DE 10000 M VAN SVEN KRAMER
De 10000 m wordt, wat mij betreft: helaas, niet zo vaak gereden. Net als op de 5000 m is Sven Kramer
hier in de afgelopen jaren niet te verslaan. Zijn eerste officieel geregistreerde wedstrijd op deze aftsand
reed hij op 19 december 2004. Daarna reed hij er nog 27. Als je
hier klikt, zie je alle door hem
gerealiseerde tijden.
Een mooi voorbeeld van zijn 'onverslaanbaarheid' was te zien bij de 10000 m van de EK
Allround op 11 januari 2009 in Heerenveen. In de laatste rit reed Kramer tegen zijn naaste concurrent
Håvard Bøkko. Het verschil na drie afstanden tussen beiden - rond de 30 seconden - was al onoverbrugbaar voor Bøkko,
afgezien van een mogelijke valpartij of diskwalificatie van Kramer.
In de grafiek hieronder zie je (de verschillen in) rondetijden van beide schaatsers. Aanvankelijk gaan ze gelijk
op. Kramer wilde Bøkko niet 'meetrekken' naar een tijd die hem boven Wouter Olde Heuvel in het klassement zou
brengen. Na 17 ronden is duidelijk dat Bøkko Olde Heuvel 'virtueel' gepasseerd is en Kramer mag zijn gang gaan.
En dat doet hij! In de laatste acht ronden zijn de verschillen in rondetijden tussen hem en Bøkko:
- 0,30 sec.
- 0,50 sec.
- 1,52 sec.
- 1,62 sec.
- 1,25 sec.
- 1,34 sec.
- 1,57 sec.
- 1,30 sec.
Na 7200 m is het verschil in totaaltijd 0,03 sec. 2800 m verder is dat 9,40 sec., een afstand van ruwweg
100 meter. Pikant detail: de tijd van Kramer lag nog 0,49 sec. onder het pr van Bøkko.
Bij de 10000 m van het WK Allround in Hamar op 8 februari 2009 stonden ze weer samen op het ijs. In een rechtstreeks
duel op de 1500 m had Bøkko Kramer verslagen met een verschil van 0,18 sec. Het verschil op de 10000 m, ten gunste
van Kramer, was niet meer dan 4,40 sec. Het verschil in persoonlijke records: 18,96 sec.
Het werd een geweldige race. Bøkko moest aanvallen en deed het. Kramer pareerde en nam de aanval
over. Zie de grafiek hieronder maar. En passant nam hij het baanrecord van Bøkko over.
We kunnen er ook nog iets anders naar kijken. In de grafiek hieronder zie je de verschillen in totaaltijden na iedere
ronde bij het passeren van de finishlijn. De eerste 15 ronden ligt Kramer net iets voor. Dan plaatst Bøkko zijn
aanval. Na de zestiende ronde ligt hij 0,02 sec. voor, na de zeventiende ronde 0,63 sec. Daarna is het uit met de
Noorse pret.
En het kon niet op: op 15 januari, bij de 10000 m voor de World Cup in Heerenveen stonden ze weer samen aan de start. Bij
beide schaatsers zag je een toonbeeld van een vlak schema, alleen was Kramer tot de 8400 m steeds net even sneller dan
Bøkko. Toen mocht Bøkko een ronde sneller (0.30 sec.) rijden. De laatste ronde had Kramer het wel gezien. Die mocht
Bøkko 1.46 sec. sneller schaatsen.
Håvard Bøkko moet af en toe enigszins gefrustreerd zijn. Hij behoort tot de absolute wereldtop, ook op de 10000 m,
maar elke keer als hij samen met Sven Kramer op de baan staat, gaat Kramer toch weer iets harder. Bij de WK Afstanden
in Richmond was het niet anders. Zie de grafiek hieronder.
Slechts één ronde is Bøkko sneller en in de laatste ronden versnelt Kramer nog. De verschillen zijn niet
groot, maar wel duidelijk.
In de grafiek hieronder zie je Kramer vergeleken met Kramer. Dat zijn vooral snelle tijden, maar voor de aardigheid
heb ik er ook zijn langzaamste rit ooit (13.41.31) bij gezet. Die reed hij op 30 december 2007 tijdens de NK Allround in
Groningen. De omstandigheden moeten slecht geweest zijn, want het was wel de winnende tijd. Ook benieuwd hoe het er
volgend seizoen uit gaat zien?
SEIZOEN 2009 - 2010
De eerste krachtmeting: de NK Afstanden in Heerenveen op 1 november 2009. Bob de Jong had de snelste tijd
neergezet. Sven Kramer reed na hem, tegen Carl Verheijen. Het leek of Kramer de rondetijden van De Jong in zijn
hoofd had. Vele rondes reed hij net 0,1 seconde sneller. Het verschil: 1:05,60. Van de 1200 tot de 8400 m zitten
de drie qua rondetijden dicht bij elkaar. Kramer won, maar niet met overmacht.
De eerste ontmoeting met de internationale top: 22 november 2009, de World Cup in Hamar. In de ochtend had
Arjen van der Kieft iedereen verrast door het baanrecord van Kramer over te nemen met een tijd van 13:04,38. In de
voorlaatste rit een tweede verrassing: Ivan Skobrev (nieuw pr, nieuw Russisch record)verslaat Håvard Bøkko. In
de laatste ronde Kramer-De Jong. Het lijkt erop op of Kramer 'speelt' met De Jong. Zie de grafiek hieronder. Tot
6400 m rijdt hij de ene ronde sneller, de ander weer langzamer. Hij ligt dan ook lang achter, net als bij de
5000 m een week eerder in Heerenveen. Maar dan stelt hij orde op zaken: een achterstand van 2,17 sec bij 6400 m
wordt een voorsprong van 4,01 sec aan het eind van de rit.
Bij de EK Allround op 10 januari 2010 in Hamar zag iedereen een 'finale' Kramer-Bøkko voor zich. Maar Bøkko viel
op de 500 m, blesseerde zijn schouder en trok zich terug, dus het werd een
finale Kramer-Fabris. Het verschil tussen beiden op de 10000 m, in het voordeel van Kramer: slechts 1,58 sec. De
beste tijd tot dan toe: 13.25.77 van de Fransman Alexis Contin, die daarmee, onder zware omstandigheden, een
persoonlijk record realiseerde.
Het werd geen 'strijd'. Alleen in de vijfde en de laatste ronde reed Fabris iets sneller. Hij moest Contin nog voor
zich laten. Hieronder de rondetijden.
De 10000 m van de Olympische Winterspelen in Vancouver hadden de bekroning moeten worden van Kramers carrière
tot dan toe. Het pakte wat anders uit.