In 1959 ging ik voor het eerst met een vriend naar (Zweeds) Lapland. De Scandinavische
landen golden toen nauwelijks als vakantiebestemming, laat staan het
noordelijke deel ervan. Na 1959 ben ik er nog 14 keer geweest.
Veel mensen denken bij
Lapland aan Finland, maar het omvat het noorden van Noorwegen, Zweden, Finland en nog een deel van
Rusland. Hieronder zie je er een deel van.
Abisko, Kiruna, Gällivare en Murjek liggen aan de spoorlijn Stockholm -
Narvik. De exprestrein 'Nordpilen' stopt hier. (De reis Stockholm -
Gällivare duurt ruim 16 uur.) Vanuit de drie laatst genoemde plaatsen kun je
een bus in westelijke richting nemen naar de plek waar je een voettocht wilt beginnen. In Abisko
kun je vanuit de trein meteen beginnen. Vanuit Kiruna kun je, na een bustocht en 19 km lopend de
Kebnekaise, de hoogste berg van Zweden, bereiken. Je kunt de top daarvan ook zonder klimervaring bereiken.
N.B.
Momenteel - april 2010 - wordt Gällivare op Google Maps op de verkeerde plaats aangegeven.
Hieronder zie je een meer gedetailleerde kaart van het gebied waar ik zo vaak geweest ben.
Kebnekaise (2104 m), Sarektjakko (2089 m) en Akka (2015 m) zijn de hoogste drie
bergen van Zweden. Ze zijn niet zo hoog in vergelijking met de Alpen, maar door de noordelijke
ligging zijn de sneeuw- en boomgrens hier veel lager, zodat het gebied een duidelijk alpine karakter
heeft.
Op de meer schematische kaart hieronder zie je waar ik in Sarek gelopen (gevaren en gevlogen) heb.
De dikke rode lijnen geven aan waar ik gelopen heb. Gedeeltelijk vallen deze routes samen met de Kungsleden
(Saltaluokta - Sitojaure en het stukje ten noorden van Akkajaure). Padjelantaleden (Akka - Stalaluokta -
Kvikkjokk) heb ik in zijn geheel gelopen. Van Gällivare rijdt een bus via Kebnats naar Ritsem. Halverwege
kun je dus beginnen aan de Kungsleden richting Kebnekaise en Abisko.
Akkajaure is een stuwmeer. Voorheen liep door dat dal de Stora Luleälv (Grote Lulerivier). Bij Suorva,
waar nu de stuwdam ligt, was toen de Stora Sjöfallet (Grote Waterval), waarnaar het gelijknamige, aan Sarek
grenzende, natuurpark is genoemd.
De bootdiensten Kebnats - Saltoluokta en Ritsem - Akka worden onderhouden door de Svenska Turist Föreningen
(STF). Klik
hier voor meer bijzonderheden. Andere bootdiensten worden door
particulieren geleverd.
Vanuit Abisko, Ritsem, Saltoluokta, Suorva en Kvikkjokk kun je een voetreis beginnen. Ritsem en Saltoluokta
zijn, anders dan Abisko en Kvikkjokk, geen dorpen, maar verzamelingen van toeristenhutten van de STF.
Abisko is het noordelijkste punt van de Kungsleden (Koningsweg). Bij de
Akka begint Padjelantaleden, die eindigt bij Kvikkjokk. De Kungsleden en Padjelantaleden zijn gemarkeerde
wandelroutes, waarlangs toeristenhutten liggen. Over de diepere of bredere rivieren zijn bruggen aangelegd,
in moerassige gebieden - en dat zijn er nogal wat - zijn planken aangebracht.
Drie maal heb ik een tocht gemaakt langs de Kungsleden, waarvan twee maal als reisleider, twee maal langs
Padjelantaleden. De overige tochten gingen door Sarek, een nationaal park. Het grenst direct aan
twee andere nationale parken: Padjelanta en Stora Sjöfallet. Padjelanta ligt in zijn geheel boven de boomgrens.
Als je voor het eerst naar Lapland gaat, kun je het best langs de Kungsleden of langs Padjelantaleden
lopen. Als je enige 'Laplandervaring' hebt opgedaan, kun je naar Sarek gaan. De eerste tocht in 1959 ging
gedeeltelijk langs de Kungleden. We kwamen toen ook daar nauwelijks mensen tegen. Bij Alesjaure, twee dagtochten
van Abisko, stond toen één hut. In 1967 stonden er twee hutten. Tegenwoordig kun je er, las ik in een reisverslag,
zelfs een sauna nemen.
Sarek is al in 1909 aangewezen als beschermd gebied. Het gebied wordt wel "de laatste wildernis van
Europa" genoemd. Het wordt beheerd door 'Naturvårdsverket', de Zweedse dienst voor de bescherming van het milieu.
Naturvårdsverket beschrijft Sarek als volgt:
Sarek is not recommended for beginners. Those wishing to visit the park must have considerable alpine experience
and the correct equipment and should be used to spending time outdoors. Sarek is an extremely inaccessible wilderness
with no facilities whatsoever for tourists. Here, you are on your own.
