(Gepubliceerd op 2 maart 2010.)
Onlangs kreeg ik van een vriend een cd waarop hij de tv-documentaire
'Rivierenbuurt - het gelijk van Berlage' had geplaatst. Gistermiddag heb
ik hem bekeken en dat maakte veel herinneringen los. Ik heb er van 1942 tot 1974
(met een korte onderbreking) gewoond. De buurt, hieronder binnen de rode lijn,
is in zijn geheel (als onderdeel van het grotere 'Plan Zuid') door Berlage ontworpen, niet de
afzonderlijke woonblokken, maar de indeling in straten en lanen. Het enige bouwsel dat Berlage zelf
(in de Rivierenbuurt) ontworpen heeft is de naar hem genoemde brug over de Amstel en het daarbij
behorende brugwachterhuis. Die brug, de Berlagebrug, die eerst Amstelbrug heette, kwam in 1932 tot stand.
De film eindigt met de woorden: "Wie hier opgroeit is levenslang een kind
uit de Rivierenbuurt." Zo voelde ik het ook toen ik ernaar keek. Wij
woonden in de Jekerstraat (1), die uitkwam
op het Merwedeplein (2), waar Anne Frank
woonde voor ze naar het Achterhuis ging. Het Merwedeplein wordt (bijna) afgesloten door
de Wolkenkrabber (4), voor die tijd een zeer
hoog gebouw met wel twaalf verdiepingen. In mijn jeugd werd de Rivierenbuurt
doorsneden door de Amstellaan, de Noorder Amstellaan en de Zuider Amstellaan. Na
de Tweede Wereldoorlog werden die omgedoopt tot resp. Stalinlaan, Churchilllaan
en Rooseveltlaan. Het Daniël Willinkplein, waar ze samenkomen, werd
Victorieplein. Na het neerslaan van de Hongaarse opstand in 1956 werd de
Stalinlaan Vrijheidslaan, na een spontane actie van buurtbewoners. De
Rivierenlaan werd later de President Kennedylaan.
Mijn broers en zussen en ik gingen naar de
gereformeerde lagere school in de IJselstraat (3).
De Gereformeerde Kweekschool waar ik later heen ging lag aan de Geulstraat (5).
De kerk waar we iedere zondag twee keer heen
gingen was de Waalkerk aan de Waalstraat (7).
Die is al jaren geleden afgebroken. Amsterdam hield in mijn jeugd op bij de Rivierenlaan. Daar lag een stuk
braakliggend land (wij noemden dat 'het land',
anderen 'het landje', waar we heel vaak heen gingen), ook daar waar nu de RAI staat (6).
Aan de andere kant van de Rivierenlaan, bij de
Waalstraat, lag het 'De Mirandabad', een behoorlijk groot openluchtzwembad, waar
ik heb leren zwemmen. Je kon daar een hele dag (brood en limonade mee) doorbrengen voor tien cent.
Een eindje achter 'het land' lag 'de dijk'. Tijdens de crisisjaren is die dijk aangelegd als werklozenproject.
Daar zou ooit een trein moeten gaan rijden. (Die spoorbaan is al getekend in de het 'Plan Zuid' van Berlage.)
Stukken van die dijk zijn later ook gebruikt voor de spoorlijn van Schiphol naar Amsterdam-RAI. Vlak na de oorlog
stond 'het land' waar nu de RAI staat vol met het materiaal van de Canadese
militairen, die ons bevrijd hadden. Met mijn oudere broer ging ik daar vaak
heen. We bedelden om kauwgum. We hebben die militairen nog zien binnentrekken
over de Noorder Amstellaan. De meeste van mijn
huidige vrienden zijn ook opgegroeid in de Rivierenbuurt. Het blok tussen
Griftstraat en Alblasstraat, dat door de Christelijke Woningbouwvereniging
'Patrimonium' werd verhuurd, noemden wij het 'Gereformeerd Kasteel'. Toen we wat
ouder werden ontmoetten we elkaar veelvuldig in café 'In De Gouwe Gheyt' (door
ons kortweg 'De geit' genoemd) in de Maasstraat (9).
Een jaar of twee geleden is dat een Thais restaurant geworden. Ik ben er
daarvoor nog wel eens geweest. Het interieur was sinds mijn jeugd nauwelijks
veranderd.
Die Noorder Amstellaan had iets merkwaardigs. Het is een brede laan met twee
rijstroken, gescheiden door grasveldjes. Ook toen al reed daar tram 25, ook aan
weerszijden van die grasveldjes. Vreemd genoeg echter reden die trams aan beide
zijden tegen het overige verkeer in. Pas jaren later is dat gewijzigd.
De film (van Jan Wiegel, uit 1996) heeft een wat tweeslachtig karakter. Hij
begint als een hommage aan Berlage, die een ook internationaal als schitterend
erkende buurt heeft ontworpen, die in de twintiger jaren van de vorige eeuw
gebouwd is. Nog altijd vind ik dit een van de mooiste buurten van Amsterdam.
