Overdenkingen van een verslaafde
(Deze pagina is ergens in 2004 geschreven en daarna op onderdelen geüpdatet. De updates
zijn niet
als zodanig aangegeven en er is dus ook geen datum bij vermeld.
Ik ben verslaafd aan nicotine. Dat betekent, volgens 'van Dale', dat ik "door gewenning
lichamelijk of geestelijk afhankelijk ben van een vloeibaar,
scherp en vluchtig alkaloïde in tabak, een zeer krachtig vergif, dat eerst
opwekt en later verlammend werkt".
De Winkler Prins Editie van de Encarta 98 Encyclopedie zegt het volgende: "Wie
een sigaret rookt ademt een mengsel van de volgende giftige stoffen in:
Roken verhoogt de kans op o.a. longkanker,
chronische bronchitis (rokershoest) en
aandoeningen van hart en vaatstelsel. Het passief roken - dwz. het aanwezig zijn
in een ruimte waar gerookt wordt (en dus het inademen van tabaksrook) - houdt
eveneens een duidelijk risico in: echtgenoten van zware rokers blijken een
duidelijk verhoogde kans te hebben op kanker van de ademhalingsorganen, terwijl
het passief roken de longfunctie en het koolmonoxidegehalte in het bloed zeer
duidelijk ongunstig beïnvloedt."
De 'Nederlandse Nietrokersvereniging CAN' vertelt op haar website o.a. het
volgende: "Van alle drugs is tabak
het meest geïntegreerd in de cultuur van de hedendaagse mensheid. Tegelijkertijd
worden de gevolgen van het gebruik het meest onderschat en gemaskeerd.
Tabaksrook bevat meer dan 4.000 verschillende stoffen, waaronder zelfs
radio-actieve. Minstens 40 stoffen zijn bewezen kankerverwekkend, anderen
spelen een rol bij het ontstaan van kanker. Verder zitten er bijtende stoffen in
de rook, zoals formaldehyde (bekend als "spaanplaatgas"), ammoniak en
blauwzuurgas. Deze stoffen zijn irriterend voor de luchtwegen en belemmeren de
zelfreinigende werking van de luchtwegen. Verder bevat tabaksrook een forse
dosis koolmonoxyde.
Dat verdringt zuurstof uit het bloed, en veroorzaakt daardoor hart- en
vaatziekten. Tabaksrook bevat nicotine en die stof, die uit dezelfde
chemische familie als heroïne komt, zorgt voor de fysieke verslaving. De verslavingskracht
van tabak is ook ongeveer even sterk
als die van heroïne. Dat betekent dat als je er eenmaal aan begint, je al snel
het gevoel hebt er niet meer buiten te kunnen. En stoppen blijkt enorm moeilijk,
omdat de verslaving zowel fysiek, psychisch als sociaal is geworden."
Nicotine, alcohol, heroïne
(Er zijn natuurlijk nog veel meer verslavende middelen en activiteiten - cocaïne,
geneesmiddelen, geld, carrière, gokken, noem maar op - maar ik beperk me
hier tot deze drie.)
(De productie en het gebruik van) verslavende middelen zouden verboden moeten
worden, vinden veel mensen die niet verslaafd zijn, of helemaal geen nicotine,
alcohol of heroïne (wensen te) gebruiken. In de Verenigde Staten is dat
geprobeerd met alcohol tijdens de 'prohibition' (de 'drooglegging'), die duurde
van 1919 tot 1933. De Encarta Encyclopedie zegt daarover het volgende: "De
periode van de drooglegging werd gekenmerkt door een enorme toename van de
misdaad ten gevolge van de smokkelhandel in drank. Tot in de hoogste kringen in
de hoofdstad werd illegaal gedronken. De door het Congres ingestelde
Wickershamcommissie concludeerde in 1931 dat het droogleggingsexperiment had
gefaald." (Onderstreping toegevoegd.)
Het verbod op het gebruik van heroïne (anders dan op voorschrift van een arts) heeft
eveneens tot een forse toename van de 'grote' en 'kleine' misdaad geleid.
Heroïne is op zich helemaal niet
zo'n duur product, maar de illegaliteit van het niet-medische gebruik ervan
heeft het duur gemaakt. De eenvoudige junk moet wel gaan stelen en al
zijn tijd gebruiken om te kunnen 'scoren'.
De alcoholist heeft het al iets makkelijker dan de junk. Hij kan het gewenste
product overal legaal verkrijgen en alcohol is beduidend goedkoper dan heroïne.
Toch is ook alcohol duur genoeg om de forse gebruiker behoorlijk in de
financiële en daardoor andere problemen te brengen. Daarnaast geeft alcohol op
den duur lichamelijke en psychische klachten.
Alcohol en heroïne hebben gemeen dat (over)gebruik direct leidt tot een situatie waarin
men niet meer op normale wijze aan het maatschappelijk verkeer kan deelnemen.
Zij hebben tevens gemeen dat zij ook op positieve wijze gebruikt kunnen worden.
