, vind ik dat leuk. Weet je wat ik nu
wil?"
"Jij wilt weer eens met je lief gaan slapen", zei Ankie. "Drink je glas maar leeg. Zal ik even
kijken wie er net belde?" Ze stond al op en liep naar de andere kamer. Met de telefoon in de hand
kwam ze terug. "Voicemail van Verstappen. We mogen de hele nacht terugbellen. Zal ik?"
Ik vond het best. "Politie", zei ik tegen Stef. "Hoor je ook nog wel."
Ankie zei niet veel. "Die is weer thuis, goddank. ... Doen we." Tegen ons: "Hij wou zeker weten
dat Stef thuis was. We kunnen hem morgen weer bellen."
Stef en ik gingen naar boven. We sloegen het tandjes poetsen voor een keer over en gingen meteen
naar bed. Stef wilde wat zeggen, maar ik legde een vinger op zijn lippen. "Je mag nog vier woorden
zeggen en dan ga je slapen. Je bent weer bij mij. Ik houd van je."
"Ik houd van je."
Ik deed het licht uit en ging heel dicht tegen hem aan liggen. Ik ben als een blok in slaap
gevallen.
Ik had mijn ogen nog maar net open of ik kreeg een zoen. Stef keek een beetje ernstig. "Ankie
en Karel zijn al op. Ik heb een tijdje naar je liggen kijken. Daar dacht ik elke ochtend aan.
Hoe dat weer zou zijn: wakker worden en jou zien. Nou, daar word ik heel blij van."
"Waarom kijk je dan zo serieus, lief?"
"Omdat jij misschien verwacht dat we nu eerst eens uitgebreid gaan vrijen."
"Dat wil ik ook, maar dat hoeft niet het beginpunt te zijn. Laat dat maar het eindpunt zijn.
Jij moet er eerst nog een hoop frustratie, woede, van alles uitgooien. Ik heb dat tussendoor
kunnen doen bij mijn andere lief. Geef die straks nog maar wat extra zoenen. Zij heeft me
erdoor heen gesleept. Je zou moeten beginnen met mijn dagboek te lezen. Ankie heeft de laatste
tijd ook stukken geschreven. Het is bij tot gisteravond, een uur of zo voor het moment dat jij weer
thuiskomt. We zijn twee volle dagen met ons vieren. Zo hoort het nog een paar dagen te zijn.
Zullen we gaan ontbijten?"
Ankie en Karel hadden het ontbijt al helemaal klaargezet op het terras. Ankie kreeg van Stef de
extra zoenen die ze verdiend had. Karel had er ook wel een paar verdiend, vond ik. Die nam ik
voor mijn rekening. Ankie had een goed idee: "Wij gaan eerst hollen alsof het een doodnormale dag
is. Karel gaat het kabeltje doorknippen en Stef gaat lezen hoe wij die weken zijn doorgekomen.
Daarna zien we wel verder."
Voor alle zekerheid staken we bij het hek nog een keer onze vingers omhoog voor de camera. Bij ons
tweede rondje zat Karel een meter of twintig van het hek bij de heg te graven. Na ons laatste
rondje lagen binnen het hek een kastje en een rol draad. Die konden bij het groot vuil.
Bij het ontbijt zat Stef nadenkend te kijken. We lieten hem rustig nadenken. Daar hadden we
ook de tijd voor, want de telefoon ging. Ik ging naar binnen om hem op te pakken. Het was de
regionale radio. "Momentje", zei ik. Buiten gaf ik de telefoon aan Karel. "Ze willen graag met
onze persvoorlichter spreken."
Karel draaide zijn riedel af. "Zo meteen komt de rest", zei hij toen hij klaar was.
"Ook de landelijke radio en de landelijke
tv. Het lijkt me niet zo leuk voor jullie ouders het langs die weg te horen."
Daar had ik al die tijd geen moment bij stilgestaan. "Wat moeten we zeggen?" vroeg ik Stef.
