Dromen zijn bedrog
 

(Roel Schippers, die af en toe ook een 'Beggartalk' schrijft, wilde ook wel eens een kort verhaaltje schrijven. Lees en huiver.)

"Pap. Pahap. Paaahaaap!" roep ik terwijl ik aan de schouder van mijn vader sta te schudden. Langzaam wordt hij wakker en met halfopen ogen vraagt hij wat er is.
"Er zit een vogel onder mijn bed."
"Wat?"
"Er zit een vogel onder mijn bed en die pikt naar mijn tenen."
"Hoe kom je daar nou bij?"
"Nou gewoon, ik voel iets prikken aan mijn voeten en ik kijk en daar zit een vogel. Die zit nou onder mijn bed."
"En je wil dat ik die wegjaag."
"Ja."
"Oké, ik loop wel even met je mee."
"Nee, ik wacht hier wel tot je terug bent."
"Schijterd! Loop gewoon even mee, dan stop ik je weer lekker in."
"Je gelooft me niet."
"Je hebt gedroomd en je bent wakker geschrokken. Dat is alles. Kom, ik breng je terug en dan gaan we weer lekker slapen."
"Nee, ik blijf hier wachten."
"Goed dan. Als ik hem uit het raam doe, kom je dan als ik je roep?"
"Ja."
"Houd mijn plekkie maar warm."
Ik kruip onder het dekbed. Lekker! Hij loopt de slaapkamer uit en door de gang. Ik hoor hem de trap op gaan. Hij zal me zo vast roepen.
"Wat doe jij hier? Waar is papa?"
Ik schrik wakker en kijk in het verbaasde gezicht van mijn moeder.
"Papa is die vogel onder mijn bed vandaan aan het halen en dan zou hij mij roepen."
"Wat?"
"Er zat een vogel onder mijn bed en toen heb ik papa geroepen en die is naar boven om die vogel uit het raam te doen en dan roept hij en stopt hij mij lekker in en dan gaan we allemaal weer slapen en dan…"
"Ho, wacht even, en hoe lang is dat geleden?"
"Dat weet ik niet meer, ik denk dat ik in slaap ben gevallen."
"Ik moet toch plassen, ik kijk wel even."
Ik hoor haar de gang in lopen en onderaan de trap roept ze hem. Geen reactie. Ze roept nog een keer. Dan hoor ik haar de trap op gaan. Het blijft stil. Ik schrik als plotseling de wekker afgaat. Ik druk op het knopje en zie dat het al half zeven in de ochtend is. Ik ben de enige in die grote slaapkamer. Ik sta op en loop zachtjes de gang in. Onderaan de trap roep ik. "Pap! Mam!" Het blijft stil. Langzaam, tree voor tree, ga ik naar boven. "Pap! Mam!" De deur van mijn kamer staat op een kier. Ik loop er voorzichtig naar toe en duw hem zachtjes open. "Pap! Mam!" In het flauwe schijn¬sel van de straatverlichting zie ik dat de deur naar het balkonnetje open staat. Onder mijn hoogslaper is het een bende. Tussen de rommel herken ik de pantoffels van mijn vader en van mijn moeder. Ze zijn een beetje bloederig.
Ik schrik van een geluid op het balkon. Een geel oog, zo groot als een voetbal kijkt mij aan. De snavel is gigantisch. Pwahhhhhhhh klinkt het. Pwahhhhhhhhhhhhhhhhhh!!

pijl