Hier en daar, bijvoorbeeld aan de Vrijheidslaan, zie je prachtige voorbeelden
van de 'Amsterdamse School'. Op veel plaatsen zie je ook de in die periode veel
gebruikte erkers. Wat ik in mijn jeugd al leuk vond is dat de Roerstraat een
spiegelbeeld van de Jekerstraat is, met de Bieschboschstraat ertussen, die ik
nooit een leuke straat heb gevonden, gewoon een recht eind. Zowel de Jekerstraat
als de Roerstraat hadden/hebben een school aan een plein met grasveld en een
poortje naar resp. de Churchilllaan en de Rooseveltlaan. De Jeker, overigens, is een
riviertje dat vanuit België in de buurt van Maastricht in de Maas uitmondt.
De film gaat langzamerhand over naar vooral herinneringen van de maker aan zijn
Joodse klasgenoten. 13.000 Joden uit de Rivierenbuurt zijn na de Tweede
Wereldoorlog niet teruggekomen. Pas later heb ik me gerealiseerd dat wij zeer
waarschijnlijk in 1942 (vanuit de Lutmastraat in de 'Nieuwe Pijp') kwamen te wonen in een huis
waar voordien Joden woonden.
Uit de hoeveelheid mensen die in de Rivierenbuurt woonden en wonen blijkt de inmiddels
veranderde bevolkingssamenstelling. Vóór de Tweede Wereldoorlog woonden er
40.000 mensen en hoewel er nauwelijks iets aan de buurt of de bebouwing
gewijzigd is, wonen er nu nog maar 28.000 mensen.
Ik ben geen type dat regelmatig in nostalgische buien vervalt. Maar toen ik die film zag, realiseerde
ik me weer eens dat ik in een bijzondere buurt ben opgegroeid. Sinds ik weer in Amsterdam woon
ben ik er een paar keer heen gegaan. Het voelde zeer vertrouwd. In de film komt (o.a.) Jeroen Krabbé aan
het woord. Hij is ruim vijf jaar jonger dan ik. Hij heeft ook in de Rivierenbuurt gewoond en zei dat hij
niet langs het Merwedeplein kan lopen zonder aan Anne Frank te denken. Dat heb ik helemaal niet. Verwijzend
naar de vele Joden die niet terugkwamen spreekt Krabbé van een 'schuldige buurt'. Ook die
associatie heb ik niet. Als ik weer eens door de Maasstraat, een winkelstraat, loop denk ik aan
de winkel van P. de Gruyter, op de hoek van Maasstraat en Geleenstraat, waar je op zaterdag het 'snoepje van
de week' voor tien cent kocht. Daarnaast in de Geleenstraat was 'De Oase' waar ze lekker ijs verkochten. Maar
nog lekkerder ijs kocht je bij 'Venetië' in de Scheldestraat. In de film
wordt gesproken met een oudere buurtbewoner in café 'The Corner' op de hoek van de Scheldestraat en de
Wielingenstraat, waar ik in mijn kweekschooltijd uren heb doorgebracht als er weer eens een les uitviel.
Het is eigenlijk vreemd dat al negentig jaar geleden zo'n mooie buurt ontworpen is (brede lanen, brede straten en
hier en daar een bijna knus en dorps aandoend straatje als de Slingerbeekstraat tussen Churchilllaan en Amstelkade,
geen parken, maar wel veel 'klein groen') en dat de planologen en stedebouwkundigen tegenwoordig wijken ontwerpen
(en dan heb ik het nog niet over de woningen en andere bebouwing), waar ik niet dood gevonden zou willen worden.
De Rivierenbuurt bewijst nog altijd 'het gelijk van Berlage'.
De luchtfoto hieronder (geplaatst met toestemming van de maker, Jos Wiersema) geeft een mooi beeld van de Wolkenkrabber, met daarachter het Merwedeplein en de Biesboschstraat,
ter weerszijden daarvan de 'spiegelende' Jekerstraat (rechts) en Roerstraat (links) en ter weerszijden daarvan weer resp. de
Chruchilllaan en de Rooseveltlaan. (Ik woonde op de hooogte van die gele stip.) In de film komt ook de actrice
Mary Dresselhuys aan het woord. Zij woonde op het Merwedeplein en was getrouwd met KLM-piloot Viruly. Die vertelde
haar dat hij het Merwedeplein al kende voor hij haar kende omdat het voor piloten zo'n herkenbaar punt was op de
aanvliegroute naar Schiphol. Dat was nog in de vijftiger jaren.
(Een hele serie luchtfoto's van de Rivierenbuurt vind je
hier. Nog veel meer historische wetenswaardigheden over de Rivierenbuurt en andere delen van 'Plan
Zuid' vind je bij het Geheugen van
Plan Zuid.)