"Ze willen natuurlijk meteen hierheen komen. Maar ik kan niet alles meteen uitleggen." Ik wees
op Ankie en Karel.
Karel had ook wel een oplossing. "Ze zullen ook wel begrijpen dat jullie eerst een paar dagen
met z'n tweeën willen zijn. Vraag of ze maandag komen. Vindt de pers ook leuk. Kunnen ze de
ouders vragen wat er door hun heen ging en zo."
Stef ging zijn mobieltje pakken. Ik nam de telefoon van Karel over. Zoals altijd nam mijn moeder
op. Na de gebruikelijke openingszinnen zei ik: "Mam, vandaag komt Stef in het nieuws. Niet
vanwege zijn nieuwe boek, maar omdat hij weer thuis is." Daarna had ik heel wat uit te leggen, vooral
toen ze zei: "Als je nou meteen gebeld had, had je niet al die tijd alleen gezeten."
Ik wist niet meteen wat ik zeggen moest. "Wacht even, mam." Ik keek een beetje hulpeloos naar
Ankie, maar die wist niet wat mijn moeder gezegd had. Ik wist al gauw wat ik zeggen wilde,
zeggen moest. "Ik was niet alleen, mam. Ankie was hier al die tijd. Dat is mijn vriendin, maar
niet zomaar een vriendin. Ik houd van Ankie. Als jullie nou maandag komen leg ik dat ook wel uit."
Ze wilde nog veel meer over Ankie weten, maar ik zei dat ik nog meer mensen moest bellen. Ze
komen maandag.
Stef was sneller klaar met zijn ouders. Die komen maandag ook. Dat ik meer mensen moest bellen
was niet helemaal een leugentje. Ik belde Verstappen. Hij feliciteerde me nog maar een keer, maar
ik wilde uiteraard weten wat de politie inmiddels had uitgevonden en gedaan. Dat was niet heel
erg veel. Ze hadden inderdaad de trein waarin Stef gezeten had bij het volgende station
tegengehouden. Er zaten maar een paar mensen in dat boemeltje, maar niemand had het boek van
Stef bij zich en dat was ook nergens te vinden. Alle passagiers hadden een goede verklaring
om in die trein te zitten. In de loop van de dag zouden ze een mannetje naar die trainer
sturen om daar eens mee te praten. Hij wilde ook een rechercheur langs sturen
om met Stef te praten. Ik zei dat ik hem daarover nog terug zou bellen. Ik gooide het meteen
in de groep.
Stef was duidelijk: "Die paar dagen met ons vieren en dat tuinfeestje zondag ga ik niet verpesten
door urenlang met een rechercheur te gaan praten. Zeg die man maar dat ik nog vreselijk overstuur
ben en nog een paar dagen nodig heb om alles goed op een rijtje te zetten. Dat laatste klopt
trouwens. Zeg maar dat er maandagochtend iemand mag komen." We waren het helemaal met hem eens.
Ik wilde meteen Verstappen bellen, maar Karel hield me tegen.
"Wat dachten jullie hier van? Ans is al jaren fan van die club, gaat naar alle wedstrijden. Ze
wordt net als jullie een keer uitgenodigd om bij de hotemetoten te zitten. Bij een borreltje
na de wedstrijd ontmoet ze trainer. Er bloeit iets moois op. Trainer was toch gescheiden? Er
bloeit ook iets lelijks op en dat heeft met dit huis te maken. Ans verdwijnt. Waar heeft
ze al die tijd gezeten? Misschien wel in het huis van die trainer in Utrecht. Het kan best
allemaal onzin zijn, maar ze kunnen het in ieder geval nagaan, toch?"
Ik gaf het allemaal door aan Verstappen en belde meteen Hans. Die was ik nog een verklaring
schuldig, vond ik. Ik kreeg hem zelf aan de lijn. Ik begon met te zeggen dat ik niet helemaal
eerlijk tegen hem geweest was en vertelde hem daarna alles.
Hans begreep wel dat we hem beduveld hadden. Hij besloot met: "Ik word wel steeds nieuwsgieriger
naar die Ankie. Die is er zondag ook nog?"