(Sarek wordt niet aangeraden voor beginners. Zij die het gebied
willen bezoeken moeten over aanzienlijke alpine ervaring en het juiste
materiaal beschikken en moeten eraan gewend zijn tijd ver van de bewoonde
wereld door te brengen. Sarek is een extreem ontoegankelijk gebied zonder
wat voor voorzieningen voor toeristen dan ook. Hier ben je op jezelf
aangewezen.)
Begin zeventiger jaren trof ik in een toeristenhut net buiten Sarek een enquêteformulier
aan, waarin je kon aangeven of je voorstander was van het aanleggen van
toeristenroutes - met hutten en bruggen - in Sarek. Ik was tegenstander.
Gelukkig is het er ook nooit van gekomen.
De oppervlakte van Sarek is ruim 1900 km2.
(Ter vergelijking: de oppervlakte van de provincie Utrecht is ruim 1400 km2.)
Skarja, niet ver van Sarektjakko, is het middelpunt van Sarek. Hier komen
diverse dalen samen: Ruotesvagge, Kuopervagge, Alkavagge, Sarvesvagge en
Rapadalen. (Vagge is het Lapse woord voor dal, dalen het Zweedse.) Hier vind
je ook een 'hjälptelefon', een telefoon, werkend op zonne-energie, waarmee je, in noodgevallen, hulp
kunt oproepen. Wil je om een of andere reden tijdens een tocht door Sarek bereikbaar blijven? Je mobieltje
kun je hier echt niet gebruiken. Huur een satelliettelefoon. Dat kost je minimaal 100 euro oer week. Zo'n
ding weegt ruim een kilo, incl. accu. Voor alle zekerheid zou ik nog een tweede, geladen, accu meenemen.
Toeristenhutten en aangegeven routes vind je in Sarek niet. Er is één brug,
bij Skarja, waar de rivier, de Smailajokk, door een soort canyon loopt. Klik
hier
voor een foto. Veel
meer dan lopen door Sarek en er je tent opzetten is niet toegestaan. Je mag
geen bloemetjes plukken, vissen is verboden en alle andere dieren moet je
ook met rust laten. Een vuurtje stoken mag, mits je uitsluitend dood hout
gebruikt. Er zijn overigens weinig plaatsen waar je hout vindt.
Sarek is geen gebied om mee te spotten. Als je er doorheen wilt lopen dien
je allereerst te beschikken over een goede conditie en goede gezondheid. Je
'basismateriaal' - schoenen, tent, slaapzak, rugzak - dient van de beste
kwaliteit te zijn. Je moet zo veel kleding bij je hebben, dat je onder
alle omstandigheden aan het eind van de dag, als je tent is opgezet, iets droogs kunt aantrekken,
maar ook niet meer dan noodzakelijk is: je moet het allemaal zelf dragen.
Waarom ben ik zo vaak in Lapland en vooral Sarek geweest? Je sjouwt twee
weken met meer dan 25 kilo op je rug, waarbij je ook nog bergop bergaf gaat. Je
moet diverse keren per dag door ijskoud, vaak snelstromend water waden. Die rivieren hebben geen mooi vlakke bodem.
Je loopt soms uren door een moeras te soppen. Vrijwel constant hangen er
muggen om je heen. Je komt nauwelijks iemand tegen. Dat moet je dus twee
weken achter elkaar leuk vinden.
In tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt, is het 's zomers in
het algemeen niet koud in Sarek en de rest van Lapland, al kan het wel eens voorkomen dat 's
ochtends het water in een pannetje bevroren is of dat het sneeuwt, maar ik heb er
ook wel eens temperaturen van tegen de 30 graden meegemaakt. Ook wat de regen
betreft valt het reuze mee. Zoals overal in de bergen kan het weer in zeer
korte tijd helemaal omslaan. Diverse keren heb ik meegemaakt dat het
plotseling ging misten, met een zicht van minder dan 25 meter. Er is dan
maar één oplossing: geen stap meer doen, de tent opzetten en wachten tot het
opklaart. Op het internet kwam ik ooit een reisverslag tegen van iemand die,
samen met anderen, de Pårtetjakko (2005 m, ten noorden van Kvikkjokk) had beklommen.
Onderweg hadden ze hun rugzakken en tenten achtergelaten. Dat is zo ongeveer het stomste wat je in
de bergen kunt doen.
In Sarek staan enkele hutten, maar die zijn niet toegankelijk
voor de toevallige passant. Aangegeven routes zijn er
helemaal niet, laat staan paden. Dat betekent dat je zelf je routes moet
kiezen aan de hand van kaart en kompas. Als je een rivier tegenkomt - en dat
gebeurt een paar keer per dag - ga je er dus niet overheen, maar doorheen.
