INTRODUCTIE
Er wordt in aardig wat landen geschaatst, maar Nederland is het enige
land ter wereld dat 'schaatsgek' is. Het is ook zo'n beetje het enige
land ter wereld waar schaatswedstrijden van enig belang (NK, EK, WK
- zowel allround als aparte afstanden - World Cup, Olympische Spelen)
compleet en life op de tv te zien zijn
en waar het stadion, althans bij internationale wedstrijden,
ook vol is. Niet-Nederlandse schaatsers rijden dan
ook graag wedstrijden in Nederland, omdat ze dan eindelijk weer eens voor publiek
rijden. Anders dan bij veel andere sporten worden successen van
buitenlanders niet minder enthousiast toegejuicht dan Nederlandse. Toen de Rus Nikolaj Guljaev
in 1987 in Heerenveen wereldkampioen allround werd, neuriede het
Nederlandse publiek bij de ceremonie protocollair het Russische
volkslied mee. Bij het voetballen, om maar een voorbeeld te noemen,
fluit men het liefst dwars door het volkslied van een ander land heen.
De toegenomen populariteit, de professionalisering en - niet in de minste plaats -
de commercialisering van het schaatsen,
ook buiten Nederland, hebben een nadeel. TV-beelden mogen niet te lang duren. Wedstrijden
moeten snel tot een winnaar leiden. Er moet vooral competitie zijn.
Gevolg daarvan is dat er, ook in ISU-kringen, gesproken wordt over het
afschaffen van de 10000 m bij de allroundkampioenschappen, die dan
zullen gaan over de 500, 1500, 3000 en 5000 m. (Een of andere
Amerikaan heeft wel eens gezegd dat kijken naar een wedstrijd over
10000 m net zo boeiend is als kijken hoe het gras groeit.) Een andere
manier om het schaatsen verder te populariseren is het invoeren van de
ploegenachtervolging. Ik ben daar niet kapot van.
Nederland is altijd meer een land geweest voor de 5000 en 10000 m dan
voor de kortere afstanden. Tekenend daarvoor is wellicht dat het op twee dagen na
zes jaar duurde voordat Ronald Mulder het Nederlands record op de 500 m overnam van
Gerard van Velde. De wereldkampioenschappen per afstand, die
sinds 1996 worden gehouden, zijn daar ook een voorbeeld van. De 10000 m werd altijd
door een Nederlanderlander gewonnen, de 5000 m (tot en met 2009) tien van de twaalf keer.
In dezelfde periode wonnen 'we' drie van drie gouden medailles op de 10000 m en twee van de
drie op de 5000 m. De enige die een aantal keren het feestje kon verstoren was Chad Hedrick.
Klik
hier
voor meer bijzonderheden.
Ik volg het schaatsen nu al zo'n veertig jaar. Jarenlang heb ik, met
enkele vrienden, hele weekends besteed aan het van minuut tot minuut
volgen van alle ritten op de Europese en Wereldkampioenschappen. Alle
rondetijden werden genoteerd. Nog steeds zit ik die wedstrijden met pen
en papier bij de hand te bekijken. Schaatsen is de enige sport waarvoor
ik alle andere afspraken opzij zet, tenzij ik afspreek er bij en met
iemand anders naar te kijken.