"Wat dacht je? Vraag maar aan Loes. Die weet er intussen alles van. Tot zondag."
Daarna kwamen de telefoontjes op gang die onze persvoorlichter mocht afhandelen. Het betekende
wel dat Stef er nog nauwelijks toe kwam zijn verhaal te vertellen. Omdat we daar toch wel
nieuwsgierig naar waren luisterden we af en toe naar de radio om te horen wanneer het in het
nieuws kwam en wat er gezegd zou worden. Om elf uur kwam het eerste bericht. De bekende
thrillerschrijver was, 'naar zojuist bekend geworden is', na vier weken gijzeling vrijgekomen.
De politie had enkele aanwijzingen omtrent de gijzelnemers, maar kon daar in het belang van
onderzoek nog niets over zeggen. De schrijver was weer thuis bij zijn echtgenote. 'Een vriend
van de schrijver' wilde niets anders meedelen dan dat de schrijver in goede conditie was, maar
nog niet in staat de pers te woord te staan. Dat zou pas na het weekend kunnen.
Bij de lunch kon Stef aan zijn verhaal beginnen. Aan het eind van de middag waarop ik met Ankie
en Anneke in Amsterdam was, was hij naar Adrie gegaan om een pilsje te drinken, lopend. Op de
terugweg, halverwege het dorp en het bos, kwam hem een auto achterop. Hij draaide zich om. De
auto, een Land Rover, was al vlak bij hem. Er sprongen twee potige kerels uit met bivakmutsen
op. Voor hij het wist lag hij geblinddoekt en met vastgebonden enkels en polsen op de achterbank.
Ongeveer een half uur later werd hij een huis binnen gebracht. De blinddoek ging af. Er was nog
één man met bivakmuts. Hij bevond zich in een kamer zonder ramen. Er stond een bed met een slaapzak,
een tafel en een stoel. De man zei dat hij de touwen wel los wilde maken, maar Stef moest wel
bedenken, dat zijn lieve vrouwtje ook voortdurend in de gaten gehouden werd. Eén verkeerde beweging
zou vervelende gevolgen kunnen hebben voor dat lieve vrouwtje. Ze zou misschien nog wel lief
zijn, maar een stuk minder fraai. Stef zei dat hij niets verkeerds zou bewegen. De man liet hem
een korte gang zien. Er was een deur naar een douche/toilet. Aan het eind was weer een deur. Hij
was redelijk goed behandeld en kreeg voldoende te eten, al bestond het warme eten uit maaltijden
van de supermarkt die in de magnetron opgewarmd waren. Hij kreeg elke dag een krant. Na twee dagen
had hij om een schrijfblok en pen gevraagd en het gekregen. Wat Ans daarover gezegd had was
dus flauwekul, vooral bedoeld om mij te pesten. Het was hem ook nooit afgepakt. Het zat in de plastic tas die nog in de auto lag.
Eigenlijk was Margreet vrijwel af. Tijdens het overtypen zou hij nog wat redigeren. In de tas
zaten ook nog wat slips en T-shirts die ze voor hem aangeschaft hadden. De eerste telefoongesprekken
waren bij een publieke telefoon geweest. Hij had toen al die donkere bril op gehad, waar niets
door te zien viel, want die man kon moeilijk met een bivakmuts op staan bellen. Stef had ze
zelf het idee aan de hand gedaan om met zijn mobieltje te bellen, maar steeds van een andere
plek. Dan hoefden ze hem alleen maar te blinddoeken. Na een week verscheen Ans. Stef was net zo
verbaasd als wij. Hij had haar wel gevraagd wat haar bedoeling was, maar dat ging hem niets aan.
Het verhaal van Stef werd regelmatig onderbroken door de telefoon. Karel nam steeds op. De
meeste keren handelde hij het ook af. Een enkele keer vroeg hij of wij de betrokkene wilden spreken.
Het waren meestal mensen die we bij Adrie wel eens ontmoeten. Die hoefden we niet te spreken.