Mij zijn geen positieve eigenschappen van nicotine bekend, afgezien van het feit
dat de productie en handel in tabak voor werkgelegenheid zorgt.
Als nicotineverslaafde heb ik het maar makkelijk. Het product is overal en te allen
tijde legaal verkrijgbaar en ook nog redelijk betaalbaar: het kost mij ongeveer
twee euro vijftig per dag. Pas op de lange termijn kunnen de gevolgen van zo
ernstige aard zijn, dat ook ik niet meer op normale wijze aan het
maatschappelijk verkeer kan deelnemen.
Alcoholisten en junks verdienen - en ontvangen in het algemeen - ons begrip. Ook
wanneer hun verslaving tot ongewenst resp. crimineel gedrag leidt, wordt er,
naar mijn mening niet onterecht, op gewezen dat we hier eerder met patiënten dan
met criminelen te maken hebben. Nicotineverslaafden, rokers dus, heb ik nog
nooit zien of horen aanduiden als patiënten. Het is
bepaald niet zo dat ik de rol van patiënt ambieer. Het is evenmin zo dat ik in
elke situatie als een paria beschouwd en behandeld wordt. Het is integendeel een
(overigens groeiende) minderheid die mij het roken zoveel als mogelijk wil
beletten, als het kan via wettelijke maatregelen.
De niet-rokers en ik
De niet-rokers kunnen, naar mijn oordeel, in een aantal categorieën verdeeld worden:
Als mensen uit de categorieën a. t/m c. mij verzoeken niet te roken, voldoe ik,
zonder discussie en tegenstribbelen, onmiddellijk aan dat verzoek. Met mensen uit categorie
d. heb ik enige moeite.
Ik heb hoe dan ook een hekel aan 'bekeerlingen' die 'zendelingen' zijn geworden
en die een 'waarheid' willen verkondigen, desnoods te vuur en te zwaard. De
argumenten ken ik al, ik heb ze overwogen en ik ben tot een besluit gekomen. Voor de mensen uit
categorie e. heb ik maar één reactie: "Wilt u mij met rust laten?"
Roken in (de) publieke ruimte(n)
In mijn eigen
woning mag ik alles doen wat de wet niet expliciet verbiedt. Daarnaast wil ik
een aantal dingen best achterwege laten als ik daarmee de buren een plezier kan
doen. Thuis kan ik dus zoveel roken als ik wil, maar zodra ik de deur uitga moet
ik rekening gaan houden met anderen (in de vooronderstelling dat anderen ook
rekening met mij houden).
Ik heb er volledig begrip voor dat er in veel publiek toegankelijke besloten ruimten niet
gerookt mag worden. Immers, mensen uit de hiervoor genoemde categorieën a. t/m
c. kunnen hier tegen
hun zin of zelfs met vervelende gevolgen met rook geconfronteerd worden. Het is
mij echter in Santa Cruz, Californië, overkomen, dat mij bij een busstation in de
open lucht geboden werd een reeds aangestoken sigaret uit te maken:
daar gold een rookverbod. Enkele stappen verder kon ik mijn gang gaan,
want daar was het weer gewoon openbare weg.
Over welke publieke ruimten hebben we het hier? Uiteraard de voor het publiek
toegankelijke delen van overheidsgebouwen en de gebouwen van 'nutsbedrijven',
zoals postkantoren, arbeidsbureaus, het energiebedrijf,
bioscopen, theaters en zo kan ik nog even doorgaan. Roken is
in ziekenhuizen, geloof ik, nu wel geheel verboden (afgezien wellicht van de
rookruimten voor 'lopende' klinische patiënten). Dat lijkt zeer voor de hand te
liggen, maar is het dat ook? Ook de poliklinische patiënten en bezoekers moeten
vaak geruime tijd wachtend doorbrengen in toch wat stress
veroorzakende situaties. (Ik heb daar een ruime ervaring in.) Een gestresste roker wil
vooral roken. Dat is niet goed voor zijn fysieke gesteldheid, maar hoe zit dat met
de psychische aspecten?
Kroegen en
restaurants zijn publieke ruimten. Iedere roker en ex-roker weet dat juist bij
een drankje en na een aangenaam etentje een rokertje vrijwel onvermijdelijk is.
Toch wil Ab Klink, die over onze gezondheid waakt, per 1 juli 2008 het roken in
kroegen en restaurants verbieden. In een tijd waarin deregulering aan de orde
van de dag is, moet er toch weer een regeltje bijkomen, dat ook weer gehandhaafd
moet worden. Kunnen we hierop ook niet gewoon het begrip 'marktwerking'
loslaten? Laat de uitbater uitmaken hoe hij het meest denkt te verdienen, een
gelegenheid waar je wel of niet mag roken. Laat de klanten uitmaken waar ze zich
het plezierigste voelen. Als de uitbater nieuw personeel zoekt kan hij in de
desbetreffende advertentie duidelijk vermelden of er in zijn gelegenheid wel of
niet gerookt mag worden.
