Stille nacht
 

Ruben werd midden in de nacht wakker. Het was wel fris zo in de open lucht slapen, maar ja, zo'n kudde moest je nou eenmaal goed in de gaten houden. Hij draaide zich om en schrok zich een hoedje. Zijn collega's begonnen intussen ook wakker te worden. Er stond iemand die ze niet kenden, ook niet herkenden, want hij leek in niets op hen. Het leek zelfs wel of hij een soort licht uitstraalde.
"Niet schrikken, mannen", zei de onbekende. "Ik ben hier om jullie iets moois te vertellen. Daar zullen niet alleen jullie, maar het hele volk blij van worden. Jullie redder is net geboren. Ga naar de stad en je zult hem vinden in een voerbak, met een doek om zich heen." En plotseling waren er nog veel meer van die wezens die gezamenlijk een lied zongen. Daarna verdwenen ze. "Volgens mij waren dat engelen," zei Aron, die altijd het hoogste woord had, "boodschappers uit de hemel, weet je wel. Ik vind dat we maar eens naar de stad moesten gaan om te zien wat het nou allemaal inhoudt."
"En wie let er dan op de schapen?" vroeg Ruben.
"Doe nou even niet zo moeilijk, hè? Als die engelen zeiden dat we naar de stad moesten gaan, zullen ze er ook wel voor zorgen dat er niets met die schapen gebeurt. En we hoeven toch niet de hele nacht weg te blijven? Gewoon even kijken en dan weer terug."
Met het hele stel trokken ze dus naar de stad, waar het een drukte van belang was. De meeste mensen drongen samen bij een stal die bij een herberg hoorde. Ze drongen zich door de menigte heen tot ze een jong stel zagen en inderdaad: in de voerbak waar die twee gelukkig naar zaten te kijken lag een kind dat in een doek gewikkeld was.
"Zal ik jullie vertellen wat ons gebeurd is?" zei Aron. "We lagen in het veld te slapen bij de kudde, staat er plotseling een engel, dat denk ik tenminste, die zei dat jullie kind net geboren was en in die voerbak zou liggen. En hij zei er nog bij dat het onze redder zou zijn. Niet alleen van ons, hoor, maar van iedereen. Dat wou ik maar even kwijt."
De andere herders knikten om aan te geven dat het precies zo gebeurd was. De omstanders waren hogelijk verbaasd. De jonge moeder zei niets, maar je zag haar denken.
De herders hadden hun boodschap gedaan en keerden weer terug naar de kudde. Ze waren toch wel aardig onder de indruk gekomen, dus onderweg zongen ze de ene psalm na de andere. De kudde lag er nog rustig bij, dus ze wikkelden zich in hun dekens en gingen weer slapen.
De volgende ochtend praatten ze bij brood en melk nog wat na over wat er gebeurd was. Ruben vroeg: "Kan iemand mij vertellen wat dat allemaal nou precies betekende? Wat is er precies met dat kind?"
Een van de herders had een priester wel eens horen vertellen over een messias, een verlosser. Een ander zou het prima vinden als die hun van die verrekte Romeinen en Herodes zou verlossen. "Maar tegen de tijd dat hij daar aan toe is ben ik de zestig al gepasseerd."
Volgens Aron lag het allemaal wat ingewikkelder, maar daar konden ze beter de rabbi een keer over raadplegen. Die had er voor doorgeleerd. In de wet en de profeten schenen nogal wat voorspellingen te staan. Misschien was dat kind wel de uitkomst van een van die voorspellingen. Anders hadden die engelen niet al die moeite gedaan.
"Ach," zei een ander, "voor het zelfde geld hoor je nooit meer iets van dat kind."