Lies wilde ik wel spreken en ze was heel aardig en meelevend. "Het is hier nu al drukker dan normaal",
zei ze. "Er is al een tv-ploeg geweest om hier met klanten over Stef te praten.
Vanavond zit het hele dorp hier om over jullie te kletsen. Ik moest van Adrie zeggen dat als jullie
zin hebben om te komen, al jullie drankjes van het huis zouden zijn. Maar jullie willen vast alleen
zijn. Zie maar."
De tweede was Ad, Stefs uitgever. Die nam Stef zelf. "Je hebt het belangrijkste al gehoord, Ad.
Ik ben weer gewoon thuis. Mijn volgende boek is vrijwel af. Ik heb bijna vier weken niet veel anders
gedaan dan schrijven. ... Als je dat leuk vindt. ... Denk je niet dat er voldoende gratis
publiciteit is? Dat hoef je er niet nog een keer dik bovenop te leggen. Je weet hoe ik daarover
denk. De sensatie waarom mensen mijn boeken kopen, moet in het boek zitten, niet in toevallige omstandigheden,
... Ik ben niet interessant, behalve voor een paar mensen. De omstandigheden zijn interessant, voor
sommige mensen dan. ... OK, bedankt. Je krijgt de tekst over een week of twee." Hij legde de telefoon
met een diepe zucht neer. "Wat ik ervan vond als hij morgenochtend geïnterviewd werd voor de radio.
Kon hij meteen nog wat reclame maken en zeggen dat mijn nieuwste boek net in de winkel lag. Jullie hebben
gehoord wat ik ervan vond. Hij ziet er toch maar vanaf. Waarom moet hij nou zoiets lulligs aangrijpen
om nog meer aan mij verdienen dan hij toch al doet? O, nu we het toch over Margreet hebben. Vanochtend
na het lezen van jullie verhaal heb ik iets bedacht. Het is niet 'Voor Margreet' Netje. Het is 'Voor
Ankie'. Mag wel, hè?"
Ik was net zo overdonderd als Ankie. Hij had geen mooiere manier kunnen bedenken om Ankie te bedanken
voor alles wat ze voor mij gedaan had. Ook Karel keek heel verheugd. "Dat is heel aardig van je,
zwager", zei hij. Stef begreep het niet helemaal.
"Heb jij niet een keer gezegd dat je Ankie een soort schoonzusje is? Nou dan ben ik je zwager. Ik
adopteer Annet als schoonzus. Je mag die jongen wel een zoen geven, Ankie. Het is een hele eer voor
een meisje als er een boek aan haar opgedragen wordt. Je maîtresse vindt het ook leuk." Stef zat even
tussen twee aangename vuren. Karel ging voor drank zorgen.
Bij het eten zei Stef: "Het lijkt me eigenlijk wel leuk om vanavond even naar Adrie te gaan. Ik wil
mijn verhaal wel even laten rusten. We hebben morgen nog een hele dag. Dan heb ik de confrontatie met
het dorp maar vast gehad."
"En als er dan nog pers zit?" vroeg Ankie.
Daar wist Karel wat op. "Ik ga gewoon een kwartiertje eerder. Niemand kent me daar. Als er pers is,
bel ik dat jullie beter niet kunnen komen." We vonden het een goed plan.
Karel ging om kwart over negen weg. "Wat voor feestkleding trekken we aan?" vroeg ik Ankie.
"Karel heeft me nog niet in dat nieuwe rokje gezien. Ik ga hem verrassen. We gaan allebei op sexy.
Maar vergeet deze keer je slipje niet."
Wij en Stef waren in een paar minuten aangekleed. Tegen half
tien belde Karel. Ik nam de telefoon op. "Ik sta hier bij Adrie. Hij wil van jou horen dat ik niet
van de pers ben, dan hoeft hij mij er niet uit te gooien. Hier is hij."
"Adrie."
"Dag Adrie. Karel is niet van de pers. Hij is de man van Ankie. We komen zo. Nog niks zeggen daar.