In Californië, van de Verenigde Staten de staat met de meest vergaande antirookmaatregelen, moet
je de kroeg uit om, op straat, een sigaret te roken. In andere staten mag je nog
bijvoorbeeld aan de bar wel roken. (Dit was mijn ervaring in 2001.) In diverse Europese landen
is het roken in horecagelegenheden inmiddels geheel verboden.
Het doek is nu ook in Nederland gevallen.
Uit het voorgaande mag blijken dat ik mij bepaald niet onwelwillend opstel tegenover
niet-rokers. (Niet-rokers zullen zeggen: "Wees blij dat we ons niet al te
onwelwillend tegenover jou opstellen!") Ga ik nou echt te ver als ik enig begrip
vraag voor mijn verslaafd
zijn? Ik breng de gezondheid van anderen enigszins in gevaar, zeker, maar dat doen veel
zich-niet-aan-de-regels-houdende-weggebruikers ook.
(Nota bene: ik heb het hier niet alleen over automobilisten.) Dat doen skiërs die zich buiten de piste
begeven en lawines veroorzaken ook. Zo kan ik nog heel wat ziekmakende factoren
en activiteiten in onze maatschappij opnoemen, die vrij algemeen geaccepteerd
worden of allang niet meer opvallen. Mijn verblijf in kroegen en restaurants wordt
vaak verstoord door veel te harde muziek en al die decibelletjes zijn niet goed
voor mijn geestelijk welbevinden en evenmin voor mijn gehoorfunctie.
Roken in de trein
30% van de treinreizigers rookte, maar slechts
15% van de zitplaatsen in de trein bevond zich in
rookcoupés. Dat kon je al discriminatie noemen, maar dat zal ik niet doen.
Inmiddels is het roken in treinen geheel afgeschaft, wat het treinreizen, wat ik
heel graag doe, toch een stukje minder plezierig heeft gemaakt. Het plaatsen van
'pafpalen' op de stations is overigens de meest belachelijke maatregel van de
laatste decennia. In
internationale treinen mag je - voorlopig (?) - nog wel
roken, want kennelijk kan de NS daar met de andere EU-landen nog geen regeling voor treffen.
De (maatschappelijke) kosten
Door te roken veroorzaken rokers veel (onnodige) kosten i.v.m. medische behandeling,
afwezigheid van het werk door ziekte, voortijdige arbeidsongeschiktheid en
wellicht nog andere zaken. Het argument 'rokers gaan een aantal jaren eerder
dood dan niet-rokers en besparen daardoor nog meer kosten die juist door ouderen
gemaakt worden' schijnt niet te deugen. Hoe dan ook:
niet-rokers moeten, bijv. door premiebetaling, bijdragen in de kosten die rokers veroorzaken.
Maar dat komt wel meer voor. Ook wie
nooit in een theater, concertzaal of museum komt, draagt bij in de kosten ervan.
Ik kan me zeer milieuvriendelijk gedragen (afgezien van het roken dan), ik draag
bij in de kosten van door anderen veroorzaakte vervuiling. Als pacifist draag ik
bij in het onderhouden van een leger, luchtmacht en marine.
De verantwoordelijkheid
In Amerika is het al vaker gebeurd, maar nu begint het ook hier in zwang te komen:
de tabaksindustrie verantwoordelijk stellen voor het gebruik van, de verslaving
aan en de schadelijke gevolgen van tabak. De tabaksindustrie heeft ons - door
slimme reclame - verleid! Wij waren dom genoeg om daar in te trappen. Niet
ik ben verantwoordelijk, maar de weduwe Van Nelle!
Welke vreselijke gevolgen ik ook zal ondervinden van het roken, ik zal die weduwe
niet vervolgen. Al die ruim 50 jaren dat ik gerookt heb, heb ik geweten dat
roken slecht is. Iedereen die nu (nog) rookt en niet doof, blind, analfabeet,
geestelijk gestoord of verstandelijk gehandicapt is heeft dat geweten.
Wie de tabaksindustrie verantwoordelijk stelt voor zijn of haar verslaving neemt zijn
eigen verantwoordelijkheid niet serieus. Kunnen de alcoholisten meneer Bokma
verantwoordelijk stellen? Roepen de gokverslaafden de Staatsloterij, de
Postcodeloterij of Holland Casino ter verantwoording? Hebben die geen zeer
slimme reclames? Is de aansporing "Geniet, maar drink met mate" voldoende om de
verantwoordelijkheid bij ons zelf te laten?
Kortom
Ik ben verslaafd. Dat is mijn eigen domme schuld. In 1993 heb ik een
herseninfarct gehad. In 2002 heb ik een hartinfarct gehad. Ik heb mij nochtans
voorgenomen mij niet meer voor te nemen te stoppen met roken. Ik hoef niet per se
80 te worden. Ik leg mij zonder tegenstribbelen neer bij elk
rookverbod, ik voldoe aan ieder verzoek om niet te roken en ik rook waar en wanneer dat mogelijk is.