Het kan soms even duren voor je een doorwaadbare plaats hebt gevonden. Je
zult ook eten voor de duur van je tocht mee moeten nemen, plus wat extra,
want je weet maar nooit. Dat eten werd in de
loop der jaren steeds makkelijker vanwege de beschikbaarheid van
gevriesdroogde complete maaltijden, waar alleen kokend water bij gedaan
hoeft te worden. Aan die andere primaire levensbehoefte, water, is in Sarek
nergens gebrek en je hoeft het niet eens te koken voor het drinken.
Als je de rendieren buiten beschouwing laat - die kom je dagelijks, vaak in
grote kuddes, tegen - zie je niet veel dieren. De beer en de lynx leven hier
nog, maar ik heb ze nooit gezien. Eenmaal heb ik een eland gezien. Tweemaal heb ik een järv (hier
in Nederland 'veelvraat' genoemd, de grootste marterachtige) gezien, eenmaal een fret,
die danig in de clinch lag met een lemming. Lemmingen, knaagdieren ter
grootte van een hamstertje, zie je diverse jaren
nauwelijks en dan is er weer een jaar dat het ervan krioelt. Het is dan zaak
je etenswaren goed te verpakken, want ze weten alles te vinden en met hun
tandjes open te krijgen. Schuw zijn ze ook niet erg: ze kruipen rustig onder
je tent door. Het is overigens een sprookje dat lemmingen van tijd tot tijd
massaal naar zee trekken en zich daarin storten. Ze kijken wel uit. Vogels
zijn er wel, maar ook niet veel, vooral meeuwen en sternen. Tweemaal heb ik
een koningsarend hoog in de lucht zien rondcirkelen.
Iedereen weet één ding van Lapland: het sterft er van de muggen. Het komt
inderdaad maar zelden voor dat er geen muggen om je heen vliegen. Met goede
kleding en goede muggenolie kun je je daartegen uitstekend beschermen. Af en
toe wordt je toch gestoken. Dat jeukt. Je went er aan. Veel erger zijn de
knutjes, heel kleine vliegjes, die gelukkig veel minder voorkomen, maar als
je erdoor gestoken of gebeten wordt, jeukt het nog als je allang weer thuis bent.
Ik ging nooit met
vakantie om andere mensen en culturen te ontmoeten. Ik wil andere
landschappen zien. Hoe leger, hoe mooier. Witte bergtoppen zie ik ik daar
ook graag bij. Hoe minder mensen ik tegenkom, hoe beter. De
allereerste keer dat ik in Lapland was, in 1959, werd ik op een ochtend als eerste
wakker en ging water uit de rivier halen. Ik bleef even bij de rivier zitten en om me
heen kijken. Ik besloot toen dat ik ooit een keer alleen zou gaan. Jaren
later heb ik dat ook gedaan. Het was een van mijn mooiste vakanties. Tien
achtereenvolgende dagen heb ik geen mens gezien. Omdat het dat jaar nog lang
koud was geweest, was het de enige keer dat ik ook geen mug heb gezien. Het
was, na drie dagen beestenweer, een week lang schitterend weer. Voordat ik
mijn tentje opzette kon ik mijn bezwete kleren uittrekken en hoefde ik niets
meer aan te trekken. Ik kon lekker uitgebreid liggen zonnen. Het enige
frustrerende was, zoals altijd, dat ik niet even uitgebreid in zo'n
glashelder meertje kon duiken. Het water was en bleef ijskoud.
Een van de grote voordelen van Lapland is dat het, in de zomer, constant
licht is. Als het na een hele dag regen om een uur of acht 's avonds droog
wordt, kun je dus dan je spullen pakken en verder lopen. Zelfs om
middernacht kun je gewoon foto's maken, zonder flits. Die ene keer in mijn
eentje heb ik vooral 's nachts gelopen omdat het overdag gewoon te warm was. Eén
van die nachten zal me altijd bijblijven. Niet omdat er iets bijzonders
gebeurde. Ik had een paar uur gelopen en zat even uit te rusten om wat water
te drinken en een shaggie te roken. Het was windstil. Op dat moment was ik
zeer bewust gelukkig. Nog dagen daarna heb ik een gevoel van 'thuis zijn'
gehouden. Je leest of hoort nog wel eens dat mensen zich in zoveel 'natuur'
klein voelen. Dat heb ik nooit gevoeld. Een paar dagen na die nacht zat ik,
onder een rotsblok schuilend voor een donderbui, naar een rivier te kijken,
ongeveer honderd meter breed. Ik zat met plezier te kijken, zoekend
naar een plaats waar ik er doorheen zou gaan. (Als je de nodige ervaring
hebt opgedaan, kun je van honderden meters afstand aan het water zien, wat
de beste doorwaadbare plaats is.) Die rivier was geen probleem, maar een
uitdaging, die ik met plezier aanging. Een uur of twee later zat ik zeer
tevreden aan de andere kant van de rivier voor mijn tentje een drupje whisky te drinken en een shaggie te
roken. Helemaal alleen, maar niet eenzaam.