We hoeven geen welkomstcomité bij de deur."
We waren er tegen tien uur. Ankie ging als eerste naar binnen, Stef als laatste. Het duurde even -
want de baard van Stef was voor iedereen nieuw - voor het gejuich losbarstte. Adrie moest met de
nodige stemverheffing vragen of de mensen ons door wilden laten. Toen we eindelijk bij de bar
waren verraste Lies me compleet. Ze kwam achter de bar vandaan en gaf Stef een paar stevige zoenen.
Vervolgens waren Ankie en ik aan de beurt. Ik kreeg ook nog zoenen van Adrie. Intussen stond Karel
waarderend de nieuwe outfit van Ankie te bekijken. Stef vroeg om een stoel om op te kunnen staan.
Het werd muisstil. "Mensen, zoals jullie zien, heb ik er niet meer aan overgehouden dan een baard.
Annet is er ook goed doorheen gekomen. Dat meisje naast Annet is Ankie, een heel goede vriendin,
die al die tijd bij Annet is gebleven en haar er bovenop gehouden heeft. Die andere man met baard
is Karel, de man van Ankie. Hij heeft Annet en Ankie ook geholpen. En mij dus. Luister. Ik ga
vanavond niet honderd keer vertellen wat er allemaal gebeurd is. Maandagmiddag praten we uitgebreid
met de pers. Kijk dus maar naar de tv of luister naar de radio. Ik zal één ding zeggen. De
bedoeling was onder andere dat Annet en ik uit ons huis zouden vertrekken. Ik zal jullie dit zeggen:
dit dorp en deze kroeg zijn nog in geen jaren van ons af." Enthousiast gejuich volgde.
We kregen wat ruimte bij de bar en Adrie schonk onze drankjes in. Natuurlijk wilden toch allerlei
mensen weten wat er precies gebeurd was, maar we wimpelden alles zo vriendelijk mogelijk af en
beperkten ons tot veel handjes schudden. We hebben Adrie niet op te hoge kosten gejaagd, want na
twee drankjes en een klein uurtje vonden we dat we weer konden vertrekken. Aan Stef kon
ik zien dat hij toch wel moe was. Hij had die middag alles vrij rustig verteld, maar ik kon de
daarbij onderdrukte emoties bijna voelen. Die zouden er wel een keer uitkomen.
Op de terugweg stond Stef ineens stil. "Hier begon het, verdomme."
Thuis gingen we aan de eettafel zitten. Het was een soort automatisme. Ik weet niet goed wat
we erbij voelden.
(Ankie neemt over.)
Ik weet wat Annet bedoelde en wat ze niet in woorden kon omvatten. Ik weet het ook
niet precies. Ik heb de laatste tekening van Annet 'op de tafel gelegd' om het, ook voor mezelf,
wat duidelijker
te maken. Vier mensen, ieder aan een kant van een tafel. Een buitenstaander zou denken dat
we afstand van elkaar wilden houden, maar zonder wat te zeggen en zonder elkaar zelfs maar aan
te raken zaten we daar op verschillende manieren van elkaar te houden.
(Annet weer.)
Beter of anders weet ik het ook niet te zeggen. We hebben nog wat gedronken en zijn naar bed
gegaan. Stef was helemaal in zichzelf gekeerd. Hij gaf me een zoen en deed zijn ogen dicht. Ik
ben wakker gebleven tot ik zeker wist dat hij sliep.
Zaterdag was een moeilijke dag. De eerste euforie van het thuiskomen van Stef was weggezakt. Ik
werd wakker doordat hij onder mijn arm uit gleed. Ik ging hem achterna naar beneden. "Ga maar vast buiten
zitten", zei ik. "Ik maak wel thee." Ik bleef in de keuken tot de thee klaar was. Ik wist niet
goed wat ik moest doen of zeggen. Ik zou zelf ook niet willen dat mensen tegen me gingen roepen:
"Vertel het nou maar. Gooi het er maar uit." Ik ging met twee kopjes thee naar buiten. Ik gaf
Stef en zoen. "Laat je die baard staan?"
"Weet ik nog niet. Ik ... Het komt er wel uit, Netje. Ik moet er weer aan wennen dat er weer mensen
om me heen zijn die lief en aardig tegen me zijn en gewoon met me praten. Ik heb vier weken mijn
best gedaan om helemaal geen emoties te tonen. Dat mens mocht niet zien hoe blij ik was toen ik
begreep dat Ankie bij je was. En ze mocht niet zien hoe woest ik was over de manier waarop ze over
jou en Ankie praatte. Kan je je voorstellen dat ik blij was dat jij in ieder geval niet in alleen
naar bed hoefde? Ik wist het niet zeker, maar ik heb mezelf maar wijsgemaakt dat Ankie al die tijd
bij je was. Dat klopte gelukkig ook nog. Ik vertel straks wel verder, als Ankie en Karel er ook
zijn."
Die kwamen een half uurtje later naar beneden. "Zullen we het hollen maar overslaan vandaag?"
vroeg Ankie.
Dat leek Karel wel beter. "Je moet er rekening mee houden dat er altijd idioten zijn die alles
van dichtbij willen bekijken, van die ramptoeristen, weet je wel? Ik ga zo af en toe wel even op
de weg kijken en eventueel aanwezige nieuwsgierigen verzoeken op te donderen."
Na het ontbijt begon Stef te praten. De man met de bivakmuts zag hij drie keer per dag als die
hem eten kwam brengen en een thermosfles met koffie. Hij zei nooit wat. Ans zag hij op de dagen
dat ze met mij belde. Als ze wat zei was het voornamelijk bedoeld om te jennen. Ze had hem
uitgebreid verteld over ons bezoek aan de voetbalwedstrijd. "Je mag dat vrouwtje van jou wel eens
wat beter in de gaten houden", had ze gezegd. "Ze gaf niet de indruk dat ze haar man echt miste.
Weet je eigenlijk hoe dat met dat vriendinnetje zit? Ze liepen mekaar een beetje af te lebberen en
konden hun handjes niet van elkaar afhouden. Lekker stel, hoor." Stef moest er bijna bij lachen
toen hij dat vertelde. "Ze had helemaal niet door dat ze me precies vertelde wat ik graag horen
wilde: dat Ankie er nog steeds was."
Karel was er vooral benieuwd naar waar het boek met het koopcontract gebleven waren. "Ik heb
geen moment geprobeerd iets te bedenken waarmee ik ze kon bedonderen", zei Stef. "Ze moesten er
helemaal zeker van zijn dat ze dat contract in handen kregen. Alleen dan kon ik er zeker van zijn
dat ik weer bij Netje zou komen en dat zij ook veilig zou zijn. Het huis kon me niks schelen. Die
trein is de voorlaatste trein uit de stad. Ik ging ervan uit dat mensen van buiten de stad die
een avondje gingen stappen de laatste trein zouden nemen, die zou voller zijn dan de voorlaatste.
Dat klopte. Dat hebben ze woensdagavond nog gecontroleerd. Zoveel mensen gaan er toch al niet
met die trein. Ans heeft die vent en mij bij het station afgezet. Ik liep met die bril en die stok
en hij liep er als een soort begeleider bij. We stapten op het laatste moment in. Hij liet
me zitten op zo'n klapstoeltje in dat halletje en ging meteen op het toilet zitten. Ons station
is het eerste na de stad. Ik gooide het boek naar binnen. Het moet zo gegaan zijn als ik bedacht
had, anders zat ik hier niet. Hij heeft dat boek gepakt en het toilet weer op slot gedaan. Twee
minuten na vertrek, dat hebben ze ook nog gecontroleerd, gaat de trein over een viaduct. Op dat
punt heeft hij het boek door het toilet geduwd. Dat was woensdagavond al uitgeprobeerd met een
ander boek. Ans was daar om het op te pikken. Daarom moesten we nog vijftien minuten op dat station
blijven staan. Ze moest controleren of alles klopte. Ik ben er helemaal van uitgegaan dat er
geen politie was. Ze hebben kennelijk geen agenten met die trein mee laten gaan en gedacht
dat ze die man rustig bij het volgende station konden oppakken."
"Wat zou er gebeurd zijn al er toch iets mis gegaan was in de trein?" vroeg ik. "Toekijkende
mensen en zo."
"Dan had jij me eventjes gezien en een telefoontje gehad dat er een andere manier gezocht moest worden."
"Dan waren jij en de die man bij het volgende station wel opgepikt door de politie", zei Ankie.
"Ja en dan hadden wij ons nu met ons drieën zitten afvragen waar Netje zou zitten. Daar wil
ik nu even niet aan denken. Ik ga wat zwemmen."
We lieten hem alleen gaan. Ik moest me wel inhouden, maar ik bedacht dat ik zelf ook af en toe
in mijn eentje ging hollen. "We zijn gewoon verwend", zei ik tegen Ankie en Karel. "We hebben
nog nooit iets ergs meegemaakt. We moeten nog leren daarmee om te gaan. Ik had het geluk dat ik
meteen kon afreageren."
We wisten nu hoe het Stef vergaan was, de simpele feiten. In de loop van de dag kwam er ook uit dat
hij niet aan één stuk had zitten schrijven. Hij was niet elke avond meteen in slaap gevallen. Hij
was vaak midden in de nacht wakker geworden. Dan miste hij me vreselijk en was hij hevig bezorgd.
Ik hield me nog steeds in en riep niet dat ik dat wel wist. Ik dacht: laat je nou gaan, lief! Houd
je niet meer in.
Om half elf was ik één brok spanning. "Gaan jullie maar naar bed", zei Ankie. "Karel en ik ruimen
wel op."
Ik ging als eerste naar boven en ging op mijn rug op bed liggen. Ik hoorde Stef de trap opkomen. In
de deuropening bleef hij staan leunen tegen de deurpost en keek naar me. Hij trok de deur achter
zich dicht. Zijn ogen gingen van mijn tenen naar mijn kruin.
"Je bent zo mooi", zei hij. Hij kwam bij me liggen en we hoefden niets meer te zeggen.
(Ankie voor het allerlaatst.)
Ik heb de laatste traantjes uit haar ogen geveegd en haar gezoend. Ik ga wat we net geschreven hebben
een paar keer printen. Dan gaan we bij onze mannen in de zon
zitten. Over zo'n drie kwartier komen de anderen feestvieren.
Maandag 25 juni, 9.30 uur
Over de zondag hoef ik niet zo veel te schrijven. Ik hoef daarover niets van me af te schrijven.
Stef was weer helemaal terug. Om kwart voor elf werd er aangebeld. Op de monitor in de hal zag ik
dat het Ellen en Hermien waren. "kom d'r in", riep ik en drukte op het knopje.
"Wat heb je aan?" vroeg Hermien.
"Stukken minder dan jullie."
"Dat vermoedde ik al." Tegen Ellen zei ze: "Zo kunnen we ons binnen niet vertonen, kleine. Dat
past niet in hun undresscode."
We liepen ze tegemoet. Er werd heel wat afgezoend. Karel was nog nieuw voor ze. Hermien bekeek
hem keurend en zei tegen Ankie: "Goedgekeurd door het Lesbisch Front." Een paar minuten later
verschenen Anneke en Henk wandelend om de hoek van de weg. Ze werden nog voorbij gefietst door Hans en Loes.
Na nog meer zoenen en kennismaken zaten we om kwart over elf of zo met koffie in het gras.
"Jongens en meisjes", zei ik. "Stef hoeft van mij niet alles meer te vertellen. Vanochtend hebben
Ankie en ik alles opgeschreven wat jullie willen weten. Ankie heeft het een paar keer geprint.
De printjes liggen op de tafel in de eetkamer. Jullie mogen ze lezen wanneer je wilt.
Als jullie nog aanvullende vraagjes hebben mag dat. OK?"
Vooral Stef vond het een heel goed idee. Hermien stond meteen op en zei: "Ik neem ze allemaal wel
mee."
We hoefden een tijdje niets te zeggen. Ze zaten twee aan twee te lezen. Af en toe keken ze naar ons.
Om twaalf uur belde de cateraar aan. Ik joeg ze allemaal het zwembad in en trok zelf een ochtendjas
aan. De cateraar bracht alles netjes in de keuken en wenste ons een plezierige dag.
Er werd ons nog wel wat gevraagd, maar er werd ook veel gelachen. Loes en Hermien waren op een
gegeven moment helemaal verdiept in het exemplaar van Elise dat ze van Stef hadden gekregen. Hermien
wilde ook nog een keer uitgelegd krijgen hoe je van twee driehoeken een mooi vierkant kunt maken.
Ellen kon niet helemaal vergeten dat ze ook huisarts is. Ze praatte ook nog een tijdje apart met Stef.
Om een uur of vijf ging de telefoon. Karel ging naar binnen om hem op te nemen. Een paar minuten
later kwam hij naar buiten en zei: "Yes! Mevrouw Van Beek is vanaf nu de verdachte Ans van B.,
samen met Albert van G."
Het was nog simpel gegaan. De politie was zaterdag naar het huis van de trainer in Utrecht gegaan.
Alleen de zoon was thuis. De foto van Ans herkende hij. Dat was de vriendin van zijn vader. Ze waren
het weekend weg, maar hij wist niet waarheen. Ze zouden zondagmiddag terugkomen. Hij wilde ze wel bellen.
Dat hoefde niet van de politie. Hij moest helemaal niet bellen. Er bleef zelfs een politieman bij
hem om er zeker van te zijn dat hij echt niet belde. Ze waren om vier uur thuis gekomen, maar zouden
voorlopig niet thuis slapen. Er was al drank bij de hand om daarop te toosten.
Ellen en Hermien waren de laatsten die, om half elf, weggingen. Stef en Karel liepen met ze mee
naar het hek om ze uit te wuiven. Ankie en ik gingen weer in het gras bij het zwembad zitten, armen
om elkaar heen.
"Waar blijven die jongens?" vroeg ik na een tijdje.
"Het zijn heel aardige, attente jongens, lieverd. Die zitten nu waarschijnlijk tv te kijken of zo
tot wij naar hun toe komen. Ze begrijpen wel dat wij een beetje uitgebreid afscheid willen nemen.
Kunnen we morgenochtend met een zoentje volstaan. Ik zal je missen, Netje."
We zouden elkaar zeker missen, maar we hadden er nog een mooie herinnering bij.
Epiloog
In de krant van twee weken na het weekend stond het volgende bericht:
Gijzeling berust op misverstand
Ans van B., de vrouw die ervan wordt verdacht de schrijver Stef van Aarden bijna vier weken te
hebben gegijzeld, heeft tegenover de politie een verklaring afgelegd over het motief van haar daad.
Twee jaar geleden vond zij bij het opruimen van een paar kasten een map met papieren die van
haar vader geweest was. Daarin vond zij ook nog een briefje dat de toenmalige huisarts van het
dorp aan haar grootvader geschreven had. Een zin daarin luidde: "Die schat bevindt zich nu in
mijn huis en U en Uw zoon zullen die nooit meer zien, laat staan de hand op leggen." Ans van B.
was ervan overtuigd dat de schat zich nog bevond in het huis, dat kort daarvoor door Van Aarden en
zijn vrouw was gekocht. De vrouw van Van Aarden verklaarde precies te weten om welke schat het ging,
maar deze had ook toen al geen enkele economische of financiële waarde en bestaat inmiddels niet meer. Verder commentaar wilde zij niet geven.
Het is nog niet duidelijk hoe Van B. zich de door haar veronderstelde schat had willen eigen maken.
Het huis was immers gekocht door de bekende voetballer Roel van Renzelaar, die inmiddels, in goed
overleg met Van Aarden en zijn vrouw, van de koop heeft afgezien.